Column: Voorschrijven; meer dan een administratieve klus
dec21

Column: Voorschrijven; meer dan een administratieve klus

Terwijl de huisarts mijn spreekkamer uitloopt na een overleg over de medicatie van mevrouw de B van 79 jaar, zegt ze: “mooi, maak jij de nieuwe recepten voor mevrouw in orde?” Ik heb er een dubbel gevoel bij. Enerzijds ben ik tevreden met het vertrouwen dat ik krijg van de huisarts. Zo komt de verantwoordelijkheid over de farmacotherapie steeds meer bij mij te liggen. En dat voelt goed. Anderzijds ben ik ontevreden, omdat recepten aanmaken in dit geval niet meer is dan een admini-stratieve klus. De huisarts vindt het makkelijk dat ze die taak kan afschuiven. Toch past voorschrijven volledig in mijn werk als apotheker-farmacotherapeut. Ik behandel immers de patiënt en doe de follow-up. De patiënt ziet mij ook als mede-behandelaar. De patiënt verwacht een recept als je voorstelt om nieuwe medicatie te starten. Dat is bovendien wel zo professioneel en efficiënt. De ontwikkeling van apotheker-farmacotherapeut in de huisartsenpraktijk is vrij nieuw in Nederland, maar in andere landen zoals het Verenigd Koninkrijk, Canada en de Verenigde Staten al verder ontwikkeld. In het Verenigd Koninkrijk zijn momenteel al 500 ‘practice pharmacists’ werkzaam in de eerste lijn. En dankzij landelijke ondersteuning zullen dat er over vier jaar ruim 2.000 zijn. Veel van die geïntegreerde apothekers hebben ook voorschrijfbevoegdheid. Ik denk dat dat een goede ontwikkeling is, als de randvoorwaarden maar goed zijn. De eerste voorwaarde is aanvullende training om te leren risico’s in te schatten, beslissingen te maken en verantwoordelijkheid te durven nemen. De tweede voorwaarde is geïntegreerd werken aan farmaceutische patiëntenzorg; vanuit de huisartsenpraktijk en vanuit een gezamenlijk patiëntdossier. Na het uitschrijven van mijn eerste recept, sliep ik slecht. De patiënt was in mijn gedachten al in het ziekenhuis opgenomen met een gebroken heup. De volgende ochtend belde ik haar om te vragen hoe het ging. Goed, uiteraard. Maar het verloopt niet altijd goed als ik medicatie van patiënten wijzig. Zo kreeg een patiënt heftige spier- en gewrichtspijnen op sertraline en een ander nachtmerries op metoprolol. De patiënt voelde zich dus slechter door de medicatie die IK had voorgeschreven. Ik leer ervan, dit hoort bij je werk als apotheker-farmacotherapeut. Ik ben van mening dat het krijgen van voorschrijfbevoegdheid geen doel op zich moet zijn. Het is een middel om de patiënt zo goed en efficiënt mogelijk te helpen. Het zal daarom een vanzelfsprekende en onvermijdelijke stap zijn in de verdere professionele ontwikkeling van de apotheker-farmacotherapeut. Als het alleen een administratieve handeling is, zoals bij mevrouw de B, kan de huisarts het prima zelf doen. Ankie Hazen werkt als promovenda op het POINT-onderzoek naar de training, implementatie en 
klinische effecten van de apotheker-farmacotherapeut in de huisartsenpraktijk. Ankie werkte als 
apotheker-farmacotherapeut in...

