Kinderteksten over medicijngebruik bij kinderen
Mrt31

Kinderteksten over medicijngebruik bij kinderen

Er bestaat weinig begrijpelijke en betrouwbare informatie over medicijngebruik bij kinderen. Daarom is de site Apotheek.nl onlangs uitgebreid met speciale kinderteksten over de 300 meest gebruikte geneesmiddelen bij kinderen. Veel medicijnen voor kinderen worden off-label gebruikt en in die gevallen kunnen ouders en kinderen niet terugvallen op de reguliere bijsluiter, omdat deze geen informatie bevat over off-label-toepassingen. Soms komt het voor dat een kind een medicijn krijgt voorgeschreven van de arts, maar dat er in de bijsluiter helemaal geen informatie staat over het gebruik van dit middel door kinderen. Of dat de informatie in de bijsluiter niet hetzelfde is als wat de arts heeft gezegd. In al deze gevallen bood ook internet geen oplossing: er was tot voor kort geen informatie te vinden over medicijngebruik bij kinderen. De site www.apotheek.nl biedt nu uitkomst. Internet Het NKFK, apotheek.nl (van de KNMP) en patiëntenorganisaties hebben de krachten gebundeld om de website apotheek.nl aan te vullen met heldere en betrouwbare informatie over medicijngebruik bij kinderen. Zodat ouders (en uiteraard ook kinderen zelf) Nederlandstalige informatie over medicijngebruik bij kinderen kunnen vinden op internet. Op de site zijn driehonderd teksten gepubliceerd. Deze gaan over
zelfzorgmiddelen en medicijnen die kinderen het meest gebruiken. In het Kinderformularium
 staan links aangegeven bij de stoffen waarvan een aparte kindertekst op apotheek.nl beschikbaar is. Zo kunnen ook zorgverleners snel zien welke informatie er voor de ouders van een patiënt en voor de jonge patiënt beschikbaar is. Medicijnjournaal Het medicijnjournaal van maart 2017 geeft kort aandacht aan de plaatsing van kinderteksten op Apotheek.nl. Deze informatie wordt vermeld zo’n 6 minuten na aanvang van het journaal. U kunt daarnaar scrollen, maar beter is het gehele journaal te bekijken. Dit biedt namelijk nog veel meer actuele informatie voor apothekers. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Soa-testen uit een automaat
Mrt27

Soa-testen uit een automaat

Hoe vrij er in ons land ook wordt gesproken over seks, op Soa-testen rust nog steeds een taboe. Mensen durven vaak niet naar een huisarts bij een vermoeden van een seksueel overdraagbare aandoening. Een Haagse apotheek heeft daarom een automaat opgehangen waar mensen anoniem een soa-test kunnen kopen. Er zijn tests beschikbaar voor chlamydia, syfilis, gonorroe en HIV. Voor een bedrag van 30 tot 50 euro, afhankelijk van de test, kunnen mensen bij zichzelf materiaal afnemen en dat opsturen naar een laboratorium. In de bijsluiter vindt de koper instructies over de uitvoering van een test. Binnen een paar dagen krijgt men de uitslag. Als blijkt dat de persoon daadwerkelijk een soa heeft, wordt hij/zij alsnog doorverwezen naar een huisarts.  Indien gewenst kan vanuit het laboratorium worden gezorgd voor een recept via een anonieme dokter om de soa te behandelen. De medicatie kan men dan bij apotheek Prins Hendrikplein ophalen, waarbij de rekening dan niet wordt doorgestuurd naar de verzekering. Apotheker Floor van Leersum van de apotheek Prins Hendrikplein in Den Haag heeft het initiatief genomen voor de mogelijkheid van 24-uurs beschikbaarheid van de testen . Samen met het bedrijf Soapoli-online is er gekozen voor de automaat met een screentouch. Het gaat om betrouwbare laboratoriumtesten in een CCKL geaccrediteerd laboratorium. Mensen kunnen dag en nacht terecht voor bij de automaat. Bij het kiezen van een test wordt gevraagd om een pinbetaling, men ontvangt dus geen rekening. Daarbij moet de persoon wel goed afwegen welke test hij nodig heeft. De soa-testwijzer Soapoli-online kan daarbij helpen. Komt men er niet uit, dan kan de persoon ook contact opnemen met medewerkers van Soapoli-online. Onder redactie van: Gerda van Beek      ...

