Geen zevenmijlslaarzen maar bedachtzame stappen
Jul18

Geen zevenmijlslaarzen maar bedachtzame stappen

Met Gerben Klein Nulent heeft de KNMP een voorzitter getroffen die een enorme nuchterheid uitstraalt. Iemand die durft toe te geven in de discussie over dure geneesmiddelen nauwelijks een rol te kunnen spelen. Maar ook iemand die zich hard maakt voor de erkenning van de apotheker als zorgverlener én die zich ervoor inzet om hieraan inhoud te geven. Graag nog drie jaar. Gerben Klein Nulent is geen man van de sweeping statements. Gevraagd naar de toekomst die hij voor zich ziet nu zijn eerste voorzitterstermijn van de KNMP zijn einde nadert (nog een half jaar), pakt hij niet breed uit met een activistische oproep aan de leden om hem te herkiezen, maar zegt hij bescheiden: ‘Als de leden het willen, ga ik door’. En die tweede termijn wil hij dan vooral om een aantal al eerder geformuleerde doelstellingen voor de langere termijn verder te kunnen vormgeven. De positionering van de apotheker als zorgverlener is hierbij het eerste dat hij noemt. Maar ook ‘fundamenteel nadenken over het nieuwe bekostigingsmodel voor de openbare farmacie en daarover tot overeenstemming komen met de zorgverzekeraars’. En de samenwerking met andere zorgprofessionals in de eerste en tweede lijn optimaliseren. ‘Maar dan wel zo dat de patiënt er beter van wordt’, voegt hij aan dit laatste toe. ‘Aan samenwerken op zich heb je niets.’ Verbinding, erkenning en verruiming Bij uw aantreden gaf u aan een voorzitter te willen zijn voor alle apothekers, van openbare en ziekenhuisapothekers tot apothekers werkzaam in de industrie of bij de overheid. Merkt u in de praktijk dat er voldoende verbinding is tussen die verschillende groepen om ze als voorzitter gezamenlijk te kunnen dienen? “De relatie met de industrie- en overheidsapothekers is duidelijk verbeterd. Zij wilden geen sectie zijn binnen de KNMP dus dat hebben we losgelaten. Met de NVZA voeren we vijfmaal per jaar inhoudelijk overleg en met de NIA doen we dit ook regelmatig. Naar beider tevredenheid, denk ik te weten. We hebben altijd een goed gevulde agenda, waarin zaken als de invulling van de specialismen, de apotheekbereidingen, de poliklinische apotheken en de visie over de langere termijn aan bod komen.” En wat vindt u de belangrijkste zaken die u tot nu toe in uw twee en een half jaar als voorzitter hebt bereikt? “We hebben het specialisme openbare apotheker gerealiseerd. Dat was natuurlijk al door mijn voorgangers in gang gezet, maar hebben dat goed kunnen afronden. Er is nu dus wettelijke erkenning voor de rol van de apotheker als zorgverlener, en we zijn nu bezig in dat kader de financiering te regelen. We verwachten dat de minister hierover in de loop van 2018 uitsluitsel zal geven. Wat ook bereikt...

Lees Verder
E-healthtoepassingen apotheek onvoldoende bekend bij Nederlanders
Jul18

