Column Henk Pastoors: Zwarte Pieten
Nov19

Column Henk Pastoors: Zwarte Pieten

Van mij mogen ze. De Zwart Pieten, lippen zo rood als Hollandse tomaten en met oorringen waar ‘ons’ Friese Epke graag in zou hangen. De reuring die hierover is ontstaan, vind ik net zo opzienbarend als mooi. Stierengevechten mag van ons niet en zeehondjes doodknuppelen, naar goed lokaal gebruik, is ook al heel fout. Wij Nederlanders oordelen graag. Maar laat anderen niet aan onze Zwarte Piet komen. Dat is een volksfeest, en ik ben de laatste die dat wil bederven. Ook als het over private equity in de zorg gaat, hoeven van mij de slingers niet weg. De wiskundemeisjes kunnen het u ongetwijfeld beter uitleggen dan ondergetekende, maar ik zal mijn best voor u doen. In de zorg en zeker in de farmacie, biotech en ICT zijn private equity of beursnoteringen helemaal geen zeldzaamheid. Met allerlei romantische statements op de websites als ‘Wij maken mensen beter’ en ‘We gaan voor uw zorg’ gaat het bij deze bedrijven net als in het echt om winstmaximalisatie. Eruit persen wat erin zit, leidt tot aandeelhouderstevredenheid en een gelukzalige stemming in de directiekamers. Handel met zorg bedrijven. Is daar eigenlijk wat mis mee? Of ligt in de basis misschien ook de parel die ons tot innovaties heeft geleid? Maar wat doen we dan met die onderzoeksterreinen waar aan de vraagkant behoefte is, maar waar nooit iemand miljonair van zal worden? Malaria is misschien wel het meest beschamende voorbeeld waar niemand wakker van ligt. Private equity, winstmaximalisatie en zorg. Het is een ingewikkeld huwelijk met evidente kenmerken van trouw beloven en opzij kijken of er ogenschijnlijk nog iets aantrekkelijkers voorbij komt. Dat de spagaat tussen zorg en een verdienmodel veel apothekers tot diep in het kruis pijn doet, hoef ik niemand uit te leggen. VWS heeft de NZa met haar beleidsregels als relatiebemiddelaar ingevoegd. Toch zullen de nieuwe eigenaren van Mediq onderdeel zijn van een hokus-pokus waarmee over ongeveer vijf jaar zo’n 800 miljoen euro aan de zorg is onttrokken. Kort door de bocht? Zou kunnen… Het is paradoxaal omdat juist deze keten op heel veel fronten het meeste initiatief heeft genomen. Is dat te danken aan bestuurlijke moed, leiderschap of een positieve bijwerking van een pervers model van private equity en winstmaximalisatie? Het is herfst, ook deze column zal wel overwaaien. Maar ik nodig u van harte uit tot een fundamenteel gesprek over private equity in de zorg. U moet maar voor uzelf uitmaken of u hierover wilt Zwarte...

Lees Verder
COPD: Farmaceutische patiëntenzorg in KNMP richtlijn vastgelegd
Nov18