Lees Verder
Monitor Voorschrijfgedrag Huisartsen
dec20

Monitor Voorschrijfgedrag Huisartsen

Onlangs is de Monitor Voorschrijfgedrag Huisartsen verschenen, opgesteld door het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM). Deze monitor biedt inzicht in de kwaliteit, veiligheid en doelmatigheid van het voorschrijven van geneesmiddelen door huisartsen. Het rapport schetst een landelijk beeld en brengt regionale verschillen in kaart. En die zijn aanzienlijk. De inleiding bevat een pleidooi voor de Monitor Voorschrijfgedrag Huisartsen . “Louter dit instrument is in staat gebleken zowel in kwaliteit als in kosten het voorschrijven van geneesmiddelen in de goede richting te bewegen. Dit inzichtgevende instrument, waarmee elke individuele huisarts zijn scores direct kan inzien en vergelijken met collega’s in de buurt, in de regio, en in het hele land, en dat rapportages op elke gewenst niveau kan genereren, dient behouden te blijven. Enkele uitkomsten zijn: Toename aantal voorschriften antibiotica
 Nederlandse huisartsen hebben in 2015 vaker antibiotica voorgeschreven dan in 2014. Dit is een breuk in de dalende trend in aantal voorschriften sinds 2011. De verschillen tussen huisartsen zijn groot: de meest voorschrijvende huisartsen schrijven aan twee keer zo veel patiënten antibiotica voor als de minst voorschrijvende huisartsen. Ook tussen regio’s zijn de verschillen aanzienlijk. Huisartsen hebben in 2015 wel iets minder vaak reserve-antibiotica (amoxicilline met clavulaanzuur, fluorchinolonen, cefalosporines) voorgeschreven dan in 2014. Ook hierbij bestaan grote verschillen tussen huisartsen. Combinatiepreparaat bij nieuwe astma- of COPD-patiënten 
 De huisartsen schrijven in 2015 bij 41% van de patiënten met astma of COPD als eerste middel een combinatiepreparaat van een langwerkend bètamimeticum en een inhalatiecorticosteroïd voor. Dit is niet in lijn met de NHG-Standaarden die een meer stapsgewijze aanpak, met één stof tegelijk, adviseren. Het direct starten van twee stoffen kan leiden tot overbehandeling en extra kosten. De grote praktijkvariatie (17 tot 74 procent) in het aantal starters met een combinatiepreparaat wijst op ruimte voor verbetering. Psychofarmaca door jongeren Het aantal jongeren (tot 25 jaar) dat start met een antidepressivum ligt in sommige regio’s drie keer zo hoog als in andere. Vooral in delen van Friesland is het aantal nieuwe gebruikers van antidepressiva relatief hoog. Ook bij starters met middelen bij ADHD bestaat grote variatie tussen regio’s: variërend van vijf per duizend jongeren tot het dubbele aantal elders. Huisartsen zijn bij bijna de helft van de voorschriften voor antidepressiva en een derde van de middelen bij ADHD de initiator. Regionale variatie in indicatorscores Huisartsen scoren in het algemeen steeds beter op de kwaliteits- en doelmatigheidsindicatoren van de monitor. Er blijft een aanzienlijke variatie bestaan tussen de regio’s. Effect prestatiebekostiging Opname van indicatoren in prestatiebekostiging lijkt effect te hebben. In 2015 gebruiken CZ, Menzis, VGZ, Zilveren Kruis, Zorg en Zekerheid en De Friesland scores op een aantal indicatoren om huisartsen te belonen voor...

