Bert Leufkens (CBG): “De toekomst is aan medicatie op maat”
Mei16

Bert Leufkens (CBG): “De toekomst is aan medicatie op maat”

Prof. Dr. Bert Leufkens neemt na tien jaar afscheid als voorzitter van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG). Tal van dossiers kwamen langs zijn bureau. Van de veiligheid van NSAID’s tot Diane 35. “De toekomst is aan de personalised medicines.” Het CBG in Utrecht beoordeelt en bewaakt de werkzaamheid, risico’s en kwaliteit van geneesmiddelen. Naast voorzitter Leufkens bestaat het college uit artsen, apothekers en wetenschappers, benoemd door de minister van VWS. De collegeleden worden ondersteund door ruim driehonderd medewerkers van het Agentschap CBG, onderdeel van het Ministerie van VWS. In de praktijk betekent dat voor de driehonderd medewerkers dat per nieuw geneesmiddel vele meters dossier moeten worden doorgeploegd. In de Europese Unie beoordeelt het CBG samen met de andere nationale geneesmiddelenautoriteiten de nieuwe middelen onder de vlag van de European Medicines Agency (EMA) in Londen. Alle EU-landen kunnen bij het EMA intekenen voor de beoordeling van een dossier voor een nieuw geneesmiddel. Geeft de EMA een klap op een dossier dan kan het op de markt worden gebracht. Of het ook wordt vergoed is een andere tak van sport en daarover gaat het CBG niet. Waarop bent u trots? “De wetenschappelijke verankering van het CBG! Ieder besluit moeten we wetenschappelijk kunnen verantwoorden aan de buitenwereld. Deze academisering van het College is goed gelukt: Nederland hoort inmiddels bij de Europese top-3 van geneesmiddelenautoriteiten. Nederland is heel deskundig op belangrijke terreinen als cardiovasculair, oncologie, biosimilars en diabetes.  Ook is het college een vast onderdeel van de farmaceutische innovatiecyclus geworden. We werken samen met de universiteiten, hebben een open cultuur. Zo leggen we de maatschappij beter uit welke afwegingen we hebben gemaakt en waarom we besluiten over een bepaald geneesmiddel. Voorheen stelde het CBG zich misschien te veel als rigide autoriteit op: dit is het besluit en daar moet je het mee doen. De wereld van de geneesmiddelen bestaat echter niet uit zwart of wit, ik geloof in grijstinten. Ook ben ik blij dat het werk van het CBG niet stopt na de toelating: ook daarna houden we de vinger aan de pols en grijpen in als het nodig is. En ik ben er trots op dat er in het College een vertegenwoordiger van de patiënt zit. Ik heb wel acht jaar moeten knokken om een patiënt in het College te krijgen.” Tien jaar lang zat hij iedere maand gemiddeld een volle week in Londen. Om samen met zijn collega’s uit Europa zich te buigen over de toelating van geneesmiddelen. Dit dossier krijgt wel goedkeuring van ‘Europa’, dit niet. Leufkens is een Europeaan. “De Europese verankering zit in de genen van het CBG. Wat goed is voor Europa, is goed voor...

