Bouma en Vermeulen: Dit verdienmodel is een probleem
feb16

Bouma en Vermeulen: Dit verdienmodel is een probleem

Ja, in ICT-ontwikkeling is nog veel winst te boeken in de openbare farmacie. Ja, het huidige verdienmodel voor de openbare farmacie is een groot probleem. Nee, de zorgverzekeraars zijn niet voldoende bereid om mee te werken aan de ontwikkeling van alternatieven. Dick Bouma, directeur van de Acdaphagroep (een collectief van dertien samenwerkende apotheken), en Maarten Vermeulen, voorzitter apotheekhoudende afdeling van de Landelijke Huisartsen Vereniging, zijn het over veel dingen eens. “Helaas wordt op ICT-gebied door allerlei bureaucratische maatregelen, met steeds elk jaar nieuwe regels, veel ontwikkelcapaciteit van de leveranciers gestoken in deze aanpassingen, in plaats van ruimte te creëren voor vernieuwing”, zegt Bouma. “Terwijl daarvoor ruimte te over is. Denk aan versterking van de ondersteuning en koppeling van ziektebeelden en farmacotherapie. Denk aan verhoging van de therapietrouw van patiënten door betere begeleiding. Denk aan betere stroomlijning van informatievoorziening naar de gebruiker van geneesmiddelen. De apotheker is – naast de huisarts en de wijkverpleegkundige – een van de drie pilaren waarvan de kracht van de eerste lijn afhankelijk is. Verbetering van de ICT zou de apotheek in staat stellen zich sterker te manifesteren. Ook kunnen het declaratieverkeer en de efficiency in de apotheek duidelijk verbeterd worden met ICT.” Vermeulen denkt dat het met betere inzet van ICT zelfs mogelijk moet zijn om de online distributie van geneesmiddelen te versterken en het aandeel van face to face contact tussen apotheekteam en patiënt tot op zekere hoogte te verkleinen. “Al blijft het menselijk contact belangrijk”, voegt hij hieraan toe. “We weten dat er mensen zijn die hun medicatie niet of verkeerd innemen. Om dit in goede banen te leiden blijft persoonlijk contact essentieel.” De apotheek blijft De apotheek zal dan ook niet verdwijnen, is de overtuiging van beiden. “Met de door VWS beoogde versterking van de eerste lijn wordt de rol van alle eerstelijns zorgaanbieders en dus ook de apotheker alleen maar groter”, zegt Bouma. “De patiënt komt vaker in de apotheek dan bij de huisarts, dus is die apotheek een ideale plaats voor communicatie over gezondheid en ziekte, medicatiegebruik en therapietrouw.” Vermeulen belicht de keerzijde door hieraan toe te voegen: “De zorgverzekeraars zullen wel zo hun eigen gedachten hebben over de vraag hoe belangrijk de apotheek is, en zeker over hoeveel apotheken nodig zijn. Een deel van de functie van de apotheek kan wel door postorderfarmacie worden overgenomen, vinden ze. Maar bij de medicatie-uitgifte moeten toch echt zorgprofessionals betrokken zijn. Postorderfarmacie biedt kansen, maar er kleven beslist ook nadelen aan. Zelfs politheken kunnen al voor problemen zorgen. De ontslagmedicatie geeft vaak enorm veel gedoe. Als huisartsen moeten we zeker bij één op de twee patiënten bellen omdat de medicatie of de...

Lees Verder
Hoogleraar Jack van der Veen: “Farma mist visie op logistiek”
feb13

Hoogleraar Jack van der Veen: “Farma mist visie op logistiek”

