Column Henk Pastoors: We hebben je nodig
okt21

Column Henk Pastoors: We hebben je nodig

Beste Marcel, Allereerst wil ik je ook langs deze weg hartelijk feliciteren met je promotie over het onderwerp therapietrouwverhogende interventies door de apotheker. Je bent apotheker in dat rebelse kraaiennest in Amsterdam. Ik ken je als een zeer betrokken, zeer innemend mens die bovendien ontvankelijk is voor een goed gesprek over de betekenis van openbare farmacie. Vanuit deze invalshoek ben ik benieuwd of jij met mij van mening bent dat er in de grote steden, dus ook in Amsterdam, de helft van de apotheken dicht kunnen zonder dat hiermee enige gezondheidsschade zou worden veroorzaakt? Zou je net als ondergetekende een substantieel gedeelte van de opbrengsten van het sluiten van apotheken willen aanwenden voor het verwezenlijken van innovaties in de eerste lijn? Door welke overwegingen zou jij je laten leiden? Ben je net als ik van mening dat de openbare farmacie in de huidige vorm duur is, nauwelijks aantoonbaar gezondheidswinst oplevert en niet meer voldoet aan de maatschappelijke verwachting van een full service hospitality ingericht bedrijf? Dat het zeer aannemelijk is dat professionals van de Hogere Hotelschool een zeer positieve bijdrage zouden kunnen leveren aan het klantgericht zijn in de apotheek? Zou je je net als ik ongemakkelijk voelen als je in je eigen apotheek zit te wachten en een baliegesprek meekrijgt over hoe je een vaginale crème inbrengt? Waar zit jouw zorgdroom Marcel en hoe ga je dat fiksen? Wanneer gaat de KNMP melden dat je voorzitter geworden bent of heb jij net als ik (en Minister Schippers) het idee dat instituties het probleem van zorgverandering tegenhouden en jij dus nooit voorzitter zal worden? Zie jij in de combinatie van handel en zorg een beperking of juist een kans? Ben jij net als ik van mening dat toen er nog goud geld in de openbare farmacie werd verdiend de afslag is gemist om aan waardecreatie in de openbare farmacie te doen? Zie jij ook dat de apotheker geen distributie nodig heeft als onmisbare schakel in de eerste lijn? Ongetwijfeld maak ik me net als jij zorgen over het feit dat het medicijn van de troost, aandacht, begeleiding, veiligheid en jouw zo geliefde onderwerp van therapietrouw als kostenpost wordt gezien. We moeten snel een biertje doen bij Cafe Wildschut, ben zo nieuwsgierig naar jouw ideeën hierover. Maar blijf bovenal nog lang apotheker, we hebben je nodig Marcel Kooij. Henk Pastoors is directeur van TopSupport Strategie en Informatie. Hij levert als adviseur maatwerk in analyse en strategie in de farmacie en...

