Prijzen van geneesmiddelen hoog houden?
mrt26

Prijzen van geneesmiddelen hoog houden?

In een onderzoek van de ACM wordt geconcludeerd dat fabrikanten van chemische merkgeneesmiddelen de toetreding en het gebruik van goedkopere generieke middelen hebben belemmerd. Wat vindt de minister van het rapport ‘Farmacie onder de loep’ vroeg het Tweede Kamerlid Otwin van Dijk (PvdA). De beantwoording van Edith Schippers is dermate interessant dat deze hier voor een groot deel wordt weergegeven. Edith Schippers acht een gelijk speelveld in de farmacie van belang en juicht toegenomen aandacht bij de Autoriteit Consument en Markt voor de farmacie van harte toe. ‘Ik heb eerder aangegeven het af te keuren indien fabrikanten zouden kiezen voor het nastreven van onevenredig hoge winstmarges boven het nemen van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid om een bijdrage aan zorg voor patiënten te leveren voor aanvaardbare prijzen. Het legt een enorme druk op ons zorgsysteem en bedreigt op termijn ook hun eigen positie. De belangen van patiënten bij de beschikbaarheid en toegankelijkheid van geneesmiddelen zijn groot. Tegelijkertijd is het van groot belang dat de best mogelijke zorg zo doelmatig mogelijk geleverd kan worden. Juist daarom is een gelijk speelveld binnen de farmacie gewenst, waarin ook elke partij zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt. Eventueel ongewenst gedrag van fabrikanten keur ik ten zeerste af. Het mag niet zo zijn dat merkfabrikanten misbruik maken van hun positie op de markt en  goedkopere maar even goede generieke geneesmiddelen actief proberen te weren. Patiënten en premiebetalers mogen niet de dupe van worden van dergelijk onaanvaardbaar gedrag.’ Doelmatig voorschrijven Omdat haar beleid erop gericht is het gebruik van identieke, goedkopere generieke geneesmiddelen waar medisch mogelijk te stimuleren en doelmatige inzet van premiemiddelen te vergroten, ziet zij de conclusies van de ACM als ondersteuning van haar beleid. Of ze ook bereid is over te gaan tot de door de ACM genoemde aanpassing van het systeem, waarbij beperkingen aan de prijsvorming worden opgelegd, zodat de prijs van een geneesmiddel binnen en buiten een ziekenhuis gelijk is, geeft ze het volgende antwoord. ‘Geneesmiddelen worden in het huidige systeem door verschillende partijen ingekocht. Dit brengt met zich mee dat de inkooppprijs per partij kan verschillen. Hoewel de macht van de farmaceutische industrie groot is en in een dergelijk geval zelfs lijkt te reiken tot aan te pen van de voorschrijver, is het de taak van de arts zowel in het ziekenhuis, als in de eerste lijn, doelmatig voor te schrijven en conform de geldende behandelrichtlijnen. In tegenstelling tot de ACM ben ik van mening dat artsen zich wel degelijk bewust zijn van de consequenties van hun voorschrijfgedrag. De verzekeraar heeft op zijn beurt de taak om hier ook op te letten. Voor de patiënt is het uiteindelijk van belang dat hij het...

