Actueel geneesmiddelenoverzicht bij astma en COPD
sep11

Actueel geneesmiddelenoverzicht bij astma en COPD

Bij de behandeling van astma en COPD maakt men gebruik van een aantal groepen geneesmiddelen en een aantal verschillende toedieningsvormen. Het is daardoor niet altijd goed te overzien wat er allemaal beschikbaar is en wat voor de individuele patiënt het meest aangewezen middel is en de meest geschikte toedieningsvorm. De groepen geneesmiddelen onderscheidt men doorgaans in de kort- en langwerkende bètamimetica, de kort- en langwerkende anticholinergica en de glucocorticosteroïden. Er zijn nog enkele andere middelen maar die worden in de NHG-Standaarden Astma bij volwassenen, Astma bij kinderen en COPD niet aanbevolen. De toedieningsvormen vallen uiteen in de dosisaerosolen en de poederinhalatoren. Bij de keuze van een inhalator spelen patiëntgebonden factoren een belangrijke rol voor het behalen van een optimaal effect, zoals coördinatie en inspiratiekracht. Het is van groot belang dat de patiënt bij het maken van de keuze wordt betrokken en goede instructie krijgt. In dit overzicht is gestreefd naar een zo compleet mogelijk actueel overzicht. (samengesteld 08-2015) Download hier de pdf van het actuele geneesmiddelenoverzicht Astma/COPD: Samengesteld door: Prof. Ad Sitsen in samenwerking met Longalliantie...

Lees Verder
Apothekers vragen niet door
sep09

Apothekers vragen niet door

Apotheekmedewerkers geven vaak technische informatie als ze een geneesmiddel verstrekken. Hoe vaak je het moet nemen, hoe lang je het moet nemen, waar je op moet letten. Ze vragen relatief weinig naar de ervaringen van patiënten met de geneesmiddelen. Dat blijkt uit publicaties van onderzoekers van het NIVEL en de Universiteit Utrecht in de wetenschappelijke tijdschriften Patient Education and Counseling en het International Journal of Pharmacy Practice. “Patiënten vragen uit zichzelf niet veel. Apotheekmedewerkers reageren wel op vragen van patiënten, maar ze nodigen nog niet erg uit om meer vragen te stellen”, zegt NIVEL-programmaleider Liset van Dijk over het onderzoek naar communicatie aan de balie. “Ze vragen weinig naar therapietrouw, ervaringen en voorkeuren. Wanneer apothekers hun rol als zorgverlener verder willen ontwikkelen, is het belangrijk hieraan meer aandacht te besteden. Ook kunnen ze nog meer doorvragen.” Op video vastgelegd Voor de onderzoeken zijn in drie poliklinische apotheken en in vier openbare apotheken baliegesprekken opgenomen op video met mensen die geneesmiddelen kwamen ophalen, zowel herhaalrecepten als eerste uitgiften. De onderzoekers legden vast wat er werd verteld. Welke informatie de apothekersassistente geeft, wat ze uitlegt over het geneesmiddel, bijvoorbeeld hoe je het moet innemen, hoe lang je het moet gebruiken enzovoort. De meerderheid van de patiënten krijgt de eerste keer dat zij een medicijn ophaalt informatie over hoe je dat moet gebruiken. Aan de duur van de behandeling en mogelijke bijwerkingen wordt bij ongeveer de helft van de eerste uitgiften aandacht besteed. Databank communicatie Een derde van de 119 video’s van baliegesprekken in poliklinische apotheken betrof een eerste uitgifte van een geneesmiddel, twee derde een vervolguitgifte. Van de 153 opgenomen baliegesprekken in de openbare apotheken was een kwart een eerste uitgifte, en driekwart een vervolguitgifte. De onderzoekers maakten daarin nog een onderscheid tussen een tweede of een latere uitgifte, omdat informatie en vragen daarvan afhankelijk zijn. De video-opnames zijn vastgelegd in de databank communicatie van het NIVEL. Online communicatietraining In een door ZonMw gesubsidieerd project gaan de onderzoekers nu een online training ontwikkelen om de communicatievaardigheden van apotheekmedewerkers te verbeteren. Dit project, dat 1 september is gestart, geeft apotheekmedewerkers feedback op basis van video-opnames van eigen baliegesprekken. Het stimuleren van patiëntgerichte communicatie staat centraal. Dit moet uiteindelijk leiden tot een betere signalering van aan geneesmiddelgebruik gerelateerde problemen en het voorkomen van verkeerd geneesmiddelgebruik. Onder redactie: Kees Kommer...

