Drijfveren: ‘Ik heb een prachtig vak!’
Okt28

Drijfveren: ‘Ik heb een prachtig vak!’

Op tafel ligt een iPad waar Stephan Joosten regelmatig naar wijst. “Hierop staat het visiedocument van de Vereniging van Jonge Apothekers (VJA) waarin wij onze kijk op de toekomst van de beroepsgroep hebben geformuleerd”, verduidelijkt hij. “Het document wordt in november gelanceerd en wij nodigen iedereen uit het te lezen.” Het is de eerste dag na de hittegolf in september. Een heldere hemel heeft plaats gemaakt voor bewolking en ook de temperatuur is beduidend lager dan afgelopen week. Binnen praat Stephan met veel enthousiasme over zijn vak. Hij is jong, gedreven en ontwapenend. Binnen gaat de zomer nog even door.  Stephan is 27 jaar en doet de vervolgopleiding tot openbaar apotheker in een cluster van drie BENU-apotheken in IJsselstein. De werkzaamheden in de apotheek combineert hij met docentschap aan de Universiteit Utrecht waar hij farmacotherapie doceert. Daarnaast is hij bestuurslid specialismen bij de VJA. Stephan: “Ik ben betrokken bij dit prachtige vak. Ik heb ook een duidelijk beeld hoe het beroep eruit zou moeten zien. Daar wil ik heel graag mijn steentje aan bijdragen.” Wat vind jij zo mooi aan dit vak? “Als patiënten weten wat ze aan de apotheker kunnen hebben, doen ze ook een beroep op zijn kennis en kunde. Daar ligt meteen een uitdaging voor de apotheker: leer je patiënten kennen! Bouw een band op want behoeftes van patiënten verschillen. Die verschillen moet je als apotheker in beeld brengen zodat je daar je diensten en zorgverlening op kunt afstemmen. De openbare apotheek is in het huidige zorglandschap de enige zorg verlenende instantie waar patiënten zonder afspraak naar binnen kunnen lopen en waar ze in een hele korte tijd geholpen worden door mensen die kennis van zaken hebben. Gebruik dat gegeven.” Jezelf laten zien richting patiënten maar ook aan andere zorgverleners neem ik aan? “In dit vak moet je voorkomen dat je voortdurend wordt verrast door ad hoc problemen. Daar hebben we in IJsselstein al veel slagen in gemaakt. De basis moet goed zijn en dat begint bij een goede samenwerking tussen apothekers en –assistentes onderling, met huisartsen, ziekenhuizen en in de wijk. Als die basis goed is, houd je energie en tijd over om zorg op maat te bieden. Wij hebben tijdens de FTO’s duidelijk laten zien over welke kennis wij beschikken, hoe deze aansluit bij de kennis van artsen en andere zorgverleners en welk voordeel zij en onze patiënten hiervan kunnen hebben als we samenwerken. Aansluiting zoeken bij andere zorgverleners past sowieso bij de jonge generatie zorgverleners. Ze worden ook anders opgeleid dan de generaties voor ons.” ‘Anders’ opgeleid in de zin van? “Op de universiteit zijn we dit jaar gestart met een nieuw curriculum....

