Publieke consultatie beleid etikettering
Jan30

Publieke consultatie beleid etikettering

De informatie op de buitenverpakking en primaire verpakking is bestemd voor de patiënt, als gebruiker van het geneesmiddel of voor de ouder of verzorger en voor de apotheker. Volgens artikel 4a.3 eerste lid van de Regeling Geneesmiddelenwet moeten de gegevens op de verpakking duidelijk leesbaar en onuitwisbaar worden vermeld. En daaraan zijn de nodige regels gesteld. Belangrijkste wijzigingen Op haar website heeft het CBG de belangrijkste wijzigingen ten aanzien van etikettering opgenomen. Hier kunt u ook het volledige pdf-document downloaden over de publieke consultatie. Enkele voorgestelde aanpassingen zijn bijvoorbeeld het toevoegen van informatie over de vermelding van veiligheidskenmerken op de verpakken. Dit in het kader van de Europese Richtlijn Vervalste geneesmiddelen. Ook is informatie toegevoegd over vertalingen van claims betreffende kindveiligheid op de verpakking in Nederlandstalige productinformatie. Dit is gebeurd vanwege gewijzigd nationaal beleid. Tevens wordt de uiterste gebruiksdatum vermeld, met daarbij informatie over vermelding van de houdbaarheid na het openen van de primaire verpakking. Er kunnen meerdere barcodes worden vermeld op de verpakking, mits dit niet ten koste gaat van de leesbaarheid van de wettelijk verplichte informatie. Commentaar De herziening van het beleid voor geneesmiddelen voor mensen is mede tot stand gekomen op basis van inhoudelijke bijdragen vanuit het overleg Contact Commissie Registratie (CCR). Het CBG biedt de mogelijkheid via een publieke consultatie commentaar te geven op de voorgestelde aanpassingen. Wilt u reageren op het herziene beleidsdocument? Dat kan, u bent daartoe van harte uitgenodigd. Het CBG ontvangt uw commentaar graag uiterlijk 7 maart 2017 via het reactieformulier. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Themajournaal vervalste geneesmiddelen
Jan27

Themajournaal vervalste geneesmiddelen

Steeds vaker schaffen patiënten geneesmiddelen aan via internet. Echter: zo kan geen medicatiebewaking plaatsvinden en bestaat het risico op vervalste geneesmiddelen. In het themajournaal van IVM is er aandacht voor de risico’s van online aangeschafte geneesmiddelen. Dit themajournaal is ontwikkeld met steun van het ministerie van VWS. Zorgverleners worden zo op een makkelijk wijze op de hoogte gebracht van de nieuwste ontwikkelingen. Het themajournaal “vervalste geneesmiddelen” gaat in op de verschillende facetten en risico’s van online bestelde geneesmiddelen en geeft aan wat een zorgverlener kan doen bij ontdekken van vervalste middelen. Afslankmiddelen en kruidenpreparaten
 Overigens betreft het niet alleen geneesmiddelen. Ook bij afslankmiddelen, voedingspreparaten en kruidenpreparaten worden vervalsingen aangetroffen. De top drie bestaat uit: seksgerelateerde geneesmiddelen, pijnstillers en afslankmiddelen. Onderzoek naar gebruik van Viagra heeft aangetoond dat tenminste 60% van het gebruik niet afkomstig is uit apotheken. Nep-medicijnen komen voornamelijk van websites die geen fysieke adresgegevens bevatten. Van deze sites levert ongeveer de helft vervalste geneesmiddelen. Vaak zijn deze nauwelijks te onderscheiden van echte medicijnen, omdat de doosjes en logo’s bijna identiek zijn aan het origineel. Nepmiddelen vormen een gevaar voor de volksgezondheid. Zo vermeldt het themajournaal de casus van een vrouw die met een psychose op de SEH terecht kwam. Ze bleek 2 kopjes afslankkoffie per dag te drinken en analyse toonde aan dat het vervuilde koffie betrof. Handelen bij verdenking
 Voor zorgverleners is het vaak lastig om het gebruik van vervalste geneesmiddelen te achterhalen. Het advies is om specifiek aan patiënten te vragen of ze medicijnen of kruidenpreparaten hebben besteld via internet. Heeft u een vermoeden van vervalste middelen? Meld dit dan bij Bijwerkingencentrum Lareb. Het Lareb beoordeelt het en deelt de gegevens met de Voedsel- en Warenautoriteit. En geef op het meldformulier aan als je beschikt over een monster van het preparaat. Het RIVM kan het bij verdenking van vervalsing monsters analyseren. Wijs patiënten ook op de website die ingaat op het gevaar van vervalste geneesmiddelen: www.echtofnep.nl Unieke code per 2019
 Nepgeneesmiddelen komen zelden terecht in de reguliere kanalen. Toch geeft het journaal een waarschuwing: ga als apotheker niet in op goedkope aanbiedingen van twijfelachtige bron. Neem bij twijfel contact op met het fabrikant van het geneesmiddel of het klopt. Vanaf 2019 komt er Europees-breed verplicht een unieke code op elke geneesmiddelverpakking en de apotheker moet deze in de Europese database checken. Zo zijn geneesmiddelen altijd traceerbaar als origineel. Onder redactie van Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Veilig voorschrijven: gaat goed, kan beter
Jan23