Lees Verder
Apotheker Rob Linde: Eerst inhoud, daarna vorm
mrt24

Apotheker Rob Linde: Eerst inhoud, daarna vorm

Rob Linde is een apotheker met passie. Dat klinkt als een promotiefolder uit de jaren 80 en smaakt naar een uitgeknepen citroen. Toch gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat het écht zo is. Rob stond  aan de wieg van Apotheek de Brug. Een 24/7 poliklinische apotheek in de centrale hal van het Flevoziekenhuis. Rob: “De Brug is ontstaan om de informatiekloof tussen farmaceutische zorg in het ziekenhuis en de eerste lijn te overbruggen. We bieden transferzorg. Ik vind het leuk om nieuwe dingen te bedenken. En dat hoeft echt niet altijd veel te kosten; beetje energie, beetje creativiteit en een beetje lef. Bij veel dingen die ik doe, laat ik me leiden door de gedachte: ‘eerst inhoud, daarna vorm’.” Apotheek de Brug is geopend in 2008 op initiatief van Zorggroep Almere en het Flevoziekenhuis. Medewerkers van de apotheek werken samen met de specialisten in het Flevoziekenhuis, de Almeerse huisartsen en apotheken, de Spoedpost Almere en de wijkverpleging/thuiszorg. Het team van de Brug bestaat uit 5 apothekers en 27 apothekersassistentes Almere, stad aan het water. Twee tot vijf meter onder zeeniveau. Wat bracht je hier? Rob lacht: “Inderdaad. Aanvankelijk waren hier vooral veel meeuwen en zand. Vanaf midden jaren ‘70 is de zorg in Almere met een bepaalde visie vormgegeven; het voordeel van Almere. Ze hebben een experiment van Almere gemaakt waarbij de gehele eerstelijnszorg vanuit gezondheidscentra wordt geleverd met als belangrijkste uitgangspunt dat zorg zolang mogelijk bij mensen thuis moet plaatsvinden. De voornaamste reden waarom ik naar Almere ben gekomen, is de inhoud van het vak. Ik wilde niet de apotheker zijn in de klassieke zin. Ik wilde mijn vak inhoudelijk vormgeven. Hier was dat mogelijk. Hier was de samenhang en samenwerking die ik zocht.” Als je terugkijkt: is Apotheek de Brug geworden wat je ervan had verwacht? “Jazeker, wat dat betreft zit hier een gelukkig mens. Maar we blijven innoveren. Er zijn zoveel mogelijkheden om ons vak te verbeteren. Om te beginnen moet de distributie en logistiek goed geregeld zijn. Zo komt het concept van ‘Central Filling’ uit Almere. Een mooi wapenfeit. Wanneer distributie goed geregeld is, is er tijd om de competenties van medewerkers te verbeteren en anders in te zetten. Naast het veilig leveren van geneesmiddelen vraagt de samenleving nieuwe vaardigheden van ons: begeleiding, betere communicatie en toegang tot relevante kennis. Dat zijn onze nieuwe toegevoegde waardes.” Hoe vul je deze nieuwe toegevoegde waardes in? In de praktijk van alledag? “Het begint met vriendelijk en behulpzaam zijn. Sowieso. Daarnaast volgt het team in deze apotheek een continu communicatietraining  waarin steeds weer vragen aan de orde komen als: ‘Hoe communiceer je? Hoe voer je een interactief gesprek?...

Lees Verder
Column: Brocacef toon(t)  (markt)leiderschap!
mrt23

Column: Brocacef toon(t) (markt)leiderschap!

En toen waren er nog maar twee. Als de overname van Mediq door de Brocacef Groep doorgaat zijn er straks nog maar twee spelers van formaat in apothekenland: Mosadex met Service Apotheken voor de zelfstandige apotheken en Brocacef met BENU voor de ketens en zelfstandigen. De koek is dus definitief verdeeld, Bas. Als je afgaat op de macht van de getallen zou dat zomaar zo kunnen zijn, Niels. Samen hebben die twee spelers meer dan 1.000 apotheken onder hun hoede als ik de getallen in het interview met Bart Tolhuisen op pagina 8 goed tel. Ik ben dan ook erg benieuwd hoe Brocacef straks met meer dan 600 apotheken onder de vlag van BENU de positie van marktleider waarmaakt. Want dat zijn ze, marktleider. Goed punt, Bas. Het is straks aan Brocacef om zich ook marktleider te tonen in de farmacie. Ze zijn het aan hun stand verplicht om de kar te trekken en bijvoorbeeld met zorgverzekeraars voor apothekers een passend  honorarium af te spreken dat recht doet aan de meerwaarde van de apotheker. Om de toegevoegde waarde van de apotheker meer bekendheid te geven. Niet alleen voor de eigen apotheken, maar voor de sector. Het einde van het poldermodel en tekenen bij het kruisje! Als Peter de Jong, de beoogd eerst man van de samenvoeging Brocacef-Mediq, zichzelf blijft dan heb ik daar best wel vertrouwen in. Hij weet immers wel zijn momenten te pakken. Zet Peter in een televisie-uitzending van een consumentenprogramma als Kassa of Radar en de toekomst van de apotheker ziet er na afloop van de uitzending in een keer een stuk rooskleuriger uit. Een toekomst zonder de apotheken van Mediq, Bas. Als straks de autoriteiten hun fiat hebben gegeven aan de verkoop aan Brocacef komt er een einde aan 116 jaar OPG-apotheek. Wat in 1899 begon als coöperatieve apothekersvereniging onder de naam Onderlinge Pharmaceutische Groothandel eindigt abrupt in de zomer van 2015. Moest jij ook een traantje laten, Bas? Ben je gek, Niels. Toen OPG als Mediq naar de beurs ging en er later weer werd afgehaald was voor mij al duidelijk dat de apothekenorganisatie ooit te koop zou komen. En zo geschiedde. Soms is de toekomst achteraf heel goed te voorspellen. Bastiaan Witvliet, hoofdredacteur FarmaMagazine Niels van Haarlem, redacteur...

