Staatssecretaris VWS reikt Keurmerk voor Toegankelijkheid uit aan BENU Apotheek
Dec23

Staatssecretaris VWS reikt Keurmerk voor Toegankelijkheid uit aan BENU Apotheek

Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de heer Martin van Rijn heeft vandaag het Nederlands Keurmerk voor Toegankelijkheid uitgereikt aan BENU Apotheek Wateringse Veld in Den Haag. Deze apotheek is de eerste in Nederland die dit keurmerk krijgt. Met deze uitreiking wordt de inwerkingtreding van een nieuw artikel aan de Wet gelijke behandeling gehandicapten en chronisch zieken gemarkeerd. Dit artikel bepaalt dat aanbieders van goederen en diensten en werkgevers geleidelijk aan zorg moeten dragen voor de algemene toegankelijkheid voor mensen met een beperking.` Keurmerk Op 1 januari 2017 wordt dit nieuwe artikel aan de Wet gelijke behandeling gehandicapten en chronisch zieken toegevoegd. In Nederland zijn er naar schatting  ruim 2,5 miljoen mensen met een beperking. Dit zijn mensen met een auditieve, visuele, motorische en verstandelijke beperking en mensen die gebruik maken van een assistentiehond. Het Nederlands Keurmerk voor Toegankelijkheid (NLKT) fungeert als waarmerk voor bestaande gebouwen met een publieke functie die in grote mate toegankelijk zijn voor mensen met een beperking. Het NLKT is ontwikkeld door Ongehinderd en wordt mede ondersteund door initiatiefnemer van de wet politicus Otwin van Dijk en diverse gehandicaptenorganisaties. Gelijke dromen en kansen In BENU Apotheek Wateringse Veld in Den Haag overhandigde Staatssecretaris Martin van Rijn het keurmerk aan Bart Tolhuisen, algemeen directeur BENU, en BENU-apotheker Lina Schut. Martin van Rijn: “Mensen met of zonder beperking hebben gelijke dromen en verdienen daarom gelijke kansen. En dat vereist weer gelijke toegang. Daarom is de discussie over een toegankelijk Nederland zo vreselijk belangrijk en daarom is dit Keurmerk zo belangrijk. En het staat of valt met de praktijk. Mijn felicitaties aan BENU Apotheek, een voorbeeld!”. Trots Bart Tolhuisen: “Ik ben trots dat wij als eerste apotheek in Nederland het keurmerk in ontvangst mogen nemen en dus zichtbaar toegankelijk zijn voor mensen met een beperking. Als marktleider willen wij iedereen slimme, persoonlijke en bereikbare farmaceutische zorg verlenen. In dit geval is ‘bereikbaar’ heel letterlijk. Ons doel is om in komende periode al onze apotheken aan te passen, zodat straks alle BENU apotheken het keurmerk hebben.” Foto: Staatssecretaris Martin van Rijn reikt keurmerk voor toegankelijkheid uit aan BENU Apotheek Wateringse Veld in Den Haag v.l.n.r.: staatssecretaris Martin van Rijn van Ministerie Volksgezondheid Welzijn en Sport, BENU-apotheker Lina Schut, algemeen directeur BENU Bart Tolhuisen, directeur Ongehinderd Gerard de Nooij  ...

Lees Verder
ZiNL:Vitaminen, mineralen en paracetamol 1000 horen niet in basispakket
Dec22

