Service Apotheek ‘t Hooge Zand: Een + een = drie
Mei31

Service Apotheek ‘t Hooge Zand: Een + een = drie

Hoogezand, Sappemeer…  Roodeschool is het bekende topografische rijtje dat bijna als vanzelf naar boven komt als je richting Groningen rijdt. Service Apotheek ‘t Hooge Zand komt voor in een ander rijtje: van de laatste twaalf jaar waarin het AMP de prijs ‘Beste apotheek van Nederland’ uitreikte, stond deze apotheek negen keer in de top tien. Drie keer als winnaar en drie keer op de tweede plaats. Een unicum! Anne de Vries: “Als dit interview gaat over de samenwerking met huisartsen ben je aan het goede adres. We zitten al dertig jaar met de huisartsen onder één dak en werken intensief samen. Een AHOED avant la lettre.” Het apotheekteam van ’t Hooge Zand bestaat uit tien medewerkers, waarvan drie apothekers en zes apothekersassistenten. Samen met drie huisartsenpraktijken en een fysiotherapiepraktijk vormen ze Medisch Centrum ‘t Hooge Zand. De apotheek biedt zorg aan 7000 patiënten. Met name door de vergrijzing van de bevolking hebben veel patiënten extra zorg nodig. Puur winst Anne: “Toen we in dit centrum begonnen, hebben we toestemming van de huisartsen gekregen om de medische dossiers van patiënten in te zien. Uiteraard na goedkeuring van de patiënt zelf. Dat heeft ongelooflijk veel toegevoegde waarde. Bijvoorbeeld bij ontslagreceptuur.” “Stel iemand komt uit het ziekenhuis met een recept en een brief voor de huisarts” vervolgt Thaliet Brink. “Normaliter gaat de ontslagbrief alleen naar de huisarts en niet naar de apotheek. De apotheek krijgt het ontslagrecept. Omdat wij echter inzage hebben in de medische gegevens van de patiënt, lezen wij de ontslagbrief ook en kunnen gegevens vergelijken. Wat blijkt? In 80 % van de gevallen is er een discrepantie tussen de ontslagbrief en het ontslagrecept. Verschil in de doses of in het medicijn. Soms mist er zelfs een geneesmiddel. Meestal wordt dit verschil niet opgemerkt, omdat arts en apotheker niet hetzelfde document te zien krijgen. En dat terwijl goede ontslagdocumentatie zo belangrijk is. Het voorkomt heropnames en daarmee persoonlijk leed en maatschappelijke kosten.  Om deze overtuiging wetenschappelijk te onderbouwen, zijn we in 2009 samen met de Rijksuniversiteit van Groningen een onderzoek gestart: ‘Ontslagdocumentatie gezien vanuit de openbare apotheek’.” Op de koffie Susanne Oosterhof: “Op woensdagochtend hebben we altijd overleg met de huisartsen, gevolgd door een gezamenlijke lunch op vrijdag. Het is goed om contact te onderhouden en tijd te nemen voor elkaar. En dan bedoel ik niet alleen via de mail of de fax. In de apotheek is altijd een apotheker beschikbaar voor vragen van huisartsen. Daar maken ze veel gebruik van. Bijvoorbeeld als ze vragen hebben over medicatie bij afwijkende labwaarden of bij geneesmiddelen voor terminale patiënten. De huisartsen weten dat we kwaliteit leveren en ons verdiepen in hun vraag....

Lees Verder
FTO – “Het is belangrijk om bruggen te slaan”
Mei30

FTO – “Het is belangrijk om bruggen te slaan”

