Column: Anderstalig
Okt19

Column: Anderstalig

“Jij komt niet uit Nederland, je praat raar”. Tegenover mij zit een Marokkaanse man van eind zeventig. Hij kijkt me beschuldigend aan. Dat ik mijn taalniveau aan hem aanpas, voelt voor hem als een belediging. Mijn belangrijkste instrument bij het doen van de medicatiebeoordeling faalt. Taal is dé manier waarop ik erachter kom dat bepaalde medicijnen goed helpen, iemand bijwerkingen heeft of zijn pillen niet vertrouwd. Als apotheker-farmacotherapeut in een multiculturele wijk in Utrecht, probeer ik dagelijks de taalbarrière over te klimmen. In de eerste plaats tijdens mijn spreekuur met patiënten. Maar, even later in overleg met de huisarts, sta ik voor dezelfde uitdaging. Ook in de samenwerking met artsen leer ik een andere taal en een andere cultuur kennen. Pragmatisch zijn, keuzes durven maken. Zowel professionele als persoonlijke barrières probeer ik over te klimmen met als doel gezamenlijk de patiënt te helpen. Binnenkort hebben we een FTO over hartfalen. Gebruik van lisdiuretica bij patiënten zonder hartfalen zal voorbij komen. Een snelle search in het huisarts informatiesysteem geeft 57 hits. ‘Stoppen die handel’ denkt de apotheker in mij. ‘Deze patiënt is er zo blij mee’ hoor ik mijn collega-huisarts zeggen. Twee verschillende perspectieven die frictie kunnen geven. Zorgvuldigheid en zorg op maat zijn daarentegen waarden die arts en apotheker verbinden. Dat betekent samen per patiënt evalueren of diuretica gestopt kunnen worden. Het genoemde FTO is ook een mooi moment om de contra-indicaties ‘hartfalen’ in het AIS bij de apotheek op te schonen op basis van de huisartsgegevens. Dit levert minder ruis op bij de medicatiebewaking in de apotheek en draagt bij aan veilig medicatiegebruik in de eerste lijn. Zo overbrug ik de afstand tussen huisartspraktijk en apotheek. Daar wordt iedereen beter van. Bouwen aan de verbinding met artsen, apothekers en patiënten geeft voldoening. Echt mensenwerk. Want die mensen, die ik dagelijks spreek, zijn elk zo eindeloos interessant! De Marokkaanse man op mijn spreekuur krijgt weer meer vertrouwen in de zaak wanneer ik mijn taalniveau bijstel en voorstel om wat te doen aan de duizeligheid. Toch maar de furosemide afbouwen? En tot het vervolgconsult heb ik de tijd om te trainen. Soepel over taalbarrières heen komen is een vaardigheid die dagelijks van pas komt. Peter van Hartingsveldt is werkzaam als apotheker-farmacotherapeut in Gezondheidscentrum Lombok, Utrecht.  ...

