Column Henk Pastoors: Medicijn van de liefde
Jun30

Column Henk Pastoors: Medicijn van de liefde

Op het gevaar af dat u denkt dat ik verward ben kan ik u laten weten dat het heel goed met me gaat en ik volledig toerekeningsvatbaar ben. Toch zit mijn hart deze dagen bij het boek van de Vlaamse psychiater Dirk de Wachter: Liefde. Een onmogelijk verlangen? Eerder schreef hij het boek Borderline times. Een boek dat u moet lezen al is het maar omdat 27% van de bevolking te maken krijgt met een kortsluiting in het hoofd. Volgens de inmiddels overleden Denker des Vaderlands René Gude een ultieme spirituele kans het materialisme te overstijgen. Of dat voor u aanleiding is daar alvast champagne op te drinken mag u zelf bepalen. In het kader van de Masterclass NieuweZorg 3.0 waren wij te gast bij de Kessler Stichting in Den Haag, een stichting voor dak-en thuislozen. Op de fiets zijn wij langs verschillende opvangplekken gegaan. ‘s Avonds om 22 uur allemaal keurig terug in de bar van het vermaarde Hilton. Ik hou van ze, de deelnemers van de Masterclass en van de dak- en thuislozen nog veel meer. Dat komt waarschijnlijk door het besef van kwetsbaarheid. De spuitende jongeman met een bipolaire karakter had potentieel mijn zoon of dochter kunnen zijn. Nu schrijft Eugène van Puijenbroek in deze uitgave over geneesmiddelenbewaking en geneesmiddelenveiligheid. Elders in deze uitgave een artikel over de Intellicap. Een slimme capsule met een motortje en sensoren. Ik ben voor de nieuwe mogelijkheden van de technologie; zit bij de uitzendingen over de volmaakte mens van Bas Heine met mijn neus tegen de televisie geplakt. Maar ik heb een probleem. Dirk de Wachter beschrijft het al in zijn boek Liefde. Een onmogelijk verlangen?: de samenleving wordt uit elkaar getrokken. De daklozen, de achterblijvers in onze samenleving, en wij die daar als bezoekers van een reservaat doorheen fietsen. Geneesmiddelen bewaking is natuurlijk heel belangrijk. Al is het maar omdat per jaar nog steeds ‘twee Boeings 747’ naar beneden storten als gevolg van bijwerkingen van medicijnen. Iatrogene aandoeningen heet dat geloof ik. Toch kan ik me niet onttrekken aan de indruk dat veel professionals in de ‘geneesmiddelenmarkt’ meer om zichzelf zijn gaan geven en het zichzelf zalvende ego wat tot een eindeloze diaree van opvattingen en ideeën leidt. En daar blijft het dan bij. Ik ben het eens met Daan Roosegaarde, dat Nederland tot de rand toe is gevuld met mensen die opvattingen rond toeteren maar in waardecreatie nog wel een leercurve te gaan hebben. Slimme pillen, geneesmiddelenbewaking en NHG-standaard Urinesteenlijden; het zal allemaal wel. Mijn zomertip voor u: neem de fiets bij het Hilton en doe een rondje Kessler Stichting en kijk in de ogen van de daklozen...

