Bart Tolhuisen (Brocacef): Alle apotheken blijven open
Mrt16

Bart Tolhuisen (Brocacef): Alle apotheken blijven open

De voorgenomen verkoop van Mediq apotheken en groothandel aan Brocacef betekent het einde van de OPG-apotheek. En de start van een nieuwe apotheekorganisatie. Maar eerst moeten de mededingingsautoriteiten de overname goedkeuren. Bart Tolhuisen, groepsdirectielid van Brocacef, over het waarom van de overname en de plannen voor de toekomst. Het interview met Bart Tolhuisen vindt plaats op zijn kamer bij Brocacef aan de Straatweg in Maarssen. Wie op een heldere dag uit dat raam kijkt, ziet het markante, glazen gebouw van Mediq aan de snelweg A2 liggen. De twee concurrenten worden nu dus een. Maar eerst moeten de waakhonden Nederlandse Zorgautoriteit (Nza) en de Autoriteit Consument & Markt (ACM) de deal goedkeuren. Een paar zaken zijn al wel duidelijk. Na het ja-woord wordt het kantoor van Brocacef de thuisbasis van de nieuwe organisatie. Ook verdwijnt de naam Mediq uit het straatbeeld: de overgenomen apotheken in eigendom en die van aangesloten franchisenemers krijgen allemaal de naam BENU op de gevel. Daarmee komt er dus een einde aan de apotheken die ooit onder de naam OPG zijn begonnen. Hoe het nieuwe bestuur eruit ziet is nog niet duidelijk. Dat is aan de raad van commissarissen. Wel is duidelijk dat de huidige bestuursleden van Brocacef zullen aanblijven in het nieuwe bestuur. Die bestaat uit Peter de Jong als directievoorzitter, Bart Tolhuisen als groepsdirecteur retail en Johan Eeken die verantwoordelijk is voor financiën. Tolhuisen wikt en weegt zijn woorden. Zeker nu de officiële goedkeuring nog moet volgen weet hij dat het verstandig is om niet al te grote woorden te gebruiken. Daar is hij de man ook niet naar. Hij gelooft in samenwerking en overleg. Met de markt, de zelfstandige apothekers en met zorgverzekeraars. Grootste apotheekorganisatie Door de overname ontstaat in een klap de grootse apotheekorganisatie. Wie straks het aantal outlets in de straat telt zou wel eens tot boven de 600 kunnen komen (eigendomsapotheken en zelfstandige apotheken waarmee onder de BENU-vlag nauw samengewerkt wordt). Maar macht, daar gaat het niet om, zo straalt Tolhuisen uit. Het gaat om efficiëntie, doelmatigheid en kwaliteit. Alleen daarmee bindt je klanten. En zorgverzekeraars. Waarom hebben jullie Mediq overgenomen? “De ambitie van Brocacef is om marktleider te worden. Met de samenvoeging van de apotheken van Lloyds en Escura  en het aantal klanten dat Brocacef voor zich heeft gewonnen de afgelopen jaren is het marktaandeel voor de groothandel gegroeid van 14 naar bijna 22 procent. Het aantal BENU-Apotheken is gestegen van 120 naar meer dan 300 (inclusief franchisenemers en partners). Maa r om marktleider te worden moet je een grote acquisitie plegen. Toen Advent, de eigenaar van Mediq, vorig jaar besloot om de apotheken en groothandel te verkopen waren...