Lees Verder
Column: Elkaar versterken
dec19

Column: Elkaar versterken

Dat was me weer een jaartje, Niels! 2017, een jaar waarin weer veel is gebeurd. En nu is 2017 bijna geschiedenis. Ik mis dit bijzondere jaar nu al… Precies, Bas! Never a dull moment. Wat een jaar! De voetballers missen het WK, de leeuwinnen Europees kampioen, Max onze nieuwe nationale held en met Tom tellen we weer mee als fietsland. Ik kan niet wachten op de winterspelen als Sven en c.s. naar gouden medailles graaien. Ik doel uiteraard op de ontwikkelingen in de zorg, Niels. 2017 was het jaar waarin de zorg grote stappen heeft gezet in kwaliteit, toegankelijkheid, doelmatigheid en beschikbaarheid van de farmacotherapeutisch zorg. Een jaar waarin de transitie van de tweede naar de eerste lijn gestalte heeft gekregen, er een nieuw team van twee ministers van en voor VWS is aangetreden, nieuwe zorgakkoorden in de maak zijn, huisartsen de regisseur in de wijk zijn, er een einde is gekomen aan de administratieve rompslomp voor zorgverleners en apothekers zich opwerpen als redder van de zorgbegroting door zelf dure geneesmiddelen te maken. Laten we het glas heffen! Laat dat glas nog even staan, Bas! Je praat als een woordvoeder van VWS. Volgens mij heb jij te diep in de fles gekeken. 2017 was een jaar zoals alle andere. Het gedoe met zorgverzekeraars is inmiddels staande praktijk, we tekenen nog steeds braaf bij dat kruisje. De zorgkosten blijven gestaag oplopen, die Haagse apotheker die dure geneesmiddelen gaat bereiden krijgt een lading advocaten op zijn dak, huisartsenposten dreigen ondertussen te verdrinken onder de grote druk, er is een tekort aan huisartsen en de administratieve lasten zijn nog steeds te groot. En wat die twee ministers – wie doet ook alweer wat?- van plan zijn is nog maar afwachten. Hup, afschrijven dat jaar en op naar het volgende. Wat ben je toch weer een optimist, Niels. Ik ben het met je eens dat dit jaar niet alle macroproblemen zijn opgelost, maar apothekers en huisartsen zetten wel degelijk stappen vooruit. En vooral ook naar elkaar. Zorgverleners die in de gaten krijgen dat ze elkaar nodig hebben en elkaar kunnen versterken. Het aloude domeindenken maakt langzaam plaats voor concrete samenwerking in de wijk. Medicatie op maat op basis van gentypering, de opkomst van de biologicals, indicaties op recept, apothekers als medicatiespecialist werkend in de huisartspraktijk. Je hebt gelijk, Bas. In de zorg gaan veranderingen op macroniveau langzaam, maar beginnen in de praktijk van de zorgverlener. Apothekers en huisartsen waarderen elkaar steeds meer, hebben elkaar nodig om te versterken. En daarom gaat iedere editie van FarmaMagazine vanaf volgend jaar naar apotheker én huisarts. Een FTO in de vorm van een magazine en een website....

Lees Verder
Hennie Henrichs (Teva Nederland): “Gelukkig hebben we de ruimte om lokaal te handelen”
dec19

Hennie Henrichs (Teva Nederland): “Gelukkig hebben we de ruimte om lokaal te handelen”