De zorg in ons land moet goedkoper en beter. Met geïntegreerde ketenlogistiek zijn besparingen tot 15 procent haalbaar. Maar dan moet de farmaceutische zorg wel een duidelijke visie hebben op ketenlogistiek. “Die visie ontbreekt. Vooral het denken in belang voor de klant blijft achter”, stelt Jack van der Veen, hoogleraar Supply Chain Management. Even terug naar 2004. De logistiek in de zorg moest volgens toenmalig TPG-voorzitter Peter Bakker op de schop: het moest sneller, goedkoper, flexibeler en beter. Het rapport van Bakker schokte tien jaar geleden de farmasector. Volgens de TPG-topman kan de farmalogistiek aanzienlijk worden verbeterd door te kiezen voor directe distributie van middelen voor chronisch gebruik. Geen apotheker was er meer nodig. En ook de groothandel was overbodig. Zorgverzekeraars zijn de inkopende partij op basis van de voorspelde vraag in hun klantenbestand. De huisarts geeft aan welke medicijnen de patiënt nodig heeft en hoe hij deze wenst te ontvangen: dezelfde dag, de volgende dag, iedere twee maanden, op het werkadres. Daarna treedt het orderproces in werking. De medicijnen worden in een centraal magazijn klaargemaakt en rechtstreek aan de patiënt geleverd. Het resultaat volgens Bakker: meer service voor de consument, veiligheid gegarandeerd, want het is de huisarts die controleert. Allemaal goed voor een besparing in kosten van 700 tot 850 miljoen euro per jaar. En dit alles is binnen twee tot drie jaar te realiseren. Om de ideeën kracht bij te zetten was TPG betrokken bij nationaleapotheek.nl. De internetapotheek die direct aan de patiënt thuis ging leveren. Voorspellingen niet uitgekomen We zijn tien jaar verder. Wat is er van de plannen terechtgekomen? De nationaleapotheek.nl heeft in ieder geval zijn ambities niet waargemaakt. Jack van der Veen is hoogleraar op de EVO leerstoel Supply Chain Management en verbonden aan Nyenrode Business Universiteit. Volgens hem zijn de voorspellingen van Bakker in de praktijk niet uitgekomen. Het belangrijkste effect van het rapport is dat het tot denken heeft aangezet. Het onderwerp logistiek en dan vooral denken in logistieke ketens in de farma is door het rapport definitief op de agenda gezet. “Het rapport van Bakker heeft logistiek en farma bij elkaar gebracht. Dat waren voorheen twee werelden die niets van elkaar begrepen. Voor de logistiek waren zorg en farma onbekende terreinen. Wij zagen wel in dat er in de farma veel kon worden verbeterd, maar wij hadden het gevoel dat de zorg niet naar ons wilde luisteren. Wat weten apothekers van logistiek, zo dachten wij. En farma zag de voordelen van ketenlogistiek niet in. Ieder specialisme deed zijn eigen ding. Sinds het rapport zijn er dan ook zeker vele goede stappen gezet. Industrie, groothandel en ook apotheek beseffen steeds meer dat...

Lees Verder
Kamervragen over inkoop bloedglucosemeters
feb13

Kamervragen over inkoop bloedglucosemeters

De brandbrief van de Diabetesvereniging Nederland naar KNMP en FHI over de inkoop van goedkopere bloedglucosemeters, heeft nu ook geleid tot Kamervragen. Het lid Tunahan Kuzu (Groep Kuzu/Öztürk) vraagt bijvoorbeeld waarom er geen onafhankelijk kwaliteitscontrole is van deze meters, zoals in Noorwegen. Tunahan Kuzu vraagt onder meer aan minister Edith Schippers van VWS of zij de constatering van de Diabetesvereniging Nederland deelt dat de keuze voor een bloedglucosemeter maatwerk is. Dat die keuze thuis hoort in de spreekkamer van de diabeteszorgverlener die de patiënt ondersteunt in zijn dagelijks leven met diabetes. Voorts of de bewindsvrouw op de hoogte is van de consequenties voor de gezondheid van diabetespatiënten, wanneer een leverancier of apotheker hen overzet op een bloedglucosemeter waarvan de kwaliteit niet gegarandeerd is. Onmisbaar hulpmiddel 
Kuzu voegt er nog twee vragen aan toe. Hoe de minster het feit beoordeelt dat de nauwkeurigheid en het gebruiksgemak van de nieuwe bloedglucosemeters vaak minder is, terwijl de bloedglucosemeter voor diabetespatiënten een onmisbaar hulpmiddel is om aan zelfmanagement te doen. Hoe het mogelijk is dat er voor bloedglucosemeters, die vanuit de basisverzekering vergoed worden, geen verplichte onafhankelijke, fysieke kwaliteitscontrole bestaat, wat in bijvoorbeeld Noorwegen wel het geval is. Tekst: Kees...