COPD: Farmaceutische patiëntenzorg in KNMP richtlijn vastgelegd

Chronic Obstructive Pulmonary Disease, beter bekend als COPD, is een ernstige en invaliderende chronische aandoening die niet kan worden genezen. De niet volledig reversibele luchtwegobstructie is meestal progressief en het gevolg van een ontstekingsreactie van de longen op schadelijke deeltjes of gassen, heel vaak sigarettenrook. Normaal longweefsel verdwijnt en wordt vervangen door bindweefsel. Er ontstaat emfyseem. De gevolgen laten zich raden: toenemende benauwdheid en kortademigheid al dan niet in combinatie met hoesten en opgeven van slijm (sputum). Het betreft een grote groep patiënten. Men schat dat in Nederland meer dan 350.000 mensen lijden aan COPD. Daarbij komt nog een aantal mensen – vaak rokers – die nog niet bekend zijn met COPD. De prevalentie van COPD in Nederland is ongeveer 2%. Een gemiddelde Nederlandse apotheek kent dus ongeveer 160 patiënten met COPD, 90 mannen en 70 vrouwen. Multidisciplinair Zorg voor mensen met COPD is bij uitstek multidisciplinair. Andere apothekers, huisartsen, praktijkondersteuners, longartsen, longverpleegkundigen, diëtisten, fysiotherapeuten, wijkverpleegkundigen en thuiszorgmedewerkers zijn alle betrokken bij de zorg voor deze kwetsbare groep patiënten. De KNMP heeft nu in de KNMP-richtlijn COPD vastgelegd wat van de openbare apotheker in deze ketenzorg mag – moet – worden verwacht. Het wekt geen verbazing dat daarbij de nadruk ligt op de farmacotherapeutische behandeling en begeleiding vanuit de apotheek. Bij de algemene doelstelling van de farmaceutische zorg maakt men onderscheid tussen de behandeldoelen op korte termijn en die op lange termijn. Op de korte termijn gaat het om vermindering van de klachten, verbetering van het inspanningsvermogen, preventie en behandeling van exacerbaties en verbetering van de kwaliteit van leven (voor zover COPD daarbij een rol speelt). Op langere termijn is het streven om de achteruitgang van de longfunctie (FEV1) te voorkomen of te vertragen, complicaties, invaliditeit en arbeidsongeschiktheid uit te stellen of te voorkomen, en uiteindelijk de overleving te verbeteren. Om dit alles te verwezenlijken maakt de apotheker in goed overleg met de patiënt een zorgplan dat waar nuttig en/of nodig van tijd tot tijd kan worden aangepast. Daarnaast voert hij de aanleg, toepassing en het beheer uit van het Patiëntendossier volgens de betreffende richtlijn van de KNMP waarin individuele kenmerken, medische gegevens en uitslagen worden vastgelegd. Keuze van de geneesmiddelen Een belangrijk onderdeel van de KNMP-richtlijn COPD is vanzelfsprekend de keuze van de geneesmiddelen. Daarbij is van belang of de patiënt een lichte, matige of ernstige ziektelast heeft. Deze indeling is overgenomen uit de Zorgstandaard COPD die vorig jaar is uitgebracht door de Long Alliantie Nederland (zie www.longalliantie.nl/zorgstandaard-copd). Uiteraard moet de apotheker zich er goed van bewust zijn dat de farmacotherapeutische behandeling onderdeel uitmaakt van een veel meer omvattende behandeling die ook gaat over het staken van het...

