Uniforme prescriptieafspraken: in ieders belang
Apr28

Uniforme prescriptieafspraken: in ieders belang

De KNMP, LHV, NHG en FMS bevestigen in een gezamenlijke brief aan VWS dat zij staan voor uniforme prescriptieafspraken. Zij maken zich ongerust over de kwaliteit van zorg nu blijkt dat sommige verzekeraars eigen aflevertermijnen willen hanteren en daarmee de prescriptieafspraken schenden. De prescriptieafspraken zijn eind november 2016 gemaakt tussen patiënten, artsen, apothekers, verpleegkundigen én zorgverzekeraars. Doel van deze breed gemaakte afspraken is de effectiviteit en veiligheid van medicatie te bewaken en medicijnverspilling te voorkomen. De regeling dient er ook voor om de diversiteit aan regels van de verschillende zorgverzekeraars te harmoniseren. Met de afspraken tussen alle partijen ontstaat er voor de patiënt eenduidigheid en is er niet langer meer sprake meer een andere aanpak per zorgverzekeraar. Afspraken Er zijn onder andere de volgende afspraken gemaakt: * –    Apothekers geven patiënten de geneesmiddelen die ze voor het eerst gebruiken voor maximaal 15 dagen mee. Indien de kleinste afleververpakking meer dan 15 dagen geneesmiddelen bevat, mogen apothekers deze verpakking afleveren. * –    Bij chronisch gebruik geldt een afleverperiode van maximaal 3 maanden. * –    Geneesmiddelen van meer dan 1.000 euro per maand kunnen na de eerste uitgifte voor maximaal een maand worden meegegeven tijdens de instelperiode van 6 maanden. * –    Bij intensieve zorg thuis, bijvoorbeeld in de laatste fase van iemands leven, bepaalt de patiënt (of zijn naasten) met de zorgverlener welke geneesmiddelen wel en niet nodig zijn om maatwerk te realiseren. * –    Bij de aflevertermijnen gelden enkele uitzonderingen, zoals anticonceptiva (360 dagen) en hypnotica/anxiolytica en amfetamine-achtige eetlustremmers (30 dagen). Nu blijkt dat sommige zorgverzekeraars toch afwijken van deze afspraken, trekken KNMP, LHV, NHG en FMS bezorgd aan de bel. Afspraak is afspraak, niet waar. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
CBG wijst op risico’s methylfenidaat
Apr26

CBG wijst op risico’s methylfenidaat

Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) is bezorgd over het toenemend gebruik van methylfenidaat door volwassenen. Dit is de werkzame stof in onder meer Ritalin en Concerta. Het CBG heeft het gebruik door volwassenen niet goedgekeurd, vanwege onder meer een verhoogd risico op hart- en vaatziekten en psychische bijwerkingen. Desondanks blijkt dat ruim 57.000 mensen van 25 jaar en ouder dit geneesmiddel gebruiken. Dit is één derde van het totale gebruik van methylfenidaat in Nederland. Op zich niet zo vreemd, want het gebruik van methylfenidaat bij volwassenen met ADHD in lijn is met de richtlijn van de beroepsgroep van psychiaters. Desondanks benadrukt het CBG  nogmaals dat de beperkte werkzaamheid niet opweegt tegen de bijwerkingen. Daarbij verwijst ze naar haar uitgave in 2016: “Samenvatting openbaar beoordelingsrapport”. Lareb bevestigt de zorgen van het CBG. Tegelijk is het College zich er van bewust dat in bepaalde behandelingen van volwassenen met ADHD er weinig alternatieve geneesmiddelen voorhanden zijn.   Ze is hierover in gesprek met behandelaars en patiëntenvertegenwoordigers. Het CBG zet in deze gesprekken in op de bewustwording van de risico’s. Voortzetting medicatiegebruik
 Overigens vindt het CBG wel dat bij jongeren na hun 18e de arts kan bepalen of het gebruik kan worden voortgezet. In sommige individuele gevallen wegen de voordelen van het gebruik dan duidelijk op tegen de nadelen. ADHD komt veel voor bij kinderen en daarvoor bestaan verschillende gedragstherapieën en hulpmiddelen. ADHD bij kinderen wordt dus zeker niet alleen met medicijnen behandeld, maar soms is dat noodzakelijk. Als een patiënt veel baat heeft bij behandeling met medicijnen, kan het gebruik ook na de 18e verjaardag   worden voortgezet. Het CBG raadt echter patiënten, die nooit eerder methylfenidaat hebben gehad, af om op volwassen leeftijd daarmee te beginnen. Onder redactie van: Gerda van...

