‘Blijf weg van de webshop’

E-commerce als verdienmodel in de farmacie slaat niet echt aan. Initiatieven als nationaleapotheek.nl zorgden een aantal jaren terug wel voor enig rumoer, maar echt aanslaan deden ze nooit. En dan nu is er www.leef.nl, uit de koker van NControl (Mosadex) en de zelfstandige apotheken van Service Apotheek in nauwe samenwerking met Sanoma, bekend van Libelle en Margriet. Niet doen, zegt Prof. dr. Cor Molenaar, hoogleraar e-commerce en trendwatcher. “Apothekers moeten zich verre houden van handel in gezondheidsproducten. Leef, daar geloof ik niet in. Laat de handel in gezondheidsproducten over aan drogisten, want als apotheker heb je je handen vol aan het creëren van een goed imago, het aantonen van je meerwaarde als geneesmiddelspecialist en het inspelen op de behoefte van de klant. Begin daar eens mee.” Lees het volledige artikel in FarmaMagazine 4, vanaf half mei op de...

Lees Verder

Overleven door fuseren of overnemen

Farmacie is toch een mannenwereld? Maar een enkele keer steekt een vrouw het hoofd boven het maaiveld uit. In Amsterdam heeft apotheker en ondernemer Marjan Terpstra met haar De Laraisse apotheek, Jan van Goyen Apotheek en haar bedrijf dat toezicht houdt op zelfstandige behandelcentra de gemeenschap goed wakker geschud. Wie wil overleven als openbare apotheker moet fuseren of overnemen is haar credo. Anders is het sluiten van de tent. “In Amsterdam moeten patiënten straks verder fietsen naar een apotheek”, stelt de vrouw die volgens het Financiële Dagblad behoort tot de tien meest succesvolle onderneemsters in Nederland. En haar eigen ambitie? “Ik heb altijd gezegd: Amsterdam Oud-Zuid behoort mij toe.” Lees het volledige artikel in FarmaMagazine 4, vanaf half mei op de...

Lees Verder

De vrijage tussen Mediq en Jumbo

Supermarkten en apothekers. Wordt dat ooit een succesvol huwelijk? In het verleden zijn er tal van pogingen geweest om apotheek en retail samen te voegen. Zonder resultaat. En nu proberen Mediq Apotheek en Jumbo het opnieuw. In Breda werd eind maart Jumbo Foodmarkt geopend. De klant kan tot 22.00 uur met een bezoek aan de supermarkt het medicijnkastje vullen met producten en geneesmiddelen van Mediq. Het gaat nog om een proef. Maar wat als de resultaten van het eerste servicepunt van Mediq Apotheek in Jumbo Foodmarkt aanslaan? Is een uitrol naar andere Jumbovestigingen mogelijk. Esther de Bruijn, formulemanager van supermarktketen Jumbo en Anco van Marle, directeur commerciële zaken van Mediq Apotheek vertellen de strategie achter een succesvol huwelijk. Lees het volledige artikel in FarmaMagazine 4, vanaf half mei op de...

