IMM-opiumwetrecepten: met één vinkje gemeld
nov28

IMM-opiumwetrecepten: met één vinkje gemeld

IMM-opiumwetrecepten hoeven niet meer per post te worden aangeleverd bij de Inspectie. Apothekers mogen voortaan hun In Manu Medici (IMM)-opiumwetrecepten digitaal laten inzien door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ: de nieuwe naam en nieuwe afkorting van de Inspectie). De inzage kan via een tool van de SFK, indien de apotheker daarvoor toestemming geeft. Dit zijn de KNMP en de IGJ overeengekomen. De afspraak vloeit voort uit de vorig jaar opgestelde handreiking opiumadministratie. Hierin werd SFK gevraagd na te gaan of SFK-gegevens kunnen worden gebruikt om de administratieve last van het opsturen van de IMM-opiumwetrecepten te verminderen. SFK en IGJ zijn het eens geworden over een methode daarvoor. IMM staat voor de recepten die rechtstreeks in handen komen bij de arts. Eén vinkje volstaat Het ligt voor de hand dat de digitale mogelijkheden worden benut. Dat heeft enige tijd geduurd maar nu kan inzage uiteindelijk via een tool van de SFK. Dat is een stap voorwaarts in het terugdringen van de regeldruk. Josée Hansen, hoofdinspecteur curatieve gezondheidszorg, geneesmiddelen en medische technologie van IGJ vertelt waarom administratie bij IMM-recepten nodig is: ‘Opiumwetmiddelen, de zogenoemde lijst-1-middelen, vallen onder een zwaar toezichtregime. Dat brengt extra administratie met zich mee.” Hij is ingenomen met het feit dat door de nieuwe samenwerkingsovereenkomst tussen IGJ en SFK, apothekers voortaan met één vinkje kunnen voldoen aan de rapportageverplichting van IMM-recepten. Gerichter zoeken naar mogelijk misbruik ‘Hierdoor kunnen we sneller, en ook gerichter, zoeken naar mogelijk misbruik van middelen door beroepsbeoefenaren’, geeft hij aan, ‘terwijl de rapportagelast van de apothekers afneemt en de IGJ niet langer handmatig op zoek moet naar onregelmatigheden. Ook zien we straks wellicht trends die nu nog onopgemerkt blijven waardoor middelenmisbruik, en als gevolg daarvan disfunctioneren, nog verder kan worden teruggebracht.’ Machtiging vereist Apothekers moeten SFK wel machtigen om IGJ inzage te geven in de IMM-opiumwetrecepten. Dat kan vanaf nu via  sfk.nl/igj. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Communicatie is de essentie van goede zorg
nov28