Lees Verder
Apotheek Rhenen best gewaardeerde Apotheek van 2016
Okt26

Apotheek Rhenen best gewaardeerde Apotheek van 2016

Voor de tweede maal op een rij is Apotheek Rhenen in Rhenen door klanten uitgeroepen als de beste apotheek van Nederland op het onafhankelijke Opiness, zij mogen een jaar lang de titel Apotheek van het Jaar dragen. De service van deze apotheek is volgens hun klanten uitzonderlijk. Deze apotheek krijgt zelfs regelmatig een tien van haar klanten en eindigt met een eindcijfer van een 9,5 bovenaan de ranglijst. Het is de mix van meedenken, de tijd nemen en proactief zijn wat maakt dat deze apotheek zich de beste van Nederland mag noemen. Ivo Ouwehand, de apotheker van Apotheek Rhenen: “We zorgen met het gehele team voor de klanten. Door een betrokken en persoonlijke aanpak willen wij de klant altijd zo goed mogelijk helpen zodat onze klanten hun geneesmiddelen zo optimaal mogelijk kunnen gebruiken. Natuurlijk ben ik zelf altijd aanwezig in de apotheek, waardoor ik de feeling behoud met de klant.” 12 Regio winnaars Dit jaar zijn er 12 regio winnaars naar voren gekomen uit meer dan 1.500 apotheken die op Opiness klantervaringen hebben staan. In totaal zijn er meer dan 475.000 reviews over apotheken gepubliceerd op Opiness. Op 29 september 2016 heeft Opiness gekeken welke apotheken het beste scoorden volgens klanten en over voldoende reviews beschikten dit jaar. Dit heeft geresulteerd tot de volgende regio winnaars: Regio winnaar Drenthe Service Apotheek Oostermoer 8,7 Regio winnaar Friesland Service Apotheek It Kruswald Buitenpost 8,6 Regio winnaar Gelderland Apotheek Wyborgh 9 Regio winnaar Groningen Service Apotheek ’t Hooge Zand 9,2 Regio winnaar Limburg VAL Apotheek Panacee Grubbenvorst 8,9 Regio winnaar Noord-Brabant Service Apotheek de Koning 9 Regio winnaar Noord-Holland Apotheek Kaaikhof 9,3 Regio winnaar Overijssel Buurtapotheek Almelo 9,1 Regio winnaar Utrecht Apotheek Rhenen 9,5 Regio winnaar Zuid-Holland Apotheek Pillen en Praten 9,1 Regio winnaar Zeeland Apotheek De Goese Polder 9 Regio winnaar Flevoland Alphega apotheek Het Ruim 8,3 De hele uitslag is na te lezen op: https://opiness.nl/apotheken-awards-2016/ In de rubriek Opiness over apotheken kunnen consumenten zien welke ervaringen er zijn gedeeld met de eigen apotheek of kan men zelf de eigen apotheek een review geven. Ook kunnen consumenten  alle apotheken van Nederland op een rij bekijken op Opiness.nl. Persoonlijke aandacht maar wel snel
 De hedendaagse consument is verwend met instant en online service en verwacht tegenwoordig dat alles snel gaat.  Ondanks een snelle afhandeling bij de apotheek wil de consument niet als een nummer behandeld worden maar juist ook persoonlijke aandacht krijgen. De apotheker van 2016 wordt dus dubbel uitgedaagd want deze moet snel en persoonlijk tegelijkertijd zijn, wat bijna een contradictie lijkt. Echter de 11 winnaars tonen aan dat het wel degelijk kan, geen lange wachttijd en toch een goede op...

Lees Verder
Wondzorg is wel/niet een taak voor de openbare apotheek
Okt25

Wondzorg is wel/niet een taak voor de openbare apotheek

Welke rol speelt de openbare apotheek in de wondbehandeling? Over die vraag wordt verschillend gedacht. Er zijn genoeg voorbeelden van apotheken die zich heel actief op dit thema richten en die ook wondverpleegkundigen in dienst hebben. Maar er bestaan ook wondexpertisecentra die uitgaan van teams die de wondzorg bieden, waarbij de openbare apotheek niet een van de teamleden is. Het maakt niet uit bij welke keten of formule je zoekt, informatie over de rol van de openbare apotheek in de wondzorg vind je altijd. Soms richt die informatie zich rechtstreeks tot de patiënt om uitleg te geven over de verschillende soorten wonden en over de wondmaterialen die beschikbaar zijn om ze te ontsmetten en te bedekken. In andere gevallen ligt de focus op de dienstverlening aan die patiënt om de wondproducten zo snel mogelijk in huis te krijgen. In een aantal gevallen is aan de apotheek een verpleegkundige verbonden die – behalve voor advies over bijvoorbeeld diabetes en incontinentie – ook gericht advies kan geven over wondbehandeling. Een voorbeeld hiervan is de Transvaal Apotheek in Den Haag. Apotheker Paul Lebbink vertelt: “Primair is de apotheek een leverancier van genees- en hulpmiddelen. Maar dit betekent dat van het apotheekteam ook moet worden verwacht dat het kennis heeft over de producten die het levert en over de correcte toepassing daarvan in de praktijk. Voor de apotheker vormen wondzorgproducten een beetje een randassortiment. Hij wordt gedurende zijn opleiding niet onderwezen in wondzorg, maar gelet op zijn rol als leverancier van wondzorgproducten wordt hij wel geacht er verstand van te hebben. Dit onderschrijf ik ook, maar tegelijkertijd ben ik wel zo eerlijk om hieraan toe te voegen dat ik wondzorg persoonlijk een tamelijk complex onderwerp vind en dat het me ook nooit zo bijzonder heeft geïnteresseerd. Dit verklaart waarom we ervoor hebben gekozen een wondverpleegkundige aan te trekken.” Het juiste product De wondverpleegkundige in kwestie, Suzy Partodikromo, onderschrijft het verhaal van Lebbink helemaal. “Ik ben erin gerold omdat ik bij de openbare apotheken stuitte op veel onbegrip over het onderwerp wondzorg”, zegt ze. “Ik merkte bijvoorbeeld nogal eens dat een patiënt die naar de apotheek ging om een wondzorgproduct van merk A op te halen, de apotheek verliet met een product van merk B omdat de apotheek nu eenmaal met dat merk een leveringsafspraak had. Bedrijfseconomisch gezien vanuit het perspectief van de apotheek begrijpelijk, maar niet altijd in het belang van de patiënt. De behandelaar heeft verstand van wondzorg en stelt op basis daarvan bewust een bepaald wondzorgproduct voor. Het is daarom belangrijk dat de patiënt in de apotheek ook precies dat product krijgt.” Om deze reden zegt Partodikromo het belangrijk te vinden...