Lees Verder
“We kozen voor de inhoud,  dan volgt de ICT”
mrt21

“We kozen voor de inhoud, dan volgt de ICT”

“De ICT kun je pas als laatste regelen en moet aansluiten op de core business van de samenwerkingspartners. De rol van de patiënt moet je nadrukkelijke benoemen.” Dat concludeert Matine van Schie bij het maken van afspraken over een veilige uitwisseling van medicatiegegevens in de regio Rijnmond. In december jl. werd in deze Rotterdamse regio het convenant medicatieoverdracht getekend. Vertegenwoordigers uit de eerstelijnszorg, de ziekenhuizen en belangenbehartigers van zorgvragers hebben er onder begeleiding van Matine van Schie van de regionale ondersteuningsorganisatie ZorgImpuls twee jaar aan gewerkt. Het is de Rijnmondse uitwerking van de landelijke richtlijn ‘Overdracht van medicatiegegevens in de keten’, die sinds 2011 voor alle zorgaanbieders in Nederland geldt. Baanbrekend samenzijn “Het was een bont gezelschap dat we bij de start in 2011 bij elkaar hebben gebracht: de huisartsenkring, de huisartsenposten, de samenwerkende gezondheidscentra, de vereniging van apothekers en de trombosedienst. Na afloop sprak men over een baanbrekend samenzijn en wilde men er een vervolg aan geven. De stakeholders spraken af te vertrekken vanuit de inhoud van de zorg, om te voorkomen dat ze terecht kwamen in een ICT-discussie. Dus niet hoe gaan we medicatiegegevens overdragen, maar wat, wanneer, door en aan wie doen we dat.” Quick scan “De eerste activiteit was het maken van een quick scan over welke informatie men deelt en wat men mist als het gaat om het voorkomen van fouten in de medicatieoverdracht en het vergroten van de patiëntveiligheid.” Matine van Schie geeft enkele voorbeelden: – De huisarts stuurt veelal geen ‘stopbericht’ over de aan een patiënt voorgeschreven medicijnen naar een apotheker. – In de gegevensuitwisseling ontbreekt meestal een contra-indicatie of informatie over allergische aanleg. – De laboratoriumuitslagen gaan niet standaard naar de apotheker als de medicatie wordt voorgeschreven. – De apotheker stuurt wel informatie over interactie met de patiënt naar de huisarts, maar beiden geven er geen follow-up aan. – In het recept ontbreekt doorgaans de diagnose. “Maar ook als de informatie-uitwisseling wel plaatsvindt, dan is het de vraag of de gegevens op de juiste plaats in het informatiesysteem komen.” Verantwoordelijkheid van de patiënt De patiënt bleek geheel afwezig in de informatievoorziening. “Die gaat ervan uit dat de zorgverleners het onderling goed regelen en op tijd informatie kunnen verstrekken als dat nodig is. Maar dezelfde patiënt legt niets vast over het gebruik van de middelen die hij of zij zelf uit het schap kan halen,” weet Matine van Schie. “Nu steeds meer de regie over het eigen leven gevoerd moet worden, hebben we in het convenant de patiënt duidelijk een plaats gegeven. Wij zeggen dat de patiënt het recht heeft op inzage en een kopie van zijn volledige medicatiedossier. Hij heeft ook...