Lees Verder
Aanvraag mogelijk voor voorwaardelijke toelating basispakket
Mei15

Aanvraag mogelijk voor voorwaardelijke toelating basispakket

Tot en met 29 juni is het mogelijk om dossiers in te dienen die mogelijk in aanmerking komen voor voorwaardelijke toelating tot het basispakket. In aanmerking komen geneeskundige zorg, extramurale geneesmiddelen én extramurale hulpmiddelen. Indiening moet plaatsvinden bij het Zorginstituut, die de voorstellen beoordeelt. ZonMw adviseert het Zorginstituut over de wetenschappelijke kwaliteit en haalbaarheid van het onderzoeksvoorstel. Het Zorginstituut brengt advies uit aan de minister van VWS over de interventie(s). De minister besluit uiteindelijk welke interventies voorwaardelijk worden toegelaten. Maximale duur
 In alle gevallen gaat het dan om potentieel veelbelovende zorgvormen die nog geen deel uitmaken van het basispakket omdat de effectiviteit volgens het wettelijk criterium “de stand van de wetenschap en praktijk” nog niet bewezen is. De maximale duur van voorwaardelijke toelating is in principe 4 jaar. In uitzonderlijke gevallen kan dit worden verlengd tot 7 jaar. Onderzoek De minister van VWS kan besluiten om zorg die nog niet bewezen effectief is, toch tijdelijk toe te laten tot het basispakket. Daaraan wordt de voorwaarde verbonden dat in de periode van tijdelijke toelating onderzoek komt naar de effectiviteit van de zorg en de kosteneffectiviteit. Aan de hand van de verzamelde gegevens tijdens het onderzoek kan, voor afloop van de periode van voorwaardelijke toelating, worden vastgesteld of de zorg voldoet aan ‘de stand van de wetenschap en praktijk’. Meer informatie
 Uiteraard is er een uitgebreide procedure vastgesteld voor het aanvragen van een voorwaardelijke toelating. Tevens is er een lijst van verschillende zorgvormen die op dit moment voorwaardelijk toegelaten tot het basispakket. Zie ook de voortgangsrapportage 2017 voor voorwaardelijke toelating tot het basispakket. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Farmaceutische industrie investeert fors in digitale zorg
Mei12

Farmaceutische industrie investeert fors in digitale zorg

Marktonderzoeker CB Insights heeft een  overzicht uitgebracht van de investeringen van grote bedrijven in digital health. Dit aanbod groeit ongelooflijk snel en het gaat om grote bedragen. In 2015 ging het wereldwijd om meer dan zes miljard dollar. Het betreft niet alleen de bekende wereldwijde investeringsfirma’s, maar ook –of misschien beter gezegd juist- investeringen door de farmaceutische bedrijven. Het moge duidelijk zijn dat de e-health en digitale zorg de top nog lang niet heeft bereikt en dat er de komende jaren nog vele apps en tal van andere digitale oplossingen voor de zorg beschikbaar zullen komen. Het zal gaan om heel verschillende zaken: van telemonitoring bij ziekten tot gezondheidsapps. Meer dan verdubbeling
 Volgens het overzicht van CB Insights was het aantal investeringen in de afgelopen twee jaar gelijk aan die van de vijf jaar daarvoor. Er is dus in feite sprake van meer dan een verdubbeling. Meest actieve investeerders
 De drie meest actieve investeerders in digital health zijn sinds 2009: Merck, GlaxoSmithKline, and Johnson & Johnson. Opvallend is de toename van de investeringsbedragen door de farmaceutische industrie. Zij zien daar een steeds groter belang in. Niet verwonderlijk: het betreft een zorgaanbod dat aanvullend is aan geneesmiddelen. Als top vijf van de farmaceutische investeerders noemt CB Insights: 1. Pfizer, Pfizer Venture Investments 2. Novartis, Novartis Venture Funds 3. Roche, Roche Venture Fund 4. Merck, Merck Capital Ventures, Global Health Innovation Fund 5. Sanofi, Sanofi-Genzyme Ventures Infographic De berichtgeving van CB Insights bevat overzichtelijke infographic die heel duidelijk aantoont hoe snel het aantal overeenkomsten is toegenomen en door welke bedrijven. Hier vindt u ook de top 20 van de farmaceutische investeerders in digitale inzet in de zorg. Tekst: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Huisarts Gordon Oron: “Declareren is een makkie in Medicom”
Mei10

Huisarts Gordon Oron: “Declareren is een makkie in Medicom”