Lees Verder
Therapietrouw bij orale oncolytica
Jun30

Therapietrouw bij orale oncolytica

Hoewel orale oncolytica duidelijke voordelen bieden voor de patiënt, hebben ze als nadeel dat het zicht op therapietrouw er minder direct zichtbaar mee wordt. Als dit tot suboptimale therapietrouw leidt, kan het behandelresultaat tekort schieten. De apothekers zien een duidelijke rol weggelegd voor zichzelf om te voorkomen dat dit gebeurt. Het gebruik van orale medicatie in de oncologie is de laatste jaren sterk toegenomen. “Dat is vooral in het voordeel voor de patiënt omdat die voor de toediening van de medicatie niet naar het ziekenhuis hoeft, zegt Jacqueline Hugtenburg. Zij is universitair hoofddocent bij de afdeling klinische farmacologie en apotheek van het VUmc en apotheker in Amstelveen. “Een extra voordeel is dat nu orale middelen beschikbaar komen voor behandeling van ziekten die voordien niet of niet goed behandelbaar waren”, vertelt ze. “Deze middelen geven oncologische patiënten dan meestal een levensverlenging met een aantal maanden, maar soms ook langer. Chronisch myeloïde leukemie is er zelfs een chronische ziekte mee geworden.” Suboptimale therapietrouw Er zit echter een ‘maar’ aan dit verhaal, waarschuwt Hugtenburg, en dit is het feit dat de patiënt bij die orale middelen zelf verantwoordelijk wordt voor toediening van het geneesmiddel. “Voor infuustoediening staat een afspraak in het ziekenhuis”, zegt ze. “Tabletten kun je vergeten in te nemen of je kunt eens een dag overslaan. Je zou denken dat dit niet gebeurt bij kanker omdat dit een ernstige ziekte is, maar het gebeurt dus wel.” Een studie toont aan dat de therapietrouw bij orale oncolytica varieert tussen de zestien en honderd procent. Een voorbeeld: hormonale therapie bij borstkanker dient vijf jaar te worden toegepast. Na een jaar blijkt 22 procent er echter al mee gestopt te zijn en slechts een goede vijftig procent van de mensen haalt de volle vijf jaar. Hugtenburg: “We zien ook uit onderzoek met nieuwe orale middelen dat een derde van de patiënten minder dan 95 procent ervan gebruikt. We weten niet bij welk percentage het afkappunt zit in effectiviteit van toediening, maar 95 procent is geen honderd procent. Het is een serieus probleem.” Vijf bepalende factoren Hugtenburg onderscheidt in totaal vijf factoren die bepalen waarom patiënten hun medicatie niet of niet volledig innemen. “Ten eerste zijn er patiëntgerelateerde redenen”, vertelt ze. “Ten tweede ziektegerelateerde redenen, zoals de ernst van de ziekte. Ten derde therapiegerelateerde redenen, vooral bijwerkingen. Dan sociaaleconomische factoren zoals opleidingsniveau en inkomen. En tot slot is er het systeem van de gezondheidszorg, ofwel de factor van goede uitleg over het belang van de therapie en therapietrouw door de arts.” Een punt van aandacht is dat de arts niet de enige is die een rol speelt in de begeleiding van patiënten die orale...

Lees Verder
NZa: 12 aanbevelingen voor blijvende toegang tot dure geneesmiddelen
Jun29