Lees Verder
Column Jan Dirk Jansen: Dansen op de rand van de vulkaan
Nov18

Column Jan Dirk Jansen: Dansen op de rand van de vulkaan

Het is herfstvakantie en we zijn voor een week afgereisd naar een zonnig oord. Vanaf het strand hebben wij uitzicht op twee slapende vulkanen, les Pitons. Het is een idyllische plek en een voorrecht om hier te verblijven. Ineens moet ik denken aan het KNMP congres van een week geleden. De afgelopen jaren ben ik meer op de expositie te vinden dan in de congreszaal. Dat heeft te maken met het vertegenwoordigen van het bedrijf waar ik voor werk en al doende spreek je heel wat apothekers op zo’n dag. Omdat we 30 jaar bestaan, bevond ik mij in een feestelijk aangeklede stand onder kleurige ballonnen, met mooie wijnen op tafel en omringd door goed gemutste medewerkers, klanten en relaties. De stemming zat er vanaf het begin al goed in. Tegen het einde van de dag begonnen er op verschillende plaatsen bands te spelen, soms tegen elkaar in, DJ’s namen plaats achter draaitafels, uit de diverse taps van leveranciers stroomde bier, flessen wijn werden ontkurkt en hier een daar werd gedanst. Het kan zijn dat ik teveel van die mooie wijnen heb geproefd maar ik had het idee dat de stemming onder apothekers op het congres veel beter was dan in de afgelopen jaren. Er werd minder geklaagd en meer gelachen. Ook na het congres was het nog lang gezellig in de binnenstad van Utrecht. Gaat het beter met onze beroepsgroep of vormt het congres een uitlaatklep voor de dagelijkse misère? Van de buurman kreeg ik de volgende dag een artikel over apothekers, die dure academici die toezicht houden op het schuiven van doosjes. Iets dat goed door minder geschoolden kon worden overgenomen, volgens de journalist in kwestie. Verderop werd de vergelijking met parlevinkers gemaakt, een ander beroep dat inmiddels uitgestorven is. Mijn buurman, die mij met enige regelmaat hoort mopperen over de gang van zaken, leeft inmiddels met de beroepsgroep mee en vindt dat de apothekers wel voldoende zijn aangepakt. Hij zei dat ik het mij maar niet teveel moest aantrekken. In het laatste deel van het artikel werd de toonzetting gelukkig iets genuanceerder en ging het over de kennis van de apotheker die beter benut zou kunnen worden en over verzekeraars die daarvoor moeten zorgen. Ik denk dan aan al die moeizame gesprekken tussen apothekers, verzekeraars en beleidsmakers waar ik het afgelopen decennium getuige van mocht zijn. Het gaat allemaal zo tenenkrommend langzaam. Waarom vieren we eigenlijk feest op het KNMP congres? Begrijp mij niet verkeerd. Ik ben gek op een feestje met gelijkgestemden en sta altijd als eerste aan de bar met een wijnglas. Maar eigenlijk zouden we getergd moeten zijn en dit jaar weer een...

Lees Verder
Gloort hoop op andere inkoop farmacie?
Nov17

Gloort hoop op andere inkoop farmacie?

Als het aan de SP ligt, wordt de professionele autonomie hersteld. Met het plan voor De Landelijke Zorgvoorziening krijgen artsen en apothekers de zeggenschap terug om te bepalen welke behandeling en medicatie wordt voorgeschreven. Luidt het plan van Kamerlid Renske Leijten het einde van dagprijzen in hulpmiddelen en een ver doorgevoerd preferentiebeleid in? Zorgverleners moeten niet meer via de contracten met zorgverzekeraars gedwongen worden om af te wijken van hun medische beroepseer, is haar overtuiging. Daarom is haar oproep met het SP-plan voor De Landelijke Zorgvoorziening “Weg met de zorgverzekeraars”. In dit  plan wordt de uitvoering van de basiszorgverzekering weer een publieke taak. “Eén organisatie is veel goedkoper dan vele zorgverzekeraars en omdat we het publiek organiseren, is het niet meer nodig om zoveel premiegeld op te potten.” Eén publieke organisatie voor de basisverzekering Met lagere premies, hogere kwaliteit van zorg en de macht weg bij de zorgverzekeraars gaat Renske Leijten fel in tegen de gereguleerde marktwerking van dit moment. Ze stelt voor om de zorgverzekeraars om te vormen tot één publieke organisatie die de basisverzekering in handen heeft. Daarmee verdwijnt de marktwerking uit de zorgverzekering en worden honderden miljoenen bespaard op de uitvoering. Leijten: “Los van de besparing op bureaucratie, wordt de professionele autonomie hersteld en krijgen artsen en apothekers weer de zeggenschap over behandelingen en medicijnen.” Zorg terug naar mensen en professionals Voor burgers is het verdwijnen van de zorgverzekeraars ook goed nieuws, betoogt Leijten: “Niet de zorgverzekeraar zal kiezen waar je zorg krijgt, dat doe je zelf.” Het uitsluiten van verzekerden die hoge kosten met zich mee kunnen brengen, kan niet gaan gebeuren. De huidige Zorgverzekeringswet uit 2006 heeft tot een steeds hogere premie, een hoger eigen risico en een kleiner basispakket geleid. Renske Leijten meent dat de invoering van de Zorgverzekeringswet is gestoeld op een verkeerde aanname, namelijk dat marktwerking en concurrentie ervoor zouden zorgen dat alles goedkoper en beter wordt. “Het tegenovergestelde is waar: het heeft ons alleen maar op kosten gejaagd en we hebben daar steeds minder voor teruggekregen. Met De Landelijke Zorgvoorziening brengen we de zorg terug waar het hoort: bij de mensen en de professionals.” Het hele plan De Landelijke Zorgvoorziening is hier te downloaden....

