Portefeuilleverdeling op VWS
okt30

Portefeuilleverdeling op VWS

Twee ministers op één ministerie. Dat vereist een duidelijke afbakening van de portefeuilleverdeling,  in combinatie met de inzet van de staatssecretaris. Daarbij zal er ook sprake zijn van veel gezamenlijke aandachtspunten. De Regering heeft deze week de portefeuilleverdeling bekend gemaakt. Zaken rondom geneesmiddelen vallen onder Bruno Bruins. In de berichtgeving is er ook sprake van verschillende benamingen. Hugo de Jonge staat genoemd als ‘minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport’. Bruno Bruins wordt aangeduid met de ‘minister voor Medische Zorg’. Minister VWS – Hugo de Jonge
 Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Hugo de Jonge (CDA) is verantwoordelijk voor de care – WLZ – Wmo en mantelzorg – jeugdbeleid, jeugdwet en jeugdgeozndheidszorg – wijkverpleegkundige zorg – persoonsgebonden budget – kwaliteitsbeleid care – arbeidsmarktbeleid care en jeugd – toezicht care & jeugd – medisch-ethische vraagstukken – SCP (Sociaal Cultureel Planbureau) – NZa (Nederlandse Zorgautoriteit). Minister voor Medische Zorg – Bruno Bruins
 De minister voor Medische Zorg (hoe wordt dat straks afgekort?) Bruno Bruins (VVD) is verantwoordelijk voor: care – zorgverzekeringswet – zorgtoeslag en pakketbeheer – curatieve zorg – drugs – toezicht voedselkwaliteit en NVWA (Ned. Voedsel- en Waren-Autoriteit) – genees- en hulpmiddelen – beroepen en opleiding – arbeidsmarktbeleid – gezondheidsbescherming – infectieziektebestrijding – kwaliteitsbeleid – medische (bio)technologie – sportbeleid – toezicht, CBG (College ter Beoordeling van Geneesmiddelen), CIBG, RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) – kennis en informatie-infrastructuur. Staatssecretaris VW
 Paul Blokhuis (CU) wordt overigens betiteld als ‘staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Zijn verantwoordelijkheid ligt bij: oorlogsgetroffenen en verzetsdeelnemers – ggz – maatschappelijke opvang en beschermd wonen – preventie – gezondheidsbevordering (leefstijl) – VWS-domein voor de BES-eilanden (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) – maatschappelijke diensttijd. Verantwoording aan Tweede Kamer
 Elke bewindsman is eindverantwoordelijk voor zijn eigen portefeuille en moet daar zelf verantwoording over afleggen aan de Tweede Kamer.  Het departement hanteert één begroting. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Extra geld naar CBG vanwege de Brexit
okt27

Extra geld naar CBG vanwege de Brexit

Het Verenigd Koninkrijk zal eind maart 2019 de Europese Unie verlaten. Dit heeft gevolgen voor geneesmiddelenregulering in Europa. Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) bereidt zich voor om extra werkzaamheden die ontstaan door Brexit deels over te nemen. Continuïteit staat hierbij voorop. Om die reden investeert de Nederlandse overheid de komende jaren € 2 miljoen in extra capaciteit voor het CBG. Ook wordt er geïnvesteerd in versterking van het Europese netwerk door het faciliteren van extra opleidingsmogelijkheden. Het CBG heeft een projectorganisatie ingericht om de continuïteit van het Europese netwerk te waarborgen. Op dit moment worden extra werknemers aangetrokken en ingewerkt zodat Nederland een deel van het werk kan opvangen. Versterken Europees netwerk
 Daarnaast wil Nederland het regulatoire netwerk in Europa versterken. Dit doet het CBG onder meer door het faciliteren van extra opleidingsmogelijkheden voor medewerkers van andere Europese geneesmiddelenagentschappen. Het doel is om daardoor op termijn een betere verdeling van de werkzaamheden tussen de geneesmiddelenagentschappen van de Europese lidstaten te laten ontstaan. Over Brexit Op 29 maart 2019 verlaat het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie. Dit heeft als gevolg dat regulatoire werkzaamheden van de Britse Geneesmiddelenagentschappen MHRA (humaan) en VMD (veterinair) door agentschappen van andere Europese lidstaten moeten worden overgenomen. Daarnaast moet het nu in Londen gevestigde Europese Geneesmiddelenagentschap (EMA) verhuizen naar een andere Europese lidstaat. Nederland heeft een sterke lobby ingezet om de EMA naar Amsterdam-Zuid te halen. Of dat gaat lukken, is maar zeer de vraag. Er zijn 19 aanbiedingen die de lidstaten hebben ingediend voor vestiging van de EMA. Een belangrijke organisatie die werk biedt aan duizend hooggekwalificeerde werknemers. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Verlenging subsidie voor dienstapotheken
okt24