NZa: 12 aanbevelingen voor blijvende toegang tot dure geneesmiddelen

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft haar onderzoek naar de toegankelijkheid en betaalbaarheid van geneesmiddelen in de medisch specialistische zorg gepubliceerd. De NZa onderzocht in samenspraak met acht hoogleraren de geneesmiddelenketen en komt tot twaalf aanbevelingen. Er komen steeds meer nieuwe en dure geneesmiddelen beschikbaar. Nu zijn deze geneesmiddelen nog toegankelijk voor iedereen die dat nodig heeft. Maar de toegankelijkheid staat onder druk: veel ziekenhuizen geven aan dat ze de geneesmiddelen straks niet meer kunnen betalen. De analyse van de keten van geneesmiddelen die NZa heeft laten uitvoeren, laat zien wat de oorzaken zijn van de druk op de toegankelijkheid en betaalbaarheid van geneesmiddelen. Er zijn meer dure voorzieningen en behandelvormen Toch lijken er manieren te zijn om de druk te verlichten. Die zijn verwerkt in de twaalf aanbevelingen. Allereerste benadrukt de NZa dat geneesmiddelen niet als geïsoleerd thema moeten worden gezien maar als onderdeel van de medische specialistische zorg. Er zijn veel meer dure voorzieningen en behandelvormen die hoge uitgaven per patiënt met zich meebrengen. Uit het onderzoek komt een enorme complexiteit en versnippering van wet- en regelgeving naar voren op het gebied van zowel prijsregulering als pakketbeheer. Ook zijn hierbij veel instanties betrokken. De eerste aanbeveling luidt dan ook: 1. Pakketbeheer aanscherpen. Centralere inkoop van dure geneesmiddelen Daarnaast kan beter worden samengewerkt bij de inkoop van dure geneesmiddelen. Door ziekenhuizen, zorgverzekeraars, medisch specialisten en apothekers. Zij kunnen inkoopmacht creëren om zo beter te onderhandelen met fabrikanten. Ook de Nederlandse overheid zou de geneesmiddelen centraal kunnen inkopen en prijsafspraken kunnen maken, eventueel in samenwerking met andere Europese overheden. Dat leidt tot de volgende aanbevelingen over de inkoop: 2. Scherper inkopen door ziekenhuizen bij fabrikanten; 3. Slimmer contracteren tussen zorgverzekeraar en zorgaanbieder; 4. Creëren van marktmacht voor de inkoop van geneesmiddelen. Beoordeel vooraf de effectiviteit en de kosten van geneesmiddelen Eén van de aanbevelingen van de NZa is om vooraf de (kosten-)effectiviteit van de geneesmiddelen beter te beoordelen. Daarvoor is het belangrijk dat de prijzen van nieuwe geneesmiddelen eerder bekend zijn, en niet pas vlak voor een middel in gebruik wordt genomen. Ook adviseert de NZa om het effect van geneesmiddelen bij te houden via objectieve, (inter-)nationale registraties. Voorts zou voor alle dure geneesmiddelen een wettelijke maximumprijs moeten worden vastgesteld door de overheid. De prijs van geneesmiddelen zou ook aangepast moeten worden als de patiëntengroep toeneemt. Nu betalen we dezelfde prijs, ook als middelen eerst voor 100 en daarna voor 10.000 patiënten gebruikt worden. Wat prijs betreft doet de NZa de volgende aanbevelingen: 5. Wet Geneesmiddelenprijzen aanpassen en toepassen; 6. Verplichten tot prijsaanpassing bij uitbreiding van indicaties en volume; 8. Tijdig inzicht creëren in de ontwikkeling en prijzen van geneesmiddelen....

Lees Verder
Slimme pillen
Jun25

Slimme pillen

De slimme pil ligt over vijf jaar in de apotheek. Een medicijncapsule met de omvang van een gewone pil maar gevuld met chips, sensoren en een pompje voor de afgifte van medicatie in het lichaam. Nieuwe technologie waarmee medicatietrouw en medicatie op maat weer een stap dichterbij komen. Zo kan de apotheker zich ontwikkelen tot specialist in slimme pillen. Hoe krijgen we patiënten zover dat ze ook daadwerkelijk de medicatie slikken zoals voorgeschreven? Want patiënten zijn nooit voor de volle 100 procent therapietrouw. Ze vergeten medicatie in te nemen, zien op tegen de bijwerkingen, hebben gebrek aan motivatie of beschikken niet over de juiste informatie waarom medicatietrouw zo belangrijk is. Terwijl iemand die trouw zijn medicatie neemt verkeerd gebruik van de medicatie tegen gaat en hoge kosten door onnodige opnames in het ziekenhuis voorkomt. Wie het antwoord op die vraag weet heeft dus iets moois in handen. Er wordt dan ook flink geïnvesteerd in het ontwikkelen van nieuwe technologie die onnodige ziekenhuisopnamen en de hoge kosten die daarmee gepaard gaan voorkomen. Er zijn inmiddels tal van hulpmiddelen beschikbaar om de patiënt te herinneren zijn of haar medicatie op het juiste moment, op de juiste manier en in de juiste dosis in te nemen. Zo zijn er slimme medicijndispenders met een volautomatisch uitgiftesysteem dat patiënten herinnert dat het weer eens tijd wordt om te slikken. Deze slimme kastjes staan ook online in contact met de zorgverlener. Die krijgt een signaal dat de patiënt is gebreke is gebleven en kan vervolgens contact opnemen met de patiënt om te kijken wat er aan de hand is. Met als doel de medicatietrouw te verbeteren. Pil wordt slim Een van de bedrijven die al langer op zoek is naar het antwoord op de vraag hoe patiënten therapietrouw te krijgen is Philips. Jaren terug introduceerde het bedrijf de iPill: een medicijncapsule met chips, sensoren en een pompje. Een zogenaamde slimme pil die dankzij de microchip en een draadloze verbinding  naar een mobile applicatie laat zien of de medicatie ook daadwerkelijk genomen is. Artsen en patiënten kunnen hiermee het gebruik van medicijnen beter monitoren. Kennelijk was het bedrijf zijn tijd vooruit, want een succes werd het prototype niet. Totdat in de Verenigde Staten het bedrijf Proteus Digital Health, een onderdeel van gigant Thomson, onlangs een variant introduceerde. Ook hier zit de microchip in een pil en bestaat uit onder meer silicium, magnesium en koper. Slikt de patiënt de pil door dan zorgen lichaamssappen voor een zwakke elektrische stroom. Dat is de energie die de microchip nodig heeft om te gaan werken. Om vervolgens een signaal af te geven aan een mobiele telefoon van patiënt of die...

