Brief verkenners extramurale farmaceutische zorg

Download hier de brief van de verkenners Reibestein en Rinnooy Kan aan minister Schippers [download id=”2″]

Lees Verder
Verkenners | Column Jan Dirk Jansen
feb08

Verkenners | Column Jan Dirk Jansen

Zo halverwege de maand januari is de contracteerronde 2013 ver genoeg gevorderd voor een eerste terugblik. De kruitdampen beginnen op te trekken en partijen maken de balans op. De Minister stuurt dit jaar zelfs verkenners om het slagveld te inspecteren. De verzekeraars ogen tevreden. Met uitzondering van het DSW contract, maar dat zal vermoedelijk wel aangepast worden voor het einde van de maand, lijken de meeste apothekers opnieuw een overeenkomst met hun belangrijkste verzekeraars afgesloten te hebben. Alhoewel, en dat is niet eerder zo zichtbaar geweest, (nog) niet alle apotheken hebben getekend. Uit lokale persberichten blijkt dat verschillende apotheken, waaronder ook een aantal dienstapotheken, zelfs zijn overgegaan op contante betaling. Maar voor buitenstaanders moet er toch sprake zijn van een paradox. Zoveel rumoer, gemor en publiciteit aan het einde van 2012 en dan toch weer zo veel getekende contracten. Welke conclusie zal men hieruit trekken? Uit verschillende publicaties is op te maken dat een gemiddelde apotheek in 2012, het eerste jaar met marktwerking, zo’n 60-80.000 euro aan winst heeft ingeleverd. Na aftrek van het norminkomen blijft er inmiddels voor compensatie van het ondernemingsrisico en het in de apotheek geïnvesteerd vermogen gemiddeld bar weinig over. En dit terwijl verzekeraars voor het ‘overgangsjaar’ 2012 hadden aangegeven het budget ongeveer gelijk te willen houden aan 2011. Een leuke meevaller dus die DSW topman Oomen op Radio 1 de opmerking ontlokte over ‘bijna onmaatschappelijk hoge winsten bij verzekeraars door spectaculair dalende medicijnprijzen’. In een vrije markt worden tarieven niet langer gepubliceerd maar uit de reacties in het veld is wel af te leiden dat de verliezen over 2012 maar voor een klein deel zijn gerepareerd in de contracten voor 2013 en dat de collectieven niet veel beter af zijn. Daarnaast zullen er in 2013 opnieuw genees-, verband-, kunst- en hulpmiddelen in prijs en marge dalen. De ontevredenheid onder openbare apothekers is na de contracteerronde dan ook nog even groot als daarvoor. Hieruit kan je afleiden dat de meeste apothekers zich kennelijk nog steeds gedwongen voelen om te tekenen ook al is men het er niet mee eens. Deze meerderheid heeft via een unieke verkiezing Rik van der Meer gelanceerd als KNMP voorzitter. Ongetwijfeld mede om hun ongenoegen een stem te geven.  Rik weet wat hem te doen staat en heeft in zijn eerste optredens meteen aangegeven dat de introductie van vrije prijzen totaal verkeerd is uitgepakt. Ook in dit nummer neemt hij geen blad voor de mond. Maar zullen anderen ook tot deze conclusie komen? De kans is groot dat de verkenners en de NZa monitor zullen aangeven dat de vrije markt in de farmacie in grote lijnen goed functioneert omdat de prijzen...