Lees Verder
Column Henk Pastoors: Een handje helpen
mrt20

Column Henk Pastoors: Een handje helpen

Het is 16 december 2014 als Bernard Muller, ALS-patiënt in de Oud-Katholieke Parochie in Amsterdam Wim van de Meeren van CZ, interviewt in het kader van de NieuweZorg-bijeenkomst met het thema Zingeving en Reflectie in de Zorg. Zelf heb ik nogal een zwak voor Wim, maar zeker ook voor Bernard,  die net als al die arme stakkers vroegtijdig opgehaald worden door de dood. Met een rondetafel over de financiering van experimentele geneesmiddelen en een Expertmeeting Ziekenhuisfarmacie in het voorjaar gaan we Bernard een handje helpen. Bestaande regelingen als compassionate use en named patient zijn beleidsmatig geregeld, maar niet als het in de praktijk om financiering gaat. In Nederland geven we 800 miljoen euro uit aan dure geneesmiddelen en de opvatting is dat dat in vijf jaar gaat verdubbelen. Ik weet wel dat die kolere aandoening ALS de hele zorgtop zover krijgt dat ze hun hoofd in een emmer ijs steekt. Erg warm word ik daar overigens niet van zo’n gehyped sentiment. Natuurlijk is ALS een ziekte die ons doet huiveren en appelleert aan een spontaan gevoel van compassie. Wij ‘bidden’ dat we zelf deze gifbeker nooit leeg hoeven drinken. Maar wat te doen met de 200 andere aandoeningen, waar blijkbaar geen seks op zit? Ook hier betreft het individuen, gezinnen waarin hetzelfde leed intens geleden wordt. Tijdens diezelfde bijeenkomst interviewde Rien Meijerink Louis Overgoor van Big Move Institute. Vrij vertaald was de strekking ‘dat een mens meer is dan zijn ziekte’. Zelf ben ik heel erg voor deze opvatting. Namelijk, het is niet anders, God heeft met zijn schepping een onaf product geleverd. Je kunt namelijk ook in Aleppo wonen, Palestijn zijn of als meisje in een bus in India zitten met 43 Indiërs die er zo hun eigen gebruiken op nahouden. Leed is willekeurig en we hebben allemaal met deze ongelijkheid te dealen. En zo zit je dan vlak voor Kerst in een kerk in Amsterdam als bestuursvoorzitter van CZ tegenover Bernard Muller. Wim zei het goed: “…wat ik ook zeg Bernard, ik sta met 5-0 achter.” Eigenlijk staan we allemaal met onze mond vol tanden, want het is de vraag of het niet een illusie is dat wij hier ooit beleidsmatig een sluitend antwoord op vinden. Alle debatten hierover in de Tweede Kamer ten spijt, ik geloof er niet in. De discussie over dure geneesmiddelen is er één van vele gezichten. Daarbij is het issue betaalbaarheid op zichzelf natuurlijk heel redelijk. Maar zij die de waarde van een mensenleven uitdrukken in geld, ontkennen de werkelijke betekenis van het leven. Waardigheid, samenhang en zingeving. Achmea kan nog 20 bijeenkomsten organiseren over dure geneesmiddelen. Er kunnen nog 50 goedkope...

Lees Verder
Print your own medicine
mrt20
Lees Verder
Aurobindo: 7e Voorjaarsdiner
mrt20

Aurobindo: 7e Voorjaarsdiner

Aan de vooravond van het KNMP-congres was er begin deze week weer het inmiddels traditionele Voorjaarsdiner. Ditmaal georganiseerd onder de vlag van Aurobindo. De locatie was opnieuw een van de fraaiste plekken in het hart van Utrecht, het Paushuize. “We zijn er trots op dat mensen uit de top van de groothandel, de apothekersmarkt, de zorgverzekeraars, de media en de brancheorganisaties in de farmacie ruimte in hun volle agenda’s maken voor dit diner,” wil Managing Director Benelux en Vice president South West Europe van Aurobindo, Kalman Petro, graag kwijt aan het begin van de avond. Gedurende de avond werden de laatste nieuwtjes uitgewisseld, ging het over de toekomstige plaats van de apotheker, optimale patiëntenzorg en samenwerking tussen marktpartijen. Onderstaande foto’s geven een sfeerimpressie van de innoverende avond. Het volledige artikel leest u in de april-editie van FarmaMagazine.     Tekst: Kees Kommer Fotografie: Margot Brakel    ...