Lees Verder
De toekomst van de  openbare farmacie – deel 2
Jun24

De toekomst van de openbare farmacie – deel 2

Hoe ziet de toekomst van de openbare farmacie eruit? Om daar achter te komen gaat Martijn Kijkuit, als managing director verantwoordelijk voor Pharmacom, in gesprek met stakeholders in de zorg. In FarmaMagazine mei en juni doen we verslag.  RENSKE LEIJTEN SP Tweede Kamerlid Volksgezondheid, Welzijn en Sport:  “De apotheker hoort bij de basiszorg” Het woord zorgvraag suggereert dat je een keuze hebt. Dat je er ook vanaf kunt zien. Daarom spreekt Renske Leijten liever over zorgbehoefte. “We zien meer chronisch zieken, er is meer behandelbaar, er zijn meer welvaartsziekten. Maar is dat een veranderende zorgvraag of gewoon iets waar we rekening mee moeten houden? Belangrijk is dat zorgverleners hierop inspelen en echt met hun patiënten spreken. Dat  geldt ook voor de apotheker. We voeren discussie over het begeleidingsgesprek. Ik vind dat er standaard een jaarlijks gesprek over de medicatie moet zijn voor mensen die vijf geneesmiddelen of meer gebruiken. Ongeacht hun leeftijd.” Basiszorg Volgens Leijten staat op dit moment niet de patiënt, maar het verdienmodel centraal in de apotheek. Daar wil ze vanaf. “Basiszorg moet voor iedereen goed bereikbaar zijn. De apotheker hoort daarbij. Dat betekent dat je 24 uur per dag, 7 dagen per week toegang moet hebben tot farmaceutische hulp. Kun je het een patiënt kwalijk nemen dat hij buiten de reguliere openingstijden medicijnen nodig heeft? Waarom zou je daarvoor extra moeten betalen?” Abonnementstarief Dat het eerste uitgiftegesprek onder het eigen risico valt is ook een doorn in het oog van Leijten. “Ik krijg het niet uitgelegd aan burgers. De minister heeft de kosten van dienstverlening en geneesmiddelen gescheiden omdat we inzicht wilden in de kosten van de apotheek. Niet om de kosten voor dienstverlening ordinair door te schuiven naar patiënten.” De oplossing ziet ze in een abonnementstarief voor apothekers, gekoppeld aan een adherentiegebied. Centrale inkooporganisatie Natuurlijk moeten de kosten van de zorg beteugeld worden, antwoordt Leijten op een vraag van Kijkuit, maar ze kiest een andere route. “De enorme marges die zorgverzekeraars, ketens en andere zorgaanbieders maken, moeten eruit. De enige winst in de zorg moet gezondheidswinst zijn. Dat kan door een centrale inkooporganisatie in te richten. Dan wordt het ook mogelijk om één preferentiebeleid te hanteren. Helder en hetzelfde voor iedereen, ongeacht waar je woont of hoe je verzekerd bent.” Zorgverzekeraars gooit de SP trouwens het liefst het stelsel uit. “Ze hebben veel te grote vermogens en de marktwerking is mislukt.” Leijten wil met professionals samenwerken op basis van vertrouwen. “De verantwoordingscultuur brengt onnodige administratieve lasten met zich mee. Als een apotheker de basiszorg niet levert, krijgen we vanzelf klachten van patiënten en dan spreken we hem erop aan.” Gegevensdrager voor chronische patiënten Als zorgverlener...