Lees Verder
Gratis e-learningmodule van het IVM:‘Medicatie en suïcide’
Apr25

Gratis e-learningmodule van het IVM:‘Medicatie en suïcide’

Er zijn geneesmiddelen die suïcidaal gedrag kunnen uitlokken. Zoals er ook geneesmiddelen zijn die vaak worden gebruikt bij pogingen tot suicide. Het is daarom van belang dat zorgverleners suïcidaal gedrag kunnen herkennen, zodat zij hierover met hun patiënten in gesprek kunnen gaan. Een gratis e-learningmodule van het IVM gaat hier dieper op in. Daarnaast kunt u FTO-materialen bestellen over dit belangrijke onderwerp. De e-learningcursus  ‘Medicatie en suïcide’  bespreekt diverse aspecten van geneesmiddelengebruik in relatie tot suïcidaal gedrag. Daarnaast komen enkele psychiatrische aandoeningen aan de orde die gepaard kunnen gaan met suïcidaal gedrag en de medicamenteuze behandeling ervan. Hierbij is er met name aandacht voor depressie. Ten slotte gaat de e-learningcursus ook nog kort in op het praten over suïcidaal gedrag. Het wil apothekers, huisartsen en poh’s ggz handvatten bieden om suïcidaal gedrag te herkennen en hierover te praten met patiënten. In de praktijk blijkt het voor zorgverleners lastig te zijn dit heikele onderwerp op een goede manier aan de orde te stellen bij vermoedens van suïcidaal gedrag. Terwijl een goed gesprek juist een preventief effect kan hebben. Deze e-learningcursus bespreekt de diverse aspecten van geneesmiddelengebruik in relatie tot suïcidaal gedrag met als doel ook op dit gebied de mogelijkheden tot preventie van suïcidaal gedrag te bevorderen. Deze e-learning beoogt daarnaast apothekers, huisartsen en POH’s GGZ handvatten te geven om suïcidaal gedrag te herkennen en hierover te praten met patiënten. FTO-module Deze cursus is ontwikkeld in opdracht van 113Zelfmoordpreventie (www.113.nl). Dat geldt ook voor de FTO-module en presentatie  ‘Geneesmiddelen en suïcide’. Deze gaan over hetzelfde onderwerp en besteden met name aandacht aan de rol van geneesmiddelen bij suïcide. Ook de FTO-module en presentie gaan dieper in op de rol van de huisarts, praktijkondersteuner en apotheker bij het herkennen en monitoren van suïcidaal gedrag. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Verplichte vragenlijst voor handelsvergunninghouders
Apr21

