Drijfveren: Samen koers bepalen
Sep21

Drijfveren: Samen koers bepalen

Balkbrug is een klein dorp in de kop van Overijsel met ongeveer 4000 inwoners. Het is ontstaan aan de Dedemsvaart en dankt zijn naam aan een balk die onder een brug in dit kanaal lag. Deze balk moest voorkomen dat schepen met te grote diepgang deze brug konden passeren. Het is vrijdagmorgen 10 uur. In het nieuwe Gezondheidsplein Balkburg zitten huisartsen, fysiotherapeuten, apotheker en assistentes gezamenlijk aan de koffie. De sfeer aan tafel is gemoedelijk. Marijke: “We drinken iedere dag samen koffie met de aanwezige zorgverleners van ‘het plein’. Vandaag hebben we taart; wil je ook een stukje?” Apotheek Balkbrug (vierde plek Top 10 Beste Apotheken 2014) vormt samen met apotheek Avereerst in Dedemsvaart en uitdeelpost De Latyrus, samenwerkingsverband Avereest Apotheken. In totaal werken hier twee apothekers, zeventien assistentes en vijf medewerkers. Samen bedienen ze 17.000 patiënten. Op de site staat: ‘Gemak’ is ons sleutelwoord? Gemak in de zin van? Marijke: “Als wij het mensen gemakkelijk maken, krijg je tevreden klanten waarmee je ook ingewikkelde zaken kunt bespreken. Dat is geven en nemen, van twee kanten. Gemak bestaat bijvoorbeeld uit een goede herhaalservice. Gemak is ook dat patiënten na een consult meteen hun medicatie kunnen ophalen. Omdat we met de huisartsen een goed onderhouden formularium hebben, zijn de voorgeschreven geneesmiddelen over het algemeen op voorraad. Daarnaast hebben wij het geluk dat veel van onze cliënten bij Zilveren Kruis Achmea verzekerd zijn. Wij hoeven geen preferentiebeleid uit te voeren. We moeten wel zo gunstig mogelijk afleveren maar mogen zelf het label kiezen. En laten we eerlijk zijn: het feit dat er in zo’n klein dorp een apotheek staat, is in de basis al een groot gemak.” Hoe ziet jullie FTO eruit? “We hebben jaarlijks vier grote FTO’s met tien huisartsen uit drie praktijken en twee apothekers. Afhankelijk van het onderwerp komen daar partijen bij zoals de thuiszorg of bijvoorbeeld praktijkondersteuners. In dit overleg behandelen we kwesties als cijfers over voorschrijfgedrag, palliatieve zorg, Soa’s, urineweginfecties of diabetes. Daarnaast hebben we vijf keer per jaar een klein FTO met één vertegenwoordiger van de huisartsenpraktijken en een apotheker van Avereest apotheken. In dit overleg bespreken we praktische zaken als het formularium en we maken de agenda voor het groot FTO. We informeren elkaar onder andere over wijzigingen in de standaarden of praktische zaken rondom vergoedingen.” Hoe zorg je dat uitkomsten van een FTO een vervolg krijgen? “Door zaken steeds terug te koppelen. We hebben een ‘cijfer-FTO’. Dat FTO houden we niet aan het einde van het jaar maar al in maart. Dan bekijken we: waar staan we nu? Hoe doen we het? Moeten we bijsturen? Wat doen we goed? Wijken we af van...