ZiNL:Vitaminen, mineralen en paracetamol 1000 horen niet in basispakket

De Minister van VWS heeft het Zorginstituut gevraagd of vitaminen, mineralen en paracetamol 1000 mg thuishoren in het basispakket. Dat raakt direct aan de vraag: waar begint een collectieve verantwoordelijkheid voor zorgkosten en daarmee noodzakelijk te verzekeren zorg, aldus het Zorginstituut. Zij stelt in haar advies dat het gaat om een aantal relatief goedkope middelen die regelmatig worden voorgeschreven en die nu worden vergoed uit de basisverzekering. De totale kosten daarvan bedroegen in 2014 zo’n €115 miljoen. Het grootste deel (€79 miljoen) kwam voor rekening van colecalciferol (vitamine D3) al dan niet in combinatie met kalktabletten (calciumcarbonaat of calciumfosfaat). Voor een aantal van deze middelen is een (nagenoeg) vergelijkbaar product verkrijgbaar in de vrije verkoop, meestal voor een lagere prijs. Dat komt omdat er voor een product zowel een routing mogelijk is via de Geneesmiddelenwet als via de Warenwet. De fabrikant bepaalt die keuze. Alleen middelen die zijn geregistreerd als geneesmiddel, komen in aanmerking voor vergoeding uit de basisverzekering. Sommige van die geneesmiddelen mogen ‘uitsluitend op recept’ (UR) worden geleverd, andere zonder. Deze afleverstatus bepaalt het CBG. Vanwege een aantal inconsistenties in dit systeem is voor patiënten vaak niet duidelijk welke middelen waar verkregen kunnen worden en tegen welke prijs. Het is ook moeilijk uit te leggen dat een middel via een recept van de huisarts duurder is dan een goedkopere variant bij de drogist. Logischer mechanisme
 Het Zorginstituut adviseert de Minister te kijken hoe dit mechanisme logischer kan. Bijvoorbeeld of er meer middelen buiten de apotheek beschikbaar kunnen worden gemaakt. Daartoe kan de Minister het CBG vragen een eenmaal afgegeven UR-status van een geneesmiddel na verloop van tijd te heroverwegen. 
Het Zorginstituut is van mening dat middelen, waarvoor (nagenoeg) gelijkwaardige geneesmiddelen of voedingssupplementen verkrijgbaar zijn in de vrije verkoop, niet in het basispakket horen. Deze middelen zijn vergelijkbaar met zelfzorgmiddelen en kunnen voor eigen rekening van de burger komen. De prijs van deze middelen is in de vrije verkoop dikwijls lager dan via het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS). Dat heeft te maken met de receptregel-vergoeding (ongeveer 7 euro per uitgifte per medicijn). Dit is lastig uit te leggen aan mensen. Het Zorginstituut adviseert om middelen waarvoor een alternatief beschikbaar is in de vrije verkoop te laten uitstromen uit het GVS. Ze schat de te besparen kosten van deze middelen op €51 miljoen, ervan uitgaande dat er geen substitutie plaatsvindt naar nog wel (soms duurdere en zwaardere) vergoede middelen. De ervaring leert dat dit vaak wel gebeurt. Het Zorginstituut is van mening dat behandelaren daarin een verantwoordelijkheid hebben. Ze moeten hun patiënten uitleggen waarom deze middelen niet worden vergoed en waar zij die kunnen halen. Geen alternatief? Dan in basispakket
 Er...

Lees Verder
Kamerbrief over stand van zaken werkgroep geneesmiddelentekorten
Dec19