Lees Verder
Column Jan Dirk Jansen: Waar is hier de nooduitgang?
Jun24

Column Jan Dirk Jansen: Waar is hier de nooduitgang?

De VvAA publiceerde eind mei de resultaten van een welzijnsonderzoek onder zorgprofessionals. De conclusies dat zorgprofessionals ontevreden zijn over de werk- en regeldruk en dat gemiddeld één op de vijf een andere baan overweegt, kregen in de landelijke media ruim aandacht. Of de vraagstelling en de scores in dit soort onderzoeken de getrokken conclusies altijd voor 100% rechtvaardigen, blijft wel een beetje de vraag. Maar als je diverse beroepsgroepen dezelfde vragen gaat stellen, geven de verschillen in de beantwoording toch een interessante inkijk in de problematiek bij bepaalde beroepen. Welk beeld komt er naar voren? Het eerste dat opvalt is dat de factor bezieling bij apothekers 3 x lager ligt dan bij alle anderen (tandartsen, huisartsen, dierenartsen, specialisten en fysiotherapeuten) en de factor stress/burnout 2 x hoger. Slechts 6% van de apothekers voldoet aan het criterium bevlogen en maar liefst 30% valt in de categorie gestrest/burnout. De bureaucratie en regeldruk vanuit de zorgverzekeraars, een verstoorde werk-privébalans en een hoge werkdruk zijn de boosdoeners als het gaat om stress. Negatieve beeldvorming bij het publiek, het gebrek aan ontwikkelmogelijkheden en loopbaanperspectief hebben een negatief effect op de bezieling. Als de zaken zo beroerd liggen dan ga je op zoek naar iets anders. Zo’n 30% van de apothekers geeft aan op zoek te zijn naar de nooduitgang. Maar die lijkt helaas geblokkeerd. Veel apothekers zouden wel iets anders willen maar men ervaart weinig mogelijkheden. De gemiddelde respondent werkt dan ook maar liefst 21 jaar in dezelfde functie. Kom daar eens om bij de gemiddelde academicus in het bedrijfsleven dat zo’n beetje in permanente staat van reorganisatie verkeert. Wat je om je heen hoort en ziet in onze sector, sluit wel naadloos aan bij het onderzoek. Er zijn diverse praktiserende collega’s die in forums, tweets en columns de absurde gevolgen van regels hekelen. Soms zelfs met humor, alhoewel blijkens het onderzoek veel apothekers het lachen wel wat is vergaan. Het is jammer dat er geen vergelijkend onderzoek uit het verleden voorhanden is. Maar mijn persoonlijke indruk is dat apothekers vroeger meer plezier in hun werk hadden. Nog belangrijker dan de conclusies is de vraag hoe we deze trend zouden kunnen keren. Als we het eens zijn dat de beroepsgroep er niet erg fris bij staat, wat gaan we er dan aan doen? Tegen werkdruk en bureaucratie kan je in ieder geval actie voeren. Omdat iedereen het herkent, wekt dit thema zeker meer sympathie bij de medeburgers dan campagnes voor hogere tarieven.  Iedereen ziet de bureaucratie in de zorg toenemen en klaagt er steen en been over, zowel patiënten als hulpverleners. Als we nou eens de handen ineenslaan met andere zorgprofessionals uit de eerste...