Van gebruiksgemak tijdens het consult tot efficiënte ondersteuning van administratieve processen – Huisarts Gordon Oron heeft geen moment spijt van de keuze voor het huisartsinformatiesysteem Medicom. Acht jaar geleden stapte de hagro in één keer over. Naast de probleemloze en uitgebreide samenwerking met de apotheek, levert het veel voordelen op in de praktijk. Van gebruiksgemak tijdens het consult tot efficiënte ondersteuning van administratieve processen. De acht huisartsenpraktijken in Leerdam startten met Medicom omdat ze het receptenverkeer met de apotheek voor eens en altijd goed wilden regelen. Gordon Oron van Huisartsenpraktijk Hurts & Oron was direct enthousiast. “Ik deed de declaraties en statistieken voor de huisartsenpraktijk en dat werd met Medicom een stuk eenvoudiger.” Ook tijdelijke waarnemers waren blij met het nieuwe HIS. “Medicom is makkelijk en overzichtelijk. Je kunt er snel je weg in vinden.” Compleet medicatieoverzicht Na jarenlange ervaring durft Oron wel te zeggen dat de keuze voor Medicom positief heeft uitgepakt. “Het receptenverkeer verloopt altijd goed. We delen de database met de apotheek, waardoor we een compleet medicatieoverzicht hebben. Inclusief medicatie voorgeschreven door specialisten en interacties, contra-indicaties en allergieën die bij de apotheek geregistreerd zijn. Dat komt de medicatiebewaking ten goede.” Tijdens het spreekuur dubbelklikt Oron op de naam van de patiënt om het dossier te openen. Medicom volgt de routine van de huisarts, dus registreren en doorverwijzen zijn een logisch onderdeel van het consult. “Sinds een paar jaar bezoek ik de HIS Demodag. Daar zie ik hoe andere HIS’en werken. De laatste keer werden agenda’s en takenlijsten vergeleken. De Medicom- agenda kwam er echt supergoed uit en de takenlijst doet zeker niet onder voor die in andere systemen.” “Medicom is makkelijk en overzichtelijk. Je kunt er snel je weg in vinden.” Een makkie Nog enthousiaster is Oron over de ondersteuning van doorgaans tijdrovende administratieve klussen. “Declareren is echt een makkie in Medicom. En tariefswijzigingen en nieuwe contracten geven bij ons nooit gedoe. De basis wordt in het systeem gezet door PharmaPartners en clusterspecifieke zaken regel ik als clusterbeheerder. Op 1 januari is het bij ons ‘business as usual’.” Ook het genereren van data voor de praktijkaccreditatie stemt Oron tevreden. “Die eindeloze hoeveelheid data haal ik uit Medicom met de Q- module. Het kan nog wat gebruiksvriendelijker, maar het werkt feilloos.” Of het nu gaat om de implementatie van nieuwe standaarden of de communicatie via het LSP, Medicom loopt bijna altijd voorop, is de ervaring van Oron. “Het ondersteunen van de ontwikkelingen in de zorg vereist samenwerking, ook op het gebied van ICT. Dat begrijpen ze bij Medicom.” Laagdrempelige eHealth PharmaPartners ondersteunt de samenwerking tussen zorgprofessionals onderling én de samenwerking tussen zorgprofessionals en patiënten. In onze participatiesamenleving...

Lees Verder
Wat doen we met lichaamsmateriaal?
Mei04

Wat doen we met lichaamsmateriaal?

Van bijna alle Nederlanders ligt er ergens lichaamsmateriaal opgeslagen, zoals buisjes bloed, verwijderde galstenen of urinemonsters. Het gaat om miljoenen stukjes lichaamsmateriaal. Op dit moment is het wettelijk niet goed geregeld wat daarmee wel/niet mag gebeuren. De Wet Zeggenschap Lichaamsmateriaal brengt daarin verandering en beschermt de burger tegen ongewenst gebruik. De Wet wordt opgesteld, uitgaande van twee belangrijke uitgangspunten, namelijk 1.  De burger heeft zelf zeggenschap over het lichaamsmateriaal 2.  Materiaal mag niet voor iets anders worden gebruikt worden dan waarvoor het afgenomen is. Uitzonderingen
In sommige heel specifieke gevallen is het onmogelijk of onredelijk om per persoon toestemming te vragen. Als er dan tevens sprake is van een ander groot en algemeen belang, kan een uitzondering nodig zijn. In het voorstel zijn drie uitzonderingen op de hoofdregels geformuleerd: 1.  Gebruik voor kwaliteitsbewaking van de gezondheidszorg
 a. bijvoorbeeld het gebruik van bloed voor het afstellen van machines die bloed verwerken b. het trainen van medewerkers die met lichaamsmateriaal moeten omgaan 2. Gebruik voor onderwijs of onderzoeksdoeleinden. Daarbij geldt dat:
 a. Het moet  gaan om onderzoek in algemeen belang b. Met waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet wordt geschaad c. Het moet gaan om een situatie waarin toestemming vragen onmogelijk is of onevenredig veel inspanning kost. 3. In zeer uitzonderlijke gevallen gebruik in strafzaken. Hierbij speelt het medisch beroepsgeheim een rol. In overleg met de KNMG zijn hierover een aantal afspraken opgesteld. Samengevat
 Momenteel is niet goed geregeld wat er wel /niet mag met opgeslagen lichaamsmateriaal. Deze wet Zeggenschap Lichaamsmateriaal stelt daarvoor strikte wettelijke regels op.  Uitgangspunt is bescherming van de burger tegen ongewenst gebruik, door deze zelf zeggenschap over het eigen lichaamsmateriaal te geven. Zie ook het persbericht van het ministerie van VWS. Geef uw mening
 Op dit moment vindt nog een internetconsultatie plaats over het conceptvoorstel. Op alle onderdelen van dit voorstel kunnen belanghebbenden en geïnteresseerden een reactie geven. Dit is mogelijk tot 23 juni a.s. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
7 juni CBG Collegedag met als thema: Dilemma’s
Mei03