Lees Verder
Uw betrouwbare partner in gezondheidszorg
Mrt13

Uw betrouwbare partner in gezondheidszorg

-advertorial- Aurobindo is een wereldwijd toonaangevend farmaceutisch bedrijf, gespecialiseerd in productontwikkeling. Met meer dan 10.000 medewerkers dragen wij in 125 landen bij aan hoogwaardige en betaalbare kwaliteit van zorg. Van R&D, productie tot en met verkoop, met een sterke focus op gezondheid en welzijn. Kalman Petro, Managing Director Benelux, vertelt: “Op dit moment worden er nieuwe productielocaties en R&D centers gebouwd. Een investering met als achterliggend doel de ontwikkeling van nieuwe producten voor de Europese markt. De focus van Aurobindo ligt op kosteneffectieve ontwikkeling van geneesmiddelen en op productiecapaciteit. Zo realiseren we een groeiend assortiment dat we tegen gunstige commerciële voorwaarden kunnen leveren.” Hoogste kwaliteitsnormen “Het is voor ons vanzelfsprekend dat de locaties die onze geneesmiddelen produceren, voldoen aan de hoogste officiële kwaliteitsnormen en relevante Europese wet- en regelgeving,” geeft Jeroen Wolfrat, Business Manager Retail aan. “Ter plaatse worden dan ook strenge procedures gevolgd, om deze kwaliteit te kunnen waarborgen. Ook internationaal zijn kwaliteit en veiligheid steeds terugkerende onderwerpen in gesprekken met onze klanten. Daarom besteedt Aurobindo hieraan veel aandacht.” Persoonlijke aandacht Petro: “Naast die focus op kwaliteit en veiligheid vind ik het zeker zo belangrijk dat wij op kleinere schaal, met persoonlijke aandacht inspelen op wensen, vragen en behoeften vanuit de markt. Zodat Aurobindo is wat het graag wil zijn: een betrouwbare partner in gezondheidszorg.”  ...

Lees Verder
Zorginstituut: wat zijn de criteria?
Mrt11

Zorginstituut: wat zijn de criteria?

VERGOEDINGEN IN BASISPAKKET – Sinds afgelopen weekend is er commotie over het niet langer vergoeden van een 100-tal geneesmiddelen en bereidingsvormen door sommige zorgverzekeraars. De koepelorganisatie Zorgverzekeraars Nederland (ZN) vraagt nu aan het Zorginstituut Nederland meer duidelijkheid over de toepassing van de criteria die zorgverzekeraars moeten gebruiken bij de vergoeding van geneesmiddelen in het basispakket. Het Zorginstituut adviseert de minister over de samenstelling van het basispakket voor alle zorgverzekeringen. De onrust over het niet langer vergoeden door sommige zorgverzekeraars gaat volgens het Zorginstituut over geneesmiddelen die niet tot de verzekerde zorg behoren. Zorgverzekeraars passen bij het vaststellen van de vergoeding van geneesmiddelen de pakketcriteria van de overheid toe. Deze criteria gaan uit van bewezen effectiviteit en doelmatigheid. Maar in de praktijk komen zorgverzekeraars soms in een discussie terecht met de patiënt en de apotheker over het feit dat er mogelijk toch sprake is van een noodzaak om bepaalde geneesmiddelen en bereidingsvormen te vergoeden die eigenlijk niet voldoen aan de criteria. Betere duiding van de pakketcriteria zou dit moeten voorkomen. ZN is het overigens met de minister eens dat het besluit om bepaalde geneesmiddelen niet meer te vergoeden apothekers heeft verrast en dat er aandacht moet zijn voor goede communicatie over welke geneesmiddelen niet (meer) voor vergoeding in aanmerking komen. Interpretatie van pakketcriteria De minister stelt elk jaar met instemming van de Tweede Kamer het basispakket vast voor alle zorgverzekeringen. Geneesmiddelen die in het basispakket zijn opgenomen, moeten bewezen effectief zijn. Maar deze geneesmiddelen worden door verschillende fabrikanten en in verschillende bereidingsvormen aangeboden door apotheken. Het is vervolgens de taak van zorgverzekeraars om namens hun verzekerden kritisch te kijken naar de effectiviteit, kwaliteit en doelmatigheid van de merken en bereidingsvormen. De pakketcriteria van het Zorginstituut, die de minister van VWS in de Tweede Kamer heeft vastgesteld, zijn daarbij het uitgangspunt. Desondanks is er discussie ontstaan over de effectiviteit van bepaalde geneesmiddelen of bereidingsvormen, zo laat ZN weten. ZN wil daarom dat de overheid aan patiënten, zorgverleners en zorgverzekeraars meer duidelijkheid geeft over de interpretatie de pakketcriteria. Machtiging aanvragen ZN benadrukt overigens dat mensen te allen tijde recht houden op geneesmiddelen die vallen onder het basispakket. Op het moment dat een patiënt een speciale bereidingsvorm nodig heeft, kan hiervoor een machtiging worden aangevraagd. Ook de minister onderstreepte deze week tijdens het vragenuur in de Tweede Kamer dat zorgverzekeraars hun verantwoordelijkheid nemen in de toepassing van de pakketcriteria. Magistrale bereiding Naast deze vraag van ZN is in de discussie de afgelopen dagen naar voren gekomen dat op het terrein van de magistrale bereiding de farmacie zich in een overgangssituatie bevindt. Na een circulaire van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) in 2009 kon de...