Verplichte vragenlijst voor handelsvergunninghouders

De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft een risicomodel ontwikkeld voor geneesmiddelenbewaking. Dit in het kader van het zogeheten ´risicogestuurd toezicht´. IGZ wil op deze manier alle risico´s bij handelsvergunninghouders beter in kaart brengen. Een van de middelen die IGZ hierbij gebruikt, is een online vragenlijst. In die lijst staan algemene vragen over het bedrijf en specifieke vragen over de farmacovigilantie-activiteiten binnen het bedrijf. Alle handelsvergunninghouders zijn verplicht om deze vragenlijst in te vullen. In mei 2017 krijgen alle handelsvergunninghouders krijgen een brief van IGZ met daarin de inloggegevens t.b.v. toegang tot de vragenlijst. Deze actie wordt vervolgens iedere 3 jaar herhaald. De informatie die daaruit komt, gebruikt de IGZ om de risico’s van een handelsvergunninghouder ten opzichte van andere vergunninghouders vast te stellen. Per handelsvergunningshouder wordt een risicoscore bepaald. Deze score geeft aan in welke risicogroep een bepaalde handelsvergunninghouder wordt geplaatst. Reactie binnen 6 weken
 De vergunninghouders moeten elke drie jaar een dergelijke vragenlijst invullen. De vragenlijst dient binnen 6 weken na ontvangst van de brieft met de inloggegevens ingevuld te worden. Het niet of niet volledig invullen van de vragenlijst leidt ertoe dat IGZ deze handelsvergunninghouder een maximale risicoscore toewijst. Ook een bedrijf geen kantoor heeft in Nederland, maar wel één of meerdere handelsvergunningen heeft voor producten op de Nederlandse markt, dan is deze wel verplicht de vragenlijst in te vullen. Dat geldt ook als een bedrijf op dit moment geen geneesmiddelen op de Nederlandse markt heeft, maar nog wel één of meerdere handelsvergunningen. Omschrijving handelsvergunninghouder
 Voor alle duidelijkheid. Een Nederlandse handelsvergunninghouder is een organisatie die een vergunning heeft om een geneesmiddel op de Nederlandse markt in de handel te brengen. Het land waarin de organisatie is gevestigd, bepaalt dus niet of het een Nederlandse handelsvergunninghouder betreft. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Gevaren van oxycodon worden onderschat
Apr18

Gevaren van oxycodon worden onderschat

Het aantal gebruikers van het zware pijnstiller oxycodon is in 2016 toegenomen van 355.000 tot ruim 440.000. Daarmee staat oxycodon stevig aan top bij de sterkwerkende opioïden. Hoogleraar pijnbestrijding Albert Dahan van het Leidse LUMC waarschuwt voor de gevaren van het verkeerd gebruik van oxycodon. Het middel innemen in combinatie met alcohol of slaapmiddelen kan leiden tot ademhalingsproblemen. Steeds meer mensen gebruiken de zware pijnstiller oxycodon, zo blijkt uit  cijfers  van de Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK). Het middel wordt veelvuldig voorgeschreven, bijvoorbeeld na operaties en in de palliatieve zorg. Het gebruik van dit middel is sinds 2008 meer dan verviervoudigd. De toename was overigens nog nooit zo sterk als afgelopen jaar. Er worden in het algemeen meer medicatie gebruikt, die pijnprikkels in het centrale zenuwstelsel onderdrukken. blijkt uit het overzicht van SFK. Dat heeft er mogelijk mee te maken dat mensen na een operatie eerder dan in het verleden naar huis worden gestuurd, terwijl ze vaak nog veel pijn hebben. Dat kan ook de toename verklaren van middelen als morfine en fentanyl, hoewel de groei daarvan aanzienlijk minder is dan bij oxycodon. Bij buprenorfine is er zelfs sprake van minder gebruik in 2016 ten opzicht van 2015. Ademhalingsproblemen
 Vooral voor ouderen kan gebruik van oxycodon riskant zijn. En juist die groep gebruikt het vaakst dit soort middelen. Hoogleraar Dahan denkt dat huisartsen te gemakkelijk herhaalrecepten uitschrijven voor het middel. “Er is een groep die dit middel onnodig neemt”, is zijn overtuiging. “Ik zou zeggen: neem na drie maanden een time-out, kijk of het ook beter gaat zonder deze medicijnen”, zegt hij in een interview in  Trouw. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Column: De Gordiaanse knoop  van de zorg
Apr18