Lees Verder
En nu doorpakken
feb08

En nu doorpakken

Een nieuw vergoedingensysteem moet de financiële positie van de zelfstandige apotheker definitief verbeteren. En de KNMP wordt een federatie met de Landelijke Apothekers Vereniging als belangrijkste poot. Rik van der Meer, apotheker en de nieuwe voorzitter van beroepsorganisatie KNMP wil nu doorpakken. Nog nooit was de verkiezing van de voorzitter van het hoofdbestuur zo spannend. En nog nooit was de positie van de apotheker zo precair. De verkiezing wist Rik van der Meer nipt te winnen van Sjaak de Vries, die door het hoofdbestuur van de KNMP naar voren was geschoven. Aan Van der Meer de taak om als opvolger van Jan Smits de apotheker uit het slop te trekken. De verwachtingen zijn hoog. Je wordt gezien als de verlosser. “Nee, zo zie ik mezelf niet. Ik ben oprecht bezorgd over de positie van apothekers. Nu krijg ik de kans om zaken ook echt te veranderen. Die kans grijp ik. Het inhoudelijke beleid over de positie en de rol van de apotheker zoals dat de afgelopen jaren is gevoerd was goed. Maar dit heeft niet geleid tot verbetering van de financiële positie van apothekers.” Waar is het fout gegaan? “De sector is het pad van marktwerking opgegaan. Daar sta ik achter. We wilden allemaal een betere farmaceutische zorg tegen een betere prijs. Dat hoeft geen hogere prijs te zijn, maar wel een relatie tussen prijs en de geleverde prestatie. Dat is niet gelukt. De ellende begon toen zorgverzekeraars de stijgende kosten van de geneesmiddelen direct hebben verrekend in de prijzen. Nog voor het jaar begon zaten we met 6 procent in de min. Daarnaast zijn er van alle zorgprestaties slechts twee ingekocht.” Welke fout heeft de KNMP gemaakt? “Je kan de KNMP hierin niets verwijten. De hele branche heeft ‘ja’ gezegd tegen invoering van vrije prijzen.” Zou je met de kennis van nu het toen anders hebben gedaan? “Ja, want we moeten af van het huidige financieringssysteem voor de farmacie. Er moet een nieuw systeem van beloning voor apothekers komen. Dat nieuwe plan is er ook en gaan we doorvoeren. Het bestaat uit drie onderdelen. Een basistarief, dat lager ligt dan het huidige. Daarbovenop inkomsten uit een abonnementssysteem. Daaruit wordt de infrastructuur, denk aan automatisering, van de apotheek en het bijhouden van het patiëntendossier betaald. En als toetje vrije tarieven voor apothekers die zorg leveren die echt onderscheidend is.” Beste van twee werelden Volgens de voorzitter is dit nieuwe systeem het beste van twee werelden: de infrastructuur van lokale farmaceutische zorg met een centrale rol voor de apotheek blijft behouden. En daarnaast zorgt het extra tarief voor voldoende spanning in de markt. Apothekers krijgen dan eindelijk een beloning voor...

Lees Verder
Britse apothekers wijzen de weg
feb08

Britse apothekers wijzen de weg

Nederlandse patiënten bezoeken voor de behandeling van kleine kwalen zoals verkoudheid, hoesten, hooikoorts of lichte eczemen nog steeds massaal de huisarts. Dat kan ook anders, bewijst de Britse gezondheidszorg. Patiënten kunnen daar voor consult en behandeling van kleine kwalen terecht bij de apotheker, in het kader van de farmaceutische Minor Ailment Services. De Britse cijfers liegen er niet om. Patiënten in Groot-Brittannië brengen jaarlijks 57 miljoen bezoeken aan de huisarts voor de behandeling van kleine kwalen zoals verkoudheid, hoestklachten of milde allergieën zoals hooikoorts. Want ook in Groot-Brittannië is het, evenals in Nederland, volstrekt normaal dat je voor allerlei kleine klachten meteen, en veelal kosteloos, naar de huisarts stapt. Maar dat betekent wel gemiddeld een dag per week werk voor de huisarts. Kosten: jaarlijks twee miljard pond, oftewel ruim twee miljard euro. Dat bedrag is de National Health Service (NHS), de Britse ziektekostenverzekering, jaarlijks kwijt aan consulten aan patiënten met zogeheten minor ailments, de Britse benaming voor een scala aan kleine klachten of kwalen [zie kader]. De Britse huisarts wordt dus zwaar belast, en dat terwijl deze consulten in de meeste gevallen slechts neerkomen op het geruststellen van de patiënt. Dat is over het algemeen voldoende. In 2007 deed de Proprietary Association of Great Britain (PAGB), de Britse vereniging van producenten van OTC-geneesmiddelen en voedingssupplementen, en de Pharmaceutical Services Negotiating Committee (PSNC), de belangenorganisatie voor de elfduizend openbare apothekers in Engeland en Wales, onderzoek naar de behandeling van kleine kwalen in de eerste lijn. Dat resulteerde in een White Paper. Daarin werd de rol van de apotheker bij de behandeling van minor ailments geanalyseerd en werden voorstellen gedaan om deze te versterken. “Uit de White Paper kwam naar voren dat apothekers een minder grote rol spelen bij de advisering, begeleiding en behandeling van kleine kwalen dan je op grond van hun expertise zou mogen verwachten,” vertelt Neil Patel, senior communicatiemedewerker van de Royal Pharmaceutical Society, de Britse zusterorganisatie van de KNMP. “En het toonde tevens aan dat als je deze consultaties zou overdragen aan de apothekers, de huisarts daarmee minstens een dag per week zou overhouden voor de behandeling van patiënten met meer complexe problematiek.” Voor de opdrachtgevers van de White Paper was dat voldoende reden om te pleiten voor een National Minor Ailment Programme, waarbij de apotheker het eerste aan­spreekpunt zou worden voor de consultatie van patiënten met kleine kwalen. Een belangrijke taak daarbij zou zijn het bevorderen van zelfzorg van deze patiënten. Goedkopere zorg Na het verschijnen van de White Paper is de nationale uitrol van het Minor Ailment programma in het Verenigd Koninkrijk daadwerkelijk ingezet, legt Patel uit. “Mede onder invloed van nieuwe contractonderhandelingen tussen overheid...

