Reactie op artikel “Loek Winter: Op weg naar 500 superapotheken” door Frank van Brenk
Mrt21

Reactie op artikel “Loek Winter: Op weg naar 500 superapotheken” door Frank van Brenk

Prachtig, hoe een radioloog praat over medicijnen. Ik overleg wel eens met radiologen: fantastische interpretatie van foto’s, maar vervolg beleid: geen kaas van gegeten! Zorgondernemer: In Nederland een holle frase en zo zie ik ook maar de uitspraken van Loek. Bijna dagelijks heb ik contact met onze vaste apotheek met vragen over medicatie. Of ik heb nagedacht over deze bijwerking of die dosering. Vaak krijg ik een goed advies. Daarnaast wordt er actief medicatiebewaking gepleegd op o.a. polyfarmacie patiënten. Hierbij word ik bijna maandelijks gevraagd te kijken naar en lab waarden te overleggen van patiënten waar de apotheker een nadere analyse van heeft gemaakt. Daarnaast, Loek, groter is niet beter. Kwaliteit zit ‘m in kleine dingen. Korte lijnen, snel schakelen tussen zorgverleners onderling. Maar ja, vanuit je Ivoren Toren op Nyenrode verlies je al snel oog voor detail… Door: Frank van Brenk,...

Lees Verder

Reactie op artikel “Loek Winter: Op weg naar 500 superapotheken” door Hub Haan

De heer Winter heeft als zorgondernemer ongetwijfeld grote successen geboekt in het verleden. Hij lijkt, gelet op zijn uitspraken in het artikel, uitsluitend geïnteresseerd in geld verdienen en wel via schaalvergroting. De denigrerende en provocerende manier waarop hij over apothekers en hun medewerkers maar ook over bijvoorbeeld kleine zelfstandigen zoals bloemisten praat, in het verleden heeft hij dit zelfde overigens al eerder gedaan over ziekenhuisbestuurders, zal wel uit onderhandelingstechnische en tactische redenen zijn. Hij toont daarmee in elk geval weinig respect voor mensen die elke dag hun best doen. Of het nu bloemisten zijn of apothekers en hun medewerkers. Hoe het ook zij, als hij echt de mening is toegedaan dat de zorg goedkoper kan, zou ik hem eerst willen adviseren om mails die zorgverleners, zoals ik zelf, hem gestuurd hebben, om lokaal en of regionaal spelende zaken serieus te bespreken, eerst maar eens een keer te beantwoorden. Zolang de heer de Winter niet eens de moeite neemt om serieus bedoelde mails te beantwoorden, hecht ik niet zo veel waarde meer aan uitspraken van deze zogenaamde “zorgondernemer”. Ik vraag mij ook steeds meer af of de heer Winter ooit wel eens met patiënten, jong en oud, om tafel heeft gezeten en deze mensen eens de vraag heeft gesteld of zij wel zitten te wachten op mega ziekenhuizen en mega apotheken zoals hij dat voor ogen heeft. Misschien is “zorg dicht bij de mensen” brengen en daarmee maatwerk leveren, uiteindelijk vele malen goedkoper dan al die “mega” supermarktachtige zorgbedrijven. Voorbeelden van verspilling door dit soort instanties zijn er te over. Maar de Winter mag mij graag even bellen voor uitleg in deze. Maar wel nadat hij eerst mijn mail heeft beantwoord die ik een paar maanden geleden aan hem heb gestuurd. Hub Haan,...

Lees Verder

Reactie op artikel “Loek Winter: Op weg naar 500 superapotheken” door Wim van der Pol

Een interview met Loek Winter over farmacie is hetzelfde als een interview met Wim van der Pol over radiologie. Radiologen verdienen een vermogen met plaatjes kijken en weten meestal al van te voren wat ze moeten zien. De foto’s kunnen het beste digitaal verzonden worden naar de lage lonen landen, zoals India, waar ervaren radiologen tegen een fractie van de prijs de plaatjes beoordelen. Een mega besparing. Ik denk dat de vergelijking zo duidelijk genoeg is. Er komen al heel veel kwaliteitsgeneesmiddelen uit India. Wil Loek een persoonlijk advies? Via Skype kan dat 24×7 via een wereldwijd netwerk. Wilt u ook reageren klik...