Lees Verder
De succesfactoren voor e-health
Okt18

De succesfactoren voor e-health

25 juni 2020: Peter Kooijman (71) logt met zijn elektronische ID in op zijn Persoonlijke GezondheidsOmgeving (PGO). Hij heeft diabetes type 2. Gelukkig is dat goed onder controle. Met de diëtiste heeft hij zijn eetgewoonten aangepakt en hij is meer gaan bewegen. De maatschappelijk werker bracht hem in contact met een wandelgroep, waarmee hij één keer per week op stap gaat. Dat is goed voor zijn gezondheid én brengt hem onder de mensen. Met zijn fitbit meet hij het effect van zijn inspanningen. Die gegevens worden automatisch toegevoegd aan zijn PGO. Net als zijn zelfgemeten bloedwaarden en gewicht. Peter Kooijman heeft zijn POH en diëtiste toegang gegeven tot de informatie. Zo kunnen ze zijn voortgang monitoren op de doelen die ze samen in zijn Individueel Zorg Plan hebben opgenomen. Dat maakt het volgende consult een stuk efficiënter. Op zijn PGO heeft Peter inzage in alle actuele medicatie- en medische gegevens. In grafieken volgt hij het verloop van zijn bloedwaarden en hij regelt er praktische zaken, zoals de volgende afspraak bij de huisarts, diëtiste of het diagnostisch centrum. Ook de activiteiten van het wijkcentrum zijn er te vinden. Als zorg- en welzijnsorganisaties, patiëntenorganisaties, overheid, zorgverzekeraars en IT-aanbieders de handen ineen slaan, kan dit binnen drie jaar werkelijkheid zijn. De noodzaak is evident. Om bij een toenemende zorgvraag en krimpende beroepsbevolking de Triple Aim doelstellingen (meer kwaliteit van zorg tegen lagere kosten en een hogere patiënttevredenheid) te realiseren, de werkdruk voor huisartsen te beperken en het werkplezier te vergroten, is een grotere betrokkenheid van patiënten essentieel. E-health speelt hierbij een belangrijke rol. Het ondersteunt een goede samenwerking tussen professionals en patiënten, maakt deze onafhankelijk van tijd en plaats én geeft patiënten de informatie en tools om zelf regie te nemen over hun gezondheid. Mogelijkheden onbekend Ongeveer driekwart van de mensen beweegt zich in de eerstelijnszorg, dichtbij huis. Slechts een derde in de tweede lijn. Dat maakt de eerste lijn een logisch vertrekpunt voor de doorontwikkeling van e-health. Nederlanders regelen steeds meer online, de zorg blijft daarbij achter. Dat ligt niet alleen aan het beschikbare aanbod, blijkt uit recent onderzoek van ICT-leverancier PharmaPartners onder 1000 Nederlanders. 55% van de Nederlanders heeft geen idee wat de online mogelijkheden bij de huisarts zijn. In het noorden is dat zelfs 63%. Het aantal Nederlanders dat gebruikmaakt van de online diensten van de huisarts is dan ook laag; 7% heeft weleens online een afspraak ingepland en 3% heeft weleens gebruikgemaakt van een e-consult. De apotheek is online iets zichtbaarder, maar ook daar valt nog een wereld te winnen. 40% van de ondervraagden weet niet welke e-health-oplossingen er zijn of haar apotheek biedt. Bij 25- tot 34-jarigen...

Lees Verder
Onderzoek BENU naar Nederlandse apotheek
Okt18

Onderzoek BENU naar Nederlandse apotheek

De Nederlandse apothekers leveren hoogwaardige zorg, vanuit efficiënte apotheken tegen lage kosten, zo laat Europees onderzoek van BENU zien. “In Europa zijn we koploper in efficiency en kostenbeheersing. Nu moeten we de meerwaarde van de apotheker als zorgverlener waarderen”, stelt Bart Tolhuisen, de eerste man van apothekenformule BENU. Brocacef en BENU  kunnen eindelijk gas geven nu de belangrijkste juridische hobbels rondom de overname van de apotheken van Mediq Apotheken Nederland zijn genomen. Na een periode van overname, integratie en juridische gevechten met de Autoriteit Consument en Markt (ACM) – die langer duurde dan verwacht – is de tijd rijp om inhoud te geven aan de positie van marktleider in de farmaceutische zorg. Want marktleider, dat is BENU met ruim 310 eigendomsapotheken en 180 aangesloten partnerapotheken. Daarom heeft BENU het initiatief genomen tot een onderzoek naar de positie van de Nederlandse apotheek in zowel historisch als Europees perspectief. “De KNMP heeft veel informatie, doet ook onderzoek, net als de zorgverzekeraars en VWS. Er zijn inmiddels veel verschillende beelden van de staat van de farmacie in ons land. Maar wat is nu het juiste beeld? Het ontbrak aan een helder inzicht in hoe de Nederlandse apotheek in de praktijk presteert. Dat onderzoek heeft onderzoeksbureau Eden McCallum in onze opdracht gehouden. Wij vinden het belangrijk om de resultaten van dat onderzoek met iedereen te delen. De conclusie uit het onderzoek: Nederlandse apotheken zijn in Europa koploper in het bewaken van de kosten, verbeteren continu de kwaliteit van zorg en hebben tevreden patiënten”, vertelt Bart Tolhuisen, lid van de groepsdirectie van Brocacef en verantwoordelijk voor de apotheken onder de vlag BENU. Grote stappen Volgens Bart Tolhuisen heeft de Nederlandse apotheek de afgelopen jaren grote stappen gezet en is het voorloper in Europa. “Een paar voorbeelden: In Groot-Brittannië duurt de handling van weekmedicatie 30 minuten per assistent per regel. Dat is bij ons volledig geautomatiseerd. Baxteren en central filling doen we hier al 10 jaar terwijl Groot-Brittannië daar nu mee begint.  Daar sluiten dan ook 3.000 apotheken, wij hebben die efficiencyslag slag al lang gemaakt. Ook het aantal apotheken per inwoner is in ons land beperkt: 12 per 100.000 inwoners tegen 25 in Duitsland. Daarnaast is het aantal openbare apotheken in Nederland al vijf jaar niet gegroeid, terwijl de bevolking en het aantal zorggebruikers  wel toenemen. Bovendien gaat slechts 7,6 procent van de totale uitgaven in de zorg naar farmaceutische hulp, het laagste percentage in Europa. Er zijn dus niet te veel apotheken in Nederland.” De Nederlandse apotheek doet het dus goed, stelt zich flexibel op. En dat is een hele prestatie, stelt Tolhuisen: “Ga maar na: ondanks een forse toename van het aantal...