Communicatie is de essentie van goede zorg

Bart Vincken, poliklinisch apotheker OLVG, locatie West is een vloeiend spreker. Hij praat in volzinnen met hoorbare komma’s, punten en dubbele punten. Geen adempauzes, geen stiltes of zoeken naar woorden. Alsof denken en praten in volledige harmonie samenvallen. Bart: “Ik ben altijd een gemakkelijke prater geweest. Ik bemoei me ook overal mee. Daarom word ik regelmatig gevraagd voor lezingen, onderhandelingen of commissies. Ik doe het graag. Belangrijke processen kun je beter buiten de apotheek beïnvloeden dan binnen de vier muren van de apotheek. Veranderen doe je buiten.” De poliklinische Sint Lucas Andreas Apotheek is een 24-uurs apotheek waar patiënten 7 dagen per week geneesmiddelen kunnen ophalen. Hiervoor werken er overdag 25 medewerkers die net als Bart in dienst zijn van het ziekenhuis. Voor de avond-, nacht- en weekenddienst leveren de omliggende apotheken het personeel. Het OLVG, locatie West is een topklinisch ziekenhuis dat jaarlijks aan 200.000 patiënten hoogstaande, patiëntgerichte zorg biedt. Je komt uit de openbare farmacie. Blij met de overstap naar de poliklinische apotheek? Bart: “Ik werk hier sinds de oprichting in 2010. En nee, ik heb zeker geen spijt. Sterker nog, ik had het veel eerder moeten doen. Volgens de regels leveren wij eerstelijnszorg maar eigenlijk zijn we onderdeel van de apotheek van het ziekenhuis. We begeleiden en behandelen patiënten in een periode waarin ze specialistische farmacie nodig hebben. Voor sommigen is dat een week, anderen hebben jaren specialistische farmacie nodig. Ook als ze weer thuis zijn want steeds meer zorg wordt van het ziekenhuis overgeheveld naar de thuissituatie. Wij zitten in een topklinisch ziekenhuis met hoogwaardige zorg op meerdere deelgebieden. Dat betekent dat de farmaceutische vraagstukken die op je afkomen ingewikkelder en specifieker zijn dan in de openbaar apotheek. In die inhoudelijke uitdaging ligt mijn gedrevenheid.” Geen last van domeindenken als je werkt met zorgprofessionals in de tweede lijn? “Dat zal per ziekenhuis verschillen maar een van de mooie aspecten van het OLVG is de gelijkwaardigheid tussen zorgverleners. Dat is opvallend. Er is weinig hiërarchie en je kunt elkaar gemakkelijk aanspreken. Voor deze cultuur is in het verleden bewust gekozen. Het is een speerpunt van beleid geweest en is vastgelegd in procedures, instructies en inwerkschema’s. En het werkt. Communicatie en soepel samenwerken is de essentie van goede zorg.” Hoe is jouw relatie met openbaar apothekers in de buurt? “Toen ik in het ziekenhuis werd aangesteld was een van mijn opdrachten de relatie met de openbaar apothekers in de omgeving goed te houden en waar wenselijk te verbeteren. Dat is volgens mij gelukt. Onder andere door de problemen die zij ervaren met de ziekenhuiszorg voor hen op te lossen. We staan open voor hun opmerkingen en aanbevelingen...

Lees Verder
“Anafylaxie: Heldere uitleg is noodzakelijk, hoe vaker, hoe beter.”
nov27

“Anafylaxie: Heldere uitleg is noodzakelijk, hoe vaker, hoe beter.”

Anafylaxie is een acute allergische reactie die wordt gekenmerkt door klachten van het orgaansysteem. De klachten kunnen variëren, met afwijkingen aan de huid, de slijmvliezen, de luchtwegen, de circulatie en de tractus digestivus. Een ernstige reactie kan in een zeer kort tijdsbestek fataal zijn en snelle toediening van adrenalie is van levensbelang. Daarom moeten mensen met risico op anafylaxie altijd een zogeheten noodpen bij zich hebben: een adrenaline auto-injector. “Naast de objectieve klachten zijn er nog een aantal klachten die vaag klinken, maar heel typisch zijn, zoals een metaal-smaak, een ‘doem’gevoel of angstgevoelens. Verder zorgt de histamine die vrijkomt bij een allergische reactie ervoor dat je niet adequaat kunt reageren en dat maakt het lastig om zelf goed te handelen door de noodpen snel en op de juiste wijze te gebruiken.” Aan het woord is allergoloog Hanneke Oude Elberink, werkzaam in het UMC Groningen. Zij is dé deskundige op het gebied van anafylaxie, een aandoening die volgens haar veel vaker voorkomt dan artsen denken. De Gezondheidsraad schat de prevalentie op 1-3%. Anafylaxie komt het meest voor bij jongvolwassenen en adolescenten; voedselallergie blijkt in 50-80% van alle gevallen hiervoor verantwoordelijk te zijn. Oude Elberink: “Juist de prevalentie van voedselallergie is de laatste jaren sterk toegenomen, zowel bij kinderen als bij volwassenen.” Verschillende oorzaken De meest voorkomende oorzaken van anafylaxie zijn voedselbestanddelen (vooral pinda’s en noten), insectenbeet (zoals bij of wesp), natuurrubberlatex of geneesmiddelen (zoals NSAID’s, penicilline, contrastmiddelen). Er zijn ook minder vaak voorkomende oorzaken, zoals inspanning of kou, al of niet in combinatie met een allergeen, zoals bijvoorbeeld tarwe. “En bij een deel van de patiënten is het idiopatisch: dan zeg ik tegen de patiënt dat wij te idioot zijn om de oorzaak te achterhalen”, glimlacht Oude Elberink. “Bij jonge kinderen gaat het vaak om voedselallergie, bij ouderen vaker om insecten en geneesmiddelen. Als het gaat om voedselanafylaxie hebben patiënten opvallend vaak op jonge leeftijd eczeem gehad. Een verklaring van anafylaxie door voeding is, dat als gevolg van het eczeem voedselallergenen, zoals pinda, door de huid binnenkomen en door het lichaam worden gezien als lichaamsvreemd. Insectensteken gaan ook door de huid en roepen daardoor ook een sterke IgE-respons op voor het maken van antistoffen. Een onderliggende mastocytose zorgt er dan voor dat de allergische reactie zeer ernstig tot zelfs fataal kan verlopen. Mastocytose is een aandoening waarbij er een teveel aan mestcellen aanwezig is als gevolg van een mutatie van de stamcel. Het wordt steeds duidelijker dat bij patiënten met een insectenallergie bij 5-10% sprake is van deze onderliggende aandoening. Het is de belangrijkste risicofactor voor een zeer ernstige reactie bij een insectenallergie.” Steeds meer oorzaken in het vizier Gedreven...