IN HET VIZIER | Teva in Haarlem, sinds 1998 een onderdeel van Teva Pharmaceuticals Industries, is redelijk uniek in ons land in die zin dat het bedrijf nog steeds een R&D-afdeling heeft in Nederland. Het krijgt de ruimte om in te spelen op veranderingen in de farmaceutische zorgverlening, op het gebied van personalized medicine bijvoorbeeld. Teva Nederland is zowel in de ziekenhuizen als in de retail actief met zelfzorggeneesmiddelen en receptgeneesmiddelen. “In Nederland zijn wij marktleider”, zegt Bob Beekman, verantwoordelijk voor sales en marketing, zowel in de retailmarkt als in de ziekenhuizen – gemeten naar volume. “ Als je naar de verkoopwaarde kijkt, dan staan wij niet bovenaan. Dat verschil wordt verklaard door de dure geneesmiddelen ten opzichte van het laag geprijsde generiek.” Behalve zelfzorg- en receptgeneesmiddelen ontwikkelt Teva ook spécialitées. “Dat maakt ons een hybride bedrijf”, zegt algemeen directeur Hennie Henrichs. “We verzorgen ook via Duplex-registratie industriële leveringen. We zijn echt in alle segmenten vertegenwoordigd en we hebben alles hier in Haarlem onder één dak, dat maakt ons redelijk uniek: productie, research and development en verkoop en marketing. Het is niet te vergelijken met toen ik hier 29 jaar geleden begon. Toen had je hier een fabriek en een commerciële organisatie en alles wat we hier deden was voor de Nederlandse markt. Nu is de R&D vooral gericht op het buitenland en ontwikkelen we producten voor de behandeling van kanker. Een gevolg natuurlijk van het feit dat we sinds 1998 een onderdeel vormen van Teva Pharmaceutical Industries, een beursgenoteerde farmaceutische onderneming die wereldwijd opereert. De productie vindt nu ook plaats over de hele wereld.” Inleveren en terugkrijgen Onderdeel zijn van een groter geheel betekent dat je wat inlevert en ook wat terugkrijgt, stelt Henrichs. Hij vertelt: “We hebben ooit een afdeling opgericht die zich bezighield met het in-licenseren van medicijnen. Dat netwerk wordt enorm veel groter als je onderdeel van een wereldwijd bedrijf bent. R&D wordt nu globaal georkestreerd, het is financieel niet te doen om overal alle apparatuur beschikbaar te hebben voor specifieke ontwikkelingen. Een verschil tussen vroeger en nu is natuurlijk wel dat je vroeger redelijk gemakkelijk lokaal een generiek dossier kon ontwikkelen. Dat kan nu niet meer, maar door schaalgrootte hebben we nu wel toegang tot 96 procent van alle geneesmiddelen die uit patent komen. Ook kunnen we nu veel meer doen op het gebied van innovatie dan mogelijk was toen we nog een klein lokaal bedrijf waren.” Wat moet je als bedrijf in ruil daarvoor inleveren? “Als lokale partij konden we zelf bepalen wat we wilden”, zegt Henrichs, “nu lopen besluitvormingsprocessen vanzelfsprekend anders. De juridische afdeling en de financiën zijn mondiaal georganiseerd. Maar sales...

Lees Verder
Handreiking over nieuwe regelgeving medische hulpmiddelen
dec19

Handreiking over nieuwe regelgeving medische hulpmiddelen

Medische hulpmiddelen moeten vanaf 26 mei 2020 voldoen aan de nieuwe regels en medische hulpmiddelen voor in-vitro diagnostiek vanaf 26 mei 2022. Dat is veelomvattend. Want: pleisters, kunstheupen en pacemakers, maar ook laboratorium- en zwangerschapstesten: alle behoren ze tot de medische hulpmiddelen en in-vitro diagnostica. Fabrikanten, distributeurs en importeurs moeten zich tijdig op deze veranderingen voorbereiden. Maar ook zorgverleners en zorginstellingen krijgen te maken met de gevolgen van de nieuwe regelgeving. De nieuwe regels brengen grote veranderingen met zich mee. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft in samenwerking met de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd i.o. en het RIVM een handreiking ontwikkeld. Daarin worden de belangrijkste wijzigingen benoemd, met verwijzingen naar de belangrijke artikelen in de nieuwe regels. Europese regelgeving
 Het betreft Europese regelgeving, waar ook Nederland aan moet voldoen. De eisen aan medische hulpmiddelen en in-vitro diagnostica om in aanmerking te komen voor markttoelating in de Europese Unie worden strikter, waaronder een grotere hoeveelheid klinisch bewijs. Voordat  de fabrikant een  medisch hulpmiddel op de markt mag brengen, moet  hij een klinische evaluatie uitvoeren. Een klinisch onderzoek kan onderdeel zijn van die klinische evaluatie. In de nieuwe regelgeving is er veel aandacht voor de bescherming van proefpersonen die deelnemen aan een klinisch onderzoek. Patiënten en zorgverleners
 Patiënten en zorgprofessionals krijgen toegang tot een Europese databank met informatie over medische hulpmiddelen op de Europese markt (EUDAMED). Hierdoor kunnen zowel patiënten als zorgprofessionals een goed geïnformeerde keuze maken. Patiënten met een implantaat ontvangen gerichte informatie over het product met behulp van een implantaatkaart. De fabrikant moet deze kaart verstrekken. In de praktijk zal de patiënt de implantaatkaart verkrijgen via zijn zorgaanbieder. Software 
 De definitie van software is veranderd. Daarom is het belangrijk om aan de hand van de nieuwe regels te bepalen of de software valt onder de verordeningen voor medische hulpmiddelen of in-vitro diagnostica. Ook vallen, door de nieuwe classificatieregels, meer softwareproducten voor therapeutische en diagnostische doeleinden in een hogere risicoklasse. Lasers en rimpelvullers
 Een aantal groepen risicovolle producten die vergelijkbaar zijn met medische hulpmiddelen vallen ook onder de verordening. Zij hebben namelijk een vergelijkbaar risicoprofiel met medische hulpmiddelen, maar leveren geen medisch voordeel op. Voorbeelden zijn gekleurde contactlenzen, cosmetische lasers (bijv. voor ontharen) en rimpelvullers. Zalf en neusspray
 Medische hulpmiddelen die bestaan uit stoffen hebben meestal een farmaceutische verschijningsvorm, zoals een zalf, luizenshampoo of neusspray. Deze producten worden vaak langdurig zonder tussenkomst van een zorgverlener gebruikt. Veel van deze medische hulpmiddelen worden met de nieuwe regels anders geclassificeerd. Daarnaast is er een andere procedure vóór de producten op de markt komen. Europese implementatie 
 Kortom: een forse klus en ingrijpende gevolgen. Europese lidstaten werken op verschillende fronten...