Lees Verder
Loek Winter: Op weg naar 500 superapotheken
Mrt15

Loek Winter: Op weg naar 500 superapotheken

Het aantal openbare apotheken daalt binnen vijf jaar tot 500. Dat zijn dan wel superapotheken met minimaal 30.000 patiënten. Daarnaast komen er afhaalposten voor geneesmiddelen, zonder wachttijden. Loek Winter, radioloog en zorgondernemer, over de toekomst van de farmacie. Hij staat op het punt een aantal apotheken over te nemen. Maar hoe de deal er precies uitziet en om welke apotheken het gaat, dat wil hij nog niet kwijt. “De zaak is nog niet helemaal rond. De mensen die in die apotheken werken weten nog niets van de overname. Dus houd ik mijn mond nog even. En als ik het vertel krijg ik direct allemaal telefoontjes van lui die het niet met me eens zijn. En misschien wel met tomaten gaan gooien. Daar zit ik helemaal niet op te wachten.” Het tekent Loek Winter. De man die een ziekenhuis in financiële nood kocht en weer rendabel wist te maken. De man met ideeën die de zorg doet opschrikken. De man die ook een visie heeft op de toekomst van de farmacie. Een interview met Loek Winter is altijd goed voor controversiële uitspraken. Dat weet Winter zelf maar al te goed. Het lijkt alsof hij graag provoceert. Maar in tegenstelling tot een nar die alleen van een afstandje roept en uiteindelijk door niemand meer serieus wordt genomen maakt Winter van veel van zijn ideeën ook werkelijkheid. Medische supermarkt De visie van Winter op de toekomst van de zorg en de farmacie is helder: schaalgrootte en ketenintegratie. Een wereld waarin zorgverleners nauw met elkaar samenwerken, patiëntenstromen inzichtelijk en goed te sturen zijn en waar er geen verspilling van zorg en producten meer optreedt. Alleen dan is de zorg nog een beetje te redden, zo lijkt zijn motto te zijn. Winter is een groot voorstander van de medische supermarkt. Een medical mall waarin de klassieke ziekenhuiszorg, wordt gecombineerd met de zorg in kleine gespecialiseerde ‘focusklinieken’, die goed zijn in één type behandeling. In dit ziekenhuis-nieuwe-stijl wordt de patiënt snel, vakkundig en goedkoper geholpen. In zijn inaugurele rede tot hoogleraar zorgondernemer bij Nijenrode geeft Winter hoog op over Mediq. Winter in 2011: “De aandacht van Mediq verschuift steeds meer van logistiek dienstverlener naar gespecialiseerd zorgverlener. Er werken verpleegkundigen met specifieke productkennis, die advies en instructies geven. Ziekenhuizen, medical malls en gespecialiseerde klinieken kunnen verschil maken door samen te werken met dit soort gespecialiseerde bedrijven. De opnameduur wordt verkort en patiënt hoeft niet onnodig naar de kliniek. Resultaat? Betere en goedkopere zorg.” Als het om de farmacie gaat is Winter niet bijster geïnteresseerd in apotheken. Dat zijn in zijn ogen bakstenen. Als een apotheek onderdeel is van een groot samenwerkingsverband van huisartsen en andere zorgverleners,...