Lees Verder
PAZIO gezondheidsportaal; patiënt wordt regisseur over eigen zorgproces
feb08

PAZIO gezondheidsportaal; patiënt wordt regisseur over eigen zorgproces

Het UMC Utrecht heeft samen met verschillende innovatieve organisaties in de ICT en de gezondheidszorg het platform PAZIO ontwikkeld. Een patiëntgericht gezondheidsportaal waarin meerdere online diensten in één leveranciersonafhankelijke omgeving worden gebundeld. André Dekker en Leone Flikweert vervullen beide het directeurschap voor het platform. Alle twee vanuit een andere expertise. Drie jaar geleden is het project begonnen en opgestart binnen het UMC Utrecht. André Dekker komt zelf uit de zorg en was in het verleden innovatie-manager bij het UMC Utrecht. Binnen deze functie bedacht hij verschillende e-health producten. Dekker: “Dit waren losse producten waar patiënten op konden inloggen. In de markt zie je dit momenteel steeds meer opkomen. Er zijn veel artsen die gebruik maken van e-consults of bijvoorbeeld GGZ instellingen die bezig zijn met verschillende online-behandelingen voor milde depressies. Er is veel aanbod op internet, maar het is wel heel versnipperd. Overal moet je opnieuw inloggen, met allemaal verschillende wachtwoorden. We hadden niet de behoefte om het wiel opnieuw uit te vinden, maar om een platform te genereren waarbij alle diensten voor de patiënt samenkomen.” DigiD Na het inloggen via DigiD komt de patiënt in een beveiligde internetomgeving aangepast aan de huisstijlelementen van de zorgverlener. Binnen deze omgeving kan de patiënt toegang krijgen tot de online diensten, die de zorgverlener wenst aan te bieden. Dat kan de huisarts zijn, maar ook een eerste-, tweede-, of derdelijns ziekenhuis, een apotheek, tandarts of fysiotherapeut. “We zijn daar in eerste instantie projectmatig mee gestart. Met verschillende partijen die daarvoor middelen beschikbaar hebben gesteld”, vertelt Dekker. “Ik heb een subsidie weten binnen te halen waarmee we drie jaar lang aan het platform hebben kunnen werken. In die tijd is het in de luwte gebleven en zijn we er nog niet mee de markt op gegaan, tot het begin van 2012. In mei 2012 was de projectperiode voorbij en stond er een heel stevige basis. We hebben daarna nieuwe financiers gevonden en vervolgens zijn Leone en ik namens UMC Utrecht de kar gaan trekken om het platform tot een gezonde onderneming te brengen die op eigen benen moet komen te staan.” Partners Leone Flikweert komt niet uit de zorgsector maar uit de uitgeversbranche. Haar rol bij PAZIO is van commerciële aard. Ze houdt zich bezig met de propositie van het platform en het aantrekken van nieuwe klanten. “Mijn rol is dus vooral extern gericht. Het UMC Utrecht is nog steeds grootaandeelhouder, maar er sluiten steeds meer partijen aan. Verzekeraar ONVZ is een sponsor en ook het diagnostisch centrum Saltro heeft toegezegd aan te willen sluiten én we zijn nog bezig met een sociaal investeerder. Op deze manier hebben we voldoende financiering om de...