Lees Verder
Apotheker als digitale adviseur: Innoveren in 1.000 dagen
okt21

Apotheker als digitale adviseur: Innoveren in 1.000 dagen

Digitale technologie verandert de zorg. Tal van digitale tools zullen patiënten en zorgprofessionals ondersteunen. De grenzen tussen zorgprofessional onderling en tussen de patiënten vervagen. De eerste en tweede lijn maken plaats voor kleine locaties voor specifieke zorg. Voor apothekers een uitgelezen kans om patiënten te adviseren over al deze digitale producten en diensten, zo stelt Maarten den Braber van Rockstart digital health. Innovatieve ideeën Innovatie, e-health en nieuwe technologie. De zorg maakt zich klaar voor de toekomst: hoe kunnen we door middel van technologie de zorg betaalbaar, toegankelijk en comfortabel voor de patiënt maken? Aan innovatieve ideeën geen gebrek in de zorg. Voorschrijver en apothekers hebben allemaal wel een idee hoe het beter, sneller goedkoper en makkelijker kan. Ook de technologische kennis om een tool te ontwikkelen is volop aanwezig in ons land. Nederland loopt op digital health-gebied voorop, maar voelt wel de hete adem van het Verenigd Koninkrijk en Zweden in de nek. Het gaat echter mis als die specialisten zelf een bedrijf moeten bouwen en een product of dienst voor de markt moeten maken. De zorg struikelt nog te vaak tijdens de stap van innovatief idee naar opname van dat onderscheidende product in het zorgproces. Weg idee, weg geïnvesteerd geld. Neem de Scanadu Scout. Dit innovatieve apparaat op zakformaat meet de belangrijkste vitale kenmerken als zuurstof, bloeddruk, hartslag en temperatuur van het bloed. Bloed meten is net zo makkelijk als het lezen van een e-mail. De data worden automatisch opgestuurd naar de zorgspecialist, als dat nodig mocht zijn. Een dokter of verpleegkundige komt er bij het meten niet meer aan te pas. Een goed idee, maar na jaren van geld ophalen bij investeerders, ontwikkelen en testen gebruikt nog steeds geen enkel ziekenhuis of zorgprofessional deze nieuwe technologie als onderdeel van het zorgproces. Ontwikkelen van een technologisch hoogstandje is slechts een aspect, maar net zo belangrijk is dat patiënten of zorgverleners het ook gaan toepassen in het zorgproces. Versneller Dat moet anders, dacht Oscar Kneppers toen hij in 2012 Rockstart oprichtte. Een ‘versneller’ die start-ups in 1000 dagen op alle fronten ondersteunt om succesvol te innoveren. Een intensief traject waarbij vanaf dag een alle stakeholders betrokken worden. Inmiddels zijn 58 start-ups geholpen: vier programma’s op het gebied van web en mobile en twee rondom smart energy. Daar zijn dit jaar Digital Health en Maarten den Braber bij gekomen. Op de Novio Tech Campus naast het academisch ziekenhuis Radboudumc gaan vanaf 14 oktober tien start-ups met elkaar, met partners in de zorg en met investeerders nieuwe technologieën ontwikkelen die de zorg nu eens echt klaar moet maken voor de toekomst. De start-ups krijgen een startkapitaal van 20.000 euro, een...

Lees Verder
Bredere toepassing biosimilars begint bij de arts
okt21

Bredere toepassing biosimilars begint bij de arts

Het preferentiebeleid heeft tot een enorme kostenbesparing in de openbare farmacie geleid. Nu kijken zorgverzekeraars naar de mogelijkheden om met biosimilars kosten te besparen op biologicals. Een proces dat vooralsnog ver van de apotheker leek af te staan. Maar gelet op de snel groeiende mogelijkheden van biologicals, ook voor extramuraal gebruik, dichterbij dan gedacht. Biosimilars zouden een bijdrage kunnen leveren aan het antwoord op de vraag hoe de almaar stijgende kosten voor dure geneesmiddelen een halt toegeroepen kunnen worden. Toch blijft de toepassing van biosimilars achter in Nederland. Dit ligt voor een deel aan de twijfelachtigheid van artsen, zo stelt Initiatiefgroep Biosimilars Nederland. Arnold Vulto (ziekenhuisapotheker in het Erasmus Medisch Centrum) is een van de initiatiefnemers van Biosimilars Nederland. Ruimere toepassing van biosimilars zou meer dynamiek kunnen brengen in de nu erg gesloten markt voor geneesmiddelen, stelde hij onlangs tijdens een persconferentie (ter voorbereiding van een symposium dat Biosimilars Nederland afgelopen september over dit onderwerp organiseerde). En de komende periode komen diverse biologicals die grote omzetten vertegenwoordigen uit patent – infliximab (143 miljoen euro) en etanercept (156 miljoen euro) al dit jaar, adalimumab (208 miljoen euro) in 2018 – dus dit is hét moment om de meerwaarde van biosimilars onder de aandacht te brengen. Graag meer dynamiek Het bewerkstelligen van die dynamiek is iets wat de zorgverzekeraars heel graag zien gebeuren. Ruben Wenselaar, bestuursvoorzitter van Menzis, zei tijdens diezelfde persconferentie: “Het onderwerp raakt ons allemaal, gelet op de structureel stijgende geneesmiddelenkosten. Die stijging heeft in eerste instantie geleid tot het preferentiebeleid voor generieke geneesmiddelen en we weten welke enorme kostenbesparing dit beleid heeft opgeleverd. Nu gaat het om de dure geneesmiddelen die sinds enkele jaren worden betaald uit het budget van de ziekenhuizen, vaak zijn dit biologicals. De ziekenhuizen zijn voortdurend hierover in gesprek met de zorgverzekeraars, omdat de financiering een steeds groter probleem voor ze wordt. Voor deze dure geneesmiddelen moeten we iedere gelegenheid aangrijpen om ze beschikbaar te maken voor patiënten, maar we moeten ook de kosten in de hand houden.” Dat lukt nu niet. Het budget voor dure geneesmiddelen bedraagt inmiddels anderhalf miljard euro (cijfer 2013). In 2014 zagen we een kostenstijging ten opzichte van 2013 van negen procent, en de verwachting is dat die stijging zich in 2015 en 2016 zal continueren. “Het is echt een bron van zorg die gedeeld wordt door de ziekenhuizen en de zorgverzekeraars”, aldus Wenselaar. “En de  kostenstijging is moeilijk voorspelbaar omdat we niet weten welke nieuwe middelen allemaal in aantocht zijn.” Inzet op grote schaal van biosimilars kan helpen om die kostenexplosie een halt toe te roepen. Wenselaar: “Toen temozolomide in 2011 uit patent ging, leidde de komst van...