Lees Verder
Column Henk Pastoors: Elke dag seks
Sep19

Column Henk Pastoors: Elke dag seks

Wat heeft dat met Chris Oomen te maken? Je moet er toch niet aan denken. Rouvoet zal het zeker met mij eens zijn. Ik vind het moeilijk mij positief met Oomen te verhouden. Het polariseren, het zelf aangemeten leed en zijn verongelijktheid maakt Oomen tot de Don Quichot van de zorg. Mogelijk sta ik hierin alleen. Veel zorgaanbieders omarmen dit enfant terrible. Ik niet. Laat ik het positief zeggen: in mijn opinie verdient de zorg beter. Verbinden en voorbij het ‘concurrentie-denken’, dat is wat we nodig hebben. Ik ben sowieso geen fan van al die betweters in de zorg met al hun semi-wetenschappelijke gelegenheidsargumenten. Als je vast zit tussen de tramrails van de zorgdogma’s is het makkelijk oreren. De politiek, zorgverzekeraars en instituties hebben dat tot een kunst verheven en zichzelf in het oog van de zorgorkaan gemanoeuvreerd. Ik heb wel wat gestudeerd, maar grosso modo ga ik van de simpele gedachte uit dat problemen in stand blijven omdat betrokkenen daar belang bij hebben. Instituties hebben deze rol tot in perfectie geformaliseerd. Schippers heeft dat goed begrepen. Het paradigma dat zorg te duur is heeft – met het afsluiten van convenanten en bestuurlijke akkoorden – ertoe bijgedragen dat we in een soort ‘Oost-Europese zorgplan economie’ zijn beland. Instituties hobbelen daar achteraan met de blijheid van een EO-jongerendag. Wat mij betreft, wordt de stelling dat de zorg te duur is te pas en te onpas, en door alle denkbare partijen, op het schild geheven. Bijna zonder uitzondering uitgedragen door prinsjes en prinsesjes die zich voortbewegen in de gouden zorgkoets. Goed beschouwd staan voor mij hun argumenten gelijk aan de conclusie dat ademhalen goed voor je is; dat je van pindakaas een grote jongen wordt; dat je van twee rode wijn langer leeft, maar bij drie een alcoholist bent; je de zorg verandert als je bij DSW verzekerd bent; dat je 6 maanden langer leeft als je een leven lang fietst, maar uit kosteneffectiviteitsoverwegingen toch net zo goed op het einde van je rit die dure kankermedicijnen kunt pakken. Het laatste nieuws is dat ik met elke dag seks mijn leven significant zou verlengen. Dagelijkse seks, je zult het maar op doktersrecept krijgen! U snapt dat ik met mevrouw Pastoors daar ’s avonds een interessant gesprek over heb gehad. “Wie zegt dat ik wil dat jij langer blijft leven” is haar repliek. Ja, er is veel liefde in dit huis, geen zorg. Maar ach alles blijkt relatief, zelfs Chris Oomen die met Rouvoet inmiddels het geschil aan het bijleggen is. Maar elke dag seks… ik moet er eerlijk gezegd niet aan denken....

Lees Verder
Innovatie: De visuele patiënt neemt zelf de regie
Sep18

Innovatie: De visuele patiënt neemt zelf de regie

Binnen vijf jaar volgen patiënten standaard een digitaal begeleidingsprogramma. Apothekers en huisartsen volgen patiënten op afstand en sturen op basis van data zo nodig bij. De patiënt heeft inmiddels zelf de regie over ziekte en gezondheid genomen. Aldus het digitale en visuele communicatiesysteem Umenz, dat een innovatieprijs heeft gewonnen. Op straat, in de supermarkt en thuis voor de televisie of de Ipad worden we continu geconfronteerd met de educatieve kracht van video’s, beelden en korte boodschappen in woorden. We maken volop gebruik van de mogelijkheden die de digitale en visuele wereld ons biedt. Zo bestellen we vakanties en producten online, bereiden we gecompliceerde maaltijden dankzij inspirerende en vooral duidelijke filmpjes op YouTube en verwisselen we voor het eerst van ons leven een lekke autoband met hulp van heldere instructies met pictogrammen. Maar stapt de consument eenmaal de wereld van de zorg binnen dan is hij plotsklaps patiënt en lijkt het alsof die wereld stil heeft gestaan: de patiënt krijgt mondelinge informatie van de zorgverlener, informatie in bijsluiters bestaat vrijwel uitsluitend uit lange lappen moeilijk te begrijpen tekst, net als de uitleg over vergoedingen of de instructies voor het gebruik van inhalatieapparatuur. Regie over gezondheid Dat moet anders, zo stelt Markus Konings, specialist in consumentencommunicatie. “De zorg wil dat patiënten de stap zetten van ziekte en zorg naar gezondheid en gezond gedrag. Dat betekent dat je mensen moet stimuleren om die stap ook te zetten en zelf de regie te gaan nemen over hun gezondheid. Dat bereik je niet door op een verouderde manier met patiënten te communiceren: in de apotheek hangt naast de balie een stuk moeilijk te begrijpen tekst over veranderingen in de regelgeving. En bij de eerste uitgifte geven apotheken, meestal na mondelinge toelichting, schriftelijke informatie mee aan de patiënt. Terwijl mensen tegenwoordig denken en leven in beelden en niet meer in tekst. Kijk maar naar de teloorgang van de papieren krant en de opkomst van Youtube en nu.nl. Of de switch op scholen van traditioneel schoolbord naar digitaal bord. Er ligt dus een uitdaging om ook de zorg visueel tastbaar te maken.” Die uitdaging is Markus Konings aangegaan door Umenz op te richten, een digitaal platform met als doel de patiënt te stimuleren meer de regie te nemen over zijn ziekte en gezondheid. “Met ons platform communiceer je vanaf het begin op een heel andere manier met de patiënt. Het sluit aan op de manier waarop consumenten en patiënten anno 2015 geprikkeld worden: met audiovisuele en digitale middelen.” Opvallend is dat Umenz is ontwikkeld door de sector zelf. Want naast Konings zijn arts en apotheker Pieter-Joep Huige (voormalig directie farmaceut Lilly), arts Piet van der Wal...

