Forse toename pakketgeneesmiddelen tegen zelfde kosten
Jun30

Forse toename pakketgeneesmiddelen tegen zelfde kosten

In tien jaar tijd –van 2006 tot 2016 –  is het gebruik van geneesmiddelen fors toegenomen. De openbare apotheken verstrekten in 2016 38% meer pakketgeneesmiddelen. Per hoofd van de bevolking is de stijging in die tien jaar 33%. De uitgaven daarentegen zijn vrijwel gelijk gebleven. Dat meldt de SFK (Stichting Farmaceutische Kengetallen).  Openbare apotheken verstrekten vorig jaar 8,6 miljard DDD’s (standaarddagdosering) aan pakketgeneesmiddelen, 38% meer dan in 2006. Echter: in beide jaren bedroegen de bijbehorende uitgaven ongeveer € 4,4 miljard. Het aantal 65-plussers nam in deze periode toe met driekwart miljoen tot 3,1 miljoen: ofwel 19% van de bevolking. In 2006 was dat nog 14%. Dat verklaart een groot deel van de toename van het geneesmiddelengebruik, naast de totale groei van de bevolking. Want een 65-plusser gebruikt gemiddeld  4,3 verschillende geneesmiddelen in een jaar. Dat komt neer op 1573 DDD tegen 548 DDD’s voor een gemiddelde Nederlander. De gemiddelde geneesmiddelenuitgave voor pakketgeneesmiddelen via de openbare apotheek bedroegen zowel in 2006 als in 2016 ongeveer € 4,3 miljard, terwijl het gebruik in dezelfde periode steeg met zo’n 2,4 miljard DDD’s. Dat komt uiteraard door het preferentiebeleid, de wet geneesmiddelenprijzen, maar ook de overheveling van dure en oncolytische geneesmiddelen naar het budget van het ziekenhuis. De gemiddelde uitgaven per inwoner is nu € 275 per persoon per jaar. Voor 65-plussers is dat overigens € 676 per jaar.   Tabel: Gebruik pakketgeneesmiddelen en bijbehorende uitgaven per inwoner per jaar (2006-2016) GEBRUIK IN DDD’S PER INWONER PER JAAR                                       2006                  2016                  verschil < 65 jaar                  260                       320                     +23% ≥ 65 jaar                  1325                      1573                   +19% Alle inwoners          412                       548                     +33%   UITGAVEN IN € AAN PAKKETGENEESMIDDELEN PER INWONER PER JAAR                                   2006                  2016                  verschil < 65 jaar                   198                        186                      -6% ≥ 65 jaar                   805                       676                      -16% Alle inwoners          284                        275                      -3% Per persoon was het gebruik van pakketgeneesmiddelen in 2016 gemiddeld 33% hoger dan in 2006, met 3% minder uitgaven   Bron: Stichting Farmaceutische Kengetallen  ...

Lees Verder
Helft Nederlanders geen weet van e-healthtoepassingen huisartsen
Jun30