Kamerbrief over stand van zaken werkgroep geneesmiddelentekorten

Minister Schippers heeft een brief aan de Tweede Kamer gestuurd over de inzet van de werkgroep geneesmiddelentekort. Daarin zijn fabrikanten, apothekers, groothandelaren, medisch specialisten, patiënten, CBG, IGZ en VWS vertegenwoordigd. Ze vermeldt dat de samenwerking in de werkgroep reeds vruchten afwerpt. Als voorbeeld noemt ze de inzet voor het geneesmiddel sulfasalazine. Door grondstofproblemen kon een aantal generieke aanbieders van sulfasalazine niet leveren. Partijen in de werkgroep geneesmiddelentekorten hebben  in nauw contact met de fabrikanten gezocht naar een oplossing. Groothandelaren hebben de voorraad in de markt plus de noodvoorraad van Pfizer gedoseerd uitgeleverd aan apotheken, terwijl Pfizer de productie opschaalde. Inmiddels is er weer voldoende nieuwe voorraad. Meldpunt en routekaart
 De werkgroep is bezig met een aantal maatregelen die geneesmiddelentekorten moeten voorkomen of zo goed mogelijk moeten opvangen. Waaronder de opzet van een meldpunt per 1 januari a.s. waar fabrikanten situaties kunnen melden die mogelijk leiden tot een tekort. Op basis van een ‘routekaart’ wordt per casus bekeken welke oplossingsroute de meest aangewezene is en welke partijen daarbij betrokken moeten zijn. Tijdelijke handelsvergunning
 Het CBG heeft de mogelijkheden verkend van een tijdelijke handelsvergunning bij geneesmiddelentekorten. Deze handelsvergunning zonder aanvraag biedt een extra mogelijkheid om tekorten op te vangen of te voorkomen. Hierbij treedt, op verzoek van het CBG, een firma als handelsvergunninghouder op en brengt een geneesmiddel dat is toegelaten in een andere EU-lidstaat, op de Nederlandse markt. Het CBG heeft hierover bericht op haar website en in haar nieuwsbrief. Andere oplossingen die het CBG kan inzetten om een tekort te voorkomen, zijn een versnelde wederzijdse erkenningsprocedure (MRP), een parallelhandelsvergunning of een wijziging in het bestaande dossier van een handelsvergunning. Vergoeding niet geregistreerde geneesmiddelen 
 Schippers meldt dat er een algemene maatregel van bestuur (amvb) wordt voorbereid waardoor onder strikte voorwaarden geïmporteerde, niet in Nederland geregistreerde, extramurale geneesmiddelen uit de zorgverzekering kunnen worden vergoed bij bepaalde geneesmiddeltekorten. Daartoe worden twee vergoedingsgronden in het leven geroepen. De eerste betreft geneesmiddelen waarvoor het CBG om volksgezondheidsredenen een vergunning heeft gegeven voor de import. De tweede vergoedingsgrond betreft geneesmiddelen die op verzoek van een arts met toestemming van de IGZ in Nederland in de handel worden gebracht. Begin 2017 vindt de internetconsultatie plaats van het concept van de amvb. Verhoging boetes De Beleidsregels bestuurlijke boete laat Schippers in twee stappen aanpassen. De beboetbaarheid van voorschriften in de Geneesmiddelenwet t.a.v. de beschikbaarheid van geneesmiddelen wordt verhoogd van € 45.000 euro naar € 150.000. En het algemene boetemaximum in Geneesmiddelenwet gaat omhoog van € 450.000 euro naar € 820.000. Geen substitutielijst
 Schippers wijst het voorstel van de CDA af om een kritieke geneesmiddelenlijst op te stellen met als eerste stap een Subsitutielijst. Ze stelt dat...

Lees Verder
Hoogleraar Arnold Vulto over biosimilars: Onbekend maakt onbemind
Dec19

