Medicatie chronische ziekte voor heel jaar thuis
nov20

Medicatie chronische ziekte voor heel jaar thuis

Apothekers zijn bezorgd over het feit dat chronische patiënten hun medicatie voor een heel jaar kunnen halen. Dat is door een nieuw contract van Zilveren Kruis mogelijk. Apothekers vinden het echter onverantwoord en de KNMP is het met hen eens. Patiënten die chronisch medicatie slikken, zoals diabetici, moeten nu vaak om de drie maanden langs de apotheek voor een nieuwe voorraad. Volgens zorgverzekeraar Zilveren Kruis kunnen velen ook met een jaarlijks bezoekje af. Dat scheelt hen tijd en geld. Apothekers daarentegen zien de kwartaalbezoeken als belangrijke momenten waarop ze de patiënt vragen naar hun gezondheid. Ze bespreken eventuele bijwerkingen, de therapietrouw en kijken bij multimorbiditeit naar de afstemming van de medicatie. Bij eventuele klachten kan in overleg met de huisarts de medicatie worden aangepast. Minder controles kan daardoor leiden tot gevaarlijke situaties, aldus verontruste apothekers. Daarnaast zien ze ook logistieke problemen. Alleen voor patiënten zonder problemen
 Zilveren Kruis reageert met de mededeling het nieuwe contract is bedoeld voor de groep patiënten die al jaren zonder problemen dezelfde medicatie slikken en alleen in de apotheek komen om hun pillen op te pikken. Voor elk medicijn dat de patiënt ophaalt wordt nu zo’n zes euro in rekening gebracht, de vergoeding voor medicatiebegeleiding. Dat betalen de meeste patiënten vanuit het eigen risico. Slechts een maal per jaar naar de apotheek kan dus veel geld besparen. Het is volgens de verzekeraar straks aan de huisarts om te bepalen hoeveel medicatie de patiënt in één keer meekrijgt. KNMP en NHG zijn bezorgd
 Apothekersorganisatie KNMP is in gesprek met Zilveren Kruis over het contract, dat 1 januari ingaat. ,,We maken ons zorgen. We verliezen de patiënt straks veel te lang uit het oog,” reageert directeur Léon Tinke in een artikel in het AD. ,,Het is niet voor niets dat we bij nieuwe medicatie maar een voorraad van twee weken meegeven. Daarmee houden we in de gaten of het werkt. Ook daarna blijft goede begeleiding nodig.” Ook het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) heeft zijn zorgen geuit bij de verzekeraar. Het NHG vindt het van belang dat het moet gaan om een uitzondering en alleen voor patiënten die al jaren stabiel zijn. Bron: AD Onder redactie van Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Overheid: bied steun aan bereidende apothekers
nov17