Verlenging subsidie voor dienstapotheken

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) verlengt voor 2018 de subsidieregeling voor apotheken, die ’s avonds, ’s nachts en in het weekend farmaceutische spoedzorg leveren. De tijdelijke subsidieregeling kent dezelfde voorwaarden als in 2016 en 2017. VWS benadrukt overigens dat verlenging voor 2019 niet voor de hand ligt. Met de regeling wil de minister te hoge eigen betalingen van patiënten aan farmaceutische spoedzorg voorkomen. Zorgverzekeraars kopen farmaceutische spoedzorg in tegen een kostendekkende vergoeding. In dunbevolkte gebieden worden echter vaak minder recepten verstrekt en zijn de kosten daardoor per recept hoger. Omdat de kosten onder het eigen risico vallen, kan dit leiden tot hoge eigen betalingen, met als mogelijk gevolg het mijden van zorg. De subsidieregeling zorgt ervoor dat farmaceutische spoedzorg de patiënt per terhandstelling niet meer kost dan € 45,00. Voorwaarden subsidie
 Dienstapotheken komen in aanmerking voor subsidie voor farmaceutische spoedzorg als de kosten voor de patiënt in 2017 hoger zijn dan € 45,00 per terhandstelling. Let op: dit bedrag is inclusief btw. Dus als het tarief voor de terhandstelling in de farmaceutische spoedzorg uitkomt boven de € 42,45 exclusief btw, kan subsidie worden aangevraagd. De subsidie is gebaseerd op de begroting voor 2018. Als er nieuwe gegevens beschikbaar komen, kan de subsidie gedurende het jaar worden herijkt. Een nacalculatie van het subsidiebedrag volgt in 2019, zodra de daadwerkelijk gerealiseerde jaarcijfers 2018 bekend zijn. Aanleveren documentatie
 Om het juiste bedrag van subsidie te bepalen, verzoekt het ministerie van VWS apothekers om vóór 15 november 2017 documentatie aan te leveren. Voor vragen kunnen apothekers contact opnemen met de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (070-340 55 55, keuze VWS),  VWSsubsidies@minvws.nl, of met afdeling GMT Marjolein Höfkens,  m.hofkens@minvws.nl. Per 2019 geen subsidie meer
VWS wil komend jaar met apotheken en zorgverzekeraars komen tot maatwerk, zodat de eigen betalingen voor patiënten vanaf 2019 beperkt blijven, dus zonder subsidieregeling. Onder redactie van: Gerda van Beek Bron:...