Hoogleraar Arnold Vulto over biosimilars: Onbekend maakt onbemind

Biosimilars zijn goed voor patiënten en voor het zorgbudget. Meer mensen krijgen toegang tot therapieën en de kosten daarvan zullen dalen. Maar het financieel voordeel dat ziekenhuizen hebben als ze overstappen van merk naar biosimilar moet wel worden gedeeld met de zorgverleners, stelt Arnold Vulto, hoogleraar Ziekenhuisfarmacie aan het ErasmusMC in Rotterdam. Een apotheker en wetenschapper met een groot maatschappelijk hart. Al tijdens zijn studie farmacie verbaasde Arnold Vulto zich over hoe de maatschappij omgaat met de verworven wetenschappelijke kennis over voorschrijven en gebruik van geneesmiddelen. Kennis waarmee in zijn ogen nogal eens wordt gesjoemeld. “Er zijn altijd partijen in en rond de farmacie die hoge verwachtingen creëren en hogere prijzen voor geneesmiddelen vragen dan nodig. Dat heb ik nooit begrepen. Vandaar mijn stelling: De prijs van een geneesmiddel is wat een gek ervoor geeft.” Al tijdens zijn studie in Groningen verbaasde hij zich hierover. Niet zo verwonderlijk dat de jonge Vulto met medestudenten in de jaren zeventig een adviesgroep oprichtte die de Consumentenbond adviseerde over de zin en onzin van zelfzorgmedicatie. Door de jaren heen groeide zijn maatschappelijke betrokkenheid. Terwijl zijn studiegenoten soms kozen voor het grote geld werd Arnold Vulto een eenvoudige ambtenaar, zoals hij zijn carrière met gevoel voor understatement benoemt. Een ambtenaar die het wel schopte tot hoofdredacteur van het Europese tijdschrift voor ziekenhuisfarmacie (EJHP) en daar een wetenschappelijke koers voor uitzette, hoogleraar Ziekenhuisfarmacie en Praktische Farmacotherapie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, initiatiefnemer van het Europese platform Generics and Biosimilars Initiative (GaBI) en een van de trekkers van de Initiatiefgroep Biosimilars Nederland (IBN), dat een expertplatform wil zijn voor vragen en antwoorden over biosimilars. Een ambtenaar met invloed. Veel tegenwind Vulto heeft een mening. En komt daar duidelijk voor uit. “Ik heb veel tegenwind gehad. Zeker toen het boek Geneesmiddelen in Nederland uitkwam, de gids voor arts en gebruiker, dat ik in de jaren ‘70 en ‘80 samen heb geschreven met onder andere Lucas Reijnders en Henk Buurma. Dat boek veroorzaakte een storm van verontwaardiging in de farmaceutische gezondheidszorg. Wie zijn wij wel niet dat we zo’n boek hebben durven schrijven! Terwijl wij niets anders deden dan op een eenvoudige en herkenbare manier vertalen van beschikbare wetenschappelijke informatie. Ach, later kregen we gelijk want van de middelen die volgens ons moesten verdwijnen, was 10 jaar later 90 procent van de markt.” Nog anderhalf jaar en Vulto moet met pensioen. Maar dat weerhoudt hem er niet van om zijn mond te blijven roeren. Integendeel, sinds 2004 verdiept hij zich in biosimilars en werd van scepticus gaandeweg een warm pleitbezorger van de biosimilars. Generieke geneesmiddelen op basis van een eenvoudige chemische stof zijn inmiddels een alledaags...

