Ook voor apothekers lastenverlichting
Mei26

Ook voor apothekers lastenverlichting

De farmacie is een van de sectoren in de eerste lijn waarmee Zorgverzekeraars Nederland afspraken heeft gemaakt om de administratieve lasten te beperken. In de farmacie gaat het bijvoorbeeld om uniforme aanvraagformulieren voor dieetpreparaten en verbandmiddelen. De andere branches zijn mondzorg, paramedie, wijkverpleging, verloskunde en vrijgevestigde GGZ. Petra van Holst, algemeen directeur van Zorgverzekeraars Nederland heeft gisteren namens de gezamenlijke partijen aan minister Schippers de eerste resultaten van het traject ‘Vermindering administratieve lasten in de eerstelijnszorg’ aangeboden. Constructief Eind 2015 hebben zorgverzekeraars het initiatief genomen om met de organisaties in de eerste lijn te zorgen voor een vermindering van onnodige administratieve lasten. Alle partijen hebben constructief aan oplossingen gewerkt waardoor zorgverleners geen tijd kwijt zijn aan onnodige administratie en meer tijd hebben voor zorg aan hun patiënten. De gesprekken hebben bovendien gezorgd voor meer inzicht en wederzijds begrip voor wat er nodig is om mensen te verzekeren van goede en rechtmatige eerstelijnszorg. Een meer uniforme werkwijze In werkgroepen van de zes zorgsectoren zijn verschillende knelpunten besproken en afspraken gemaakt over het verminderen van de administratieve lasten. In de farmaceutische en paramedische sector worden uniforme aanvraagformulieren geïntroduceerd voor dieetpreparaten en verbandmiddelen. In de paramedische sector is afgesproken dat zorgverzekeraars hun werkwijze zoveel mogelijk uniformeren. Bijvoorbeeld als het gaat om doorverwijzingen en de maximale termijn waarop machtigingen afgegeven worden. In de mondzorg wordt ernaar gestreefd om in 2017 papierloos te werken. Nu wordt er nog veel gewerkt met papieren formulieren, vooral in de Wet Langdurige Zorg. Eerstelijns zorgverleners hebben regelmatig te maken met verschillen in de contractafspraken met zorgverzekeraars. Zorgverzekeraars gaan daarom bekijken hoe zij deze verschillen in de contracten – binnen de kaders van de mededinging – op onderdelen kunnen uniformeren. Procesafspraken Naast de concrete afspraken die administratieve lasten moeten verminderen, hebben de partijen ook procesafspraken gemaakt. Dat is om behalve de huidige onnodige administratie aan te pakken, ook onnodige lasten in de toekomst te voorkomen. Daarbij wordt gekeken naar wat zorgverzekeraars hieraan kunnen doen, en ook wat de toezichthouder (NZa), de regelgever (VWS) en de beroepsorganisaties kunnen doen. Alle resultaten zijn te vinden in deze publicatie en op de website: www.minderlastenmeerzorg.nl. Op de website staat ook een animatiefilmpje waarin de belangrijkste resultaten worden toegelicht. Onder redactie van: Kees Kommer Lees ook: In de juni-editie van FarmaMagazine verschijnt een verslag van de CHA-voorjaarsbijeenkomst met het thema: Verminderen van de regeldruk in de farmacie: lastenverlichting of lastenverschuiving?          ...

Lees Verder
FH: “Zo vroeg mogelijk opsporen”
Mei20

FH: “Zo vroeg mogelijk opsporen”