Lees Verder
Indicatiecode op recept volstaat voor de apotheker
Mrt24

Indicatiecode op recept volstaat voor de apotheker

Een indicatiecode op het recept dat is voorgeschreven door de huisarts volstaat voor de apotheker. Dit heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bevestigd, na vragen vanuit de KNMP en ZN. Het gaat hierbij onder meer om verbandmiddelen, Medische Noodzaak, incontinentiematerialen en dieetpreparaten, die zijn voorgeschreven door de huisarts. De KNMP en ZN kwamen in 2016 een verlichting van de administratieve lasten op dit gebied overeen. Vervolgens hebben ze bij de NZa om een formele bevestiging gevraagd. Eerder al  zijn voor de huisartsen formulieren vervangen door indicatiecodes, die aangeven of er sprake is van een vergoeding voor de patiënt. Hiermee is de administratieve samenhang tussen huisarts en apotheker hersteld. De NZa ziet geen noodzaak tot aanvullende informatie naast de codering op het recept om de rechtmatigheid te onderbouwen. De KNMP adviseert haar leden derhalve om door de huisarts voorgeschreven verbandmiddelen, Medische Noodzaak, incontinentiematerialen en dieetpreparaten alleen recepten met indicatiecode ten laste van de zorgverzekering te declareren. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Urine-incontinentie: Gedrags- en levensstijlverandering op plaats 1
Mrt22

Urine-incontinentie: Gedrags- en levensstijlverandering op plaats 1

Urine-incontinentie komt veel voor onder ouderen. Vanwege schaamte wordt dit vaak niet besproken met de huisarts. Terwijl het ophouden van de plas simpel kan worden aangeleerd. Het eigen maken van goede gewoontes is echter niet voor iedereen makkelijk te doen, zo bleek onlangs tijdens de PAOFarmacie-nascholingscursus over urologische problematiek bij ouderen. Afgaande op de vele reclame-uitingen in kranten en op radio en televisie zou je kunnen denken dat het overgrote deel van de Nederlandse bevolking zijn plas niet kan ophouden. Dat is gelukkig niet het geval. Onder ouderen is dat echter wel zo; een groot deel van hen kampt met urine-incontinentie. Uit onderzoek blijkt dat een derde van de zelfstandig wonende ouderen eraan lijdt. Dat percentage loopt op tot ruim vijftig procent van de bewoners in verzorgingshuizen en meer dan driekwart van de bewoners in verpleeghuizen. Anatomie en fysiologische processen verklaren dat oudere vrouwen ongeveer drie keer zo vaak met urine-incontinentie kampen dan oudere mannen. Vanwege de toenemende vergrijzing zal het een steeds groter gezondheidsprobleem worden. De gevolgen zijn verstrekkend voor degenen die eraan lijden; het beïnvloedt de kwaliteit van leven aanzienlijk. Schaamte en bang zijn dat je urine kunt zien of ruiken, maken dat deze mensen gezelschappen mijden en er zelfs depressief van kunnen worden. Toch zoekt slechts de helft van deze groep hulp; de meesten lossen het zelf op met het dragen van speciaal hiervoor bestemd verband, inlegkruisje of maandverband. Misvatting Een gemiste kans, aldus dr. Paul Jansen, klinisch geriater en klinisch farmacoloog aan het UMC en bovendien hoofd managementteam van Ephor, het Expertisecentrum Pharmacotherapie bij Ouderen. Tijdens de PAOFarmacie-nascholingscursus over urologische problematiek bij ouderen vertelde hij onlangs dat er diverse behandelmogelijkheden zijn. Ook voor oudere- en kwetsbaar oudere patiënten. Gedragstherapie en het trainen van bekkenbodemspieren zijn daar voorbeelden van en ook medicatie en chirurgische ingrepen. Een misvatting daarbij is echter, zo stelde Jansen, te denken dat medicatie het meest effectief zijn. Een grootschalig onderzoek naar medicatiestudies dat Ephor onlangs heeft gedaan naar muscarine-antagonisten bij blaasontledingsstoornissen, bevestigt dat de effectiviteit van medicatie in vergelijking met placebo bij ouderen zelfs zeer beperkt is. In de meest gunstige gevallen werd een afname van drie tot vier ‘ongelukjes’ per dag waargenomen en bleven er gemiddeld nog twee tot drie keer niet-gecontroleerde urinelozingen over. Ter vergelijk: behandeling met placebo leverde een winst op van ongeveer de helft minder ongelukjes per dag. De winst van medicatie is dus minimaal en haalt zelden alle klachten weg. Bovendien gaan muscarine-antagonisten gepaard met bijwerkingen: droge mond, obstipatie en urineretentie zijn de meest voorkomende, maar ook verwardheid en vallen kunnen het gevolg zijn van medicatie tegen urine-incontinentie. Niet op het netvlies Hoewel ineffectiviteit van medicatie wel...