Overheid: bied steun aan bereidende apothekers

Bereidend apothekers kunnen de samenleving voorzien van noodzakelijke farmaceutische zorg op maat. Ze kunnen tegenwicht bieden aan dure geneesmiddelen en middelen bereiden als deze niet beschikbaar zijn. Maar dan moeten overheid en verzekeraars dat wel steunen. De vergoeding is bij lange na niet kostendekkend, verzekeraars keuren declaraties af en fabrikanten werken tegen. Dit schrijven Paul Lebbink en Arwin Ramcharan in een artikel in de NRC. Zonder steun van overheid en verzekeraars gooien de 350 apothekers die nu nog zelf bereiden er waarschijnlijk ook het bijltje bij neer. In 2011 waren het er nog 800. Zelf medicatie bereiden is een té dure hobby geworden. Als voorbeeld noemen ze Orkambi, het veelbesproken medicijn tegen taaislijmziekte. De fabrikant voor dit middel vraagt 170.000 euro per patiënt per jaar. “Was de minister maar even bij ons apothekers langsgekomen voordat ze ging onderhandelen. Wij kunnen het medicijn bereiden voor een fractie van dat bedrag”, schrijven ze. “Hoewel het weken kostte om een adres voor de grondstof in China te vinden, want de fabrikant had leveranciers verboden het middel aan anderen te verkopen (!)” Eigen bereidingen voldoen aan alle kwaliteitseisen Ze zijn het hartgrondig eens met het advies van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving aan de overheid om geneesmiddelfabrikanten harder aan te pakken. Lebbink en Ramcharan stellen dat apothekers daarbij kunnen helpen. Zij zijn als enigen bevoegd om geneesmiddelen te bereiden, zelfs als daar patent op rust. Voorwaarde is dat apothekers dat doen voor hun eigen patiënten. De eisen aan kwaliteit en veiligheid zijn even hoog als bij handelsproducten. Apothekers gebruiken de modernste bereidingstechnieken en laten producten veelvuldig analyseren op onder meer zuiverheid en gehalte. De Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd ziet daarop toe. Tegenwerking
 Zelf vertellen over hun ervaren tegenwerking. “Tien jaar geleden heeft een fabrikant ons kapot geprocedeerd omdat we voor 3.000 euro per jaar carbamylglutamaat maakten voor een kindpatiëntje (1996) met een dodelijke stofwisselingsziekte. Een Franse fabrikant ‘kaapte’ ons geneesmiddel, verwierf het octrooi, vroeg 150.000 euro per jaar en klaagde ons vervolgens aan. We wonnen alle zaken, maar liepen er niettemin financieel op leeg en zijn dus maar gestopt.” De tegenwerking van fabrikanten beperkt zich niet tot apothekers, stellen beide heren. Ook zorgverzekeraars durven het niet vaak aan eigen bereidingen te vergoeden vanwege angst voor rechtszaken en reputatieschade. Maar vergoeden ze het wel, dan is de vergoeding van rond de 11 euro voor de bereiding uiteraard treurig. De kwaliteitseisen zijn heel hoog, ook voor de ruimte en de apparatuur. Netwerk van bereidende apotheken “Met een beperkte investering in een goed functionerend netwerk van bereidend apotheken bewijst Nederland zichzelf een dienst”, benadrukken Lebbink en Arwin Ramcharan. Primair omdat soms zorg op...

Lees Verder
Campagne Samen sterk tegen antibioticaresistentie
nov17

Campagne Samen sterk tegen antibioticaresistentie

Tijdens het symposium  Antibioticaresistentie en ouderenzorg  is de campagne “Samen sterk tegen antibioticaresistentie” van start gegaan. Deze campagne is gericht op het voorkomen van antibioticaresistentie in de ouderenzorg. Onderdeel daarvan is de website resistentiepreventie.nl. De site is gericht op bestrijding van antibioticaresistentie in verpleeghuizen. Verzorgenden, verpleegkundigen, zorgbestuurders en specialisten ouderengeneeskunde kunnen er terecht voor informatie en tools. Meer risico in verpleeghuizen Antibioticaresistentie is een groeiend probleem waar iedereen in de verpleeghuissector mee te maken krijgt. Professionals en bewoners van verpleeghuizen lopen nou eenmaal meer risico op besmetting. De campagne is bedoeld om werkers in verpleeghuizen te ondersteunen bij het verlagen van de kans op besmetting. Dit door te wijzen op het belang van hygiënischer werken en tegelijk de kennis over infecties te vergroten. Kennis is de basis 
 In de strijd tegen antibioticaresistentie draait het om de inzet van de sector zelf. Daarom is er een petitie onder de titel “ik ben tegen ABR” opgesteld die zorgverleners kunnen ondertekenen. Op deze manier voelen ze zich waarschijnlijk persoonlijk betrokken bij de problematiek. Tevens zijn er een aantal filmpjes ontwikkeld over aanpak antibioticaresistentie. Daarnaast is er nog een Zelftest Antibioticaresistentie, bestaande uit 9 vragen. Op deze wijze kunnen verzorgenden en verplegenden zelf hun kennis over dit thema testen en waar nodig verbeteren. Die kennis is van groot belang, want steeds vaker worden zorginstellingen geconfronteerd met cliënten die infecties hebben of drager zijn geworden van BRMO, Bijzonder Resistente Micro-Organismen. Deze micro-organismen zijn resistent geworden voor antibiotica die vaak gebruikt worden. Verpleeghuizen zijn, net als ziekenhuizen, risicovolle plaatsen voor het ontstaan en verspreiden van BRMO. Mensen kunnen deze bacteriën ook meenemen van de ene naar de andere zorginstelling. Gezamenlijk project
 Het programma “Aanpak antibioticaresistentie” verpleeghuizen is een gezamenlijk project van ActiZ, het RIVM, V&VN, Verenso en Vilans. Bron: ZorgvoorBeter Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Peter Sollie? Oh die!
nov14

