ANBO pleit voor periode geneesmiddelencontrole bij ouderen
Aug18

ANBO pleit voor periode geneesmiddelencontrole bij ouderen

ANBO heeft onder 7.000 ouderen onderzoek gedaan naar het gebruik van medicatie in de thuissituatie. Op basis van de uitkomsten concludeert ANBO dat er beter toezicht zou moeten komen op het gebruik van medicatie door ouderen in de thuissituatie. Met een periodieke controle door de apotheker in afstemming met de huisarts. Ruim de helft van de ondervraagde ouderen gebruikt twee tot vijf verschillende medicijnen en een kwart meer dan vijf geneesmiddelen. Ruim 80 procent van deze medicijngebruikers, in totaal bijna 6.000 respondenten, heeft één of meer chronische aandoeningen. Interacties
 Zo’n 90 procent zegt de medicatie volgens voorschrift te gebruiken. Tegelijk vindt ruim de helft dat een periodieke beoordeling goed is om te controleren of er geen vervelende interacties en bijwerkingen zijn. Ook vinden mensen het belangrijk dat er regelmatig controle plaatsvindt op het gebruik van de medicatie, maar ook op de noodzaak van dat gebruik. Zeker bij chronische aandoeningen, waarbij verschillende artsen medicijnen voorschrijven en dat niet van elkaar weten, is het belangrijk dat er overzicht is. Apotheker en huisarts samen
 ANBO pleit in haar berichtgeving voor een periodieke evaluatie van het medicijngebruik door patiënt, apotheek en (huis)arts(en). Ze ziet daarvoor een rol voor de apotheker in goede afstemming met de huisarts. Toename geneesmiddel-gerelateerde ziekenhuisopnamen ANBO verwijst daarbij naar het eindrapport  Vervolgonderzoek Medicatieveiligheid  dat is opgesteld in opdracht van het ministerie van VWS. Daaruit blijkt dat de afgelopen vijf jaar het aantal patiënten dat door verkeerd medicijngebruik in het ziekenhuis opgenomen is, sterk is toegenomen.  Het  aantal geneesmiddel-gerelateerde ziekenhuisopnamen  steeg van 39.000 in 2008 naar 49.000 in 2013. Zeer waarschijnlijk komt dit door de vergrijzing. De potentiële vermijdbare opnamen lijken de afgelopen jaren redelijk constant en doen zich vooral voor bij 65-plussers (48 procent) tegenover ongeveer 25 procent bij patiënten jonger dan 65 jaar. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
BTW-problematiek rondom geneesmiddelen
Aug14

BTW-problematiek rondom geneesmiddelen

Geneesmiddelen vallen onder het lage btw-tarief. Echter: er bestaat nogal wat onduidelijkheid wat er onder dat begrip moet worden gezien. Volgens de wetgever worden een aantal middelen ten onrechte als geneesmiddel aangemerkt, zoals tandpasta’s en zonnebrandmiddelen. Daarom wil Nederland daarvoor de eis stellen van een handelsvergunning. Het Register Belastingadviseurs (RB) zet bij dit voornemen vraagtekens. In een bericht geeft ze aan begrip te hebben voor het streven om de onduidelijkheid rond het begrip ‘geneesmiddel’ in de btw te voorkomen.  Sylvester Schenk, directeur fiscale zaken van het RB: “De Hoge Raad heeft vorig jaar uitspraak gedaan over wat als een geneesmiddel mag worden gezien om onder het lage btw-tarief te vallen. Door dat arrest is een situatie ontstaan dat volgens de wetgever ten onrechte middelen als geneesmiddelen worden aangemerkt; denk aan tandpasta’s en zonnebrandmiddelen. Nederland wil het begrip ‘geneesmiddel’ daarom weer beperkt uitleggen door voortaan de eis van een handelsvergunning te stellen. Die eis lijkt mij niet de oplossing.” Kostenverhoging  
 Adjay Pahladsingh van Bureau Vaktechniek van het RB: “Straks vallen alleen geneesmiddelen met een handelsvergunning nog onder het lage btw-tarief. Daardoor vallen allerlei middelen straks niet meer onder het lage btw-tarief, zoals middelen tegen blaasontsteking of eczeem. Mensen die deze medicijnen nodig hebben, zullen dus te maken krijgen met een kostenverhoging. Dat is al vervelend, maar het is ook de vraag of deze beperkte definitie van het begrip ‘geneesmiddel’ wel in overeenstemming is met de Europese regels.” Schending fiscale neutraliteit 
 Pahladsingh: “Binnen de omzetbelasting geldt het fiscale neutraliteitsbeginsel: soortgelijke producten moeten op dezelfde manier worden behandeld. Nederland wil het lage btw-tarief alleen toepassen op geneesmiddelen met een handelsvergunning. Maar voor consumenten, die kijken naar het gebruik en de werking van de producten, is er nauwelijks verschil met geneesmiddelen zonder handelsvergunning. Het lijkt er daarom op dat Nederland het fiscale neutraliteitbeginsel schendt. Mijn vrees is dan ook dat er straks bezwaarschriften worden ingediend en dat dit leidt tot de nodige procedures. Een dure exercitie die naar mijn mening nu al voorkomen kan, en moet worden.” Bron: Register Belastingadviseurs Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Call voor farmaceutisch praktijkonderzoek
Aug14

