Nieuwe Hoofdinspecteur Geneesmiddelen bij IGZ
dec30

Nieuwe Hoofdinspecteur Geneesmiddelen bij IGZ

INSPECTIE – Voor het Domein Curatieve Gezondheidszorg, Geneesmiddelen en Medische Technologie van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) is per 1 maart a.s. Hans Schoo als hoofdinspecteur benoemd. Hij volgt Josée Hansen op, die in 1 november naar Genève ging voor een functie bij de World Health Organization (WHO). Hans Schoo is nu nog als directeur Strategie Ontwikkeling verbonden aan het Antoni van Leeuwenhoek, waar hij onder meer verantwoordelijk is voor het ontwikkelen van strategische programma’s, zorgverkoop en de relaties met  andere zorginstellingen. Eerder was hij Manager Zorg en Bedrijfsvoering van het Antoni van Leeuwenhoek en directeur van de Van Leeuwenhoek Kliniek. Binnen het Domein Curatieve Gezondheidszorg, Geneesmiddelen en Medische Technologie van de IGZ wordt de eenheid Geneesmiddelen geleid door Annejet Meijler. Hans Schoo (52) heeft gewerkt in diverse leidinggevende functies in zowel de thuiszorg als bij andere zorginstellingen. Hij heeft een achtergrond in de verpleging, heeft kunstgeschiedenis gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam en heeft een MBA-H van de Erasmus Universiteit Rotterdam. (Per 22 december jl. zijn alle locaties van de Inspectie voor de Gezondheidszorg naar het Stadskantoor van de gemeente Utrecht verhuisd. Dit is direct bij het Centraal Station gevestigd.) Tekst: Kees...

Lees Verder
Marjolein Geleedst-de Vooght: Op het snijvlak tussen 1e en 2e lijn
dec18

Marjolein Geleedst-de Vooght: Op het snijvlak tussen 1e en 2e lijn

Het is druk in de centrale hal van het Rijnstate ziekenhuis. Medewerkers, patiënten en bezoekers lopen door elkaar. Doelgericht en zoekend, vrolijk en bezorgd, jong en oud, ziek en gezond. Iedereen is hier met een reden. Omdat je in het ziekenhuis werkt, omdat je bij je zieke moeder op bezoek gaat of omdat je hersteld bent en je je leven buiten weer kunt oppakken. Vlakbij de ingang van het ziekenhuis ligt de Rijnstate Poli-Apotheek. Hier werkt Marjolein Geleedst-de Vooght, poliklinisch apotheker, klinisch farmacoloog en manager: “De Poli-Apotheek is onderdeel van het grote Rijnstate ziekenhuis. Wij zijn gespecialiseerd in de farmaceutische zorg op het snijvlak tussen de eerste en de tweede lijn.” Ziekenhuis Rijnstate is een topklinisch ziekenhuis met locaties in Arnhem, Zevenaar, Velp, Dieren en Arnhem-Zuid. In de Poli-Apotheek werken, verdeeld over twee locaties: 3 apothekers, 19 assistentes en 1 farmaceutisch medewerker. Heb je bewust gekozen voor het werken in een Poli-Apotheek? Marjolein: “Na mijn opleiding heb ik als tweede apotheker gewerkt in een openbare apotheek in Utrecht. Dat vond ik leuk maar op een zeker moment wilde ik verder. Ik heb toen de opleiding tot klinisch farmacoloog gevolgd. Ik mocht meelopen met visites van de artsen en meekijken in de ziekenhuisapotheek. Daarnaast heb ik onderzoek gedaan. Het was een verdiepingsslag. Ik werk sinds 2011 in deze Poli-Apotheek en het bevalt me prima. Hier komen vooral mensen die met ontslag gaan of een arts hebben bezocht op de poli. We zorgen voor een goede overgang op het gebied van medicatie na een ziekenhuisopname – of poliklinisch bezoek – en thuis.” Die overgang kan toch ook worden verzorgd door de ‘thuisapotheker’ van een patiënt? “Zij kunnen dat natuurlijk ook maar wij hebben meer informatie omdat we toegang hebben tot het ziekenhuissysteem. Wij kunnen zien wat er tijdens de opname van de patiënt is gebeurd. En het grote voordeel van een poliklinische apotheek is dat wij een onderdeel zijn van het ziekenhuis. De lijnen met specialisten en verpleegkundigen zijn kort. Wij krijgen regelmatig recepten met nieuwe geneesmiddelen en dan is het toch fijn dat je elkaar gemakkelijk kunt bereiken als je vragen hebt. Dat is voor een openbare apotheker wellicht lastiger. Andersom weten de artsen ons ook te vinden als ze iets willen vragen. Het is fijn dat ze een vast aanspreekpunt hebben. Toen we net met de Poli-Apotheek begonnen waren apothekers in de regio wat terughoudend: nog een speler in de markt erbij. Inmiddels zijn Alphega Apotheken Arnhem mede-eigenaar geworden en zijn de verhoudingen met de openbare apothekers in de regio heel erg goed. Het is gangbaar geworden dat ieder ziekenhuis een poliklinische apotheek heeft, zeker ook door een toename...