Lees Verder
Duur medicijn vraagt vaak om financieel arrangement
Jun24

Duur medicijn vraagt vaak om financieel arrangement

Wat zijn de afwegingen voor de inzet van een financieel arrangement bij weliswaar waardevolle, maar kostbare nieuwe geneesmiddelen die op de markt komen? Minister Edith Schippers heeft deze week de Tweede Kamer geïnformeerd over de te zetten stappen. ENERZIJDS – Er komen steeds meer nieuwe geneesmiddelen beschikbaar voor de behandeling van ernstige aandoeningen zoals kanker. Ook voor zeldzame ziekten verschijnen er nieuwe weesgeneesmiddelen op de markt. Nieuwe geneesmiddelen zijn steeds vaker zeer specialistisch en gericht op het behandelen van specifieke, kleine groepen van patiënten. Indien het om effectieve behandelingen gaat die waarde toevoegen aan de behandeling van ernstig zieke patiënten, acht ik het vanzelfsprekend van groot belang dat patiënten en artsen snel toegang krijgen tot die zorg. Het is dan ook zo dat deze nieuwe unieke geneesmiddelen bijna zonder uitzondering instromen in het verzekerde basispakket, zo schrijft de minister. ANDERZIJDS – Tegelijkertijd is het zo dat deze veelal dure geneesmiddelen de kosten en de betaalbaarheid van de zorg steeds verder onder druk zetten. Producten met een kostenbeslag van enkele tientallen miljoenen euro per jaar of met een prijs van tienduizenden of zelfs honderdduizenden euro per behandeling per jaar zijn geen uitzondering. Dit roept maatschappelijke vragen op over duurzame toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg, maar ook over eerlijke prijzen. Producten met een aanmerkelijk hoog kostenbeslag of een hoge prijs roepen de vraag op of de prijsstelling zich nog wel redelijk verhoudt tot de investeringen en ontwikkelingskosten van de leverancier. Indien bedrijven dergelijke hoge prijzen blijven hanteren zonder de noodzaak daarvan inzichtelijk te maken, komt de houdbaarheid van de toegang tot deze (wees)geneesmiddelen op langere termijn onder druk te staan. Om ook in de toekomst patiënten en behandelaren toegang te kunnen blijven geven tot nieuwe, innovatieve geneesmiddelen ligt er een belangrijke opgave en uitdaging voor alle betrokkenen en belanghebbenden in de zorg om de transparantie en de betaalbaarheid van deze middelen op duurzame wijze te borgen. EEN MAATREGEL – Tegen de achtergrond van deze ontwikkelingen is VWS eind 2012 gestart met het afsluiten van financiële arrangementen bij de vergoeding van nieuwe geneesmiddelen. De minister: Financiële arrangementen zet ik in wanneer een nieuw geneesmiddel, dat voldoet aan de pakketcriteria, een zeer hoge prijs heeft of zeer hoge macro-uitgaven met zich meebrengt en waarbij het vanwege de marktsituatie van het product niet aannemelijk is dat veldpartijen zelf voldoende mogelijkheden hebben voor het afdekken van de financiële risico’s. Aan elke onderhandeling voor een financieel arrangement ligt een positief advies van het Zorginstituut over opname in het basispakket ten grondslag. Met een financieel arrangement worden de prijs en uitgaven aan dergelijke geneesmiddelen tot aanvaardbare niveaus teruggebracht en komt deze zorg op financieel verantwoorde wijze...