Lees Verder
Zorgverzekeraars onderzoeken uitgifte-automaat
feb11

Zorgverzekeraars onderzoeken uitgifte-automaat

Met name buiten grote steden raakt de farmaceutische spoedzorg uitgehold. De geringe marge op medicijnen, mede door de zorgverzekeraars afgedwongen, maakt van de dienstapotheek een kostbare aangelegenheid. Dezelfde verzekeraars hebben zich nu laten informeren over de mogelijkheden van een uitgifte-automaat voor spoedmedicatie bij huisartsenposten. Deze informatie-uitwisseling vond afgelopen week plaats tijdens een speciale bijeenkomst van Zorgverzekeraars Nederland, zo meldt de branche-organisatie op haar website. Geregeld moet een bezoek aan de huisartsenpost in de avond-, nacht- en zondaguren worden gevolgd door een bezoek aan de dienstapotheek. Bijvoorbeeld als spoedmedicatie bij ernstige pijn of astma niet tot de volgende dag kan wachten. De afstanden naar een dienstapotheek zijn de afgelopen jaren in Nederland toegenomen. In een dienstenstructuur is het vereist dat op ieder uitgiftepunt een apothekersassistent aanwezig moet zijn plus een apotheker op afroep. Kwaliteit en bereikbaarheid De verzekeraars hebben zich nu laten informeren over de mogelijkheden van een uitgifte-automaat om de kwaliteit en bereikbaarheid van farmaceutische spoedzorg te verbeteren. In een uitgifte-automaat kan de meest voorkomende spoedmedicatie aanwezig zijn, terwijl via een videoverbinding altijd contact met een apothekersassistent of een apotheker mogelijk is. Tekst: Kees Kommer...

Lees Verder
Werkt MeMO platformonafhankelijk?
feb09

Werkt MeMO platformonafhankelijk?

Een pilot met Gooische apothekers moet uitwijzen of de MeMO-methode voor het optimaliseren van farmacotherapie geschikt is voor implementatie in alle apotheken. Doel is om Medicatie Monitoring & Optimalisatie te kunnen gebruiken ongeacht het apotheekinformatiesysteem (AIS). In 2005 startte het eerste MeMO-traject voor patiënten met astma/COPD naar aanleiding van een promotieonderzoek naar respiratoire interventies van Ada Stuurman. Inmiddels kunnen apotheken meedoen aan meerdere trajecten:    osteoporosemedicatie, astma/COPD-medicatie, cardiovasculaire medicatie, medicatie bij diabetes mellitus II en geneesmiddelen bij depressie. MeMO is evidence-based en leidt tot lagere kosten, beter medicatiegebruik en hogere patiënttevredenheid, zo blijkt uit onderzoek van Eric Hiddink (Health Base), Ada Stuurman en de Rijksuniversiteit Groningen. Patiënten identificeren Health Base ontwikkelde MeMO voor gebruik in Pharmacom. Op verzoek van de KNMP maakt de organisatie MeMO geschikt voor alle apothekersinformatiesystemen. In een pilot voeren twaalf apotheken van de Gooische Apothekersvereniging SAGO sinds januari therapietrouwinterventies uit via MeMO. Zij testten of zij patiënten met afwijkend geneesmiddelgebruik kunnen identificeren met MeMO-searches via de Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK). Het idee om MeMO-searches uit te voeren via SFK komt van apotheker Ada Stuurman. In haar apotheek West in Emmeloord, vergeleek zij met succes searches via Pharmacom en via SFK. Gerichte interventies Hoewel vaak een recept en goede uitgiftebegeleiding volstaan, blijft het de vraag hoe de apotheker de patiënt die zijn geneesmiddel niet volgens het boekje gebruikt, bereikt. Met MeMO kunnen apotheken efficiënt interveniëren op basis van risicostratificatie. Maandelijks bekijkt de apotheker alle patiënten. Maar slechts bij een deel voert hij acties uit: hij selecteert patiëntgroepen op bepaalde kenmerken, zoals het niet komen opdagen voor de tweede uitgifte. Tekst: Kees...