Peter Sollie? Oh die!

Mijn eerste contact met Peter Sollie bestaat uit de volgende email op mijn verzoek voor een interview op korte termijn. Peter: ‘De artikelen in FarmaMagazine zijn altijd zeer lezenswaardig en vlot geschreven. Lijkt me leuk daaraan een bijdrage te leveren. Korte termijn is in de journalistiek altijd het geval. Vraag me af waarom? Ben niet van plan om op korte termijn het loodje te leggen of een wereldreis te maken, bij mij is er geen reden voor korte termijn’. In stilte beken ik schuld, beloof beterschap en verwacht dat het hierbij blijft. Na de zomer ontvang ik echter een hartelijke uitnodiging om naar Amsterdam te komen. We spreken af in de Ferdinand Bol Apotheek. Hoe ziet het patiëntenbestand van Apotheek Ferdinand Bol eruit? Peter: “Wij hebben ongeveer 9000 patiënten. De apotheek ligt in de Pijp in Amsterdam-Zuid. Vijftien jaar geleden was dit een echte volksbuurt maar dat is veranderd. Inmiddels is het aantal hippe, jonge inwoners behoorlijk toegenomen. De buurt bestaat nu uit een mengelmoes van mensen met verschillende achtergronden, zowel in afkomst, opleiding en leeftijd. In heel Amsterdam en ook hier, is een mutatiegraad van 25%. We hebben te maken met veel passanten.” Je team is een afspiegeling van de bewoners in deze wijk. Wat betekent dit in de praktijk? “Er werken hier 9 apothekersassistentes afkomstig uit Nederland, Nepal, Turkije, Marokko, Suriname en Zuid-Afrika. Een mooie mix vind ik. Het maakt de communicatie aan de balie gemakkelijker. We kunnen patiënten in hun eigen taal toespreken. Het Frans en Duits neem ik voor mijn rekening. En tja, allemaal dames, dat betekent dat er weleens woordenwisselingen zijn maar ik denk dat dit bij alleen mannen hetzelfde is. Soms hoor ik dingen waarmee ik bewust niets doe. Eerst zelf oplossen. Als het echt nodig is, kunnen ze een beroep op mij doen. En het feit dat het dames zijn van verschillende afkomst, maakt daarbij niets uit.  Veel Turkse en Marokkaanse worden apothekersassistente omdat apothekersassistente in hun cultuur een eerzaam beroep is met status. Dat kan weleens roosterproblemen geven met de ramadan en het Suikerfeest. Daarom probeer ik de samenstelling van het team zo divers mogelijk te houden.” Het valt op dat veel collega’s jou kennen. Hoe komt dat denk je? “Ik stel altijd vragen. Dat begon al tijdens mijn studie, toen ik als een van de organisatoren van buitenlandreizen vragen moest stellen. En als ik bijvoorbeeld naar de jaarbijeenkomst van de KNMP ga, ben ik altijd goed voor een vraag. Mijn assistentes horen het ook vaak. Werk je bij Peter Sollie? Oh die! Vragen stellen zit in me. Ik bel veel met patiënten, artsen en andere zorgprofessionals. Ik praat met anderen. Ik...