Lees Verder
In Kerkrade ruim tweemaal zo veel recepten dan in Utrecht
Mrt10

In Kerkrade ruim tweemaal zo veel recepten dan in Utrecht

De gemeente Kerkrade heeft met 13 per inwoner het hoogst geschatte aantal voorschriften van geneesmiddelen. De gemeente Utrecht heeft met 5,7 het laagst geschatte aantal voorschriften per inwoner. Door de bevolkingssamenstelling zijn er vergelijkbare verschillen in de vraag naar andere zorg in de eerste lijn. Dat blijkt uit gegevens van de VAAM van NIVEL en NPCF. Met de Vraag Aanbod Analyse Monitor willen het NIVEL en de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie een bijdrage leveren aan de discussie over een zo goed mogelijke afstemming van het aanbod van eerstelijns voorzieningen op de lokale vraag. Deze informatie is vooral van belang voor organisaties die zich bezighouden met de beschikbaarheid en bereikbaarheid van eerstelijnszorg op lokaal niveau, zoals gemeenten, GGD’en, regionale ondersteuningsstructuren, grotere gezondheidscentra of koepels, verzekeraars en regionale patiënten- en consumentenorganisaties. Leeftijd, huishouden, inkomen “De bevolkingssamenstelling van een gebied blijkt sterk samen te hangen met de vraag naar eerstelijnszorg”, stelt NIVEL-afdelingshoofd professor Dinny de Bakker. “Met name de samenstelling naar leeftijd, het percentage eenpersoonshuishoudens en het percentage mensen met een laag inkomen van een gebied, hebben een sterke samenhang met bijvoorbeeld de vraag naar huisartsenzorg.” Utrecht en Kerkrade NIVEL heeft op basis van de lokale bevolkingssamenstelling het aantal geneesmiddel voorschriften per inwoner berekend. De gemeente Utrecht heeft met 5,7 het laagst geschatte aantal voorschriften per inwoner. Dit lage aantal voorschriften per inwoner wordt verklaard door het hoge aantal jongeren, het lage aantal ouderen en het hoge aantal eenpersoonshuishoudens. De gemeente Kerkrade heeft met 13 per inwoner het hoogst geschatte aantal voorschriften van geneesmiddelen. Hier wonen relatief veel ouderen en veel mensen met een laag inkomen. Vaals en Urk Vergelijkbaar zijn de verschillen in behoefte aan huisartsenzorg. Uit de berekeningen van het NIVEL blijkt dat in de gemeente Vaals een inwoner 5,7 keer per jaar de huisarts bezoekt. Dit hoge aantal huisartsbezoeken komt door het relatief hoge aantal ouderen en het relatief lage aantal jongeren. Hiernaast is het percentage lage inkomens hoog. De gemeente Urk heeft met 3,7 huisartsbezoeken per inwoner per jaar het laagste aantal; in deze gemeente wonen relatief veel jongeren en weinig ouderen, hiernaast zijn er weinig eenpersoonshuishoudens en weinig niet-westerse allochtonen. Zorgmonitor meet lokale vraag Met de VAAM is per postcode, gemeente of regio de vraag te berekenen naar huisartsenzorg, farmaceutische zorg, fysiotherapeutische zorg, eerstelijns geestelijke gezondheidszorg, oefentherapie, diëtetiek, verloskundige zorg en logopedie. Daarnaast is met deze zorgmonitor op lokaal niveau de vraag naar zorg voor specifieke aandoeningen, bijvoorbeeld chronische ziektes of psychosociale problemen, te bepalen. De vraag is gebaseerd op de bevolkingssamenstelling en wordt vergeleken met het lokale aanbod aan huisartsen, fysiotherapeuten en verloskundigen om de afstemming tussen vraag en aanbod te analyseren. De VAAM wordt gesubsidieerd...