E-healthtoepassingen apotheek onvoldoende bekend bij Nederlanders

40% van de Nederlanders heeft geen idee welke e-healthmogelijkheden zijn of haar apotheek biedt. Van de 25- tot 34-jarigen weet zelfs meer dan de helft niet dat zij online medicatie kunnen bestellen of via een e-consult vragen kunnen stellen aan de apotheker. Het is dan ook geen verrassing dat slechts 5% ervaring heeft met een e-consult bij de apotheek en 17% online medicatie heeft besteld. Dat blijkt uit onderzoek van PharmaPartners, onder ruim 1.000 Nederlanders. Het aantal gebruikers van e-healthtoepassingen is laag, hoewel uit onderzoek blijkt dat patiënten hier wél behoefte aan hebben. Echter mist de kennis over de mogelijkheden die er zijn. Op dit moment maken vooral 55+’ers gebruik van de e-healthtoepassingen van de apotheek; zo bestelt een kwart van hen de medicijnen online. Dit in tegenstelling tot de 25- tot 34-jarigen; slechts 13% bestelt medicijnen via het internet. Toch staan de meesten van hen hier wel voor open, zeker voor eenvoudige klachten lijkt het hen ideaal. Apothekers: maak keuzes, begin met simpele toepassingen
 Sander de Jong, Managing Director Farmacie bij PharmaPartners: “De werkdruk in de eerstelijnszorg is enorm hoog. Door gebruik te maken van e-healthtoepassingen kunnen zorgverleners hun tijd efficiënter indelen. Ook voor de patiënt biedt het voordelen als hij een vraag kan indienen door middel van een e-consult of herhaalmedicatie online kan bestellen.” De Jong heeft een belangrijke tip voor apothekers die e-healthtoepassingen willen implementeren. “Maak keuzes. Begin bijvoorbeeld met simpele toepassingen, zoals het online bestellen van medicijnen. Zowel patiënten als medewerkers moeten wennen aan nieuwe systemen of manieren van werken en dit kost tijd. Al doende komt u erachter wat voor uw apotheek en uw patiënten het beste werkt.” Communiceer over de online mogelijkheden 
 Van de patiënten die bekend zijn met de online mogelijkheden is 1 op de 5 hierop gewezen door de zorgverlener. 19% van deze groep heeft erover gelezen op de website en slechts 7% is geïnformeerd via een e-mail. Uit het onderzoek blijkt dat zorgverleners nog weinig actief communiceren over de online mogelijkheden. “Het apothekersteam speelt een belangrijke rol in het creëren van bekendheid onder patiënten. Een assistent kan de patiënt tijdens een bezoek aan de apotheek attenderen op de mogelijkheid om medicatie online te bestellen of een e-consult in te plannen. Of stuur een nieuwsbericht naar alle patiënten waarin de voordelen van e-healthtoepassingen worden toegelicht”, aldus de Jong. Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met PharmaPartners  ...

Lees Verder
Meer meldingen over rode gist supplementen
Jul17

Meer meldingen over rode gist supplementen

Er is een toename van de meldingen van bijwerkingen na het gebruik van rode gist supplementen. Dit meldt het bijwerkingencentrum Lareb. Ze stelt dat consumenten onvoldoende op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren van deze supplementen. In Nederland wordt rode gist rijst verkocht als voedingssupplement. Dit product neemt op dit moment sterk in populariteit toe. Rode gist rijst wordt aanbevolen voor “de instandhouding van normale cholesterolgehalte in het bloed” en als alternatief voor mensen die om het cholesterol te verlagen geen statines  willen innemen of deze niet verdragen. Rode gist rijst is een traditioneel Chinees voedingsmiddel dat ontstaat door fermentatie van rijst. Tijdens dit fermentatieproces wordt de stof Monacoline K gevormd. Andere naam voor Monacoline K is lovastatine. Deze is verkrijgbaar als geneesmiddel in een groot aantal landen, maar niet in Nederland. De samenstelling
 Om  het gewenste effect te bereiken luidt de aanbeveling om dagelijks 10 mg Monacoline K in te nemen. Het probleem is echter dat supplementen op basis van gefermenteerde rode rijst niet zijn gestandaardiseerd. De hoeveelheid Monacoline K in verschillende preparaten kan variëren. Bovendien kunnen deze producten door  het gistingsproces ook de giftige stof citrinine bevatten. Meldingen
 Bijwerkingencentrum Lareb heeft zestien meldingen ontvangen van bijwerkingen na gebruik van rode gist rijst. De klachten komen overeen met de bijwerkingen van statines. De meeste klachten betreffen spierpijn, maag- en darmklachten. Maar er zijn ook ernstige klachten gemeld, zoals spierafbraak, alvleesklierontsteking en ontregeling van de stollingstijd. Lareb heeft een analyse opgesteld van deze meldingen. IGZ geïnformeerd Lareb heeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en Inspectie voor Volksgezondheid (IGZ) geïnformeerd over de ontvangen meldingen. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Sterke lobby voor vestiging Europees Medicijnen Agentschap in Nederland
Jul14