Lees Verder
Jan Dirk Jansen: Keuzevrijheid
Apr16

Jan Dirk Jansen: Keuzevrijheid

Jan Dirk Jansen: Artikel 13 van de Zvw verplicht verzekeraars op dit moment om een redelijke vergoeding uit te keren aan verzekerden met een naturapolis die gebruik maken van niet-gecontracteerde zorg. Op basis van dit artikel dwong de rechter onlangs CZ nog tot betaling van minimaal 75% van de gemaakte kosten voor niet-gecontracteerde GGZ zorg. Met redelijk wordt namelijk bedoeld dat de vergoeding niet zo laag mag zijn dat deze een hinderpaal vormt om gebruik te maken van niet-gecontracteerde zorg. Voor verzekeraars als CZ is er echter goed nieuws. In een brief van 26 maart kondigt Minister Schippers aan dat verzekeraars, middels een aanpassing van art. 13, straks zelf kunnen kiezen om binnen de naturapolis niets meer te vergoeden voor niet-gecontracteerde zorg. Daar komt nog bij dat in het regeerakkoord is opgenomen dat de restitutie variant van de basisverzekering  in 2014 verdwijnt en wordt overgeheveld naar de aanvullende verzekering. U weet dat verreweg de meeste verzekerden een naturapolis hebben, dat veel mensen de polisvoorwaarden nauwelijks kennen en dat verzekeraars hun verzekerden meestal pas over de gecontracteerde aanbieders informeren als de verzekerde zijn definitieve keuze al heeft gemaakt. Ook de route via de aanvullende verzekering kent veel bezwaren. Veel mensen kunnen zich deze verzekering niet veroorloven of denken deze niet nodig te hebben. Bovendien is er voor deze verzekering geen acceptatieplicht. Verschillende partijen, ook van consumentenzijde, maken zich dan ook zorgen dat dit het einde betekent voor de keuzevrijheid van patiënten. De positie van de consument in de zorg dreigt naar een dieptepunt te kelderen. En om deze positie was het in de stelselwijziging toch te doen? En wat levert het opheffen van de restitutieverzekering op? De Minister wil verzekeraars hiermee stimuleren om selectief in te gaan kopen want ‘de concentratie van voorzieningen zorgt vaak voor een hogere kwaliteit tegen lagere kosten’. Ik vraag mij af of zulke drastische maatregelen nodig zijn. Verzekeraars kunnen ook nu al selectief inkopen en met de opbrengsten het prijsverschil tussen de natura en de restitutiepolis  vergroten. De patiënt die liever zelf wil kiezen kunnen we vervolgens toch gewoon de vrijheid laten om daarvoor iets extra’s te betalen? Ook de eigen bijdrage van een patiënt die voor niet-gecontracteerde zorg kiest is trouwens kassa voor de verzekeraar in geval van een natura polis. Samengevat; waarom zou de markt hier niet gewoon zijn werk kunnen doen? En zou selectieve inkoop gaan werken in de 1e lijn? Als regionaal dominante verzekeraars selectief gaan contracteren wordt de aanbodzijde gedwongen om versneld te consolideren om het risico op een slecht contract of een acuut faillissement af te wenden. Lokale zorgaanbieders zullen maatschappen vormen, zich laten overnemen, in loondienst gaan of...

Lees Verder
De apotheker is vooral zorgverlener
Apr16

De apotheker is vooral zorgverlener

De apotheker is vooral zorgverlener. Het wordt tijd dat apothekers die houding ook actief uitdragen. “Dat betaalt zichzelf terug. Over vijf jaar is de positie van de apotheker als zorgverlener definitief verankerd”, aldus Prof. Marcel Bouvy. Dan moeten er wel 600 apothekers bij. Marcel Bouvy is het ‘farmaceutisch geweten’ van de sector. Hij heeft als voorzitter het Wetenschappelijk Congres van de KNMP achter de rug, staat een dag per twee weken in de apotheek, verricht onderzoek bij SIR (Institute for Pharmacy Practice and Policy) en is hoogleraar farmaceutische patiëntenzorg aan de universiteit van Utrecht. Dat laatste is hij nu vier jaar. Mede dankzij hem staat in het onderwijs de praktijk meer op de voorgrond. Denk daarbij aan praktijkopdrachten waarin de student het gesprek met voorschrijver of patiënt aangaat. “Vroeger waren dit soort zaken minder gestructureerd waardoor de verschillen per opleider groot konden zijn.” Farmacie populair Farmacie is nog steeds een populaire studie. Het aantal studenten stijgt. Studenten die afstuderen vinden ook nog eens snel een baan. Apothekers die van de opleiding komen zijn nu klaar om de rol van zorgverlener op zich te nemen. In de praktijk worden ze echter nog vaak teleurgesteld, omdat ze zich regelmatig met heel andere zaken moeten bezig houden dan patiëntenzorg: namelijk preferentiebeleid en veel administratie. De afgelopen jaren is er ook gewerkt aan het post-academische traject. Er staat nu een nieuwe vervolgopleiding die jonge collega’s state of the art opleidt tot specialist openbaar apotheker. Ook moet er extra aandacht komen voor de herregistratie van de zittende openbaar apothekers. “Zij hebben nooit de huidige intensieve vervolgopleiding gedaan. Natuurlijk is de praktijk de beste leerschool, maar er zijn nog grote verschillen in kennis en competenties. Er is ook te weinig sturing in het volgen van nascholing. Apothekers moeten geholpen worden om zelf te bepalen waar zij nascholing nodig hebben. Dat kunnen bepaalde aspecten van de farmacotherapie zijn, maar ook (project)management of communicatie. Een toets die momenteel ontwikkeld wordt voor de vervolgopleiding kan daarbij helpen.” De ontwikkeling van de apotheker als zorgverlener is niet nieuw. Al in de vorige eeuw lanceerde Dick Tromp, de toenmalige voorzitter van de KNMP, het plan ‘Klaar om te wenden’. Een kleine groep apothekers heeft die stap naar het verlenen van meer zorg aan de balie ook gemaakt, maar voor de grote massa was het kennelijk niet nodig om in beweging te komen: het geld kwam toch wel binnen, zo stelt Prof. Marcel Bouvy. “Met het preferentiebeleid kwam het besef dat er een ander verdienmodel moet komen. Dit heeft geleid tot forse besparingen, maar het leidt de apotheker ook erg af van het verlenen van zorg aan de patiënt.” De discussie...