Lees Verder
Schippers wil ANW-prijsverschillen verkleinen
sep07

Schippers wil ANW-prijsverschillen verkleinen

Minister Edith Schippers (VWS) geeft in antwoord op Kamervragen aan dat zij de forse prijsverschillen voor Avond, Nacht en Weekend dienstverlening in de farmacie een probleem vindt. Iedere patiënt moet gelijke toegang tot de zorg hebben. Ze is hierover met de NZa in gesprek gegaan en het probleem moet in 2016 zijn opgelost. De vragen werden in augustus gesteld door de Tweede Kamerleden Van Dijk en Bouwmeester (PvdA), Bruins Slot (CDA) en Dijkstra (D66), na publicaties in landelijke media over veel hogere prijzen voor farmaceutische dienstverlening in dunbevolkte gebieden dan in steden. De minister erkent nu dat er signalen zijn “dat patiënten wachten op de reguliere openingstijden om het hogere tarief van bepaalde dienstapotheken te omzeilen. De dienstverlening kan daar in een negatieve spiraal komen. Doordat minder mensen gebruik maken van de dienstapotheek als gevolg van de hoge tarieven, moeten de tarieven omhoog waardoor weer minder mensen er gebruik van maken.” Oorzaak: de nieuwe contracteerwijze Of het juist is dat de grote prijsverschillen per receptregel het gevolg zijn van de financiering die in 2014 is ingevoerd, luidt het antwoord: “In de marktscan van de Nederlandse Zorgautoriteit met betrekking tot de Extramurale Farmaceutische zorg in oktober 2014 en uit informatie vanuit zorgverzekeraars wordt aangegeven dat de stijging van het tarief en de toegenomen verschillen zeer waarschijnlijk het gevolg zijn van de nieuwe contracteerwijze. Voor 2014 droegen de openbare apotheken in het adherentiegebied van de dienstapotheek bij aan het in de lucht houden van de dienstapotheek.” De minister wil de grote verschillen in de tarieven voor deze zorg en de gevolgen hiervan voor de patiënten oplossen. Daarom is zij hierover eerder dit jaar in gesprek gegaan met de NZa en veldpartijen. “Vanaf 2016 is dit opgelost,” stelt zijn in het antwoord op de Kamervragen. Onder redactie: Kees Kommer  ...

Lees Verder
Nader onderzoek naar gevolgen nieuwe limieten in GVS
sep03

Nader onderzoek naar gevolgen nieuwe limieten in GVS

Minister Edith Schippers (VWS) laat nader onderzoek doen naar de gevolgen van een herberekening van de limieten in het Geneesmiddelen Vergoedingssysteem (GVS). Dat schrijft zij bij de beantwoording van de vele vragen en opmerkingen die de fracties in de Tweede Kamer haar op 3 april jl hebben voorgelegd toen het rapport over de proefberekeningen aan de orde was. Het GVS is in 1991 ingevoerd om de uitgaven aan geneesmiddelen terug te dringen. Het systeem regelt de omvang van de wettelijk verzekerde aanspraak en de financiering daarvan via een vergoedingslimiet. De maximum vergoedingen gelden voor groepen van onderling vervangbare geneesmiddelen. Bij een prijs die hoger is dan deze limiet moet de patiënt bijbetalen. Zo is het GVS een bijbetalingsregeling en geen prijsmaatregel. Proefberekeningen zijn gemaakt In het Algemeen Overleg van 6 juni 2013 heeft de minister aangegeven bereid te zijn om een proef uit te voeren naar het herberekenen van de vergoedingslimieten. Inmiddels zijn proefberekeningen gemaakt door het bureau APE en daarin is ook gekeken naar de te behalen besparingen door het switchen van grote groepen verzekerden naar het goedkoopste middel en naar de gevolgen van prijsverlagingen door fabrikanten. Gedrag niet te voorspellen De gevolgen van het herberekenen van de GVS-vergoedingslimieten blijken nu niet exact aan te geven. Enerzijds is het gedrag van patiënten, fabrikanten, artsen en apothekers lastig te voorspellen. Anderzijds is inmiddels de Zorgverzekeringswet ingevoerd (2016), met forse dalingen van de geneesmiddelprijzen als gevolg. Het risico van de herberekende limieten kan zijn dat grote groepen patiënten moeten gaan switchen van medicatie om een ‘bijbetalingsvrij’ geneesmiddel te gaan gebruiken. De bijbetaling kan volgens de minister variëren van enkele tientjes tot enkele honderden euro’s en zelfs duizenden euro’s per jaar. De antwoorden ontbreken In het nu voorliggend Verslag Schriftelijk Overleg leidt de minister af dat de gedane proefberekeningen nog veel vragen oproepen. “Door velen van u is gevraagd naar wat een realistische variant van een herberekening is, wat de consequenties zijn van selectief herberekenen en wat realistische switchpercentages zijn.” Daarop geeft het nu uitgevoerde onderzoek geen antwoord. Ze vervolgt: “Omdat antwoord op deze vragen cruciaal is voor het bepalen hoe verder te gaan met het GVS wil ik nader onderzoek laten uitvoeren. Het gaat om een onderzoek naar het nader bepalen van een, door vele van u gevraagde, realistische variant van een herberekening van de GVS-vergoedingslimieten. Dit betekent dat ik zal kijken naar selectieve herberekening, naar realistische switchpercentages en naar de kosten van bloeddrukverlagers in combinatie met andere geneesmiddelen. Dit laatste kan exemplarisch zijn voor de eventuele stapeling van bijbetalingen voor bepaalde patiëntengroepen. Zodra ik de resultaten van de onderzoeken binnen heb, zal ik mede op basis hiervan een standpunt...