Lees Verder
Pil zoekt trouw
Mrt21

Pil zoekt trouw

De eerste lijn krijgt een steeds prominentere positie in de gezondheidszorg. Huisartsen en apothekers moeten intensiever samenwerken om de kwaliteit van de zorg hoog te houden. Deze overtuiging was voor de Vereniging Jonge Apotheker (VJA) en de Landelijke Organisatie van Aspirant Huisartsen (LOVAH) in 2015 reden om gezamenlijk een symposium te organiseren. Een initiatief dat zeker voor herhaling vatbaar was. En dat gebeurde. Op 30 januari jl. was er het tweede gezamenlijke symposium met als titel: Pil zoekt trouw – Hét recept voor een goed huwelijk. Het is duidelijk: therapietrouw is het centrale thema. Maar tegelijk loopt het ‘huwelijk’ van de apothekers en huisartsen als een rode draad door deze bijeenkomst. Een onontkoombare verbintenis: apothekers en huisartsen staan voor dezelfde patiënten. Om deze patiënten goede zorg te kunnen bieden, is inzet op samenwerking absoluut noodzakelijk. Dialoog aangaan Dat was ook de kernboodschap van dagvoorzitter Ruud Coolen van Brakel, directeur Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM). Hij stelt dat in vergelijking met andere landen beide beroepsgroepen goed met elkaar overweg kunnen. “Toch is samenwerking nog steeds niet vanzelfsprekend”, stelt hij vast. “Dat komt onder andere doordat artsen en apothekers fundamenteel anders kijken naar de werkelijkheid. Dat is niet verwonderlijk. Artsen zijn opgeleid om in geval van twijfel te handelen. Apothekers daarentegen zijn opgeleid om in geval van twijfel juist niet te handelen.” Hij benadrukt: “Dat verschil moet je van elkaar weten, sterker nog: je moet het koesteren. Beide beroepsgroepen maken vanuit hun eigen professie deel uit van het systeem van checks and balances. Ze vullen elkaar goed aan en moeten in samenspraak keuzes maken.” Coolen van Brakel is blij met het initiatief van VJA en LOVAH voor een gezamenlijk symposium. “Het IVM heeft vanaf het begin het FTO gestimuleerd, juist vanwege het grote belang dat apothekers en artsen elkaar treffen, kennis delen en afspraken maken. De FTO-groepen functioneren op een behoorlijk niveau. Het is zo zinvol op een bijeenkomst als dit symposium dat jonge professionals de dialoog met elkaar aangaan, elkaar beter leren kennen en van elkaar leren. Zo kom je tot waardering voor elkaars vak en de wens om samen stappen te zetten voor de verbetering van de zorg.” Zijn oproep: “Kijk waar de gezamenlijkheid zit en waar je verbinding kunt maken.” Krachten bundelen Therapietrouw noemt Coolen van Brakel een paraplubegrip. “Tegelijkertijd moet het op individuele basis worden bekeken en aangepast. Dat maakt het ingewikkeld. Er zijn talloze redenen waarom mensen niet therapietrouw zijn: onduidelijke instructies, vergeten, angst voor bijwerkingen, maar ook praktische zaken als gebruikersgemak. Hoe kun je patiënten motiveren, hen de zinvolheid en het nut van de therapie laten inzien? Therapieontrouw is een complex probleem, waarbij sprake is...