Lees Verder
Schippers wil prijsstelling geneesmiddelen aanpakken
feb06

Schippers wil prijsstelling geneesmiddelen aanpakken

De prijs van het geneesmiddel Lemtrada is in een nieuwe registratie 36 keer duurder is geworden. Na vragen van Tweede Kamerleden Leijten en Van Gerven (beiden SP) antwoordt minister Edith Schippers (VWS dat zij het afkeurt als fabrikanten kiezen voor onevenredig hoge winstmarges in plaats van de maatschappelijke verantwoordelijkheid waarin zorg voor patiënten tegen aanvaardbare prijzen wordt geleverd. Het antwoord van minister Schippers op de kamervragen is uitgebreid en duidelijk gemotiveerd. Zij schrijft het volgende. ‘Het is mij bekend dat geneesmiddel Lemtrada, dat vroeger werd ingezet voor de behandeling van leukemie en circa € 17,- per milligram kost, nu geregistreerd is voor Multiple Sclerose (MS) met een prijs van circa € 618,- per milligram. Hoewel ik toejuich dat er een nieuwe toepassing van dit middel ontdekt is voor de ernstige aandoening MS, acht ik een dermate groot prijsverschil tussen de vrij toepasbare werkzame stof en de nieuwe geregistreerde toepassing ervan, uiterst discutabel.’ Prijsstelling lijkt gebaseerd op vergelijkbare MS-producten Ze vindt niet alleen het prijsverschil na herregistratie discutabel, ze heeft ook vragen over het tot stand komen van de nieuwe prijs. ‘De 36 keer hogere prijs per milligram komt globaal overeen met de kosten voor vergelijkbare MS-producten. Dit wekt de indruk dat de basis voor de huidige gestelde prijs gebaseerd is op de prijs van andere producten die al voor MS beschikbaar waren. Of de kosten voor het aanvullende onderzoek dermate hoog waren, dat dit de hogere prijs voor de nieuwe registratie rechtvaardigt, kan ik niet achterhalen.’ Wat is een reële prijs van geneesmiddelen? Deze casus staat volgens Schippers niet op zichzelf. ‘De afgelopen periode zijn ook andere geneesmiddelen die een onevenredig hoge prijs kenden, geïntroduceerd. In Nederland, maar ook daarbuiten, leidt dit in toenemende mate tot discussie over de aanvaardbaarheid van de steeds stijgende geneesmiddelenprijzen. Naast de aanvaardbaarheid van de grote financiële impact die nieuwe, waardevolle geneesmiddelen kunnen hebben en de druk die dit legt op de betaalbaarheid van zorg in zijn geheel (zoals bijvoorbeeld bij geneesmiddelen voor behandeling van Hepatitis C), staat in de discussie de vraag centraal hoe een reële prijs voor geneesmiddelen kan worden bepaald.’ Nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid Ik keur het af indien fabrikanten zouden kiezen voor het nastreven van onevenredig hoge winstmarges boven het nemen van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid om een bijdrage aan zorg voor patiënten te leveren voor aanvaardbare prijzen. Het legt een enorme druk op ons zorgsysteem en bedreigt op termijn ook hun eigen positie.’ Ongewenste praktijken aanpakken De minister ziet het als haar taak om ervoor te waken dat binnen het systeem doelmatige zorg geleverd kan worden en dat er geen ongewenste prikkels uitgaan van huidige wet- en regelgeving. Dat geldt...