Lees Verder
Column: Verandering als constante
okt21

Column: Verandering als constante

Ik was van de week op bezoek bij mijn vader. Apotheker en inmiddels 87 jaar. Een apotheker oude stijl, in het dorp in een adem genoemd met de huisarts en de notaris. Iemand die wist wat het beste was. Voor zijn assistentes, zijn patiënten, zijn familie. En voor hemzelf, getuige de wijnkelder die hij kon vullen dankzij de jaarlijkse levering van het toenmalige OPG. In zijn loopbaan als zelfstandig apotheker weigerde hij dan ook om mee te bewegen met maatschappelijke veranderingen. Ik ben toch de apotheker? Laat mij dan mijn gang gaan. Zo ging dat in die tijd, Bas. Ze zijn er gelukkig nog steeds, Niels. Zorgprofessionals die met het DNA van een zorgverlener worden geboren om mensen te helpen. We mogen er blij mee zijn! Maar een ding is wel veranderd: de samenleving, de maatschappij, de klant en de patiënt verwachten steeds meer en andere competenties van de zorgverlener: focus je op de zorgconsument, wees klantgericht, luister naar behoeftes, vraag door, neem de tijd, geef aandacht, lever maatwerk en ga zo maar door. Terwijl de apotheker gewoon zijn ding wil doen. Dat schuurt. Ik begrijp wat je bedoelt, Bas. Apothekers maken weken van 80 uur, zitten in het weekend achter de computer bijscholingspunten bij elkaar te sprokkelen en gaan na zes uur ook nog op huisbezoek. En wat krijgen ze ervoor terug: hoon van achter de balie, de toorn van de zorgverzekeraar en stress omdat het vak niet meer leuk is. ‘Wat ik ook doe – en ik doe al zoveel – ik doe het ook nooit goed’, zo staat de miskende apotheker tegenwoordig in het leven. Er dreigt een groot gat te ontstaan tussen wat de maatschappij verlangt van de apotheker en wat de apotheker traditioneel levert. Precies, Niels. De goede intentie van de apotheker komt in conflict met de maatschappelijke moraal. En het is aan de apotheker om daar iets aan te doen! De apotheker kan nu eenmaal maatschappelijke en politieke ontwikkelingen – lees marktwerking – niet veranderen. Dan moet je maar de politiek in. Veranderen is nu eenmaal de nieuwe constante en het is aan jou om daarin een weg te vinden. Er is hoop, Bas. Mijn vader beweegt inmiddels mee met de veranderingen in de wereld: Skypen met zijn kinderen, berichten sturen op FaceBook. En hij is als apotheker nu wel in staat om echt te luisteren naar zijn gesprekspartners! Bastiaan Witvliet, hoofdredacteur Niels van Haarlem,...