Lees Verder
Opzet Platform Inkoopkracht Dure Geneesmiddelen
Mrt21

Opzet Platform Inkoopkracht Dure Geneesmiddelen

Minister Schippers van VWS heeft Chiel Bos aangesteld om het Platform Inkoopkracht Dure Geneesmiddelen op te zetten. Dit platform moet ziekenhuizen en zorgverzekeraars sterker maken in hun onderhandelingen met farmaceuten om de prijzen van dure geneesmiddelen naar beneden te krijgen. Ook medisch specialisten, apothekers en patiënten worden hier nauw bij betrokken. Schippers wil dat patiënten sneller toegang krijgen tot nieuwe, baanbrekende geneesmiddelen. Dit moet echter wel tegen aanvaardbare prijzen. ‘Dat kan alleen als we de discussie openen over zaken die tot nog toe onbespreekbaar waren, zoals de machtspositie van de farmaceutische industrie’, aldus Schippers.  Nieuwe geneesmiddelen volgen elkaar echter zo snel op, dat het kabinet de kern van het probleem wil aanpakken. ‘Het huidige systeem is niet houdbaar en moet veranderen. Niet alleen in het belang van patiënten, artsen en premiebetalers, maar ook in het belang van de industrie zelf. Als wij hun producten niet meer kunnen betalen, houdt het voor hen ook op’, zo staat in de geneesmiddelenvisie van minister Schippers . Daarin worden verschillende acties benoemd. Betaalbaarheid
 Een van de praktische uitwerkingen is de opzet van het Platform Inkoopkracht Dure Geneesmiddelen.  Ziekenhuizen en zorgverzekeraars kopen nu vaak afzonderlijk of in kleine samenwerkingsverbanden geneesmiddelen in. Ook is er op dit moment geen centrale plaats om kennis en kunde hierover te delen. Om de betaalbaarheid en toegankelijkheid van deze geneesmiddelen te waarborgen, moet de inkooppositie van ziekenhuizen en zorgverzekeraars worden versterkt. Daarvoor is betere samenwerking noodzakelijk. Ook meer informatie-uitwisseling rondom dure geneesmiddelen is nodig. Sleutelrol
 Het Platform Inkoopkracht krijgt in dit alles een sleutelrol. Dit platform kan  gezamenlijke inkoop tot stand brengen. Tegelijk kan het bijeenkomsten voor inkopers van dure geneesmiddelen organiseren en middels een website informatie over best practices en nieuwe geneesmiddelen bundelen. Chiel Bos gaat het Platform opzetten en als het er staat, ook leiding aan geven. Hij was onder andere directeur Zorg van Zorgverzekeraars Nederland, voorzitter van het College Perinatale Zorg en voorzitter van de Stuurgroep Aanpak Verspilling Genees- en Hulpmiddelen. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Geneesmiddelenagenda van 43 geneesmiddelenbedrijven
Mrt20

Geneesmiddelenagenda van 43 geneesmiddelenbedrijven

De Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen heeft de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen als kerntaak, met als visie “Behandeling op maat”. Het gaat om zoveel mogelijk maatwerk bij de behandeling van de patiënt, ofwel: het juiste middel voor de juiste patiënt op het juiste moment. De Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen is een brancheorganisatie voor  43  in Nederland actieve geneesmiddelenbedrijven. De Vereniging wil de dialoog aangaan met politiek, zorgverzekeraars, ziekenhuizen, artsen, apothekers en patiëntenorganisaties om gezamenlijk te komen tot structurele en duurzame oplossingen om nieuwe geneesmiddelen snel bij de patiënt te krijgen, tegen aanvaardbare kosten. Ze wil daarom met deze partijen in gesprek om het maximale resultaat te behalen bij vier pijlers: innovatie, betaalbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit. Dit staat in het recent uitgebrachte visiedocument van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen, met als  titel: “Geneesmiddelenagenda 2017-2021, behandeling op maat.” In dat document gaat ze dieper in op de ontwikkelingen ten aanzien van deze vier pijlers. Zorgakkoord
 Het liefst wil de Vereniging een zorgakkoord met de overheid en de betrokken zorgpartijen. “Daarin kunnen we samen afspreken dat patiënten snel toegang krijgen tot waardevolle innovatieve geneesmiddelen”, stelt voorzitter Paul Korte. “Met afspraken hoe we de zorg duurzaam betaalbaar houden en concrete doelen als kostengroei, innovatie en toegankelijkheid van geneesmiddelen.” Personalised medicine
 De geneesmiddelenindustrie is meer dan leverancier van medicijnen: ze is mede-leverancier van zorg, stelt men in het document. Ze kijkt op een aantal facetten wat de huidige praktijk is en wat in de toekomst mogelijk zal zijn. Personalised medicine –zeg maar: behandeling op maat – staat daarbij voorop.  Meer dan 20% van de nieuwe geneesmiddelen betreft reeds precisie medicijnen. Betere voorspelbaarheid van de werking van geneesmiddelen in relatie tot het individu faciliteert meer maatwerk van behandelingen en een doelmatiger inzet van medicijnen. De sector kan dat niet alleen, aldus de Vereniging. Intensievere samenwerking met alle actoren in de zorg is daarom noodzakelijk. Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
We hebben een coalitie!
Mrt17