Lees Verder
Column: Selfie-tick
Dec19

Column: Selfie-tick

Natuurlijk ga ik u met de kerstdagen in het vooruitzicht ‘Pastooriaans’ de les lezen. De tien geboden zijn er immers niet voor niets. Bovendien zitten er echt hele mooie lifestyle adviezen in. Of vier jij ook gewoon Kerst terwijl je niet in God geloofd? In de DSM 5 van psychiatrie heet dat ‘dissociatie’ en is het een verzekerde behandelindicatie! We zijn in de war over veel dingen. Daags na de verkiezing van Trump was ik in New York. Het duizelde de mensen daar en de verbittering van de uitslag was onvoorstelbaar groot. Wat staat ons te doen bij dat wat ons ‘overkomt’? Trump als horrorclown die zijn kapsel belangrijker vindt dan het lot van de wereld, miljoenen latino’s schoffeert, het klimaatprobleem ontkent, Obamacare wil afschaffen en met het wij-zij-debat met Clinton de verkiezing tot een clowneske kermis heeft gemaakt. Persoonlijk had ik geen vertrouwen in beiden en het gevoel alsof men moest kiezen tussen onze eigen Geer en Goor… brrrrr. Jij en ik kunnen de grote wereld niet veranderen. Wij kunnen alleen onszelf veranderen. Onze eigen kleine wereld. Niet vergiftigen maar voeden en verbinden. Noem het wij-denken. Empathie, saamhorigheid, medemenselijkheid, solidariteit en liefde voor de mensen om je heen, zijn een krachtig tegengif. Reflectie is een deugd en gaat over de betekenis van wie wij zijn. Over wie je wilt zijn in de grote mensenkermis waarbij het wij-zij denken als een psychoot in een achtbaan ongevraagd door ons leven raast. In de zorg is ook het Trumperiaanse als veenbrand de zorg binnengetreden. Het uitnutten van de polemiek van het sentiment rondom het Nationaal Zorgfonds en de emotionele incontinentie van het  niet gezien worden is om te kotsen. Praatprogramma’s over de zorg, zorgverzekeraars en marktwerking krijgen een gezicht door ‘talking heads’ die ‘vooral de tegenstellingen’ extrapoleren. Daarmee zit het Trumperiaans dieper in de zorgpolder dan we denken. Een zorgpolder waarbij beleidsmakers en managers zichzelf belangrijker hebben verklaard dan de zorg. Ik heb voor 2017 een wens voor de zorg. Stoppen met het linkse gejammer en het rechtse gejank over de zorg. De zorg is maatschappelijk zo relevant dat het zich niet leent voor de kolderiekheid van politieke oneliners en onzuiver electoraal gewin. Dat vereist politieke soevereiniteit waarbij Kerst een mooi moment is dit te overdenken. In het oog van het zorgdebat zie ik graag denkers als Kim Putters, Marli Huijer en Thomas Plochg. Ik vertrouw het zorgdossier domweg niet toe aan de politiek. De huidige minister die de feitelijke issues van het zorgdossier consequent afbuigt naar de verantwoordelijkheid van Zorginstituut Nederland, NZa, zorgverzekeraars, de markt en convenanten is tijdens de dagen van overpeinzing zeker niet mijn minister. Ik verlang naar...

Lees Verder
Controle bij terhandstellingen mag ook digitaal
Dec15

Controle bij terhandstellingen mag ook digitaal

Controle bij terhandstellingen in de apotheek kan en mag ook digitaal. Dit zijn de KNMP en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) overeengekomen in een bestuurlijk overleg. Door technologische ontwikkelingen bestaat de mogelijkheid controle bij het gereedmaken van geneesmiddelen voor uitgiften niet alleen te laten plaatsvinden door personen, maar ook met digitale middelen.  Het zogeheten tweehandensysteem biedt daarom bij bepaalde (gevalideerde) werkwijzen ruimte voor een éénhandsysteem. Tweehandensysteem
 Bij het tweehandensysteem gaat het om de IGZ-norm van onafhankelijke controle.  Daarbij moet bij het ter hand stellen en gereedmaken van het recept twee verschillende leden van het apotheekteam het recept, het etiket en het gereedgemaakte geneesmiddel controleren. Als bewijs daarvan moeten parafen van twee mensen van het apotheekteam op het recept staan. Eenhandsysteem
 Bij een éénhandsysteem gaat het om digitale controles. Door de ontwikkeling van digitale instrumenten, zoals als elektronisch herhalen, barcodescanning,  peel-off printing  en robotica,  geeft de  KNMP-richtlijn Ter hand stellen  (2013) de ruimte om bij gereedmaken de controles digitaal te laten plaatsvinden. Dit kan bij bepaalde gevalideerde werkwijzen leiden tot éénhandsysteem. Op deze wijze kan de apotheker het ter hand stellen efficiënter uitvoeren. IGZ kan hier in meegaan als deze werkwijze leidt tot aantoonbaar minimaal gelijkblijvend of minder risico. Herziene richtlijn
In de herziene KNMP-richtlijn Ter hand stellen van 2017 wordt dit opgenomen in de vorm van aanbevelingen. Daarbij is aangeven dat altijd een onafhankelijke controle van een tweede apotheekmedewerker nodig is op juistheid van aanschrijven en juiste etiket op juiste verpakking, tenzij wordt voldaan aan de voorwaarden voor het éénhandsysteem. Dat wil zeggen dat die voorwaarden eenduidig en onderbouwd in de richtlijn zijn beschreven, bekend zijn bij apotheekmedewerkers en als zodanig worden toegepast. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Drijfveren: Het genie is de gave te kiezen
Dec12