Lees Verder
Marcel Kooij: Even bellen verhoogt therapietrouw
okt20

Marcel Kooij: Even bellen verhoogt therapietrouw

Bellen met de patiënt verhoogt de therapietrouw. Dat leidt tot het voorkómen van ziekenhuisopnames en bij bepaalde medicatie ook tot lager ziekteverzuim. Zo zorgen apothekers indirect dat zieke werknemers sneller herstellen en eerder aan het werk gaan. Volgens apotheker en onderzoeker Marcel Kooij moeten apothekers hun meerwaarde laten zien aan werkgevers en overheid. “Therapietrouw moeten we op een hoger niveau aankaarten. Dat gebeurt nog onvoldoende.” Het is zoeken naar de heilige graal: hoe krijgen apothekers toch die patiënt zover dat hij of zij de medicatie gebruikt zoals bedoeld? En dan graag ook nog met interventies die kosteneffectief zijn. Kosteneffectiviteit begint met effectiviteit. En met effectiviteit zit het wel snor bij apothekers, zo laat apotheker en onderzoeker Marcel Kooij (37 jaar), werkzaam in Service Apotheek Koning in Amsterdam, zien. Hij promoveerde deze zomer op onderzoek naar therapietrouwverhogende interventies door de apotheker. De conclusie is helder: bel de patiënt op over zijn of haar medicatiegebruik. Dat belletje kost al met al 10 minuten per patiënt en leidt tot aantoonbaar beter gebruik van geneesmiddelen. Zeker bij de RAS-remmers en statines. Wat heeft uw onderzoek precies opgeleverd? “Aan het onderzoek deden 60 apotheken mee, waaronder veel Service Apotheken. Uit de resultaten blijkt dat patiënten deze service en begeleiding door de apotheker, want zo ervaren ze dat, erg waarderen. Ze zijn ook meer tevreden over de informatie die ze van de apotheker krijgen. Alleen al door te bellen laat je zien dat je zorgverlener bent. Patiënten die gebeld zijn, volgen langer de therapie en stoppen minder snel. Neem de RAS-remmers: in de controlegroep stopt 28 procent met de medicatie, tegen 22 procent in de interventiegroep. De therapietrouw is dus aanzienlijk hoger als je patiënten even opbelt. Maar nu komt het: we moeten slechts 16 patiënten bellen om er een therapietrouw te krijgen. Vergelijk dat eens met cijfers over behandeling met bijvoorbeeld statines: we moeten 83 patiënten gedurende 5 jaar met statines behandelen om uiteindelijk een sterfgeval te voorkomen.” Wanneer laat u de cijfers aan zorgverzekeraars zien? “Ik wil eerst aantonen dat deze interventie ook voldoende kosteneffectief is. Niet alleen in termen van aantal patiënten, maar ook in harde euro’s. Met harde euro’s sta je nu eenmaal sterker. We hebben alle data om uit te rekenen wat het kost en wat het oplevert. Ik hoop dat we voor het einde van dit jaar de harde getallen hebben voor zorgverzekeraars. Een vergelijkbaar project in Groot-Brittannië laat zien dat het kosteneffectief is.” Maar zijn zorgverzekeraars bereid te betalen voor deze interventie? “Dat is altijd de vraag. Maar ik denk dat niet alleen zorgverzekeraars blij worden van de resultaten. Bij een toename van het aantal therapietrouwe patiënten zit...

Lees Verder
12 nov – BOGIN, NieuweZorg  – APOTEX SYMPOSIUM 2015
okt19

12 nov – BOGIN, NieuweZorg – APOTEX SYMPOSIUM 2015

1e lijnszorg aan zet – Uitdaging: meer doen met minder geld Bogin en Platform NieuweZorg organiseren het  Bogin – Apotex Symposium 2015 op donderdag 12 november in de Lichtfabriek  te  Haarlem. Hèt zorgsymposium van 2015 (accreditatie is aangevraagd). Dagvoorzitters: Martin Favié Voorzitter Bogin en Henk Pastoors TopSupport. Programma
: 15.00 uur    Aanvang 15.10 uur    Bas van den Dungen Directeur Generaal VWS 15.30 uur    Rondetafelgesprek met Gerben Klein Nulent Voorzitter KNMP en 
zijn voorgangers Jan Smits, Marga van Weelden & Martin Favié 16.10 uur    Arnold Moerkamp Voorzitter Raad van Bestuur Zorginstituut Nederland: Toekomstbestendigheid van het basispakket (en wat betekent dit voor de
 1e lijn?) 
16.40 uur    Pauze 17.00 uur    Wat zijn ontwikkelingen en trends in gecontracteerde farmaceutische zorg
 voor 2016 en verder? Pitches van onderhandelaars farmacie: 
Karik van Berloo Eldermans-Geerts advocaten
 Wim de Schryver Directeur Apotheekbedrijf Pluripharm
 Marcel Dost Algemeen directeur NFZ
 Dennis Havermans Strategic Alliances Manager Walgreens Boots Alliance 17.30 uur    Rondetafelgesprek met:
 Ruben Wenselaar Voorzitter Raad van Bestuur Menzis
 Martin Bontje Voorzitter InEen Dianda Veldman Directeur NPCF
 Adrienne van Strien Farmaceutisch directeur extramuraal Mosadex 18.00 uur    Sluiting 
19.00 uur    Diner De dagvoorzitters kijken uit om u op 12 november te mogen ontvangen: Henk Pastoors & Martin Favié Kosten Symposium: € 150,- ex BTW ( VJA-leden / studenten € 100,- ex BTW) Diner: € 75,- ex BTW Aanmelden...