Helft Nederlanders geen weet van e-healthtoepassingen huisartsen

Meer dan de helft (55%) van de Nederlanders heeft geen idee wat de online mogelijkheden bij zijn of haar huisarts zijn. In het noorden is dat zelfs 63%. Het aantal Nederlanders dat gebruikmaakt van de online diensten van de zorgverlener is dan ook laag; 7% heeft weleens online een afspraak ingepland en 3% heeft weleens gebruikgemaakt van een e-consult. Dat blijkt uit onderzoek van PharmaPartners, onder ruim 1.000 Nederlanders. Het aantal gebruikers van e-healthtoepassingen is laag, hoewel uit onderzoek blijkt dat patiënten hier wél behoefte aan hebben. 43% staat positief tegenover het online inplannen van een afspraak, maar geeft aan dat dit niet mogelijk is bij hun praktijk of onduidelijk is of dit kan. Vooral 25- tot 34-jarigen zien het maken van een online afspraak zitten: 52% staat hiervoor open. Dorinda van Oosten, Managing Director Huisartsenzorg bij PharmaPartners: ‘De werkdruk van huisartsen is enorm hoog. Door gebruik te maken van e-healthtoepassingen kunnen huisartsen en andere zorgprofessionals in de huisartsenpraktijk hun tijd efficiënter indelen. Als een patiënt onlangs op consult is geweest met een bepaalde klacht en hij heeft daar opnieuw een vraag over, dan kan hij zijn vraag ook online indienen door middel van een e-consult. Dit kan de patiënt een hoop tijd schelen.’ Huisartsen: communiceer over de online mogelijkheden
 Van de patiënten die bekend zijn met de online mogelijkheden bij hun praktijk is 1 op de 5 hierop gewezen door de huisarts of assistent, 19% heeft erover gelezen op de website en slechts 7% is geïnformeerd via een e-mail. ‘Uit het onderzoek blijkt dat er bij weinig praktijken actief wordt gecommuniceerd over de online mogelijkheden. Hierin kan de assistent een belangrijke rol spelen. De assistent kan patiënten er bij het inplannen van een afspraak op wijzen dat dit ook via de website kan. Daarnaast kunnen huisartsen bijvoorbeeld eens in de zoveel tijd een nieuwsbrief naar hun patiënten sturen waarin de online mogelijkheden en voordelen worden toegelicht,’ aldus van Oosten. Online mogelijkheden apotheek onvoldoende bekend
 Ook is aan de respondenten van dit onderzoek gevraagd hoe zij denken over de online mogelijkheden van de apotheek. 40% heeft geen idee welke e-healthoplossingen zijn of haar apotheek biedt. Van de 25- tot 34-jarigen weet zelfs meer dan de helft niet dat zij online medicatie kunnen bestellen of via een e-consult vragen kunnen stellen aan de apotheker. Het is dan ook geen verrassing dat slechts 5% gebruik heeft gemaakt van een e-consult bij de apotheek en 17% online medicatie heeft besteld. Op dit moment maken vooral 55+’ers al gebruik van de e-healthtoepassingen van de apotheek; zo bestelt een kwart van hen de medicijnen online. Dit in tegenstelling tot de 25- tot 34-jarigen; slechts...

Lees Verder
Machtspositie verzekeraar bij geneesmiddeleninkoop
Jun28

Machtspositie verzekeraar bij geneesmiddeleninkoop

In de basisverzekering maken verzekeraars afspraken met aanbieders over de te leveren zorg. Daarbij hebben verzekeraars bij de farmacie prikkels geïntroduceerd, gericht op kostenreductie. Met als gevolg dat de zorgverzekeraar via beleidsmaatregelen indirect invloed uitoefent op het voorschrijfgedrag van medische behandelaars. Dat blijkt uit een onderzoek naar de factoren die van invloed zijn op het voorschrijfbeleid van artsen en het afleverbeleid van apothekers, gedaan door  onderzoeksbureau IQ Healthcare, verbonden aan het Radboudumc in Nijmegen. De studie is uitgevoerd in opdracht van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen Nederland. Vakinhoudelijk
 Het onderzoek is gebaseerd op literatuuronderzoek en interviews met artsen en apothekers. Daaruit blijkt dat vakinhoudelijke overwegingen en gebruiksvriendelijkheid op individueel patiëntniveau de belangrijkste factoren zijn bij het voorschrijven en afleveren van geneesmiddelen. In de extramurale zorg ervaren de ondervraagde huisartsen en apothekers weinig directe invloed van de zorgverzekeraar op het voorschrijf- en afleverbeleid in de spreekkamer. Machtspositie
 IQ Healthcare constateert tegelijk dat de verzekeraar een relatief sterke machtspositie heeft bij de inkoop van geneesmiddelen. De verzekeraar koopt voornamelijk in op basis van kostenafwegingen. De indicatoren voor kwaliteit zijn beperkt van invloed op het contracteergedrag. Er zijn signalen dat de toegenomen financiële druk op de inkoop van geneesmiddelen ten koste kan gaan van de kwaliteit van zorg. Beperkte speelruimte De speelruimte van huisarts en apotheker is beperkt door beleidsmaatregelen van de zorgverzekeraar, met het preferentiebeleid, laagste prijsgarantie en IDEA/pakjesmodel als belangrijkste voorbeelden. In de intramurale zorg zijn genoemd als beperkende factoren: de krappe groei van de geneesmiddelenruimtes binnen de ziekenhuisbudgetten en de stevige druk van de verzekeraar om over te stappen naar biosimilars. Apothekers
 Apothekers ondervinden invloed van de zorgverzekeraar vanwege het preferentiebeleid. Een patiënt moet (meer) bijbetalen voor een bepaald geneesmiddel als de apotheker dat verkiest boven een goedkoper alternatief. Ook zien apothekers de administratieve lastendruk toenemen als gevolg van de gedetailleerde controle door zorgverzekeraars. Gesprek
 De Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen Nederland wil op basis van deze uitkomsten in gesprek met zorgverzekeraars en andere partijen in de zorg. De professionele autonomie van artsen en apothekers moet behouden blijven. Natuurlijk mag van behandelaars wel kostenbewustzijn worden gevraagd, maar uiteindelijk moeten de effectiviteit en veiligheid van een geneesmiddel doorslaggevend zijn. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Personalised medicine, niet eenvoudig
Jun26