Lees Verder
Ron Herings van PHARMO over big data
Okt17

Ron Herings van PHARMO over big data

Het is misschien wel één van de best bewaarde geheimen in de farmacie: onderzoeksbureau PHARMO in Utrecht. Onder wetenschappelijke leiding van apotheker, epidemioloog en informaticus Ron Herings verzamelen, ontsluiten en analyseren 30 medewerkers continu patiëntendata van apotheken, huisartsen en ziekenhuizen. Met als doel de zorg doelmatig en betaalbaar houden. Ondertussen kijken bedrijven als Apple, Philips of Samsung verlekkerd naar de geanonimiseerde databank van het PHARMO Instituut. Hij verwondert er zich dagelijks over. Hoe kan het toch zijn dat we miljarden in de zorg pompen zonder systematisch en wetenschappelijk onderzoek te doen naar de effecten. “In de zorg baseren we ons op trials en wetenschappelijk onderzoek voordat een therapie of medicatie beschikbaar komt. Maar we volgen niet wat er daarna gebeurt. Welke therapie laat bij patiënten de beste resultaten zien, wat heeft nu echt effect? We doen dat onvoldoende.” Het PHARMO Instituut deed al aan big data voordat de term bestond. De organisatie verzamelt data van patiënten. Van heel veel patiënten, afkomstig van zo’n 20 procent van de Nederlandse apothekers, huisartsen en ziekenhuizen. Gegevens die continu ververst en aangevuld worden. En als die data ook nog eens aan elkaar gekoppeld kunnen worden ontstaat een waardevolle BIG Data omgeving. Een databank die kan voorspellen en verklaren. Met dank aan de voortschrijdende technologie die het mogelijk maakt nieuwe relaties te leggen tussen de verschillende data. Door bijvoorbeeld gegevens uit de gemeentelijke administratie te koppelen aan gezondheidsinformatie kan de overheid het beleid in achterstandswijken aanpassen. En de ontwikkelingen in wijken volgen. Op allerlei gebieden worden big data gebruikt. Van het verzamelen van eenvoudige bijwerkingen van medicatie tot het volgen van het gedrag van artsen bij het invullen van de administratie. “Neem een huisarts die dagelijks patiënten-informatie in het huisartsensysteem klopt. Deze informatie levert de individuele huisarts zelf weinig nieuwe inzichten op. Door de gegevens van veel huisartsen gedurende langere tijd te bewaren, ontsluiten en analyseren worden onzichtbare structuren in één keer zichtbaar. Zo komt het voor dat artsen bepaalde type patiënten onbewust niet hebben behandeld omdat ze deze groep ‘vergeten’ zijn. Maar uit dezelfde data is af te lezen dat deze groep heel goed is te behandelen. Of artsen willen standaard de bloeddruk verlagen tot onder de 140, maar uit analyse van de data blijkt dat het voor bepaalde groepen patiënten boven de 65 jaar helemaal niet zo goed is om de bloedruk met medicatie onder de 140 te krijgen, want dan vallen deze patiënten letterlijk om.“ Populatiebekostiging Onderdeel van het PHARMO Instituut is de Stichting Informatievoorziening voor Zorg en Onderzoek (STIZON) die data verzamelt voor de proeftuin Gezonde Zorg Gezonde Regio, een initiatief van Stichting Rijncoepel, Alrijne Zorggroep, Zorg en Zekerheid, en...