Lees Verder
Welkom in de APP-otheek
mrt20

Welkom in de APP-otheek

Games voor patiënten om de therapietrouw te verbeteren. En games die zelfs medicatie vervangen. Een toekomst waarin de app de bijsluiter heeft vervangen. En waarin de apotheker de specialist is in games die aantoonbaar effect hebben op de gezondheid. Welkom in de app-otheek. Heel Nederland is aan het gamen. We hebben allemaal spelcomputers en mobile devices. En ons land spreekt met 350 bedrijven, 3.000 werknemers en 275 miljoen euro omzet per jaar ook nog eens een aardig woordje mee als ontwikkelaar van games. Applied games in de gezondheidszorg zijn nog relatief nieuw. We praten dan niet over games ter vermaak, maar over games met een meetbaar effect. Bijvoorbeeld, spelletjes die claimen het brein beter te laten werken. Vaak zijn het wetenschappers die deze programma’s op de markt brengen. Een van die onderzoekers is Dr. Adam Gazzaley, wetenschapper aan de universiteit van Californië in de Verenigde Staten. De neurowetenschapper heeft het spel NeuroRacer ontwikkeld, een racespel voor hersengymnastiek en gericht op verbeteren van het vermogen om te multitasken. Tijdens het spel zitten de deelnemers in een virtueel autootje. Racen over kronkelende wegen terwijl er allerlei tekens in beeld verschijnen waarop de deelnemers moeten reageren. Volgens de onderzoeker verbetert het spel tal van prestaties bij ouderen. Ook op taken die ze niet specifiek hebben getraind: verbetering in werkgeheugen, focussen van de aandacht, beter multi-tasken. En werkt het? Na een maand werd een MRI gemaakt dat een significante verbetering in de capaciteit liet zien. Het tijdschrift Nature publiceerde een artikel met de conclusie dat gamen een positief effect heeft op cognitieve vermogens. De vraag is nu wat games nog meer kunnen betekenen. Sindsdien zijn gamen voor toepassingen in de gezondheidszorg hot. Effectief leren Het grote voordeel van games is dat mensen zelf actief betrokken zijn, actief zo informatie moeten zoeken, levensechte ervaringen meemaken in plaats van passief informatie te ontvangen. Je moet zelf beslissingen nemen en de gevolgen daarvan ervaren. Deze interactieve benadering is een effectieve leermethode. Een methode die ook al jaren wordt gebruikt in tal van opleidingen. Denk aan hoe zorgverleners leren om te gaan met agressieve patiënten of her-kennen van dementie. Of neem de Nederlandse Hartstichting. Die heeft een game om het publiek  te leren hoe je levens kan redden met een defibrillator. Maar denk ook aan zorgverleners die met een game werken aan hun vaardigheden. In de artsenopleiding oefenen chirurgen in spe met behulp van het spel Simendo lastige laparoscopische technieken. De simulator meet de snelheid en houdt het aantal fouten bij. Pas bij het halen van voldoende levels wacht een echte patiënt. Sneller beter Maar zijn games ook in te zetten voor chronische patiënten? Om op een...

Lees Verder
Grip op dure geneesmiddelen
mrt19

Grip op dure geneesmiddelen

Dure geneesmiddelen zijn een hoofdpijndossier voor de ziekenhuizen, dus zoeken zij naar manieren om hierin een substantiële en structurele kostenreductie te bewerkstelligen. Achmea werkt tot ditzelfde doel samen met een aantal van deze ziekenhuizen. De eerste ervaringen smaken naar meer. Achmea maakte september vorig jaar bekend samen met een aantal ziekenhuizen dure geneesmiddelen te willen gaan inkopen. Op basis van eigen onderzoek concludeerde Achmea dat ziekenhuizen heel verschillend omgaan met het gebruik van dure geneesmiddelen bij vergelijkbare behandelingen. Elk ziekenhuis regelt de inkoop van dure geneesmiddelen zelf en dat leidt tot onnodig hoge kosten. Bovendien is het voor de ziekenhuizen een intensief traject, stelde Achmea. Gezamenlijke inkoop moet dit proces eenvoudiger maken en een aanzienlijke kostenbesparing kunnen opleveren. Die besparing wordt gedeeld: de deelnemende ziekenhuizen mogen een derde deel houden, een derde wordt besteed aan innovatie. En een derde vloeit via de premie terug naar de verzekerden. TNF-alfaremmers Bij de eerste inkoopronde sloten negentien ziekenhuizen zich bij het samenwerkingsverband aan, en daartussen zitten ook enkele ziekenhuizen waarin Achmea een geringer marktaandeel heeft. Het traject is gestart met TNF-alfaremmers. De gezamenlijke inkooppartijen selecteerden op basis van de informatie die de farmaceutische industrie aanleverde aan aantal generieke varianten hiervan. Het streven is die bij tachtig procent van de nieuwe patiënten die hiervoor in aanmerking komen voor te schrijven. De beperking tot nieuwe patiënten is een bewuste keuze: medisch specialisten zijn bevreesd voor preferentiebeleid en zitten er totaal niet op te wachten bestaande patiënten over te zetten op een preferent middel als die al een andere TNF-alfaremmer gebruiken en daarover tevreden zijn. Meer kosteninzicht gewenst De achtergrond waartegen Achmea het proces heeft ingezet, is dat het duurzame toegankelijkheid van dure therapieën nastreeft. Daarnaast wil het meer in de kosten die ziekenhuizen maken voor dure geneesmiddelen, omdat dit de enige realistische basis is om tot kostenbeheersing te komen. Op dit moment hebben ze alleen concreet inzicht in de add-ons, omdat die afzonderlijk worden gedeclareerd. Alle overige dure geneesmiddelen worden meegenomen in de volledige DBC/DOT, zodat gedetailleerd overzicht daarop ontbreekt. Bovendien bestaat rond de add-ons veel onduidelijkheid over de vraag of ze voldoen aan de stand van de wetenschap en praktijk, wat leidt tot discussie tussen zorgverzekeraars en voorschrijvers is het ziekenhuis over de vergoeding.  Zorginstituut Nederland (ZiNL) kan aan die discussie een einde maken, door middel van een beoordeling van deze middelen, maar doet dit op het moment nog slechts beperkt middels risicogericht pakketbeheer. Hierdoor blijft vooralsnog een grijs gebied bestaan van middelen die ZiNL niet beoordeelt, zodat daarvoor de bal nog steeds bij de zorgverzekeraars ligt. Die mogen om mededingingstechnische redenen geen gezamenlijke beoordeling doen. Ondertussen is de patiënt in het nadeel...