Lees Verder
Samenwerking VGZ en Connecting Care: Zo kan het ook
feb08

Samenwerking VGZ en Connecting Care: Zo kan het ook

Apothekers en zorgverzekeraars steggelen al jaren met elkaar. Over de centen en over de kwaliteit van zorg. FarmaMagazine levert een bijdrage aan die discussie door in iedere editie zorgprojecten in de apotheek te belichten die financieel worden ondersteund door zorgverzekeraars. Projecten die wel werken en laten zien dat apothekers en zorgverzekeraars elkaar kunnen begrijpen. In de eerste aflevering: Coöperatie VGZ en Connecting Care. Een centrale norm voor de kwaliteit van zorg bij apothekers. En alle zorgverzekeraars zouden deze norm moeten hanteren. Als het aan Jan Broeren, beleidscoördinator van zorgverzekeraar Coöperatie VGZ ligt zou dat de uitkomst van het project Connecting Care kunnen zijn. De start Jan Broeren herinnert zich de start van het project in 2009 nog goed. “Niemand weet wat zorg waard is. Wat mag een interventie kosten? Dat wilden we wel eens weten. Vaststellen van die kosten en die vervolgens opleggen aan de zorgverlener, dat kan een zorgverzekeraar niet alleen. Daarom hebben we apothekers opgeroepen zelf invulling te geven aan de nieuwe rol van de zorgverlener. De resultaten van projecten als Connecting Care dragen bij tot een onderbouwde positie van de apotheker. Overigens werken we ook met Mediq en Service Apotheek samen. Soms moet je je nek durven uitsteken: wij accepteren dat we het allemaal nog niet weten. We willen ruimte bieden aan zorgverleners om gezamenlijk projecten te ontwikkelen terwijl andere zorgverzekeraars zeggen: laat zien wat je kan en daar rekenen we je op af. Maar we moesten wel even slikken bij de financiële paragraaf van het voorstel van Connecting Care: zes uur voor een medicatiereview?” Eerste resultaten Paul van Bakel: “Wat is de zorg die de apotheek levert waard? Hoe is dat te meten? We wisten in 2009 geen van beiden hoe we dat moesten doen. In het begin stond het ontwikkelen van kennis centraal. Veel onderzoeken en overleggen. Nu leveren we de eerste concrete resultaten op. Iedere drie maanden zitten we bij VGZ aan tafel en laten we zien wat onze inspanningen concreet opleveren. Zes uur voor een medicatiereview is inderdaad onbetaalbaar voor een zorgverzekeraar. We zijn dan ook gestart met vier uur en brengen dat terug naar twee uur per patiënt. Dat hebben we gedaan door het aantal polyfarmaciepatiënten dat volgens richtlijnen moet worden behandeld terug te brengen van 10 of 12 procent zoals bij collega’s het geval is naar slechts 1-3 procent. Deze groep bevindt zich in een hoog risicogebied. Minder patiënten, maar wel de juiste patiënten. Door onze manier van werken, actieve samenwerking met de voorschrijvers en ondersteuning door vernieuwende ICT, wordt de effectiviteit en de doelmatigheid van onze interventie flink verhoogd. Zo hebben we onderzocht of de combinatie van clopipogel en...