Lees Verder
Aantal apotheker van niet-westerse afkomst neemt sterk toe
Okt17

Aantal apotheker van niet-westerse afkomst neemt sterk toe

Steeds meer apothekers zijn van niet-westerse afkomst. Dat is met name in grote steden het geval, met Rotterdam als koploper. Daar heeft inmiddels 40 procent van de zorgverleners een buitenlandse achtergrond. Het apothekersvak is met name populair onder Marokkaanse en Aziatische Nederlanders, blijkt uit een inventarisatie van het AD. Het is opvallend, want tot tien jaar geleden leek met name het apothekersvak aan Nederlanders. Het farmaceutisch landschap heeft de afgelopen jaren veel meer kleur gekregen en er staan nu ook veel exotische namen op de lijst van apothekers in Rotterdam, Amsterdam, Utrecht en Den Haag. Vooral het grote aantal Marokkaanse, Chinese en andere Aziatische namen is opvallend. In Amsterdam heeft ongeveer een op de drie apothekers een buitenlandse achtergrond. In Rotterdam zijn apothekers van buitenlandse herkomst nog sterker vertegenwoordigd, namelijk: 34 apothekers van de in totaal 85 apothekers. In kleinere steden liggen de percentages nog lager, maar ook daar neemt het aantal apothekers van niet-westerse herkomst toe. Vak in hoog aanzien
 Ook de KNMP constateert een forse toename van het aantal apothekers met een migrantenachtergrond. “Dat vinden we alleen maar fijn, want het zorgt voor een goede afspiegeling van de samenleving’’, zegt een woordvoerder.  Hij in niet verbaasd over de populariteit van het apothekersvak onder minderheden. “Het apothekersvak staat in Nederland hoog in aanzien, ook bij de allochtone bevolking.’’ Een allochtone apotheker komt volgens hem de communicatie met patiënten in gemengde wijken ten goede. Verdere toename
 Hoeveel allochtone apothekers er in totaal zijn, is bij de KNMP niet bekend. Daar zijn geen cijfers van bekend, de KNMP houdt dat niet bij. Maar dat dit de komende jaren nog meer zal toenemen, staat wel vast. Uit cijfers van het CBS bleek enkele jaren geleden al dat de studie Farmacie erg populair is onder allochtone studenten. Eenderde van de studenten op deze universitaire opleiding heeft een migrantenachtergrond. Onder redactie van: Gerda van Beek Bron AD      ...

Lees Verder
Campagne tegen overtollig gebruik suiker
Okt16

Campagne tegen overtollig gebruik suiker

Het Diabetes Fonds is een petitie gestart om de grote hoeveelheden suiker in voedingsmiddelen versneld terug te dringen. Ze roept supermarkten op meer schapruimte vrij te maken voor suikerarm en suikervrij en duidelijker aan te geven welke producten geen of weinig suiker bevatten. Iedereen wordt opgeroepen de petitie te tekenen. Het Diabetes Fonds wil met de campagne “Halve maatregelen” het overtollig gebruik van suiker terugdringen. Ze stelt dat het huidige aanbod in supermarkten, winkelstraten en op stations voornamelijk suikerrijk en ongezond is en vindt dat het anders moet. “We zien de industrie in advertenties goede sier maken met producten die geen of minder suiker bevatten, maar de realiteit is dat ze in de supermarkt vooral hun meest suikerhoudende waren promoten. Misleidende verpakkingen en letterlijk kleine lettertjes op de etiketten maken het voor veel consumenten bovendien nog altijd moeilijk om in één oogopslag te bepalen welke producten veel of weinig suiker bevatten”, aldus het fonds. Geen halve maatregelen
 Het Diabetes Fonds wil geen halve maatregelen. Op haar site laat ze in korte, grappige filmpjes enkele van dergelijke halve maatregelen zien: zoals het delen van toetjes of het aanvullen van vruchtensap-uit-een-fles met water. Dat zet geen zoden aan de dijk, stelt het Fonds. 
Daarom pleit ze voor echte oplossingen: minder suiker in producten, een gezonder aanbod en meer ruimte in de schappen voor suikerarm én suikervrij. Met een groot aantal handtekeningen hoopt ze de industrie te dwingen om versneld actie te ondernemen. Het gaat om een drie-puntenplan: 1. 30% minder suiker in producten 2. Een groter aanbod van gezonde producten 3. Meer schapruimte voor suikerarm en suikervrij Bewustwording Een ander doel van de campagne, die tot begin december loopt, is de consument bewuster te maken van de zoete verleidingen in het schap en de gevolgen van een te hoge suikerinname. Een op de drie Nederlanders krijgt diabetes type 2 en daarvan is suiker een flinke veroorzaker. Zorgverleners kunnen hun diabetespatiënten wijzen op deze campagne Petitie en nieuwsbrief Mensen die de petitie tekenen, kunnen zich gelijk abonneren op de minder-suiker-nieuwsbrief van het Diabetes Fonds. Deze verschijnt maandelijks met de laatste weetjes over minder suiker, tips en een recept. Het is overigens ook mogelijk om in te schrijven voor de minder-suiker-nieuwsbrief zonder de petitie te tekenen, klik daarvoor hier. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
ZonMw-parel voor vroegsignalering medicatiegebruik
Okt11