Lees Verder
DVN: Menzis slaat plank mis
okt16

DVN: Menzis slaat plank mis

Het preferentiebeleid dat zorgverzekeraar Menzis voor 2016-2017 heeft ingezet op diabetesmedicatie, is de Diabetesvereniging Nederland in het verkeerde keelgat geschoten. Het gaat om de insuline glargine (Lantus), waarvan de biosimilar-variant Abasaglar bestaat. Het preferentiebeleid houdt in dat Menzis voor deze soort insuline aanwijst op welk merk haar verzekerden nog recht hebben en andere merken uitsluit. Olof King, directeur van de diabetesvereniging, meldt dat het besluit van Menzis tot stand is gekomen zonder afstemming met zorgverleners in de de Nederlandse Diabetes Federatie en Diabetesvereniging Nederland. “Overleg en onderling respect zouden kernwaarden moeten zijn in de relatie tussen zorgverzekeraars, zorgverleners en patiënten. Menzis slaat dus echt de plank mis.” Ook de internisten en de Nederlandse Diabetes Federatie keuren volgens DVN de werkwijze van Menzis af. Standpunt Biosimilars zijn goedkoper dan de originele medicijnen en dragen daarmee bij aan de betaalbaarheid van de zorg. Maar kosten mogen volgens DVN nooit alleen de reden zijn om de behandeling van een patiënt aan te passen door een nieuw geneesmiddel te gaan gebruiken. “Diabetesvereniging Nederland wil samen met zorgverleners duidelijk afspreken onder welke voorwaarden het verantwoord is om over te stappen op het gebruik van een biosimilar. Wij vinden dat een zorgverzekeraar deze afspraken dient te volgen.” Evenals de internisten vindt DVN dat arts en patiënt samen de beslissing nemen over de uitwisselbaarheid van de insuline. “Overzetten op een biosimilar mag alleen onder strikte begeleiding van een arts en alleen als de patiënt er zelf, na goed geïnformeerd te zijn, mee instemt, dat is het standpunt van DVN.” Brief Diabetesvereniging Nederland verwacht dat het beleid van Menzis over biosimilars de kwaliteit van zorg negatief beïnvloedt. Menzis moet goede zorg faciliteren, niet definiëren. Diabetesvereniging Nederland heeft daarom in een brief aan Menzis geëist dat de zorgverzekeraar dit beleid aanpast. Onder redactie van: Kees Kommer  ...