Lees Verder
Samenwerking: Apothekers stimuleren huisartsen
Nov17

Samenwerking: Apothekers stimuleren huisartsen

In de wereld van de Blauwe zorg draagt ook de farmacie een steentje bij aan een betere gezondheid, betere kwaliteit van zorg en lagere kosten, de zgn. triple aim. Fred Claessens, eigenaar van de apotheek aan het Malbergplein in Maastricht, belicht de samenwerking in de projectgroep Farmacie van de zorggroep ZIO. In een paar zinnen geeft Fred Claessens aan wat de belangen zijn voor de 25 apotheken in het gebied van Maastricht en Heuvelland. “Het is een kans om je vak beter uit te oefenen, je komt ermee dichter bij de patiënt te staan en er komt een einde aan het kat en muis spel met de zorgverzekeraar. We kunnen het domein denken achter ons laten. Het zorgsysteem kantelt, dan kun je er maar beter een duurzame samenwerking tussen apothekers en huisartsen voor in de plaats krijgen.” Blauwe zorg Maar wat zijn ZIO en de Blauwe zorg? Blauwe Zorg behoort tot een van de negen regionale proeftuinen die minister Schippers vorig jaar heeft aangewezen. Het is een initiatief van zorgverzekeraar VGZ, zorggroep Zorg in Ontwikkeling (ZIO) – met huisartsen, fysiotherapeuten en diëtisten – Maastricht UMC+, de Apothekers Vereniging Maastricht, en de Limburgse patiëntenorganisatie Huis voor de Zorg. De zorgorganisaties werken samen aan betere gezondheid, betere kwaliteit van zorg en lagere kosten, zodat de zorg ook voor komende generaties betaalbaar en beschikbaar blijft. In de proeftuin in Maastricht komt niet alleen de samenwerking tussen huisartsen en specialisten goed op gang. Ook huisartsen en apothekers worden in stelling gebracht. “Het is onze taak om het kostenbewustzijn van huisartsen én van patiënten te vergroten.” Regionale binding Fred Claessens is lid van een maatschap van zes apothekers die circa 30 procent van de populatie in de proeftuin bedient. Hij is niet aangesloten bij een apotheekketen, heeft Mosadex als groothandel en profiteert zodoende bij de contractering van de inzet van de Nederlandse Farmaceutische Zorggroep (NFZ), als schakel tussen apotheker en zorgverzekeraar. “Wij zijn gebaat bij een goede verstandhouding met zorgverzekeraar VGZ waarbij circa 70 procent van de populatie is verzekerd. De tweede verzekeraar hier is CZ (ca. 15%). De zorggroep ZIO zocht de samenwerking met apothekers in Maastricht en als maatschap onderschrijven wij van harte de regionale binding.” Substitutie Hoe dragen apothekers hun steentje bij? “De zorgverzekeraar VGZ beschikt over een landelijk format die spiegelinformatie voor huisartsen genereert. Daarin zijn zo’n 20 farmaceutische stoffen opgenomen, geselecteerd in de groepen cholesterolverlagers, maagzuurremmers, en bloeddrukverlagers. Op basis van de declaratiegegevens bleken veertien van de 65 huisartsen in onze regio geregeld te kiezen voor specialité’s in plaats van generieke geneesmiddelen. Zij zaten aan de top in de kosten van de medicatie. Samen met de kwaliteitsmanager van ZIO...

