Han de Gier: Het geweten van de farmacotherapeutische patiëntenzorg
jun10

Han de Gier: Het geweten van de farmacotherapeutische patiëntenzorg

De softwaresystemen ondersteunen op het moment de huisartsen en apothekers nog onvoldoende om de farmacotherapeutische zorg op een hoger plan te tillen. “In de huidige automatisering is het gecontroleerd uitschrijven en verwerken van een recept leidend, en niet de behoefte van de patiënt.” Dat moet anders, stelt prof. Han de Gier. Hij pleit voor een multidisciplinair automatiseringssysteem dat uitgaat van de patiënt met een individueel farmacotherapeutisch behandelplan. Een systeem dat rekening houdt met alle problemen en behoeften omtrent medicatie en niet alleen met een receptcontrole. Het geweten van de farmacotherapeutische patiëntenzorg. Zo staat Prof. Han de Gier wel bekend. Als hoogleraar FPZ aan de universiteit in Groningen zet hij zich al decennia in voor een sterke positie van de patiënt in de farmacotherapie. En twee jaar geleden nam hij na 30 jaar afscheid als wetenschappelijk adviseur van stichting Health Base en softwarehuis PharmaPartners. Daar stond hij aan de wieg van de Commentaren Medicatiebewaking, geneesmiddelinformatie in lekentaal, een elektronisch patiëntendossier en het Zorgconcept in Pharmacom. Hoe typeert u de stand van zaken in de farmaceutische zorg? “We hebben veel bereikt. De medicatiebewaking staat op een hoog niveau. Na de invoering van de multidisciplinaire richtlijn polyfarmacie bij ouderen in 2012 had ik nog hogere verwachtingen. De aanbeveling in deze richtlijn richt zich op patiënten die 65 jaar of ouder zijn, vijf of meer geneesmiddelen chronisch gebruiken en minimaal 1 risicofactor hebben. Denk daarbij aan verminderde nierfunctie, verminderde cognitie, verhoogd valrisico en geringe therapietrouw. Dit zou toch de samenwerking tussen apothekers en huisarts moeten verbeteren als het gaat om de farmacotherapie van de (oudere) patiënt en het verminderen van de mogelijke risico’s van polyfarmacie. Medicatiebeoordelingen zijn daarbij leidend. En toen de prestatie medicatiebeoordeling ook nog werd opgenomen in een NZa-beleidsregel over farmaceutische prestaties, zag het er allemaal nog beter uit. De richtlijn en de beleidsregel vullen elkaar immers goed aan. Iedereen, in het veld en de beslissers, vond medicatiebeoordelingen op een eenduidige wijze uitgevoerd – dus te beginnen bij het verhaal van de patiënt en samen met de huisarts –  heel belangrijk. Ook de IGZ is gaan handhaven op naleving van de richtlijn en het uitvoeren van voldoende medicatiebeoordelingen. Dat betekent voor de huisarts in 2016 een aantal van tenminste vijftien en in 2017 tenminste 25, voor apothekers gaat het in die jaren om tenminste 60 en 100 medicatiebeoordelingen. Toch is het allemaal minder gladjes verlopen dan ik had gehoopt.” Waar is het misgegaan dan? “Het is niet misgegaan. Er zijn heel veel goede dingen gebeurd. Zo hebben de betrokken partijen als apotheekformules allemaal een eigen invulling gegeven aan de medicatiebeoordelingen. Service Apotheek heeft ook omvangrijk onderzoek gedaan naar de effecten van...