Lees Verder

Beveiligd: AllergieSupport, online én offline patiëntondersteuning bij allergie

Allergische aandoeningen vormen steeds meer een wereldwijd ge­zond­heidsprobleem. Het is één van de meest voorkomende chronische ziekten en het aantal mensen dat hier last van heeft groeit zeer snel, met name bij kinderen is die groei zichtbaar. De impact die allergie heeft wordt vaak onderschat. Het is een groot misverstand dat het gewoon een vervelende aandoening is. Allergie is namelijk méér dan lastig.De kwaliteit van het leven wordt negatief beïnvloed door klachten van allergie. Er zijn mensen die maandenlang rondlopen met neus- en oogklachten. En dan is er nog de inbreuk van de allergie op slaap, werk, thuissituatie en het sociale leven. ALK is de producent van GRAZAX® en Oralgen®. GRAZAX® is een specifieke immunotherapie in de vorm van een snelsmeltende tablet. De tablet bevat een allergeenextract van graspollen. Oralgen® is immunotherapie in druppelvorm voor de behandeling van inhalatieallergie. Het werkzame bestanddeel bestaat uit gezuiverde allergenen van o.a. pollen, huisstofmijten of dierlijke epithelia.Een behandeling met immunotherapie beoogt de onderliggende oorzaak van de allergie aan te pakken. Door  de toediening gedurende langere tijd van een bepaalde hoeveelheid van de stof waar u allergisch voor bent (allergeen), kan uw immuunsysteem (lichamelijk afweersysteem) gewend raken aan deze stof. Uw immuunsysteem kan op den duur minder of niet meer reageren op het allergeen waardoor u ook minder of geen last meer kunt hebben van uw allergieklachten. Een behandeling met immunotherapie duurt zo’n 3 tot 5 jaar. Om de patienten van GRAZAX® en Oralgen® hierin te ondersteunen heeft ALK AllergieSupport ontwikkeld. Goede voorlichting De geneesmiddelen zijn beide ontwikkeld in een gebruiksvriendelijke toedieningsvorm geschikt om thuis te gebruiken. Dit betekent niet dat de patiënt geen extra ondersteuning kan gebruiken ter bevordering van de therapietrouw. Martine van Hagen, product manager bij ALK: “Dat klopt, als voorbeeld neem ik GRAZAX®. Daarin zitten de allergenen waar de patiënt allergisch voor is. De patiënt zal dus in eerste instantie veelal de symptomen van de allergie krijgen. Vooral jeuk in de mond komt veel voor, maar dat verdwijnt meestal snel. Het is belangrijk dat de patiënt begrijpt dat in het begin de symptomen kunnen optreden door het gebruik van GRAZAX®. Goede voorlichting door de huisarts en door de apotheek is noodzakelijk. Daar komt dus nu AllergieSupport bij. Voor de patiënt is het het beste wanneer het eerste tabletje bij de huisarts ingenomen wordt, zodat deze kan zien hoe sterk de reactie is en uit kan leggen wat er aan de hand is. Gebeurt dat namelijk niet, dan is de kans groot dat de patiënt voortijdig stopt met de medicatie. Bij meer dan de helft van de patiënten zijn de bijwerkingen na de eerste week al verdwenen.” Het eerste behandeljaar Om...