Lees Verder
Meer praten over therapietrouw bij orale oncolytica
Sep17

Meer praten over therapietrouw bij orale oncolytica

Je zou verwachten dat kankerpatiënten hun medicatie volgens voorschrift innemen. Toch is dat niet altijd het geval, bleek tijdens het symposium Therapietrouw bij het gebruik van orale oncolytica, 22 juni jl. in het VU medisch centrum (VUmc) in Amsterdam. Ook bij deze patiëntengroep vormt therapietrouw een serieus probleem, zeker nu orale oncolytica steeds vaker de plaats innemen van infuusmedicatie. Het organiseren van een symposium over therapietrouw bij orale oncolytica stond al langer op het verlanglijstje van dr. Jacqueline Hugtenburg, apotheker in Amstelveen, universitair hoofddocent bij de afdeling klinische farmacologie van het VUmc en medeorganisator van het symposium. Het was er echter nooit eerder van gekomen. Het afgelopen jaar raakten de plannen echter in een stroomversnelling. En dat is maar goed ook, stelt Hugtenburg, want nu er steeds meer orale oncolytica op de markt komen, en er bovendien veel nieuwe orale oncolytica in de pijplijn van de farmaceutische industrie zitten, begint het onderwerp alsmaar dringender te worden. Geen misverstand, Hugtenburg is blij met alle nieuwe orale geneesmiddelen voor de behandeling van tumoren. Patiënten kunnen thuis, in hun eigen omgeving, hun medicatie innemen in plaats van dat ze daarvoor naar het ziekenhuis moeten. Dat is wel zo prettig. “Bovendien zijn er tegenwoordig orale oncolytica op de markt voor ziektebeelden die eerder niet behandeld konden worden. Ook dat is winst.” Tegelijkertijd zit er een ‘maar’ aan het verhaal. Want patiënten worden bij die orale middelen zelf verantwoordelijk voor de toediening van het geneesmiddel. “Voor infuustoediening maak je een afspraak in het ziekenhuis, daar kun je niet omheen. Tabletten kun je vergeten in te nemen of je kunt eens een dag overslaan. Je zou denken dat dit niet gebeurt bij kanker omdat dit een ernstige ziekte is, maar het gebeurt dus wel.” Drug holiday Veel onderzoek is er nog niet gedaan naar therapietrouw bij orale oncolytica, maar het onderzoek dat er is, laat een grote spreiding zien in de omvang van het probleem. “Afhankelijk van de gebruikte meetmethode, soort ziektebeeld, voorgeschreven geneesmiddel enz., zit de range ergens tussen de 20 en 100 procent,” vertelt Lonneke Timmers, apotheker bij Menzis, onderzoeker in het VUmc en samen met Hugtenburg organisator van het symposium. Bij kankerpatiënten met kortdurende behandelingen lijkt therapietrouw meestal geen probleem, vervolgt ze, maar hoe langer iemand gebruikt, hoe meer de therapietrouw daalt. “En we zien in de oncologie steeds meer orale therapieën die langdurig worden gevolgd.” Praten over therapietrouw is overigens minder makkelijk dan het lijkt, want voor iedere patiënt, en ieder ziektebeeld, betekent het iets anders. Toch is het goed om te weten waar we het over hebben, juist om patiënten beter te kunnen helpen, benadrukt Timmers. “In de literatuur maken...