Lees Verder
Apothekers kunnen veel meer
Apr16

Apothekers kunnen veel meer

Meerjarige contracten met zorgverzekeraars, twee keer per jaar aan tafel met de Minister van VWS en de beloning van huisartsen en apothekers gelijkschakelen. En dan komt het toch nog goed met de toekomst van de farmaceutische zorg en de positie van de apotheker, aldus verkenners Alexander Rinnooy Kan en Robert Reibestein. Het landschap van de farmaceutische zorg is definitief veranderd. Onderhandelbare prijzen, preferentiebeleid en zorgverzekeraars die er samen met apothekers maar uit moeten komen. Dat is de weg naar de toekomst van de farmacie, zoals opgetekend door de verkenners Rinnooy Kan en Reibestein.In twee maanden maakten zij een scan van de toestand in de farmacie. En een aanbeveling voor de toekomst. Eind februari hebben de heren hun brief van negen kantjes aangeboden aan Minister Schippers van VWS. Zij zijn nu klaar met de opdracht. Het is aan de markt en aan de Minister om aan de slag te gaan met de aanbevelingen. Wat heeft u het meest verrast tijdens het onderzoek? Rinnooy Kan: “De emoties die opspelen bij het woord preferentiebeleid. De verdiensten van het preferentiebeleid staat bij niemand ter discussie. 1 miljard besparingen is wel een offer waard. De uitdaging is nu om de negatieve effecten behapbaar te houden. Maar het P-woord levert nog steeds allerlei negatieve gevoelens op. We gebruiken dat woord dan ook maar niet meer.” Reibestein: “De bijeenkomst met de apothekersassistentes. Zij hebben ons laten inzien hoeveel tijd zij kwijt zijn om patiënten uit te leggen waarom die de ene keer een groen doosjes en de andere keer een blauwe krijgt. Aan zorg komen ze niet meer toe zo was de strekking van hun verhaal. Wat een gemiste kans. Dat raakt je.” Wat is de belangrijkste conclusie uit uw onderzoek? Rinnooy Kan: ”De Minister kan verder met het systeem van vrij onderhandelbare prijzen in de extramurale farmaceutische zorg. Alle veldpartijen, dus ook zorgverzekeraars en apothekers, staat een identiek toekomstbeeld voor ogen. Weet dus als apotheker dat ook die ‘lastige’ zorgverzekeraar zich herkent in dit rapport. Er ligt dus een mooie basis om gezamenlijk de problemen die er nog zijn op te lossen.” Waarom zouden gesprekken tussen apothekers en zorgverzekeraars nu wel resultaat hebben? Reibestein: “In ons bijzijn zaten apothekers en zorgverzekeraars aan een tafel. En wat blijkt dan? Op belangrijke onderdelen begrepen ze elkaar en dachten ze er ook nog hetzelfde over. Dat is een mooie basis. Natuurlijk bleven er pijnpunten over, want het gesprek duurde slechts anderhalf uur. Het was heel bemoedigend om te zien hoe ze met elkaar omgingen en ook nog eens hetzelfde doel voor ogen hebben. De Minister neemt ons voorstel over om twee keer per jaar onder haar leiding met...