“De Infographic ‘Zeg JA tegen actieve opsporing van FH’ schetst het probleem in een notendop. Met het opnieuw invoeren van een bevolkingsonderzoek sporen we per jaar 2.000 patiënten op, terwijl dat aantal anders op 400 blijft steken. Het is kiezen tussen € 2 miljoen uitgeven aan preventie of het risico lopen op minimaal € 13 miljoen aan zorgkosten.” Janneke Wittekoek, cardioloog en medisch directeur van de Stichting LEEFH heeft deze infographic tijdens het recent gehouden preventiedebat aangeboden aan het Tweede Kamerlid Pia Dijkstra (D’66). “Jaarlijks krijgen naar schatting 1 op 3 niet-opgespoorde FH-patiënten een hartinfarct, wat €20.000 aan behandelkosten per persoon betekent. Terwijl we met preventief handelen niet alleen de hartinfarcten voorkomen, maar ook slechts € 100 per persoon per jaar kwijt zijn. Met LEEFH pleiten we er dan ook voor om het in 2013 beëindigde bevolkingsonderzoek dat de Stichting Opsporing Erfelijke Hypercholesterolemie (StOEH) uitvoerde, voort te zetten.” In kaart brengen Het erfelijke FH kent nog maar een korte geschiedenis, legt Janneke Wittekoek uit. “In de jaren tachtig werd in de vasculaire geneeskunde de rol van cholesterol bij het ontstaan van hart- en vaatziekten ontdekt. John Kastelein, hoogleraar bij het AMC, ontdekte in Canadese indianenreservaten hoe effectief het is als je grote families snel bij elkaar kunt krijgen als je erfelijke aandoeningen in kaart wilt brengen. Hij startte het pionierswerk rond FH in Nederland, in kleine West-Friese protestantse kerkjes en in katholieke parochies in Brabant, en legde de basis in 1994 voor de StOEH.” Tien jaar actieve opsporing De StOEH stelde zich als doel om zo veel mogelijk mensen met FH op te sporen, ter preventie van hart- en vaatziekten, Aanvankelijk waren dat er 700 tot 1.000 per jaar. Dat aantal nam vanaf 2003 snel toe toen het bevolkingsonderzoek startte en actieve opsporing mogelijk werd. “We hebben een periode met genetische veldwerkers geopereerd die mensen aan huis prikten. Met de beëindiging van het bevolkingsonderzoek in 2013 kwam daaraan een eind. Het ministerie van VWS besloot toen het opsporen van FH aan de reguliere zorg over te dragen. Een huisarts kan sindsdien mensen met FH nog wel stimuleren om de familie te laten controleren, maar actief opsporen mag niet meer. De screening werd niet langer vergoed.” Belangrijke landelijke database “Dat is erg jammer” vervolgt Janneke Wittekoek. “FH is een van de meest voorkomende genetische aandoeningen en in veel gevallen met een betrekkelijk eenvoudige DNA-test op te sporen. Bovendien dreigde de unieke DNA-database die StOEH had opgebouwd, verloren te gaan. Die database is zo belangrijk omdat daarin mutaties binnen een familie zijn vast te leggen. Is de eerste, complexere DNA-diagnose eenmaal gedaan, dan is het vervolg op basis van de bekende...

Lees Verder
Column: De apotheker gaat voorschrijven
Mei20

Column: De apotheker gaat voorschrijven

Heb je het gehoord, Niels? Iedereen heeft het erover. De nieuwe voorzitter van de VJA, de club van jonge apothekers, de nieuwe voorzitter van Nefarma en ook de nieuwe manager zorgonderzoek en innovatie van de KNMP zegt zoiets. Ze roepen het eigenlijk allemaal. En als dit gremium het hardop zegt, dan moet het toch wel waar zijn. Even rustig, Bas. Ik hoor dat je opgewonden bent. Maar wat is er precies aan de hand? Gaat het roer bij de apotheker nu ook eindelijk eens een beetje om, komt paracetamol ook in de sluis van Edith, gaat de KNMP fuseren met de KPMG en wordt de Domus Medica het centraal gelegen machtsblok in de zorg? Niets van dat alles, Niels. Wat er gaat gebeuren is dat de panelen in de zorg nu eens echt verschuiven, dat het domeindenken z’n beste tijd tijd heeft gehad en dat de zorg voor de patiënt beter wordt georganiseerd.  Want – en daar komt ie: de apotheker gaat zich richten op de individuele patiënt, de apotheker gaat voorschrijven! Dat is in ieder geval de visie van Ron Bartels, de nieuwe voorzitter van de Vereniging van Jonge Apothekers. Daar zeg je me wat! Jonge Ron staat daarin overigens niet alleen: de nieuwe voorzitter van Nefarma, Paul Korte zegt in deze editie van FarmaMagazine precies hetzelfde, Bas! Schuif de apotheker naar voren in het proces zodat die zijn kennis kan inzetten bij de keuze van de medicatie en het volgen van de patiënt. Artsen richten zich op de diagnose want daarvoor zijn ze primair opgeleid. En de apotheker is de partner van de huisarts bij het vinden van de juiste medicatie bij de juiste patiënt. Precies, Niels. En Monique Kappert van de KNMP zegt in deze editie van FarmaMagazine dat de apotheker zich meer gaat richten op begeleiding van de individuele patiënt. En laten we eerlijk zijn: een patiënt heeft veel meer aan een specialist in farmacotherapie die gericht kan adviseren over bijwerkingen en een ander middel kan voorschrijven dat effectiever werkt, dan aan een apotheker die alleen maar geneesmiddelen distribueert. Scheelt de huisarts bovendien een boel tijd. De apotheker en huisarts als een tandem. Revolutionair is het idee van de apotheker als voorschrijver ook weer niet, Bas. In Groot-Brittannië gebeurt het immers al. Dus wat let ons? Nu moeten we nog zorgen dat de huidige voorschrijvers apothekers optimaal gaan informeren over de diagnose, dat alle labwaarden beschikbaar komen en dat het elektronisch patiëntendossier op orde is, Niels. Bastiaan Witvliet, hoofdredacteur Niels van Haarlem, redacteur  ...