Binnen gezondheidscentrum GOEDzorg in IJsselmuiden bestaat een cultuur waarin de huisartsen en de apotheek intensief met elkaar samenwerken en waarin ze ervoor open staan op de inhoud van het werk te worden aangesproken als die de kwaliteit van de patiëntenzorg ten goede komt. Het is belangrijk bruggen te slaan tussen disciplines, vindt huisarts Lukas Brouw. Huisarts Lukas Brouw werkt sinds vier jaar in de huisartsenpraktijk in IJsselmuiden, gevestigd in gezondheidscentrum GOEDzorg. De naam komt van Gezondheidszorg Onder Eén Dak. “Het was mij al direct bij mijn komst duidelijk dat de communicatie met de apotheek in de gemeente goed was”, vertelt hij. “Dit was overigens in de praktijk in Den Haag, waar ik daarvoor werkte, ook al zo. Bij mijn komst in IJsselmuiden werkte ik nog vanuit een solopraktijk. Het contact is daarna alleen maar intensiever geworden toen alle eerstelijns zorgaanbieders in de gemeente met elkaar gingen samenwerken in dat gezondheidscentrum. De intentie om dat te gaan doen, was er al elf jaar, hoorde ik toen ik me vestigde. Je hoeft natuurlijk niet fysiek bij elkaar te zitten als zorgaanbieders om goed te kunnen samenwerken, maar het biedt toch wel degelijk meerwaarde. Je loopt gemakkelijker bij elkaar binnen als je in hetzelfde pand zit, en na verloop van tijd helpt die fysieke nabijheid ook om elkaar gemakkelijker aan te spreken als je merkt dat er iets niet goed gaat. Het is stimulerend en het is bovendien ook gewoon veel gezelliger dan ieder afzonderlijk vanuit een eigen praktijkruimte werken. Als ik iets nodig heb voor toepassing bij een patiënt in de behandelkamer, kan ik naar beneden lopen en het direct even in de apotheek halen. Op zo’n moment is de nabijheid ook in het directe voordeel voor de patiënt.” Korte lijnen voor gezamenlijke afspraken IJsselmuiden is een redelijk afgebakend gebied met vijf huisartsen en met slechts één apotheek. “Dat komt de samenwerking tussen beide partijen zeker ten goede”, zegt Brouw. “De lijnen zijn kort, dus als we afspraken maken om bijvoorbeeld een bepaald protocol in te voeren, dan lukt het ook snel om dit integraal toegepast te krijgen.” Zelf is Brouw erkend kwaliteitsconsulent, en in die functie heeft hij een begeleidende rol in het FTO. “We bepalen ieder jaar in gezamenlijk overleg welke onderwerpen we in het FTO aan de orde willen stellen”, vertelt hij. “Als huisartsen belichten we die dan vanuit het medisch perspectief en de apotheker belicht de farmacotherapeutische kant van de zaak. Dit vormt de basis voor het formularium waarin we voorkeurslijsten maken voor geneesmiddelen op basis van kwaliteit, werkzaamheid en kosten. We schrijven zoveel mogelijk generieke middelen voor. En we kunnen in onze digitale documentatie zien in...

Lees Verder
Farmaceutische substitutie in Zeeuws-Vlaanderen staan alle neuzen dezelfde kant op.
Mei29

Farmaceutische substitutie in Zeeuws-Vlaanderen staan alle neuzen dezelfde kant op.