Lees Verder
Column: Super bug
nov27

Column: Super bug

Een cultuur veranderen is simpel: maak keus uit verschillende voedingsstoffen, stel de temperatuur in, controleer een aantal andere omstandigheden en volg nauwkeurig hoe de cultuur zich, vaak al na 24 of 48 uur, ontwikkeld heeft. Zo simpel kan het zijn. Althans als je een apotheker in opleiding bent en tijdens het practicum microbiologie net een bepaald micro-organisme op kweek hebt gezet. De kweek, de cultuur, verandert bijna terwijl je er naar kijkt. Hoeveel anders is dat als je na jaren studie al die opgedane kennis in de praktijk wilt brengen. Dan blijkt ineens dat een cultuur veranderen complexer is dan alles wat je tijdens de studie farmacie geleerd hebt. In plaats van de manipulatie van een beperkt aantal redelijk eenvoudig opgebouwde voedingsstoffen in een petrischaal blijkt de cultuur van de farmacie een complexe mix van: taal, symbolen, gedrag en normen en waarden die zo met elkaar interacteren dat het bijna onmogelijk lijkt deze te veranderen. En toch moet en wil de farmacie veranderen. De apotheker moet zich opnieuw uitvinden, om de patiënt en de samenleving te laten zien dat farmaceutische kennis bijdraagt aan veiligere zorg en meer kwaliteit van leven. Maar zo simpel als het beïnvloeden van een cultuur tijdens het practicum microbiologie, zo moeizaam is het veranderen van de farmaceutische cultuur. Micro-organismes veranderen als de omstandigheden veranderen, ze bewegen mee op het aanbod van voedingsstoffen en veranderingen in temperatuur. Nu ben ik er stellig van overtuigd dat we evolutionair iets verder zijn dan die micro-organismes en dat onze wil om te overleven niet slechts van buitenaf gestuurd wordt maar ook intrinsiek gedreven wordt.Is de wil om als apotheker uiteindelijk te overleven dan niet groot genoeg? De beroepsuitoefening is de afgelopen decennia slechts weinig veranderd. De arts stelt nog altijd de diagnose, schrijft voor en de apotheker levert plichtsgetrouw af. In dit ecosysteem beweegt de apotheker mee en probeert zich te ontdoen van beelden die door de jaren heen verweven werden met de professie. Maar nog altijd binnen de randen van dezelfde professionele en maatschappelijke petrischaal. Even terug naar het micro-organisme. Hoewel behoorlijk voorspelbaar en controleerbaar, ontstaat in deze microwereld soms een nieuwe cultuur. Een super bug, een bacterie die geheel onverwacht niet reageert op een antibioticum en zijn overlevingskansen vergroot door in zijn kern te veranderen. Een cultuurdrager van een nieuwe generatie. Waarbij de verandering diep in zijn DNA zit, waardoor onverwachte overlevingskansen zich kunnen ontwikkelen. Net als bij de bacteriecultuur op kweek, onttrekken, in onze eigen petrischaal, zich sommige factoren aan onze beïnvloeding. Wel hebben we invloed op hoe wij met deze externe factoren willen omgaan en hoe we ze kunnen gebruiken om te ontwikkelen en te groeien. We zullen in...