Lees Verder
Behandeling van doorbraakpijn is maatwerk
Mei19

Behandeling van doorbraakpijn is maatwerk

Driekwart van de patiënten met kanker heeft last van doorbraakpijn, plotselinge felle pijn die dwars door de pijnmedicatie heen breekt. Toch valt er genoeg aan te doen. Vooral snelwerkende fentanylpreparaten kunnen het leven van patiënten met doorbraakpijn behoorlijk verlichten. Tien jaar geleden was het fenomeen doorbraakpijn bij kanker nog vrijwel onbekend bij behandelaren. Met soms vervelende gevolgen voor de patiënt, vertelt prof. dr. Wouter Zuurmond, hoogleraar Palliatieve zorg en Pijnbestrijding in het VUmc en medisch directeur van Kuria in Amsterdam-Zuid, een van de oudste hospices in Nederland. “Wat vroeger nog wel gebeurde, was dat mensen met doorbraakpijn twee keer hun dagdosering morfine kregen. Een patiënt met een dagelijkse dosering van 75 milligram morfine, kreeg er zomaar 75 milligram bij. Mensen werden daar suf van, want je dagdosering verdubbelt. En niet alleen dat, want van te hoge doseringen langwerkende opiaten kun je ook hallucinaties krijgen. Je ziet plotseling mensen of dingen in de kamer die er niet zijn. Soms is dat voor een arts ook het eerste signaal dat hij te hoog heeft gedoseerd. Al is het tegelijkertijd iets waar je als dokter altijd voorzichtig naar moet vragen. Mensen durven soms niet te zeggen dat ze hun overleden vader of moeder in de kamer zien.” Doorbraakpijn, een plotselinge toename van de pijn tegen een achtergrond van al bestaande pijn, komt bij driekwart van alle patiënten met kanker voor. De pijn is zo hevig dat patiënten het wel eens vergelijken met het trekken van een kies zonder verdoving. Het breekt dan ook dwars door alle pijnmedicatie heen. Incidentpijn en spontane pijn Die doorbraakpijn kan zich op elk moment voordoen. “De literatuur maakt onderscheid tussen incidentpijn en spontane pijn,” legt Zuurmond uit. “Incidentpijn treedt op bij bepaalde activiteiten of bewegingen, bijvoorbeeld als je opstaat uit bed of bij het wassen. Dat zijn voor kankerpatiënten vaak inspannende activiteiten. De doorbraakpijn is dan in zekere zin voorspelbaar. Daarnaast is er de onvoorspelbare of spontane pijn. Hoewel ook die veelal het gevolg is van lichamelijke activiteiten, zoals hoesten, slikken of winden laten. De mens is nu eenmaal geen constante. Ons lichaam is altijd actief, ook als we ons er niet van bewust zijn. We zijn geen machine waar je een tabletje in gooit en vervolgens zegt: nu is de pijn weg. Er kan altijd een moment zijn dat je overvallen wordt door een plotselinge pijnscheut, door flair ups bij een basale dosering van de pijnmedicatie.” Episodes van doorbraakpijn kunnen bij iedere kankersoort ontstaan. Het kan overal in het lichaam optreden, in de buik, in de benen, in de rug, in de borstkas. De locatie van de pijn is niet noodzakelijk de locatie van de tumor....