Lees Verder
Medicatie-overdracht bij ziekenhuisbezoek
sep03

Medicatie-overdracht bij ziekenhuisbezoek

KWETSBARE OUDEREN – Veel apotheken participeren al in projecten waarin de medicatie-overdracht goed wordt georganiseerd. Er is nu opnieuw onderzoek dat de noodzaak daarvan onderstreept. Ditmaal onderzocht het RIVM de problemen bij kwetsbare ouderen rondom ziekenhuisbezoek. Een betere digitale vastlegging en uitwisseling van medicatiegegevens moet de veiligheid vergroten. Veel kwetsbare ouderen gebruiken dagelijks vijf of meer verschillende geneesmiddelen (polyfarmacie) en komen regelmatig in het ziekenhuis. Bij de overgang van huis naar het ziekenhuis en weer terug kunnen problemen bij het medicijngebruik ontstaan. De risicovolste momenten daarvoor zijn een acute ziekenhuisopname, polikliniekbezoek en de eerste weken vanaf ontslag uit het ziekenhuis. Om de medicatieveiligheid van kwetsbare ouderen te verbeteren zou volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) het toezicht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) zich op deze situaties kunnen richten. Problemen rondom ziekenhuisbezoek De problemen kunnen ontstaan doordat bij polikliniekbezoek en bij een acute opname vaak geen actueel medicatieoverzicht beschikbaar is. Ook is er niet altijd voldoende tijd om te achterhalen welke medicijnen de patiënt precies gebruikt. Bij een acute opname is de kwetsbare oudere bovendien niet altijd in staat om zelf te vertellen welke medicijnen hij gebruikt. Bij het achterhalen van het medicijngebruik, bekijken zorgverleners weliswaar of dit overeenkomt met alle beschikbare medicatieoverzichten, maar wordt niet beoordeeld of alle gebruikte geneesmiddelen (nog) goed zijn voor die patiënt. Daarnaast ontbreekt bij medisch specialisten soms kennis over de geneesmiddelen die andere artsen voorschrijven, waardoor medicijnen mogelijk niet goed samengaan. Ook is er niet altijd een zorgverlener aangewezen die de regie heeft over alle voorgeschreven medicijnen. Problemen na ontslag Problemen na ontslag uit het ziekenhuis ontstaan onder andere wanneer de patiënt niet goed heeft onthouden of begrepen dat bepaald medicijngebruik is gestart, gewijzigd of gestopt, en waarom dat zo is. Ook komt de informatie over ontslagmedicatie niet altijd snel terecht bij de huisarts of apotheker. Hierdoor kan een patiënt de medicatie thuis verkeerd gaan gebruiken en problemen krijgen, zonder dat zorgverleners dat in de gaten hebben. Verbeterpunten De grootste winst is waarschijnlijk te behalen als alle medicatiegegevens beter digitaal worden vastgelegd en uitgewisseld, inclusief de redenen van gemaakte aanpassingen. Ook zou de patiënt bij ontslag beter moeten worden geïnformeerd over de aanpassingen in het medicijngebruik. Dit moet gevolgd worden in de eerste weken na ontslag. Verder is het belangrijk dat een zorgverlener het overzicht heeft over alle gebruikte medicijnen en dat de medicatie voortdurend wordt bewaakt en periodiek wordt beoordeeld. Het 65 pagina’s tellende rapport Polyfarmacie bij kwetsbare ouderen: risico’s rondom overgangen tussen eerste- en tweedelijnszorg is hier te downloaden. Onder redactie van: Kees...