In zorg valt Zeeuws-Vlaanderen onder de krimpregio’s. Geregeld is ZorgSaam (ziekenhuis, thuiszorg) in het nieuws. Maar GoedLeven, een van de negen proeftuinen van VWS, werkt sinds twee jaar aan het veilig stellen van toegankelijke en betaalbare zorg. Met succes: in farmaceutische substitutie staan alle neuzen dezelfde kant op. “Binnen het programma ‘Geen verspilling’ van GoedLeven is het doelmatig voorschrijven een project waarmee snel de eerste successen zijn te boeken,” licht huisarts Yuri Samandar toe. Hij is gevestigd in Axel en is bestuurslid van de Medische Staf huisartsen en voorzitter van de Farmacie Werkgroep Goedleven. “Het is het eerste project dat geëffectueerd is in deze omvangrijke proeftuin waarin veel zorgverleners samenwerken.” Zorg over de toekomst Omvangrijk is het regioplan GoedLeven zeker. De gezondheidszorg in Zeeuws-Vlaanderen regio is voor de ruim 100.000 inwoners over het algemeen nog goed. Maar met een bevolkingsafname van circa 500 inwoners per jaar en een voorzien tekort aan circa 1.000 fulltime zorgprofessionals in 2020, moet er wel iets gebeuren. Vier organisaties vonden elkaar in hun zorg over de toekomst: de huisartsenorganisatie Nucleus Zorg, die ook huisartsenposten in Terneuzen en Oostburg exploiteert, de zorgverzekeraar CZ die marktleider in het gebied is, de organisatie ZorgSaam die voor het ziekenhuis in Terneuzen, de ambulancezorg, de thuiszorg, de verpleging en verzorging verantwoordelijk is en Klaverblad Zeeland-Zorgbelang, die de belangen van gebruikers van zorg- en dienstverlening en de mantelzorgers vertegenwoordigt. De drie Zeeuws-Vlaamse gemeenten Hulst, Terneuzen en Sluis participeren op enige afstand. Wat wil GoedLeven bereiken? De gezamenlijke missie luidt: GoedLeven realiseert betere zorg, behoud van beschikbaarheid en toegankelijkheid van zorg tegen lagere kosten voor de regio Zeeuws-Vlaanderen, door middel van een integrale populatiegebonden aanpak. Het betekent missie-gedreven aan een programma bouwen, met elkaar afstemmen, netwerken, verbinden, initiatieven van burgers ontlokken, en vooral randvoorwaarden regelen. Teneinde gezondheidswinst te behalen in 2020: in Zeeuws-Vlaanderen is dan de levensverwachting ten opzichte van een relevante vergelijkingsgroep gemiddeld hoger, in goed ervaren gezondheid, minder chronische ziekten, minder lichamelijke beperkingen en in goede geestelijke gezondheid teneinde de zelfredzaamheid te vergroten: in 2022 is die in Zeeuws-Vlaanderen beter dan het landelijk gemiddelde. Teneinde kostenbeheersing bereiken: jaarlijks minder snel dan het landelijke gemiddelde. Teneinde de toegankelijkheid van goede zorg te verzekeren: in 2022 enerzijds goede, toepasselijke basiszorg dichtbij en anderzijds bereikbare, kwalitatief hoogwaardige specialistische zorg. De eerste fase Een eerste project dat ‘door de schotten heen’ moet bijdragen aan deze mooie doelen, is geformuleerd als ‘minder verspilling en doelmatiger voorschrijven in de farmacie’. Het project wordt gefaseerd aangepakt. Yuri Samandar: “We zijn begonnen met het voorschrijven van goedkopere middelen met dezelfde werking; soms zelfs met een betere werking binnen groepen van vergelijkbare geneesmiddelen. Om precies te zijn gaat...

Lees Verder
Derde herziening van de NHG-Standaard COPD
Mei28

Derde herziening van de NHG-Standaard COPD

Onlangs is de derde herziening van de NHG-Standaard COPD gepubliceerd. Daarin zijn een aantal belangrijke wijzigingen ten opzichte van de vorige versie uit 2007 opgenomen. Er is thans – terecht – veel aandacht voor de behandeling van de ernstige en invaliderende aandoening COPD. Een jaar geleden verscheen de KNMP-richtlijn COPD. Alleen al het gegeven dat er nu twee recente richtlijnen zijn, een van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en een van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP), maakt ‘COPD’ tot een uitermate geschikt onderwerp voor een FTO in de nabije toekomst. Feiten De feiten over ‘chronic obstructive pulmonary disease’ (COPD) zijn waarschijnlijk wel bekend. Het gaat om een chronische aandoening van de longen die niet kan worden genezen. De niet volledig reversibele luchtwegobstructie is meestal progressief en het gevolg van een ontstekingsreactie van de longen op schadelijke deeltjes of gassen, heel vaak sigarettenrook. Normaal longweefsel verdwijnt en word vervangen door bindweefsel. Er ontstaat emfyseem. De gevolgen zijn toenemende benauwdheid, kortademigheid en vaak ook hoesten en opgeven van slijm (sputum). De prevalentie van COPD in Nederland is ongeveer 2%. Een gemiddelde Nederlandse apotheek kent dus ongeveer 160 patiënten met COPD, 90 mannen en 70 vrouwen. Voor een gemiddelde huisartsenpraktijk zijn deze cijfers ongeveer 40 patiënten met COPD, 23 mannen en 17 vrouwen. Roken Dat er veel aandacht is voor de behandeling en begeleiding van patiënten met COPD is een groot goed maar mag niet de aandacht afleiden van het feit dat het hier gaat om een aandoening die voor een groot deel het gevolg is van het roken van sigaretten en dus is te voorkomen. Maar daarbij moet onmiddellijk worden erkend dat nicotineverslaving een buitengewoon hardnekkige en moeilijk te behandelen vorm van verslaving is die veel inzet en doorzettingsvermogen van de betreffende mensen vergt. En niet alle rokers zijn voldoende gemotiveerd om het roken te staken. En de tabakslobby is goed georganiseerd. Ziektelast In deze derde herziening van de NHG-Standaard COPD is de beoordeling van de ernst van COPD niet meer alleen afhankelijk van de mate van luchtwegobstructie maar vooral van de ziektelast, die wordt bepaald door de combinatie van klachten en beperkingen, de frequentie van exacerbaties, de FEV1 en de voedingstoestand. De spirometrische criteria voor vaststelling van luchtwegobstructie zijn in deze herziene NHG-Standaard aangepast. Men heeft besloten om voor het onderscheid tussen wel of geen luchtwegobstructie een statistisch correct en klinisch gevalideerd afkappunt te kiezen, namelijk een waarde kleiner dan het 5e percentiel van de referentiepopulatie en niet meer de gefixeerde FEV1/FVC-ratio (< 0,7) die tot overdiagnostiek van obstructie bij personen ouder dan 50 jaar en onderdiagnostiek onder die leeftijd leidde. Multidisciplinair Zorg voor mensen met...