Lees Verder
Tijd voor polderen
Mrt15

Tijd voor polderen

Vandaag kwam de brief van de verkenners binnen. De zorgmonitor van de KNMP en de marktscan van de NZa gingen deze brief voor.  Hiermee is het leesvoer voor de Minister, haar ambtenaren en de Kamerleden gereed, tijd voor de volgende ronde. En alhoewel papier geduldig is, valt niet uit te sluiten dat er van een aantal aanbevelingen uit de brief van de verkenners toch iets terecht gaat komen. Misschien goed om daarom stil te staan bij de belangrijkste zaken. Wat opvalt bij de verkenners en de NZa is de tevredenheid en het optimisme van de meeste partijen over het systeem van vrije prijzen in de farmaceutische sector.  Waarom? De sector presteert goed, tegen lagere kosten dan in de landen om ons heen en de patiënten zijn tevreden tot zeer tevreden. Nederland wordt geroemd in internationale vergelijkingen. Iedereen die openbaar apotheker is, moet dit compliment maar gauw in de zak steken want zo vaak worden deze niet meer gegeven. Beide rapportages zijn een pleidooi voor hand­having van het huidige stelsel. Maar dan de knelpunten. Verzekeraars zijn tevreden maar apothekers bepaald niet. De druk van verzekeraars is niet te weerstaan en er wordt te weinig zorg ingekocht. De grootste onvrede betreft het preferentiebeleid. Het leidt tot gebrekkige leveringszekerheid, hoge werkdruk aan de balie en ondermijning van het traditionele bedrijfsvoeringsmodel. De NZa merkt in haar marktscan op dat apothekers desondanks massaal getekend hebben en dat het inkomen van de apotheker nu geen onderwerp van onderzoek meer is.  De NZa zelf vindt bovendien enige inkoopmacht bij de ver­zekeraars wel functioneel. De verkenners gaan wel in op problemen die de NZa bewust laat liggen. Zij stellen dat de besparingen moeten blijven maar ook dat de knelpunten moeten verdwijnen. Want een sterke geïntegreerde eerstelijns­zorg in de buurt van de patiënt is hard nodig voor een bestendige toekomst. Of er voldoende evenwicht is tussen zorgaan­bieders en verzekeraars vinden de verkenners nog lastig te beoordelen. Het verschil in tevredenheid is echter een veeg teken. De NZa moet dat kritisch volgen en de ‘good contracting practices’ zouden scherper kunnen.  In het begin is er vooral op prijs gecontracteerd. Maar door de prijs­verlagingen mag de kwaliteit en de acute zorg (dienstapotheken) niet in gevaar komen. Net als de beschikbaarheid van geneesmiddelen niet in gevaar mag komen door het preferentiebeleid. Ook op deze punten heeft de verzekeraar een zorgplicht die, volgens de verkenners, misschien nader gepreciseerd zou moeten worden. En een NZa analyse van de financiële positie van de apotheek is bijzonder gewenst. De verkenners doen nog meer aanbevelingen. De koppelingen en kruissubsidies tussen distributie en zorg moeten verdwijnen. Dat belemmert de ontwikkeling van nieuwe distributiemodellen en zorgtaken. Verzekeraars worden...