Lees Verder
Nieuwjaarsreceptie ASKA:  Samen het roer omgooien
feb08

Nieuwjaarsreceptie ASKA: Samen het roer omgooien

De roep om een geheel nieuw businessmodel voor de farmaciesector wordt luider. Zorgverzekeraar Achmea pakt de handschoen op en wil in juni met alle partijen aan tafel. Want dat het roer om moet, daarover zijn apothekers, groothandel, industrie en zorgverzekeraar het eens. Nu nog op zoek naar een gemeenschappelijke weg naar de toekomst. Wat waren de verwachtingen voor 2012 hooggespannen. De weg naar een liberale markt was ingeslagen. Met vrije tarieven voor farmaceutische zorg en alle ruimte voor onderhandelingen tussen industrie, groothandel, apotheek en zorgverzekeraar. Tot zover de theorie. De praktijk viel echter bar tegen, zo bleek ook weer eens tijdens de nieuwjaarsreceptie van de ASKA, de Associatie van Ketenapotheken. De vereniging, goed voor 500 eigendomsapotheken, riep op 7 januari de farma­kolom bijeen om traditioneel het glas te heffen, terug te kijken en vooral vooruit te blikken. Dat laatste aan de hand van een drietal sprekers; Gerben Klein Nulent, Emiel Loof en Roelof Konterman met als uitsmijter een paar woorden van Rik van der Meer. 2012 begon dus voortvarend. Apothekers onder­tekenden massaal de contracten. Maar daarna ging het al snel mis. De infrastructuur voor het declareren bleek weerbarstig, zorgcontracten die echt iets opleverden werden amper ingekocht. Met als gevolg hogere kosten en lagere opbrengsten in de apotheek, groothandels die de producten met verlies aflever­den en fabrikanten van generieke producten die zich terugtrokken uit de ratrace. Heel slecht Gerben Klein Nulent, ASKA-voorzitter en directeur apotheken bij apotheekketen Mediq, vatte 2012 scherp samen: “Het was heel slecht voor de apotheek. Prijsdalingen gingen veel harder dan verwacht, OTC omzet viel ook tegen, zorg die naar het ziekenhuis werd verplaatst en ga zo maar door. Apothekers zagen hun omzet met gemiddeld 90.000 euro dalen. Ketenapotheken moesten reorganiseren, apotheken werden samengevoegd of gesloten. Maar bezuinigen op het personeel, goed voor 70 procent van de kosten, dat wil je niet. We willen geen doorgeefluik worden. Daarnaast zitten de groothandels in zwaar weer. En het moet nog maar blijken of de distributievergoeding die groothandels nu krijgen, voldoende is.” Veel lichtpunten ziet Klein Nulent niet. “De Minister van VWS zegt dat de zorg dichter bij huis moet. Maar diezelfde Minister zegt ook dat er wellicht te veel apotheken zijn in de stad en te weinig op het platteland.” En dat terwijl de apotheker zoveel meerwaarde heeft. Geef de apotheker de regie over ontslagmedicatie, medicatiereviews en compliance en het levert zo’n 500 tot 700 miljoen aan besparing op, zo refereerde Klein Nulent aan onderzoek van voormalig Minister VWS Ab Klink. Somber Ook de industrie is somber over de toekomst, zo liet Emiel Loof, algemeen directeur van Teva, markleider in generieke geneesmiddelen, weten. “Ziekenhuizen werken met tenders en boetes als...

Lees Verder
Column vinologen Sanne en Jens | IJswijn
feb08

Column vinologen Sanne en Jens | IJswijn

Het had nog maar een paar dagen gevroren en zoals alle andere jaren sloeg de Elfstedenkoorts ook dit jaar weer meteen toe. Het is als een onderhuids virus wat het gros van de Nederlanders – maar vooral de Noordelingen – bij zich draagt en wat bij een temperatuur onder nul, metéen actief wordt. En wat denkt u dat het effect daarvan is bij ons in de wijnwinkel? U zult het niet geloven  maar mensen komen vragen om IJswijn! Niet dat het merendeel weet wat het is, maar ze vragen er wel om. Zo werkt het menselijk brein blijkbaar bij vorst. Vorst staat gelijk aan ijs en ijs wordt geassocieerd met IJswijn… Maar goed, Eiswein – om dan maar even de juiste naam te gebruiken – is een fantastische goudgele wijn die slechts in bijzondere jaren verkregen kan worden en daarmee ook meteen zeer kostbaar is. We praten hier over een zeer zoete wijn die wordt verkregen door de druiven te laten drogen aan de druivenstok totdat er acht graden nachtvorst overheen gegaan is. Daarna wordt er pas geoogst. Dit is met alle risico’s van dien. Er bestaat namelijk een grote kans dat voordat de vorst over de druiven gaat een groot gedeelte door vocht wegrot, dat de vogels ermee vandoor gaan of dat er in een jaar simpelweg niet voldoende nachtvorst optreedt. De bevroren druiven hebben een suikerconcentratie die dusdanig hoog is dat niet alle suikers tijdens de vergisting kunnen worden omgezet. Daarom blijft er veel restsuiker over. Dit geeft een bijzondere edelzoete wijn. Met smaken van exotisch fruit, confit maar ook gember en ander ingelegd fruit. Daartegenover staat een bepaalde frisheid die ontstaat door de zuurgraad die de druif ondanks de suikers toch heeft weten te behouden. De meeste Duitse en Oostenrijkse Eisweinen worden namelijk gemaakt van Riesling druiven. Een druif die van origine een laag PH gehalte heeft. Dit tegenwicht maakt dat deze superzoete wijn een prachtige verteerbaarheid heeft en zeer goed combineert met uiteenlopende gerechten. Culinair zal deze wijn goed inzetbaar zijn bij alle vormen van ganzen- of eendenlever. Maar ook een perentaart met blauwschimmelkaas is een passende klassieker. Drink deze wijn eens als aperitief in plaats van bij twee bollen vanille-ijs. Laat uw talent gelden in de keuken en bak een stukje tarbot met een beetje venkel en een beure blanc met groene kruiden. Geef deze wijn waar hij recht op heeft; simpele, hoogwaardige ingrediënten! Iedere editie nemen de jonge gepassioneerde vinologen Sanne Staal en Jens Vergouwen van Wijnkoperij De Gouden Ton in ‘s-Hertogenbosch u mee in de wereld van de wijn. U kunt onze vinologen Sanne Staal en Jens Vergouwen ook bezoeken in hun...