Lees Verder
Je ne comprends pas
Mei27

Je ne comprends pas

Als kind op vakantie in Frankrijk wist ik het zeker. Als ik in mijn beste Frans een stokboord bestelde dan vertaalde de Fransman achter de balie mijn vraag in zijn hoofd eerst naar Nederlands en dan wist hij pas wat ik nodig had. Met mijn kinderlogica was dat de beste verklaring waarom we elkaar begrepen. Later begreep ik dat mensen niet zo’n vertaalmachine in hun hoofd hebben. Als we regelmatig een vreemde taal spreken vertalen we die niet eens meer eerst in ons hoofd, we begrijpen het Frans of Engels meteen, dat spreekt voor zich, it goes without saying. Daar is echter wel een proces aan vooraf gegaan. Op school leer je een taal door woordjes stampen en grammatica begrijpen. Vervolgens maak je je een taal pas echt eigen door veel te luisteren en natuurlijk door het veel te spreken. Buitenlandse vakanties, kijken naar niet nagesynchroniseerde tv programma’s, allemaal goede leermomenten. Het beste leer je een taal tijdens een langdurige verblijf in het land met de taal die je wilt leren beheersen, veel omgaan met de ‘native speakers’. Iedereen zal dit herkennen, wil je een vreemde taal goed leren beheersen dan verdiep je je in die taal, dan maak je je die taal eigen. Logisch toch. Een buitenlandse taal begrijpen, daar gaat een heel leerproces aan vooraf. Wij Nederlanders, wij spreken allemaal dezelfde taal, accenten en het Fries daargelaten, maar we begrijpen elkaar. Althans, dat wist ik, met mijn jongvolwassene logica, heel zeker toen ik als openbaar apotheker begon te werken. Erg verrassend was het dan ook als ik, tijdens een FTO aan de huisartsen een vraag voorlegde, ik reacties kreeg die niet leken te gaan over de vraag die ik stelde. Vaak heb ik me verbaasd als ik bij de uitgifte van medicijnen met de patiënt de opmerking van de specialist besprak er bij die professionele uitleg toch meer onrust dan rust was gecreëerd. Spraken we als professionals dan toch niet dezelfde taal? Communicatie blijft mij verwonderen. We nemen alle tijd om een vreemde taal te leren maar zijn er ons vaak te weinig van bewust dat de verschillende interpretaties van onze eigen taal, zeker tussen verschillende vakgebieden, misschien wel vele malen groter zijn dan de verschillen tussen taalgebieden gescheiden door landsgrenzen. Nu de patiënt geïntegreerde zorg krijgt aangeboden, zorg waarbij de onderlinge communicatie tussen de verschillende betrokken professionals steeds belangrijker wordt, wordt het denk ik tijd meer stil te staan bij de verschillen in de professionele talen die we spreken. Wil de patiënt ons kunnen begrijpen dan zullen we eerst ook elkaar goed moeten begrijpen en elkaars taal moeten spreken. Tijd dus voor het vak Taal tijdens...