Drijfveren: Het genie is de gave te kiezen

West-Friesland was tot het jaar 1299 een boerenvrijstaat waar ze geen Hollandse graven boven zich dulden. Een autonome heerlijkheid dus. Vanaf 1840 werd het gebied een deel van de provincie Noord-Holland. Apotheker Elze Alons komt zelf uit Friesland: “Het verklaart de naam West-Friesland; want ook al ligt dit gebied duidelijk aan de oostkant van Noord-Holland, het ligt ten westen van Friesland.” Waarmee weer eens duidelijk wordt: alles is een kwestie van perspectief. Alphega apotheek West Friesland in Opmeer heeft een tweede locatie in Obdam. Het is een grote apotheek. Elze Alons (25) mag zich vanaf november, vanwege het afronden van de vervolgopleiding, openbaar apotheker noemen. Ze is lid van de Vereniging van Jonge Apothekers waar ze in de onderwijscommissie zit. ”Wij organiseren symposia voor huisartsen en apothekers in opleiding om zo vroeg mogelijk te beginnen met samenwerken. Wat dat betreft is er nog veel werk te verzetten. Laatst belde ik een huisarts voor overleg. Hij zei: ‘Ik heb mijn vak en daar ben ik heel goed in. Jij hebt jouw vak waar je ook goed in zult zijn. We kunnen prima naast elkaar lopen maar we hoeven elkaars hand niet vast te pakken’. Ik ben zo geschrokken van deze reactie. Samenwerken met ander zorgverleners is een absolute voorwaarde om kwalitatief hoogwaardige zorg te kunnen bieden.” Elze is slim, snel en direct. Ik leg haar een aantal dilemma’s voor die ze met zichtbaar plezier pareert. Patiënt of cliënt? Elze: “Ik beschouw mijn patiënten als cliënten. Ik zeg er wel bij dat het kwetsbare cliënten zijn. Op de werkvloer spreken we over patiënten maar ik zie ze als klanten van deze apotheek. Ze kunnen ook naar een andere apotheek gaan.” Visionair of pragmatist? “Pragmatist. Ik hou van doen, ben geen dromer. Natuurlijk heb je een visie nodig, een plan, een richting maar daar moet iets concreets uit voortkomen. In deze apotheek hebben we uiteraard een visie. Daar handelen we naar en als het nodig is, stellen we hem bij. Maar ik ben van nature een ‘aanpakker’ en een ‘afronder’. Tot in het perfectionistische aan toe.” Uitvoerder of voorschrijver? “Ik wil en kan geen diagnoses stellen omdat ik daar niet kundig genoeg voor ben. Een arts wel. Een huisarts kan besluiten dat een hartpatiënt een bètablokker nodig heeft maar dan wil ik graag kiezen wélke bètablokker. In die zin zou een apotheker ook een voorschrijver kunnen zijn. Ik zou inderdaad graag vaker naast de huisarts willen zitten. Als een apotheker de diagnose kent, een episodelijst heeft, een overzicht van medicatie en recente labwaarden dan is hij echt de meest bekwame zorgverlener om het beste geneesmiddel te kiezen.” Preventie of medicatie? “Preventie. Absoluut!...