Lees Verder
Tante Biotica in de wachtruimte
sep02

Tante Biotica in de wachtruimte

Zo’n 1.900 apothekers ontvangen de komende dagen een wachtruimte-exemplaar van een stripboek over antibioticaresistentie: een Suske en Wiske over Tante Biotica. Het is een onderdeel van de nieuwe publiekscampagne die gericht is op het vergroten van de bewustwording en kennis over de werking en het gebruik van antibiotica. Dit past in de integrale aanpak van antibioticaresistentie die het Kabinet in juni jl. presenteerde. Urgentie erkend Minister Edith Schippers (VWS) heeft met de zorgsector afspraken gemaakt over de strijd tegen antibioticaresistentie. Partijen uit de zorg erkennen de urgentie om onjuist gebruik van antibiotica in de zorg terug te dringen en zetten in op infectiepreventie. Daarnaast moet er onderzoek komen naar nieuwe antibiotica, behandelingen, medische technologie en alternatieven voor antibiotica. Ook wordt ingezet op meer internationale samenwerking en vanuit de one-health benadering komen er acties op de terreinen van dieren, voedsel en milieu om resistente bacteriën in samenhang te bestrijden. Minister Schippers en de staatssecretarissen Van Rijn (VWS), Dijksma (EZ) en Mansveld (IenM) hebben daarover in juni een brief naar de Tweede Kamer gestuurd. Doelstellingen zorg Kern van de problematiek is dat door gebruik van antibiotica steeds meer bacteriesoorten ongevoelig worden voor de werking van antibiotica. Gevolg is dat ziektes die nu eenvoudig te genezen zijn in de toekomst weer levensgevaarlijk kunnen worden. Betrokken zorgpartijen hebben gezamenlijk zes doelstellingen geformuleerd en een meerjarenagenda vastgesteld. Partijen gaan zich sterk maken voor: – daling van het aantal vermijdbare zorggerelateerde infecties in de hele zorgketen over vijf jaar met 50 procent; – een reductie van minimaal 50 procent van het gebruik van onjuist voorgeschreven antibiotica in de totale zorgketen; – een aantoonbare verdere vertraging van de opkomst en verspreiding van multiresistente bacteriën in de zorg; – meer internationale samenwerking om de ontwikkeling en verspreiding van antibioticaresistentie tegen te gaan; – het aantal infecties en sterfgevallen als gevolg van antibioticaresistentie binnen Nederland op het huidige niveau te laten blijven of te laten dalen; – geen verdere afname van mogelijkheden om patiënten met infecties door resistente bacteriën effectief te behandelen. Innovatie Nieuwe antibiotica, alternatieve behandelingen en innovaties op het gebied van infectiepreventie zijn essentieel in de bestrijding van antibioticaresistentie. Deze urgentie wordt breed gevoeld in Nederland en er is grote bereidheid om vanuit de verschillende disciplines een bijdrage te leveren. Er wordt ingezet op versterking van de onderzoeksinfrastructuur en daarbij aansluiting gezocht bij bestaande initiatieven, onderzoeksinstellingen en kenniscentra en met de topsectoren Life Sciences & Health, Chemie en Agro. EU-voorzitterschap De eerste helft van 2016 is Nederland voorzitter van de Europese Unie. In 2016 loopt het in 2011 gestarte EU Action Plan tegen antibioticaresistentie ten einde. Schippers heeft met Eurocommissaris Andriukaitis afgesproken dat in het voorjaar...

Lees Verder
Pagina 2 van 212