Lees Verder
De apotheek van de toekomst
nov24

De apotheek van de toekomst

Eindhovense apotheken scheiden logistiek van zorg – Een aantal apotheken van SGE transformeert naar ‘Medipunten’. Eindhovenaren kunnen daar eerder aangevraagde medicatie ophalen en met een apothekersassistent of apotheker in gesprek gaan over hun medicatiegebruik. Logistieke handelingen worden gecentraliseerd in een XL-apotheek. Volgens Frank Tijssen, manager apotheken bij SGE, is de apotheek van de toekomst een plek waar zorg wordt geleverd, los van het doosje. In een traditionele apotheek lopen het logistieke proces en het zorgproces door elkaar heen. “Voor patiënten leidt dat tot onbegrijpelijke situaties: ze moeten wachten, terwijl ze maar twee assistenten aan de balie zien staan en er vier achter bezig zijn. Daar snappen ze niets van”, aldus Tijssen. Bij SGE vinden ze dat zorg en logistiek niets met elkaar te maken hebben. In hun concept voor de apotheek van de toekomst scheiden ze die twee stromen. “Alles wat het zorgtraject stoort, halen we uit de apotheek. Ook de gang van het doosje. Op het industrieterrein komt een XL-apotheek waar we de logistieke handelingen concentreren”, vervolgt Tijssen. “De huidige apotheken worden ‘uitdeelposten’ en concentreren zich op het leveren van farmaceutische zorg.” Glazen spreekkamers Die stap is minder groot dan hij lijkt, zegt Tijssen. De Eindhovense apotheken hebben al een gezamenlijke baxterlocatie en een centraal telefoonteam. En de transformatie gebeurt stapsgewijs. “We zijn in april gestart met een pilot in de wijk Prinsejagt. Onze locatie daar is omgebouwd tot SGE Medipunt Prinsejagt. Er zijn twee glazen spreekkamers en een losse balie waar medicatie kan worden afgehaald.” Patiënten kiezen bij het bestellen van herhaalmedicatie, wanneer de huisarts iets voorschrijft of als zij een recept aanbieden of ze hun geneesmiddelen willen laten bezorgen, afhalen aan de balie of bij de medicijnkluis. “Alle gesprekken vinden plaats in de glazen spreekkamers, of het nu gaat om een medicatiebeoordeling of een eerste uitgifte. Daarmee lopen we vooruit op aangescherpte privacywetgeving. Er kan niemand meekijken of meeluisteren. Voor patiënten is het nieuw en – zoals alles wat nieuw is – even wennen. Maar de eerste resultaten zijn positief. Er ontstaat meer tijd voor zorg en patiënten hoeven minder lang te wachten.” Vernieuwend Het centraliseren van activiteiten is op zich niet zo spectaculair, vindt Tijssen, dat gebeurt op veel plekken in het land. Vernieuwend is het volledig loslaten van de logistiek. Die keuze komt voort uit de ontwikkelingen in het farmaceutisch zorglandschap. “Er zijn ongeveer 1900 apotheken in Nederland en we weten dat er op termijn zo’n 500 dicht zullen moeten gaan. Ik voorzie dat er andere partijen komen die de logistiek veel beter kunnen inrichten dan wij. We moeten doen waar we sterk in zijn en wat we ook in de toekomst willen blijven...