Lees Verder
It takes two to tango
dec17

It takes two to tango

Alle problemen in een klap opgelost: de apotheker in dienst van de huisartsenpraktijk. Met de apotheker halen huisartsen een specialist in huis. Zo wordt die medicatiebeoordeling eindelijk wel een succes. De apotheker blij met de erkenning, de patiënt blij want die heeft nu een apotheker tegenover zich die praat en hem wel begrijpt. En de zorgverzekeraar vindt het ook een prima plan, Bas. Je doelt op de proef van clinical pharmacist Anne Leendertse, Niels? Zet tien speciaal opgeleide apothekers in evenveel huisartsenpraktijken, laat die klusjes in opdracht van de huisartsen doen en schuif de rekening van zeven ton door naar Achmea. Opgelost. In alle ernst: dit model heeft een kans van slagen. Maar iets fundamenteels rond deze nieuwe relatie huisarts en apotheker knelt wel heel erg: de apotheker wordt van een soort ondergewaardeerde opdrachtnemer in een klap een volwaardige collega van de huisarts. Ik begrijp je punt, Bas. De apotheker in dienst van de huisarts laat in een keer zijn legitimatie los en geeft zich over aan de grillen van de huisarts. Zo komt er een einde aan het domeindenken. Maar dan wel eenzijdig. Dat bedoel ik, Niels. De huisarts neemt de apotheker volledig op in zíjn domein. Een dergelijke eenzijdige overname is toch helemaal niet nodig? In deze tijd van Skype, WhatsApp en e-learning is het toch veel eenvoudiger om alle openbare apothekers bij te scholen tot clinical pharmacist? Een pratende, communicatieve apotheker, zeg maar. Die kan zich dan bezighouden met logistiek en met farmacotherapie 2.0. Geen nieuw model introduceren, maar een bestaand model aanpassen. Ik zie het helemaal voor me Bas! Succesvol samenwerken in de eerste lijn vraagt om begrip en inzicht in elkaars expertise en werkwijze. Dat maakt de proef van Anne Leendertse ook zo fascinerend. Als zij inderdaad aantoont dat een bijgeschoolde en pratende apotheker de farmacotherapeutische behandeling veiliger, doelmatiger en goedkoper maakt, dan wordt het tijd dat huisartsen en apothekers hun oude domeindenken nu eindelijk eens ritueel verbranden en samen een innovatieve kwaliteitsslag maken. Pak jij de aansteker alvast, Niels?...