Lees Verder
Column Jan Dirk Jansen: Dilemma’s
Sep16

Column Jan Dirk Jansen: Dilemma’s

In elk respectabel bedrijf wordt op gezette tijden de kristallen bol opgepoetst en gesproken over wat de toekomst in petto heeft. Op zo’n strategische sessie kwam de vraag aan de orde waar de komende jaren de grootste uitdagingen liggen als het gaat om de farmaceutische zorg.  Eén van de meest interessante dilemma’s vind ik hoe de nieuwe, vaak zeer kostbare, geneesmiddelen toegankelijk gehouden kunnen worden voor alle patiënten die daar baat bij hebben. Het is algemeen bekend dat de pijplijn van farmaceuten niet langer gevuld is met blockbusters, zoals bijvoorbeeld indertijd de statines en protonpompremmers. Maar de pijp is ook bepaald niet leeg. Nefarma publiceerde onlangs in Farmafeiten dat er op dit moment wereldwijd zo’n 5400 nieuwe geneesmiddelen in verschillende onderzoeksfasen zitten en dat het aantal nieuwe introducties, waaronder steeds meer biologische middelen, eerder stijgt dan daalt. Het gaat hierbij vooral om middelen tegen minder frequent voorkomende ziekten of gericht op specifieke genmutaties in beperkte patiëntenpopulaties (gepersonaliseerde medicijnen). Door gelijkblijvende ontwikkelkosten maar beperkte afzetmogelijkheden, kosten behandelingen vaak duizenden euro’s per maand. Omdat het veelal middelen betreft tegen specifieke vormen van kanker of andere levensbedreigende aandoeningen, zoals bijvoorbeeld ALS, sikkelcelziekte of septische shock, is er een grote druk vanuit de samenleving om te zorgen voor onbelemmerde toegang tot deze nieuwe therapieën. In combinatie met de stijgende zorgvraag betekent dat jaarlijks honderden miljoenen aan extra kosten. De overheid heeft deze dure geneesmiddelen overgeheveld naar het budget medisch specialistische zorg en daarmee zijn de ziekenhuizen voor een belangrijk deel verantwoordelijk gemaakt voor het in de hand houden van deze kosten. Ook bij verzekeraars is er een trend om dit soort risico’s af te wentelen op de zorgaanbieders. Het gevolg laat zich raden. Er komen de laatste tijd steeds meer signalen dat patiënten niet gelijk behandeld worden. Besluiten over de inzet van dit soort geneesmiddelen worden in ziekenhuizen steeds vaker centraal genomen in plaats van in de behandelkamer. Dat riekt naar de postcodegeneeskunde van de jaren 90 waarin alleen de ‘rijke’ ziekenhuizen patiënten konden behandelen met dure geneesmiddelen zoals bijvoorbeeld Taxol. Er moet dus iets gebeuren. Het KWF en de NZa publiceerden deze zomer rapporten met een aantal suggesties. De meest voor de hand liggende is onderhandelen met de producent over de prijsstelling door ziekenhuizen, zorgverzekeraars of overheden. Maar als dat te gek wordt, brengen fabrikanten hun unieke producten in de betreffende landen niet meer op de markt of ze stoppen op termijn met investeren in innovatie vanwege onvoldoende opbrengsten. Een andere benadering is het vaststellen van grenzen door de overheid, zoals in Engeland. Hier heeft de RVZ eens gesuggereerd dat het verlengen van een leven niet meer dan 80.000 euro per QALY...