Call voor farmaceutisch praktijkonderzoek

Apothekers zijn voortdurend bezig met innovatie in hun farmaceutische zorgverlening. Een goede zaak: zo bevorderen zij de gezondheid en het veilig gebruik van geneesmiddelen van de patiënten. Het is mogelijk om een budget te ontvangen voor farmaceutisch praktijkonderzoek. De KNMP zet jaarlijks een onderzoekscall uit naar actuele vraagstellingen van de beroepsgroep. De Wetenschappelijke Sectie Openbaar Apothekers (WSO) bevordert praktijkonderzoek naar de resultaten en de kosteneffectiviteit van verschillende vormen van farmaceutische patiëntenzorg. De KNMP stelt hiervoor jaarlijks een onderzoeksbudget beschikbaar dat zich telkens richt op relevante speerpunten binnen het beleid van de beroepsgroep. Vóór 3 september
 Praktijkonderzoekers kunnen vóór 3 september a.s. onderzoeksvoorstellen indienen voor het onderzoeksbudget 2018. Eind oktober maakt de Wetenschappelijke Advies Raad bekend welke projecten een bijdrage krijgen uit het KNMP-onderzoeksbudget 2018. Thema’s
 De thema’s van dit onderzoeksprogramma zijn gekoppeld aan een aantal aanbevelingen in het rapport  ‘Vervolgonderzoek Medicatieveiligheid’. Dit betreft: *  Vallen en syncopes *  Gebruiksproblemen met insuline en sulfonylureum derivaten bij diabetes mellitus type 2 patiënten *  Risicostratificatie – identificatie van patiënten met baat bij interventies door de apotheker. Van aanbeveling naar interventie
 Het gaat erom vragen bij deze aanbevelingen om te zetten in interventies, die in de dagelijkse apotheekpraktijk toepasbaar zijn. Deze moeten ook opschaalbaar zijn. Bij de ontwikkeling van interventies wordt nadrukkelijk opgeroepen dit te doen op basis van het samenwerken van verschillende onderzoeksgroepen en expertises. Elkaar aanvullende groepen kunnen de aangegeven thema’s oppakken en bijvoorbeeld in ‘work packages’ onderling verdelen. Naast het verbreden van de betrokken kennis worden ook de beschikbare populaties en gegevensbronnen hiermee opgeschaald. Naar verwachting zal het door samenwerking bereikte resultaat beter zijn dan dat van een afzonderlijke groep. Het is geen verplichte eis, maar groepen hebben bij de beoordeling een streepje voor t.o.v. individuele aanvragers, die zich slechts op één enkele deelvraag richten. Meer informatie
 Lees meer over de thema’s en de beoordelingscriteria of downlowd het aanvraagformulier. Bron: KNMP Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Facultatieve zorgprestatie medicatiebegeleiding Parkinsonpatiënten
Aug10