Lees Verder
Column Maayke Fluitman: Maak oma niets wijs…
dec17

Column Maayke Fluitman: Maak oma niets wijs…

“Probeer oma niets te vertellen, want oude mensen blijven toch koppig aan hun overtuiging vasthouden. Dit is het heersende beeld van ouderen, maar de Amerikaanse onderzoekster Penny Visser en haar collega laten zien dat mensen van middelbare leeftijd eigenlijk veel koppiger zijn dan bejaarden” (Psychology Today, juli/augustus 1999)*   Oma en de apotheker, wat hebben zij gemeen? Beiden worden gehinderd door een negatieve beeldvorming  die maar moeilijk te veranderen is. Getuige ook het artikel “Wennen aan de nieuwe werkelijkheid” in de november-editie van FarmaMagazine. Niet alleen in dit artikel, in veel – zeg maar gerust in zeer veel – opiniërende artikelen in de media wordt de openbaar apotheker vaak nog beschreven als een, eigenlijk overbodige, distributeur van geneesmiddelen. Dit eenzijdige beeld kan de beroepsgroep maar niet van zich afschudden. Ondanks, al dan niet wetenschappelijk, bewijs blijft dit beeld op het netvlies van velen gebrand. Een verwijzing naar een 15 jaar oud  onderzoek stemt u in deze waarschijnlijk niet erg positief, want ook ouderen worden nog steeds gezien als minder flexibel dan de generaties die hen volgen… Hoe komt het toch dat wij mensen zo hardnekkig vasthouden aan eens gevormde vooroordelen? En waarom is het zo ontzettend moeilijk om deze opvattingen te veranderen? Ik realiseer me dat ik onmogelijk een antwoord hierop kan geven in deze column, al was het maar vanwege het maximaal aantal woorden. Maar misschien moeten we ook het beeld niet veranderen maar de aanvliegroute verleggen. Want inderdaad bol.com heeft aangetoond dat de vertrouwde boekwinkel moest hervormen om te overleven. Maar wat bol.com niet heeft aangetoond is dat de schrijver overbodig is geworden. De schrijver is immers de creator van het door bol.com ingepakte en verstuurde pakketje. De schrijver wordt al eeuwen op een voetstuk geplaatst vanwege zijn bijdrage aan onze samenleving. Typemachine, computer en online shoppen hebben daarin geen verandering gebracht. Een schrijver is een professional met een talent dat hij deelt met anderen. Moet de apotheker niet eerder vergeleken worden met de schrijver dan met de boekwinkel? Immers zijn unieke, specifieke kennis is de meerwaarde die aan het doosje wordt toegevoegd om tot het gewenste resultaat van de medicamenteuze therapie te komen. Het is zijn universitaire expertise en ervaring die medicijngebruik optimaliseert en veilig maakt. Daarmee draagt de apotheker bij aan een gezondere samenleving. Laat experts maar discussiëren over de slimste transportoplossing, zolang maar duidelijk blijft dat het pakketje dat moet worden verplaatst van A naar B, ook de specifieke bijdrage van de apotheker bevat om tot een juist eindproduct te komen. Van bol.com verwacht ik ook geen boek, vandaag besteld morgen in huis, met lege bladzijdes. De uitkomst van het onderzoek van P. Visser...

Lees Verder
Rode vlaggen sturen de medicatieveiligheid
dec16

Rode vlaggen sturen de medicatieveiligheid

“De Rodevlaggen-app werkt prima, maar geeft bovendien een impuls aan de samenwerking tussen de zorgverleners in Schagen en omstreken.” Aouktje Kaspers van de Schager Apotheek is overtuigd van het instrument en voorziet een snelle uitbreiding in Noord-Holland in 2015. Ze leidt de Schager Apotheek met twee vestigingen in de kop van Noord-Holland. “Bij de opening in september 2013 van het gezondheidscentrum, waarin we nu gevestigd zijn, werd ik aangesproken door de wijkverpleegkundige Judith van Leeuwen van de thuiszorgorganisatie Omring. Zij vertelde over de ontwikkeling van een Rodevlaggen-instrument waarmee waarnemingen op het gebied van medicatieveiligheid worden vastgelegd. Ik was direct geïnteresseerd en we hebben met alle betrokken partijen een projectgroep gevormd om het instrument verder uit te werken. De Regionale Ondersteuningsorganisatie ZONH zorgt voor de projectorganisatie.” Melding vastleggen zonder schrijfwerk “Zo kwamen we in contact met wetenschappelijk adviseur en apotheker Eric Hiddink van Health Base, die samen met Carolien Sino, verpleegkundige en instituutdirecteur Verpleegkundige Studies Hogeschool Utrecht, de app heeft bedacht,” vervolgt Aouktje Kaspers. “De idee erachter is dat verzorgenden en helpenden bij de cliënten thuis de ogen en de oren zijn van andere zorgprofessionals, zoals de apotheker en de huisarts. Maar hoe geven ze de signalen door? Via de iPhone kunnen zij met deze app, eventueel met een foto toegevoegd, een rode vlag maken. Dat wil zeggen een melding vastleggen zonder schrijfwerk en administratieve afhandeling.” De app helpt thuiszorgmedewerkers in het observeren en herkennen van signalen die kunnen duiden op een medicatieprobleem. Wij komen niet achter de voordeur Apotheker Aouktje Kaspers geeft een voorbeeld. “Een wijkverpleegkundige kwam bij en dame die wekelijks haar medicijnen in een Baxterrol krijgt geleverd, met hiernaast los pijnmedicatie. Deze pijnmedicatie nam zij alleen in wanneer de verpleegkundige het aangaf met als gevolg dat zij veel onnodige pijn had. Dit is gemeld met een rode vlag. Door de pijnmedicatie tijdelijk in de Baxterrol op te nemen, is dit probleem makkelijk en snel opgelost. Bij een andere cliënt bleken nog allerlei doosjes met medicijnen door het huis te zwerven na de overgang op de Baxterrol. Wij leveren wel aan huis af, maar komen niet achter de voordeur. De wijkverpleging heeft dit geconstateerd en een vlag gestuurd naar de apotheek. Wij konden hierna de overbodige medicijnen inzamelen.” Vroegsignaling “Door rapportage van de problemen die de thuiszorg constateert bij het gebruik van medicijnen, kunnen op voorhand medicatiegerelateerde problemen worden voorkomen. Deze vroegsignalering zal de medicatieveiligheid van de cliënten ten goede komen, kunnen ziekenhuisopnames worden voorkomen en dat werkt kostenbesparend in de zorg,” stelt Aouktje Kaspers tevreden vast. Judith van Leeuwen, de wijkverpleegkundige van Omring in Schagen, vertelt: “Wij signaleren geregeld problemen die veroorzaakt kunnen worden door medicijnen. Het...