Lees Verder
Miljoenennota kondigt nieuw geneesmiddelenbeleid aan
Sep16

Miljoenennota kondigt nieuw geneesmiddelenbeleid aan

Het is belangrijk dat nieuwe en veelbelovende medicijnen snel en tegen redelijke kosten beschikbaar komen. Eind 2015 komt een nieuw geneesmiddelenbeleid dat zich richt op kwaliteitsverbetering en kostenbeheersing. De beschikbaarheid en betaalbaarheid van nieuwe en dure medicijnen zijn een prioriteit in 2016. Deze zullen ook internationaal op de agenda worden gezet. Aldus de VWS-paragraaf in de Miljoenennota op Prinsjesdag. In 2016 moeten mensen verbeteringen in de zorg echt gaan merken, zo begint het verhaal in de VWS-begroting 2016. Mensen moeten ondervinden dat de zorg aansluit op hun wensen, behoeften en mogelijkheden. Zorgverleners krijgen te maken met minder regeldruk; alle inspanningen zijn gericht op het terugdringen van de bureaucratie in de zorg. Zorgverleners kunnen hun werk met plezier blijven doen en zijn geen tijd kwijt aan overbodig papierwerk, omdat de zorg gemakkelijker wordt door slimmer samen te werken en regels eenvoudiger te maken. Voorzorg in plaats van nazorg Ook krijgt preventie meer aandacht: Van nazorg naar voorzorg. Als het aan dit kabinet ligt, dienen mensen begrijpelijke informatie over kwaliteit makkelijk te kunnen vinden. Nog een aantal veranderingen uit de Miljoenennota die mensen moeten merken: dat keuzes met, in plaats van voor patiënten worden gemaakt. Dat ze zich gehoord voelen als ze een klacht hebben over de zorg. Dat verwanten, mantelzorgers en vrijwilligers zich gezien weten. Merkbaar minder regeldruk is belangrijk doel resterende kabinetsperiode Zorgverleners moeten gaan merken dat meer openheid niet hoeft te leiden tot meer administratie van de eigen instelling, beroepsgroep, toezichthouders, overheid of zorgverzekeraars. Het kabinet gaat zich sterk maken voor minder regeldruk. Dit vraagt om een forse inspanning om de bureaucratie in de zorg terug te dringen. Geen overbodig papierwerk In 2016 moet de zorg makkelijker worden door slimmer samen te werken en regels eenvoudiger te maken. Zo kunnen zorgverleners met plezier hun werk doen en zijn ze geen tijd kwijt aan overbodig papierwerk. Goede zorg dichtbij Zorgverzekeraars spelen (naast en samen met gemeenten) een sleutelrol bij het organiseren van goede zorg dichtbij. Zorgverzekeraars kunnen bij hun inkoop kiezen voor zorgaanbieders die kwaliteit bieden, samenwerken en doelmatig zijn. Zorgverzekeraars gaan merken dat het loont om zich in te zetten voor chronisch zieken en andere kwetsbare groepen. Zij gaan namelijk voor deze groep vanaf 2016 een betere compensatie ontvangen. Financiële voordelen kunnen zij aan verzekerden doorgeven. Deze verbetering in de werking van het stelsel geeft chronisch zieken en andere kwetsbare groepen een sterkere positie. Investering in Deltaplan Dementie Met het programma Dementievrienden wil de Rijksoverheid dat een miljoen Nederlanders binnen vijf jaar meer over dementie weet. Dat mensen leren hoe ze dementerenden kunnen helpen. Zo wordt Nederland dementievriendelijker. Het kabinet investeert € 32,5 miljoen in het Deltaplan Dementie....