Veilig voorschrijven: gaat goed, kan beter

Bijna iedereen gebruikt wel eens medicijnen. Vaak gaat dit goed, maar niet altijd. Daarom toetst de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) op veilig voorschrijven. De bevindingen staan in het recent verschenen rapport: “Veilig voorschrijven moet beter. Een gezamenlijke zorgbrede verantwoordelijkheid”. Het rapport gaat in op vier voorwaarden voor veilig voorschrijven, namelijk: 1.    Elektronisch voorschrijven en medicatiebewaking 2.    Medicatieoverdracht 3.    Medicatiebeoordeling 4.    Verantwoordelijkheidsverdeling bij samenwerking in de zorg. De inspectie ziet op alle terreinen echte verbetering, maar aandacht voor medicatieveiligheid blijft noodzakelijk. Het elektronisch voorschrijven noemt IGZ winst,  maar ze waarschuwt dat het ook kan leiden tot nieuwe risico’s als zorgverleners te veel vertrouwen op het systeem. De inspectie zal daar dus op toezien. Verantwoordelijkheidsverdeling
 Zorgverleners besteden veel tijd aan het verzamelen van informatie bij de patiënt en uit overdrachten. Helaas besteden zorgverleners daarna te weinig aandacht aan het zelf overdragen van de eigen medicatie-informatie aan anderen. Dit leidt tot risico’s en is inefficiënt. De rol van de patiënt moet belangrijker worden, stelt de Inspectie. Vooral wanneer kwetsbare ouderen medicatie gebruiken die door verschillende zorgverleners werd voorgeschreven, kunnen risico’s ontstaan. Er zijn onvoldoende dekkende afspraken over wie, waarvoor verantwoordelijk is. IGZ verwacht dat de beroepsgroepen de samenwerking met de patiënt en met elkaar helder zullen vastleggen in (herziene) richtlijnen. Zodat elke Nederlander ook in het veranderend zorglandschap met meer thuiswonende kwetsbare ouderen kan vertrouwen op veilig voorgeschreven medicatie. Reactie Nederlandse Patiëntenfederatie
 Het rapport heeft direct veel stof doen opwaaien. Met o.a. een reactie van de Nederlandse Patiëntenfederatie met de ongenuanceerde kop: “Dokter, apotheker, patiënt en medicijnen: het blijft kwakkelen.” Directeur Diana Veldman vraagt zich in dat bericht af: “Is het teveel gevraagd om even aan de patiënt te vragen wat hij slikt?” Terwijl de praktijk uitwijst dat een groot deel van de patiënten niet exact en correct zijn eigen medicatie kan benoemen. Beleidsreactie Schippers Minister Schippers heeft het rapport naar de Tweede Kamer gestuurd met daarbij haar beleidsreactie. Ze geeft aan dat de herziene richtlijn “Overdracht van medicatiegegevens in de keten” per maart 2017 van kracht is. Deze sluit goed aan op de huidige praktijk, waarin de patiënt centraal staat met verbetering van het verifiëren van informatie bij de patiënt. Ook financiert ze de totstandkoming van de informatiestandaard Medicatieproces. Dit project staat voor verbetering van de digitale registratie en gegevensuitwisseling van medicatiegegevens in de gehele keten van zorgverleners en met de patiënt. Dit gebeurt door standaardisatieafspraken binnen de zorgketen over welke gegevens door wie vastgelegd. Naar verwachting is de informatiestandaard medio 2017 beschikbaar voor brede implementatie. Betrokkenheid apotheker
 Ook stelt Schippers in haar brief dat de apotheker meer moet worden betrokken bij medicatieoverdracht en medicatieverificatie. “De apotheker is bij uitstek...