Lees Verder
Medicatieveiligheid topprioriteit van IGZ
feb04

Medicatieveiligheid topprioriteit van IGZ

In het werkplan van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) voor het jaar 2015 behoort medicatieveiligheid tot de vijf prioriteiten in het toezicht. Met de toezicht op de medicatieveiligheid wordt volgens het werkplan van de IGZ het volgende beoogd: Door het houden van toezicht draagt de inspectie bij aan het naleven en toepassen van de genoemde richtlijnen/afgeleide veldnormen door alle zorgverleners die medicatie voorschrijven. Daardoor ondervindt de patiënt zo min mogelijk, en indien mogelijk geen, nadelige gevolgen van het gebruik van geneesmiddelen. Twee hoofddoelen Deze prioriteit in 2015 maakt onderdeel uit van de twee hoofddoelen van de IGZ: (1) Werken aan gerechtvaardigd vertrouwen in veiligheid en kwaliteit van zorg, en (2) Signaleren en adresseren van de grootste risico’s in de zorg. De inspectie ziet erop toe dat zorgaanbieders en fabrikanten incidenten en gebleken risico’s benutten om de zorg te verbeteren. Ook beoogt ze met haar toezicht dat onverantwoord grote risico’s voor de veiligheid van patiënten en cliënten zo snel mogelijk weggenomen worden. Het is een doel van de inspectie dat zorgaanbieders zorgvuldig en adequaat omgaan met klachten. Daarnaast beoogt ze met haar toezicht de kwaliteit en veiligheid van uit het buitenland geïmporteerde geneesmiddelen, medische technologie en hulpmiddelen te bewaken. Grootste risico’s Voor het jaar 2015 heeft de inspectie op basis van risicoanalyses vijf prioriteiten bepaald die in haar toezicht extra aandacht krijgen. Naast medicatieveiligheid zijn dat: – Grote veranderingen in de zorgsector. Voorbeeld: Begin 2016 rapporteert de inspectie in haar jaarbeeld over de in 2015 gesignaleerde risico’s in de nieuwe zorgsector. – Bestuurlijke verantwoordelijkheid (governance). Voorbeeld: Eind 2015 vindt het aanspreken van de bestuurders op hun integrale, bestuurlijke verantwoordelijkheid voor kwaliteit en veiligheid eenduidig, structureel en effectief plaats. – Intramurale ouderenzorg. Voorbeeld: Intensief toezicht op de hoog risico zorgaanbieders in de ouderenzorg waarbij een variatie aan toezichtinstrumenten wordt ingezet waaronder een onafhankelijke audit en het bestuurlijke gesprek. – Disfunctionerende beroepsbeoefenaren. Voorbeeld: Medio 2015 beschikken het Openbaar Ministerie en de inspectie over een gezamenlijk protocol over de aanpak van en informatie-uitwisseling bij situaties van seksueel misbruik door zorgverleners. Naast haar werk rond de vijf prioriteiten zet de inspectie in 2015 de ingezette koers van het verbetertraject Toezien met Vertrouwen en Gezag voort. Tekst: Kees Kommer...

Lees Verder
Ketenapotheken verlaten Cao-tafel
feb01

Ketenapotheken verlaten Cao-tafel

De Landelijke Vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD) meldt eind januari dat de Associatie van Ketenapotheken (ASKA) de Cao-tafel weer verlaat. De ASKA zou de voorrang geven aan het overleg over arbeidsvoorwaarden van apothekers op bedrijfsniveau. Cao-partijen (dit zijn de Vereniging Zelfstandige Apothekers (VZA), de ASKA, FNV Bondgenoten en CNV Publiek Zaak) hebben in 2014 onderhandeld over een nieuwe Cao Apotheken en een Cao Arbeidsomstandigheden Apotheken. Op dit moment is er nog geen onderhandelingsresultaat behaald en is er ook nog geen principeakkoord voor de Cao. De huidige Cao’s blijven gelden en zijn op basis van artikel 47 lid 2 Cao Apotheken en artikel 33 lid 3 Cao Arbeidsomstandigheden Apotheken beiden met één jaar verlengd tot 1 januari 2016. Twee keer eerder De LAD geeft aan dat al rond de zomer van 2014 er een principeakkoord voor een Cao lag, waarin alle partijen zich konden vinden. Maar vlak voor het moment van ondertekenen besloot ASKA zich terug te trekken. Dit herhaalde zich in het najaar. ASKA gaf als reden aan dat binnen de ketens in de afgelopen jaren veel werk is verricht om tot een totaal en goed arbeidsvoorwaardenpakket voor apothekers in loondienst te komen, waarbij continu verbeteren en optimaliseren de aandacht heeft. De LAD bericht dat dit maatwerk volgens ASKA heeft geleid tot gemiddeld betere arbeidsvoorwaarden voor de apotheker. Nieuw overleg Onlangs verzocht ASKA de LAD het cao-proces van voren af aan op te starten. Hierop heeft de LAD nog niet gereageerd De LAD gaat in elk geval opnieuw in overleg met werkgeversorganisatie VZA en is ook in gesprek met andere partijen. VZA was in november al bereid het principeakkoord te tekenen, maar dan wel samen met ASKA. Tekst: Kees Kommer...