Lees Verder
De apotheker is een superheld
nov24

De apotheker is een superheld

Apothekers zijn superhelden. Onherkenbare superhelden. Het wordt dan ook tijd dat de medicijnspecialist en zorgverlener zijn of haar masker afdoet, stelt Nitika Chouhan, de nieuwe voorzitter van de VJA, de Vereniging van Jonge Apothekers. “Apothekers functioneren op hetzelfde niveau als de voorschrijver. Apothekers moeten opschuiven in de zorgketen: de apotheker als voorschrijver naast de huisarts of medisch specialist.” Apotheker Nitika Chouhan is het toonbeeld van de nieuwe generatie apothekers: jong, vrouw, zorgverlener én dynamisch. Dit voorjaar werd zij benoemd tot nieuwe voorzitter van de Verenging Jonge Apothekers, de VJA. Chouhan volgt Ron Bartels op en werkt als beherend apotheker in de vorig jaar geopende praktijk Amsterdam Central Doctor & Pharmacy op het Centraal Station van Amsterdam. Geen doorsnee praktijk. Deze moet het vooral hebben van reizigers en expats in plaats van chronische herhaalmedicatie. De apotheek zit met de huisarts onder een dak, is door de week geopend van 7.30 uur tot wel 22 uur en in het weekend van 10 tot 20 uur. Apothekers zijn in de ogen van de voorzitter de farmacotherapeutisch expert en zorgverlener ineen. “We beschikken over unieke kennis en zijn opgeleid om de juiste keuze te maken in gezondheid en medicatie. Dat hebben we altijd zo gedaan. Maar we zijn te onherkenbaar geweest.” Dat ondervond ze al tijdens haar studie farmacie. “Ik kreeg geen helder beeld van de werkzaamheden van de apotheker in de dagelijkse praktijk. Wat een tandarts doet is helder en eenvoudig uit te leggen. Net als bij een huisarts of een fysiotherapeut. Maar een apotheker? Pas tijdens de stage werd mij echt duidelijk wat de werkzaamheden en de toegevoegde waarde van de apotheker zijn. Maar ik moet nog steeds aan mijn vader uitleggen wat ik als apotheker allemaal doe. Kennelijk is dat een lastig verhaal.” Hoe komt het dat de apotheker onvoldoende zichtbaar is? “De apotheker heeft een groot vermogen om problemen op te lossen. We lossen dagelijks tal van problemen op voordat zichtbaar wordt dat er een probleem is of er een probleem ontstaat. Gevolg is dat publiek, stakeholders en soms ook collega zorgverleners niet weten wat de apotheker is en wat hij of zij allemaal doet. Ik zeg dan ook: apothekers zijn superhelden. We doen goede daden en het publiek heeft niet altijd in de gaten wie achter dat masker van superheld schuilt. Het wordt tijd dat we ons masker afdoen en ons ware gezicht tonen. Als superheld functioneren we op hetzelfde niveau als de voorschrijver. Het stellen van een diagnose is net zo belangrijk als de farmacotherapie die daarop volgt.” Hoe wordt de apotheker zichtbaar? “Laat allereerst de successen zien die je als apotheker bereikt, ga in gesprek met...