Lees Verder
Neprofarm: Actief adviseren over zelfzorg
dec18

Neprofarm: Actief adviseren over zelfzorg

De transitie van de tweede lijn naar de eerste lijn kan alleen succesvol zijn als huisartsen patiënten actief adviseren om met zelfzorg meer regie te nemen over de eigen gezondheid. En voor apothekers ligt er een belangrijke rol in de preventie, zo stelt Dirk Groen, voorzitter van Neprofarm. Dirk Groen, general manager van Mylan NL, is sinds 1 januari 2012 voorzitter van brancheorganisatie Neprofarm, de vereniging van leveranciers van zelfzorggeneesmiddelen en gezondheidsproducten. Na zijn studie geneeskunde heeft hij gewerkt als artsenbezoeker en als manager bij diverse internationale farmabedrijven. Hij kent de wereld van de wetenschap, R & D, productie en marketing. De reguliere zorg slipt dicht en wordt te duur. Meer aandacht voor zelfzorg zou de eerste lijn kunnen ontlasten en de zorgkosten kunnen verlagen. Anders loopt de afgesproken transitie van de tweede lijn naar de eerste lijn spaak en stijgen de kosten alleen maar verder, zo stelt Dirk Groen. Maar Nederland loopt bepaald niet voorop met zelfzorg. In Groot-Brittannië daarentegen stimuleren apothekers en huisartsen patiënten en consumenten om toch vooral zelf de regie te nemen over de eigen gezondheid en het behandelen van kleine kwalen. Zo experimenteren huisartsen, apothekers en drogisten aldaar met diagnose en behandeling van prostaatvergroting. Om vroegtijdig een prostaatvergroting te signaleren verkopen apothekers en drogisten zogenaamde flowmeters waarmee eenvoudig de kracht van de urinestraal is te meten. Pas bij afwijkende waardes – en niet eerder – vindt verwijzing naar de huisarts plaats zodat verder onderzoek een mogelijke relatie met prostaatkanker aan het licht brengt. Dirk Groen benadrukt dat het hier om experimenten gaat en niet om landelijk beleid. “Deze experimenten tonen wel aan hoe de druk op de reguliere zorg kan verminderen door consumenten zelf de regie te laten nemen over de gezondheid. Maar ons land is kennelijk te terughoudend om deze experimenten ook hier te houden.” Nemen we zelfzorg voldoende serieus? “Er zijn jaren geweest dat er ietwat minachtend naar zelfzorg werd gekeken. ‘Zelfzorg is onbelangrijk, werkt niet goed en het is beter om direct naar de huisarts te gaan’, zo was de heersende gedachte. Terwijl zelfzorg een onmisbaar onderdeel is van de zorg en helpt om symptomen van kleine kwalen te verlichten. Ik zie echter een kentering ontstaan. De druk op de zorg neemt nog steeds toe, we gaan te snel en te makkelijk met onze klacht naar de huisarts. Na twee dagen rondlopen met een verkoudheid gaan we al meteen naar de huisarts, want de symptomen zouden weleens kunnen duiden op iets ernstigs. Natuurlijk moeten we bij kleine kwalen niet te lang blijven doorlopen en is een bezoek aan de huisarts nodig, maar de gang naar de huisarts nemen we te makkelijk....