Lees Verder
Diabetesvereniging roept apothekers tot de orde
feb01

Diabetesvereniging roept apothekers tot de orde

BRANDBRIEF NAAR KNMP EN FHI – “We riskeren prutszorg”, “Wij maken ons ernstig zorgen” tot “Het behalen van een goede marge is kennelijk belangrijker dan de gezondheid van de patiënt.” Het zijn enkele reacties bij de Diabetesvereniging Nederland op het overzetten van patiënten door apothekers en leveranciers op andere hulpmiddelen.   De Diabetesvereniging Nederland luidt de noodklok met een brandbrief aan de brancheorganisaties van apothekers (KNMP) en hulpmiddelenleveranciers (FHI). “Roep uw leden tot de orde.” Want op www.dvn.nl/meldpunt staan ruim 200 meldingen van verontruste diabetesverpleegkundigen en patiënten die niet krijgen wat zij nodig hebben en waar zij recht op hebben. De teller tikt door. Diabetesvereniging Nederland verzamelt in het Meldpunt ervaringen van mensen die door hun apotheker of hulpmiddelenleverancier worden overgezet op een andere bloedglucosemeter. Meter is maatwerk Zowel de Diabetesvereniging als de EADV, de beroepsorganisatie van diabetesverpleegkundigen die DVN steunt, zien bloedglucosemeters als een onmisbaar hulpmiddel voor het zelfmanagement van de patiënt. De afweging welke meter past bij een patiënt, maken patiënt en behandelaar samen. Directeur Olof King van Diabetesvereniging Nederland: “De keuze voor een bloedglucosemeter hoort in de spreekkamer thuis. Dat is maatwerk.” King doet het dringende verzoek aan de branche om patiënten de bloedglucosemeter te leveren die hun behandelaar voorschrijft. “De gezondheid van de patiënt moet voorop staan, niet het behalen van een goede marge.” De Diabetesvereniging adviseert patiënten die toch ten onrechte worden overgezet, hun vertrouwde meter terug te vorderen. Diabetesvereniging Nederland zal hen waar nodig hierbij ondersteunen. “Wij bepalen wat nodig is” De Diabetesvereniging Nederland blijkt door veel artsen en diabetesverpleegkundigen in de acties te worden gesteund. “We riskeren prutszorg”, stelt prof. dr. Schaper, endocrinoloog aan de Universiteit van Maastricht. “Diabetesverpleegkundigen worden in de dagelijkse praktijk geconfronteerd met deze problematiek”, aldus Anita Faber, voorzitter van de EADV. “Wij maken ons ernstig zorgen. De keuze van het testhulpmiddel is onlosmakelijk verbonden met de diabetesbehandeling. Wij zijn de specialisten als het gaat om diabeteszorg, dus wij bepalen samen met de patiënt wat nodig is, en niet de apothekers en de leveranciers.” Voor een oplossing gaat Diabetesvereniging Nederland op korte termijn in gesprek met alle betrokken partijen. Tekst: Kees...

Lees Verder
Pagina 2 van 212