Lees Verder
Agnes Kant: minister van VWS
Okt21

Agnes Kant: minister van VWS

De verkiezingen zijn begonnen, Niels! Spannende tijden met polls die heen en weer vliegen. Er is geen peil op te trekken wie de grootste gaat worden. Benieuwd wat de kiezer uiteindelijk in het stemhokje gaat doen. Wie denk jij dat het gaat worden? Nou, ik hoop voor het voortbestaan van de mensheid en die van de wereldvrede toch dat Hillary Clinton aan het langste eind trekt, Bas. Zucht, ik doel op de verkiezingen voor de Tweede Kamer, Niels! In Nederland. Hoewel maart volgend jaar nog ver weg is, lopen de lijststrekkers en kandidaat-ministers zich al enige tijd warm in de coulissen. En iedereen roept om het hardst, Bas. Weg met het eigen risico, opdoeken die marktwerking en lang leve het nationale zorgfonds. De zorg wordt het item van de komende verkiezingen. Mark my words! En ondertussen stijgt de zorgpremie met 10 procent, Niels. Toch wel een deukje in het imago van minister Edith Schippers die voorspelde dat de premie niet zal stijgen. Dat doet pijn. Ach, Bas, je weet hoe dat gaat in de politiek. Al die grote woorden van politici vervliegen in de wind. Grote veranderingen in het politieke zorgsysteem gaan er echt niet meer komen. Zeker niet als straks uit 18 politieke partijen een coalitie moet worden gevormd. En Edith Schippers komt vast niet terug voor een tweede termijn. Daar zeg me we wat, Niels. Dan kan het met een coalitie van zo’n acht kleinere partijen zo maar gebeuren dat de SP de minister van VWS gaat leveren. De kandidaat voor deze post heeft zich inmiddels gemeld: Agnes Kant. De huidige directeur van het Bijwerkingencentrum Lareb gooit in deze editie wel een duidelijk balletje op. Ik citeer: “Voor het ministerschap van VWS mogen ze me bellen. Zo’n kans zou ik toch niet zomaar voorbij laten gaan.” Was getekend Agnes Kant. Dan krijgen we eindelijk weer eens een minister uit de sector, Niels. Els Borst was de laatste. Eentje die de taal van de zorgverlener spreekt. En die de apothekers goed gezind is. Zorgverzekeraars kunnen volgens haar best apothekers betalen voor het melden van bijwerkingen. Bijvoorbeeld door het melden standaard op te nemen in de financiering. Hoor ik jou nou een stemadvies geven, Bas? Bastiaan Witvliet, hoofdredacteur FarmaMagazine Niels van Haarlem, redacteur FarmaMagazine  ...