Lees Verder
30 miljoen voor aanpak medicijnresten in drinkwater
okt24

30 miljoen voor aanpak medicijnresten in drinkwater

De politiek maakt eenmalig dertig miljoen euro vrij voor Waterschappen om het groeiende probleem van medicijnresten in ons drinkwater te bestrijden. Dat meldde staatssecretaris Sharon Dijksma afgelopen week tijdens het geneesmiddelendebat in de Tweede Kamer.  Naar schatting van het RIVM komen  jaarlijks in ons land minstens 140 ton medicijnresten en 30 ton röntgencontrastmiddelen in het water terecht.  De meeste medicijnresten in het water zijn door patiënten thuis uitgescheiden. Rioolwaterzuiveringsinstallaties halen gemiddeld 65 procent van de medicijnresten weer uit het water.  De problemen ontstaan onder andere doordat patiënten overgebleven medicijnen niet inleveren bij een apotheek of de gemeente, maar vaak door het toilet spoelen. Vervolgens komen de resten in het grondwater en het oppervlaktewater terecht. Dat is slecht voor het waterleven en levert ook een potentieel risico voor de volksgezondheid op. Bovendien wordt het daardoor uiteraard lastiger de kwaliteit van het drinkwater op peil te houden. Toename door vergrijzing De komende jaren zal de problematiek  verder toenemen door de vergrijzing. Ouderen gebruiken meer medicijnen. Met de zorg-, farmaceutische en watersector probeert het ministerie de problemen aan te pakken. Er wordt bijvoorbeeld gekeken om minder, maar ook minder vervuilende medicijnen voor te schrijven. Ook is het streven dat er meer overtollige medicijnen worden ingeleverd bij gemeenten of bij apotheken. Lastig probleem
 De aanpak van het probleem is niet eenvoudig. Zelfs als iedereen zijn overgebleven medicijnen netjes zou inleveren, is de vervuiling nog niet verholpen. Medicijnresten komen namelijk ook via de ontlasting en urine terecht in het rioolwater en uiteindelijk in het grond- en oppervlaktewater. In Nederland worden als gevolg van de bevolkingsgroei en de vergrijzing steeds meer medicijnen gebruikt. Dertig miljoen lijkt een mooi bedrag, maar het geld moet worden verdeeld over de 24 waterschappen. Betrokkenen menen dat het probleem alleen door een gezamenlijke aanpak in de geneesmiddelenketen en de waterzuivering kan worden aangepakt. Onder redactie van: Gerda van Beek Bron: ANP / AD  ...

Lees Verder
Farmaceutische zorg € 130 miljoen duurder door btw-verhoging
okt23

Farmaceutische zorg € 130 miljoen duurder door btw-verhoging

In het regeerakkoord  wordt een stijging van het lage btw-tarief aangekondigd van 6% naar 9%. Geneesmiddelen vallen onder dit lage btw-tarief. Als gevolg van deze btw-verhoging zullen de jaarlijkse kosten van de farmaceutische zorg toenemen met minstens € 130 miljoen, zo stelt de Stichting Farmaceutische Kengetallen. Apotheken verstrekten in 2016 in het verzekerd pakket voor € 4,3 miljard aan geneesmiddelen en farmaceutische zorg. Dit bedrag is exclusief btw. Omdat apotheken btw-plichtig zijn, brengen zij bovenop deze € 4,3 miljard dus € 260 miljoen aan btw in rekening bij zorgverzekeraars.  Met de btw-verhoging wordt dit dan € 390 miljoen. De hogere kosten moeten de zorgverzekeraars betalen. Per verzekerde betekent dat een jaarlijks bedrag van bijna €  10,-. In het regeerakkoord staat dat de doorwerking van de btw-verhoging zal worden verwerkt via de reguliere loon- en prijsontwikkeling. Dit betekent dat een eenmalige aanpassing van 3% van de BKZ-uitgaven (Budgettair Kader Zorg) voor geneesmiddelen nodig is om te voorkomen dat de btw-verhoging leidt tot een overschrijding van de kosten binnen de sector. Overige consequenties
 De btw-verhoging heeft overigens niet alleen gevolgen voor geneesmiddelen in het verzekerde pakket. Apotheken verstrekken jaarlijks ook voor € 600 miljoen aan geneesmiddelen die op recept zijn voorgeschreven, maar die niet tot het basispakket behoren. De btw-verhoging leidt voor de gebruikers daarvan tot een totale kostentoename van € 18 miljoen. Omdat ziekenhuizen niet btw-plichtig zijn, hoeven ze geen btw te berekenen over hun zorgtarieven. Desondanks heeft de verhoging van de btw ook gevolgen voor de ziekenhuizen. Zo zullen onder meer de inkoopkosten van de (dure) geneesmiddelen die in het ziekenhuis worden toegepast en de geneesmiddelen die de afgelopen jaren zijn overgeheveld naar het budget van het ziekenhuis met 3% stijgen. Omdat de ziekenhuizen de btw over de inkoop van geneesmiddelen niet mogen verrekenen, betekent dit dat deze kostenstijging voor rekening van het ziekenhuis komt. Bijbetaling gemaximeerd
 Het regeerakkoord vermeldt ook dat er maatregelen komen om de kosten van genees- en hulpmiddelen te beheersen. Deze moeten leiden tot een besparing van € 460 miljoen per jaar in 2023. Dit zal zoveel mogelijk gebeuren door een scherpere inkoop, overheveling van geneesmiddelen naar het ziekenhuisbudget en een aanpassing van de Wet geneesmiddelprijzen. Sluitpost is een aanpassing van Geneesmiddelvergoedingssysteem (GVS). Bij een herijking van het GVS stelt de overheid nieuwe vergoedingslimieten voor geneesmiddelen vast. Binnen het GVS moet een verzekerde bijbetalen als een fabrikant voor een geneesmiddel een inkoopprijs vaststelt die hoger is dan de vergoedingslimiet uit het GVS. De bijbetaling is dan gelijk aan het verschil tussen die prijs en de limiet. Deze vorm van eigen betaling, die sinds het begin van de jaren negentig van kracht is, wordt vanaf 2019...