7 juni CBG Collegedag met als thema: Dilemma’s

Op woensdag 7 juni vindt de Collegedag 2017 plaats van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG). Centraal thema op deze bijeenkomst is: dilemma’s. Bij geneesmiddelen ontstaan juist op het snijvlak van regelgeving en wetenschappelijke vernieuwing gemakkelijk dilemma’s en is het vaak lastig om keuzes te maken. Tijdens het ochtendprogramma zijn er plenaire presentaties door de volgende sprekers: Damiaan Denys, psychiater en hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, Yvonne van Rooy, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen, en directeur Mirjam Mol van het Pivotpark Collegevoorzitter Bert Leufkens sluit het ochtendprogramma af, met zijn visie op reguleren. Middagprogramma Voor het middagprogramma is er één ronde waarbij de deelnemers kunnen kiezen uit twee lezingen en vier workshops. De lezingen zijn van gezondheidswetenschapper Desirée Hairwassers over  de patiënt als partner en van Peter Borriello, Veterinary Medicines Directorate in  London, over antimicrobiële resistentie. Elke lezing wordt afgesloten met een discussie. Thema’s van de workshops zijn: baten/risico-afweging bij registratie geneesmiddel voor humaan gebruik;  dilemma’s bij off-label gebruik; kunst en gezondheid (met de film ‘de stemmen van Vincent’ als kern) en een workshop over dilemma’s in de spreekkamer, waar iedere arts mee te maken krijgt. Tot slot volgt aan het eind van het middagprogramma een afscheidsreceptie van Bert Leufkens als voorzitter van het College. Programma en inschrijven De CBG Collegedag is op 7 juni in de Media Plaza, Jaarbeurs in Utrecht. Tijd: 9.15 – 18.30 uur.  Op de website van de CBG Collegedag 2017 staat het volledige programma. Hier kunt u zich aanmelden voor de Collegedag en/of de afscheidsreceptie van Bert Leufkens en alvast een keuze maken voor het middagprogramma. Inschrijving is mogelijk tot 31 mei 2017. Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Uniforme prescriptieafspraken: in ieders belang
Apr28