Lees Verder
Reclame voor homeopathische griepbehandeling is verboden
dec18

Reclame voor homeopathische griepbehandeling is verboden

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd geeft aan vorig griepseizoen meerdere meldingen te hebben ontvangen over reclame voor niet-geregistreerde geneesmiddelen. Deze staan op de websites van diverse homeopathische praktijken. Het gaat om verschillende producten die werden aangeprezen als alternatief voor de griepvaccinatie of ter preventie of behandeling van griep. En dat is verboden. Griep is namelijk een ziekte. Zodra er een claim wordt gelegd over werkzaamheid van een bepaald product bij griep wordt dat product gezien als een geneesmiddel. De homeopathische middelen zijn echter niet geregistreerd als geneesmiddel en de werkzaamheid daarvan bij griep is niet onderzocht. Reclame voor een geneesmiddel zonder handelsvergunning is verboden. Reclame voor homeopathische middelen tegen griep vallen dus ook onder dit verbod. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in oprichting (IGJ) heeft de eigenaren van de betreffende website op de hoogte gebracht dat zij met hun handeling in overtreding zijn en waarom dat het geval is. Waarschuwing bij start groepseizoen Aan de start van het griepseizoen 2017 heeft de inspectie de verenigingen en koepels binnen het veld van homeopathie, orthomoleculaire en integrale geneeskunde geïnformeerd over de geconstateerde overtredingen. Zij heeft hen gevraagd de achterban hierover goed te informeren. Zodra de betreffende organisaties op de hoogte zijn van het feit dat je producten niet mag aanprijzen als alternatief voor de griepvaccinatie of ter preventie of behandeling van griep, kunnen ze er rekening mee houden. Dat kan maatregelen van de inspectie te voorkomen. Bron: Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Veel aandacht voor bijsluiter zelfzorgmiddel
dec17