Sterke lobby voor vestiging Europees Medicijnen Agentschap in Nederland

Nederland zet een stevige lobby in op de herlocatie van de EMA. Wouter Bos, voormalig vice-premier en voorzitter van de Raad van Bestuur van VU medisch centrum in Amsterdam, wordt ambassadeur voor het Nederlandse kandidaatschap voor de EMA. De Brexit biedt kansen, zoals het vertrek van een aantal agentschappen, waaronder de EMA van Londen naar een ander EU-land. Nederland ziet dit agentschap graag gevestigd in Amsterdam. Aantrekkelijk vestigingsklimaat
 Het Nederlandse bid voor herlocatie van de EMA geeft aan hoe aantrekkelijk het is om de EMA te vestigen in ons land. Het garandeert een efficiënte en snelle verhuizing van de EMA en voortgang van de taken.   Nederland heeft veel te bieden: een eerste klas nationaal medicijnenagentschap, prima werkethiek, toegewijde expat centers en één van hoogste concentraties van Life Sciences and Health activiteiten in Europa. Ons land zal ook zorg dragen voor een op maat gemaakt gebouw in het Amsterdamse zakendistrict. Het EMA gebouw in Amsterdam ligt op slechts 10 minuten per trein vanaf Schiphol, zodat medewerkers er zelfs voor kunnen kiezen om vanuit Londen heen en weer te reizen in de eerste periode na de verhuizing. Geen enkele andere stad kan deze uitstekende bereikbaarheid bieden, zo wordt nadrukkelijk vermeld. En er is meer. De hele regio beschikt over een dekkend 4G netwerk, en 5G pilots starten nog dit jaar. Deze unieke eigenschappen zijn cruciaal om de meer dan 36000 bezoekers van binnen en buiten Europa goede toegang te geven tot de EMA-faciliteiten Internationale gemeenschap Met meer dan 180 nationaliteiten is de regio Amsterdam een echte internationale gemeenschap. De regio biedt hoog gekwalificeerde internationale professionals, vele werkmogelijkheden voor partners van EMA medewerkers, 16 internationale scholen, 2 Europese scholen, uitstekende kinderopvang en voorschoolse faciliteiten, uitstekende gezondheidszorg en een prima variëteit aan goede betaalbare woningen. Uitbreiding wetenschappelijke capaciteit
Bert Leufkens, voorzitter van het Nederlandse College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG), meldt dat het CBG  zijn wetenschappelijke capaciteit zal uitbreiden om zo het toegenomen werk na de Brexit te kunnen verwerken. Nederland investeert 10 miljoen euro in deze uitbreiding en in het versterken van andere Europese geneesmiddelenautoriteiten. Zie de fraaie website met aansprekend videofilmpje met teksten waarom Nederland de beste keus is voor EMA: www.netherlandsforema.eu. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Column: Piep
Jul12

Column: Piep

Wat is dat voor een irritant piepje, Bas? Slaat je pacemaker weer eens op hol? Of zit je onder werktijd weer te appen met je vriendin. Stop toch eens met je morbide grappen, Niels. Ik ben kerngezond. En dat wil ik ook zo houden. Dat piepje komt dan ook niet van een pacemaker, maar van mijn Apple Watch. Die geeft aan dat ik eigenlijk weer eens moet bewegen wil ik mijn BMI en gewicht op orde houden. E-health heet dat. En e-health laat de zorg kantelen! En daar wil ik natuurlijk wel getuige van zijn! Wat een onzin, Bas. Om gezond te leven heb je helemaal geen e-health nodig. Gewoon de koelkast en mond dicht houden en braaf iedere dag na het eten een klein rondje met de hond of vrouw lopen. Dat houdt lichaam en geest gezond. Onder welke steen heb jij geleefd, Niels. Dan hoor jij vast tot de groep mensen die gelooft dat mensen met diabetes type 2 en obesitas slappelingen zijn en moeten boeten omdat ze hun hele leven uit de ban zijn gesprongen, of dat rokers door een zwakke wil sterven aan longkanker. Gezondheid zit iets ingewikkelder in elkaar. Daarom moeten we data van patiënten verzamelen, analyseren en leren. Want meten is weten! Meten is inderdaad weten, Bas. Maar e-health staat nog in de kinderschoenen. Uit de laatste E-health monitoring van Nictiz blijkt dat zorgconsumenten amper gebruikmaken van de digitale mogelijkheden van data-verzamelen en zorg op afstand. En als ze dat al wel zouden doen: wat gebeurt er met al die data? Wie gaat al die gigabyte aan gegevens verzamelen, ontleden, analyseren en ombuigen tot een advies als: piep, u moet nu de medicatie aanpassen. Of in jouw geval: piep, u moet nu de trap op- en aflopen. Dat is precies de uitdaging, Niels! Een kans voor huisarts en apotheker. E-health goeroe Daan Dohmen zegt het zo mooi in het interview in deze editie: de zorg loopt vast, de eerste lijn valt om en doelmatige farmacotherapie vraagt om een zorgcoach. Een regisseur op het medicatiedossier, die met moderne technologie als zorg op afstand de medicatie bewaakt en de patiënt begeleidt. Dat is meer dan een piepje versturen. Dat is persoonlijk begeleiden, dat is chatten met je zorgverlener, dat is… nou, je begrijpt het wel. Bas, je moet volgens mij weer een rondje gaan rennen, hoor ik aan het piepje van je horloge 2.0.  Als je op de terugweg langs de koelkast komt, neem je dan een lekker ijsje voor mij mee? Bastiaan Witvliet, hoofdredacteur FarmaMagazine Niels van Haarlem, redacteur FarmaMagazine  ...