Lees Verder
Eén landelijk alarmeringssysteem voor reanimatie 
nov14

Eén landelijk alarmeringssysteem voor reanimatie 

Op dit moment zijn er in ons land nog twee alarmeringssystemen voor reanimatie en AED-hulpverlening actief, namelijk HartveiligWonen en HartslagNu. Ja inderdaad, onlogisch en onhandig. Dat vinden deze partijen gelukkig ook en ze gaan over naar één landelijk systeem. Om de overgang mogelijk te maken, komt er een nieuwe, onafhankelijke stichting, met de naam HartslagNu. Het betreft een systeem om burgerhulpverleners te alarmeren wanneer uit hun buurt een melding binnenkomt van een circulatiestilstand. Alle meldkamers ambulancezorg zullen in de loop van 2018 gebruik maken van dit systeem. De samenvoeging naar één systeem kunnen burgerhulpverleners door middel van één (nieuwe) app in heel Nederland, vanuit alle meldkamers, worden gealarmeerd. Dit is goed nieuws, want snelle reanimatie is van levensbelang! Door de inzet van burgerhulpverleners en AED’s is de overlevingskans binnen 10 jaar al gestegen van 10% naar 25%. Wekelijks krijgen zo’n 300 mensen in Nederland een circulatiestilstand, – in de volksmond hartstilstand genoemd-, buiten het ziekenhuis. De eerste zes minuten zijn cruciaal om te overleven. Database van 170.000 vrijwilligers Met de samenvoeging van beide  systemen ontstaat er een database van circa 170.000 geregistreerde vrijwilligers en ruim 12.000 AED’s in heel Nederland. In de komende maanden worden alle gegevens uit het huidige alarmeringssysteem van HartslagNu en HartveiligWonen samengevoegd. Vrijwilligers hoeven zich niet opnieuw aan te melden.  Zodra de nieuwe app beschikbaar is, krijgen zij hierover nadere informatie. Alarmering via sms blijft gewoon mogelijk. 
Ook gemeenten, veiligheidsregio’s en lokale AED-stichtingen behouden voorlopig de contractuele verplichtingen met de huidige aanbieders, HartveiligWonen en HartslagNu. Het doel is om medio 2018 de samenvoeging van de twee systemen operationeel te hebben. Optimalisering overlevingskansen Met de samenwerking tussen deze twee burgerhulpverleningsplatforms in Nederland is het mogelijk om reanimatie- en AED-burgerhulpverlening centraal en uniform te organiseren en zo te verankeren in onze samenleving. Met deze werkwijze worden de overlevingskansen van alle slachtoffers van een circulatiestilstand in heel Nederland verder geoptimaliseerd. Onder redactie van: Gerda van Beek Bron: HartslagNu...