We hebben een coalitie!

We hebben een coalitie, Niels! Wie had dat nou gedacht. En wat voor eentje. De belangrijkste partijen hebben de handen ineen geslagen. Komt het toch nog goed allemaal. Heb ik iets gemist, Bas? De uitslag van de verkiezingen zijn amper bekend en we hebben al een regering? Ik blijf me verbazen over de politiek in dit land. Nee, Niels. Je hebt het weer eens mis. Ik doel op de coalitie tussen de apothekers, de huisartsen en de patiënten. De KNMP, LHV en seniorenorganisatie KBO-PCOB – gesteund door patiëntenverenigingen- hebben gezamenlijk voorgesteld dat zorgverzekeraars niet langer één maar vijf geneesmiddelen als preferent aanwijzen. Scheelt een boel gedoe. Er werd zelfs een petitie overhandigd aan de vaste Kamercommissie voor VWS. Dat deze drie partijen elkaar hebben gevonden is inderdaad goed nieuws, Bas. Het werd ook wel tijd om dat oude domeindenken in te ruilen voor modern samenwerken. Een breed maatschappelijk draagvlak om de negatieve effecten van het preferentiebeleid tegen te gaan. Zo zetten we de patiënt echt centraal. Samenwerken om de kwaliteit van de farmacotherapie te verhogen. Succes verzekerd zou je denken. Vanuit het perspectief van voorschrijver en apotheker zeker, Niels. De zorgverlener is immers met het huidige preferentiebeleid gedevalueerd tot een uitvoeringsorgaan. Hoe strakker de regels, hoe minder ruimte. En met dit stringente preferentiebeleid van de zorgverzekeraars heeft de zorg die ruimte steeds minder. Ruimte kost geld, Bas. En deze grap gaat geld kosten zo reageren de zorgverzekeraars in een reflex. Want kiezen uit vijf in plaats van kiezen uit één preferent geneesmiddel is nu eenmaal duurder. Het wordt dan ook tijd dat de zorgverzekeraars hun financiële blik wat verruimen. De directe kosten zullen misschien ietsje duurder zijn, maar het voorstel voor een verruiming van het preferentiebeleid levert indirect veel meer geld op: farmacotherapie op maat en hogere therapietrouw. Tel uit je winst zorgverzekeraar! Precies, Niels. Dat is pure gezondheidswinst die zich vertaalt in minder ziekenhuisopnames en lagere maatschappelijke kosten. Maar ook in meer tevreden patiënten en tevreden zorgverleners die zelfstandig en met plezier hun werk als professional kunnen doen. Deze samenwerking tussen voorschrijver, apotheker en patiënt smaakt dan ook naar meer. Dat denk ik ook, Bas. Want de echte winst is te halen als deze coalitie niet handelt vanuit het defensief tégen een maatregel maar gezamenlijk nieuw beleid gaat maken. Beleid dat leidt tot gezondheidswinst én kostenbesparing. Ik zal vast een afspraak maken bij de nieuw minister van VWS, Niels. Bastiaan Witvliet, hoofdredacteur FarmaMagazine Niels van Haarlem, redacteur FarmaMagazine  ...