Lees Verder
Schippers’ oproep in de Chinese havenstad Dalian
Sep15

Schippers’ oproep in de Chinese havenstad Dalian

Minister Edith Schippers (VWS) heeft in de Chinese havenstad Dalian de farmaceutische industrie opgeroepen de kostenopbouw van dure geneesmiddelen te verhelderen. Dure medicijnen leggen een steeds groter beslag op het geld dat voor zorg beschikbaar is. Tegelijk erkent ze dat de doorlooptijd tussen innovatie en opname van een medicijn in het verzekeringspakket erg lang is. Schippers deed haar oproep voor een internationaal gehoor van vertegenwoordigers van bedrijfsleven, wetenschap en politici tijdens het World Economic Forum waarvoor ze als spreker was uitgenodigd. Ze sprak in Dalian op vier sessie. “Op dit moment vinden er spectaculaire en veelbelovende ontwikkelingen plaats op het gebied van medicijnen. Geneesmiddelen worden steeds meer gericht ontwikkeld op de specifieke situatie van een individuele patiënt. Omdat het dan om kleine aantallen patiënten gaat, zijn de kosten hiervan zeer hoog. Onduidelijk is echter hoe die kosten zijn opgebouwd.” Snel begin mee maken Omdat de samenleving deze kosten moet opbrengen – in Nederland via de zorgpremie – vindt Schippers dat diezelfde samenleving het recht heeft te weten waar het geld heen gaat. De minister toont begrip voor de bezwaren van de industrie tegen regelgeving die voor vertraging van het beschikbaar komen van geneesmiddelen zorgt. “Dit veranderen we niet zomaar, het zal stap voor stap gaan, maar we moeten er nu een begin mee maken.” Wanneer Nederland in de eerste helft van 2016 voorzitter van de Europese Unie is, heeft dit onderwerp voor Schippers hoge prioriteit. Zij is al begonnen om met landen als België en Luxemburg gezamenlijk prijsonderhandelingen te voeren, omdat deze landen samen meer patiënten vertegenwoordigen en daardoor een sterkere onderhandelingspositie hebben. Belangstelling voor gemengde Nederlandse zorgstelsel Ander groot thema op het World Economic Forum in Dalian was de verwachting dat in 2022 wereldwijd de helft van de zorguitgaven voor rekening van de ‘opkomende economieën’ komt. Belangrijk voor die landen is dat zij in de ontwikkeling van hun zorgstelsels bepaalde fases kunnen overslaan, om zo verspilling van tijd en geld te voorkomen. Internationaal – waaronder in China zelf – is veel belangstelling voor het gemengde Nederlandse zorgstelsel van private instellingen en publieke randvoorwaarden, zo heeft Edith Schippers kunnen vaststellen. Die wereldwijde belangstelling wordt gevoed door het feit dat Nederland erin slaagt kostenbeheersing te combineren met kwaliteitsverhoging en hogere patiënttevredenheid. In 2014 heeft Nederland twee miljard minder aan zorg uitgegeven dan begroot en in de European Consumer Health Index bekleedt Nederland al jaren een koppositie. Onder redactie van Kees Kommer...