ZonMw-parel voor vroegsignalering medicatiegebruik

De apotheker meldt de arts als voorgeschreven medicijnen voor een ernstige psychiatrische aandoeningen niet zijn opgehaald. Daardoor kan de arts direct met de betreffende cliënt in gesprek over het medicatiegebruik. Dit is de basis van een project dat de ZonMw-Parel heeft gewonnen. De ZonMw Parel is onlangs uitgereikt aan de projectgroep Signaleren en Melden door Apothekers van Niet-Opgehaalde Medicatie voor mensen met een Ernstige Psychiatrische Aandoening (SMANOM-EPA). De keuze van de jury is op dit project gevallen omdat het een goed voorbeeld is van een praktijkproject dat het verschil kan maken door vroegsignalering. Terugval vermijden
 Als mensen met een ernstige psychiatrische aandoening hun medicijnen niet goed gebruiken, kan dat leiden tot een terugval. De aanpak van dit Parelproject zorgt ervoor dat de apotheker bij de arts aan de bel trekt als voorgeschreven medicijnen niet zijn opgehaald. Door direct met de cliënt in gesprek te gaan, kan zo’n terugval mogelijk worden vermeden. In het project wordt een geautomatiseerde signaalfunctie toegevoegd aan het informatiesysteem van de apotheek. Het systeem geeft een signaal zodra een bepaalde ophaaltermijn van medicatie wordt overschreden. Op YouTube staat een informatief filmpje over dit project, waarbij een groot aantal betrokkenen aan het woord komen, waaronder een ervaringsdeskundige, een apotheker Cliëntenbelang en de GGD. Zij lichten in enkele minuten het project helder toe. Voorwaarden en uitwerking Politie, GGD, GGz, apothekers én cliënten praten in het project mee over de voorwaarden en de concrete uitwerking van het signaleringssysteem. Begin 2018 start een proefimplementatie bij Amsterdamse apotheken. Met anonieme registratiedata worden de resultaten gemeten. Vermindert het aantal crises? Zijn er minder spoedinterventies nodig? Daalt het aantal opnamen? Goede kansen voor implementatie SMANOM-EPA heeft de Parel mede ontvangen vanwege de kansrijke inzet op implementatie. Via de Amsterdamse apothekersvereniging FBA wordt het systeem getest bij een groot aantal apotheken in de hoofdstad. Er zijn nauwe contacten met Service-apotheken en BENU-apotheken, die een landelijk netwerk hebben. Ook de WSO, de wetenschappelijke sectie van openbaar apothekers van brancheorganisatie KNMP, is betrokken. De WSO kan een belangrijke rol spelen om de aanpak op te nemen in de landelijke standaarden. Actieprogramma Verward Gedrag Het project SMANOM-EPA heeft subsidie ontvangen vanuit het Actieprogramma lokale initiatieven voor mensen met Verward Gedrag. De Parel is daarom uitgereikt op het ZonMw-congres ‘De stand in het land: aanpak voor personen met verward gedrag’. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Aanpak tussentijdse wijzigingen in medicatierol
Okt03