Lees Verder
Communicatie tussen de ketenpartners is de kern
Jul12

Communicatie tussen de ketenpartners is de kern

Wie is verantwoordelijk voor de antistolling? Het is een vraag die de gemoederen van menig zorgverlener bezighoudt. Vooral nu steeds meer nieuwe generatie antistollingsmiddelen beschikbaar komen en steeds meer patiënten er afhankelijk van worden. Niet verwonderlijk dus dat de onlangs gehouden conferentie ‘Transmurale Antistolling, naar een sluitende antistollingsketen’ druk bezocht werd door alle betrokken partijen uit het veld. Conclusie? Communicatie tussen de ketenpartners is het kernpunt waar ongelooflijk hard aan gewerkt moet werken in de veranderende antistollingsomgeving in Nederland. Vanwege te weinig samenhang in de keten van antistollingszorg waren er altijd al risico’s verbonden aan antistollingsmiddelen. Betrokkenen uit het veld drongen er dan ook al langer op aan dat dit beter moest. Die noodzaak is de afgelopen jaren alleen maar toegenomen. Nu al gebruiken meer dan een miljoen mensen in Nederland een of meerdere antistollingsmiddelen en dat aantal zal de komende jaren verder stijgen. Onder meer als gevolg van de vergrijzing. De hierbij veelal gepaard gaande comorbiditeit maakt dat voorschrijven en bewaken van antistolling uiterst zorgvuldig moet gebeuren. De roep om verbeteringen en dan vooral duidelijkheid over wie de regie voert rondom het uitgeven en bewaken van antistollingsmiddelen, is de afgelopen jaren verhevigd met de komst van de NOAC’s, ook wel DOAC’s (nieuwe orale anticoagulantia of directe orale anticoagulantia). Nog meer nu sinds eind 2016 ook de huisartsen deze geneesmiddelen mogen voorschrijven. Was bij de VKA’s (vitamine K-antagonisten) een centrale rol weggelegd voor de trombosediensten, deze is met de nieuwe generatie antistollingsmiddelen in ieder geval wat betreft het bewaken van bloedwaarden, komen te vervallen. Het prikken hierop wat weer de dosering van de VKA bepaalt, is bij NOAC’s namelijk niet aan de orde. Dit is omdat NOAC’s rechtstreeks invloed hebben op een van de stollingseiwitten en niet, zoals VKA’s doen, de aanmaak van stollingseiwitten in de lever remmen. Tussen wal en schip Nu de trombosediensten grotendeels wegvallen als centraal onderdeel van de zorgketen en als bewaker van de antistolling, neemt het belang van duidelijke afspraken tussen de ketenpartners toe. Met name rondom overdracht van de patiënt tussen disciplines binnen de tweede lijn en rondom overdracht tussen de tweede- en eerste lijn. Voorkomen moet worden dat de antistolling van de patiënt tussen wal en schip geraakt. Ook voorkomen moet worden dat de patiënt vanwege de sporadische controlemomenten langere tijd antistollingsmiddelen slikt zonder controle en toezicht. Of niet, want therapie-ontrouw is ook een groot probleem onder deze groep patiënten. Gevaar dat hierdoor calamiteiten gaan optreden, ligt op de loer. Meer dan de helft van de potentieel vermijdbare ziekenhuisopnames wordt veroorzaakt door verkeerd gebruik van antistollingsmiddelen en door geen- of miscommunicatie tussen zorgverleners. Geen wonder dus dat de conferentie over transmurale antistolling,...