Lees Verder
Takeda gooit het roer om
Mrt15

Takeda gooit het roer om

Takeda Nederland maakt zich op voor de lancering van zeven nieuwe producten in twee jaar. Adcetris tegen Hodgkin-lymfoom komt op 1 april op de markt. Directeur Aarnoud Overkamp ziet een belangrijke rol voor de apotheker als missing link tussen patiënt en product. “Dan moet de apotheker wel in staat zijn om uit zijn rol van inkoper te stappen om zijn meerwaarde als medicatiespecialist te laten zien.” De tijd van de block busters met hoge winstmarges lijkt in de farmaceutische wereld voorbij. Overal in de wereld zijn farmaceutische bedrijven bezig om van strategie te veranderen, zo stelde onderzoeksbureau Roland Berger Strategy Consultants onlangs vast. Een van de bedrijven in Nederland die het roer omgooit is Takeda. Takeda? Jawel, de Japanse reus heeft sinds twee jaar een vestiging in ons land. En die vestiging in Hoofddorp staat ook nog eens in de Nederlandse top vijftien wat betreft omzet. Het gaat om het voormalige Nycomed. Dat weer een geschiedenis heeft als Altana en Byk. Nycomed was ooit in handen van durfkapitalisten die het bedrijf in 2011 verkochten aan het aan de Japanse beurs genoteerde Takeda. Takeda is internationaal een grote jongen. Met een volle pijplijn zoals dat in vaktaal heet. En met 149 geneesmiddelen in de pijplijn (nr 7 wereldwijd) en in fase 3 claimt het de grootste speler wereldwijd te zijn. De komende 24 maanden komen er maar liefst zeven nieuwe geneesmiddelen op de Nederlandse markt. Grote onbekende Takeda is tot nu toe de grote onbekende in Nederland. Maar dat gaat snel veranderen als het aan algemeen directeur Aarnoud Overkamp ligt: “Takeda wilde als grote speler een positie krijgen in Europa. Met de overname van Nycomed in 2011 werd het direct een speler van formaat. Takeda gelooft in het ontwikkelen van geneesmiddelen voor een duidelijk omschreven groep patiënten. De tijd van uitsluitend block busters op de markt brengen is voorbij, ook voor ons. Toen ik hier in 2011 kwam was de nieuwe strategie van het bedrijf nog niet bekend. Het is dus inderdaad even stil geweest. Maar ik wilde in een keer het bedrijf optimaliseren, in plaats van stap voor stap zaken verbeteren. En de grote omslag, dat gaat dus nu gebeuren.” Takeda lanceert de komende twee jaar dus zeven nieuwe geneesmiddelen. Iedere drie tot vier maanden komt een nieuw product op de markt. “De wereld van de farmacie is sterk veranderd de laatste tijd. Waren we een aantal jaar terug nog een vol jaar bezig met de voorbereiding op die lancering, tegenwoordig is dat nog maar drie maanden. Het gaat dan wel om producten waar wij in geloven en die een toegevoegde waarde hebben voor de patiënt.” Oncologie en dan...

Lees Verder

Pluripharm verstevigt marktpositie van de zelfstandige apotheker

De openbare farmacie heeft het de afgelopen jaren niet makkelijk. De winsten van apotheken zijn enorm onder druk komen te staan. Groothandels ondervinden dezelfde problemen. Om in deze markt te kunnen ondernemen en kansen te benutten, is het noodzakelijk om nauwer samen te werken. Daarom biedt Pluripharm de apothekers ondersteuning op een steeds breder terrein. Pluripharm richt zich specifiek op de zelfstandige ondernemers. Zij zijn namelijk van mening dat openbare farmacie in Nederland nog steeds ‘local business’ is. Een collectieve naam, TV commercials of een uniforme huisstijl bepalen volgens Pluripharm niet waar de klant zijn medicijnen haalt. Dat doet de klant bij de apotheek in de buurt, waar de medewerkers weten wie hij is en de apotheker zijn huisarts kent. Zelfstandige apothekers zijn bovendien gemotiveerde ondernemers die in de loop der jaren een uitstekend lokaal netwerk hebben opgebouwd en in staat zijn om snel en doelgericht in te spelen op plaatselijke ontwikkelingen. Al met al geeft dit de zelfstandige apotheker een betere uitgangspositie dan de ketens met apotheken in eigendom. Nu de marges gekrompen zijn, zien we dan ook dat deze ketens het moeilijk hebben. Toch wordt het ook voor de zelfstandige apothekers steeds lastiger om alles alleen te doen. Een aantal zaken kan beter centraal georganiseerd worden. Pluripharm helpt apothekers hierbij. Want juist de combinatie van lokaal ondernemerschap met centrale ondersteuning levert de beste resultaten op. Als allround dienstverlener richten zijn hun ondersteuning zowel op de achterkant van de apotheek, de backoffice en de logistiek, als ook op de voorzijde, de patiëntenzorg en de contractering. Logistieke dienstverlening Om te beginnen de logistieke ondersteuning. Apothekers kunnen tijd en kosten besparen als ze het dispenseren van de chronische receptuur uitbesteden. Met Central Filling XL van Pluripharm is bijna het gehele assortiment van de groothandel beschikbaar voor geautomatiseerd dispenseren. Recepten die voor 18.00 uur besteld zijn liggen de volgende ochtend in de apotheek, klaar voor aflevering. Door het brede assortiment en de korte levertijd kan de apotheek veel meer receptregels uitbesteden. De ontvangen zakjes met medicijnen hoeven bovendien niet meer geopend te worden in de apotheek om receptregels die in de apotheek zijn klaargemaakt toe te voegen. Door de ingebouwde (barcode)controles kunnen de medicijnen direct meegegeven worden aan de patiënt. Bijkomend voordeel is een aanzienlijke voorraadreductie in de apotheek zonder dat deze ten koste gaat van de servicegraad. Als alternatief voor apothekers die Central Filling XL nog een brug te ver vinden, biedt Pluripharm Central Picking aan. Deze service zorgt ervoor dat de chronische receptuur in de eigen apotheek op een meer efficiënte wijze wordt afgehandeld. Ook dit leidt tot behoorlijke besparingen in tijd, kosten en voorraad en voorkomt dat apotheekmedewerkers...

