Apothekers: steun ook Stoptober
Aug28

Apothekers: steun ook Stoptober

Ongeveer een kwart van de Nederlanders rookt wel eens, en 80% daarvan zegt te willen stoppen. Stoptober wil hen daarbij helpen door hen aan te moedigen 28 dagen niet te roken in de maand oktober. Deze campagne duurt van 8 september t/m 31 oktober. Apothekers kunnen gratis materiaal krijgen om Stoptober onder de aandacht te brengen. Mensen die roken, worden uitgedaagd om 28 dagen lang niet te roken. Rokers kunnen zich opgeven voor Stoptober en krijgen positieve, motiverende feedback via de app. Ook kunnen ze onderling ervaringen uitwisselen via de Facebookpagina. Gratis materiaal Apothekers die willen meedoen aan Stoptober kunnen gratis materialen opvragen in de webshop van het Trimbos Instituut. De Toolkit Stoptober 2017 bestaat uit posters en flyers die in de apotheek kunnen worden gebruikt. De Stoptober toolkit  bestaat uit twee posters, 100 flyers en een toelichting. Dit alles is gratis te bestellen in de webwinkel van het Trimbos-instituut. Op 8 september 13.00 uur gaat Stoptober van start. U kunt vanaf deze datum meedoen door posters op te hangen in de apotheek. Tijdens bezoek aan de apotheek kunt u Stoptober kort benoemen bij rokende patiënten en een flyer meegeven. Zij kunnen op  www.stoptober.nl  alle informatie vinden en zich inschrijven. Positieve resultaten Stoptober wordt dit jaar voor de vierde maal georganiseerd. De ervaringen uit de voorgaande jaren zijn positief. De uitdaging om 28 dagen niet te roken, is laagdrempelig. Het spreekt ook de laagopgeleide doelgroep aan, juist de groep waar het percentage rokers het hoogste is. En meest belangrijk: 67% van de deelnemers was voorgaande jaren twee maanden na Stoptober nog steeds gestopt. En degenen die toch weer zijn gaan roken, daalde het aantal sigaretten van 17 naar 10 per dag. Organisatoren
 De vierde editie van de campagne duurt van 8 september tot 31 oktober en wordt georganiseerd door onder andere het ministerie van VWS, Trimbos-instituut, KWF Kankerbestrijding, Alliantie Nederland Rookvrij, Hartstichting, GGD en Longfonds. Lees hier meer over Stoptober Bron: Trimbos-instituut Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Halvelijnszorg tussen 0 en 1
Aug24

Halvelijnszorg tussen 0 en 1

Het is juni in Noord-Limburg. Land aan de Maas. Land van heel veel varkens en kippen, prachtige rozen, verse asperges en heerlijke aardbeien. En niet te vergeten: land van één van de beste bands van Nederland: Rowwen Hèze. Te midden van al dit moois ligt Meerlo met in het centrum een gezondheidscentrum met Apotheek Maasdorpen. Linda Jonkers is beherend apotheker en heeft haar hart verpand aan deze regio. “Ik ben behoorlijk gedreven en hou er niet van om problemen af te schuiven. Ik ga voor kwaliteit en voor de beste zorg. Punt. Net als de rest van het team overigens. Wij luisteren naar patiënten, denken mee en regelen wat nodig is. Ook als dat betekent dat we een stapje extra moeten zetten. En dat wordt gezien en gewaardeerd. We krijgen regelmatig een brief, vlaai, asperges of een zak appels als dank.” Apotheek Maasdorpen bestaat sinds 2000 en is voortgekomen uit drie voormalige apotheekhoudende huisartsenpraktijken. Linda: “Meerlo telt 1800 inwoners maar ons verzorgingsgebied beslaat acht dorpen met veel lintbebouwing. De populatie van onze apotheek bestaat voornamelijk uit een vergrijzende plattelandsbevolking die veel zorg nodig heeft en woont in een uitgestrekt bezorggebied. In deze apotheek werkt een hecht team. Wij kennen de patiënten goed. Het is inderdaad ‘ons kent ons’. Sinds vier jaar zitten we in een gezondheidscentrum. Samen met de huisartsen proberen we de voorzieningen in dit gebied op peil te houden. De samenwerking met de huisartsen en de andere disciplines in het centrum is hartstikke goed. Dat geldt ook voor de samenwerking met de huisartsen in Lottum. We hebben geregeld gezamenlijk overleg en er is ruimte om zelfstandig beslissingen te nemen.” Andere accenten Linda: “Of ik niks te mopperen heb? Jawel hoor. Neem het beleid van de zorgverzekeraars, daar kan ik me best boos over maken. Ze kopen in op prijs maar ik vind dat ze veel meer naar kwaliteit moeten kijken. Ze hebben hun beweegredenen om het zo te doen en daar ben ik het niet mee eens. Goede kwaliteit levert volgens mij op termijn altijd geld op. Dat is echt mijn overtuiging. Vanmorgen zaten we met een zorginkoper om tafel en dan probeer ik ze dat in te laten zien. Maar veranderingen gaan langzaam, daar word ik niet vrolijk van. Zo geven de medewerkers van de klantenservice van de zorgkostenverzekeraar bijvoorbeeld vaak onvolledige informatie. Het is namelijk het beleid dat iedere helpdeskmedewerker óveral vanaf moet weten. Maar je kunt als individuele medewerker niet alles weten over de regelingen voor het ziekenhuis, de tandarts of de apotheek. Dat kan niet. In mijn ogen moet je specialiseren. Als ik het ergens niet mee eens ben dan leun ik niet...