Column: De Gordiaanse knoop van de zorg

Wanneer je op een doortastende wijze een beslissing neemt in een lastige situatie kan het zo zijn dat je ‘de knoop‘ hebt doorgehakt. Vooral managers laten zich daar graag op voorstaan. Leiders niet, die hakken niet alleen knopen door maar geven vooral richting aan maatschappelijke verwachtingen, nieuwe samenwerkings- en verdienmodellen. De zorg is bijzonder. Managers hebben, gelijk aan de kneuzenkermis op datingsites, niet alleen hun ‘rugzakje’ maar sleuren een heel sleepnet van interpersoonlijk gelazer achter zich aan. Zo richten ze een chaos op de bodem van veel organisaties aan. Ze trekken onophoudelijk aan hun eigen gelijk van de Gordiaanse knoop. Niet het zorgstelsel, de politiek of de zorgverzekeraars zijn de Gordiaanse knoop, maar vooral het gejank van gebrek aan leiderschap bij managers in de zorg. Nog even en we geven 100 miljard uit aan de zorg. Eveline Scheres van het KWF en Peter Kapitein van Inspire to live waren tijdens de Expertmeeting Ziekenhuisfarmacie loepzuiver in hun mening. Stop met jij- bakken. Kijk naar je eigen rol in de Gordiaanse knoop. Net als bovengenoemde personen heb ik veel vertrouwen in alle goede bedoelingen van individuele mensen. Echter, afhankelijk of meer mannetjes of vrouwtjes de instituties managen komen we al snel in een hanengevecht of een kippenhok. Juist dat creëert een cultuur waarbij vooral anderen moeten leveren. Ik verlang naar een omslag waarbij selectieve verontwaardiging over de marktwerking gepaard gaat met zelfreflectie. Reflectie en verantwoordelijkheid voor de uitdagingen waar de zorg voor staat. Die uitdagingen zijn toegang, solidariteit en betaalbaarheid in stand houden. Ik ben voor Jesse Klaver. Waarom? Omdat hij zegt dat er geen geld bij hoeft in de zorg. Het eindeloos opplussen van het zorgbudget is gebrek aan leiderschap en visie. Niet maximaal maar optimaal behandelen. Het appelleert aan intrinsieke professionaliteit en betrokkenheid. Stoppen met al dat  gejank,  toon leiderschap zonder te jij-bakken: doorknippen die  Gordiaanse knoop. Henk Pastoors is directeur van TopSupport Strategie en Informatie. Hij levert als adviseur maatwerk in analyse en strategie in de farmacie en zorg.  ...

Lees Verder
Internationale zelfzorgspecialist Ian Banks: “Neem zelfzorg serieus!”
Apr18

Internationale zelfzorgspecialist Ian Banks: “Neem zelfzorg serieus!”

In plaats van een recept uitschrijven of een zelfzorgproduct te verkopen moeten huisartsen en apothekers in gesprek gaan met de patiënt. Meer aandacht voor gezondheid is goed voor de burger, de maatschappij en de zorgprofessional, zo stelt Ians Banks, de Britse specialist in zelfzorg. “Burgers hebben het vermogen om voor zichzelf te zorgen verloren.” Zijn boodschap komt precies op tijd voor de informateur van het nieuwe kabinet. Met meer aandacht voor zelfzorg is immers veel gezondheidswinst te behalen. Door nu eens serieus aandacht te besteden aan de oorzaak, het voorkomen en het genezen van bijvoorbeeld verkoudheid, hoestklachten of milde allergieën zoals hooikoorts leren burgers om meer de regie te nemen over de eigen gezondheid, stelt Ian Banks, voormalig huisarts en specialist spoedeisende hulp. En bekend als schrijver van diverse boeken over gezondheid. In Groot-Brittannië is Banks dé specialist in zelfzorg. In zijn ogen gaat zelfzorg niet alleen om het handelen bij kleine of grote aandoeningen, het gaat vooral om een gezonde manier van leven en op het juiste moment aan de bel trekken als er echt iets aan de hand is. Verdwaald in de zorg Dat laatste zijn we een beetje vergeten, zo zag Banks in zijn praktijk op de spoedeisende hulp. “Veel mensen die naar de spoedeisende hulp komen, waren verdwaald in de zorg, wisten niet bij welke zorgprofessionals ze moesten aankloppen. Maar bovenal zag ik dat burgers het vermogen zijn verloren om voor de eigen gezondheid te zorgen. Dat is de schuld van de maatschappij en de medische professionals. Wij, de professionals in de zorg, hebben mensen geleerd dat alleen slimme specialisten als artsen in staat zijn om gewone burgers te helpen op het gebied van gezondheid. Dokters hebben mensen gestolen van hun vermogen om voor zichzelf te zorgen. De gewone man zou immers te dom zijn om zelfregie te nemen. Het wordt tijd dat we dat idee gaan kantelen en mensen weer de regie over gezondheid teruggeven.” Volgens Banks gaan vrouwen anders om met gezondheid dan mannen. “De vrouw is vanuit historisch perspectief bekeken toch de bewaker van de gezondheid van de familie. Vroeger waren de gezinnen groter, was de familieband sterker en konden we een beroep doen op elkaar als het nodig was. Even aan de buren vragen wat de beste remedie is bij verkoudheid of bij een vlekje op de arm. Tegenwoordig leven we veel meer geïsoleerd, in kleinere gezinnen en zijn we niet zo geneigd om een hulpvraag aan bijvoorbeeld die buurman te stellen. De vrouw voelt zich nog steeds verantwoordelijk voor het welbevinden van de kinderen en delen met vriendinnen hun ervaringen met de gezondheidszorg. Vrouwen gaan dan ook eerder naar de...