Lees Verder
Evidencebeest, het FTO en de mythe
Mei27

Evidencebeest, het FTO en de mythe

FTO ken ik nog uit de tijd dat de apothekers mopperden omdat zij er niet voor betaald kregen en de huisartsen wel. Diezelfde huisartsen waren op hun beurt verontwaardigd, wanneer ze de klagende apotheker op vrijdagmorgen met zijn Porsche langs de huisartspraktijk zagen rijden op weg naar zijn tweede huis. Midweeks hadden  ze samen FTO met een Wethouder Hekking-achtig type die zich voorstelde als de apotheker. De ‘evidence based medicine-benadering’ werd als goede farmacie –  en goed voor de portemonnee – als een vaststaand feit beschouwd. Zelf spreek ik liever over ‘Het Evidencebeest’ en adviseer u van harte naar het hilarische YouTube-filmpje van Yvo Smulders te kijken. Hij maakt korte metten met al die FTO-flauwekul. In regulier medicamenteuze behandelvormen blijkt 50% niet onderzocht en slechts in 13% van de gevallen blijkt er enig epidemiologisch bewijs en zo gaat het nog even door. Het bewijs van werking is volgens Smulders veelal op een bias gebaseerd. ‘Andere’ belangen en psychologie zijn dominant bij goed farmacotherapie overleg. Wanneer evidence based medicine werkelijk wordt toegepast, blijkt het veel lood om oud ijzer te zijn, aldus Smulders. In de HARM studie is wetenschappelijk aangetoond dat een op de twintig ziekenhuisopnames, medicatiegerelateerd zijn. Daar komt nog bij dat er twee Boeings 747 per jaar aan medicatiedoden in het ziekenhuisbed vallen. Ik bedoel maar, het FTO heeft ons heel wat gebracht. Recent heeft zelfs de NHG, een organisatie waarvan je de medewerkers zomers nog met sandalen met witte sokken kunt aantreffen, opgeroepen te stoppen met het misbruik van haar prehistorische standaarden. Zorgverzekeraars zouden net als parende eenden de NHG-standaarden selectief aanwenden en misbruiken. Misbruiken bij de zorginkoop welteverstaan. Echter de strekking van de oproep was volgens mij helemaal oké. In mijn eigen woorden: de patiënt met enkelvoudige aandoening, jong en man komt alleen in registratiestudies voor. De NHG: ‘De farmacotherapeutische implicaties van comorbiditeit dient te worden geïndividualiseerd. Overleg tussen de patiënt, arts en apotheker is hierbij cruciaal. Mijn waarneming is dat de patiënt in het overleg tussen de ‘professionals’ een hinderpaalcriterium is geworden. Daarom is de recente uitreiking door Gerdi Verbeet van ‘de Parel’ voor patiënten­participatie Goed Geneesmiddelen Gebruik hoopvol. Het kan dus wel. Voor de lokale samenwerking is er nog een wereld te winnen. Een patiënt is meer dan de tucht van richtlijnen, protocollen, FTO en inkoop door zorgverzekeraars. Bij een recente lezing van Bill Gates kreeg ik het gevoel dat we gemiddeld genomen allemaal miljonair zijn. Leg de benadering van het gemiddelde, met in het achterhoofd de richtlijnen en protocollen, maar eens uit in de spreekkamer. Volgens Yvo Smulders zit het succes van farmacotherapie helemaal niet in het evidence based medicine maar veel meer...