Lees Verder
Helft minder valincidenten door apothekers
Apr16

Helft minder valincidenten door apothekers

De helft minder valincidenten als heupfracturen en opname in het ziekenhuis als apothekers de medicatie van oudere patiënten eens goed onder de loep nemen? Dat was de uitdaging voor 100 apothekers van Kring in samenwerking met zorgverzekeraar Achmea en SIR Instituut. De resultaten worden na de zomer verwacht. Achmea is met bijna 5,5 miljoen verzekerden marktleider in zorgverzekeringen in Nederland. De verzekeraar ondersteunt diverse zorgprojecten in de eerste en tweede lijn. Bekend is onder meer de Medicatiecheck die al in 2010 van start ging. Een ander project is Valpreventie. Samen met Kring Apotheken, en met inhoudelijke ondersteuning van SIR Institute for Pharmacy Practice and Policy, is het project nu al een tijdje bezig. Een paar getallen om het belang van valpreventie voor apotheker, zorgverzekeraar en patiënt te onderstrepen. Elk jaar vallen ongeveer 800.000 mensen van 65 jaar en ouder, bezoeken 89.000 zelfstandig wonende ouderen de spoedeisende hulp van een ziekenhuis als gevolg van een val en ontstaan er 15.000 heupfracturen. Een kwart van de ouderen met een heupfractuur overlijdt na een jaar. Na een val zijn ouderen ook nog eens extra angstig om te vallen. En die angst leidt weer tot een nieuwe val, een sociaal isolement, verminderde activiteit en uiteindelijk verminderde kwaliteit van leven. Patiënten met een verhoogd valrisico slikken vaak geneesmiddelen die aangrijpen op het centraal zenuwstelsel of op het cardiovasculair systeem. Denk aan langwerkende benzodiazepinen, antidepressiva, morfinomimetica, antipsychotica en neuroleptica, anti-epileptica en vertigomiddelen. Onder de tweede groep vallen onder meer antiarrhythmica, nitraten, diuretica, en RAAS-remmers, bètablokkers en calciumantagonisten. Maar ook dipyridamol en nicotinezuur kunnen tot problemen leiden. Uit een eerste onderzoek van SIR Institute for Pharmacy Practice and Policy bleek dat het aantal valincidenten bij ouderen met de helft kan afnemen door geneesmiddelen die de kans op vallen vergroten eens goed onder de loep te nemen. Tijdens deze pilot zijn 59 wijzigingen in medicatie voorgesteld. 29 daarvan zijn ook doorgevoerd: 14 wijzigingen voor geneesmiddelen voor hart- en vaatziekten en 15 wijzigingen voor middelen die aangrijpen op het centraal zenuwstelsel. Met dank aan de apotheker. Overigens moet het valrisico wel goed worden afgewogen tegen de voordelen van de medicatie, zoals een verlaagd risico op cardiovasculaire complicaties op lange termijn. Mooie kans Een mooie kans voor een zorgverzekeraar. De belangen voor Achmea zijn dan ook duidelijk. Achmea wil dat de kwaliteit van leven van verzekerden verbetert. Dat betekent het terugdringen van het aantal valincidenten en er voor zorgen dat ouderen minder angstig zijn om te vallen Maar ook dat de kosten voor polikliniekbezoek en ziekenhuisopnames door het project gaan dalen. Winst valt er dus zeker te behalen. Voor Achmea gaf de deelname van SIR de doorslag om te...

Lees Verder
eHealth – Het gemak en de informatiebehoefte van de patiënt staan centraal
Apr16