Lees Verder
Apotheker gaat ‘Zelf aan het Roer’ staan
jun06

Apotheker gaat ‘Zelf aan het Roer’ staan

De protestbeweging van huisartsen Het Roer Moet Om gaat zich uitbreiden naar andere medisch professionals. Er is een nieuwe lichting roergangers, ondersteund door de VvAA, die de verloren autonomie van de zorgverleners wil terugveroveren. Ze komen tijdens een congres op 22 juni, dat in het teken staat van Zelf aan het Roer, met een manifest. Het succes dat de huisartsen met hun actie oogstten, bleef in andere segmenten van de zorgsector niet onopgemerkt. Op een huisartsencongres vorige maand namen apotheker Aris Prins, fysiotherapeut Marije de Leur en medisch specialist Viola Verhoef symbolisch het stokje over van Lucas Fraza, initiatiefnemer van Het Roer Moet Om. Zij vormen het gezicht van Het Roer Moet OM 2.0 dat tot doel heeft zorgverleners weer verantwoordelijk te maken voor de kwaliteit van zorg. Terug naar waar het echt om draait De VvAA, dienstverlener aan medisch professionals, ondersteunt de nieuwe lichting roergangers. Op de website van de VvAA staan filmpjes waarin enkele ‘roergangers’ vertellen over de transitie die volgens hen nodig is. Apotheker Aris Prins: “Op basis van kwaliteit kunnen we het gewoon niet met elkaar oneens zijn. Je mag ons op onze kwaliteit afrekenen; als de zelf de regie nemen om die kwaliteit te borgen, kunnen we veel grotere stappen maken. Psychiater Cobie Groenendijk: “Het systeem van nu is erg gericht op doen, productie draaien, tijd schrijven. Maar als het gaat om de relatie tussen patiënt en arts, zou er juist veel meer tijd moeten komen voor betekenisgeving.” En fysiotherapeut Marije de Leur: “De afgelopen jaren zijn we enorm verstrikt geraakt in procesmatige zaken en wat dat betreft moet het roer nu echt om. Laten we teruggaan naar waar het echt om draait in ons vak.” https://youtu.be/qj579FB9gw0 Congres Zelf aan het Roer Op 22 juni vindt het VvAA-congres plaats dat in het teken staat van Zelf aan het Roer. Het is een vervolg op het jubileumcongres Tijd voor Ziel in de Zorg. VvAA ziet dat zorgverleners door alle druk van onder andere toezichthouders, beleidsmakers, verzekeraars en wet- en regelgeving, behoefte hebben aan meer autonomie en invloed op het uitoefenen van hun eigen vak. De jonge roergangers geven volgens VvAA een vervolg op de ingezette beweging die gaat over bezield leven en werken. Eigen regie is daarvoor essentieel. Het is tijd voor leiderschap en het baas zijn over eigen kwaliteit. In opmaat naar het VvAA congres, maken de nieuwe roergangers de komende weken hun zorgen manifest en werken zij toe naar een gemeenschappelijk handvest. https://youtu.be/JFvyV_R_jdw Onder redactie van: Kees Kommer  ...