Facultatieve zorgprestatie medicatiebegeleiding Parkinsonpatiënten

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft een facultatieve zorgprestatie voor de medicatiebegeleiding bij patiënten met Parkinson goedgekeurd. De prestatie is per 1 augustus 2017 van kracht. Alle aanbieders en verzekeraars die dat willen en hierover afspraken hebben gemaakt, kunnen gebruik maken van de facultatieve prestatie.    De prestatie is aangevraagd door zorgverzekeraar Menzis en ApotheekZorg B.V. Het gaat om de begeleiding van Parkinsonpatiënten die UR-geneesmiddelen gebruiken en hierbij in overleg met de arts ondersteuning krijgen. De begeleiding is gericht op juiste medicatie-inname en daarom afgestemd op de individuele behoeften van de patiënt. Als voorwaarde voor de prestatie geldt dat de patiënt toestemming geeft en vooraf goed is geïnformeerd over wat er komt kijken bij de medicatiebegeleiding en de kosten hiervan. Overeenkomst zorgverzekeraar De zorg kan alleen worden worden gedeclareerd als er een schriftelijke overeenkomst met een ziektekostenverzekeraar is. In deze overeenkomst spreken zorgaanbieder en zorgverzekeraar met elkaar af wat de voorwaarden voor de declaratie van de zorg zijn. De prestatie kan maximaal één keer per twaalf maanden worden gedeclareerd. Zie ook de berichtgeving  op de site van NZa over deze facultatieve zorgprestatie en de bijbehorende tariefbeschikking. Ruimte voor facultatieve prestaties In de huidige prestatiebekostiging is de facultatieve prestatie opgenomen. Deze biedt ruimte om afwijkende zorgprestaties overeen te komen. Het gaat dan om zorg die geen onderdeel uitmaakt van de bestaande set aan prestaties. Hiertoe maken apotheek en zorgverzekeraar een gezamenlijk voorstel, dat zij voorleggen aan de NZa. Sinds de introductie van prestatiebekostiging in 2012 is dit overigens pas de tweede keer dat een facultatieve prestatie is vastgesteld. In 2014 dienden Alphega Apotheek en CZ met succes een prestatie in voor het intensief begeleiden van patiënten bij het chronisch gebruik van UR-geneesmiddelen bij astma/COPD. Met als doel de therapietrouw van de patiënten te verbeteren. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Conflict apotheken en gemeente Tynaarloo over medicijnafval
Aug10

Conflict apotheken en gemeente Tynaarloo over medicijnafval

De apothekers in Tynaarlo hebben ruzie met de gemeente over de afvoer van medicijnafval van particulieren. De apotheken vinden dat ze medicijnenafval van hun patiënten gratis bij de gemeente moeten kunnen brengen. De gemeente beschouwt dit echter als bedrijfsafval en stelt dat ze alleen afval van particulieren mag aannemen. Het conflict tussen apothekers en Tynaarlo over medicijnenafval loopt op. Particulieren kunnen dit niet meer kwijt bij de apotheken in Eelde en Ter Borch. Deze apotheken hebben besloten om met onmiddellijke ingang te stoppen met het innemen van overtollige medicijnen. Lokaal beleid versus rijksbeleid FarmaMagazine heeft al eerder bericht over de problematiek rondom medicijnafval. Minister Schultz wil niet dat apotheken nog betalen voor de afvoer van medicijnafval. Zij wil dit probleem “tot de laatste gemeente van Nederland opgelost krijgen”,   zo ze dat stellig verwoordde in de Tweede Kamer in antwoord op kamervragen. Deze boodschap is bij twee gemeenten in Drenthe kennelijk nog niet doorgedrongen. Eerder stopten in deze provincie apotheken in Vries en Zuidlaren met het innemen van afval. Tynaarlo en Coevorden zijn de enige Drentse gemeenten die geen medicijnenafval van apothekers innemen. Dit staat dus op gespannen voet met het rijksbeleid. Nieuw afvalplan
 Juist dankzij inname van overtallige geneesmiddelen door apothekers wordt voorkomen dat mensen medicijnen door het toilet spoelen of in de vuilnisbak gooien. Voor apotheken is het overigens een bewerkelijke klus. Vanwege de privacy moeten de namen van de verpakking worden verwijderd en tegelijk moeten de geneesmiddelen onherkenbaar worden gemaakt. Ook moeten de pillen uit de blisters worden gedrukt. En vervolgens mogen ze  het in Tynaarloo dus alleen afvoeren via een afvalverwerker als zijnde bedrijfsafval. De gemeente Tynaarlo heeft gemeld dat er volgende maand een nieuw afvalplan komt, waarover de gemeenteraad kan oordelen. Bron: Dagblad van het Noorden Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Ziekenhuisbestuurder Wouter Bos over dure geneesmiddelen
Aug09