Lees Verder
REDUSE PDS helpt patiënten met het prikkelbare darmsyndroom
Jul11

REDUSE PDS helpt patiënten met het prikkelbare darmsyndroom

2,5 miljoen Nederlanders lijden aan het prikkelbare darmsyndroom (PDS), een enorm aantal. Toch zijn er nog steeds onvoldoende evidence based behandelingen voor deze patiënten. Uitleggen en geruststellen, dat is alles wat de arts kan doen. Onacceptabel, vinden Marten Otten, MDL-arts, en Fien Stellingwerff Beintema, PDS-patiënt. Met hun project REDUCE PDS laten ze zien dat er meer mogelijk is voor PDS-patiënten. Hij is net terug uit Chicago, waar hij voor een internationaal congres van maagdarmlever-(MDL-)artsen een presentatie mocht houden over REDUCE PDS. De zaal zat vol en de belangstelling was groot, vertelt Marten Otten, MDL-arts in zelfstandig behandelcentrum (ZBC) De Veluwe in Apeldoorn. Otten is samen met Fien Stellingwerff Beintema, oud-voorzitter van de PDS Belangenvereniging, de vereniging voor PDS-patiënten, aanjager van het REDUCE PDS-project. Begin 2016 werd dat afgerond. Afgelopen jaar presenteerden ze in binnen- én buitenland de eindresultaten. Zo verscheen er een uitgebreide eindreportage, en vonden diverse publicaties hun weg naar de media. De belangstelling voor REDUCE PDS is groot. Er lijden dan ook veel patiënten aan het prikkelbare darmsyndroom. In Nederland zo’n 15 procent van de bevolking, oftewel 2,5 miljoen Nederlanders. PDS is een complexe aandoening, legt Otten uit, al was het maar omdat evidence based behandeling veelal ontbreekt. “Genezing is niet mogelijk. Soms verhevigen de klachten, soms zwakken ze een tijdje af, maar verdwijnen doen ze nooit. PDS-patiënten moeten ermee leren leven.” Buikpijn, misselijkheid, braken, diarree, obstipatie, soms afwisselend, dat zijn de voornaamste klachten waar PDS-patiënten mee worstelen. “Het zijn klachten waar ze niet graag over praten,” vervolgt Otten. “Het is niet chique om op een feestje over je obstipatieproblemen te praten. Dat houd je liever voor jezelf. Vandaar dat we veel verborgen ellende en verdriet zien bij deze patiënten. Op de Kwaliteit van Leven-schaal scoren ze gemiddeld 66, op een schaal van nul tot honderd. Dat is een belabberde score. Dat is vergelijkbaar met de Kwaliteit van Leven-scores van patiënten met reuma, kanker of hartfalen.” Alarmstand Hoewel de precieze oorzaak van PDS niet bekend is, is het vermoeden dat een darminfectie, van een virus of bacterie, vaak de aanjager is van de klachten. “Een infectie moet natuurlijk door het lichaam bestreden worden, dus het autonoom zenuwstelsel gaat zich verdedigen. Het probleem bij PDS-patiënten is dat dat zenuwstelsel in de alarmstand blijft hangen. Dat betekent dat het veel te heftig reageert op vaak kleine prikkels, zowel van binnen als buiten het lichaam. Mensen die iets eten, krijgen buikkrampen, diarree of – wat uitermate akelig is – hun buik kan enorm gaan opzwellen. Vrouwen krijgen soms zelfs de vraag of ze zwanger zijn, zo dramatisch is dat.” Uitleggen en geruststellen, veel meer kan de MDL-arts niet doen in...