Lees Verder
Paul Korte: Medicatie en prijsafspraken op maat
Mei18

Paul Korte: Medicatie en prijsafspraken op maat

Medicatie en prijsafspraken op maat. Paul Korte, voorzitter van Nefarma, over de zoektocht naar het betaalbaar houden van geneesmiddelen. “Meer centraal ingrijpen is niet verstandig.” En over de veranderende rol van apotheker en huisarts. “Artsen richten zich op de diagnose en de apotheker is de sidekick bij het vinden van de juiste medicatie bij de juiste patiënt.” Hij wordt voorzitter van Nefarma op het moment dat het alleen maar over kosten gaat. Een leukere start is denkbaar. Maar Paul Korte, opgeleid als apotheker en in het dagelijkse leven algemeen directeur van farmaceut Janssen in Tilburg, neemt zijn verantwoordelijkheid.  “Voor Nefarma als vereniging van innovatieve bedrijven is het belangrijkste doel om blijvend nieuwe geneesmiddelen te ontwikkelen en bij patiënten te brengen, in binnen en buitenland. Die taak heeft de samenleving ons gegeven, dat is onze opdracht. En daar zijn we heel goed in, zeker de laatste tijd als je ziet dat we echt belangwekkende nieuwe geneesmiddelen introduceren. Maar we zijn een private bedrijfstak in een publieke sector. En dat beseffen we goed, dat brengt een verantwoordelijkheid maar ook een dilemma met zich mee: als private onderneming willen we zo goed mogelijk ons werk doen. Daar hangt een prijskaartje aan waarvan men nu vindt dat het hoog is. Dat maakt het niet makkelijk, maar mijn rol als voorzitter wel interessant.” Is die discussie niet een beetje aan het doorslaan? “Het wordt een beetje uitvergroot. De feiten tonen dat de groei in kosten voor geneesmiddelen reuze meevalt, zeker het afgelopen jaar. De bezuiniging in de zorg van de laatste jaren komt vooral op naam van geneesmiddelen. Jaarlijks geven we minder uit dan begroot. De kosten voor geneesmiddelen stijgen niet of nauwelijks, maar in ieder geval minder dan veel andere sectoren in de zorg. Kijken we naar de totale geneesmiddelensector, dan doen we het in Nederland dus heel goed en netjes. Maar er speelt iets anders en dat heeft te maken met de budgetten van ziekenhuizen die worden beperkt in groei. Volgens het Hoofdlijnenakkoord mag dat budget maximaal met 1 procent groeien. En door overheveling van geneesmiddelen van de eerste lijn naar het ziekenhuisbudget en de komst van nieuwe geneesmiddelen komt er meer druk te staan op dat budget. Dat geeft in ziekenhuizen en bij artsen die hiermee worden geconfronteerd veel spanning, dat begrijp ik heel goed. Maar kijk je met enige afstand naar andere, stijgende kosten die ziekenhuizen maken, dan valt de groei van geneesmiddelen wel weer mee.” Dus waar praten we eigenlijk over? “Natuurlijk is de discussie van belang omdat het gaat om toegankelijkheid, betaalbaarheid, solidariteit, maar laten we wel naar de feiten blijven kijken. Tien jaar jaar geleden waren het...