Lees Verder
VWS-bewindslieden nieuwe kabinet bekend
okt20

VWS-bewindslieden nieuwe kabinet bekend

De namen van de ministers en de staatssecretaris voor VWS zijn bekend. Ministers? Jawel: er komen er twee op Volksgezondheid. Een duobaan, zogezegd, ingevuld door de  nieuwe ministers Hugo de Jonge en Bruno Bruins. Paul Blokhuis wordt staatssecretaris. Overigens komen niet alleen op VWS twee ministers. Dat geldt ook voor OCW (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) en Veiligheid en Justitie. Daarnaast krijgt het nieuwe kabinet drie vicepremiers, waarvan Hugo de Jonge er één van is. De bewindslieden van VWS hebben een stevige opdracht, want de hoofdlijnenakkoorden voor de sectoren ziekenhuizen, wijkverpleging en ggz moeten samen 1,9 miljard euro aan besparingen opleveren.  Ga er maar aan staan. Taakverdeling
 Een grove verdeling van de taken op VWS is als volgt: Hugo de Jonge de langdurige zorg en medisch-ethische kwesties. Bruno Bruins doet ziekenhuiszorg en sport. Paul Blokhuis heeft preventie, ggz en maatschappelijke opvang als aandachtspunten. Hugo de Jonge
 Hugo de Jonge (CDA, 40 jaar) is in Rotterdam sinds 2010 wethouder onderwijs, jeugd en gezin en vanaf 2014 als wethouder betrokken bij de zorg.  Zijn voorstel om vrouwen die niet in staat zijn tot verantwoord ouderschap te verplichten tot conceptie, heeft in 2016 veel stof doen opwaaien. Hij is gestart als onderwijzer en werd in 2004 beleidsmedewerker Onderwijs bij de Tweede Kamerfractie van het CDA. Van 2006 tot 2008 was hij politiek assistent bij de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen en in 2008 was hij waarnemend politiek assistent van minister-president Balkenende. Bruno Bruins
 Bruno Bruins (VVD, 54 jaar) is sinds januari 2012 bestuursvoorzitter bij het UWV. Van juli 2006 tot februari 2007 was hij werkzaam als staatssecretaris van Onderwijs. Daarna is hij kort waarnemend burgemeester van Leidschendam geweest en van 2008 tot 2012 was hij directeur van Connexxion. Paul Blokhuis Paul Blokhuis (CU, 53 jaar) is reeds ruim tien jaar, sinds 2006, wethouder in Apeldoorn, met als portefeuilles welzijn, zorg, wmo en jeugd. Hij gaf overigens eerder al aan na de gemeenteraadsverkiezingen niet meer beschikbaar te zijn voor deze functie. Van 2003-2006 was hij Statenlid van de provincie Gelderland. Nog een leuk feitje: hij is de broer van muziekkenner Leo Blokhuis. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Column: Anderstalig
okt19