Veel aandacht voor bijsluiter zelfzorgmiddel

Een goede bijsluiter en informatie tekst op de verpakking is bij zelfzorg van groot belang. De consument leest voor het eerste gebruik van een zelfzorggeneesmiddel namelijk bijna altijd de bijsluiter. Maar liefst 91 procent van de gebruikers leest deze helemaal, of ten minste de belangrijkste informatie. Ook de tekst op de verpakking krijgt veel aandacht. Voor de consument is de belangrijkste informatie de dosering (70 procent), de bijwerkingen (68 procent) en wijze van inname/gebruiksaanwijzing (67 procent). Dat blijkt uit onderzoek door Multiscope in opdracht van Neprofarm. Keuze
 Als de consument met een eenvoudige gezondheidsklacht voor het schap met zelfzorggeneesmiddelen staat om een product te kiezen dat ze voor het eerst gaan kopen, weet 48 procent al van te voren wat ze willen hebben, 28 procent leest de verpakkingen van de producten die in aanmerking komen en 21 procent vraagt advies aan een medewerker. Bovendien wordt dan de verpakking van het gekozen product door 76 procent van de consumenten goed gelezen. Niet alleen bij eerste gebruik
 De verpakking en de bijsluiter geven de gebruiker de informatie die nodig is voor een veilig en effectief gebruik. Dat geldt niet alleen voor het eerste gebruik. Ook als een geneesmiddel al vaker is gebruikt, blijft het lezen van de bijsluiter belangrijk. In de tussentijd kan immers de situatie van de gebruiker veranderd zijn. Bijvoorbeeld als een zelfzorggeneesmiddel gelijktijdig wordt gebruikt met andere (recept)geneesmiddelen. Ook dan is het noodzakelijk om de bijbehorende bijsluiters te lezen, om ongewenste en onbedoelde wisselwerkingen te voorkomen. Bij twijfel over gelijktijdig gebruik van geneesmiddelen, is het verstandig een arts of apotheker te raadplegen. Vooraf lezen
 75 procent van de mensen geeft aan het prettig te vinden om al voor aankoop de bijsluiter te kunnen lezen. Dat is inmiddels mogelijk met de Zelfzorg app. De consument scant daarmee de barcode van het zelfzorgproduct en ziet dan direct de originele bijsluiter zoals die in de verpakking zit. Bron: Neprofarm Onder redactie: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Subsidie gepast gebruik van medische hulpmiddelen
dec12

Subsidie gepast gebruik van medische hulpmiddelen

In de hulpmiddelenzorg in Nederland gaat veel goed. Toch is er ook ruimte voor verbetering. ZonMw stelt subsidies beschikbaar voor doelmatigheidsonderzoek naar (gepast gebruik van) hulpmiddelen in, en op weg naar, het verzekerde pakket. Bijvoorbeeld bij de zorg voor stoma, incontinentie en diabetes. In het kader van het programma Goed Gebruik Hulpmiddelenzorg heeft ZonMw recent twee subsidierondes opengesteld voor onderzoek naar hulpmiddelen. Daarbij gaat het om medische hulpmiddelen zoals bedoeld in de Zorgverzekeringswet, het Besluit en de Regeling zorgverzekering. Een onderwerp waarover een aanvraag is ingediend voor een Stimuleringssubsidie, mag niet door dezelfde aanvrager óók worden ingediend in de subsidieronde Goed Gebruik Hulpmiddelenzorg ronde 1 en andersom. Goed Gebruik Hulpmiddelenzorg – Stimuleringssubsidies ronde 1
 Deze oproep is bedoeld voor wie onderzoek naar de hulpmiddelenzorg wil doen, maar daarvoor nog geen concrete plannen en samenwerkingspartners heeft. Binnen deze ronde kan maximaal €10.000,- per voorstel worden aangevraagd, voor financiering van voorbereidende activiteiten. Zoals activiteiten ter voorbereiding op het schrijven van de subsidieaanvraag en/of het versterken van de onderzoeksinfrastructuur op het gebied van de hulpmiddelenzorg. Voorbeelden van mogelijke activiteiten zijn (een combinatie van): 
Een reeks bijeenkomsten bedoeld om tot relevante en concrete onderzoeksvragen te komen
Het oprichten van een samenwerkingsverband/netwerk
Voorbereiden van een subsidieaanvraag. Voor deze subsidieronde is €100.000,- beschikbaar. Per project kan maximaal € 10.000,- worden aangevraagd. Zowel hoofd- als medeaanvragers mogen bij maximaal één aanvraag voor een stimuleringssubsidie betrokken zijn. Deadline: 18 januari 2018, 14.00 uur Zie alle informatie over de stimuleringssubsidie ronde 1 ‘Goed Gebruik Hulpmiddelenzorg – Open ronde 1’
 Met de subsidieoproep ‘Goed gebruik hulpmiddelenzorg ronde 1’ stelt ZonMw subsidie beschikbaar voor onderzoek naar de effectiviteit en kosteneffectiviteit van de integrale hulpmiddelenzorg. Het gaat dus niet alleen om het hulpmiddel zelf, maar ook om de zorg daar omheen. Het is belangrijk dat de aanvrager al concrete doelmatigheidsvragen voor ogen heeft. Een subsidieaanvraag kan alleen worden ingediend door een onderzoeksinstelling. Uit de projectbeschrijving dient duidelijk naar voren te komen dat de inzet van publieke middelen gerechtvaardigd is en waarom het project niet geheel of gedeeltelijk door andere partijen wordt opgepakt of gefinancierd. Zorgprofessionals en hulpmiddelengebruikers/ mantelzorgers worden aangemoedigd om medeaanvrager van het project te zijn. Het maximaal aan te vragen bedrag per project is € 400.000,-. Eventuele zorgkosten mogen niet ten laste van de subsidie worden gebracht worden. De deadline is 1 februari 2018, 14.00 uur Zie alle informatie over de subsidieoproep Open ronde 1 Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Helpdesk staat EMA-medewerkers bij
dec11