Lees Verder
Onbekendheid over risico overdosering bij pijnstillers
nov07

Onbekendheid over risico overdosering bij pijnstillers

Pijnstillers, met name paracetamol, worden zeer veel gebruikt, vaak bijna achteloos. Terwijl er wel degelijk risico’s verbonden zijn aan het gebruik van bijvoorbeeld ibuprofen en paracetamol. Maar consumenten onderschatten die risico’s. Terwijl ze tegelijk de eigen kennis over pijnstillers overschatten en daarom de bijsluiter vaak ongelezen weggooien. Ook melden veel mensen het gebruik van pijnstillers niet bij hun huisarts. Dat blijkt uit onderzoek van het Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM) naar de kennis en het gebruik van pijnstillers onder ruim 600 respondenten
. Verreweg de meeste respondenten gebruiken paracetamol (83 procent), bijna één vijfde zelfs dagelijks. Bijna 80 procent denkt over voldoende kennis te beschikken om veilig paracetamol te gebruiken. Deze groep vraagt dan ook geen advies over gebruik en risico’s en leest amper de bijsluiter. Meer dan de helft geeft aan het gebruik van paracetamol veilig te vinden. Bij doorvragen blijkt echter dat 50 procent van de consumenten meer paracetamol denkt te kunnen slikken dan veilig voor hen is. In de praktijk lopen zij dus risico op overdosering. Verder gebruikt 40 procent van de respondenten wel eens ibuprofen, 8 procent zelfs dagelijks, zonder recept of advies van de huisarts. Dit percentage lijkt laag, maar deze mensen lopen bij overdosering risico op een maagzweer, maagbloeding of nierschade. Geen melding bij huisarts 
 Meer dan de helft van de consumenten meldt het gebruik van pijnstillers niet aan de huisarts. Het overgrote deel (80 procent) van de respondenten geeft aan dat de huisarts hier ook niet naar vraagt. In vergelijking met eerder onderzoek van het IVM uit 2013 blijkt dat de respondenten wel iets vaker het gebruik van een pijnstiller zonder recept aan de huisarts melden. Ook is de kennis over pijnstillers iets toegenomen. Dit hangt mogelijk samen met de verbeterde voorlichting in de drogisterijen de laatste jaren. Veilig gebruik pijnstillers: professioneel advies is nodig
 Het IVM heeft het onderzoek uitgevoerd in opdracht van het Centraal Bureau Drogisterijbedrijven (CBD). De uitslag van het onderzoek zijn voor het IVM en het CBD een bevestiging dat consumenten professioneel advies nodig hebben bij de aankoop en het veilig gebruik van pijnstillers. Het IVM onderzoekt op dit moment hoe zij de drogisten hierbij kunnen ondersteunen. Dit deed het IVM al eerder door het opstellen van risicowaarschuwingen voor bepaalde zelfzorggeneesmiddelen. Bron IVM Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Medicatiebeleid bij multimorbiditeit: afstemming huisarts en apotheker 
nov03

Medicatiebeleid bij multimorbiditeit: afstemming huisarts en apotheker 

Om ouderen met multimorbiditeit van  passende medicatie te voorzien is een duidelijke afbakening van de doelgroep nodig en een goede organisatie van de zorg. Huisartsen en apothekers moeten dit gezamenlijk oppakken en de patiënt hierbij betrekken. Structurele overlegmomenten kunnen bijdragen aan een heldere visie op het complexe medicatiebeleid voor patiënten met multimorbiditeit en polyfarmacie. Huisartsen gaan verschillend om met medicatiebeleid bij polyfarmacie. Ze geven aan dat zij willen overleggen met andere huisartsen en apothekers over het medicatiebeleid voor ouderen met meerdere ziekten. Dit blijkt uit het proefschrift van NIVEL-onderzoeker Judith Sinnige. Vergrijzing vraagt om meer afstemming Het aandeel ouderen in de bevolking neemt toe. Omdat ouderen langer zelfstandig thuis blijven wonen, zal een steeds groter deel van de patiëntenpopulatie van de huisarts op leeftijd zijn. Een deel ervan komt bij de huisarts voor de behandeling van een diversiteit aan combinaties van chronische aandoeningen. Deze patiënten met multimorbiditeit gebruiken vaak veel verschillende geneesmiddelen. Overigens betreft dit niet alleen ouderen. Chronische ziekten komen al veel eerder voor. Dit betekent dus complexe zorg in de huisartsenpraktijk; niet alleen voor de alleroudsten maar ook voor de 55- tot 70-jarigen. Variatie in geneesmiddelenvoorschriften De complexiteit van deze zorg wordt nog eens onderstreept door de aangetoonde variatie in het aantal geneesmiddelvoorschriften per huisartsenpraktijk. Huisartsen gaan niet allemaal hetzelfde om met het medicatiebeleid bij polyfarmacie. Zo zijn er grote verschillen in het aantal geneesmiddelvoorschriften per huisartsenpraktijk. Huisartsen laten in gesprekken weten dat zij gemaakte keuzes in het medicatiebeleid regelmatig willen doornemen met andere huisartsen en apothekers. Structurele overlegmomenten of training kunnen bijdragen aan een heldere visie op het complexe medicatiebeleid voor patiënten met multimorbiditeit en polyfarmacie. Daarin moet aandacht zijn voor individuele wensen en voorkeuren van patiënten. Verdediging proefschrift
 Sinnige gaat in haar proefschrift “Multimorbidity and medication managment in general practice” in op de complexiteit van de behandeling van oudere patiënten met multimorbiditeit in de huisartsenpraktijk, met een specifieke focus op het geneesmiddelengebruik en het medicatiebeleid. Haar promotie vond plaats op 31 oktober jl. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Servicedesk voor vraagstukken Personalised Medicine
nov01