Lees Verder
Column Maayke Fluitman: De emotiegeleide hond
mrt19

Column Maayke Fluitman: De emotiegeleide hond

Terwijl mijn hovawart in alle rust aan mijn voeten ligt te slapen lees ik op mijn Galaxy Note dat onderzoekers in het wetenschappelijke tijdschrift Current Biology melden dat honden, alleen afgaande op de bovenste helft van het gezicht – dus zonder zoiets als in woede ontblote tanden te kunnen zien – in staat zijn, in subtiele gelaatsmimiek, menselijke emoties te herkennen. Zorg gaat altijd vergezelt van emoties: blijdschap als een therapie aanslaat, angst als een nieuwe diagnose is gesteld. Iedere zorgverlener is zich hier dagelijks van bewust. Wie vraagt niet meerdere keren per dag “Hoe gaat het met u?” “Hoe voelt u zich vandaag?” Zorgverleners geven met een zekere trots aan hun patiënten te kennen en te weten wat er in hun omgaat. Het is hun professionaliteit, de patiënt begrijpen is onderdeel, is core business, van hun praktijk. Maar nu de praktijk van alledag in een notendop: de dokter legt tijdens het gesprek de diagnose meteen even vast in het systeem, al typend worden de vervolgvragen gesteld. De apotheker typt, terwijl hij met een half oog zijn vingers op het toetsenbord volgt, het recept in en voert meteen de medicatiebewaking uit, de ogen contentieus gericht op het scherm, een typefout kan immers grote gevolgen hebben. En op de achtergrond hoor hij nog net: “Ja, het gaat wel weer beter met me”. Hoeveel tijd is er in de zorg nog over om de persoon tegenover je echt even rustig aan te kijken, om ook de emotie van zijn gezicht te lezen? Een gezicht zegt meer dan duizend woorden. Spontane expressies van blijdschap of verdriet zijn, omdat ze moeilijk te onderdrukken zijn, een directe afspiegeling van onze emoties. Boordevol informatie bieden zij waardevolle kennis voor een persoonlijke benadering. Gezichten communiceren zonder woorden, ook de patiënt leest de blik van de zorgverlener. Aan de balie of in de spreekkamer kijkt ook hij naar de zorgverlener en wil lezen welke boodschap diens spontane gelaatsuitdrukkingen hem overbrengt. Welke emotie toont de zorgverlener, welke boodschap brengt hij over als hij alleen maar bezig is te voldoen aan de eis om goede zorgverlening transparant, meetbaar en efficiënt te maken? Herkent de patiënt hierin begrip, medeleven, rust? Of ziet de hij alleen nog maar de weerkaatsing van het blauwe licht van het beeldscherm? Tijd is in de zorg een schaars goed geworden en het zal ook nog wel even duren voordat dit weer in voldoende mate voorhanden zal zijn. Daarom stel ik voor, terwijl we wachten op meer tijd, dat de golden retriever onderdeel wordt van het apotheekteam. De ideale oplossing als hulp bij het lezen van de emoties van de patiënt. Een waardevolle en tevens gezellige...

Lees Verder
Pagina 1 van 212