Lees Verder
Nederland stelt zich kandidaat voor EMA
Jan17

Nederland stelt zich kandidaat voor EMA

Nederland stelt zich kandidaat voor de vestiging van het Europese geneesmiddelenagentschap EMA (European Medicines Agency).  Dat zit nu in Londen, maar door de Brexit moet dit agentschap in een ander EU-land worden gevestigd. Met een eventuele vestiging van EMA in ons land versterkt Nederland haar positie in Europees geneesmiddelenbeleid. De ministers Edith Schippers (VWS) en Bert Koenders (Buitenlandse Zaken) hebben de Tweede Kamer vandaag namens het kabinet over de kandidaatsstelling geïnformeerd. Minister Schippers stelt dat “de EMA een cruciale organisatie is voor de beoordeling en toelating van innovatieve en vaak levensreddende geneesmiddelen. Dat proces mag door Brexit niet verstoord raken. Nederland staat klaar om de EMA en zijn medewerkers soepel een nieuwe en uitstekende locatie te bieden. Dat is natuurlijk allereerst in het belang van miljoenen patiënten in Europa, maar het geeft ook een impuls aan de gezondheidssector in Nederland.” Het kabinet stelt dat Nederland, en dan in de omgeving van Schiphol, bij uitstek geschikt is als nieuwe vestigingsplaats voor de EMA. Dit vanwege de zeer goede internationale bereikbaarheid van ons land, de zeer goede voorzieningen zoals huisvesting, gezondheidszorg, onderwijs en openbaar vervoer voor de medewerkers van EMA en door de algemene beheersing van de Engelse taal. De uiteindelijke beslissing in welk land de EMA wordt gevestigd, is aan de Europese Raad van regeringsleiders. Verantwoordelijkheden EMA
 De EMA is verantwoordelijk voor de beoordeling van de werkzaamheid, kwaliteit en veiligheid van nieuwe geneesmiddelen die op de Europese markt worden toegelaten. Daarnaast ziet EMA toe op de veiligheid van al toegelaten medicijnen en bevordert het onderzoek naar en ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen. Jaarlijks organiseert EMA honderden bijeenkomsten waaraan duizenden experts uit Europa en daarbuiten deelnemen. Bij EMA werken ongeveer 900 hooggekwalificeerde medewerkers uit alle EU-lidstaten. Meeverhuizen Nederland behoort met het CBG (College ter Beoordeling van Geneesmiddelen) tot de belangrijkste leveranciers van expertise binnen het Europese netwerk van geneesmiddelenautoriteiten dat door de EMA wordt gecoördineerd. In Londen zijn op dit moment veel organisaties uit de farmasector gevestigd die voor hun werk veel te maken hebben met de EMA. Waarschijnlijk zal bij een deel van die organisaties belangstelling bestaan om mee te verhuizen naar een nieuwe vestigingsplaats van de EMA. Onder redactie van: Gerda van Beek      ...