Lees Verder
Column Henk Pastoors: Een meer dan zalig uiteinde!
dec15

Column Henk Pastoors: Een meer dan zalig uiteinde!

Mijn adem stokt… Hoe moet ik verder met mijn leven? Waar vind ik nog enig houvast? Een midlifecrisis bij ons valt natuurlijk in het niets bij al die arme stakkers in Homs, Aleppo of ‘Ebolaland’ Daar begint alle ellende al bij de geboorte en zal nooit ophouden. Maar wij hebben het ook niet makkelijk. Van de ellende op de bejaardenberg rolt zowaar de moeder van de staatssecretaris in de klauwen van de graaiende media. Die weten er wel raad mee. Heleen Dupuis is met haar reactie kansloos, haar repliek heeft veel weg van autisme. Fout! Als je op internet ziet wat ze allemaal doet, vraag je je toch af wanneer ze überhaupt nog tijd heeft om haar nagels te lakken – of nog erger – in haar eigen instelling te komen. Maatschappelijke sensitiviteit lijkt ver weg. 30 miljoen in kas van de instelling en urine die langs de enkels loopt. Hoe leg je dat uit? Mijn analyse is de volgende: Henk Krol zit in de kascommissie en weet niet waar dat geld is gebleven. Waarom verwerken we onze bejaarden niet gewoon in onze  frikadellen, leggen ze op een rooster of, gezien de gezellige decembermaand, bakken we ze als krenten mee met de oliebollen? Hoe kan ik nog hoop hebben? Cardiologen met het hart op de verkeerde plaats, die propjes naar elkaar schieten en wegkomen met een berisping. Theo Langejan die ondertussen ‘doodleuk’ klussen voor VWS schijnt te doen. Lea Bouwmeester die kort door de bocht het optreden van zorgverzekeraars vergelijkt met het debacle bij woningcorporaties. Wij maar ploeteren met het bruto kaderzorg. Dan ook nog een kamervoorzitter die moet googelen wat eigenlijk ICT betekent. En alsof het nog niet genoeg is een NZa-rapport over de incestueuze relatie tussen de NZa en VWS. Als klap op de vuurpijl weer die nationale knuffelhomo Henk ‘Bol’ die als Tweede Kamerlid lijdt aan gelegenheidsdementie: hij weet niets meer van subsidiegelden. Of neem de tandartsen die met praatjes niet de gaatjes maar vooral hun eigen portemonnee vullen. Help mijn mensbeeld wankelt! Gelukkig zit mijn houvast in de zorg en vooral in die van de zorgprofessionals die elke dag weer enthousiast hun schouders er onder zetten en de portemonnee niet laten prevaleren. Trots ben ik op ze! Ik heb vertrouwen in het besef dat medisch specialisten in 2015 nog prima hun ding kunnen doen. Dat de eerste lijn gewoon gaat doen waarvoor ze is aangenomen: de menselijk maat in de zorg terugbrengen. Ik ga elke dag meer van ze houden. Zeker van apothekers. De NFZ en Mediq die blijven innoveren met een majoor Bosshardt-achtig vertrouwen in zorgverzekeraars en reële verdienmodellen. Het is ‘prijzenswaardig’, en nu...