Lees Verder
Klein, maar innovatief
Mrt15

Klein, maar innovatief

Apothekers die blijven geloven in distributie als toegevoegde waarde zullen het moeilijk krijgen, stelt Ingeborg Lijst, senior zorginkoper van zorgverzekeraar Zorg en Zekerheid. “Wij zetten in op intensieve samenwerking tussen apotheker en huisarts.” Klein, maar innovatief. Zorg en Zekerheid behoort met 400.000 verzekerden tot de kleinste zorgverzekeraars. Maar dat weerhoudt de zorgverzekeraar in de regio rondom Leiden en het Groene Hart er niet van om samen met zorgverleners projecten te starten. In die regio is het de dominante zorgverzekeraar voor ongeveer 400 huisartsen en 120 apotheken. “Regionaal betekent korte lijnen en intensieve contacten met zorgverleners. Die krijgen een prominente rol bij het vormgeven van de eerstelijns zorg in de regio”, zo stelt Ingeborg Lijst, senior zorginkoper Zorg en Zekerheid. “Wij kennen alle huisartsen en apothekers bij naam, en wij kennen de lokale zorg.” Dat het voor een lokale zorgverzekeraar loont om op de huid van de zorgverlener te zitten blijkt uit onderzoek van het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM). Dit instituut houdt al jaren bij hoe huisartsen omgaan met doelmatigheids- en kwaliteitsindicatoren. Bij doelmatigheidsindicatoren wijst de richtlijn geen voorkeursmiddel aan, maar gaat op basis van onderlinge vergelijkbaarheid van de middelen de voorkeur uit naar de goedkoopste. Uit dat onderzoek blijkt dat het loont om huisartsen te belonen aan de hand van uitkomsten op indicatoren. Dat doet Zorg en Zekerheid dus ook en in het jaarlijks onderzoek draait Zorg en Zekerheid dan ook steevast mee in de top, net achter regionale speler Salland. Geïntegreerde KwaliteitZZorg Farmacie “We hebben niet gekozen voor een vechtmodel”, zegt Lijst. “In contracten met zorgverleners gaan we wel uit van de laagste prijsgarantie, maar leggen niet op welk label afgeleverd moet worden. Natuurlijk, dat is een vorm van preferentie, maar de apotheker heeft wel vrijheid om zelf de kleur van het doosje te bepalen.” De afgelopen jaren heeft Zorg en Zekerheid geïnvesteerd in zowel apothekers en huisartsen als in de geïntegreerde eerste lijn. Met als doel het verder verbeteren van de kwaliteit en doelmatigheid van de farmacotherapie in de keten. Zo dalen de zorgkosten. In 2011 werd Geïntegreerde KwaliteitZZorg Farmacie (GKF) geïntroduceerd. “We kiezen voor een geïntegreerd farmaceutisch project voor apothekers en huisartsen binnen samenwerkingsverbanden. Wie wil deelnemen aan GKF moet voldoen aan een ‘mandje’ met verplichte indicatoren, die door het veld zelf zijn ontwikkeld. Partijen moeten minimaal twee farmaceutische zorgprogramma’s vorm geven. In deze eerste fase cardiovasculair risicomanagement, andere opties zijn astma/copd, diabetes of depressie. We toetsen vooraf of deelnemers dit willen en kunnen. Daarom voeren we de intakegesprekken met huisartsen en apothekers samen. Zo moet ketenzorg bestaan en moet het samenwerkingsverband op FTO-niveau 4 zitten. Ook stellen we vooraf een aantal eisen op het...