eHealth – Het gemak en de informatiebehoefte van de patiënt staan centraal

Zorggroep Almere zet sinds 2010 nadrukkelijk in op nieuwe, digitale vormen van zorg. “Ik ben ervan overtuigd dat de informatiebehoefte van burgers groter is dan de interventiebehoefte”, verklaart bestuurder Bert Groot Roessink. “Natuurlijk moet de zorg medisch-technisch goed zijn, maar de zorgvraag zal zich steeds meer richten op consultatie, geruststelling en ondersteuning bij zelfmanagement.” Geïnspireerd door het rapport Gezondheid 2.0 van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ), bouwt Groot Roessink aan een zorg­model dat de cliënt echt centraal stelt. eHealth heeft daarin een sleutelrol. Zie het schema hiernaast. “De cliënt heeft met internet een enorme hoeveelheid informatie ter beschikking. Voor en na een bezoek aan de dokter, apotheek of paramedicus, gaan cliënten op zoek naar informatie. En ook ongevraagd komt via de media en de omgeving informatie binnen bij mensen. Daar staan de grijze ring en de pijlen voor.” Het bieden van gerichte ondersteuning in die grijze ring, is volgens Groot Roessink een belangrijke taak en kans voor professionals. “Een chronische patiënt is in een jaar misschien één procent van zijn tijd in contact met zorgverleners. De rest van het jaar bevindt hij zich in de grijze zone.” Samen ontwikkelen, kosten delen In augustus 2010 startte Zorggroep Almere met Fysio Online. Filmpjes met oefeningen die achter een inlogcode op internet beschikbaar zijn voor cliënten. “Eigenlijk ligt daar een traject voor. Tien jaar geleden begrepen we al dat mensen behoefte hadden aan ondersteuning van zelfmanagement. Dat resulteerde in een boekje met adviezen: De Thuisdokter. In 2008 hebben we daar filmpjes van gemaakt en op onze website gezet. Heel basaal: een dokter las de adviezen voor. De NHG heeft dat idee opgepakt en doorontwikkeld. Het resultaat is Thuisarts.nl.” Daar is Groot Roessink blij mee, want dergelijke ontwikkelingen zijn arbeidsintensief en kostbaar. Door de ontwikkeling van nieuwe technologieën die de patiënt centraal stellen en ruimte geven voor zelfmanagement als branche of groep van zorgaanbieders gezamenlijk op te pakken, kun je de investering delen. Daarmee onderschrijft hij één van de punten uit de zorgvisie ‘Het stormt in de polder’ van IT-leveranciers PharmaPartners en PinkRoccade Healthcare. Verdienmodel Bij de vervolgstap in eHealth waren de kosten ook een discussiepunt. Het betrof de implementatie van het patiëntenportaal MijnGezondheid.net (MGn) voor online communicatie met huisarts en apotheek, inzage in het medisch dossier en een actueel medicatieoverzicht. “Het gebruik van MGn leidt structureel tot ongeveer € 150.000,- extra kosten voor de huisartsenpraktijken in onze 23 gezondheidscentra. Daar moet een verdienmodel onder liggen. Dat zouden we bijvoorbeeld kunnen vinden in vermindering van de telefoonbezetting en betere bezetting van de behandelkamer. Met de assistenten die hierdoor beschikbaar komen, kunnen we in de behandelkamer kleine ingrepen door de huisarts...

Lees Verder
SBA: Interne klantgerichtheid
Apr16

SBA: Interne klantgerichtheid

Klantgerichtheid gaat niet alleen over een goede dienstverlening aan cliënten, maar ook over klantgerichtheid naar collega’s. Dit noemen we interne klantgerichtheid: de manier waarop iedere medewerker zich gedraagt en zijn karaktereigenschappen inzet in de interactie met collega’s. Interne klantgerichtheid is van invloed op de onderlinge communicatie en samenwerking achter de balie en dus ook op de klantgerichtheid naar cliënten. Olivia Borghouts is apotheker bij Apotheek de Batau in Nieuwegein. Het team van assistentes werkt verspreid over twee vestigingen in aangrenzende wijken. Met achttien medewerkers volgden zij de teamtraining ‘Interne klantgerichtheid’. “Deze training bestond uit drie avonden en iedere avond had zijn eigen thema. De eerste avond gingen we onze interne processen en logistiek beoordelen.  Wat werkt goed? Is het voor verbetering vatbaar? Waar zitten de eventuele pijnpunten? Je maakt met elkaar een poster met de plussen en minnen van je dagelijkse processen en logistiek. De plussen zijn mooi, maar die lieten we voor wat ze zijn. Het ging voornamelijk over de minnen. De minnen die we belangrijk vonden hebben we opgesplitst in makkelijk oplosbare punten en de complexere gevallen. Dan blijkt dat je na de eerste avond al heel wat punten in je interne processen te pakken hebt die goed te verbeteren zijn. Dat is al een hele winst!” Na de eerste avond krijgen de deelnemers een voorbereidingsopdracht mee naar huis voor de tweede avond. “Dat was een soort van psychologische enquête waarin we vragen over ons eigen karakter moesten beantwoorden. Op basis van de resultaten van de enquête,valt je karakter in een bepaalde persoonlijkheidscategorie. Hierbij kun je denken aan termen als ‘de vormer’, ‘de aanjager’ of ‘de denker’. Tijdens de tweede avond werd iedereen ingedeeld in zo’n persoonlijkheidscategorie met bijbehorende kwaliteiten, maar ook met de nodige valkuilen. Op deze manier leer je elkaar waarderen op de kwaliteiten die een ander heeft, maar accepteer je ook makkelijker de valkuilen die bij deze persoon horen.” In de derde bijeenkomst werd er aandacht besteed aan communicatie en feedback. Je moet daarbij een heel duidelijk onderscheid maken in waarneming en gevoel. “Je leert om een mening te baseren op iets wat je ziet of weet”, aldus Olivia, “en niet op hetgeen je denkt te zien of te weten. Je maakt  onderscheid in feiten en interpretatie. Aan de hand van de persoonlijkheidscatergorieën oefen je dit met je collega’s.” “Aan het einde van de training heb je een beeld van welke karakters er in je team zitten; wat zijn de kwaliteiten van die karakters, waar hebben deze karakters moeite mee? Hoe kunnen andere karakters elkaar hierop aanspreken, zonder dat de stekels omhoog gaan. Je tolerantie naar elkaar verhoogt en dit verbetert de samenwerking in...