Servicedesk voor vraagstukken Personalised Medicine

Personalised Medicine belooft behandelingen van ziektes en de gezondheidszorg te verbeteren, omdat het gaat om therapie op maat. Tegelijk brengt dit ethische, maatschappelijke en juridische vraagstukken met zich mee. Hoe zit het bijvoorbeeld met privacy en gegevensbescherming van de patiënt? En hoe moet men omgaan met persoonlijke gezondheidsinformatie die in Big Data besloten ligt? Onderzoekers en andere betrokkenen bij Personlised Medicine hebben veel vragen hoe zij op een verantwoorde manier kunnen werken met dergelijke onderwerpen. Ze weten daarbij vaak niet waar zij met deze vragen terecht kunnen. Het is daarom belangrijk dat er één landelijk punt komt met betrouwbare informatie. Servicedesk Op 1 september 2017 zijn  BBMRI-NL  en  Federa-COREON, gecoördineerd vanuit het Antoni van Leeuwenhoek, gestart met het opzetten van een nationaal opererende ELSI Servicedesk voor Ethical, Legal and Societal Issues. Hier kunnen onderzoekers, zorgverleners, patiëntvertegenwoordigers en beleidsmakers terecht voor hulp bij vraagstukken in de praktijk van onderzoek en implementatie betreffende Personalised Medicine. De Servicedesk bestaat uit een online portal voor informatie en een helpdesk die vragen beantwoordt. Specialisten, zoals ethici en gezondheidsjuristen, zijn beschikbaar voor advies over complexe vragen. Alle antwoorden komen via de portal beschikbaar, zodat andere geïnteresseerden hier ook hun voordeel mee kunnen doen. Een eerste versie van dit online portal verschijnt in februari 2018. Onderzoeksprogramma Personalised Medicine  
 De  ELSI Servicedesk  is gefinancierd vanuit het Goed Gebruik Geneesmiddelen onderzoeksprogramma  Personalised Medicine. Dit onderzoeksprogramma – een samenwerking van ZonMw, Zilveren Kruis en KWF – wil een structurele bijdrage leveren aan de zorgverlening van de toekomst, waarin iedere patiënt kan rekenen op een therapie op maat. Het onderzoeksprogramma heeft als doel het waarborgen van een doelmatige implementatie van Personalised Medicine in de Nederlandse gezondheidszorg. Er worden activiteiten uitgevoerd op het gebied van datamanagement, educatie & voorlichting en methodologie van waardebepaling voorspellende diagnostiek ten behoeve van een meer gerichter inzet farmacotherapie. Lees hier meer over de start van het Nationale Servicedek en over het onderzoeksprogramma Personalised Medicine. Bron: ZonMw Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Portefeuilleverdeling op VWS
okt30