Column: Anderstalig

“Jij komt niet uit Nederland, je praat raar”. Tegenover mij zit een Marokkaanse man van eind zeventig. Hij kijkt me beschuldigend aan. Dat ik mijn taalniveau aan hem aanpas, voelt voor hem als een belediging. Mijn belangrijkste instrument bij het doen van de medicatiebeoordeling faalt. Taal is dé manier waarop ik erachter kom dat bepaalde medicijnen goed helpen, iemand bijwerkingen heeft of zijn pillen niet vertrouwd. Als apotheker-farmacotherapeut in een multiculturele wijk in Utrecht, probeer ik dagelijks de taalbarrière over te klimmen. In de eerste plaats tijdens mijn spreekuur met patiënten. Maar, even later in overleg met de huisarts, sta ik voor dezelfde uitdaging. Ook in de samenwerking met artsen leer ik een andere taal en een andere cultuur kennen. Pragmatisch zijn, keuzes durven maken. Zowel professionele als persoonlijke barrières probeer ik over te klimmen met als doel gezamenlijk de patiënt te helpen. Binnenkort hebben we een FTO over hartfalen. Gebruik van lisdiuretica bij patiënten zonder hartfalen zal voorbij komen. Een snelle search in het huisarts informatiesysteem geeft 57 hits. ‘Stoppen die handel’ denkt de apotheker in mij. ‘Deze patiënt is er zo blij mee’ hoor ik mijn collega-huisarts zeggen. Twee verschillende perspectieven die frictie kunnen geven. Zorgvuldigheid en zorg op maat zijn daarentegen waarden die arts en apotheker verbinden. Dat betekent samen per patiënt evalueren of diuretica gestopt kunnen worden. Het genoemde FTO is ook een mooi moment om de contra-indicaties ‘hartfalen’ in het AIS bij de apotheek op te schonen op basis van de huisartsgegevens. Dit levert minder ruis op bij de medicatiebewaking in de apotheek en draagt bij aan veilig medicatiegebruik in de eerste lijn. Zo overbrug ik de afstand tussen huisartspraktijk en apotheek. Daar wordt iedereen beter van. Bouwen aan de verbinding met artsen, apothekers en patiënten geeft voldoening. Echt mensenwerk. Want die mensen, die ik dagelijks spreek, zijn elk zo eindeloos interessant! De Marokkaanse man op mijn spreekuur krijgt weer meer vertrouwen in de zaak wanneer ik mijn taalniveau bijstel en voorstel om wat te doen aan de duizeligheid. Toch maar de furosemide afbouwen? En tot het vervolgconsult heb ik de tijd om te trainen. Soepel over taalbarrières heen komen is een vaardigheid die dagelijks van pas komt. Peter van Hartingsveldt is werkzaam als apotheker-farmacotherapeut in Gezondheidscentrum Lombok, Utrecht.  ...

Lees Verder
De succesfactoren voor e-health
okt18

De succesfactoren voor e-health

25 juni 2020: Peter Kooijman (71) logt met zijn elektronische ID in op zijn Persoonlijke GezondheidsOmgeving (PGO). Hij heeft diabetes type 2. Gelukkig is dat goed onder controle. Met de diëtiste heeft hij zijn eetgewoonten aangepakt en hij is meer gaan bewegen. De maatschappelijk werker bracht hem in contact met een wandelgroep, waarmee hij één keer per week op stap gaat. Dat is goed voor zijn gezondheid én brengt hem onder de mensen. Met zijn fitbit meet hij het effect van zijn inspanningen. Die gegevens worden automatisch toegevoegd aan zijn PGO. Net als zijn zelfgemeten bloedwaarden en gewicht. Peter Kooijman heeft zijn POH en diëtiste toegang gegeven tot de informatie. Zo kunnen ze zijn voortgang monitoren op de doelen die ze samen in zijn Individueel Zorg Plan hebben opgenomen. Dat maakt het volgende consult een stuk efficiënter. Op zijn PGO heeft Peter inzage in alle actuele medicatie- en medische gegevens. In grafieken volgt hij het verloop van zijn bloedwaarden en hij regelt er praktische zaken, zoals de volgende afspraak bij de huisarts, diëtiste of het diagnostisch centrum. Ook de activiteiten van het wijkcentrum zijn er te vinden. Als zorg- en welzijnsorganisaties, patiëntenorganisaties, overheid, zorgverzekeraars en IT-aanbieders de handen ineen slaan, kan dit binnen drie jaar werkelijkheid zijn. De noodzaak is evident. Om bij een toenemende zorgvraag en krimpende beroepsbevolking de Triple Aim doelstellingen (meer kwaliteit van zorg tegen lagere kosten en een hogere patiënttevredenheid) te realiseren, de werkdruk voor huisartsen te beperken en het werkplezier te vergroten, is een grotere betrokkenheid van patiënten essentieel. E-health speelt hierbij een belangrijke rol. Het ondersteunt een goede samenwerking tussen professionals en patiënten, maakt deze onafhankelijk van tijd en plaats én geeft patiënten de informatie en tools om zelf regie te nemen over hun gezondheid. Mogelijkheden onbekend Ongeveer driekwart van de mensen beweegt zich in de eerstelijnszorg, dichtbij huis. Slechts een derde in de tweede lijn. Dat maakt de eerste lijn een logisch vertrekpunt voor de doorontwikkeling van e-health. Nederlanders regelen steeds meer online, de zorg blijft daarbij achter. Dat ligt niet alleen aan het beschikbare aanbod, blijkt uit recent onderzoek van ICT-leverancier PharmaPartners onder 1000 Nederlanders. 55% van de Nederlanders heeft geen idee wat de online mogelijkheden bij de huisarts zijn. In het noorden is dat zelfs 63%. Het aantal Nederlanders dat gebruikmaakt van de online diensten van de huisarts is dan ook laag; 7% heeft weleens online een afspraak ingepland en 3% heeft weleens gebruikgemaakt van een e-consult. De apotheek is online iets zichtbaarder, maar ook daar valt nog een wereld te winnen. 40% van de ondervraagden weet niet welke e-health-oplossingen er zijn of haar apotheek biedt. Bij 25- tot 34-jarigen...