Lees Verder
Gesol met nieuwe antistol
Mrt15

Gesol met nieuwe antistol

Ontwikkelen van geneesmiddelen kost tijd en geld. Maar is een nieuw geneesmiddel eenmaal beschikbaar, dan kost het nog meer bloed, zweet en tranen om voorschrijvers, industrie, politiek, zorgverzekeraars en apothekers op een lijn te krijgen. Het gesol met de Nieuwe Orale Anticoagulantia (NOAC) is een voorbeeld van wat ons te wachten staat nu de kosten in de zorg steeds meer onder druk staan. Goed nieuws voor de 225.000 patiënten in ons land met atriumfibrilleren! Na 50 jaar hoeven die geen Vitamine-K antagonisten (VKA’s) meer te slikken en geen bezoek meer te brengen aan de trombosedienst. De NOAC’s dabigatran (Pradaxa) van Boehringer Ingelheim en rivaroxaban (Xarelto) van Bayer, betekenen immers een aanzienlijke verlichting voor het dagelijks leven van een grote groep trombosepatiënten. De middelen kunnen oraal ingenomen worden en de regelmatige controle op de juiste mate van stolling (INR) door de trombosediensten is verleden tijd. Hoera, zou je denken. Maar de NOAC’s worden nog niet bijster veel voorgeschreven. De afgelopen periode buitelden de deskundigen en betrokkenen namelijk over elkaar heen als het gaat  om de werking en de bijwerkingen van de NOAC’s, de financiering en de begeleiding van de patiënten. En het gerommel gaat nog wel even door. Dat het onderwerp gevoelig is blijkt direct uit de reactie van fabrikant Bayer, producent van Xarelto. De woordvoerder wil niets kwijt over alles dat ruikt naar antistollingsmiddelen. Ze houdt het bij dat de apotheker altijd een begeleidende rol heeft bij therapietrouw. “Maar verder willen we het debat niet aanwakkeren.” Terug in de tijd Waarom ligt dit alles nou zo gevoelig? Daarvoor nemen we een sprong terug in de tijd. Vorig jaar gaven het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) en de Gezondheidsraad (GR) een positief advies over dabigatran en rivaroxaban voor preventie van CVA en systemische embolie bij boezemfibrilleren. Twee voorlopers in de nieuwe groep orale antistollingsmiddelen. Naast nieuw zijn ze ook kostbaar: de verwachting bij registratie was dat de kosten op jaarbasis tot 150 miljoen extra zou bedragen. Daar staat dan wel tegenover dat de 225.000 patiënten niet meer naar de trombosediensten hoeven om de INR te bepalen. De fabrikanten besluiten niet te wachten op het fiat van de minister of de middelen voor vergoeding in aanmerking komen en lanceren een terugbetalingsregeling. Enkele duizenden patiënten met een fibrillerende boezem krijgen het product terugbetaald door de fabrikant. Een kostbare aangelegenheid want de oude vertrouwde vitamine-K antagonisten kosten een paar euro, een maand dabigatran kost al snel meer dan 100 euro. Over de werking en de bijwerkingen gaan direct de wildste verhalen. Het Lareb telt de bijwerkingen en de doden, radioprogramma Argos stelt de lobby van de industrie weer eens aan de kaak en in...