Aanpak tussentijdse wijzigingen in medicatierol

Tussentijdse wijzigingen in een medicatierol zijn een belangrijk knelpunt in medicatieveiligheid.  Zulke aanpassingen leveren in praktijk levert soms praktische problemen op. Daarom is het belangrijk om tussentijdse wijzigingen zoveel mogelijk te voorkómen. Een model kan daarbij helpen. Wijziging van medicatie in een geïndividualiseerd geneesmiddeldistributiesysteem, zoals de medicatierol, is de verantwoordelijkheid van apotheker. De apotheker wijzigt medicatie in het systeem alleen op voorschrift van de arts. Wijziging brengt altijd een bepaald risico met zich mee. Daarom moeten apotheker en arts afstemmen of wijziging kan wachten tot de volgende uitgifte van geneesmiddelen in het geïndividualiseerd geneesmiddeldistributiesysteem. Tussentijds wijzigen moet alleen aan de orde zijn als de wijziging niet kan wachten tot de volgende uitgifte. Tussentijdse wijziging Als de cliënt met de medicatie naar de apotheek kan komen, dan is een tussentijdse wijziging geen praktisch probleem. In de apotheek wordt de medicatie gewijzigd conform de KNMP-richtlijn over geneesmiddelen in een geïndividualiseerd geneesmiddeldistributiesysteem. Maar als de cliënt niet met de medicatie naar de apotheek kan komen of de cliënt verblijft in een zorginstelling, wordt het lastiger. Bij een tussentijdse wijziging in de medicatie, moeten de zakjes handmatig worden opengeknipt en de tabletten worden geïdentificeerd. Dit is een farmaceutische handeling en daarom is dit de taak en verantwoordelijkheid van de apotheek. In de praktijk kan dit lastig zijn, want dan moet de apotheker de medicatierollen ter plekke wijzigen. Als zorgmedewerker wijzigingen doorvoeren is dat risicovol, ook al lijkt het misschien een simpele handeling. Wijzigingen doorvoeren hoort niet tot de bevoegdheid en verantwoordelijkheid van de zorgmedewerkers en moet daarom worden beperkt tot uitzonderingssituaties. Afspraken tussen apotheker en zorginstelling Hoe kunnen we deze gang van zaken verbeteren? In het kader van het project  ‘Veilige principes verder in de praktijk’  ontwikkelde het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen samen met Interzorg Noord-Nederland een model met 6 stappen. Het model is ontwikkeld voor de intramurale situatie, maar ook bruikbaar voor de thuissituatie, met name stap 1 en stap 6. 
Het model is vooral gericht op het verbeteren van afspraken en afstemming tussen apothekers en zorgverleners. Uitgangspunt is tussentijdse wijzigingen zoveel mogelijk uit te sluiten. En als het in een uitzonderingssituatie toch moet, -en de apotheek kan de tussentijdse wijziging niet doen-, dan moet de zorginstelling het zo organiseren dat de zorgmedewerker dit op een veilige manier kan doen. Daarvoor moet iedere zorg organisatie, op basis van afspraken met de apotheek, passend in de eigen situatie, een protocol opstellen. Verder kan een tool hierbij handig zijn (zie stap 6). Het model Stap 1: Afspraken De apotheek en de zorginstelling hebben taken en verantwoordelijkheden vastgelegd in een overeenkomst. Het is wenselijk om medicatiewijzigingen zoveel mogelijk per volgende medicijnrol te laten ingaan. Stap...

Lees Verder
Aankondiging uitzending radio 1: Verdwijnt  het vakmanschap van de apotheker?
Okt02

Aankondiging uitzending radio 1: Verdwijnt het vakmanschap van de apotheker?