Lees Verder
Kijksluiter bevordert therapietrouw
Okt21

Kijksluiter bevordert therapietrouw

Eind dit jaar gaat kijksluiter.nl in de lucht. Met ruim duizend animatiefilmpjes over gebruik en bijwerkingen van geneesmiddelen, biedt de site begrijpelijke en laagdrempelige patiëntenvoorlichting. “We willen dat dit een maatschappelijk product wordt.” “Welkom bij Kijksluiter. Kijksluiter bespreekt voor u de meest belangrijke zaken over uw medicijn. Zodat u weet wat u moet doen, wat u kunt verwachten en waar u op moet letten.” Het zijn de eerste woorden die je te horen krijgt als je inlogt op kijksluiter.nl, de tool voor apothekers, apothekersassistenten en patiënten die eind dit jaar op de Nederlandse markt verschijnt. Op kijksluiter.nl staan ruim duizend animatiefilmpjes die de patiënt informatie geven over de hem voorgeschreven medicatie. Elk filmpje bestaat uit een consultgesprek tussen apotheker of apothekersassistent en patiënt. De apotheker legt daarin uit waar het medicijn voor dient en hoe de patiënt dat het beste kan gebruiken. De geneesmiddelenvoorlichting loopt behoorlijk achter in het digitale tijdperk, vertelt Afke de Jong, mede-initiatiefnemer van Zorganimaties, het bedrijf dat kijksluiter.nl heeft ontwikkeld. “Alles staat op schrift, in lange ingewikkelde lappen tekst. En dat terwijl 30 – 50 procent van de Nederlanders beperkt gezondheidsvaardig is. Dat betekent dat ze niet in staat zijn om medische informatie te lezen, te begrijpen en er adequaat naar te handelen.” Vooral bijsluiters worden daarom slecht gelezen én begrepen, vervolgt De Jong. “Er staat teveel informatie in. Daar komt bij dat bijsluiters meer doeleinden dienen dan alleen patiëntenvoorlichting. De informatie moet juridisch dekkend zijn, er staat informatie in voor de voorschrijver, en het moet ook voor alle indicaties, toedieningsvormen en doseringen van toepassing zijn. Bovendien staan alle gerapporteerde bijwerkingen beschreven. De bijsluiterinformatie streeft naar compleetheid. Het primaire doel gaat daarmee verloren: goede en begrijpelijke voorlichting voor de patiënt.” Verlies in gezondheidswinst En dat terwijl 30 – 40 procent van de geneesmiddelen in Nederland niet of niet goed wordt ingenomen. “Dat is verspilling van geld, maar ook verlies in gezondheidswinst. Daarnaast kunnen er complicaties en bijwerkingen optreden door verkeerd medicijngebruik. Ook dat brengt gezondheidsschade én zorgkosten met zich mee.” Iedereen is op zoek naar de Heilige Graal in geneesmiddelengebruik: hoe bevorderen we de therapietrouw van patiënten? De Jong: “Dé oplossing is nog niet gevonden, maar goede voorlichting is wel de eerste stap. Vanuit dat oogpunt zijn we met Kijksluiter begonnen.”  De animatievideo’s van Kijksluiter zijn gebaseerd op informatie uit de bijsluiters. “Het verschil is dat Kijksluiter slechts één doel heeft: patiëntenvoorlichting. Dat doen we door uit alle informatie een selectie te maken die voor de patiënt relevant is. We vervangen de bijsluiter niet, we ondersteunen het.” De Kijksluiter animaties zijn gepersonaliseerd naar geslacht, leeftijd, taal en indicatie. “Er zijn filmpjes specifiek voor mannen, vrouwen,...