Personalised medicine, niet eenvoudig

Met personalised medicine worden patiënten behandeld op basis van hun unieke kenmerken, zoals erfelijke eigenschappen. Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat het nog lastig is om de kennis te vertalen naar gebruik in de praktijk.  De definitie van‘personalised medicine’ is: ‘een medisch model waarbij gebruik gemaakt wordt van individuele fenotypische en genotypische kenmerken om een afgestemde therapeutische strategie voor de juiste persoon op het juiste moment te kiezen en/of om het risico op ziekte vast te stellen en/of om tijdige en gerichte preventie te bieden’. Therapie op maat
 De personalised medicine ofwel ‘therapie op maat’ is sterk in opkomst in de medische wereld. Het wordt namelijk steeds duidelijker dat veel factoren samen bepalen of iemand al of niet goed reageert op een medicijn. Sommige mensen hebben door hun erfelijke eigenschappen een grotere kans op ernstige bijwerkingen van bepaalde medicijnen. Anderen zijn veel gevoeliger voor een medicijn en hebben daardoor een andere dosis nodig. Ingewikkeld Dat klinkt goed, maar inzet op maat is bijzonder ingewikkeld. Zo is het een uitdaging om op basis van individuele kenmerken te kunnen bepalen welke medicijnen goed zijn voor een patiënt. Ook moet eerst gefundeerd worden aangetoond dat ‘therapie op maat’ nuttig is. Ook moeten artsen daarvan worden overtuigd. Verder is het vaak nog onduidelijk of het testen op een erfelijke eigenschap ook echt de behandeling verbetert. Deze hiaten belemmeren toepassing in de medische praktijk, terwijl juist ervaringen uit deze praktijk nieuwe inzichten opleveren om het gebruik van medicijnen te verbeteren. Onderzoek RIVM
 Het RIVM heeft een onderzoek uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS. De uitkomsten staan in het rapport Personalised medicine: Implementatie in de praktijk en data-structuren. Met de resultaten wil het ministerie bepalen of, en zo ja op welke punten, er aandacht vanuit VWS nodig is om het gebruik van personalised medicine in de praktijk te bevorderen. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Medicijnafval in kwart van gemeenten voor rekening apotheker
Jun22