Lees Verder
Hulpmiddelenzorg kan beter
okt15

Hulpmiddelenzorg kan beter

Uit een verkenning door ZonMw blijkt dat er in de praktijk zorgen bestaan over de kwaliteit, de keuzevrijheid en het toezicht op hulpmiddelenzorg. Het gaat met name om hulpmiddelen op het terrein van diabetes-, incontinentie- en stomazorg. Minister Edith Schippers (VWS) heeft de Tweede Kamer deze week geïnformeerd over deze verkenning van ZonMw en merkt daarbij op in haar brief: ‘Op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) hebben zorgverzekeraars een zorgplicht die bepaalt dat zij ervoor moeten zorgen dat een verzekerde adequate hulpmiddelenzorg krijgt waar hij wettelijke aanspraak op heeft. Volgens de NZa beleidregels gaat het dan niet alleen om de inhoud en vergoeding van zorg, maar ook om de kwaliteit, tijdigheid en bereikbaarheid van deze zorg. Daarom moet de zorgverzekeraar een hulpmiddel verstrekken of vergoeden dat voor de patiënt adequaat is. De NZa houdt toezicht op de naleving van de zorgplicht. Indien een verzekeraar die niet nakomt, kan de NZa handhavend optreden.’ Meer richtlijnen nodig De minister vervolgt: ‘In veel gevallen bestaan er echter geen richtlijnen of normen op grond waarvan beoordeeld kan worden welk hulpmiddel het meest adequaat is voor de zorgvraag van de patiënt. De Nza vindt dit een onwenselijke situatie. In de beleidsregels heeft de Nza beschreven dat van het veld verwacht wordt dat deze normen voortvarend worden ontwikkeld. Naar aanleiding van recente berichtgeving over diabeteshulpmiddelen heeft de Nza het veld opgeroepen om meer richtlijnen op te stellen. Naast kwaliteitsnormen zijn ook duidelijke richtlijnen voor voorschrijven, gebruik en informatie-voorziening van belang. De NZa is van mening dat richtlijnen ook voor andere hulpmiddelcategorieën moeten worden ingezet. Ik deel deze opvatting.’ ZonMw verkenning ZonMw signaleert nu na uitvoerige consultatie van patiënten, zorgverleners, leveranciers, zorgverzekeraars, kennis- en onderzoeksinstituten en overheidsinstanties, dat in de praktijk zorgen bestaan over de kwaliteit, de keuzevrijheid en het toezicht op hulpmiddelenzorg. Volgens ZonMw zijn samenhangende acties nodig op de volgende terreinen: – stimuleer de ontwikkeling en implementatie van richtlijnen, versterk de positie van gebruiker; – bevorder meer onderzoek op het gebied van innovatie, doelmatigheid en meerwaarde van hulpmiddelen. Bestuurlijk verleg De bevindingen van NZa en ZonMw tonen aan dat er ruimte is voor verbetering, stelt de bewindsvrouw, zonder daarbij te oordelen over het functioneren van specifieke partijen. Daarom heeft zij de betrokken partijen uitgenodigd voor een bestuurlijk overleg. ‘Het ontwikkelen en daadwerkelijk implementeren van richtlijnen en normen die leiden tot meer gepast gebruik van hulpmiddelen, heeft voor mij daarin de hoogste prioriteit.’  In aanvang concentreert de minister zich vooral op de hulpmiddelen rondom stoma-, incontinentie- en diabeteszorg. Kwaliteit en zelfredzaamheid Schippers zet in op kwaliteit. ‘Onder kwaliteit versta ik verantwoorde zorg die van goed niveau is, die doeltreffend, doelmatig en vraaggericht wordt verleend én...

Lees Verder
Werkgroep Geneesmiddelentekorten gaat anders werken
okt06

Werkgroep Geneesmiddelentekorten gaat anders werken

Het onderwerp geneesmiddelentekorten heeft een prominente plek op de agenda heeft gekregen van betrokken partijen, constateert minister Edith Schippers (VWS). Op het moment dat een tekort dreigt, weten partijen elkaar tijdig te vinden en nemen hun verantwoordelijkheid. Daarom kan de Werkgroep Geneesmiddelentekorten op een andere manier gaan werken. In haar brief aan de Tweede Kamer over de problemen met de productie van antibiotica, gaat de minister ook in op de toenemende problemen in de beschikbaarheid van geneesmiddelen. Dat leidt tot de volgende beschouwing. “De redenen van het niet beschikbaar zijn van geneesmiddelen zijn divers; productieproblemen, de beschikbaarheid van grondstoffen maar ook economische motieven spelen hierin dikwijls een belangrijke rol. Tijdelijke geneesmiddelentekorten zijn vaak het gevolg van productieproblemen of een toegenomen vraag. Bij definitieve tekorten spelen vaak economische motieven een rol. Als Nederland hebben we niet altijd invloed op de oorzaken van geneesmiddelentekorten. Zo kan een fabrikant die de handel in een geneesmiddel wil stopzetten niet worden gedwongen een (verlieslijdend) geneesmiddel te produceren. Indien de werkzame stof of andere essentiële grondstoffen voor geneesmiddelenproductie niet meer op de markt zijn, is het bovendien feitelijk niet mogelijk die geneesmiddelen te produceren. We moeten dan ook niet de illusie hebben dat we geneesmiddelentekorten volledig kunnen voorkomen. Wel is het zo dat op het moment dat een tekort zich voordoet het van groot van belang is, dat partijen elkaar snel weten te vinden en gezamenlijk naar oplossingen wordt gezocht.” Procedures voor melden van tekorten De minister is ‘systeemverantwoordelijke’ en rekent het tot haar taak te zorgen voor een adequate infrastructuur zodat partijen binnen het systeem elkaar snel weten te vinden bij een tekort en een maximale inspanning kunnen leveren om daar waar mogelijk, tekorten te voorkomen of de gevolgen daarvan zo veel mogelijk te beperken voor patiënten. Artikel 36 lid 2.6 van de Geneesmiddelenwet kent een meldingsplicht voor fabrikanten; een fabrikant die de handel in een geneesmiddel wil stopzetten of onderbreken, moet dat uiterlijk twee maanden van te voren aangeven bij het CBG. Indien er sprake is van een onvoorzien tekort vanwege bijvoorbeeld een productdefect dan dient dit te worden gemeld aan de IGZ. Edith Schippers: “Binnen de door mij ingestelde Werkgroep geneesmiddelentekorten zijn afspraken gemaakt over de procedures voor het melden van tekorten. Daar waar onduidelijkheid bestond bij partijen, zijn de procedures verhelderd.” Rollen van alle betrokkenen Als een tekort al voorkomen kan worden, is er niet één partij die dit kan realiseren, concludeert de minister. De aanpak van geneesmiddelentekorten vraagt een gezamenlijke inspanning van alle betrokken partijen. Ze beschrijft in haar brief aan de Tweede Kamer vervolgens de rollen van respectievelijk het CBG, de IGZ, de farmaceutische zorgverlener, de groothandels en zorgverzekeraars....