Lees Verder
NHG-Standaard: Urinesteenlijden herzien
Jun23

NHG-Standaard: Urinesteenlijden herzien

Onlangs is na 8 jaar de NHG-Standaard Urinesteenlijden herzien, de vorige versie werd gepubliceerd in 2007. Men schat de jaarlijkse incidentie van urinesteenaanvallen in de huisartsenpraktijk op ongeveer 3 per 1000 patiënten. Dit komt overeen met ongeveer 24 gevallen per jaar voor een apotheek met  8000 patiënten. Urinestenen komen vooral bij volwassenen voor en tweemaal zo vaak bij mannen als bij vrouwen. De helft van de patiënten krijgt binnen 7 tot 8 jaar een recidief maar tot dusver laat zich niet voorspellen wie een recidief krijgt. Er lijkt een beperkte familiaire predispositie te bestaan. De oorzaak van de vorming van nierstenen is niet altijd duidelijk. Voeding en leefgewoonten hebben invloed op het ontstaan van nierstenen. Daarnaast zijn er (aangeboren) ziekten die de kans op bepaalde nierstenen vergroten. De vorming van de nierstenen kan worden veroorzaakt door te weinig urineproductie met als gevolg te geconcentreerde urine en uitkristallisering van bepaalde zouten. De oorzaak kan ook zijn gelegen in de uitscheiding van teveel zouten in de urine door een te hoge inname van bepaalde stoffen via de voeding. Uiteraard kan ook de samenstelling van de urine aan de vorming van stenen bijdragen niet alleen door te veel uitscheiding van zouten zijn, maar ook door te weinig uitscheiding van stoffen die de vorming van stenen juist tegengaan. Tot slot kan ook een veranderde zuurgraad van de urine of een urineweginfectie bijdragen aan steenvorming. De samenstelling van de urinestenen loop uiteen. Verreweg de meeste stenen bestaan uit calciumoxalaat (74%), gevolgd door calciumfosfaat (17%), urinezuur (3%) en cystine (1%). Struvietstenen (magnesiumammoniumfosfaat) ontstaan vaak als gevolg van herhaalde urineweginfecties. Analyse van een opgevangen (zeefje!) urinesteen is zinvol: urinezuur- en cystinestenen zijn waarschijnlijk het gevolg van een stofwisselingsstoornis. Voor de overige stenen geldt in veel mindere mate dat er een kans is dat er een onderliggend lijden wordt gevonden. Eenzijdige koliekpijn Een urinesteenaanval wordt gekenmerkt door eenzijdige koliekpijn, dat wil zeggen krampende pijn van wisselende intensiteit met bewegingsdrang en vaak misselijkheid en braken. Tijdens een aanval is er vaak extreme bewegingsdrang. De patiënt is rusteloos en loopt vaak rond en kruipt soms letterlijk over de grond van de pijn. Er kan een macroscopische hematurie zijn maar vaker vindt men de erytrocyten alleen bij microscopisch onderzoek van een urinesediment. Indien er geen koliekpijn is betekent dat geenszins dat er dus geen urinesteen is. De pijn ontstaan alleen als de urinesteen is vastgelopen. Urinestenen worden meestal tijdens of binnen twee maanden spontaan geloosd nadat de pijn is geweken. Uiteraard is dit mede afhankelijk van de grootte en de plaats waar de steen zich ophoudt. Er is geen reden om een bepaald dieet of vochtbeleid te volgen. Pijnbestrijding Tijdens...

Lees Verder
Eugène van Puijenbroek (Lareb): Meer aandacht voor alledaagse bijwerking
Jun22

Eugène van Puijenbroek (Lareb): Meer aandacht voor alledaagse bijwerking

 Apothekers en huisartsen moeten meer aandacht besteden aan de gevolgen van alledaagse bijwerkingen voor de patiënt. Ook moeten bijwerkingen een vaste plaats krijgen in de diagnostiek. Aldus de kersverse hoogleraar Eugène van Puijenbroek. De nieuwe hoogleraar geneesmiddelenbewaking en geneesmiddelenbijwerkingen in Groningen weet waar hij over praat. Opgeleid als huisarts kent Eugène van Puijenbroek het belang van veilig gebruik van geneesmiddelen en de impact die bijwerkingen hebben op patiënten. En als onderzoeker bij het Lareb kijkt hij naar nut en noodzaak van veilige medicatie en bijwerkingen. De impact van bijwerkingen is groot, maar de aandacht hiervoor in het zorgproces is niet altijd vanzelfsprekend, zo stelt arts en klinisch farmacoloog Van Puijenbroek. Pas als er ernstige bijwerkingen optreden is de aandacht groot. Pas dan wordt teruggekeken: wat is er gebeurd? Opmerkelijk is dat dan vaak het geneesmiddel als de schuldige wordt aangewezen. De rol van de zorgverlener, patiënt en overheid is dan minder prominent aanwezig. Terwijl de context waarin het geneesmiddel wordt gebruikt, de verwachtingen die men heeft en de manier waarop de zorg met veiligheid omgaat net zo belangrijk zijn. Hoe veilig zijn geneesmiddelen in ons land? “De geneesmiddelen in ons land zijn niet veiliger of onveiliger dan in de ons omringende landen. Wat dat betreft is veiligheid van een geneesmiddel een constante factor. De manier waarop we met geneesmiddelen omgaan, dat verschilt natuurlijk wel van land tot land. Veiligheid is namelijk niet alleen de verantwoordelijkheid van de industrie die het geneesmiddel maakt, de arts die het voorschrijft en de apotheker die het aflevert, ook de patiënt heeft een belangrijke rol in het veilig gebruik ervan. Alle betrokkenen pakken hun rol goed op, zo is mijn ervaring.  Ook hebben we een goed lopend systeem waarin we uitgifte en gebruik van medicatie monitoren. En als het gaat om melden van bijwerkingen en farmaco-epidemiologisch onderzoek lopen we voorop. Daar mogen we best trots op zijn. Maar het kan altijd beter.” Hoe serieus neemt de zorg veilig gebruik van geneesmiddelen? “Heel serieus. Ook de apotheker neemt de voorlichting over bijwerkingen aan de patiënt heel serieus. Mijn ervaring is dat in iedere apotheek bij de eerste en tweede uitgifte wordt stilgestaan bij het onderwerp bijwerking. Dat kan ook niet anders, want de apotheker is voor de patiënt toch vaak het eerste aanspreekpunt bij bijwerkingen. Naast gedegen kennis over klinische farmacologische achtergrond moet de apotheker ook weten hoe een patiënt een bijwerking ervaart. Hij zal actief bij de patiënt na moeten vragen of er klachten opgetreden zijn. Apothekers kunnen echter onmogelijk de gehele bijsluiter bespreken met de patiënt. Ze moeten dus een selectie maken wat ze wel en dus ook niet vertellen. Maar hoe maak...