Lees Verder
Op zoek naar de beste bekostiging voor farmaceutische zorg
Nov15

Op zoek naar de beste bekostiging voor farmaceutische zorg

3 oktober 2014 vond het najaarssymposium plaats van Clearing House Apothekers (CHA), ten kantore van CHA in Den Haag. Leidend thema: de toekomstige bekostiging van de farmaceutische zorg. Martin Favié (BOGIN) nam de rol van dagvoorzitter op zich. “Ik ben met de verkeerde dingen bezig”, verzucht Martin Potjens, beleidsadviseur Farmacie en Hulpmiddelen van Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Potjens is spreker op het najaarssymposium van Clearing House Apothekers, 3 oktober 2014. Zijn verzuchting is goed voorstelbaar. Als beleidsadviseur is hij voortdurend bezig met discussies over vergoeding en bekostiging van de farmaceutische zorg, terwijl hij liever over de kwaliteit van deze zorg zou spreken met de beroepsgroep. De apothekers in de zaal herkennen de worsteling van Potjens. “We komen niet toe aan een discussie over kwaliteit,” roept een van hen. Dat blijkt meteen ook uit de discussie tussen Potjens en de apothekers over de vergoeding van de eerste terhandstelling (ETG). Dat is sinds de invoering ervan per 1 januari 2014 een gevoelig onderwerp voor apothekers en cliënten. Niemand is tevreden met de aparte bekostiging voor deze zorgprestatie. Het werkt zorgmijding in de hand, constateren apothekers. “Het eerste wat patiënten  in de spreekkamer tegen me zeggen is: ik wil uw zorg niet, want dat kost geld,” vat een van de apothekers samen. Zorgzwaartebekostiging Ook zorgverzekeraars hebben moeite om een goede bekostigingsstructuur voor de farmaceutische zorg te bedenken, stelt Potjens. “Het ontbreekt ons bijvoorbeeld aan data om de prestaties van apothekers, per stad, wijk of regio, goed met elkaar te vergelijken. De gegevens die we hebben, roepen vaak alleen maar vragen op. Hoe komt het dat er in Zeeland minder declaraties zijn voor ETG’s dan in Groningen? Zijn de Zeeuwen gezonder, of worden ze juist onderbehandeld? Geen idee. We kunnen daar geen zinvolle data-analyses op loslaten.” Data-analyses zijn waardevol, benadrukt Potjens, maar ze hebben alleen zin wanneer er vervolgens een gesprek tussen zorgverzekeraar en apotheker over plaatsvindt. “Ik kan dan vragen: Waarom schrijven jullie zoveel declaraties voor? Misschien zijn er redenen voor die ik niet terug kan vinden in onze gegevens. Het kan zijn dat een apotheker een zware patiëntenpopulatie heeft, met veel ouderen of chronisch zieken in de wijk. Dat is relevante informatie, die een rol kan spelen bij de verdere contractering van de apotheker of ketens. We gaan dan de kant op van zorgzwaartebekostiging.” “De bekostiging werkt zorgmijding in de hand. Het eerste wat patiënten in de spreekkamer tegen me zeggen is: ik wil uw zorg niet, want dat kost geld.” “Huisartsen werken al zo,” reageert een apotheker. “Daar kijken zorgverzekeraars bij de contractering hoe zwaar hun patiëntenpopulatie is, op basis van parameters zoals achterstandswijk, chronische ziekten of ouderdom van de populatie....