Lees Verder
Apotheker en huisarts: een vreemd spanningsveld
dec15

Apotheker en huisarts: een vreemd spanningsveld

Door zijn werk als verantwoordelijke apotheker groothandel en logistiek bij DocMorris (postorderfarmacie vanuit Nederland voor de Duitse markt) is Joost Koch goed op de hoogte van de Duitse eerstelijns gezondheidszorg. “Het is daar nog een beetje zoals het tot 2006 in Nederland was”, vertelt hij, “met een ziekenfonds en een particuliere verzekering. De huisarts en de apotheker werken daar strikt gescheiden van elkaar. Patiënten zijn er veel minder apotheekvast dan in Nederland. De medische verantwoordelijkheid – ook voor het medicatiedossier – ligt er bij de arts. Dit legt een grote verantwoordelijkheid bij de patiënt die zijn geneesmiddelen van meerdere apotheken betrekt. Niet echt een beter systeem dan in Nederland dus, zeker omdat het ICT-systeem in Duitsland net zomin op orde is als bij ons, al zou je misschien ook voor Nederland wensen dat patiënten meer verantwoordelijkheid namen voor hun eigen dossiers. Wat verder in Duitsland speelt, is het systeem van bijbetalingen. Postorderapotheken hebben daarop ingespeeld, door de patiënt aan te bieden een deel van die kosten voor zijn rekening te nemen.” In Nederland is die postorderfarmacie nog minder van de grond gekomen dan bij onze oosterburen. Toch zal dit wel gaan gebeuren, verwacht Martin Bontje, voorzitter van brancheorganisatie InEen, het samenwerkingsverband van alle professionals in de eerstelijns gezondheidszorg. “Je ziet dit in alle business tot consumer markten gebeuren”, zegt hij, “dus ik zou niet weten waarom het in de farmacie uiteindelijk niet ook op grotere schaal gaat komen.” Zorg en distributie Betekent dit dan ook dat er minder openbare apotheken zullen komen? “Het zullen er in ieder geval veel blijven”, zegt Bontje. “En ook zorg en distributie zullen voor een belangrijk deel bij elkaar blijven. De distributie vormt een wezenlijk onderdeel van hoe je de apotheekzorg organiseert. Je kunt die wel efficiënter organiseren, met name voor die patiënten die minder zorgbehoefte hebben maar gewoon regelmatig een nieuwe voorraad van hun geneesmiddelen nodig hebben.” Koch zegt zich te kunnen voorstellen dat de distributie voor deze groep patiënten net als in Duitsland al meer het geval is ook in Nederland niet blijft zoals die nu is, maar wordt uitbesteed aan de partij die dit het goedkoopst kan doen. “Dat zie ik een zelfstandig gevestigde apotheek in de toekomst niet meer doen”, zegt hij. “Een keten zou het wel kunnen, maar het kan ook een Albert Heijn-achtige distributeur zijn als die erin slaagt te voldoen aan de wettelijke definitie voor een apotheek. Die ontwikkeling zou binnen de huidige wetgeving mogelijk moeten zijn. En je ziet nu al dat patiënten, als ze spreken over hoe tevreden ze over de apotheek zijn, het met name hebben over de laagdrempeligheid en het aanspreekpunt in de...