Lees Verder
Publiekscampagne botkwaliteit en vitamine D
Jan16

Publiekscampagne botkwaliteit en vitamine D

De KNMP viert dit jaar haar 175e jubileum. Dit heugelijk feit gaat gepaard met de lancering van een landelijke publiekscampagne over sterke botten. Met daarin bijzondere aandacht voor de rol van vitamine D. De campagne positioneert de apotheker als toegankelijke farmaceutisch zorgverlener. Apothekers delen een gratis informatieboekje uit: Het sterkebottenboekje. De campagne benadrukt het belang van vitamine D voor een hoge botkwaliteit en preventie van fracturen. Dat betreft vitamine D in het geneesmiddelenvergoedingssysteem, met name voor risicogroepen. Onlangs is hierover een nieuwe richtlijn geplaatst op de KNMP-Kennisbank: de nieuwe Zelfzorgrichtlijn Vitamine D. Online test
 De KNMP ontwikkelde een ‘sterkebottentest’ die het Nederlandse publiek online kan invullen. Na invulling volgt er een persoonlijk advies over het gebruik van vitamine D-suppletie. Ook verschijnt op de site een code waarmee deelnemers een informatieboekje kunnen ophalen in de apotheek: Het sterkebottenboekje. Dit is geschreven door Paul Poley, onder supervisie van het Geneesmiddel Informatiecentrum van de KNMP. In dit boekje van 64 pagina’s, ter waarde van 7,95 euro, staat praktische informatie hoe te werken aan een goede botkwaliteit, met voldoende vitamine D, calcium en beweging. Start 30 januari
 De sterkebottencampagne  start op 30 januari met het plaatsen van de sterkebottentest op www.apotheek.nl/vitamineD . Bezoekers kunnen  via de test checken of ze een mogelijk risico lopen op een vitamine D-tekort. Bijvoorbeeld omdat iemand niet genoeg buiten komt, een getinte huid heeft, of ouder is dan 70 jaar. Na het invullen van de test volgt een persoonlijk vitamine D-advies en verschijnt een code. Iedereen met de code mag Het sterkebottenboekje ophalen in de apotheek. Posters en informatie
 Alle apotheken ontvangen in week 3 van 2017 30 exemplaren van Het sterkebottenboekje, of meer indien de ketens en formules daartoe hebben verzocht.   Onder redactie van: Gerda van Beek      ...

Lees Verder
Aanbevelingen voor betere zorg in eerste lijn
Jan13

Aanbevelingen voor betere zorg in eerste lijn

VELO zet zich in voor de toekomst van de eerstelijnszorg. Ze heeft alvast een brief opgesteld, bestemd voor de formateur van het na de verkiezingen in maart te vormen kabinet. Daarin staan tien aanbevelingen voor betere zorg in de eerste lijn. VELO is een samenwerkingsverband dat bestaat uit (in alfabetische volgorde): ActiZ, InEen, KNGF, KNMP, KNMT, KNOV, LHV, LVVP en V&VN. Om te komen tot betere zorg in de eerste lijn en versnelling van substitutie moeten bestaande organisatorische en verzekeringstechnische belemmeringen worden weggenomen en samenwerking met de tweede lijn en beroepsgroep-overstijgende samenwerking gefaciliteerd. Het gaat om samenwerken, afstemmen en coördineren – in plaats van hinderen, aldus de organisaties. Alle 10 op een rij
 De tien aanbevelingen die VELO heeft opgesteld, zijn: 
1. Investeer in het absorptievermogen van de eerstelijnszorg: zorg voor goede opleiding en bijscholing en voor voldoende capaciteit (mensen en middelen) om de groeiende zorgvraag op te vangen. 2. Versnel de substitutie van zorg door te investeren in de benodigde infrastructuur in de eerstelijn. 3. Beloon zinnige en zuinige samenwerking en vergoed (multidisciplinaire) overleggen. 
4. Faciliteer de uitwisseling van vertrouwelijke gegevens tussen professionals binnen de bestaande privacywetgeving, toestemmingsvereisten en het beroepsgeheim. 5. Creëer ruimte en maak maatwerk in de zorgcontractering mogelijk voor experimentele vrije prestaties, nieuwe prestatieafspraken met patiëntenorganisaties, bevordering van integrale zorginkoop, etc. 
6. Vergroot maatwerk in de contractering door een sterkere lokale en regionale focus (in plaats van landelijk). 7. Investeer over de volle breedte in afstemming en samenwerking in de zorg en optimaliseer die vanuit het perspectief van professionals. 8. Bevorder betere aansluiting tussen praktijkbehoeften en financiële kaders/financieringssystemen. 9. Zorg ervoor dat besparingen kunnen worden ingezet voor andere substitutie-versnellers; ook door ‘shared savings’ te gebruiken voor innovaties. 10. Stel bruikbare modellen op voor het behoud van ondernemerschap in de eerste lijn. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Elkaar kennen is de basis, samenwerken een voorwaarde
Jan12