Portefeuilleverdeling op VWS

Twee ministers op één ministerie. Dat vereist een duidelijke afbakening van de portefeuilleverdeling,  in combinatie met de inzet van de staatssecretaris. Daarbij zal er ook sprake zijn van veel gezamenlijke aandachtspunten. De Regering heeft deze week de portefeuilleverdeling bekend gemaakt. Zaken rondom geneesmiddelen vallen onder Bruno Bruins. In de berichtgeving is er ook sprake van verschillende benamingen. Hugo de Jonge staat genoemd als ‘minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport’. Bruno Bruins wordt aangeduid met de ‘minister voor Medische Zorg’. Minister VWS – Hugo de Jonge
 Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Hugo de Jonge (CDA) is verantwoordelijk voor de care – WLZ – Wmo en mantelzorg – jeugdbeleid, jeugdwet en jeugdgeozndheidszorg – wijkverpleegkundige zorg – persoonsgebonden budget – kwaliteitsbeleid care – arbeidsmarktbeleid care en jeugd – toezicht care & jeugd – medisch-ethische vraagstukken – SCP (Sociaal Cultureel Planbureau) – NZa (Nederlandse Zorgautoriteit). Minister voor Medische Zorg – Bruno Bruins
 De minister voor Medische Zorg (hoe wordt dat straks afgekort?) Bruno Bruins (VVD) is verantwoordelijk voor: care – zorgverzekeringswet – zorgtoeslag en pakketbeheer – curatieve zorg – drugs – toezicht voedselkwaliteit en NVWA (Ned. Voedsel- en Waren-Autoriteit) – genees- en hulpmiddelen – beroepen en opleiding – arbeidsmarktbeleid – gezondheidsbescherming – infectieziektebestrijding – kwaliteitsbeleid – medische (bio)technologie – sportbeleid – toezicht, CBG (College ter Beoordeling van Geneesmiddelen), CIBG, RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) – kennis en informatie-infrastructuur. Staatssecretaris VW
 Paul Blokhuis (CU) wordt overigens betiteld als ‘staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Zijn verantwoordelijkheid ligt bij: oorlogsgetroffenen en verzetsdeelnemers – ggz – maatschappelijke opvang en beschermd wonen – preventie – gezondheidsbevordering (leefstijl) – VWS-domein voor de BES-eilanden (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) – maatschappelijke diensttijd. Verantwoording aan Tweede Kamer
 Elke bewindsman is eindverantwoordelijk voor zijn eigen portefeuille en moet daar zelf verantwoording over afleggen aan de Tweede Kamer.  Het departement hanteert één begroting. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Extra geld naar CBG vanwege de Brexit
okt27

Extra geld naar CBG vanwege de Brexit

Het Verenigd Koninkrijk zal eind maart 2019 de Europese Unie verlaten. Dit heeft gevolgen voor geneesmiddelenregulering in Europa. Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) bereidt zich voor om extra werkzaamheden die ontstaan door Brexit deels over te nemen. Continuïteit staat hierbij voorop. Om die reden investeert de Nederlandse overheid de komende jaren € 2 miljoen in extra capaciteit voor het CBG. Ook wordt er geïnvesteerd in versterking van het Europese netwerk door het faciliteren van extra opleidingsmogelijkheden. Het CBG heeft een projectorganisatie ingericht om de continuïteit van het Europese netwerk te waarborgen. Op dit moment worden extra werknemers aangetrokken en ingewerkt zodat Nederland een deel van het werk kan opvangen. Versterken Europees netwerk
 Daarnaast wil Nederland het regulatoire netwerk in Europa versterken. Dit doet het CBG onder meer door het faciliteren van extra opleidingsmogelijkheden voor medewerkers van andere Europese geneesmiddelenagentschappen. Het doel is om daardoor op termijn een betere verdeling van de werkzaamheden tussen de geneesmiddelenagentschappen van de Europese lidstaten te laten ontstaan. Over Brexit Op 29 maart 2019 verlaat het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie. Dit heeft als gevolg dat regulatoire werkzaamheden van de Britse Geneesmiddelenagentschappen MHRA (humaan) en VMD (veterinair) door agentschappen van andere Europese lidstaten moeten worden overgenomen. Daarnaast moet het nu in Londen gevestigde Europese Geneesmiddelenagentschap (EMA) verhuizen naar een andere Europese lidstaat. Nederland heeft een sterke lobby ingezet om de EMA naar Amsterdam-Zuid te halen. Of dat gaat lukken, is maar zeer de vraag. Er zijn 19 aanbiedingen die de lidstaten hebben ingediend voor vestiging van de EMA. Een belangrijke organisatie die werk biedt aan duizend hooggekwalificeerde werknemers. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Pagina 3 van 1912345...10...Minst recente »