Medicijnafval in kwart van gemeenten voor rekening apotheker

In een kwart van de Nederlandse gemeenten moeten apotheken nog steeds betalen voor het vrijwillig inzamelen van medicijnafval van patiënten. De kosten kunnen op jaarbasis kunnen oplopen tot € 7500,- per apotheek. Het goede nieuws: veel gemeenten en apotheken zijn afgelopen jaar tot afspraken gekomen. Dit blijkt uit een vervolgonderzoek van de KNMP naar inzameling van medicijnafval, gehouden in juni 2017. Minister Schultz wil echter niet dat apotheken nog betalen voor de afvoer van medicijnafval. Zij wil dit probleem “tot de laatste gemeente van Nederland opgelost krijgen”,  zo ze dat stellig verwoordde in de Tweede Kamer, in antwoord op vragen van D66 en de ChristenUnie. De minister waardeert het dat er steeds meer wordt samengewerkt tussen apotheken en gemeenten. Veel gemeenten hebben zich de kritiek van het ministerie aangetrokken dat doorbelasting van kosten aan de apotheek in dit geval op “een misverstand” berustte. Lokaal zijn tientallen apothekers hierover succesvol met hun gemeente in gesprek gegaan. Dat heeft geleid tot een forse afname van gemeenten die de apothekers laten betalen voor de afvoer van consumentenafval. Vorig jaar betaalde in 45% van de gemeenten de apotheek voor de verwerking en vervoer van medicijnafval. Nu is het nog in 25% van de gemeenten en dat getal moet echt terug naar nul. De kosten kunnen oplopen tot duizenden euro’s per apotheek per jaar, omdat het consumentenafval juridisch converteert naar bedrijfsafval zodra patiënten het inleveren bij de apotheek. De minister vindt het belangrijk dat patiënten bij hun apotheek op een laagdrempelige manier oude medicijnen blijven inleveren. Dit voorkomt dat geneesmiddelen in het oppervlaktewater terechtkomen. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Uniforme codering medische hulpmiddelen
Jun21

Uniforme codering medische hulpmiddelen

Verschillende partijen in de zorg hebben afspraken gemaakt om te komen tot eenduidige codering van medische hulpmiddelen. Met de elektronische codering is altijd duidelijk bij welke patiënt welk medisch hulpmiddel is gebruikt. Dat is belangrijk, omdat daarmee de patiëntveiligheid verbetert. De afspraken zijn tot stand gekomen op verzoek en onder regie van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Minister Schippers is blij dat er nu goede afspraken zijn gemaakt. “Dat is goed voor de patiënt en veiligheid in de zorg in Nederland”, is haar overtuiging. Nu komt het nog voor dat er meer dan één codering op een medisch hulpmiddel staat. Daardoor is het vaak niet duidelijk welke code moet worden gescand. Dat behoort straks tot het verleden. De nieuwe afspraken sluiten aan op de registratie in het Landelijk Implantaten Register. Nederland loopt daarmee vooruit op de nieuwe Europese regels voor medische hulpmiddelen. Van productie tot patiënt
 De afspraken zijn ondertekend door een groot aantal partijen in de zorg. Dat zijn: Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (Nfu), Zelfstandige klinieken Nederland (ZKN), Federatie van Technologiebranches (FHI), NVZ, Ondernemersorganisatie technologische industrie (FME) en de belangenorganisatie van producenten, importeurs en handelaren van medische hulpmiddelen Nefemed. Daarmee is de hele keten rondom hulpmiddelen er dus bij betrokken: van productie tot gebruik bij de patiënt. Gefaseerde invoering De invoering van de eenduidige codering gebeurt gefaseerd. Het uitgangspunt is de lijst van implantaten. Deze wordt nu ook gehanteerd voor het Landelijk Implantaten Register. De ingangsdatum is 1 juli 2018. Vanaf september 2018 wordt de lijst verder uitgebreid. Het afsprakendocument met voorbeelden uit de praktijk wordt  op termijn gepubliceerd op www.vmszorg.nl . Bron: NVZ (Nederlandse Vereniging van...