Lees Verder
Antibiotica productie in gevaar
okt05

Antibiotica productie in gevaar

Minister Edith Schippers (VWS) reageert op verzoek van de Tweede Kamer op de publiciteit over de problemen rond de productie en levering van antibiotica, die worden gebruikt voor de behandeling van longontsteking, syfilis en ontsteking van de huid, spieren en pezen. Een tijdelijke oplossing met een alternatief wordt voorlopig door verzekeraars uit coulance vergoed. De minister deelt de zorgen van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG). Op dit moment zijn de smalspectrum antibiotica Natrium-penicilline G 1.000.000 IE, Natrium-penicilline G 10.000.000 IE en Penidural niet meer leverbaar. “Mijn zorgen zijn tweeledig. Enerzijds kunnen patiënten niet meer met het meest adequate geneesmiddel worden behandeld. Anderzijds brengt alternatieve behandeling met een breedspectrum antibioticum, een antibioticum dat tegen een groter aantal bacteriën werkt, een hoger risico op antibioticaresistentie met zich mee. De vergunninghouder Astellas heeft laten weten de middelen ook de komende jaren niet te kunnen produceren, vanwege een gebrek aan de hulpstof natriumcitraat. Beperkt aantal fabrikanten Zij vervolgt: “Er zijn diverse fabrikanten die natriumcitraat maken, maar niet van de kwaliteit (steriele citraatbuffer) die nodig is voor de productie van deze geneesmiddelen. Astellas is al langer op zoek naar een andere fabrikant voor de betreffende grondstof, maar tot dusver is dat niet gelukt.” In de Commissiebrief meldt de minister voorts dat het CBG constateert dat het steeds vaker voorkomt dat er maar een beperkt aantal fabrikanten is dat bepaalde grondstoffen maakt. Ook wordt gemerkt dat door een fusie van firma’s vaak een rationalisatie van het productenpakket plaatsvindt. Alle dubbele handelsvergunningen worden vervangen door één handelsvergunning en de productie die eerst op meerdere locaties plaatsvond, wordt teruggebracht naar één plek. Als gevolg hiervan ontstaat een kwetsbare situatie voor de productie en voor patiënten. Bij de rationalisatie van het productenpakket wordt ook gekeken naar de winst en kosten van producten. Producten die niet winstgevend zijn, worden dan van de markt gehaald en de handelsvergunning wordt ingetrokken. Vaak betreft het hier geen beslissing van de Nederlandse vergunninghouder maar van een hoofdkantoor in het buitenland. De invloed die het CBG heeft op dit soort beslissingen is zeer beperkt, constateert Schippers. De tijdelijke oplossing Het CBG zoekt in overleg met de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) naar structurele oplossingen voor de ontstane situatie. Een tijdelijke oplossing is om een vergelijkbaar smalspectrum antibioticum (met een andere hulpstof) op artsenverklaring uit Duitsland en het Verenigd Koninkrijk te betrekken. Edith Schippers: “Hiervoor heeft de IGZ inmiddels toestemming verleend. Dit geneesmiddel wordt in Nederland niet vergoed omdat het hier niet geregistreerd is. Verzekeraars hebben aangegeven dit product uit coulance voorlopig toch te vergoeden voor patiënten die, om medische redenen, niet met een alternatief product uit de voeten kunnen.” Het CBG is...

Lees Verder