Lees Verder
Drug 4-Fluoramfetamine verboden
Dec12

Drug 4-Fluoramfetamine verboden

De drug 4-fluoramfetamine (4-FA) wordt verboden. Deze drug is verkrijgbaar in de vorm van een pil, capsule of poeder. Gebruik daarvan kan leiden tot  ernstige hoofdpijnen  en schade aan de hart- en bloedvaten en leidt in sommige gevallen zelfs tot een hersenbloeding. 4-FA wordt op lijst I van de Opiumwet geplaatst en als de procedure verloopt zoals gebruikelijk is het verbod per 1 april 2017 van kracht. Staatssecretaris Martin van Rijn (VWS) Ard van der Steur (VenJ) zijn tot dit besluit gekomen op basis van het rapport  “Risicobeoordeling 4-fluoramfetamine (4-FA)”, opgesteld door de Coördinatiecommissie Assessment en Monitoring nieuwe drugs (CAM). De belangrijkste aanbeveling is het onderbrengen van 4-FA onder de werking van de Opiumwet en op lijst I te plaatsen. Risico’s voor de gezondheid CAM is een onafhankelijke commissie van drugsexperts. Naar aanleiding van berichten over ernstige incidenten heeft Van Rijn verzocht de CAM een risico-inventarisatie op te stellen. De commissie beoordeelt de risico’s van een psychoactieve stof op vier domeinen: 1. de risico’s voor de individuele gezondheid 2. de volksgezondheid 3. de openbare orde en veiligheid 4. criminele betrokkenheid. Er zijn nauwelijks risico’s in de laatste twee categorieën. Echter: met name het risico op acute toxiciteit blijkt aanzienlijk, met aantoonbare effecten als ernstige hoofdpijnen, schadelijke invloed op hart en bloedvaten en zelfs hersenbloedingen. Mythe Tegelijk stijgt de populariteit van het gebruik van 4-FA in het uitgaansleven. Juist omdat het gemakkelijk verkrijgbaar is, acht de commissie maatregelen wenselijk om het gebruik van 4-FA te ontmoedigen. Met plaatsing van 4-FA op lijst I van de Opiumwet, extra inspanningen om gebruikers te informeren over de risico’s en het gebruik en de risico’s van 4-FA te blijven monitoren. Van Rijn heeft deze aanbevelingen dus overgenomen. Hij maakt zich grote zorgen over het drugsgebruik onder jongeren en jongvolwassenen. “Een ‘pilletje’ nemen op een festival of feest is nooit normaal. Veilig drugsgebruik is een mythe”. Tekst onder redactie van Gerda van Beek  ...

Lees Verder
NZa-monitor ‘Contractering geneesmiddelen in medisch-specialistische zorg’
Dec08

NZa-monitor ‘Contractering geneesmiddelen in medisch-specialistische zorg’