Lees Verder
Daan Dohmen: ‘Zorgcoach bewaakt medicatie’
Jun20

Daan Dohmen: ‘Zorgcoach bewaakt medicatie’

Een regisseur op het medicatiedossier. Een zorgcoach die met moderne technologie als zorg op afstand de medicatie bewaakt en de patiënt begeleidt. “Een uitgelezen kans voor apotheker of huisarts”, zo stelt Daan Dohmen, voorloper in het ontwikkelen van nieuwe technologie in de zorg.  En door samen te werken houdt de zorg reuzen als Amazon buiten de deur. Eigenlijk wilde hij dokter worden. Maar het werd de studie Technische Bedrijfskunde, Geneeskunde & Management in Enschede. Dr. ir. Daan Dohmen is nu ondernemer en wetenschapper in de zorg. Naast zijn rol als CEO van het internationale zorginnovatiebedrijf FocusCura begeleidt hij promovendi op het domein van eHealth-validatie. In 2015 werd hij benoemd als Lid van de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving. De Raad adviseert de politiek gevraagd en ongevraagd over ontwikkelingen in zorg en samenleving. De zorg staat volgens Dohmen op een kantelpunt. Er komen meer ouderen, meer chronische zieken. Maar hoe gaan we al die mensen persoonlijk maar ook doelmatig behandelen? “Nu moeten patiënten volgens vast protocol en richtlijn viermaal per jaar naar het ziekenhuis. Stel dat een deel van deze patiënten dagelijks hun bloedwaarde of hartritme kunnen doorsturen naar de zorgverlener en niet meer standaard naar het ziekenhuis, huisarts of apotheker hoeven? Dan kunnen we de tijd die we daardoor uitsparen inzetten voor mensen die juist die extra aandacht echt nodig hebben. Dat geeft beter inzicht in de therapie, is efficiënter en ook nog eens goedkoper.” Daan Dohmen bedenkt oplossingen om met inzet van technologie deze ouderen en chronisch zieken langer thuis te laten wonen. En de zorg doelmatig te maken. Het gaat om systemen als thuismeten, beeldzorg, medicatiebegeleiding, woningtoegang en zorgalarmering. Zo moet beeldzorg via een beveiligde verbinding zorgen voor minder reistijd voor de patiënt of ambulante zorgverlener en meer tijd voor zorg. Bijvoorbeeld om op afstand een stoma te controleren, mee te kijken bij het gebruik van een insulinepen. Hartpatiënten verzekerd bij Zilveren Kruis, VGZ, DSW, De Friesland en ONVZ kunnen de beschikking krijgen over Hartwacht, een 24-uurs telecardioloog op hun smartphone of tablet. Vanuit huis kunnen patiënten metingen als bloeddruk, gewicht en hartslag naar hun cardioloog sturen. Wijkt een meting af, dan gaat er een signaal naar de zorgverlener. Bij een verslechtering kan er met een video contact worden opgenomen. Ook kunnen zorgverleners op een slimme manier inzicht houden in de gezondheid van COPD-patiënten. En verloskundigen kunnen via een app de bloedsuikerspiegel volgen van vrouwen die tijdens de zwangerschap te maken krijgen met diabetes gravidarum. Een gang naar het lab om bloed te prikken is niet meer nodig. Ook zet FocusCura in samenwerking met Philips een automatische medicijndispenser in, waarmee cliënten zelf hun medicatie kunnen nemen. Zo...