Lees Verder
Onderzoek BENU naar Nederlandse apotheek
okt18

Onderzoek BENU naar Nederlandse apotheek

De Nederlandse apothekers leveren hoogwaardige zorg, vanuit efficiënte apotheken tegen lage kosten, zo laat Europees onderzoek van BENU zien. “In Europa zijn we koploper in efficiency en kostenbeheersing. Nu moeten we de meerwaarde van de apotheker als zorgverlener waarderen”, stelt Bart Tolhuisen, de eerste man van apothekenformule BENU. Brocacef en BENU  kunnen eindelijk gas geven nu de belangrijkste juridische hobbels rondom de overname van de apotheken van Mediq Apotheken Nederland zijn genomen. Na een periode van overname, integratie en juridische gevechten met de Autoriteit Consument en Markt (ACM) – die langer duurde dan verwacht – is de tijd rijp om inhoud te geven aan de positie van marktleider in de farmaceutische zorg. Want marktleider, dat is BENU met ruim 310 eigendomsapotheken en 180 aangesloten partnerapotheken. Daarom heeft BENU het initiatief genomen tot een onderzoek naar de positie van de Nederlandse apotheek in zowel historisch als Europees perspectief. “De KNMP heeft veel informatie, doet ook onderzoek, net als de zorgverzekeraars en VWS. Er zijn inmiddels veel verschillende beelden van de staat van de farmacie in ons land. Maar wat is nu het juiste beeld? Het ontbrak aan een helder inzicht in hoe de Nederlandse apotheek in de praktijk presteert. Dat onderzoek heeft onderzoeksbureau Eden McCallum in onze opdracht gehouden. Wij vinden het belangrijk om de resultaten van dat onderzoek met iedereen te delen. De conclusie uit het onderzoek: Nederlandse apotheken zijn in Europa koploper in het bewaken van de kosten, verbeteren continu de kwaliteit van zorg en hebben tevreden patiënten”, vertelt Bart Tolhuisen, lid van de groepsdirectie van Brocacef en verantwoordelijk voor de apotheken onder de vlag BENU. Grote stappen Volgens Bart Tolhuisen heeft de Nederlandse apotheek de afgelopen jaren grote stappen gezet en is het voorloper in Europa. “Een paar voorbeelden: In Groot-Brittannië duurt de handling van weekmedicatie 30 minuten per assistent per regel. Dat is bij ons volledig geautomatiseerd. Baxteren en central filling doen we hier al 10 jaar terwijl Groot-Brittannië daar nu mee begint.  Daar sluiten dan ook 3.000 apotheken, wij hebben die efficiencyslag slag al lang gemaakt. Ook het aantal apotheken per inwoner is in ons land beperkt: 12 per 100.000 inwoners tegen 25 in Duitsland. Daarnaast is het aantal openbare apotheken in Nederland al vijf jaar niet gegroeid, terwijl de bevolking en het aantal zorggebruikers  wel toenemen. Bovendien gaat slechts 7,6 procent van de totale uitgaven in de zorg naar farmaceutische hulp, het laagste percentage in Europa. Er zijn dus niet te veel apotheken in Nederland.” De Nederlandse apotheek doet het dus goed, stelt zich flexibel op. En dat is een hele prestatie, stelt Tolhuisen: “Ga maar na: ondanks een forse toename van het aantal...