Lees Verder
Apotheker ondersteunt huisarts met farmacotherapie
Mei26

Apotheker ondersteunt huisarts met farmacotherapie

Apothekers en huisartsen werken al samen. Maar een apotheker in dienst van de huisarts om zo de huisarts dagelijks te ondersteunen op het gebied van farmacotherapie is een stap verder. En het werkt, zo laten twee enthousiaste zorgverleners in het Julius gezondheidscentrum in het Utrechtse Vleuten zien. De apotheker in dienst van de huisarts. De farmacotherapeutisch specialist ondersteunt collega huisarts dagelijks bij de farmacotherapie, screent bepaalde patiëntgroepen waar verbetering van de farmacotherapie mogelijk is, nodigt deze uit en gaat het gesprek aan om de medicatie te  optimaliseren, voert zelfstandig consulten met patiënten over polyfarmacie en gaat op huisbezoek. Initiatiefnemer van dit plan is apotheker en onderzoeker Anne Leendertse. Zij is bekend van het HARM-onderzoek dat in 2008 aantoonde dat 1 op de 18 patiënten door medicatiefouten acuut in het ziekenhuis terechtkomt. Waarom zou de apotheker niet samen met de huisarts naast de patiënt kunnen staan en de patiënt behandelen met een eigen zorgvraag op het gebied van farmacotherapie? Een clinical pharmacist is een apotheker, maar dan eentje zonder eigen praktijk. Naast elkaar In het LRJG gezondheidscentrum in Vleuterweide zitten huisarts Iemke Holtman en farmacotherapeut Ankie Hazen collegiaal naast elkaar. Op de bovenverdieping terwijl beneden een openbaar apotheker zit. “Toen het plan ontstond om een apotheker te laten meedraaien in deze praktijk, vond ik het een beetje een vaag plan”, vertelt huisarts Holtman. “We hebben toch al een apotheker hier beneden? Ik stond er niet negatief tegenover, maar was wel beducht voor hoeveel tijd dit allemaal zou gaan kosten. En wat ik er voor terug zou krijgen. Ik hoopte dan ook dat de farmacotherapeut mij zou kunnen ondersteunen bij bijvoorbeeld polyfarmacie. Daar komen huisartsen in de praktijk amper aan toe. Je weet dat er winst is te behalen met polyfarmacie, maar het kost je ook veel tijd. Ook het FTO kon beter vond ik. Tijdens het FTO maakten we ook wel verbeterplannen, maar dat blijft vaak steken bij het maken van plannen. Helaas word je als huisarts te veel geleefd bij de dag.” Heel enthousiast “Nu zijn we een jaar verder en ben ik echt heel enthousiast over de samenwerking met de farmacotherapeut hier in de praktijk. Ik zou niet meer anders willen. Wij en de patiënten ervaren dagelijks de meerwaarde en willen graag verder met deze werkwijze.” Farmacotherapeut Ankie Hazen zit er glunderend bij. Ook zij kon niet bevroeden dat de samenwerking zoveel effect zou hebben. “Voordat ik hier begon was ik al apotheker in de openbare apotheek. Daarnaast doe ik een promotieonderzoek en geef ik onderwijs. In de openbare apotheek voelde ik me echter onvoldoende zorgverlener. De inhoud van het vak is zo leuk en zo zinvol, maar...