Lees Verder
Column: Van Neefarma naar Jafarma
Mei18

Column: Van Neefarma naar Jafarma

Volgens Peter Gøtzsche is de reputatie van de farmaceutische industrie gelijk aan die van de georganiseerde misdaad. De farmaceutische industrie verkeert in dat geval in goed gezelschap, namelijk die van de zorgverzekeraars. Overigens ben ik het met de stigmatisering van beiden niet eens. Wat de farmaceutische industrie en zorgverzekeraars gemeen hebben, is dat zij beiden een beroep doen op publieke gelden. Dat de innovatieve geneesmiddelenindustrie van waarde is, behoeft geen betoog. Kijk maar naar de relatie-impact op gezondheidswinst en de alsmaar stijgende levensverwachting. Voorbeelden zijn er te over zoals antibiotica, insuline, middelen tegen kanker en hartkwalen, TBC en HIV. Zonder farma keren we terug naar de periode van de pest, tuberculose, polio en cholera. Recent was ik in de Sint Maartenskliniek. Patiënten met klassieke reumaverschijnselen zie je niet meer. Onvoorstelbaar positief eigenlijk. Maar volgens Gøtzsche is de farmaceutische industrie ‘door en door verrot’ en bedienen zij zich van maffiapraktijken. De directie van de Cochrane heeft zich publiekelijk gedistantieerd van deze azijnzeiker. Desondanks mocht Gøtzsche zijn verbale diarree over de Tweede Kamer uitplassen. Onbegrijpelijk dat deze persoonlijke hetze dit podium heeft gekregen. Gøtzsche weigerde inhoudelijk in te gaan op vragen en memoreerde misstappen van farma uit de vorige eeuw. In mijn opinie heeft farma eigenlijk maar drie problemen. Toegang, vergoeding en reputatie. Wat opvalt in de discussie over de farmaceutische industrie, is dat deze zich beperkt tot ons limbisch systeem. Daar speelt Nefarma overigens zelf een belangrijke rol in. Waar rook is, is vuur en… vaak ook een pyromaan. Met de reputatie zal Nefarma aan de bak moeten. Een reeks ‘Glazenhuis-debatten‘ en storytelling trainingen bevestigen vooralsnog het oude verhaal in een nieuwe verpakking. Wil de farmaceutische industrie de negatieve beeldvorming ontstijgen, dan zullen zij met een ander en geloofwaardig script moeten komen. Preferentiebeleid, geneesmiddelenarrangementen, flexibele vormen van toelating, biosimilars en de inrichting Reclame Code Commissie zijn – laat ik het aardig stellen – niet geheel spontaan uit het ei van Nefarma gekropen. De veranderende maatschappelijke eisen verlangen een adequaat en van maatschappelijk getuigende sensitiviteit over thema’s als betaalbaarheid en toegankelijkheid. Nederland doet slechts 1% van de wereldwijde omzet aan geneesmiddelen. In het Madurodam van het pillenland is deze relatieve luwte perfect aan te wenden om in Nederland invulling te geven aan een volmondig Jafarma.  ...

Lees Verder
Geneesmiddelen, echt of nep?
Mei11

Geneesmiddelen, echt of nep?

Het ministerie van VWS is een campagne gestart om mensen te wijzen op de gevaren van vervalste medicijnen. Op de website Echt-of-nep.nl staat hoe mensen de betrouwbaarheid kunnen controleren. Dit kan met de echt-of-nep-check. De site bevat ook een quiz waarmee mensen zelf kunnen testen of zij het onderscheid kunnen maken tussen echt en nep. Honderdduizenden mensen bestellen wel eens receptgeneesmiddelen online zonder recept. Daarbij gaat het veelal om pijnstillers, afslankmiddelen, erectiemiddelen, slaapmiddelen en kalmeringsmiddelen. Nefarma, de brancheorganisatie van geneesmiddelenfabrikanten, meldde dat de verkoop van vervalste medicijnen schrikbarend toeneemt. Terwijl mensen vaak niet door hebben dat het om vervalste medicijnen gaan en ook geen goed beeld hebben van de mogelijke gevaren van het online aanschaffen van medicijnen. Het herkennen van vervalste geneesmiddelen bij een online bestelling is niet zo eenvoudig. Regulering De campagne maakt onderdeel uit van een bredere, doorlopende aanpak van vervalste medicijnen. Online aanbieders moeten zich sinds vorig jaar juli aanmelden bij de overheid. Na controle krijgen zij een logo op hun site. De consument kan het logo aanklikken en komt dan terecht op de website van de overheid Aanbiedersmedicijnen.nl. Hier kan gecontroleerd worden welke categorie producten de aanbieder mag verkopen. Daarnaast moeten binnen drie jaar alle geneesmiddelenverpakkingen voorzien zijn van een unieke barcode en een kenmerk dat sabotage tegengaat. Verder vraagt VWS aan artsen en apothekers alert te zijn op gezondheidsklachten als gevolg van vervalste medicijnen en deze te melden. Het RIVM doet verder onderzoek naar de ernst en omvang van de schade die wordt veroorzaakt door het gebruik van vervalste medicijnen. Onder redactie van: Kees Kommer  ...

Lees Verder