Lees Verder
NHG-Standaard ADHD  bij kinderen herzien
dec15

NHG-Standaard ADHD bij kinderen herzien

De diagnose ‘ADHD’ heeft een lange en bonte geschiedenis. De gedrags­problemen  (‘some abnormal psychical conditions in children’) die men nu samenvat onder de naam ADHD zijn in 1902 voor het eerst in de Lancet beschreven door de Britse kinderarts Sir George F. Still. In 1937 werkte de Amerikaanse arts Charles Bradley in een inrichting voor moeilijk hanteerbare jongens, het Emma Pendleton Bradley Home in Providence, Rhode Island. In een poging hun hoofdpijn te behandelen schreef hij benzedrinesulfaat voor en zag tot zijn verbazing dat de schoolprestaties, sociale interacties en emotionele reacties aanzienlijk verbeterden. Hij breidde zijn klinische experimenten heel zorgvuldig uit en kwam tot de conclusie dat benzedrine een waardevol geneesmiddel was voor jongeren met bepaalde gedragsafwijkingen. Aanvankelijk werd niet veel aandacht aan zijn publicaties besteed en het zou zo’n 25 jaar duren voordat men er werkelijk mee aan de slag ging. In de loop der jaren zijn de bovengenoemde gedragsproblemen in de Angelsaksische literatuur met een goot aantal verschillende termen aangeduid: brain-injured, brain-damaged child, hyperkinetic impulse disorder, hyperexcitability syndrome, clumsy child syndrome, hyperactive child syndrome, hyperkinetic reaction of childhood, minimal brain dysfunction, organic brain disease, en nervous child. In 1980 verscheen de derde editie van de Diagnostic and Statistical Manual (DSM-III) met daarin de benaming ‘attention deficit disorder’ voor deze gedragsstoornissen. Predispositie Pas in de herziening van deze derde editie (DSM-III-R) in 1987 wordt deze aandoening ‘attention deficit hyperactivity disorder’ genoemd: ADHD. In het Nederlands gebruikt men de term ‘aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit’ of ‘aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis’. Met behulp van ‘positron emission tomography’ (PET) en fMRI scans is in de negentiger jaren aangetoond dat er in de hersenen van patiënten met ADHD  afwijkingen aantoonbaar zijn ten opzichte van de hersenen van gezonde proefpersonen. Men ziet ADHD thans als een uiting van een verstoorde ontwikkeling met vaak een genetische en familiaire predispositie. Onder invloed van ongunstige omgevingsfactoren komt deze predispositie tot uiting. Volgens DSM-5 moeten voor de diagnose ADHD minimaal zes van de negen kenmerken van onoplettendheid en van die van hyperactiviteit en impulsiviteit aanwezig zijn geweest gedurende minstens zes maanden, in een mate die niet in overeenstemming is met het ontwikkelingsniveau en die een negatieve invloed hebben op sociale, schoolse of beroepsmatige activiteiten. Voor een opsomming van deze lijst van kenmerken verwezen zij naar de DSM-5 (www.dsm-5-nl.org; www.dsm5.org). De DSM-5 onderscheidt drie vormen van ADHD, naar gelang van de mate waarin deze kenmerken aanwezig zijn. De meest voorkomende vorm is het gecombineerde beeld, waarbij zowel sprake is van onoplettendheid als van hyperactiviteit-impulsiviteit. Minder vaak gediagnosticeerd wordt het overwegend onoplettende beeld (ook wel ADD genoemd), en het overwegend hyperactieve-impulsieve beeld komt het minst vaak voor. Om te kunnen spreken van ADHD moet...

Lees Verder
Anne Leendertse: Apotheker in dienst van de huisarts
dec12

Anne Leendertse: Apotheker in dienst van de huisarts

Apothekers in de huisartspraktijk maken patiënten beter met pillen maar vooral met praten. Dr. Anne Leendertse gelooft in de apotheker in dienst van de huisartsenpraktijk. In tien praktijken draait de apotheker al mee als volwaardige zorgverlener. En als collega van de openbare apotheker. Is ze nu apotheker of onderzoeker? Of een Don Quichot die vecht tegen de zittende orde die zo graag vasthoudt aan veilige conventies? In ieder geval is zij heilig overtuigd van de toegevoegde waarde van de apotheker als zorgverlener voor de individuele patiënt. Anne Leendertse noemt zichzelf clinical pharmacist. Een apotheker die naast de patiënt staat en die de patiënt behandelt als individu, met een eigen zorgvraag. Een apotheker zonder drop, zoals ze dat zelf noemt. Ze is bekend van het HARM-onderzoek dat in 2008 aantoont dat 1 op de 18 patiënten door medicatiefouten acuut in het ziekenhuis terechtkomt. Dat onderzoek was een opstapje naar haar huidige onderzoek. In het Julius Centrum in Utrecht, dat onderzoek doet naar gezondheidswetenschappen en eerstelijnsgeneeskunde startte in maart van dit jaar het onderzoek naar de rol van de apotheker-farmacotherapeut bij de huisarts. Waarom bent u begonnen met het onderzoek apotheek in de huisartspraktijk? “Twee jaar ben ik bezig geweest om de medicatiebeoordeling te implementeren in de apotheek en huisartspraktijk. Dat heeft niet de gehoopte gezondheidswinst opgeleverd. In de openbare apotheken lukte het niet om onder de huidige omstandigheden de farmacotherapie te optimaliseren. Bovendien hebben apothekers het al zo druk en is er weinig tijd in de apotheek om de beoordeling echt goed te doen. Daarnaast is de samenwerking tussen openbare apotheek en huisarts niet altijd optimaal. Tot slot hebben apothekers niet veel klinische ervaring en zijn onvoldoende vaardig om een consult te voeren met de patiënt. Maar ik wilde niet opgeven.” Omgaan met onzekerheden Volgens Leendertse is er in huidige opleiding tot apotheker onvoldoende aandacht voor klinisch denken en doen. De nadruk ligt vooral op de medicatie.  “De opleiding is productgericht. Het woord patiënt valt wel, maar leren denken als een patiënt, daar is weinig aandacht voor. De focus op dat productgerichte zie je terug in de dagelijkse praktijk van de openbare apotheker. Apothekers zijn nu eenmaal gewend om tot vier decimalen achter de komma te denken en te handelen. Onmisbare kwaliteiten als het gaat om controleren van medicatie of de analyse van patiëntengroepen. Maar in de wereld van de zorg, en zeker in die van de patiënt, moeten apothekers leren omgaan met onzekerheden. Afwegingen maken en  verantwoordelijkheid nemen voor je besluiten, dat vinden apothekers een uitdaging. En toch zijn juist dat competenties die je nodig hebt, wil je een goed consult voeren met de patiënt. Wat zegt de patiënt...