Lees Verder
SPACE-onderzoek: Spelden in hooiberg steeds vaker gevonden
Jul10

SPACE-onderzoek: Spelden in hooiberg steeds vaker gevonden

Het lukt steeds beter ankyloserende spondylitis, de bekendste vorm van axiale spondyloartritis, in een vroege fase op te sporen. Dit is een van de belangrijkste recente uitkomsten van het SPACE-onderzoek dat wordt aangestuurd door LUMC-onderzoekers. Voor de patiënten die aan deze ziekte lijden, zullen de bevindingen de wereld van verschil maken. Niet alleen biedt het betere behandeling van de symptomen, ook de vergroeiing van de wervelkolom zal mogelijk voorkomen kunnen worden. Het grote probleem van ankyloserende spondylitis (AS) -beter bekend als de ziekte van Bechterew- is dat de ziekte meestal pas in een laat stadium wordt gediagnosticeerd. Gemiddeld zo’n acht tot negen jaar na de eerste rugklachten. Vergroeiing van de sacro-iliacaal gewrichten en de wervelkolom, waar de diagnose traditioneel op berustte, kan namelijk dan pas met röntgenonderzoek worden aangetoond. De meeste patiënten hebben dan al een lange en frustrerende zoektocht naar de oorzaak van hun klachten achter de rug. Bovendien hebben de klachten dan al een behoorlijke wissel getrokken op de kwaliteit van leven van de patiënt. Het ziekteproces is daarnaast in dat stadium inmiddels onomkeerbaar. Slechts de symptomen zoals stijfheid, vermoeidheid en ontstekingen kunnen nog worden behandeld. Het is onduidelijk of verdere vergroeiing van de wervelkolom nog is tegen te houden. Het team van LUMC-reumatoloog dr. Floris van Gaalen hoopt hier verandering in te brengen. De eerste uitkomsten van het onderzoek zijn in ieder geval veelbelovend. Ruim zeven jaar geleden startte in het LUMC het SPACE-project: SPondyloArthritis Caught Early. Naast het AMC en het Groene Hart Ziekenhuis in Gouda doen ziekenhuizen in Noorwegen, Zweden, Italië en binnenkort Portugal mee aan de studie. Inmiddels zijn ruim zeshonderd patiënten geïncludeerd. Spelden in de hooiberg “Het doel van ons SPACE-project is om aan te tonen dat het mogelijk is de diagnose vroege axiale spondyloartritis (SpA) te stellen,” zegt Van Gaalen en vervolgt: “Axiale spondyloartritis waarbij nog geen botbeschadigingen zijn opgetreden, wordt non-radiografische axiale SpA genoemd en is het voorstadium van AS. De moeilijkheid van de ziekte in dit stadium is dat het belangrijkste symptoom van de ziekte, namelijk rugklachten, nogal veel voorkomt.  Het zijn dan ook de spelden in de hooiberg: van de bijna twee miljoen Nederlanders die rugklachten hebben, lijdt ongeveer zestigduizend aan de ziekte van Bechterew. Huisartsen denken bij patiënten met rugklachten dan ook niet zo snel aan de ziekte van Bechterew en verwijzen daarom meestal niet door. Met onze observationele studie hebben we signalen in kaart gebracht die naar een vroeg stadium van deze ziekte wijzen.” Om dit te realiseren hebben de onderzoekers uit de diverse medische centra de huisartsen in hun regio gevraagd alle patiënten tussen de 18 en 45 jaar door te sturen met rugklachten die...