Lees Verder
De toekomst van de  openbare farmacie – Visie van de NPCF
Mei25

De toekomst van de openbare farmacie – Visie van de NPCF

Hoe ziet de toekomst van de openbare farmacie eruit? Om daar achter te komen gaat Martijn Kijkuit, als managing director verantwoordelijk voor Pharmacom, in gesprek met stakeholders in de zorg. In FarmaMagazine mei en juni doen we verslag. Jan Benedictus, Patiëntenfederatie NPCF: “We willen af van de systematiek dat alles in 10 minuten bij de huisarts moet worden besproken” Zorgverleners en patiënten moeten samen verantwoordelijkheid nemen voor de behandeling, vindt de Patiëntenfederatie NPCF. “Daarom stimuleren we mensen om na te denken over de zorg die ze gebruiken. Natuurlijk, in geval van spoed heb je geen keuze en niet iedereen wil het. In alle andere gevallen moet er voor patiënten ruimte zijn om mee te denken en mee te beslissen”, aldus senior beleidsmedewerker Jan Benedictus. Dat patiëntbetrokkenheid een positief effect heeft op de therapietrouw, is inmiddels bewezen, stelt Kijkuit vast. Er zijn goede initiatieven in de openbare farmacie, maar het gaat de NPCF niet snel genoeg. Benedictus: “Belangrijk is dat de informatie die zorgverleners geven, goed op elkaar aansluit. Dat begint met duidelijkheid over ieders rol in de behandeling. Er is veel rumoer over eerste uitgifte gesprekken, inhalatie-instructies en medicatiebeoordeling omdat mensen verwachten dergelijke informatie van hun huisarts te krijgen en niet van hun apotheker. Als de huisarts aangeeft dat in de apotheek een instructie volgt, komen patiënten met een hele andere verwachting hun geneesmiddelen halen. Als de apotheker wat hij bespreekt deelt met de huisarts en de wijkverpleegkundige – kunnen zij daar weer op teruggrijpen. Zo ontstaat een vangnet rond de patiënt. We willen af van de systematiek dat alles in een 10 minuten durend consult bij de huisarts moet worden besproken. De samenwerking rond en met de patiënt staat voor ons voorop.” Persoonlijk Gezondheidsdossier De NPCF heeft aandacht voor de kwaliteit, maar ook voor de betaalbaarheid van de zorg. “Onze zorg is gebaseerd op het solidariteitsprincipe. De grote groep moet de duurdere zorg voor een kleine groep mensen mogelijk maken. Aan de andere kant spelen patiënten zelf ook een rol bij het betaalbaar houden van de zorg. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van e-health. Centraal in de online betrokkenheid van de patiënt staat het Persoonlijk Gezondheidsdossier, waar wat ons betreft iedere Nederlander in 2020 over moet kunnen beschikken. Met daarin een overzicht van relevante medische informatie en alles wat de patiënt van belang vindt voor zijn gezondheid en kwaliteit van leven.” Farmaceutische zorg Als het om de toekomst van de openbare apotheek gaat, ziet Benedictus de toegevoegde waarde met name in het verlenen van farmaceutische zorg, het toegankelijk aanbieden van  geneesmiddelinformatie en het afstemmen van die informatie op de specifieke wensen en kenmerken van de patiënt. “Distributie wordt...

Lees Verder
Hallo huisarts!
Mei24

Hallo huisarts!

Een hartelijk en welgemeend welkom aan alle huisartsen in Nederland! Welkom bij de nieuwste editie van FarmaMagazine. Uw nieuwe lijfblad en website www.farma-magazine.nl.  Waar u de nieuwste trends en ontwikkelingen leest op het gebied van farmacotherapie. Als hoofdredacteur wens ik u veel leesplezier en volop inspiratie voor bijvoorbeeld het komende farmacotherapeutisch overleg! Zeg, Bas, wat ben je aan het doen! Stop eens met dat verkooppraatje. Heb je met je magazine net een hele aardige positie opgebouwd bij apothekers, heb je een trouwe lezersgroep van beslissers in de farmacie, kunnen de zorgverzekeraars en politici ook niet meer om FarmaMagazine heen en dan stuur je het magazine nu ook naar alle huisartsen? Waar ben je mee bezig? Precies, Niels. Huisartsen en apothekers hebben elkaar nodig, kunnen van elkaar leren en elkaars positie versterken. Ons land telt al 850 actieve FTO-groepen, honderden gezondheidscentra, Ahoeden en ga zo maar door. En de relatie tussen de twee zorgverleners zal alleen maar sterker worden gezien de ontwikkelingen in de zorg: zorg lokaal, betaald per prestatie, de toenemende macht van de zorgverzekeraar en de industrie. Got the picture? Het begint te dagen, Bas. Je wil dus eigenlijk de farmaceutische zorg naar een hoger plan tillen. En wie kunnen dat beter dan de apotheker en huisarts samen. Zoals die apotheker en huisarts in het Utrechtse Vleuten dat al doen. De apotheker is net als de huisarts in dienst van het gezondheidscentrum. En via een verlengde arm ondersteunen die twee elkaar om zo de farmaceutische zorg goedkoper en efficiënter te maken. En het werkt zo laat onderzoek zien. Sterker nog, Niels, de huisarts in het artikel in deze editie zou niet anders willen dan een apotheker in de praktijk. Samenwerken in plaats van domeindenken, delen in plaats van landje pik. De zorg lijkt inmiddels te begrijpen hoe het ook kan. Voorlopig krijgen alle huisartsen driemaal per jaar een editie van FarmaMagazine in de bus. Ik hoor dan ook graag wat onze lezers ervan vinden. Misschien is het een idee dat huisarts en apotheker de totale inhoud van deze editie bespreken tijdens het komende FTO, Bas.  Bijvoorbeeld over de herziene NHG-standaard COPD? Nu moet jij stoppen met je verkooppraatje, Niels Bastiaan Witvliet, hoofdredacteur Niels van Haarlem,...