Lees Verder
Henk Pastoors: Polderen of folteren
Apr16

Henk Pastoors: Polderen of folteren

Henk Pastoors: Het is alweer even geleden dat de verkenners Rinnooy Kan en Reibestein hun werk hebben gedaan. De openbare farmacie, zo las ik, is goedkoop en toegankelijk. De NZa heeft een marktscan geproduceerd. Zo op hoofdlijnen is er volgens de NZa niet al te veel mis met de openbare farmacie. Mijn buren liggen er niet wakker van. Veel zorgaanbieders gniffelen bij de stuiptrekkingen van de marktwerking die de openbare farmacie doet kraken. Het lijkt een strijd der giganten waarbij de zorgverzekeraars aan de ene kant en de apothekers aan de andere kant staan. In deze dynamiek kwam de KNMP ook nog met een eigen rapportage. Rik van de Meer is weinig gegund om warm te lopen. Als leidinggevende in het ziekenhuis was mijn stelling: ‘je krijgt het personeel dat je verdient’. Als men dan nog mopperde trok ik de lijn door. Je krijgt namelijk ook het management dat je verdient. In deze context kijk ik ook naar de KNMP. Vanuit de grond van mijn hart wens ik de openbare farmacie een sterk en zelfreflecterende koepel. Deze wens spreek ik ook uit richting de zorgverzekeraars, in casu ZN. Waarom? Omdat het orakel van de vrije prijzen in de openbare farmacie dreigt te eindigen op een openbaar schavot, breed uitgemeten in de media. Het imago van de openbare farmacie, de farmaceutische industrie en de (zorg)verzekeraars is wat je noemt; niet best! Er zou wat mij betreft een gezamenlijke opmaat moeten zijn naar een breed publiek debat over de zorg; ‘ De toekomst van de zorg’. Niet alleen als apotheek x in postcodegebied y dreigt te moeten gaan sluiten omdat er te weinig regels worden gedraaid en het locale suffertje dit schokkende bericht de regiokaternen laat domineren. Alle genoemde partijen zijn onderdeel geworden van het imagoprobleem. In plaats van onderdeel te zijn van de oplossing worden ze gepercipieerd met de problemen. Zorg hoort voor de genoemde partijen hoog op de maatschappelijk agenda te staan. Daartoe zou een gezamenlijke zorgagenda moeten worden geformuleerd. Een agenda, waarbij niet het zorgaanbod maar de zorgvraag, de maatschappelijk ontwikkelingen en de feitelijke zorgvraag centraal staan. Zorg wordt nu van alle kanten gepolariseerd. Daarnaast worden begrippen als kwaliteit, selectief contracteren en marktwerking door de slimste jongetjes van de klas handig in de media gemanipuleerd. Zo zag ik laatst zelfs dat het mooiste meisje van de klas, Aysel Erbudak, met tranen in haar bruine ogen durft te stellen dat ze geen kankerpatiënten in het Slootervaart Ziekenhuis wil teleurstellen. Let maar op, ze is bezig met een comeback. Deze mevrouw is geen lid van de NVZ en wat mij betreft moet dat ook maar zo blijven. Als de KNMP...

Lees Verder
Pagina 1 van 212