Lees Verder
Medicatie bij astma en COPD
Apr13

Medicatie bij astma en COPD

Combinatiepreparaten van inhalatiecorticosteroïden en luchtwegverwijders zijn populair bij astma en COPD. Huisartsen schrijven deze combinatie voor aan bijna 40% van volwassen met astma of COPD. Bij kinderen leven de huisartsen de NHG-Standaard Astma bij kinderen en het daarin genoemde stappenplan goed na. Bij volwassenen wordt bij 8% van de nieuw gediagnosticeerde volwassen patiënten als eerste stap na het stellen van de diagnose de combinatie voorgeschreven, zelfs nog voor kortwerkende luchtwegverwijders. Dit, terwijl de richtlijnen juist een stapsgewijze benadering adviseren. Huisartsen geven de ernst van de klachten van de patiënt als reden om direct beide geneesmiddelgroepen in te zetten. Van de patiënten met COPD gebruikt bijna de helft een inhalatiecorticosteroïd. Deze middelen kunnen het aantal astma-aanvallen (exacerbaties) verminderen, maar ze hebben het nadeel dat ze de kans op longontsteking vergroten. Daarom hebben ze maar een beperkte plaats in de richtlijnen voor de behandeling van COPD. Lage therapietrouw
 Het onderzoek inventariseerde daarnaast problemen bij het gebruik van inhalatoren en de therapietrouw bij deze middelen. Veel gebruikers van geneesmiddelen voor astma of COPD staken het gebruik van deze middelen. Maar liefst 28% in het eerste jaar en nog eens 39% daarna. Patiënten met astma zijn daarbij vaker therapieontrouw dan patiënten met COPD. Meer onderzoek naar verschillen tussen geneesmiddelen en geneesmiddelgroepen, maar ook naar de redenen van therapieontrouw kan leiden tot een betere behandeling, stellen de onderzoekers.
Huisartsen  praktijkondersteuners komen regelmatig onjuist gebruik van inhalatoren tegen bij hun patiënten. Omzettingen van inhalatoren in de apotheek, bijvoorbeeld vanwege het beleid van zorgverzekeraars, kan eveneens leiden tot problemen. Onderzoek
 Het onderzoek vergelijkt het voorschrijfgedrag van de huisarts bij beide aandoeningen met de aanbevelingen uit de NHGStandaarden. Het IVM en het NIVEL hebben het onderzoek gedaan in opdracht van Zorginstituut. Het onderzoek is gebaseerd op voorschrijfgegevens van huisartsen die deelnemen aan  NIVEL Zorgregistraties eerste lijn. Daarnaast zijn huisartsen, praktijkondersteuners en praktijkverpleegkundigen uit 14 huisartspraktijken geïnterviewd   en deden de onderzoekers dossier- en literatuuronderzoek. De uitkomsten van het onderzoek staan kunt u lezen in de Nivel-publicatie ‘Medicatie bij Astma en COPD: voorschrijven en gebruik in de eerste lijn’. U kunt deze publicatie hier downloaden. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Rapport KNMP Farmanco Geneesmiddeltekorten
Apr11