Lees Verder
Column ApotheekPartners: Sensatie door innovatie
dec09

Column ApotheekPartners: Sensatie door innovatie

Doe maar normaal dan doe je al gek genoeg Je hoort het mensen zeggen als er plannen zijn om wat nieuws door te voeren: ‘Is dat wel nodig?’, ‘Kan dat niet anders?’, ‘ Kost dat zoveel geld? Nou, dan kunnen we het ook zelf!’ Verandering brengt opschudding met zich mee. Veranderen doe je ook niet zomaar, dat werkt niet. Veranderen gaat stapje voor stapje. Samen veranderen Onze visie is om meer tijd te maken voor zorg in de (ziekenhuis-) apotheek. Om dit te bewerkstelligen is verandering noodzakelijk. Dit klinkt heel mooi, maar is lastig door te voeren in de praktijk. Betrokkenheid De eerste stap die belangrijk is om betrokkenheid te creëren in het gehele team om te veranderen. Het klinkt voor de hand liggend, toch gebeurt dit veel te weinig. Want innoveren doe je samen. Hiërarchie heeft weinig zin en werkt verandering vaak juist tegen, dit zal ten koste gaan van de optimale winst. Dus zal een organisatie moeten veranderen van hiërarchisch,  niet persoonlijk en gesloten naar gelijkwaardigheid, verbondenheid en openheid. Kennis delen De reden dat de betrokkenheid er niet is, is vaak heel simpel: medewerkers weten niet waarom er veranderingen gaan plaatsvinden. Dus waarom zouden ze zich gaan aanpassen? Als je vanuit het team – de werkvloer – de verandering laat doorvoeren dan is de kans op de werkelijke innovatie veel groter. Stappenplan De volgende stap is om samen een doel te beschrijven. En om deze vervolgens samen te gaan bereiken. Is een stappenplan gebruiken de juiste manier? Natuurlijk kan het helpen als leidraad, maar het moet geen doel op zich zijn. Gedurende het proces kom je vaak onverwachte dingen tegen. En deze passen niet in een vast stramien. Blijf continu met elkaar denken: hoe gaan we tot ons doel komen? Ja, hoe dan? Omarm vooral de sensatie rondom de innovatie. Doordat mensen een weerwoord gaan geven laten ze juist blijken dat het ze raakt, het doet wat met ze. Maak hier juist gebruik van en vraag door. Concretiseer waarom het ze raakt, wat het met ze doet. Bedenk vooral samen mogelijke oplossingen, verbeteringen en voer daarop de verandering door. Bespreek ook samen hoe je het beste de verandering kan doorvoeren. Transparantie is hierin het sleutelwoord. En onderschat niet hoeveel intellectueel kapitaal je binnen je apotheek eigenlijk hebt. Ik, jij, wij Onze missie is veranderen. De farmaceutische zorg moet hier en daar veranderen om mee te groeien met de (technologische) markt. De apotheek is dé sleutelfiguur hierin en kan zijn centrale rol pakken en laten zien dat hij de farmaceutische schakel is in het geheel. Wij willen niet veranderen, de apotheek moet het willen. Wij denken graag mee...

Lees Verder
Pagina 1 van 212