Lees Verder
Toekomst van de farmacie: Trial and Error
Nov14

Toekomst van de farmacie: Trial and Error

De openbare apothekers maken zich zorgen over hun toekomst. De zorgverzekeraars hebben vooral interesse in voortzetting van het preferentiebeleid, omdat ze hiermee premieverlaging voor hun verzekerden kunnen bewerkstelligen. En het ministerie van VWS maakt weinig haast om de openbare farmacie een nieuw toekomstperspectief te bieden. Hoe kijken de mensen uit het veld aan tegen de openbare farmacie en de scenario’s voor de toekomst daarvan? Deel 5 van een artikelenserie over de toekomst van de openbare farmacie. Het verdwijnen van de openbare apotheek zoals we die nu kennen, is een realistisch scenario. Dit vinden zowel Michel Dutrée (directeur van Nefarma) als Ruud Coolen van Brakel (bestuurder van het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik). Dutrée is het meest uitgesproken: “De huidige apotheek vind ik inmiddels onvoldoende onderscheidend van de drogisterijen. Bij de apotheek is alleen de balie wat dieper door die ladekasten waarin de geneesmiddelen liggen. Het ligt dan ook voor de hand dat de drogist en de apotheek gaan fuseren in de komende vijf tot tien jaar. De apotheek besteedt toch al steeds meer ruimte aan producten van Vichy, VSM en Dr Vogel en aan medische hulpmiddelen. Voor zo’n samenwerking is een heel goed businessmodel te ontwikkelen, waarbij zorg en distributie worden gescheiden.” Coolen van Brakel is op dit punt wat terughoudender: “De nulde lijn is ook sterk aan het professionaliseren, dat is heel erg toe te juichen. Drogisterijen nemen hun distributie- en voorlichtingstaak steeds serieuzer. Of dat ook per se betekent dat je het uitgiftepunt voor de openbare farmacie daaraan kunt koppelen, weet ik niet zo zeker. Middelen die onder de Opiumwet vallen, zie ik nog niet zo snel via de drogisterij verstrekt worden. Maar verdergaande samenwerking en afstemming zijn wel degelijk mogelijk in ieder geval. En dat apotheken in sommige opzichten steeds meer op drogisten beginnen te lijken, is niet zo vreemd. Een apotheek is tenslotte ook gewoon een winkel en een apotheker is behalve een zorgverlener ook een ondernemer. Dit laatste is een serieus onderdeel van zijn werk. In de apotheek komen mensen met een zorgvraag. Die is deels te beantwoorden met receptgeneesmiddelen, maar zeker deels ook met vrij verkrijgbare producten. Het zou onzin zijn dat onderdeel van het bedrijf links te laten liggen.” Loskomen van de distributie Het is in ieder geval niet de distributie waarvan de openbare farmacie het moet hebben, daarover zijn beiden het eens. “Het wordt steeds helderder dat je de zorg en de distributie van elkaar moet scheiden”, zegt Coolen van Brakel. “Voor de distributie hebben we de laatste jaren allerlei initiatieven zien ontstaan: De Centrale Apotheek, distributie via de huisarts, robots, centrale uitgiftepunten, noem maar op. Niet alles is succesvol gebleken, maar...