Lees Verder
Paul Hagedoorn: Er gaat nog steeds veel te veel mis…
Okt19

Paul Hagedoorn: Er gaat nog steeds veel te veel mis…

Meer dan zeventig procent van de patiënten gebruikt hun inhalatie-medicatie verkeerd. Betere instructies, meer scholing en gebruik van evidence based protocollen kunnen die situatie verbeteren, stelt inhalatietechnoloog Paul Hagedoorn. Even hoor je alleen een krachtige luchtstroom. Paul Hagedoorn zit met zijn hoofd voorovergebogen en inhaleert, om daarna kort te hoesten. Zo hoort het dus niet, demonstreert hij. Want niet bij elke inhalator moet je krachtig inademen om de medicatie diep in je longen te krijgen. “Sommige inhalatoren hebben een lage interne weerstand, krachtig inademen heeft dan geen zin. Het levert dan alleen een hoestbui of mogelijke bijwerkingen op.” Hagedoorn kan het weten. Hij is als inhalatietechnoloog – en onderzoeker in Nederland dé expert in onderzoek, ontwikkeling en toepassing van inhalatietechnologie. Zijn onderzoeksgroep, de afdeling Inhalatietechnologie van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), is afgelopen jaar door een internationale visitatiecommissie beoordeeld als een van de top 3 onderzoekscentra wereldwijd op het gebied van inhalatietechnologie. “We ontwikkelen nieuwe typen inhalatoren,” legt Hagedoorn uit. “En we bedenken geneesmiddelformuleringen die daarbij passen. Dat is uniek, niet alleen in Nederland, ook wereldwijd.” Toch heb je niets aan de optimale inhalator, als de patiënt niet weet hoe hij de inhalator moet gebruiken, stelt Hagedoorn. En dat patiënten dat niet weten, blijkt uit de cijfers. Die zijn alarmerend. Meer dan zeventig procent van de patiënten gebruikt op een verkeerde manier hun inhalatiemedicatie, ruim twee op de drie patiënten dus. Misvattingen Veel van de fouten berusten op misvattingen, zowel bij zorgverlener als patiënt. Zoals de onterechte aanname dat je altijd krachtig moet inademen tijdens de inhalatie. “We kennen vier typen inhalatoren: droog poederinhalatoren, dosis-aërosolen, soft mist inhalers en vernevelaars. Die vragen allemaal een andere manier van voorbereiding, positionering en techniek. Bij dosis-aërosolen met een voorzetkamer moet je bijvoorbeeld niet krachtig inademen. Dan schieten de deeltjes met actieve stof alle kanten op in de mond- en keelholte. Vergelijk het met een zwaar beladen vrachtwagen die op volle snelheid uit de bocht vliegt. De deeltjes komen dan niet waar ze nodig zijn, namelijk in de longen.” Wat ook vaak mis gaat, is dat veel patiënten niet eerst uitademen voordat ze inhaleren. “We noemen onze longen luchtwegen, en dat is terecht. Ze zitten vol lucht. Die lucht moet je eerst uitademen voordat je kunt inhaleren. Doe je dat niet, dan komen de deeltjes nooit diep in de longen. Je duwt dan als het ware een prop lucht voor je uit. Dat je moet uitademen, staat weliswaar in de bijsluiter, maar slechts als regeltje op papier. Maar het is belangrijk dat de patiënt dat tijdens de instructie geleerd wordt. Hij moet het ervaren.” Tien seconden Veel patiënten beginnen de inhalatie met de kin...

Lees Verder
Column: Braaktaal
Okt18

Column: Braaktaal

Met enige regelmaat zit ik bij contractbesprekingen tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Van het aldaar gebezigde vakjargon loopt het makkelijk door je broek. Ik begrijp niet dat beide partijen geen nattigheid voelen. ‘Zorgtaal’ tussen managers is elitair. Je hebt maar zelden het idee dat ze nog dicht in de buurt komen van waar het feitelijk om draait: ‘De menselijke maat’. Wellicht omdat afhankelijkheid van zorg soms pijnlijk onverwachts dichtbij kan komen. Wat staat ons immers te doen bij onmenselijk lijden of een sterfbed van een geliefde? We verhullen ons in termen waar mijn beste vriend, toevallig ook arts en terminaal, zich afvraagt of hij nu ook al gek is geworden. Woorden als troost, aandacht, optimaal – in plaats van maximaal – behandelen, lees ik nooit in de contractering. Er zit geen seks op dit soort thema’s. Wel op PROM’s, Value Based Healthcare, Stakeholder engagement, DOT (of beter gezegd ‘bedot’), eHealth, outcome, innovatie, kosteneffectiviteit en meer van dit soort verbale diarree. Maar dan is er natuurlijk een kwaliteitsvenster met een doelmatigheidsconsulent waarmee aansluitend een goed ombuiggesprek altijd mogelijk is. Daarmee is er een stip gezet aan de ‘zorghorizon’ die je diep raakt, maar waar je vervolgens niets mee kunt. Ach, dan geven we elkaar tijdens het contracteringsgesprek de illusie van een ‘goody bag met prachtige zorgvisie’. Alleen bij thuiskomst zit daar dan heel wat anders in dan je aanvankelijk dacht. Je treedt uit je comfortzone om vervolgens fris en fruitig de nieuwe onderhandelingsronde in te gaan. Dat is dan echt zo’n deurmat-moment waarbij transparantie het eufemisme is voor je ontslag. Uiteraard, er komt een heisessie waarbij één en ander wordt rechtgezet. Je voelt je er totaal niet in herkend. Ik hoor wat je zegt, maar van de 360 graden feedback worden alle aanwezigen kotsmisselijk. Zwaar op je schouders ligt employability en boven je hoofd, als het zwaard van Damocles, een geslaagde loopbaansuïcide. Ja, dit is echt het definitieve eindconcept, maar je bent flexibel. Nieuwsgierig naar de feedback en ieder verbetervoorstel is toch nog van harte welkom? Best lastig dit weerstandspunt, omdat je weet dat dit niet beleidsresistent is. Toch maar weer terug naar de kernwaarden en eens vragen wat de casemanager er eigenlijk van vindt. Dan laat de benchmark evidence-based zien dat je wel goed zat, maar je voelt je niet gehoord. Via een ‘bilateraaltje’ lossen we dat tijdens een koffieautomaatgesprek op. Op dit niveau moet je dicht bij jezelf blijven, empowered zijn en het gesprek voeren over hoe alle neuzen niet de zelfde kant op staan. Zogezegd geven we het ‘handjes en voetjes’, en dat doen we natuurlijk ‘hands on’. We gaan kantelen om in je kracht te komen, dus…...