Ziekenhuisbestuurder Wouter Bos over dure geneesmiddelen

Wouter Bos zegt in de loop der jaren pessimistischer te zijn geworden over de mogelijkheid een oplossing te vinden voor het dossier dure geneesmiddelen. De farmaceutische bedrijven in ons land voeren uit wat ze van hun buitenlandse hoofdkantoren opgedragen krijgen en Nederland is een kleine markt voor ze. Het meest verwacht hij van een aanpak langs zoveel mogelijk lijnen tegelijk. En ook de patiënten zouden zich meer mogen roeren. Bij hiv-medicatie heeft dat heel goed gewerkt. Als bestuurder van een academisch ziekenhuis dat een steeds groter deel van zijn totale budget voor patiëntenzorg uitgeeft aan dure geneesmiddelen, maakt Bos zich terecht druk over de manier waarop het dossier dure geneesmiddelen steeds meer de discussie over de kosten van de gezondheidszorg begint te domineren. “De kosten stijgen razendsnel”, zegt hij. “Ik kan de uitgaven aan dure geneesmiddelen niet substitueren door een paar verpleegkundigen te ontslaan, dus dit is echt wel een dossier waarmee ik dagelijks te maken heb. Als academisch ziekenhuis ondervinden we het verdringings-effect van dure geneesmiddelen steeds nadrukkelijker. We sluiten als ziekenhuizen hoofdlijnenakkoorden met het ministerie van VWS en met de zorgverzekeraars, waarin we aangeven dat ons budget met één procent of iets meer mag stijgen, en de kosten van die dure geneesmiddelen stijgen met meer dan tien procent per jaar. Natuurlijk zijn er dingen die we als ziekenhuizen kunnen doen om dat een beetje te compenseren, maar dat is geen echte oplossing. Dus zien we in de media steeds vaker berichten van artsen die zich beklagen dat ze een middel niet aan een patiënt kunnen voorschrijven. En patiënten die aangeven dat ze een middel desnoods wel zelf willen betalen omdat ze het nu eenmaal nodig hebben om te overleven of een aanvaardbare kwaliteit van leven te hebben. Zulke berichten zijn artsen een gruwel en dat begrijp ik heel goed.” Samenwerken Het is een probleem dat één UMC afzonderlijk niet kan oplossen. Wat UMC’s wel kunnen doen is in samenwerking met zorgverzekeraars gezamenlijk inkopen. “Dat gebeurt gelukkig ook steeds vaker en daarmee dragen we een steentje bij aan het betaalbaar houden van dure geneesmiddelen”, zegt Bos. “Maar het is wel een heel klein steentje. Het heeft er in ieder geval wel voor gezorgd dat ik de zorgverzekeraars meer als partners ben gaan zien, al weet ik dat ik hier in huis nog steeds een barrière moet overwinnen om dat te zeggen. We hebben hetzelfde belang de zorg betaalbaar te houden. Dat wordt bemoeilijkt omdat we met een budgetplafond te maken hebben, omdat er steeds nieuwe geneesmiddelen bijkomen en omdat veel van die middelen in de categorie dure geneesmiddelen vallen. We zullen dus steeds vaker zien gebeuren dat de...

Lees Verder
Snelle antibioticatest AMC winnaar Britse wetenschapsprijs
Aug07

Snelle antibioticatest AMC winnaar Britse wetenschapsprijs

AMC-onderzoeksgroep parasitologie en medische microbologie heeft een test ontwikkeld die snel kan bepalen of een bacterie de oorzaak is van koorts. ZonMw heeft hieraan financieel meegedragen. Nu heeft deze test Longitude Price Discovery Award gewonnen van ruim 13.000 euro. Dit is een Britse wetenschapsprijs. De test is bedoeld voor inzet in derdewereldlanden. Tot voor kort kreeg een kind met koorts in veel landen in Afrika standaard een anti-malariakuur, omdat malaria de meest voorkomende infectie bij kinderen was. Door goede behandel- en preventieprojecten is het aantal malariapatiënten gedaald. Maar nog steeds komen veel kinderen met koorts bij een arts. Overbodig gebruik antibiotica
 Een groot aantal van deze kinderen heeft mogelijk een bacteriële infectie. Daarom wordt er in veel gevallen naast anti-malariatabletten inmiddels standaard antibiotica voorgeschreven. Sommige kinderen hebben echter geen bacteriële infectie en worden dus onnodig behandeld. Een bijkomend gevaar is dat veelvuldig gebruik van antibiotica kan leiden tot resistentie. Eenvoudige test “Een eenvoudige test om bij die kinderen snel vast te stellen of er sprake is van een bacteriële infectie kan veel schelen”, zegt projectleider Henk Schalling van het AMC.   “In ons land kun je dat goed vaststellen, maar in veel Afrikaanse landen is het niet zo eenvoudig om bij een patiënt de diagnose te stellen. Onze promovendus Kiemde heeft een snelle test ontwikkeld en met het geld van de Longitude Prijs gaan we een handzaam simpel apparaatje op batterijen of zonnecellen maken, dat overal kan worden gebruikt, ook in gebieden zonder elektriciteit.” Eén druppeltje bloed
 Eén druppeltje bloed is voldoende. Het apparaatje levert een stripje met streepjes erop. Hieraan ziet een ervaren arts of er sprake is van een bacteriële infectie en of het voorschrijven van een antibioticum zin heeft. Meer over deze Britse wetenschapsprijs kunt u lezen op: longitude.org. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Autorijden en medicinale cannabis gaan niet samen
Aug04