Lees Verder
Begeleidingsgesprek niet meer apart op de nota
Sep15

Begeleidingsgesprek niet meer apart op de nota

De NZa verandert de apotheeknota per 2016: dan staat op de nota of er een ‘terhandstelling met begeleidingsgesprek’ of een ‘standaard terhandstelling’ in rekening wordt gebracht. De NZa verwacht echter niet dat deze aanpassing een einde maakt aan alle discussie aan de apotheekbalie. Dat wordt bevestigd door de Patiëntenfederatie NPCF. De Nederlandse Zorgautoriteit legt in de nieuwste versie van de ‘Beleidsregel – Prestatiebeschrijvingen farmaceutische zorg’ uit dat het begeleidingsgesprek nodig is voor een veilig en effectief gebruik van het geneesmiddel. Zo checkt de apotheker of er andere medicijnen worden gebruikt en bespreekt met de patiënt de dosering en inname. Het is de apotheker die vanuit zijn deskundigheid bepaalt of het gesprek noodzakelijk is om verantwoorde zorg te kunnen leveren. Door de uitgifte van het medicijn (ter handstelling) en het begeleidingsgesprek samen te voegen op de nota, wordt duidelijk dat zo’n gesprek niet vrijblijvend is: je kunt als consument niet zelf kiezen of je wel of niet zo’n gesprek wilt. Goede uitleg Deze aanpassing zal geen einde maken aan de discussie aan de balie, schrijft de NZa. Het is en blijft de verantwoordelijkheid van de apotheker om te beoordelen wanneer een gesprek noodzakelijk is, en dus ook om dat te kunnen uitleggen aan de consument. Daar heeft een consument recht op, en het is in ieders belang dat dit op een constructieve manier gebeurt. De NZa wijst er nog eens op dat wanneer de apotheker een begeleidingsgesprek declareert, er ook een volwaardig gesprek moet worden gevoerd. Wel of geen gesprek Deze nieuwe rekening apotheek lost problemen inderdaad niet op, laat de Patiëntenfederatie NPCF weten. “Het gaat niet om de manier waarop het gesprek op de rekening staat, maar om de vraag of het gesprek echt heeft plaats gevonden. Als een patiënt een nieuw medicijn krijgt, is doorgaans uitleg nodig. Als dat zo is, moet de apotheker die uitleg geven. Als dat niet gebeurt, moet dat ook niet terugkomen op de rekening.” Aldus directeur Dianda Veldman Nu nog nota in drieën Tot nu toe krijgt een patiënt die een nieuw medicijn krijgt een rekening die bestaat uit drie delen: de prijs van het medicijn, de kosten van de apotheker (zoals het bewaren en de overhandiging) en de tijd die de apotheker steekt in uitleg van het medicijn. Die uitleg kost gemiddeld iets meer dan 6 euro. Ze mag alleen in rekening worden gebracht als er ook echt met de patiënt is gesproken over het medicijn, het gebruik en de eventuele bijwerkingen. Apotheker is aan zet Patiëntenfederatie NPCF vindt de nieuwe Beleidsregel van de NZa dus geen goede oplossing. “Je houdt nog steeds discussie over de vraag of er wel of geen...

Lees Verder
Chris Oomen (DWS) spreekt: Weg met de zorgprestaties!
Sep14

Chris Oomen (DWS) spreekt: Weg met de zorgprestaties!

Weg met het oerwoud aan zorgprestaties, welkom eenvoudig financieringsmodel voor huisarts en apotheker! “We moeten af van de cultuur dat zorgverleners pas zorg gaan verlenen als er een extra honorering voor staat.” Dat zegt bestuursvoorzitter Chris Oomen van zorgverzekeraar DSW in Schiedam. Hoewel DSW met zo’n 530.000 klanten tot de kleinere zorgverzekeraars behoort, is de invloed van Oomen groot. Ieder jaar komt DSW als eerste met de nieuwe zorgpremie. Als het dwarse jongetje van de klas ageert hij tegen het beleid van Zorgverzekeraars Nederland, de koepelorganisatie van verzekeraars. Dat leidt regelmatig tot botsingen tussen Oomen en zijn collega’s van de ‘Grote 4’. En tot groei van zijn zorgverzekering. Het afgelopen jaar stapten per saldo 75.000 leden over naar DSW. Dat dwarse heeft altijd in hem gezeten.  “Toen apothekers jaren geleden de grootverdieners in de zorg waren, heb ik altijd gezegd dat als je je hand overspeelt dit als een boemerang terugkomt. Dat is ook gebeurd. DSW had het plan om fabrikant Katwijk Farma over te nemen om zo de prijzen van generieke geneesmiddelen in een keer in de taxe naar beneden te krijgen. Die overname is uiteindelijk niet doorgegaan. Dus is DSW zelf maar apotheken gaan opeen. Even later is het preferentiebeleid gekomen. Dat beleid heeft geleid tot die forse inkomstendaling. Het preferentiebeleid is armzalig: apothekers zijn daarmee verworden tot de logistieke boeren van de gezondheidszorg. Wij doen daar dan ook niet aan mee. Wij geven de laagste of de een na laagste prijsgarantie. En laten de inkoop aan de apotheek.” Als opgeleid zorgverlener moet de farmaceutische zorg u aan het hart gaan. “Ik heb weliswaar farmacie gestudeerd, maar ben nooit praktiserend apotheker geweest. Na mijn afstuderen ben ik direct gaan werken als adviserend apotheker bij de voorganger van DSW. Ben wel ooit lid van de KNMP geweest. Maar nu niet meer. Het heeft me verbaasd dat de KNMP niet meer inspanningen heeft gedaan om mij en andere directeuren van zorgverzekeraars aan te houden als lid. Stel je voor dat directeuren van zorgverzekeraars lid zijn van je beroepsorganisatie! Maar misschien was ik toen al lastig en wilde de KNMP mij niet als lid.” Hoe is het nu met de farmaceutische zorg? “In een inmiddels ver verleden was de farmazorg alleen geïnteresseerd in het maken van winst. De farmacie ademde mee met de veranderingen in de tariefstructuur. En toen kwam dus die kentering. Die kentering is dan misschien doorgeslagen, maar iedere apotheker moet uit de voeten kunnen met de huidige honorering. Apothekers klagen over tarieven, maar ze kunnen me niets wijs maken, want DSW heeft een belang in achttien apotheken dus ik weet precies wat er omgaat in een apotheek.”...