VWS heeft een aantal maatregelen genomen om dure geneesmiddelen betaalbaar en toegankelijk te houden. Waaronder de NZa-monitor ‘Contractering geneesmiddelen in de medisch-specialistische zorg’. De totale uitgaven voor dure geneesmiddelen zijn in 2015 met 1,6 % gestegen van 1,73 miljard euro in 2014 naar 1,76 miljard euro in 2015. De stijging komt vooral door de kosten van nieuwe geneesmiddelen en door meer  patiënten. Uit de recent verschenen tweede monitor blijkt dat de veldpartijen in de medisch specialistische zorg breed inzetten op het borgen van de betaalbaarheid en toegankelijkheid van dure geneesmiddelen. De patiënten die dure medicijnen nodig hebben, krijgen deze ook. Tegelijkertijd is duidelijk dat de druk op de betaalbaarheid en toegankelijkheid nog bestaat. Kosten aan banden Zorgaanbieders en zorgverzekeraars spannen zich in om de kosten van geneesmiddelen te beteugelen. Zorgaanbieders kunnen meer kortingen bedingen dan voorheen en werken bij de inkoop samen met andere zorgaanbieders. Ook zetten zij zich in om goedkopere, gelijkwaardige geneesmiddelen voor te schrijven. In 2015 zijn de  uitgaven aan de groep geneesmiddelen waar concurrentie voor bestaat, gedaald met 3,1% ten opzichte van 2014. Knelpunten Wel ervaart 70% van de zorgaanbieders financiële knelpunten. Zo kopen zorgverzekeraars geneesmiddelen niet of minder in, terwijl het ziekenhuis een patiënt wel met dat geneesmiddel wil behandelen. Soms betalen zorginstellingen de dure medicijnen voor patiënten uit andere opbrengsten, omdat de zorgverzekeraar die niet bij de instelling heeft ingekocht, of dat het budget is bereikt. Een kleine 30% van de ziekenhuizen wacht met het inzetten van nieuwe geneesmiddelen, totdat er met de zorgverzekeraars een akkoord is over de vergoeding van het geneesmiddel. Het is niet duidelijk hoe lang deze wachttijd bedraagt. Zorgverzekeraars hebben geen duidelijk plan hoe ze patiënten begeleiden die in de loop van de behandeling zijn aangewezen op geneesmiddel dat niet is ingekocht door ziekenhuis waar verzekerde wordt behandeld. Toegankelijkheid Naar aanleiding van deze bevindingen onderzoekt de NZa de toegankelijkheid van bepaalde dure geneesmiddelen. Zij verwacht daarover in januari 2017 te rapporteren. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Afschaffing formulier leidt niet tot ander voorschrijfgedrag
Dec05

Afschaffing formulier leidt niet tot ander voorschrijfgedrag

Huisartsen moesten bij het voorschrijven van een merkgeneesmiddel waarvoor ook generieke varianten bestaan, het formulier “Medische Noodzaak” invullen. In het kader van het “Het roer gaat om” is deze verplichting begin dit jaar vervallen. Nivel heeft onderzocht of dit heeft geleid tot verandering in het voorschrijven van merkgeneesmiddelen. Dat is niet het geval. De maatregel was indertijd ingevoerd om ervoor te zorgen dat de patiënt het middel toch vergoed kreeg van zijn zorgverzekeraar, ondanks dat er een goedkoper alternatief is. Een overbodige handeling, vond men in het kader van “Het roer gaat om”, het manifest om te komen tot minder administratie en rompslomp in de huisartsenzorg. Er kan ook op een eenvoudiger manier aangegeven worden dat het gaat om medische noodzaak.  Een compleet formulier invullen zag men als een te grote administratieve belasting. Daarom is het sinds 1 januari jl. voldoende als de huisartsen alleen op het recept aangeven dat het gaat om medische noodzaak. Vermelding op het recept volstaat om de zorgverzekeraar het merkgeneesmiddel te laten vergoeden. Geen verandering Het lijkt een logisch aanpassing, waar niemand moeilijk over doet. Toch vond men het noodzakelijk om te kijken of door deze vereenvoudigde handeling huisartsen niet ineens meer merkgeneesmiddelen gaan uitschrijven. En wat blijkt? Huisartsen hebben hun voorschrijfgedrag niet veranderd. Je kunt je ook afvragen waarom ze dat zouden doen, maar dat is nu ook daadwerkelijk aangetoond. De onderzoekers hebben gekeken naar het voorschrijfgedrag van een cholesterolverlager, maagzuurremmers en bloeddrukverlagers. Middelen waarvan in slechts 5% een merkgeneesmiddel wordt voorgeschreven en dat is dus zo gebleven. Ook in de ADHD-medicatie is het voorschrijven van merkgeneesmiddelen niet toegenomen. Maar…., zo zegt het Nivel: “Het verlichten van de administratieve lasten voor huisartsen heeft niet geleid tot veranderingen in de geleverde zorg. De analyses zijn wel kort na de verandering in het beleid uitgevoerd. Op de lange termijn kan nog wel een verandering plaatsvinden”. Is deze veronderstelling reden voor een volgend onderzoek? Onder redactie van Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Pagina 1 van 1012345...10...Minst recente »