Lees Verder
VAL Apotheek Panacee beste van Nederland
Mrt04

VAL Apotheek Panacee beste van Nederland

De in het Noord-Limburgse Grubbenvorst gevestigde apotheek van mevrouw Baggen en haar zeven medewerkers, is in het Onderzoekprogramma Kwaliteit Apotheken van AMP als beste van Nederland beoordeeld. In 2012 werd deze apotheek al een keer derde. In 2014 hebben 823 apotheken deelgenomen aan het Onderzoekprogramma Kwaliteit Apotheken van AMP en Tevreden.nl. Ze zijn zes keer benaderd door ‘mystery guests’ die zich voordoen als alledaagse cliënt/patiënt van de apotheek en in die hoedanigheid het zorgproces van de apotheek doorlopen. Zij doen dit aan de hand van vooraf opgestelde scripts en gevalideerde evaluatieformulieren. Per onderzoek registreert de mystery guest de prestatie van de apotheken op circa 40 items, verdeeld over drie secties: (1) bejegening, (2) probleemanalyse en voorlichting wn (3) advisering en verstrekking. De waarnemingen van de mystery guests worden getoetst aan de voor apotheken geldende vakinhoudelijke beroepsnormen en -standaarden. De thema’s van 2014 Ook in 2014 stonden zes farmaceutische onderwerpen in the picture. Begin 2014 was dat een casus over een kind met pseudokroep. Hierna was er een casus met hoofdpijn veroorzaakt door medicatie over gebruik. Vervolgens werd men geconfronteerd met een patiënt met hooikoorts. Voor de zomervakantie werden de apotheken bezocht voor advies over voetschimmel. Na terugkomst van de vakantie was er een casus waarin werd gevraagd om een advies over de voedingssupplementen Vitamine D en Calcium. De laatste casus in 2014 betrof een reisadvies voor een ouder echtpaar. In alle casussen zaten ‘addertjes onder het gras’ waar de apotheek alleen met goed doorvragen achter kon komen. Soms moest er rekening gehouden worden met de leeftijd van de gebruiker(s) en in andere gevallen was er sprake van het gebruik van andere medicijnen die een interactie konden hebben met het zelfzorgproduct waarnaar gevraagd werd. De top-10 van 2014 1.  VAL Apotheek Panacee – Grubbenvorst 2.  Apotheek ’t Hooge Zand – Hoogezand 3.  Schalkwijk Apotheek – Haarlem 4.  Apotheek Balkbrug – Balkbrug 5.  Alphega apotheek Kattenbroek – Amersfoort 6.  Apotheek Smilde – Smilde 7.  BENU Apotheek de Pelikaan – Bunschoten 8.  Apotheek Slangenbeek – Hengelo 9.  Alphega apotheek Kromme Rijn – Bunnik 10.  Apotheek Ermel Gezondheidscentrum –...