Autorijden en medicinale cannabis gaan niet samen

Per 1 juli jl. is er een nieuwe wet ingevoerd ten aanzien van het gebruik van drugs in het verkeer. Dit valt onder het strafrecht. Daarbij maakt de nieuwe wetgeving geen uitzondering voor morfine of medicinale cannabis dat op recept door een arts is voorgeschreven. Het is zinvol als huisartsen en apotheken hun patiënten hierover informeren, zodat ze hiervan op de hoogte zijn. De nieuwe wetgeving geldt alleen voor morfine en niet voor andere opiaten zoals oxycodon of hydromorfon. De reden daarvoor is dat morfine ook als meetbare stof na gebruik van heroïne in speeksel kan worden aangetoond. Als de grenswaarde overschreden wordt, is er sprake van overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Er is altijd sprake van overtreding, ongeacht dus of de bestuurder morfine op doktersrecept als geneesmiddel heeft gebruikt of dat morfine in het bloed is aangetroffen als gevolg van het gebruik van heroïne. Afwijkend van de LESA
 De nieuwe wet wijkt af van de aanbevelingen in de LESA Geneesmiddelen en verkeersveiligheid van NHG en KNMP en de adviezen op rijveiligmetmedicijnen.nl. Daarin staat dat na 2 weken gebruik van morfine of medicinale cannabis verkeersdeelname als veilig wordt beschouwd, tenzij er sprake is van bijwerkingen die de rijvaardigheid beïnvloeden. De adviezen in de LESA zijn inhoudelijk nog steeds correct en in overeenstemming met de adviezen van het CBR, stelt het NHG. Patiënten informeren
 De KNMP gaat met betrokken ministeries overleg voeren over deze problematiek. Totdat er een oplossing is gevonden, is het belangrijk dat huisartsen zich bewust zijn van deze veranderde wetgeving. Ze moeten bij het voorschrijven van morfine of medicinale cannabis hun patiënten die aan het verkeer deelnemen hierover informeren. Mogelijk dat patiënten die deelnemen aan het verkeer door deze wetgeving de voorkeur geven aan een ander opiaat, zoals oxycodon of hydromorfon. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Uitstel STIP-subsidieronde
Jul31