Lees Verder
65-Plussers: Niet zelf betalen voor medicatiebeoordeling
Jun18

65-Plussers: Niet zelf betalen voor medicatiebeoordeling

Een groot deel van de senioren die een periodieke medicatiebeoordeling moet krijgen, is niet bereid daarvoor zelf de kosten te dragen. Dat blijkt uit een actuele peiling van het onderzoeksbureau MWM2 in opdracht van de seniorenorganisatie ANBO en de KNMP onder patiënten die in aanmerking komen voor zo’n beoordeling. “Omdat senioren vaak meerdere medicijnen van diverse artsen toegeschreven krijgen, loont het enorm om te kijken wat de wisselwerking tussen medicijnen is. Bij de medicatiebeoordeling kan bijvoorbeeld blijken dat er te veel medicijnen worden gebruikt, of dat de dosering moet worden aangepast.” Aldus Liane den Haan, directeur-bestuurder van ANBO. De 65-Plussers die meer dan 5 medicijnen gebruiken, zouden zo’n medicatiebeoordeling moeten krijgen volgens de Richtlijn Farmacie: een periodieke evaluatie van het medicijngebruik door patiënt, huisarts en apotheker. Maar 58 procent geeft aan niet zelf te willen betalen voor de medicatiebeoordeling, terwijl 72 procent wel graag een medicatiebeoordeling zou  krijgen. Onder eigen risico Hoewel bij de medicatiebeoordeling zowel huisartsen als apothekers betrokken zijn, vallen de kosten hiervoor bij de apotheker onder het eigen risico. Den Haan: “Dat zorgt natuurlijk voor spanning in de uitvoering. Er is geen gelijkheid in de bekostiging. Op basis van deze steekproef signaleren we dat veel senioren zelf een medicatiebeoordeling niet willen betalen. Een gemis, want de medicatiebeoordeling bespaart niet alleen veel geld voor onnodig medicijngebruik, maar kan ook overbodige stapeling van bijwerkingen helpen voorkomen. In een gezamenlijke brief aan de Tweede Kamer pleiten ANBO en de KNMP dan ook voor de medicatiebeoordeling buiten het eigen risico te houden.” Over dit onderzoek Het betreft een gezamenlijke online enquête van ANBO, KNMP en onderzoeksbureau MWM2. Aan de peiling deden 1204 van de 2848 uitgenodigde leden van het ANBO-seniorenpanel mee; een responsie van 42,3%. De peiling vond plaats van zaterdag 13 juni tot dinsdag 16...

Lees Verder
Pagina 1 van 212