Elkaar kennen is de basis, samenwerken een voorwaarde

Janneke Bressers (33) is huisarts in Vinkel. Een kleine, laagdrempelige praktijk in het hart van een dorp waar mensen elkaar kennen. Waar zorg op maat bijna vanzelfsprekend is en waar men van mening is dat niet elke patiënt in een protocol te vangen is. Janneke straalt als je haar vraagt waarom ze haar vak zo boeiend vindt: ”Ik vind het fijn dat ik tússen de mensen sta. In een huisartspraktijk komen patiënten met name omdat ze willen weten hoe ze in het dagelijks leven met hun ziekte moeten omgaan. Ik ben vooral bezig met het leven.” De eerste lijn krijgt een steeds prominentere positie binnen de gezondheidszorg en huisartsen en apothekers moeten intensiever gaan samenwerken om de zorg kwalitatief hoog te houden. Daarom organiseerde de VJA in 2015 in samenwerking met de Landelijke Organisatie van Aspirant Huisartsen (LOVAH) voor het eerst een symposium met het thema: ‘Samen werken of samenwerken, in welk sprookje geloof jij?’ Janneke was een van de organisatoren van dit succesvolle event dat een vervolg krijgt. Janneke: “De laatste anderhalf jaar van mijn studie ben ik actief geweest binnen de LOVAH, onder andere als voorzitter van de werkgroep onderwijs. Voorafgaand aan het symposium kwamen we al brainstormend tot de conclusie dat je het beste zo vroeg mogelijk kunt beginnen met samenwerken; tijdens de opleiding al. Daar moet de basis worden gelegd.” Hoogste tijd om elkaar beter te leren kennen? Janneke: “Zeker! Het symposium werd goed bezocht en iedereen was super enthousiast. Het organiserend team bestond uit zes huisartsen in opleiding en vijf jonge apothekers. Iedereen vond het belangrijk om dichter tot elkaar te komen. Om meer van en over elkaar te horen. Hoe denken apothekers over ons vak en andersom? Wat zijn de vooroordelen? Ik kreeg er veel energie van. Het volgende symposium van de VJA en de LOVAH is op 30 januari 2017 en gaat over therapietrouw: ‘Pil zoekt trouw. Hét recept voor een goed huwelijk.” Welke vooroordelen zijn er over en weer? “Even diep in mijn geheugen graven. Vooroordeel over apothekers was dat ze soms lui gevonden worden en zich in een kantoortje achter de computer verschuilen. Het vooroordeel over huisartsen is dat wij weinig kennis van geneesmiddelen hebben.” Hoe overbrug je vooroordelen? “Door te zoeken naar gemeenschappelijke delers. Wat kun je met elkaar delen zodat je samen de zorg beter en veiliger maakt. Dan gaat het over kennis maar ook over logistiek bijvoorbeeld. In de huisartsenpraktijk waar ik werk, werken we intensief samen met de apotheek. Dat vind ik heel prettig. De apotheker heeft toegang tot het elektronische patiëntendossier zodat hij kan zien welke geneesmiddelen patiënten gebruiken en welke labwaarden ze hebben. Dat...