Lees Verder
Standaard Acute diarree herzien: geringe rol voor medicatie
Nov13

Standaard Acute diarree herzien: geringe rol voor medicatie

De ernstige problemen die ‘EHEC’ veroorzaakte liggen nog vers in het geheugen. EHEC was een enterotoxische variant van E. coli die onder meer hemorragische colitis, diarree, darmbloedingen en nierfalen veroorzaakte. Gelukkig loopt het meestal niet zo’n vaart met de gastro-intestinale infecties die vaak de oorzaak zijn van acute diarree. De NHG-Standaard Acute diarree geeft nuchtere cijfers en ter zake doende adviezen over deze veel voorkomende aandoening. Overigens worden de termen acute diarree (symptoom) en acute infectieuze gastro-enteritis (ziektebeeld) door elkaar gebruikt. Als het over diarree gaat zijn twee zaken van groot belang voor diagnose en therapie: is de diarree acuut of chronisch? En is de patiënt een kind of oudere of ‘gewone’ volwassene? Acute diarree is gedefinieerd als een plotseling optredende afwijking van het gebruikelijke defecatiepatroon die korter dan veertien dagen bestaat; de frequentie en de hoeveelheid van de ontlasting zijn toegenomen en de ontlasting bevat meer water dan gewoonlijk. Hoewel slechts één van de drie genoemde kenmerken objectief kan worden vastgesteld, geeft de diagnose ‘acute diarree’ in de praktijk toch weinig problemen. Cijfers Uit de gegevens betreffende infectieziekten van het maagdarmkanaal op www.nationaalkompas.nl blijkt dat de hoogste incidentie zich voordoet bij (heel) jonge kinderen (0-4 jaar: 25-50 gevallen per 1000 mensen; kans op dehydratie) en dat de hoogste sterfte aan deze infecties optreedt bij ouderen boven de 75 jaar (van ca. 5 per 1000 mensen oplopend tot 25 per 1000 mensen in de groep ouder dan 85 jaar). Dit zijn dus de groepen die de grootste aandacht moeten krijgen. Zie later in dit artikel. Men schat dat in Nederland ongeveer 4,5 miljoen personen een keer gastro-enteritis krijgen. Slechts een klein deel van deze mensen doet een beroep op de huisarts – gelukkig maar! Oorzaak Het grootste deel van de gevallen van acute diarree is het gevolg van een gastro-intestinale infectie veroorzaakt door een micro-organisme (virus, bacterie of parasiet; parasitaire infecties leiden overigens vaak tot een langere ziekteduur). Ook een van bacteriën afkomstig toxine kan de oorzaak zijn. Reizigersdiarree (ook bekend onder een aantal fraaie namen zoals Montezuma’s revenge, Delhi belly, Estomac anglais) is een infectie van het maagdarmkanaal die ontstaat tijdens of kort na een reis. Bij de infectieuze gastro-enteritis wordt de diarree veroorzaakt door actieve secretie van water en elektrolyten (door een direct effect van toxinen op de secretiemechanismen) en/of ontstekingsvocht door de darmmucosa in het lumen. Bij virale infecties kan tevens het absorberend oppervlak zijn verkleind. Ook bij ernstige diarree blijft de gekoppelde opname van natrium en glucose aanwezig waarbij water passief de osmotische gradiënt die door het transcellulaire transport van deze stoffen ontstaat, volgt. Hierop is de behandeling met ‘oral rehydration salts’ (ORS) gebaseerd. Bij...

Lees Verder
Column Bastiaan Witvliet & Niels van Haarlem: Vijf apothekers praten met NZa
Nov12

Column Bastiaan Witvliet & Niels van Haarlem: Vijf apothekers praten met NZa

Bas, ken jij die vijf apothekers die onlangs de apotheek hebben verlaten om gezellig een uurtje te praten met de Nederlandse Zorgautoriteit? En zo aan de basis hebben gestaan van de nieuwste marktscan apotheekzorg? En aan de conclusies: Consumenten zijn tevreden over de wachttijden in de apotheek, de levertijd van geneesmiddelen en de openingstijden. Geen vuiltje aan de lucht dus. Hebben er maar liefst vijf apothekers aan dit onderzoek meegedaan, Niels? Dat is eh… behoorlijk representatief. Benieuwd wie dat zijn. En vooral wat ze gezegd hebben. Niet meteen zo sceptisch Bas! 7.100 patiënten zijn per email gevraagd om deel te nemen aan het onderzoek. En in totaal hebben er 1.100 een reactie gegeven. Maar daar gaat het niet om, representatief onderzoek of niet. Dergelijke onderzoeken zijn altijd een bevestiging van wat we allemaal al heel lang weten: er is geen enkele reden om ook maar iets te veranderen in de farmaceutische zorg. Laat me raden wat er verder nog staat in de marktscan, Niels. Vast iets over onduidelijke apotheeknota’s en eerste uitgifte, over zorgverzekeraars die nu toch echt voldoende apotheekzorg moeten inkopen en nu eens duidelijke afspraken moeten maken met apotheken over bijvoorbeeld de overdracht van medicatiegegevens. En misschien ook weer de aankondiging van weer een onderzoek naar de financiële positie van apotheken. Jij hoeft de marktscan van de NZa nooit meer te lezen, Bas. Staat er allemaal in. Maar het goede nieuws is, en ik citeer: ‘De NZa gaat in gesprek met de apotheken om de cijfers boven tafel te krijgen die wél een representatief beeld over de financiële positie van apotheken kunnen geven.’ Bastiaan Witvliet, hoofdredacteur Niels van Haarlem, redacteur...