Lees Verder
Kennis van zaken
Jun20

Kennis van zaken

Specialisten, in een steeds complexer wordende wereld hebben we er steeds meer behoefte aan en gelukkig zijn ze bij onze dagelijkse activiteiten overal ruim voorhanden. Als er iets hapert in mijn auto ben ik blij dat er een specialist naar kijkt en mijn telefoon repareer ik niet zelf omdat ik de specialistische kennis ontbeer. Complexe materie vraagt om specifieke kennis, om juist dat ene onderliggende probleem te detecteren en op te lossen. Als mijn telefoon naar een bezoekje aan de specialist weer naar behoren functioneert ben ik blij met zijn specifieke kennis. Een specialist, kort en bondig omschreven: iemand die veel weet van weinig. Om veel van weinig te weten, moet hij smal en diep zijn opgeleid. Zijn kennis en kunde is slechts gericht op één specifiek aspect van het vakgebied. Dat de groeiende kennis over het complexe functioneren van het menselijk lichaam leidt tot steeds meer specialisaties in de zorg is bekend. Het is begrijpelijk en soms zelfs wenselijk dat er meer specialistische kennis beschikbaar is. Hierdoor kunnen specifieke problemen op een juiste manier, doeltreffend, worden opgelost. Maar als een specifieke zorgprofessional steeds meer van steeds minder weet hoe voorkomen we dan fragmentatie van en scheidingsmuren tussen de kennis en hoe zorgen we dat gefragmenteerde kennis weer samenkomt daar waar het nodig is: bij de patiënt? De specialist die mijn telefoon repareert kan dit slechts gefocust doen; op het functioneren van het apparaat. Dat door een beperkt aantal wetmatigheden wordt bepaald. Het al dan niet slagen van een interventie valt bijna van tevoren te bepalen. Dit is bij mensen toch net even anders. Hier bepaalt niet alleen de specifieke kennis van de specialist het slagen, maar meerdere factoren spelen een rol: eigen kennis van het individu, sociale en economische omstandigheden, de fysiek, andere aandoeningen en zelfs culturele factoren kunnen een rol spelen. En al deze factoren vragen hun eigen specifieke kennis én om integratie van die kennis. Omdat (bijna) niemand veel kan weten van veel ontstaat er dus bijna per definitie een manco bij de interventie. In het bedrijfsleven wordt het ‘niet veel kunnen weten van veel’ opgelost met behulp van technologie. Waarmee de specialist wel veel kan weten over veel en dit toegankelijk en toepasbaar kan maken voor derden. De implementatie van deze ‘verbindende’ technologie in de zorg verloopt moeizaam waarbij de privacy discussie voor extra stroperigheid zorgt. De patiënt, de ‘zelf specialist’ heeft steeds meer behoefte aan juist het samenbrengen van al de gefragmenteerde specialistische kennis van al die specialisten om hem heen, die samen toch meer weten van veel. In zijn zoektocht naar meer weten van veel zoekt hij zijn weg op het internet en...

Lees Verder
Column: Beperkt houdbaar
Jun20

Column: Beperkt houdbaar

Hier ga ik het niet met u hebben over het beperkt houdbaar zijn van het verdienmodel van de openbare farmacie, de productiegedreven ziekenhuizen, het fraudegevoelige PGB of de aangemeten regierol van zorgverzekeraars. Over al deze dossiers is heel wat te zeggen, maar vallen in het niet bij het probleem van de bejaardenberg. Het wemelt ervan. Ze dwarsbomen de vlotte doorstroom bij de kassa van de Albert Heijn, staan te lang bij een kunstwerk in mijn Rijksmuseum en zijn samen te vatten als een grote kudde klaagouderen. Ze slurpen de VWS-begroting leeg en weten van geen ophouden. Ze willen alsmaar ouder worden, maar niet zijn. Er bestaan helemaal geen pillen tegen ouder worden en leven is als een lange glijvlucht naar beneden. Als ik ‘s avonds langs het kerkhof fiets is het licht aan.  Zoveel radioactieve stof is er in de arme stakkers gestopt. Voor medisch specialisten een geweldige bron van inkomsten. Henk Krol kan daar vast een kosten-effectiviteitsberekening op loslaten, hoewel ik daar persoonlijk weer niet op zou vertrouwen. Die man weet niet eens hoe hij een rekenmachine aan moet zetten. Emotionele incontinentie, wat een gezeik van deze volksvertegenwoordiger. Maar eerlijk is eerlijk, we krijgen wat we met onze voeten stemmen. Met enig recht denk ik te kunnen stellen hoe de ‘concept paragraaf zorg’ voor het nieuwe kabinet eruit ziet. Niets spannends helaas. Leden van de Tweede Kamer zijn sentimentmanagers. ‘Dure’ medicijnen aanpakken is het nieuwe parlementaire jij-bakken. Ik wil regie. Regie op ontsluiten van ICT systemen, waarde gedreven zorg, interdepartementaal de opbrengsten van de zorg kunnen alloceren en een doortastende visie op substitutie naar de eerste lijn. Wij willen een minister van VWS die haar verantwoordelijk neemt en niet steevast alle Kamervragen beantwoord met dat het niet haar verantwoordelijkheid is. Maar die van het Zorginstituut, de ACM, NZA, de beroepsgroep zelf, de zorgverzekeraars enz enz. Het beleid van VWS is als een obstipatie waar veel bejaarden aan lijden. Met mij voelen velen een plaatsvervangende buikpijn en het ongemak van deze verstopping. Er is terecht een hijgende behoefte aan vertrouwen in de zorg. De zorg positioneren als een budgetprobleem is verlakkerij. De zorg verdient echt veel beter. Op het gevaar af als een Maarten van Rossum in de zorg te worden versleten nodig ik alle partijen uit de eigen paradigma’s te onderzoeken. Daartoe kijk ik zelf ook even in de spiegel en zie de tol van mijn eigen tijd. Beperkt houdbaar. Henk Pastoors is directeur van TopSupport Strategie en Informatie. Hij levert als adviseur maatwerk in analyse en strategie in de farmacie en zorg.  ...