Lees Verder
RIVM start onderzoek naar bloedglucosemeters
Mrt04

RIVM start onderzoek naar bloedglucosemeters

In antwoord op vragen van het Tweede Kamerlid Tunahan Kuzu (Groep Kuzu/Öztürk, partij Denk i.o.) vindt minister Edith Schippers het in het belang van de premiebetaler en de patiënt dat zorgverzekeraars kosten willen beheersen bij de aanschaf van hulpmiddelen. Bloedglucosemeters moeten echter wel voorzien zijn van een CE-certificaat en voldoen aan de ISO-norm 15197. Signalen over afwijkende meetresultaten pakt de IGZ serieus op: daarom is het RIVM gevraagd een onderzoek te starten. De Diabetesvereniging luidde in januari jl. de noodklok over het overzetten van patiënten op goedkopere bloedglucosemeters. In februari stelde Tunahan Kuze hierover Kamervragen. In haar antwoord zegt de minister dat zij er geen bezwaar tegen heeft dat zorgverzekeraars de kosten willen beheersen. Bij navraag verklaren verzekeraars echter “dat zij met leveranciers kwaliteitseisen hebben afgesproken over de glucosemeters die aan patiënten worden verstrekt en dat deze eisen ten opzichte van vorig jaar niet zijn afgezwakt.” Kleinere kans op complicaties Op de vraag of de minister op de hoogte is van de consequenties voor de gezondheid van diabetespatiënten, wanneer een leverancier of een apotheker hen overzetten op een bloedglucosemeter waarvan de kwaliteit niet gegarandeerd is, schrijft zij: “Een goede controle van bloedglucose is van het grootste belang om complicaties van diabetes bij patiënten te voorkomen. Diverse studies hebben bewezen dat adequate glucosecontrole (naast een goede leefstijl en een goede behandeling) de kans op het optreden van ernstige complicaties beduidend kan terugdringen. Het is aan veldpartijen om op basis van richtlijnen, protocollen en overeenkomsten tot een kwalitatief goede invulling te komen van de functionele aanspraak.” Besluit in-vitro diagnostica Over de nauwkeurigheid en het gebruiksgemak van glucosemeters wordt in de beantwoording het volgende opgemerkt. “Bloedglucosemeters worden gerekend tot de middenhoogrisico in-vitro diagnostica (IVD) en moeten voldoen aan de gestelde eisen in het Besluit in-vitro diagnostica. Als dat zo is, geeft de aangemelde instantie hiervoor een CE-certificaat af. Voor de bloedglucosemeter zijn de eisen verder gespecificeerd in een ISO 15197 norm. Daarnaast worden bloedglucosemeters door de aangemelde instantie extra op bruikbaarheid en begrijpelijkheid gecontroleerd omdat het zelftesten zijn en hiervoor strengere eisen gelden.” De Europese Commissie zal in een toekomstige verordening voor de markttoelating van IVD’s nog verdergaande eisen gaan stellen aan deze testen. Zelf regie voeren De minister beëindigt de beantwoording van de vragen met de volgende passage. “Nieuwe en goedkopere meters betekent niet vanzelfsprekend minder nauwkeurigheid en gebruiksgemak. Waar het om gaat is dat de verzekerde beschikt over een glucosemeter die voldoet aan de functionele eisen die de diabetes verpleegkundige heeft gesteld, en waarmee de verzekerde in staat is om zelf regie te voeren op zijn bloedsuikerwaarden. Zorgverzekeraars gebruiken in hun afspraken met zorgaanbieders een nauwkeurigheidseis waaraan de kwaliteit van...

Lees Verder
Nieuwe Contra-Indicatielijst (CI) voor medicatiebewaking
Mrt03

Nieuwe Contra-Indicatielijst (CI) voor medicatiebewaking

Een paar voorbeelden van nieuwe contra-indicaties: mictieklachten met urineretentie, sonde, levercirrose, angio-oedeem in de anamnese, stoma en gastric bypass. Het zijn contra-indicaties op een lijst die zorgverleners helpt in ‘dezelfde taal’ informatie uit te wisselen, waardoor patiënten een medicatietherapie op maat krijgen. De Nationale Contra-Indicatielijst komt tot stand in samenwerking tussen Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP), Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), Stichting Health Base (SHB), de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA), de Federatie Medisch Specialisten (FMS) en Nictiz. De nu verschenen update is uitgebreid met nieuwe contra-indicaties. De nieuwe lijst bevat verder tekst- en coderingsverbeteringen. Communiceren in ‘dezelfde taal’ Zorgverleners wisselen steeds meer gegevens uit met elkaar. Omdat ze verschillende codestelsels gebruiken om contra-indicaties vast te leggen, is er één Nationale Contra-Indicatielijst ontwikkeld. Deze ondersteunt softwareleveranciers bij het ‘vertalen’ van codes uit verschillende stelsels, zodat de informatie overal eenduidig is. Het gaat om informatie over aandoeningen of kenmerken van patiënten waarbij geneesmiddelen niet of slechts onder voorwaarden toegepast mogen worden. Een bekend voorbeeld is een nierfunctiestoornis. Het is van belang dat zorgverleners over de meest actuele CI’s van patiënten beschikken om het risico op complicaties en/of verdere achteruitgang te voorkomen. De Nationale Contra-Indicatielijst ondersteunt voorschrijvers en apothekers bij het bepalen van de juiste geneesmiddeltherapie. De Nationale Contra-Indicatielijst is te vinden in het Terminologiecentrum van Nictiz....