Lees Verder
Drijfveren: Code A49.02
jun02

Drijfveren: Code A49.02

“De rode draad in mijn leven is dat ik langs een slootje loop en naar de overkant spring waar ik andere zorgverleners uitleg wat apothekers allemaal doen. Tegelijkertijd wil ik heel graag weten wat er aan die overkant gebeurt. Daarna kunnen we samen bekijken of het wenselijk is om een bruggetje te bouwen en gaan we aan de slag”, verklaart dr. Luc(retia) Peeters (63) poëtisch. We hebben afgesproken in Gezondheidscentrum Hoensbroek-Noord waar ze is voor haar wekelijks farmaceutisch overleg met huisarts Hanka Zwanikken. In haar grote HEMA tas zit het omvangrijke Informatorium Medicamentorum en Commentaren Medicatiebewaking: “Gelukkig heb ik het Farmacotherapeutisch Kompas digitaal.” De samenwerking tussen Luc en het academisch gezondheidscentrum is twee jaar geleden begonnen. Luc: “Er is een lijst van 150 patiënten opgesteld door een van de huisartsen met criteria zoals het aantal geneesmiddelen en de leeftijd van de patiënt. Ik bereid de medicatiebeoordelingen voor. Daartoe heb ik inzage in het Huisartsen Informatie Systeem. Per overleg bespreken we vijf of zes patiënten. Verder woon ik iedere week met de huisartsen het MDO bij met de internist, die voorafgaand aan het overleg spreekuur heeft in dit gezondheidscentrum. Tijdens het MDO worden alle patiënten besproken waar vragen over zijn. Je vult elkaar aan met de kennis die je hebt. Samen zorg je zo veel beter voor de patiënt. En ja, ik vind het heel erg leuk om te doen. Heb hier al veel geleerd.” Het heeft zin Hanka en Luc zitten een uur zij aan zij achter de computer en nemen een voor een de patiënten door. Hanka: “Er zijn veel zorgprofessionals die vinden dat overleg tijd kost. Maar onder aan de streep levert deze samenwerking wel degelijk wat op. Dit heeft echt zin. Je wordt ‘gedwongen’ om het medicatiegebruik goed in kaart te brengen; dossiers worden bijgewerkt. Polyfarmacie hoort er gewoon bij. Op deze manier is er duidelijk sprake van toename van kennis waardoor de kwaliteit van zorg voor de patiënt verbetert. Verkeerde combinaties van medicijnen worden voorkomen en geneesmiddelen worden op tijd stopgezet. Ik merk aan mezelf dat ik steeds zekerder word over de zorg die ik lever. En zo samen achter de pc zitten, is heel effectief gebleken. Het moet op persoonlijk vlak natuurlijk ook klikken. Als de een feedback geeft en de ander gaat meteen met de hakken in het zand dan gaat het niet werken.” Laat je pen eens zien Luc studeerde in ‘79 af en runde twintig jaar een eigen apotheek. Ze gaf vijftien jaar les aan huisartsen in opleiding aan de Universiteit van Maastricht. In 2000 promoveerde ze op een longitudinaal onderzoek naar voorschrijfgedrag bij huisartsen. “Voor dit onderzoek heb ik vijf...

Lees Verder
Geneesmiddel of voedingssupplement?
jun02

Geneesmiddel of voedingssupplement?

Voedingssupplementen als melatonine mogen vanaf een bepaalde dosering niet zomaar als medicijn worden bestempeld. Een Haagse rechter oordeelde dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) in de beoordeling of een product een geneesmiddel is, van geval tot geval alle kenmerken van het product moet meenemen. Zoals de manier waarop het door de consument wordt gebruikt: om de gezondheid te bevorderen of om ziekte of een tekort op te heffen. De rechter in Den Haag heeft deze uitspraak op 1 juni jl. gedaan in de bodemprocedure die de branchevereniging voor Natuur- en Gezondheidsproducten Nederland (NPN) heeft aangespannen tegen IGZ. Nederlanders gebruiken de lichaamseigen stof melatonine om jetlag te bestrijden of om beter in slaap te vallen. ”De uitspraak betekent een bescherming van het aanbod voedingssupplementen voor de consument,” reageert Saskia Geurts, directeur van NPN. Van geval tot geval Tijdens de rechtszaak draaide het vooral om de algemene vraag of je een voedingssupplement vanaf een bepaalde dosering zomaar tot medicijn kan bestempelen. Geurts licht toe: “De uitspraak die gedaan is, geeft aan dat dit niet kan. IGZ mag niet op basis van één criterium een hele categorie voedingssupplementen van de markt weren. De rechter oordeelde dat van geval tot geval en per individueel product aangetoond moet worden of het als geneesmiddel aangemerkt kan worden. Daarbij moeten alle kenmerken van het product worden bekeken, zoals de manier waarop het door de consument wordt gebruikt. De uitspraak van de Haagse rechtbank houdt ruimte voor voedingssupplementen. Dit is belangrijk voor andere supplementen zoals vitamine D en glucosamine.” De uitspraak bekrachtigt dat producten met meer dan 0,3 mg melatonine niet per definitie als medicijn kunnen worden aangemerkt. Uitspraak in bodemprocedure In augustus 2015 bepaalde de Arnhemse rechter in een spoedprocedure dat de maximale dosering van vrij verkochte melatoninesupplementen niet terug gebracht hoefde te worden tot 0,3 mg. De IGZ besloot eerder dat in Nederland alle melatonineproducten vanaf een dosering van 0,3 mg bestempeld moeten worden als medicijn. Brancheorganisatie NPN vond dit zo onbegrijpelijk dat ze een spoedprocedure had aangespannen. De uitspraak daarvan moest in een bodemprocedure bevestigd worden. Onder redactie van: Kees Kommer    ...