Lees Verder
Huisartsen schrijven minder reserve-antibiotica voor
nov23

Huisartsen schrijven minder reserve-antibiotica voor

In 2015 schreven huisartsen minder vaak reserve-antibiotica voor dan de jaren ervoor. Dit past in een trend, want in de jaren daarvoor liep het aandeel van deze middelen ook terug. Wel is er nog steeds aanzienlijke verschillen tussen praktijken. De spreiding op de indicator Reserve- en tweedekeusantibiotica loopt van 10 tot 23 procent. Onder de reserve-antibiotica wordt verstaan: de fluorchinolonen, de cefalosporines en amoxicilline met clavulaanzuur. Deze antibiotica hebben een beperkte plaats in de richtlijnen, vanwege hun brede werkingsspectrum. NHG-Standaarden adviseren vaak te starten met eerstelijnsmiddelen, zoals nitrofurantoÏne en penicillines. Bij bepaalde infecties (urineweginfecties met weefselinvasie, aspiratiepneumonie) zijn de reserve-antibiotica wel de middelen van eerste keus. Ook als het eerstelijnsmiddel niet helpt, komt de patiënt voor een reservemiddel in aanmerking. Hoe ouder, hoe meer reservemiddelen
 Volwassenen tussen 18 en 50 jaar gebruiken het minst vaak reserve-antibiotica. Jonge kinderen en ouderen gebruiken meer reservemiddelen. Hierbij geldt: hoe ouder, hoe meer reservemiddelen. In Zeeland schrijven huisartsen het vaakste reserve-antibiotica voor, zoals ook te zien is op het overzichtskaartje op de site van IVM. Monitor Voorschrijven Huisartsen
 Het jaarlijkse rapport  Monitor Voorschrijven Huisartsen  van het IVM biedt veel cijfermatige informatie over de behandeling van bepaalde aandoeningen. Vanaf februari 2017 publiceert het IVM elke maand de uitkomsten van een van de indicatoren van de monitor. Sinds 2010 is er een meting van de reserve-antibiotica. Wilt u het gebruik van antibiotica bespreken in bijvoorbeeld een FTO? Download dan  de  FTO-materialen. U kunt hierbij ook de scores uit de  Monitor Voorschrijfgedrag Huisartsen  gebruiken.  De download van de FTO-materialen is gratis, maar u wordt wel verzocht om u eerst aan te melden. Zo kan het IVM bijhouden welke behoeftes er zijn en ons aanbod daarop aanpassen. Bron: IVM Onder redactie van: Gerda van Beek      ...

Lees Verder
Volgjezorg: toestemming en volgen uitwisseling medische gegevens
nov22