Lees Verder
Klachten na substitutie geneesmiddel
Jun15

Klachten na substitutie geneesmiddel

Regelmatig krijgen patiënten opeens een ander merk geneesmiddel  bij de apotheek. Deze substitutie verloopt meestal zonder problemen, maar beslist niet altijd. De laatste jaren is er een toename te zien in meldingen van bijwerkingen of verminderde werkzaamheid na substitutie. Soms leidt het tot klachten bij patiënten. Een meer proactieve monitoring van patiënten is gewenst wanneer het gaat om wisselingen in een grote groep en korte periode, stelt het Bijwerkingencentrum Lareb. De afgelopen tien jaar ontving Bijwerkingencentrum Lareb ruim 2.500 meldingen van bijwerkingen of verminderde werkzaamheid na substitutie. Lareb publiceerde hierover onlangs een rapportage. Vaak was er bij deze meldingen geen sprake van een duidelijk patroon in de wisselingen (merken) en gemelde bijwerkingen. Bij een aantal substituties van geneesmiddelen bleek dit echter wel het geval. 
Pro-actieve monitoring Door het preferentiebeleid van zorgverzekeraars, maar soms ook door geneesmiddeltekorten, worden vaak grote groepen patiënten in een korte tijd van het ene naar het andere geneesmiddel omgezet. Het is lastig om informatie te vinden over het moment van deze omzettingen, over welke producten en aantallen patiënten het gaat. Vaak verlopen wisselingen zonder problemen. Maar patiënten moeten er op kunnen vertrouwen dat als er toch problemen optreden, hier snel inzicht in is en adequate maatregelen kunnen worden genomen. Een meer pro-actieve monitoring van patiënten vindt het Lareb daarom gewenst. Juist wanneer het om wisselingen in een grote groep en korte periode gaat is het van belang inzicht te krijgen in mogelijke problemen die patiënten ondervinden na geneesmiddelwisseling. Bovendien moeten patiënten worden voorbereid op dergelijke wisselingen. Gesignaleerde klachten
 De KNMP ontraadt in een richtlijn substitutie bij bepaalde groepen geneesmiddelen, zoals anti-epileptica. Toch komt dit in de praktijk voor, blijkt uit meldingen.
De afgelopen jaren signaleerde Lareb de volgende problemen na substitutie: *  Ontregeling (te snel of langzaam werkende schildklier) bij het schildklierhormoon levothyroxine *  Doorbraakbloedingen bij anticonceptie pillen met ethinylestradiol en levonorgestrel *  Verminderde werkzaamheid bij inhalatie middelen voor de behandeling van astma *  Huidreacties en omkrullende rivastigmine-pleisters (gegeven bij dementie) *  Injectiepijn en injectieplaatsreacties bij methotrexaat (voor de behandeling van ontstekingsziekten en kanker) *  Verminderde werkzaamheid bij anti-epileptica Onder redactie van: Gerda van Beek...

Lees Verder
Pagina 1 van 212