Uitstel STIP-subsidieronde

De GGG Raad (Goed Gebruik Geneesmiddelen) heeft op advies van de STIP-commissie besloten het openen van een nieuwe STIP-subsidieronde maximaal een jaar uit te stellen. ZonMw heeft reeds drie STIP-subsidierondes uitgezet, waarin waardevolle projecten zijn gehonoreerd. Maar er moet meer aandacht komen voor de implementatie. STIP staat voor Stroomlijning Indicatie Processen, maar de afkorting wordt nooit voluit gebruikt. Een STIP-ronde is specifiek bedoeld voor farmacotherapeutische projecten gericht op een breed onderkend probleem uit de praktijk. Bijvoorbeeld projecten met betrekking tot het toegankelijk maken en toepassen van kennis in de praktijk, praktijkverbeterprojecten of verbetering van de organisatie en/of kwaliteit van de (farmacotherapeutische) zorg. Het is nadrukkelijk van belang dat dergelijke projecten kennis oplevert die bijdraagt aan de landelijke implementatie van oplossingen voor de betreffende knelpunten in de zorg. Implementatie beter vormgeven De commissie is van mening dat in de afgelopen drie subsidierondes waardevolle projecten zijn gehonoreerd, gericht op het toegankelijk maken en toepassen van kennis in de praktijk. Desondanks is de commissie van opvatting dat implementatie in de projecten beter moet worden vormgegeven. Het uitstel van de volgende STIP-ronde noemt de commissie nodig om inzicht te krijgen hoe het toewerken naar daadwerkelijke implementatie prominenter kan terugkomen in de voorstellen en dus in de projecten. Per aanvraag is een probleemanalyse nodig: waarom lukt implementatie wel of juist niet? Wie kunnen implementatie vormgeven, wie moet minstens worden betrokken? En wat is daarvoor nodig? Antwoorden op aantal vragen
 De commissie wil graag analyseren waardoor dit onvoldoende in de aanvragen terugkomt. Hierin zouden in ieder geval de volgende vragen moeten worden beantwoord: Kunnen de gewenste projecten via een bottom-up procedure worden verkregen of moet dit gerichter worden uitgezet? Hoe kunnen aanvragers worden bereikt die ervaring hebben met implementatie? Wat moet in de kaders en voorwaarden van de ronde worden aangepast om passende voorstellen te krijgen? Hoe kunnen we aanvragers begeleiden in het opzetten van praktijkgerichte projecten en implementatieplannen en begeleiden gedurende de trajecten? Vervolg in zomer 2018
 De komende periode wordt gebruikt om deze informatie te verkrijgen. Dit vormt input voor een volgende STIP-ronde die uiterlijk in de zomer van 2018 wordt opengesteld. Onder redactie van: Gerda van Beek...

Lees Verder
Advies RIVM over uitbreiding hielprikscreening met 14 aandoeningen
Jul19

Advies RIVM over uitbreiding hielprikscreening met 14 aandoeningen

In 2015 heeft de Gezondheidsraad de minister van VWS geadviseerd om de hielprik uit te breiden met veertien aandoeningen. Maar is een dergelijke uitbreiding haalbaar? Het RIVM heeft dat in een uitvoeringstoets onderzocht. Ze concludeert dat uitbreiding van de neonatale hielprikscreening  zeker mogelijk is, mits dit in fasen gebeurt. In de uitvoeringstoets gaat het RIVM uitgebreid in op de wijze waarop de uitbreiding kan worden ingericht. Ze stelt dat uitbreiding van deze screening een complex proces is. Dit niet alleen vanwege het grotere aantal aandoeningen waarnaar moet worden gekeken, maar ook het personeel, de financiering, de ICT, de logistiek en de organisatie, de beschikbaarheid van de testmethodes, de kwaliteit daarvan en de aansluiting op de zorg. Dit alles hangt met elkaar samen. Bovendien betreft het zeldzame aandoeningen die in veel landen nog niet zijn opgenomen in het screeningspakket. Hierdoor is op internationaal niveau slechts beperkte kennis beschikbaar. Periode 2017-2022
 Het RIVM adviseert daarom een gefaseerde invoering in een periode tot en met 2022. Overigens zijn er begin 2017 al twee aandoeningen toegevoegd, namelijk alfa- en bèta-thalassemie. Dit zijn erfelijke afwijkingen van hemoglobine, een eiwit in het bloed dat belangrijk is bij het transport van zuurstof. Deze afwijkingen veroorzaken bloedarmoede. De ernst van de ziekte kan sterk variëren. Bij de hielprikscreening wordt vooral gekeken naar ernstige vormen. Het aantal op te sporen aandoeningen komt daarmee op 31. Breed draagvlak
 Het Centrum voor Bevolkingsonderzoek van het  RIVM  heeft voor de uitvoeringstoets samengewerkt met kinderartsen, patiëntenorganisaties, screeningslaboratoria en screeningsorganisaties. Onder de betrokken beroepsgroepen, patiëntenorganisaties en andere stakeholders bestaat voldoende draagvlak voor de verdere uitbreiding. In overleg met  VWS  en de Gezondheidsraad is wel besloten voor een andere aanpak om in de toekomst nieuwe aandoeningen snel te kunnen toevoegen aan de hielprikscreening. Hierbij wordt gekozen voor toevoeging van één of een paar aandoeningen, in plaats van een groot aantal tegelijk. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Pagina 1 van 1112345...10...Minst recente »