Volgjezorg: toestemming en volgen uitwisseling medische gegevens

VZVZ staat voor Vereniging van Zorgaanbieders voor Zorgcommunicatie. Deze organisatie is verantwoordelijk voor de uitwisseling van medische gegevens via het Landelijk Schakelpunt. Voor het delen van dergelijke gegevens is toestemming nodig van de betreffende persoon. Sinds kort kan deze toestemming digitaal worden verleend. Daarbij kan toestemminggever inzage krijgen welke zorgverleners de medische gegevens hebben ingezien en wanneer. Op de website  Volgjezorg  kunnen mensen toestemming regelen voor het uitwisselen van medische gegevens. Dit betreft gegevens vanuit de huisarts en de apotheek. Voor de huisartsenzorg gaat het om de zogeheten ‘Professionele Samenvatting’. Daarin staat de belangrijkste actuele informatie over de gezondheid. Voor de apotheek gaat het om het medicatiedossier. Wie kunnen de gegevens inzien?
 Alleen waarnemend huisartsen (bijvoorbeeld op de huisartsenpost) hebben inzage in de Professionele Samenvatting van de huisarts, andere zorgverleners kunnen deze informatie niet inzien. Het medicatiedossier kan worden ingezien door de (waarnemend) huisarts, andere (dienst)apotheken en medisch specialisten   (in ziekenhuizen en andere aangesloten zorginstellingen). Andere zorgverleners, zoals bedrijfsartsen en arbo-artsen, zorgverzekeraars en de overheid kunnen niet aansluiten op het Landelijk Schakelpunt en kunnen dus geen gegevens inzien. Overigens: het Landelijk Schakelpunt is verdeeld in 44 regio’s. Zorgverleners kunnen alleen medische gegevens delen en inzien binnen de eigen regio of (als ze werkzaam zijn op een grensgebied) de aanpalende regio. Ziekenhuizen zijn vaak aangesloten bij meerdere regio’s, maar hebben ook geen inzage in het gehele land. Volwassenen en kinderen
 Volgjezorg is een site die in feite voor iedereen van belang is. Want nagenoeg iedereen komt wel een keer bij de huisarts. Voor kinderen tot 12 jaar moet een van de ouders (of wettelijk voogd) de toestemming regelen. Van 12 – 16 jaar regelen de kinderen dit met één van de ouders. En vanaf 16 jaar moeten de kinderen zelf deze toestemming geven. Inzage-overzicht
 Via deze site kan degene die toestemming heeft gegeven, middels het inzage-overzicht inzien wat er met zijn gegevens is gebeurd. Op verzoek kan dit inzage-overzicht ook per post worden opgestuurd. In het overzicht staat welke soorten gegevens er zijn gedeeld met anderen, welke zorgverlener(s) hebben deze ingezien en wanneer. Zo is de betreffende persoon altijd op de hoogte wat er met de medische gegevens gebeurt. Desgewenst kan hij/zij ook een melding krijgen als de gegevens worden ingezien. Ter voorkoming van misverstanden: het is op Volgjezorg niet mogelijk om de eigen medische gegevens in te zien. Het Landelijk Schakelpunt is geen medische database: er worden geen medische gegevens opgeslagen. Volgjezorg heeft dus ook geen toegang tot die gegevens.  Uiteraard voldoet Volgjezorg aan alle wet- en regelgeving rond de uitwisseling van medische gegevens. Toekomstige ontwikkelingen Er lopen op dit moment twee pilot-onderzoeken naar het downloaden door patiënten...

Lees Verder
EMA:  en de winnaar is….. Amsterdam
nov20

EMA: en de winnaar is….. Amsterdam

Wat niet veel mensen hadden verwacht, is toch gelukt. Amsterdam wordt de nieuwe vestigingsplaats voor het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA). De verkiezeng was spannend tot het allerlaatste moment. Uiteindelijk moest een loting uitwijzen of het Milaan of Amsterdam zou worden. En het werd dus….. Amsterdam! Er waren veel Europese steden in de strijd om dit agentschap. Maar liefst 19 Europese lidstaten meldden zich aan om EMA binnen hun grenzen te krijgen. Niet verwonderlijk: want het gaat om een organisatie met ruim 900 hooggeschoolde werknemers. Daarnaast trekt het bureau jaarlijks nog eens zo’n 4.000 bezoekers. Milaan en Bratislava werden gezien als de grootste kanshebbers. In drie geheime stemrondes konden de 27 lidstaten kiezen uit 16 kandidaat-steden. Nederland haalde na een eerste stemronde al 20 punten binnen, Kopenhagen eveneens en Milaan ging met 25 stemmen aan kop. In de tweede stemronde viel Kopenhagen af. Tot ieders verbazing kregen Amsterdam en Milaan in de laatste stemronde elk 13 stemmen. Eén lidstaat heeft zich dus onthouden van stem. Daardoor werd de uitkomst uiteindelijk beslist door loting. Reactie VWS Minister Bruno Bruins van VWS kwam direct met een reactie. “Dit is goed nieuws voor alle patiënten in Europa. De keuze voor Amsterdam betekent dat de EMA haar belangrijke werk ook na de Brexit ongestoord kan voortzetten. Nieuwe innovatieve medicijnen kunnen zonder vertraging toegang blijven krijgen tot de markt. Ook blijft EMA in staat snel en adequaat in te grijpen als er problemen optreden met een middel. Beiden zijn van groot belang voor alle patiënten in Europa. Wij zijn heel blij dat Europa gekozen heeft voor de inhoud. Ik dank iedereen die een bijdrage heeft geleverd aan dit mooie resultaat.’ Sterke lobby
 Degene die zich daarvoor het meest heeft ingespannen, is Wouter Bos. Hij heeft maandenlang gelobbyd voor vestiging in Amsterdam. Ook voormalig minister Schippers heeft zich van meet af aan ingezet om Nederland als goede kandidaat te promoten. Daarbij zijn kosten noch moeite gespaard. Zie bijvoorbeeld het promotiefilmpje voor Amsterdam als vestigingsplaats. Zijn blijdschap laat zich raden. “Amsterdam scoort geweldig met de bereikbaarheid, alles wat de stad te bieden heeft voor de medewerkers van EMA en het nieuwe gebouw.” Amsterdamse Zuidas
 Dat nieuwe gebouw komt aan de Zuidas in Amsterdam en zal naar schatting zo’n 250 miljoen kosten. De Nederlandse overheid bekostigt dit en verhuurt het gebouw aan de EMA. Daarnaast trekt het kabinet 10 miljoen euro uit voor de organisatie. De gemeente Amsterdam verwacht dat er honderden mensen door de instelling aan het werk kunnen komen. Niet alleen bij het agentschap zelf, ook de horeca zal profiteren en mogelijk zullen er meer medicijnbedrijven naar Nederland komen. Londen is verliezer Grote verliezer is natuurlijk Londen,...