Lees Verder
Ruud Coolen van Brakel over het FTO en de farmacotherapeutische zorg
Mei23

Ruud Coolen van Brakel over het FTO en de farmacotherapeutische zorg

Zorgverzekeraars moeten zorgvuldig zijn om met kwaliteitsindicatoren zorgverleners af te rekenen op hun presteren. En het FTO is iets van huisarts en apotheek. De wijkverpleegkundige moet hier niet aanschuiven. Ruud Coolen van Brakel over de staat van de farmacotherapeutische zorg in het land. Ruud Coolen van Brakel is al jaren de eerste man bij het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik. Het IVM heeft als doel zorgdragen voor een goed, veilig, en betaalbaar medicijngebruik in ons land. Hij profileert zijn club als onafhankelijke en neutrale partij die farmaceutische kennis verspreid om de farmaceutische zorg, het voorschrijfgedrag en de medicatieveiligheid te verbeteren. Ruud Coolen van Brakel is de personificatie van dit doel. Een flamboyante man die vanuit zijn thuisbasis in een Waals kasteeltje zijn gevecht voert tegen de lobby van de industrie en de macht van zorgverzekeraars, overheid en de zorgprofessionals zelf. Hoe is het gesteld met de farmacotherapeutische zorg? “Door de bank genomen gaat het goed met de farmacotherapeutische zorg in ons land. We hebben een populatie huisartsen die goed is opgeleid, die kritisch en terughoudend is. En we hebben deskundige en klantgerichte apothekers, die beschikken over voldoende digitale toepassingen om de veiligheid van medicatie te borgen. Doorgaans krijgt de patiënt dan ook op het juiste moment, de juiste medicatie, met de juiste waarschuwing. Maar de zorg rond polyfarmacie en specifieke medicatie moet beter. Denk daarbij aan psychotrope geneesmiddelen of antipsychotica bij dementerenden. Daar gaat het nog te vaak mis. En de ‘reden van voorschrijven op recept’? Ik zie het nog nauwelijks in praktijk gebracht, zelfs niet voor de 23 middelen waarvoor dit wettelijk is verplicht.” Waarom gaat het daar mis? “Stakeholders als industrie, zorgverzekeraar, overheid en de beroepsbeoefenaren oefenen allemaal invloed uit op de zorg, maar de patiënt, waar het om gaat, heeft de minste invloed. Bovendien benaderen we farmacotherapie te veel als een exacte wetenschap. Natuurlijk, kennis over bijvoorbeeld farmacodynamica is belangrijk, maar een hoge mate van therapietrouw hangt ook af van het gemak waarmee een patiënt die pil uit de verpakking krijgt. We moeten dus de patiënt een prominentere rol geven, meer luisteren naar de behoeftes en ervaringen van de patiënt.” Volgens Coolen van Brakel moeten zorgverleners uitkijken besluiten te nemen op basis van opgeslagen patiëntengegevens “Zorgverleners maken zich afhankelijk van data over bijvoorbeeld medicatiegebruik van patiënten. We hebben inderdaad veel informatie opgeslagen, maar de informatie is verre van compleet. Het elektronisch patiëntendossier is gereduceerd tot een landelijk schakelpunt. Dat landelijk schakelpunt werkt echter nog niet. In welke instelling, praktijk of apotheek je ook gaat kijken, nergens is een dossier van de patiënt helemaal compleet. We lopen het risico dat zorgverleners zich blindstaren op data in een systeem...

Lees Verder
Pagina 1 van 212