Lees Verder
Wim Groot: Wennen aan de nieuwe werkelijkheid
Nov11

Wim Groot: Wennen aan de nieuwe werkelijkheid

Veel chronische patiënten hebben helemaal geen behoefte aan voorlichting door de apotheker. Huisartsen willen een rol in de medicatiebewaking. En de distributie van geneesmiddelen kan efficiënter en goedkoper door directe levering aan de patiënt. Gezondheidseconoom Wim Groot over de nieuwe werkelijkheid van de farmacie. Nederlands is trots op de kwaliteit van de gezondheidzorg.  En Wim Groot kan het weten. Hij is hoogleraar gezondheidseconomie aan de Universiteit van Maastricht. Daarnaast is hij lid van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg. “Over het algemeen hebben we ook een goede gezondheidszorg. We bieden een hoog gemiddelde kwaliteit van zorg aan, met weinig uitschieters naar boven en naar beneden.  Met andere woorden: op weinig terreinen zijn we top. De geneesmiddelenconsumptie in ons land is ook laag. Kijk alleen al naar hoe weinig antibiotica we hier slikken.” Waar komt dan vandaan dat onze zorg zo duur is? “We roepen wel dat we een heel duur zorgsysteem hebben, maar de kosten van de curatieve zorg waaronder de farmacie valt zijn niet zo hoog. We gaan ook niet zo vaak naar de dokter. We zouden een duur zorgstelsel hebben, want met de uitgave aan zorg per hoofd van de bevolking zit ons land in de top drie wereldwijd. En nu komt ie: die positie in de top drie danken we vooral aan de hoge kosten die Nederland maakt voor langdurige zorg, gehandicapten en ouderen. Sectoren in de zorg waarvoor geen marktwerking geldt. Terwijl we wel veel marktwerking toestaan in sectoren waar we financieel niet uit de pas lopen.” “Soms duurt een discussie over welke indicator het nu gaat worden meerdere jaren. Dat schiet natuurlijk niet op.” En ondertussen staat de positie van de apotheker onder druk. “De grote vraag is wat precies de toegevoegde waarde van de apotheker is. De apotheker richt  zich steeds meer op allerlei dienstverlening en medicatiebewaking. Maar zit de patiënt wel te wachten op deze toegevoegde waarde? Ondertussen wordt hij of zij wel geconfronteerd met de kosten voor deze dienstverlening. Iets leveren waar de patiënt niet om vraagt of waarvan de patiënt niet eens weet dat de dienst daadwerkelijk geleverd is. Dan heb je als beroepsgroep inderdaad een probleem.” Wat is dan precies het probleem? “Het verdienmodel van de apothekers is gebaseerd op het bestaan van grote groepen chronische patiënten. Patiënten die al langere tijd in de apotheek komen. Het gaat dan om afleveren van voorverpakte geneesmiddelen door de apotheker. Daar is helaas slechts beperkte toegevoegde waarde voor te bedenken. Bovendien zijn er efficiëntere kanalen voor het afleveren van deze geneesmiddelen te bedenken dan de apotheker. In een ding is de apotheker wel zeer succesvol geweest: andere distributeurs van de markt...

Lees Verder
Pagina 3 van 9312345...102030...Minst recente »