Lees Verder
Monique Kappert (KNMP): ‘Samenwerking apotheker/huisarts krijgt steeds beter vorm’
jun01

Monique Kappert (KNMP): ‘Samenwerking apotheker/huisarts krijgt steeds beter vorm’

Monique Kappert, manager afdeling zorgonderzoek & innovatie bij de KNMP, is positief over de toekomst van het vak van de openbare apotheker. Het feit dat in de farmaceutische zorg steeds meer de individuele patiënt centraal komt te staan speelt een belangrijke rol in dit optimisme. Maar de samenwerking met andere zorgverleners in de eerste lijn, waaronder ook de huisarts. De toekomstvisie die de KNMP eind 2014 het licht deed zien, gaat uit van de toekomstvoorspellingen over de inwoners van Nederland. Kappert: “We weten op basis van die toekomstvoorspellingen dat een deel van de achttienjarige meisjes die nu in ons land wonen de honderd jaar zullen bereiken. We leven steeds langer omdat we steeds gezonder gaan leven, met als gevolg dat we als samenleving met andere ziektebeelden te maken zullen krijgen. Waar nu diabetes en hart- en vaatziekten de boventoon voeren, zullen we in de toekomst steeds meer te maken krijgen met ouderen met bijvoorbeeld dementie of COPD. Daar moeten we op inspelen. Ook zullen we een antwoord moeten vinden op de kostenvraag die deze langere levensverwachting met zich meebrengt. En op de vraag hoe we het probleem ondervangen van het tekort aan verzorgenden voor al die ouderen. Een belangrijk deel van het antwoord op deze vragen ligt in de verschuiving van tweedelijns naar eerstelijns gezondheidszorg en van behandeling naar preventie. Door met elkaar samen te werken, kunnen de zorgaanbieders in de eerste lijn een essentiële rol spelen in die preventie, en in het begeleiden van de mantelzorgers die een deel van de taken zullen moeten overnemen van de verzorgenden.” Individuele benadering Onder die professionals in de eerste lijn is een belangrijke rol weggelegd voor de openbare apotheker en de huisarts, stelt Kappert. “Voor beiden is een taak weggelegd om meer te kijken naar wat de individuele patiënt nodig heeft”, zegt ze. “Een oudere die bewust en gezond leeft en slechts één geneesmiddel gebruikt, vraagt om een andere benadering dan een oudere die laaggeletterd is en bij wie sprake is van polyfarmacie. Door met die verschillen rekening te houden, kunnen ze het zorgproces efficiënter inrichten. Dat we hierin het meest kunnen bereiken als de huisarts en de openbaar apotheker goed samenwerken voor deze patiënten is duidelijk. Daarom speelt die samenwerking ook een belangrijke rol in onze beleidsontwikkeling. Op de dossiers waarop dit van toepassing is, werken we hiervoor ook samen met andere zorgverleners in de eerste lijn, maar ook met andere stakeholders en bijvoorbeeld de Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuisapothekers.” Er zijn ook al pilots waarin deze samenwerking goed tot zijn recht komt. Kappert vertelt: “Een mooi voorbeeld vind ik op het gebied van kwetsbare ouderen van onder andere de werkgroep...

Lees Verder
Pagina 2 van 212