Helpdesk staat EMA-medewerkers bij

Dat Nederland heel blij is met de aankomende vestiging van het Europees Medicijnen Agentschap (EMA) is bekend. Ze wil er alles aan doen om de overgang voor de medewerkers zo soepel mogelijk te laten verlopen. Daarom is er sinds begin december op het terrein van de EMA in Londen een Nederlandse helpdesk ingericht. Medewerkers van de EMA worden geconfronteerd met een verhuizing naar het continent, waar ze niet om hebben gevraagd, maar waar ze niet aan ontkomen. Dat betekent een zeer ingrijpende verandering in hun eigen leven en dat van hun gezinsleden. Zij kunnen bij de helpdesk terecht met al hun vragen die er leven ten aanzien van de verhuizing van hun werkplek en waarschijnlijk ook woonplek naar Nederland. Bij de helpdesk zullen experts op het gebied van internationale nieuwkomers in Nederland hen te woord staan. De medewerkers van EMA hebben hiermee een duidelijk aanspreekpunt om hen te helpen bij alles wat er bij een verhuizing naar Nederland komt kijken. Informatiebijeenkomsten De helpdesk is onderdeel van de Nederlandse inzet om de verhuizing van de EMA en zijn medewerkers zo soepel mogelijk te laten verlopen. De helpdesk zal allereerst informatiebijeenkomsten organiseren over bijvoorbeeld gezondheidszorg, onderwijs of huisvesting in Nederland. De eerste staan nog dit jaar gepland. Ook kunnen medewerkers nu al bij de helpdesk terecht met vragen over bijvoorbeeld medische behoeften, vragen van partners om in Nederland te kunnen werken en verblijfsvergunningen. Vanaf 1 februari wordt het helpdeskteam verder uitgebreid en worden individuele gesprekken met alle medewerkers gepland. EMA-gebouw De EMA wordt gevestigd op kavel 12 van het zogeheten “Vivaldi-deel” in het uiterste zuidoosten van de Zuidas in Amsterdam Zuid. Dit nog te bouwen kantorencomplex krijgt een omvang van 38.200 m2, waarvan 11.500 m2 conferentiecentrum. van 19 verdiepingen moet nog worden gebouwd. Kenmerkend voor dit project is de vlotte doorlooptijd. Daarvoor is er een procedure gestart om af te wijken van de bestaande bouwregels. 
Het conferentiecentrum moet per april 2019 operationeel zijn, de kantoren per november 2019. Het is nog maar de vraag of dat haalbaar is, iedereen kent het gegeven dat nieuwbouw meestal uitloopt. Maar zelfs als de streefdata wel worden gehaald, zijn de kantoorgedeelten dus nog niet gereed op 1 april 2019. Dat is de datum dat de Brexit een feit moet zijn. Het EMA-personeel wordt dan tijdelijk ondergebracht in een nabij gelegen kantoren. Bron: Rijksoverheid Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Pagina 1 van 212