Uniforme prescriptieafspraken: in ieders belang

De KNMP, LHV, NHG en FMS bevestigen in een gezamenlijke brief aan VWS dat zij staan voor uniforme prescriptieafspraken. Zij maken zich ongerust over de kwaliteit van zorg nu blijkt dat sommige verzekeraars eigen aflevertermijnen willen hanteren en daarmee de prescriptieafspraken schenden. De prescriptieafspraken zijn eind november 2016 gemaakt tussen patiënten, artsen, apothekers, verpleegkundigen én zorgverzekeraars. Doel van deze breed gemaakte afspraken is de effectiviteit en veiligheid van medicatie te bewaken en medicijnverspilling te voorkomen. De regeling dient er ook voor om de diversiteit aan regels van de verschillende zorgverzekeraars te harmoniseren. Met de afspraken tussen alle partijen ontstaat er voor de patiënt eenduidigheid en is er niet langer meer sprake meer een andere aanpak per zorgverzekeraar. Afspraken Er zijn onder andere de volgende afspraken gemaakt: * –    Apothekers geven patiënten de geneesmiddelen die ze voor het eerst gebruiken voor maximaal 15 dagen mee. Indien de kleinste afleververpakking meer dan 15 dagen geneesmiddelen bevat, mogen apothekers deze verpakking afleveren. * –    Bij chronisch gebruik geldt een afleverperiode van maximaal 3 maanden. * –    Geneesmiddelen van meer dan 1.000 euro per maand kunnen na de eerste uitgifte voor maximaal een maand worden meegegeven tijdens de instelperiode van 6 maanden. * –    Bij intensieve zorg thuis, bijvoorbeeld in de laatste fase van iemands leven, bepaalt de patiënt (of zijn naasten) met de zorgverlener welke geneesmiddelen wel en niet nodig zijn om maatwerk te realiseren. * –    Bij de aflevertermijnen gelden enkele uitzonderingen, zoals anticonceptiva (360 dagen) en hypnotica/anxiolytica en amfetamine-achtige eetlustremmers (30 dagen). Nu blijkt dat sommige zorgverzekeraars toch afwijken van deze afspraken, trekken KNMP, LHV, NHG en FMS bezorgd aan de bel. Afspraak is afspraak, niet waar. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
CBG wijst op risico’s methylfenidaat
Apr26

CBG wijst op risico’s methylfenidaat

Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) is bezorgd over het toenemend gebruik van methylfenidaat door volwassenen. Dit is de werkzame stof in onder meer Ritalin en Concerta. Het CBG heeft het gebruik door volwassenen niet goedgekeurd, vanwege onder meer een verhoogd risico op hart- en vaatziekten en psychische bijwerkingen. Desondanks blijkt dat ruim 57.000 mensen van 25 jaar en ouder dit geneesmiddel gebruiken. Dit is één derde van het totale gebruik van methylfenidaat in Nederland. Op zich niet zo vreemd, want het gebruik van methylfenidaat bij volwassenen met ADHD in lijn is met de richtlijn van de beroepsgroep van psychiaters. Desondanks benadrukt het CBG  nogmaals dat de beperkte werkzaamheid niet opweegt tegen de bijwerkingen. Daarbij verwijst ze naar haar uitgave in 2016: “Samenvatting openbaar beoordelingsrapport”. Lareb bevestigt de zorgen van het CBG. Tegelijk is het College zich er van bewust dat in bepaalde behandelingen van volwassenen met ADHD er weinig alternatieve geneesmiddelen voorhanden zijn.   Ze is hierover in gesprek met behandelaars en patiëntenvertegenwoordigers. Het CBG zet in deze gesprekken in op de bewustwording van de risico’s. Voortzetting medicatiegebruik
 Overigens vindt het CBG wel dat bij jongeren na hun 18e de arts kan bepalen of het gebruik kan worden voortgezet. In sommige individuele gevallen wegen de voordelen van het gebruik dan duidelijk op tegen de nadelen. ADHD komt veel voor bij kinderen en daarvoor bestaan verschillende gedragstherapieën en hulpmiddelen. ADHD bij kinderen wordt dus zeker niet alleen met medicijnen behandeld, maar soms is dat noodzakelijk. Als een patiënt veel baat heeft bij behandeling met medicijnen, kan het gebruik ook na de 18e verjaardag   worden voortgezet. Het CBG raadt echter patiënten, die nooit eerder methylfenidaat hebben gehad, af om op volwassen leeftijd daarmee te beginnen. Onder redactie van: Gerda van...

Lees Verder
Gratis e-learningmodule van het IVM:‘Medicatie en suïcide’
Apr25

Gratis e-learningmodule van het IVM:‘Medicatie en suïcide’