Lees Verder
KennisCafé in De Balie over drugsgebruik
Jan12

KennisCafé in De Balie over drugsgebruik

Elke derde maandag van de maand vindt in De Balie te Amsterdam het KennisCafé plaats. Dit betreft een coproductie van de Volkskrant, KNAW, NEMO Science Museum en De Balie. Op 16 januari a.s. heeft het KennisCafé als thema: “Verruim je geest”.  Moderator Martijn van Calmthout spreekt dan met wetenschappers over drugs: hoe maak je drugs? Wat doet het? Hoe ver kun je chemische grenzen oprekken met nieuwe drugs? Nieuwe drugs, oude drugs, designerdrugs, drugs uit de natuur, het rijtje is eindeloos. Wie is er heden ten dage niet mee groot geworden? Drugs kunnen je net een klein zetje geven om beter te presteren, of ze bieden een fijne, soms zeer nodige, ontspanning van de dagelijkse beslommeringen. Voor gebruik tijdens een feestje of gewoon thuis. Om een ervaring rijker te zijn of soms om de pijn van het leven te verzachten. In gesprek met onderzoekers
 Hoe werken drugs, wat gebeurt er in de hersenen en in het lichaam? Hoe maak je drugs? Wanneer wordt recreatief gebruik een verslaving? Van Calmthout gaat onder meer in gesprek met  Kim Kuypers, neurofarmacologisch onderzoeker aan de Universiteit Maastricht. Kuypers doet al 13 jaar onderzoek naar MDMA, waarbij zij onder meer de positieve effecten van deze drugs voor het voetlicht brengt. Daarnaast gaat Van Calmthout in gesprek met botanicus  Tinde van Andel,  onderzoeker bij Naturalis Biodiversity Centre in Leiden en hoogleraar in Wageningen en Leiden,  Benjamin Drukarch, experimenteel neurofarmacoloog bij VUmc en  Mikael Kowal,  research coördinator bij  Bedrocan, het enige Europese bedrijf dat cannabis kweekt voor medicinale doeleinden. Reserveren De bijeenkomst vindt plaats op 16 januari van 20.00-22.00 uur in De Balie, Kleine Gartmanplantsoen 10, 1017 RR Amsterdam. Kaarten kunt u telefonisch reserveren via tel. 020 5535100. Gereserveerde kaarten kunnen de hele dag tot 45 minuten voor aanvang worden opgehaald. Daarna worden ze vrijgegeven.  Zie voor meer informatie de website van het KNAW Onder redactie van: Gerda van Beek      ...

Lees Verder
Value Based Health Care, utopie of model voor de toekomst?
Jan09

Value Based Health Care, utopie of model voor de toekomst?

Niet kosten of productie, maar waarden behoren leidend te zijn in de gezondheidszorg. Dat was het thema van de NieuweZorg-bijeenkomst over Value Based Health Care, 24 november 2016 in het VUmc in Amsterdam, De bijeenkomst past in een reeks NieuweZorg-bijeenkomsten op weg naar het Nationale Verkiezingsdebat over de zorg, 21 januari 2017 in Carré in Amsterdam. Een ontdekkingsreis, zo typeert Michele Manto, directeur van Abbvie, medeorganisator van de Nieuwe Zorg-bijeenkomst op 24 november 2016, de zoektocht naar waarden in de gezondheidszorg. Wat zijn die waarden, zijn die voor iedereen wel hetzelfde? En vooral: welke waarden vindt de patiënt belangrijk? Dat is immers degene voor wie de gezondheidszorg is bedoeld. De vraag van Manto komt niet uit de lucht vallen. De betekenis van waarden in de zorg staat hoog op de maatschappelijke én politieke agenda. Value Based Health Care (VBHC), een concept dat de Amerikaanse gezondheidszorgeconoom Michael Porter heeft geïntroduceerd, heeft daaraan bijgedragen. Niet kosten of productie, maar waarden dienen leidend te zijn in de gezondheidszorg, aldus Porter. Een uitspraak die inmiddels door velen is omarmd. Bekijk hier de videoregistratie van Michele Manto, General manager AbbVie B.V. Verdienste Dat geldt ook voor prof. dr. Mark Kramer, internist en lid van de Raad van Bestuur van het VUmc. Verandering is nodig, aldus Kramer. Al was het maar omdat de zorgkosten de Nederlandse samenleving boven het hoofd groeien. ‘De zorg wordt onbetaalbaar. Maar ook de visie op ziekte en gezondheid verandert. Patiënten eisen een grotere rol op in het zorgproces. Ze willen meer regie. Ze willen samen met de dokter kunnen beslissen over hun behandeling.’ De gezondheidszorg, benadrukt Kramer, is in transitie. ‘Ik zie talloze initiatieven gericht op waardegedreven zorg. De verdienste van Michael Porter is echter dat hij uit die vele initiatieven één coherent systeem heeft weten te maken. Dat is Value Based Healthcare. Zorgprofessionals hebben daarmee een gestructureerde methode in handen om de kwaliteit van hun zorgverlening te verbeteren.’ Stapje voor stapje Organiseer de zorg rondom patiëntengroepen, meet en evalueer de uitkomsten van wat je doet, regel passende financiering, zorg ervoor dat succesvolle interventies zich als een olievlek verspreiden, het zijn bouwstenen uit het stappenplan van Porter op weg naar waardegedreven gezondheidszorg. Kramer onderschrijft ze, maar waarschuwt dat VBHC alleen kan slagen langs de weg van geleidelijkheid. ‘Begin klein, werk stapje voor stapje. Die leiden samen tot grote veranderingen. En weet dat het een continu proces is. Als je er eenmaal mee begonnen bent, kun je niet meer terug. Het is een proces van jaren. Waarbij uiteindelijk alle onderdelen van de zorgketen worden beïnvloed.’ De introductie van VBHC lukt alleen als het gedragen wordt door de zorgprofessionals. ‘Het moet op...