Lees Verder
Eerste uitgifte van zes naar twaalf euro
Sep14

Eerste uitgifte van zes naar twaalf euro

De zorg verandert wel heel snel. Nieuwe technologie, verschuivingen in de eerste en tweede lijn, nieuwe prestaties. Wat vandaag gewoon is, is morgen anders. De enige constante is dat verandering tegenwoordig continu is, Niels. Dat zijn wel hele open deuren, Bas! Zorgverleners zijn bezig met overleven, proberen de patiënt uit te leggen waarom ze zes euro moeten betalen voor uitleg van medicatie. En ondertussen de zorgverzekeraar tevreden houden door tal van formuliertjes in te vullen. En dan kom jij aanzetten met je filosofi sche praatjes. Dat bedoel ik nou, Niels. We leven veel te veel in de waan van de dag. Terwijl het nu tijd is om even goed stil te staan en op zoek te gaan naar wat echt je toegevoegde waarde is als zorgverlener. Het is nu of nooit. Neem inderdaad de discussie over de betaling van de zes euro aan de balie in de apotheek tijdens de eerste uitgifte. Iedereen heeft er een mening over. In plaats van ageren tegen een maatregel zou ik de boel willen omdraaien: zorg ervoor dat patiënten geen zes euro maar twaalf euro willen betalen voor je onmisbare dienstverlening! Zoals die spoorwegorganisatie die een lange treinreis wilde verbeteren voor zijn klanten. In plaats van 6 miljard investeren om het traject te verkorten van drie uur naar tweeënhalf was het voorstel om alle topmodellen van de wereld in te huren en gratis champagne uit te delen tijdens de reis. Blijkt stukken goedkoper, levert zeer tevreden en terugkerende reizigers op die fors meer willen betalen voor een reis. Sterker nog, reizigers vragen zelfs of de trein langzamer kan rijden! Maar hoe vertaal je dat concept naar de farmaceutische zorg, Bas? Het gaat om het principe: verleid je klant en ga serieus aan de gang met het defi niëren, vernieuwen en managen van de klantbeleving, Niels! De zorg ontdekt langzaam en onzeker de kracht van communicatie. Kruip uit de huid van de apotheker of huisarts en in de huid van de klant. Hoe zou jij het zelf vinden als je moet betalen voor iets waaraan je geen behoefte denkt te hebben? Denk vanuit de servicebehoefte van de klant. ‘Service design’ zoals dat in vaktermen ook wel wordt genoemd. En heb het lef om ermee te beginnen! De treinreizigers wilden langer blijven zitten doordat ze vermaakt werden. Hoe de klanten in de apotheek en in de huisartsenpraktijk het beste te verleiden zijn weten de lokale zorgverleners natuurlijk zelf het beste, Bas. Maar het idee van een glaasje champagne in de wachtkamer van de huisarts of aan de balie vind ik eigenlijk ook wel een strak plan, Niels! 😉 Bastiaan Witvliet, hoofdredacteur Niels van Haarlem, redacteur...

Lees Verder