Lees Verder
Medicatie chronische ziekte voor heel jaar thuis
nov20

Medicatie chronische ziekte voor heel jaar thuis

Apothekers zijn bezorgd over het feit dat chronische patiënten hun medicatie voor een heel jaar kunnen halen. Dat is door een nieuw contract van Zilveren Kruis mogelijk. Apothekers vinden het echter onverantwoord en de KNMP is het met hen eens. Patiënten die chronisch medicatie slikken, zoals diabetici, moeten nu vaak om de drie maanden langs de apotheek voor een nieuwe voorraad. Volgens zorgverzekeraar Zilveren Kruis kunnen velen ook met een jaarlijks bezoekje af. Dat scheelt hen tijd en geld. Apothekers daarentegen zien de kwartaalbezoeken als belangrijke momenten waarop ze de patiënt vragen naar hun gezondheid. Ze bespreken eventuele bijwerkingen, de therapietrouw en kijken bij multimorbiditeit naar de afstemming van de medicatie. Bij eventuele klachten kan in overleg met de huisarts de medicatie worden aangepast. Minder controles kan daardoor leiden tot gevaarlijke situaties, aldus verontruste apothekers. Daarnaast zien ze ook logistieke problemen. Alleen voor patiënten zonder problemen
 Zilveren Kruis reageert met de mededeling het nieuwe contract is bedoeld voor de groep patiënten die al jaren zonder problemen dezelfde medicatie slikken en alleen in de apotheek komen om hun pillen op te pikken. Voor elk medicijn dat de patiënt ophaalt wordt nu zo’n zes euro in rekening gebracht, de vergoeding voor medicatiebegeleiding. Dat betalen de meeste patiënten vanuit het eigen risico. Slechts een maal per jaar naar de apotheek kan dus veel geld besparen. Het is volgens de verzekeraar straks aan de huisarts om te bepalen hoeveel medicatie de patiënt in één keer meekrijgt. KNMP en NHG zijn bezorgd
 Apothekersorganisatie KNMP is in gesprek met Zilveren Kruis over het contract, dat 1 januari ingaat. ,,We maken ons zorgen. We verliezen de patiënt straks veel te lang uit het oog,” reageert directeur Léon Tinke in een artikel in het AD. ,,Het is niet voor niets dat we bij nieuwe medicatie maar een voorraad van twee weken meegeven. Daarmee houden we in de gaten of het werkt. Ook daarna blijft goede begeleiding nodig.” Ook het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) heeft zijn zorgen geuit bij de verzekeraar. Het NHG vindt het van belang dat het moet gaan om een uitzondering en alleen voor patiënten die al jaren stabiel zijn. Bron: AD Onder redactie van Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Pagina 1 van 212