Lees Verder
Ron Herings van PHARMO over big data
okt17

Ron Herings van PHARMO over big data

Het is misschien wel één van de best bewaarde geheimen in de farmacie: onderzoeksbureau PHARMO in Utrecht. Onder wetenschappelijke leiding van apotheker, epidemioloog en informaticus Ron Herings verzamelen, ontsluiten en analyseren 30 medewerkers continu patiëntendata van apotheken, huisartsen en ziekenhuizen. Met als doel de zorg doelmatig en betaalbaar houden. Ondertussen kijken bedrijven als Apple, Philips of Samsung verlekkerd naar de geanonimiseerde databank van het PHARMO Instituut. Hij verwondert er zich dagelijks over. Hoe kan het toch zijn dat we miljarden in de zorg pompen zonder systematisch en wetenschappelijk onderzoek te doen naar de effecten. “In de zorg baseren we ons op trials en wetenschappelijk onderzoek voordat een therapie of medicatie beschikbaar komt. Maar we volgen niet wat er daarna gebeurt. Welke therapie laat bij patiënten de beste resultaten zien, wat heeft nu echt effect? We doen dat onvoldoende.” Het PHARMO Instituut deed al aan big data voordat de term bestond. De organisatie verzamelt data van patiënten. Van heel veel patiënten, afkomstig van zo’n 20 procent van de Nederlandse apothekers, huisartsen en ziekenhuizen. Gegevens die continu ververst en aangevuld worden. En als die data ook nog eens aan elkaar gekoppeld kunnen worden ontstaat een waardevolle BIG Data omgeving. Een databank die kan voorspellen en verklaren. Met dank aan de voortschrijdende technologie die het mogelijk maakt nieuwe relaties te leggen tussen de verschillende data. Door bijvoorbeeld gegevens uit de gemeentelijke administratie te koppelen aan gezondheidsinformatie kan de overheid het beleid in achterstandswijken aanpassen. En de ontwikkelingen in wijken volgen. Op allerlei gebieden worden big data gebruikt. Van het verzamelen van eenvoudige bijwerkingen van medicatie tot het volgen van het gedrag van artsen bij het invullen van de administratie. “Neem een huisarts die dagelijks patiënten-informatie in het huisartsensysteem klopt. Deze informatie levert de individuele huisarts zelf weinig nieuwe inzichten op. Door de gegevens van veel huisartsen gedurende langere tijd te bewaren, ontsluiten en analyseren worden onzichtbare structuren in één keer zichtbaar. Zo komt het voor dat artsen bepaalde type patiënten onbewust niet hebben behandeld omdat ze deze groep ‘vergeten’ zijn. Maar uit dezelfde data is af te lezen dat deze groep heel goed is te behandelen. Of artsen willen standaard de bloeddruk verlagen tot onder de 140, maar uit analyse van de data blijkt dat het voor bepaalde groepen patiënten boven de 65 jaar helemaal niet zo goed is om de bloedruk met medicatie onder de 140 te krijgen, want dan vallen deze patiënten letterlijk om.“ Populatiebekostiging Onderdeel van het PHARMO Instituut is de Stichting Informatievoorziening voor Zorg en Onderzoek (STIZON) die data verzamelt voor de proeftuin Gezonde Zorg Gezonde Regio, een initiatief van Stichting Rijncoepel, Alrijne Zorggroep, Zorg en Zekerheid, en...

Lees Verder
Pagina 3 van 1812345...10...Minst recente »