Er zijn geneesmiddelen die suïcidaal gedrag kunnen uitlokken. Zoals er ook geneesmiddelen zijn die vaak worden gebruikt bij pogingen tot suicide. Het is daarom van belang dat zorgverleners suïcidaal gedrag kunnen herkennen, zodat zij hierover met hun patiënten in gesprek kunnen gaan. Een gratis e-learningmodule van het IVM gaat hier dieper op in. Daarnaast kunt u FTO-materialen bestellen over dit belangrijke onderwerp. De e-learningcursus  ‘Medicatie en suïcide’  bespreekt diverse aspecten van geneesmiddelengebruik in relatie tot suïcidaal gedrag. Daarnaast komen enkele psychiatrische aandoeningen aan de orde die gepaard kunnen gaan met suïcidaal gedrag en de medicamenteuze behandeling ervan. Hierbij is er met name aandacht voor depressie. Ten slotte gaat de e-learningcursus ook nog kort in op het praten over suïcidaal gedrag. Het wil apothekers, huisartsen en poh’s ggz handvatten bieden om suïcidaal gedrag te herkennen en hierover te praten met patiënten. In de praktijk blijkt het voor zorgverleners lastig te zijn dit heikele onderwerp op een goede manier aan de orde te stellen bij vermoedens van suïcidaal gedrag. Terwijl een goed gesprek juist een preventief effect kan hebben. Deze e-learningcursus bespreekt de diverse aspecten van geneesmiddelengebruik in relatie tot suïcidaal gedrag met als doel ook op dit gebied de mogelijkheden tot preventie van suïcidaal gedrag te bevorderen. Deze e-learning beoogt daarnaast apothekers, huisartsen en POH’s GGZ handvatten te geven om suïcidaal gedrag te herkennen en hierover te praten met patiënten. FTO-module Deze cursus is ontwikkeld in opdracht van 113Zelfmoordpreventie (www.113.nl). Dat geldt ook voor de FTO-module en presentatie  ‘Geneesmiddelen en suïcide’. Deze gaan over hetzelfde onderwerp en besteden met name aandacht aan de rol van geneesmiddelen bij suïcide. Ook de FTO-module en presentie gaan dieper in op de rol van de huisarts, praktijkondersteuner en apotheker bij het herkennen en monitoren van suïcidaal gedrag. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Verplichte vragenlijst voor handelsvergunninghouders
Apr21

Verplichte vragenlijst voor handelsvergunninghouders

De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft een risicomodel ontwikkeld voor geneesmiddelenbewaking. Dit in het kader van het zogeheten ´risicogestuurd toezicht´. IGZ wil op deze manier alle risico´s bij handelsvergunninghouders beter in kaart brengen. Een van de middelen die IGZ hierbij gebruikt, is een online vragenlijst. In die lijst staan algemene vragen over het bedrijf en specifieke vragen over de farmacovigilantie-activiteiten binnen het bedrijf. Alle handelsvergunninghouders zijn verplicht om deze vragenlijst in te vullen. In mei 2017 krijgen alle handelsvergunninghouders krijgen een brief van IGZ met daarin de inloggegevens t.b.v. toegang tot de vragenlijst. Deze actie wordt vervolgens iedere 3 jaar herhaald. De informatie die daaruit komt, gebruikt de IGZ om de risico’s van een handelsvergunninghouder ten opzichte van andere vergunninghouders vast te stellen. Per handelsvergunningshouder wordt een risicoscore bepaald. Deze score geeft aan in welke risicogroep een bepaalde handelsvergunninghouder wordt geplaatst. Reactie binnen 6 weken
 De vergunninghouders moeten elke drie jaar een dergelijke vragenlijst invullen. De vragenlijst dient binnen 6 weken na ontvangst van de brieft met de inloggegevens ingevuld te worden. Het niet of niet volledig invullen van de vragenlijst leidt ertoe dat IGZ deze handelsvergunninghouder een maximale risicoscore toewijst. Ook een bedrijf geen kantoor heeft in Nederland, maar wel één of meerdere handelsvergunningen heeft voor producten op de Nederlandse markt, dan is deze wel verplicht de vragenlijst in te vullen. Dat geldt ook als een bedrijf op dit moment geen geneesmiddelen op de Nederlandse markt heeft, maar nog wel één of meerdere handelsvergunningen. Omschrijving handelsvergunninghouder
 Voor alle duidelijkheid. Een Nederlandse handelsvergunninghouder is een organisatie die een vergunning heeft om een geneesmiddel op de Nederlandse markt in de handel te brengen. Het land waarin de organisatie is gevestigd, bepaalt dus niet of het een Nederlandse handelsvergunninghouder betreft. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Pagina 3 van 912345...Minst recente »