Lees Verder
Agnes Kant: Belonen voor het melden van bijwerkingen
Okt18

Agnes Kant: Belonen voor het melden van bijwerkingen

Beloon apothekers voor het melden van bijwerkingen zodat het aantal meldingen niet langer daalt. “Het melden kan makkelijker door het te faciliteren via de informatiesystemen. Zorgverzekeraars kunnen de benodigde aanpassing in de software van de apothekers financieren. Ons monitoringssysteem kan in de apotheek worden gebruikt om patiënten te volgen die door het preferentiebeleid een ander product krijgen dan ze gewend zijn,” aldus Agnes Kant, directeur van het Lareb Bijwerkingencentrum. Vijf jaar werkt Agnes Kant nu bij het Bijwerkingencentrum Lareb, waarvan de laatste drie jaar als directeur. De voormalig politicus en fractievoorzitter in de Tweede Kamer van de SP heeft het zichtbaar naar haar zin in Den Bosch. Tijdens het interview vertelt ze enthousiast over het belang van haar organisatie. Daar staat een directeur die zich thuis voelt in de zorg. Een terugkeer naar de politiek? Dat boek is gesloten. Hoewel… Als Den Haag haar vraagt voor die ene positie waarvoor ze nog wel openstaat, dan is ze misschien beschikbaar. Minister van VWS, alleen die post. “Alleen voor het ministerschap van VWS mogen ze me bellen. Al zit ik er niet op te wachten hoor, maar zo’n kans zou ik toch niet zo maar voorbij kunnen laten gaan.” Maar gezien de politieke realiteit van vandaag realiseert ze zich heel goed dat die vraag waarschijnlijk niet snel gesteld gaat worden. 25 jaar geleden stonden apothekers en huisartsen aan de basis van het Lareb. Lokale overleggen over bijwerkingen zijn uitgegroeid tot het landelijke Bijwerkingencentrum Lareb. Wat heeft Lareb in 25 jaar bereikt? “We zijn de onmisbare schakel in aandacht voor bijwerkingen door uit meldingen en onze monitoring (LIM) continu nieuwe kennis over bijwerkingen te generen. Kennis die we delen met de zorgverleners. Trots zijn we bijvoorbeeld op de ontdekking van de problematiek rond Vioxx destijds. Niet zo zeer vanwege de aard van de signalering, maar omdat we het als één van de eerste gezien en daarover gepubliceerd hebben. Het is belangrijk om ernstige bijwerkingen in een zo vroeg mogelijk stadium te signaleren. Ook als het product langer op de markt is. Zo kan langdurig gebruik van protonpompremmers leiden tot Vitamine B12 deficiëntie. Zorgprofessionals willen ook weten of een bijwerking na een bepaalde tijd weer verdwijnt.” Wat heeft 5 jaar Agnes Kant opgeleverd? “Voordat ik directeur werd lag de nadruk op het bouwen van een goed meld- en signaleringssysteem. Ik ben meer gaan bouwen aan de naamsbekendheid van het Lareb. Daarom is de naam veranderd in Bijwerkingencentrum Lareb. Deze nieuwe naam geeft weer wie we zijn en wat we doen. Ook treden we regelmatig op in de media om uitleg te geven over bijwerkingen. Zo was ik onlangs bij het televisieprogramma Radar om...

Lees Verder