Lees Verder
Kan het nog goedkoper?
Mrt02

Kan het nog goedkoper?

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) constateert dat fabrikanten van merkgeneesmiddelen wereldwijd de toetreding van goedkopere merkloze geneesmiddelen soms tegenwerken. Dat gebeurt in een rapport dat pleit voor meer kansen voor generieken. Wat constateert de ACM in haar rapport? Merkfabrikanten passen verschillende marketing- en verkooptechnieken toe om hun geoctrooieerde merkgeneesmiddelen aan de man te brengen. Octrooien bieden bedrijven de mogelijkheid om hun uitvinding terug te verdienen en zijn daarom belangrijk voor innovatie. Maar het gebeurt ook dat een merkfabrikant van geneesmiddelen zijn octrooi op een geneesmiddel verlengt met marginale verbeteringen om zo zijn markt veilig te stellen. Ook zijn er fabrikanten van merkmedicijnen die concurrenten betalen om het goedkopere merkloze medicijn nog niet op de markt te brengen. Een andere methode van medicijnfabrikanten om hun omzet te verhogen is door artsen en specialisten te beïnvloeden. Inspelen op de gewoonte ACM stelt vast dat sommige medicijnfabrikanten in Nederland tegen zeer hoge kortingen geneesmiddelen verkochten in ziekenhuizen. Patiënten die het medicijn in het ziekenhuis kregen, zijn geneigd om het geneesmiddel thuis ook te willen gebruiken. Het medicijn werd in de apotheek voor een veelvoud van de ziekenhuisprijs verkocht. Door in te spelen op de gewoonte verhoogt een medicijnfabrikant zijn winst, ten koste van goedkopere, maar kwalitatief net zo goede merkloze geneesmiddelen. Meer partijen aan zet Ook voor geneesmiddelen is concurrentie nodig, zo luidt het oordeel van de ACM.  Soms kan de Mededingingswet ingezet worden, maar die kan niet in alle gevallen schadelijk gedrag van geneesmiddelenfabrikanten aanpakken. ACM publiceert daarom een beschrijving van de geneesmiddelenmarkt en de toetreding van merkloze geneesmiddelen. Als geneesmiddelenfabrikanten de concurrentie beperken, is dat uiteindelijk nadelig voor consumenten. Soms kan een merkfabrikant worden aangepakt via de Mededingingswet. Soms kan dat niet en zijn ook andere partijen aan zet om de kosten voor geneesmiddelen in de hand te houden. Zo kunnen huisartsen en specialisten nog vaker goedkopere merkloze medicijnen voorschrijven. Of kunnen er meer merkloze medicijnen als standaard worden opgenomen in het basispakket van de zorgverzekering. De nieuwe generatie geneesmiddelen De markt voor geneesmiddelen ontwikkelt zich snel. ACM richtte zich in haar rapport vooral op geneesmiddelen die in hoge volumes werden verkocht. De nieuwe generatie geneesmiddelen bestrijdt bijvoorbeeld bepaalde vormen van kanker of artrose. Deze geneesmiddelen zijn per patiënt duur en er worden minder van gemaakt omdat de ziekte minder voorkomt. Ook voor deze nieuwe generatie medicijnen, zal ACM de marketing- en verkooptechnieken van medicijnfabrikanten zorgvuldig tegen het licht houden en bekijken of de grenzen van de mededingingswetgeving al dan niet worden overschreden en de kosten voor geneesmiddelen onnodig stijgen. Tekst: Kees Kommer...

Lees Verder
Pagina 2 van 212