Lees Verder
West Algarve – Portugal | Een ongerept paradijs  en zo dichtbij…
feb08

West Algarve – Portugal | Een ongerept paradijs en zo dichtbij…

De Algarve is vooral in trek als zonbestemming. Maar deze streek in het zuiden van Portugal biedt zoveel meer dan alleen zon en hotelcomplexen. In de West Algarve (een uurtje rijden vanaf de luchthaven Faro), vind je ook nog pittoreske dorpjes, rotsachtige kusten en onaangetaste stranden. Of je nu een actieve of passieve vakantie zoekt, dit paradijs heeft het allemaal en dat slechts op 3 uurtjes vliegen van Nederland. FarmaMagazine vond mooie en betaalbare logeeradressen waarvanuit we u meenemen naar de plekken die u bij een bezoek aan deze streek niet mag missen! De eerste dagen (1 t/m 4) Bijkomen van het harde werken en genieten van de rust staat hoog op de agenda deze dagen. Wij kozen voor het kleinschalige design hotel Villa Valverde in Praia da Luz. Prachtige setting, ruime kamers, de beschikking over alle faciliteiten en een zalig ontbijt. Vanuit hier bezochten wij de oude stad Lagos met haar nautische verleden en een bruisend uitgaansleven. Restauranttip midden in het centrum van de stad: Casinha do Petisco, een traditioneel Portugees restaurant, waar ook veel locals komen vanwege de gegrilde vis en schelpdieren. Aan de rand van Lagos – nabij praia d’Ana – ligt restaurant O Camilo, hier genoten wij van een panoramisch uitzicht over de grootste baai van Europa. Een bezoek aan het stadje Monchique, het centrum van de kunstnijverheid, is een aanrader. Een traditionele berglunch bestaande uit ‘presunto’ (gerookte ham) en frango piri piri (op houtskool gegrilde scharrelkip met locale pepers) is het gerecht van deze streek. Restauranttip: Jardim das Oliveiras. Het plaatsje Foia (de top van het Monchiquegebergte 773 mtr), biedt als hoogste punt van de Algarve een prachtig weids uitzicht. Portimao, de hoofdstad van de sardinevisserij, is een bijzondere plaats. In de lommerrijke binnenstad slenterden wij door de smalle steegjes en genoten we van de schitterende gevels met oude azulejos, dit zijn geglazuurde tegelwanden. Er zijn leuke winkels. Shopliefhebbers adviseren we een bezoek te brengen aan de moderne shoppingmall Aqua Shopping. Restauranttip : Taberna da Mare, een oude taveerne in de haven. Tussen de locals geniet u van visspecialiteiten zoals sardines assada en camarao gigante (reuze garnalen). Zalig met een lekker glaasje vinho verde, vrij vertaald groene wijn. Silves, de hoofdstad van de Algarve tijdens de Moorse bezetting, is bekend vanwege de kurkindustrie en de bezienswaardigheden rond het kasteel en het archeologisch museum. Restauranttip: Rui Marisqueira, bekend om vis en schaaldieren. Bezoek ook het stuwmeer Barragem do Arade. De stuwdam is gebouwd in de tijd van de voormalige dictator Salazar. Het is een van de belangrijkste waterreservoirs in de Algarve. We komen langzaam op stoom (dag 5 t/m 12) Bijgekomen van alle hectiek en...

Lees Verder
Pagina 1 van 212