Dropwater en cannabisolie Verdwijnt het vakmanschap van de apotheker? Zondag 8 oktober 2017 NPO Radio 1, 19.02-20.00 uur In het logo van de apotheek komt nog wel eens een vijzel voor, maar het maken van geneesmiddelen is ingeruild voor het voeren van gesprekken aan de balie. Van de 2000 apotheken zijn er nog ongeveer 50 die zelf bereiden. En dat is een serieuze zorg voor de beroepsorganisatie van apothekers, de KNMP, van de Patiëntenfederatie en van Zorgverzekeraars Nederland. Apothekers maken geneesmiddelen op maat voor bijvoorbeeld kinderen en voor mensen die stervende zijn. Of ze verzinnen andere toedieningsvormen, voor bijvoorbeeld iemand die niet kan slikken. 2,5 Miljoen mensen zijn afhankelijk van de bereiding van een geneesmiddel door de apotheek. Uit onderzoek van Reporter Radio blijkt ook dat de vergoeding, het maakloon voor de apothekers, zo laag is dat de drempel om middelen zelf te bereiden te hoog ligt. En behalve dat er steeds minder apothekers zelf bereiden, wordt er in de opleiding tot apotheker of apothekersassistent ook steeds minder aandacht aan besteed. Bereiden is een keuzevak geworden. De KNMP, de Patiëntenfederatie en Zorgverzekeraars Nederland spreken zich uit over het verlies van kennis, kunde en capaciteit van apothekers, de consequenties daarvan bij geneesmiddelentekorten en de gevolgen voor patiënten. In de uitzending zijn te horen: Corina Mos, Bernd Arents, apotheker Paul Lebbink, Gerben Klein Nulent KNMP, Dianda Veldman Patiëntenfederatie, Sandra Offeringa Zorgverzekeraars Nederland, Hans Waals van de Vereniging Doorleverende Bereidingsapotheken en Erik Frijlink, apotheker en hoogleraar verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen....

Lees Verder
Brede verspreiding jodiumtabletten
Okt02

Brede verspreiding jodiumtabletten

Sinds 1987 heeft de Nederlandse overheid een centrale voorraad met jodiumtabletten. Onlangs is besloten een deel van deze voorraad te verspreiden. Daarom ontvangen 1,2 miljoen huishoudens in de week van 9 of 16 oktober 2017 een doosje met jodiumtabletten. Dus van centrale opslag naar eigen medicijnkastje. Jodiumtabletten zijn dan direct in huis ten tijde van een eventueel kernongeval. Met het beschikbaar stellen van de jodiumtabletten onder de risicogroepen volgt Nederland de richtlijnen van het Internationaal Atoom en Energie Agentschap. Het advies is om de distributie van jodiumtabletten voor te bereiden in een straal tot 100 kilometer van een kernreactor. Hoe staat ieder land vrij. Advies GGD/GHOR
 Minister Edith Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op voorspraak van onder andere de Veiligheidsregio’s en de GGD/GHOR besloten een deel van deze voorraad aan huis te verspreiden. Jodiumtabletten zijn dan direct bij de hand ten tijde van een kernongeval. Dat scheelt de hulpdiensten kostbare tijd. Er is dus geen sprake van specifieke dreiging. Het kabinet acht de kans op een nucleair ongeval net zo klein als voorheen. Nucleaire installaties moeten aan strenge veiligheidseisen voldoen. De Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming ziet daarop toe. Afstand tot kernreactie De tabletten worden gestuurd naar mensen t/m 40 jaar woonachtig op maximaal 20 kilometer van een kernreactor en naar huishoudens met kinderen tot 18 jaar die binnen de 20 tot 100 kilometer van een kernreactor wonen. Het verschil heeft te maken met de afstand van de kernreactor, de leeftijd en de werking van de schildklier. Hoe verder van de kernreactor hoe lager de mogelijke blootstelling aan radioactief jodium. En hoe ouder iemand is, hoe kleiner de kans op het ontwikkelen van schildklierkanker door radioactief jodium. Zelf kopen
 Zwangere vrouwen behoren eveneens tot de doelgroep. Zij kunnen vanaf 9 oktober 2017 jodiumtabletten kopen bij apotheken en drogisterijen (adviesprijs € 2,95.) Bij een kernongeval kunnen zij  tabletten innemen ter bescherming van hun ongeboren kind. In de folder Zwanger staat meer informatie. Zwangeren ontvangen deze folder bij hun eerste bezoek aan de verloskundige / gynaecoloog. Ook mensen die niet tot de risicogroep behoren maar graag tabletten in huis willen hebben, kunnen die kopen bij apotheek of drogist. Beperkte bescherming De tabletten bieden alleen bescherming tegen opname van radioactief jodium door de schildklier, niet tegen andere radioactieve stoffen die vrij kunnen komen. Ze zijn dan ook een aanvulling op andere mogelijke maatregelen bij een kernongeval, zoals schuilen of evacueren. Meer informatie
 Het is dus de bedoeling dat mensen deze jodiumtabletten bewaren voor het geval dat. De tabletten zijn 10 jaar  houdbaar. Voor vragen en meer informatie, kijk op de website: www.waaromkrijgikjodiumtabletten.nl. Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Pagina 1 van 1512345...10...Minst recente »