Rapport KNMP Farmanco Geneesmiddeltekorten

SFK heeft het rapport KNMP Farmanco Geneesmiddeltekorten gemaakt. Daarin kunnen aangesloten apothekers patiëntenlijsten opvragen bij geneesmiddeltekorten. Eind maart heeft de KNMP een nieuwe website gepresenteerd waarop apothekers overzichtelijker kunnen zien bij welke geneesmiddelen sprake is van een tekort. De KNMP bracht vanuit de Farmanco-website een link aan naar SFK Select. Daarin kunnen apothekers van het betreffende tekort direct zien hoeveel patiënten de afgelopen 60 dagen gebruik maakten van de geraakte middelen, en bij welke verzekeraar de apotheker de verstrekkingen declareerde. Ook is direct duidelijk over er eventueel sprake is van preferentiebeleid. Er is een impact per tekort en een totaaloverzicht van de impact van alle huidige tekorten. Het is mogelijk door te klikken naar een patiëntenlijst om te zien wíe de afgelopen 60 dagen gebruik maakten van een middel waarbij nu sprake is van een tekort. De Farmanco-overzichten zijn alleen beschikbaar voor SFK-deelnemers met een combi-abonnement of een los abonnement op SFK Hier kunt deelnemers en abonnementhouders inloggen om het rapport Farmanco Geneesmiddelentekorten in te zien. Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Website Farmacotherapeutisch Kompas vernieuwd
Apr11

Website Farmacotherapeutisch Kompas vernieuwd

Zorginstituut Nederland heeft de website van het Farmacotherapeutisch Kompas vernieuwd. De geneesmiddeleninformatie is geactualiseerd en is sneller en makkelijker te vinden. Daarmee ondersteunt de nieuwe website het voorschrijven van geneesmiddelen nog beter.  Het Farmaceutisch Kompas (FK) is een begrip in de wereld van geneesmiddelen. Het biedt al vanaf 1982 onafhankelijke informatie over geneesmiddelen en de behandeling met geneesmiddelen. Het FK ondersteunt(aspirant-)artsen en verpleegkundigen bij gepast voorschrijven van geneesmiddelen. Vanaf 2004 is het FK ook digitaal beschikbaar: eerst als website www.farmacotherapeutischkompas.nl en sinds enkele jaren ook als app voor smartphones en tablets. Zorginstituut Nederland verbetert de website en de app continu. De vernieuwde website is daarvan een voorbeeld. Inhoud en vormgeving De vernieuwde FK-website is aangepast aan de eisen en wensen van deze voorschrijvers. De inleidingen over farmacotherapie op basis van de gangbare richtlijnen zijn geactualiseerd. Tevens zijn er op de vernieuwde site overzichten van geneesmiddelgroepen beschikbaar. Ook de vormgeving van de site is aangepast, met een logische, overzichtelijke presentatie van de informatie, waardoor de voorschrijver sneller het juiste geneesmiddel vinden. Het blijft mogelijk om alleen op een geneesmiddel te zoeken, maar het is nu ook mogelijk te zoeken op een geneesmiddelgroep of een vaak voorkomende indicatie (aandoening). Daarnaast kan de websitebezoeker eenvoudig schakelen tussen de teksten over geneesmiddelen, geneesmiddelgroepen en indicaties. Verder   kunnen nu twee of meer geneesmiddelteksten (of groepsteksten of indicatieteksten) naar keuze met elkaar worden vergeleken, bijvoorbeeld op bijwerkingen. Website medicijnkosten
 Overigens heeft het Zorginstituut Nederland ook de website Medicijnkosten vernieuwd. De mogelijkheden om te zoeken en daarin selecties aan te brengen zijn verruimd. Daardoor krijgt de bezoeker sneller de gewenste overzichten en informatie. Op deze website kunnen patiënten zien of een middel in het GVS is opgenomen, of er eventueel voorwaarden gelden, of de patiënt zelf moet bijbetalen en in dat geval: of er een vervangend geneesmiddel is dat wel geheel wordt vergoed. Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Pagina 1 van 212