Lees Verder
Een anticiperende kijk op het zorglandschap
Mrt15

Een anticiperende kijk op het zorglandschap

Meer en betere zorg leveren met minder middelen. Dat is de uitdaging waar de zorgsector voor staat. Ondanks de inzet van goede mensen, waardevolle initiatieven en de enorme urgentie, lukt het niet om fundamentele veranderingen te realiseren. Daarom gingen IT-organisaties PinkRoccade Healthcare en PharmaPartners, beide actief in de zorg, met Benthurst & Co op zoek naar antwoorden. Het resultaat van die zoektocht is vastgelegd in het rapport ‘Het stormt in de polder – een anticiperende kijk op het zorglandschap’ welke op 31 januari jl. werd gepresenteerd aan 80 beleidsmakers in de zorg in de museumkerk op het werelderfgoed Schokland. Gillis Jonk, strategy consultant bij Benthurst & Co neemt de presentatie voor zijn rekening en legt uit dat de focus van het rapport ligt op de noodzakelijke verbetering van de zorg. De gedachte hierbij is dat de gewenste inrichting van het zorgstelsel makkelijker te bepalen is wanneer duidelijk is wat praktisch nodig is om meer en betere zorg te leveren met minder middelen. Om diezelfde reden is bekeken waarom het moeilijk is de Nederlandse zorg te verbeteren. Er is een duidelijke urgentie, er zijn voldoende kansen en ideeën, de betrokkenheid van de juiste mensen is groot, maar toch wil het niet lukken. Fundamenteel verbeteren Volgens Jonk spelen veel factoren hierin een rol. “Doorslaggevend zijn de enorme versnippering, het gebrek aan regie, het feit dat veranderingen diep ingrijpen op de werkwijze van de veelal autonome zorgprofessionals en -organisaties en het ontbreken van de noodzakelijke infrastructuur. De veranderuitdaging wordt hierdoor zo groot, dat het risico bestaat dat de wal het schip zal keren: de grenzen van het beschikbare geld zijn wellicht al bereikt voordat belangrijke verbeteringen zijn gerealiseerd. Korte termijn gerichte, kostenbesparende maatregelen krijgen daarom de overhand en gaan ten koste van investeringen in verbeteringen voor de lange termijn.” Op zoek naar een gezamenlijk doel “Fundamentele verandering in de zorg vereist de inzet en ondersteuning van alle betrokken professionals en organisaties”, aldus Jonk. “Dat heeft alleen kans van slagen als er een gezamenlijk doel is: een doelconfiguratie voor de zorg die alle waardevolle initiatieven de juiste richting geeft. Een vertrekpunt dat vooralsnog ontbreekt in de sterk gefragmenteerde zorg.” Leren van anderen Andere industrieën laten ons zien wat mogelijk is. Gillis Jonk laat inspirerende voorbeelden de revue passeren. “Ford en vele andere autoproducenten laten bijvoorbeeld zien hoe grote netwerken van gespecialiseerde bedrijven gezamenlijk en tegelijkertijd auto’s kunnen ontwerpen, produceren, naar de markt brengen en van reserveonderdelen voorzien. Anderzijds zien we dat meubelgigant IKEA zijn wereldwijde succes voor een belangrijk deel dankt aan de geniale vondst om de laatste stap van het productieproces -de assemblage- aan de consument over te laten. Dit stelt IKEA...

Lees Verder
Pagina 1 van 212