Lees Verder
Pinnen, ja graag! Ook via de uitgifteautomaat
Mrt16

Pinnen, ja graag! Ook via de uitgifteautomaat

Apothekers met een Pharmaself24-uitgifteautomaat zijn enthousiast over het gemak van de pinmodule. Het levert hen liquiditeitswinst op, verkleint de administratie en het maakt handverkoop mogelijk. Bedrag meteen op de rekening Als er kosten verbonden zijn aan de medicatie die patiënten via de automaat afhalen, dan rekenen ze die direct af met de pin. Het bedrag dat de patiënt moet betalen, kun je via je reguliere AIS-software toevoegen. Nadat de patiënt zijn of haar unieke code heeft ingetoetst, wordt gevraagd om af te rekenen. “Het bedrag staat dus meteen op je rekening en dat is aantrekkelijk voor veel apothekers”, vertelt Roy den Hartog van distributeur Pharma Robots. Apotheker Sicco van Boetzelaer van Apotheek Bergh in ’s Heerenberg noemt een bijkomend voordeel: “Bij een betaling via de Pharmaself24 hoeven we geen facturen te sturen. En ook geen herinneringen. Dat scheelt ons veel administratie.” Pin maakt ook handverkoop mogelijk Apotheker Didem Ozer-Altug van de Apotheek Prinsenland uit Rotterdam werkt al zeven jaar met de automaat. Zij gebruikt de hem ook voor zelfzorggeneesmiddelen. “Sinds de introductie van de automaten – ik heb er twee – gaat een aanzienlijk deel van mijn handverkoop via de automaat. Patiënten vinden het heel handig en mij scheelt het drukte aan de balie.” Roy den Hartog: “We zien dat patiënten de weg naar de handverkoop via de automaat snel ontdekken. De eerste weken nog als uitbreiding op het afhalen van hun reguliere medicatie, maar al snel ook los daarvan.” Zelf testen tijdens KNMP-voorjaarscongres De Pharmaself24 is op 13 april uit te proberen op het KNMP-voorjaarscongres. Roy den Hartog: “We nemen twee modellen mee, beide met pinfunctie. Apothekers kunnen de machines uitgebreid bekijken en testen. We staan direct bij de ingang, stand nummer 9.”  ...

Lees Verder
Off-labelgebruik van geneesmiddelen in de Europese Unie
Mrt16

Off-labelgebruik van geneesmiddelen in de Europese Unie

Offlabelgebruik betekent dat geneesmiddelen op een andere manier gebruikt worden dan waarvoor zij zijn geregistreerd. Offlabelgebruik van geneesmiddelen in de Europese Unie komt veelvuldig voor, zowel in de eerstelijns- als in de tweedelijnszorg. Dit blijkt uit  studie van het Nivel, het RIVM en de EPHA (Europese alliantie voor publieke gezondheidszorg), uitgevoerd op verzoek van de Europese Commissie. Off-labelgebruik komt vaak voor bij kinderen en bij mensen met een zeldzame ziekte, maar bijvoorbeeld ook bij kanker, reuma en in de psychiatrie. Er zijn verschillende redenen voor het off-labelgebruik. Vaak is geen andere behandeling voor de patiënt en is off-labelgebruik van een geneesmiddel de enige optie. Ook tijd en kosten om een nieuwe toepassing van een bestaand geneesmiddel te ontwikkelen, kunnen een rol spelen. Daarnaast wordt soms een geneesmiddel offlabel gebruikt omdat het goedkoper is. Landelijke regelingen Verschillende landen in de Europese Unie hebben regelingen getroffen op het gebied van veilig en verantwoord off-labelgebruik. Frankrijk heeft een systeem waarin producten tijdelijk worden aanbevolen voor gebruik, waarbij monitoring plaatsvindt. In Hongarije moeten artsen voor het off-label voorschrijven toestemming vragen aan een speciale commissie. In Nederland is off-label voorschrijven toegestaan als de toepassing is opgenomen in de standaarden en protocollen van de beroepsgroep. Als deze nog in ontwikkeling zijn, moet de voorschrijver eerst overleggen met een apotheker. Mogelijkheden voor beleid Voor de studie is aan experts gevraagd welke andere mogelijkheden zij zien voor beleid en maatregelen. Daarbij komen tien opties naar voren, waaronder Europese ondersteuning van de lidstaten bij het opstellen van nationale richtlijnen voor off-labelgebruik. Een andere suggestie is het meer stimuleren van farmaceutische bedrijven om producten te registreren voor nieuwe indicaties of doelgroepen. Andere genoemde voorstellen zijn: uitgebreider monitoren van de werkzaamheid plus de bijwerkingen van off-label gebruikte geneesmiddelen en de noodzaak voor goede en toegankelijke informatie voor de patiënt. Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Pagina 1 van 212