Lees Verder
Top 10 verkoop geneesmiddelen zonder recept in apotheek
Jul08

Top 10 verkoop geneesmiddelen zonder recept in apotheek

Ruim een kwart van de geneesmiddelen die apotheken in 2016 zonder recept verkochten betrof paracetamol. De tien meest verkochte geneesmiddelen zonder recept zijn samen goed voor bijna 60% van alle handverkooptransacties van geneesmiddelen in de apotheek. Neussprays met xylomethazoline hebben een aandeel van 10%. Nederlandse apotheken verkopen ook geneesmiddelen zonder recept. Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) bepaalt welk type verkooppunt welk zelfzorggeneesmiddel mag verkopen. Er zijn drie categorieën: = Algemene Verkoop (AV) (mag ook b.v. in supermarkten en benzinestations) = Uitsluitend Apotheek en Drogist (UAD) = Uitsluitend Apotheek (UA). Het CBG betrekt bij deze indeling de aard, de hoeveelheid van de werkzame stoffen en de verpakkingsgrootte. Zo geldt voor ibuprofen 200 mg het AV-regiem voor verpakkingen t/m 12 stuks en het UAD-regiem voor verpakkingen van 12 t/m 48 stuks. Paracetamol nummer één
 Geneesmiddelen met paracetamol – inclusief combinaties met dit middel – gaan in de apotheek het vaakst zonder recept over the counter. Ruim een kwart van alle geneesmiddelverkopen zonder recept in de apotheek betreft een paracetamolvariant. Tabel: Aandeel van geneesmiddel in de geneesmiddelverkoop zonder recept in apotheken (2016) RANG GENEESMIDDEL TOEPASSING AANDEEL 1 paracetamol incl. combinaties (N02BE) bij pijn, bij koorts 26,0% 2 xylometazoline (R01AA07) neusverkoudheid 10,3% 3 ibuprofen (M01AE01) bij pijn 4,6% 4 miconazol (D01AC02) bij huidschimmel 3,4% 5 indifferente zalven en crèmes (D02AX) o.a. bij eczeem 3,4% 6 acetylcysteïne (R05CB01) slijmverdunning 2,4% 7 noscapine (R05DA07) hoestprikkeldemping 2,4% 8 cetirizine (R06AE07) bij allergie 2,4% 9 broomhexine (R05CB02) slijmverdunning 2,2% 10 loperamide (A07DA03) bij diarree 1,7% Bron: Stichting Farmaceutische Kengetallen  ...

Lees Verder
NZa kijkt naar de toegankelijkheid van dure geneesmiddelen
Jul07

NZa kijkt naar de toegankelijkheid van dure geneesmiddelen

Krijgen burgers de dure geneesmiddelen waar zij recht op hebben? In haar laatste monitor over inkoop geneesmiddelen heeft de NZa aangegeven daarnaar onderzoek te doen. Dat heeft geleid tot het rapport “Toegankelijkheid van dure geneesmiddelen.” In het rapport benadrukt de NZa dat er veel goed gaat in de toegankelijkheid van dure geneesmiddelen.  Het is de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieders en zorgverzekeraars te zorgen dat de patiënt de geneesmiddelen krijgt. Op grond van de bevindingen concludeert de NZa dat patiënten de dure geneesmiddelen krijgen waar zij recht op hebben. Aanbevelingen
 De NZa doet een aantal aanbevelingen om winst te boeken in de organisatie van het proces: • Maak als zorgaanbieder en zorgverzekeraar, al voorafgaand aan het moment dat patiënten een nieuw add-ongeneesmiddel nodig hebben, afspraken over de inkoop van het geneesmiddel. Hierbij kan de Horizonscan van hulp zijn. • Zorg als beroepsgroep dat het beleid voor nieuwe geneesmiddelen of indicaties zo snel mogelijk wordt gepubliceerd en gecommuniceerd met zorgverzekeraars en zorgaanbieders. 
• Overweeg als zorgaanbieder en zorgverzekeraar zoveel mogelijk aan te sluiten bij het beleid van de beroepsgroep. • Maak als zorgverzekeraar kenbaar aan patiënten en zorgaanbieders bij welke zorgaanbieders geneesmiddelen zijn ingekocht, als het inkoopbeleid van dure geneesmiddelen afwijkt van de door de beroepsgroep geselecteerde centra. • Maak als zorgverzekeraar ruimte voor maatwerk voor de dure geneesmiddelen, die wel voldoen aan de stand van de wetenschap en praktijk, maar die nog geen add-onprestatie hebben. Dit betekent dat geneesmiddelen ook uit het budget of de dbc kunnen worden bekostigd. 
• Geef als zorgverzekeraar tijdig door naar welke zorgaanbieders verzekerden moeten worden doorverwezen als de plafondafspraken worden bereikt en het budget niet wordt verruimd. • Betrek als zorgaanbieder de zorgverzekeraars actief als patiënten moeten worden doorverwezen vanwege financiële knelpunten. Problemen melden
 De NZa blijft monitoren of er problemen zijn in de toegankelijkheid van dure geneesmiddelen. Ze roept consumenten, zorgaanbieders en zorgverzekeraars op om signalen over mogelijke problemen in de toegankelijkheid van dure geneesmiddelen te melden. U kunt uw (anonieme) melding indienen digitaal via het meldpunt of telefonisch via 088 – 770 8 770. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Pagina 2 van 1112345...10...Minst recente »