Lees Verder
Handreiking meldplicht datalekken in de eerstelijnszorg
Jan09

Handreiking meldplicht datalekken in de eerstelijnszorg

Er is een handreiking verschenen over het omgaan met datalekken, bestemd voor apothekers, huisartsen, huisartsenposten, gezondheidscentra en zorggroepen. De handreiking geeft aan hoe een datalek te melden en beantwoordt veelgestelde vragen. Bijvoorbeeld: wanneer is er sprake van een datalek? Welke acties zijn noodzakelijk bij een datalek? De “Handreiking meldplicht datalekken in de eerstelijnszorg” is ontwikkeld om eerstelijnszorgverleners en –zorgorganisaties, waaronder apothekers, te ondersteunen bij het omgaan met de meldplicht datalekken die op 1 januari 2016 is ingevoerd. De handreiking bestaat uit 3 onderdelen: * Een schema dat antwoord geeft op de belangrijkste vragen over datalekken. * Een toelichting waarin is uitgewerkt: wanneer er sprake is van een datalek / wanneer het datalek moet worden gemeld aan de Autoriteit Persoonsgegevens  / wanneer patiënten moeten worden geïnformeerd. * Een overzicht met maar liefst 23 praktijkvoorbeelden van datalekken. Per voorbeeld is aangegeven of dit een datalek is, of deze moet worden gemeld aan de Autoriteit Persoonsgegevens, of de patiënten daarover moeten worden geïnformeerd en welke maatregelen kunnen worden genomen om het datalek in de toekomst te voorkomen. Digitaal en op papier
 Ter verduidelijking: een ‘datalek’ betreft het lekken van persoonsgegevens van patiënten. Dit kunnen geautomatiseerd verwerkte persoonsgegevens zijn, dus digitale informatie. Echter: ook persoonsgegevens die op papier staan vallen onder de meldplicht datalekken. Handvatten hoe te handelen Het is van belang dat zorgverleners weten hoe te handelen in geval een datalek zich voordoet. Het is een ingewikkeld onderwerp en KNMP, KNMG, LHV, NHG en InEen willen met de handreiking nuttige handvatten bieden om deze het item beter toegankelijk te maken voor zorgprofessionals. De brochure geeft aan hoe een datalek herkenbaar is en waar deze, indien nodig, kan worden gemeld. De organisaties hebben zich bij het opstellen van het document vooral gebaseerd op de Beleidsregels hierover van de Autoriteit Persoonsgegevens. Overigens: de Autoriteit Persoonsgegevens kan bij overtreding van de meldplicht datalekken uit de Wet bescherming persoonsgegevens een boete opleggen van maximaal 820.000 euro. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Pagina 1 van 212