Lees Verder
Nieuwe richtlijn Pijn bij Kanker nog onvoldoende bekend
Aug24

Nieuwe richtlijn Pijn bij Kanker nog onvoldoende bekend

Nog steeds weten veel zorgverleners niet goed om te gaan met pijn bij patiënten met kanker. Vooral doorbraakpijn wordt in het algemeen slecht gemeten en behandeld. De nieuwe richtlijn Pijn bij Kanker die in 2015 werd uitgebracht, besteedt hier speciaal aandacht aan. De komende maanden wordt tijdens acht bijeenkomsten in de regio’s, georganiseerd door bureau-prevents, de nieuwe richtlijn aan de hand van diverse casus toegelicht. Zodat betrokken artsen, verpleegkundigen en andere zorgverleners handvatten hebben om kankerpatiënten met pijn beter te behandelen. Voor patiënten die de diagnose kanker gesteld krijgen, is de angst voor pijn vaak een belangrijke bron van zorg. Dat is niet onterecht. Pijn en kanker zijn vaak met elkaar verbonden. Meer dan de helft van alle oncologische patiënten met pijn houdt, zelfs na behandeling hiertegen, pijn. Terwijl, als gehandeld wordt volgens de huidige kennis over pijnbehandeling, negentig procent van deze patiënten slechts hoeft te kampen met aanvaardbare pijn. Zelfs pijnvrij kan zijn. Er is echter een groot gebrek aan kennis over diagnostiek en behandeling van pijn bij patiënten met kanker. Zo weten veel medisch professionals onvoldoende de mate en soort van pijn vast te stellen en zijn ze terughoudend bij het voorschrijven van opioïden uit angst voor bijwerkingen, tolerantie en verslaving. Dit is een gemiste kans en onnodig, stelt Kris Vissers, hoogleraar Pijn en Palliatieve Geneeskunde aan het Radboud UMC en voorzitter van de Stichting Pijn bij Kanker. De hoogleraar stuurde de werkgroep aan die in 2008 de eerste richtlijn Pijn bij Kanker uitbracht en deed dit ook bij de herziene versie in 2015. Vissers: “Als wordt gehandeld naar de nieuwe richtlijn Pijn bij Kanker, dan hoeven patiënten met kanker niet onnodig pijn te hebben. Het probleem is echter dat er onvoldoende bekendheid is met deze nieuwe richtlijn. Vandaar dat de komende maanden door het hele land Pijn Spreekuren gehouden worden om medisch professionals te leren hoe om te gaan met pijn bij kanker. We weten dat deze werkwijze haar vruchten aflevert; medisch professionals die de richtlijn krijgen uitgelegd, handelen er in de praktijk vervolgens naar.” Pijn Spreekuur Het eerste Pijn Spreekuur vond midden juni in Eindhoven plaats. Tijdens de drukbezochte avond ging moderator Raymond Frederiks, anesthesioloog-pijnspecialist in het Laurentius Ziekenhuis in Roermond, samen met een panel van drie deskundigen aan de hand van drie casus in op het belang van vroege palliatieve zorg, de praktische problemen van doorbraakpijn en neuropathische pijn in een oncologische behandeling. Voor casusbespreking werd gekozen om de aspecten rond pijnbehandeling zo concreet mogelijk te maken. Zo kwam de heer S. aan de orde, een brandweerman van 56 jaar. Nadat hij wordt behandeld voor rectumcarcinoom met doorgroei naar de prostaat ontstaan bij hem...

Lees Verder
Er komt een meldplicht voor alle nieuwe zorgaanbieders
Aug21

Er komt een meldplicht voor alle nieuwe zorgaanbieders

Nieuwe zorgaanbieders worden verplicht zich te melden voordat zij kunnen starten met het verlenen van zorg. Dat staat in het wetsvoorstel Wet toelating zorgaanbieders waarmee de ministerraad op voorstel van minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft ingestemd. Deze meldplicht geldt niet voor al bestaande zorgaanbieders. Bij het doen van de melding worden nieuwe zorgaanbieders direct gewezen op de   kwaliteitseisen waaraan zij moeten voldoen. Door de meldplicht   is de Inspectie voor de Gezondheidszorg beter in staat om de kwaliteit van nieuwe zorgaanbieders in een vroeg stadium te beoordelen.  Sommige zorgaanbieders (zoals instellingen voor medisch specialistische zorg) hebben bovenop de meldingsplicht nog steeds een toelatingsvergunning nodig. Zelftest
 Het wetsvoorstel geldt voor alle nieuwe zorgaanbieders die vallen onder de Wet klachten en geschillen gezondheidszorg. Deze wet geldt voor het overgrote deel van de zorgaanbieders. VWS heeft een brochure uitgebracht met als titel: “Val ik onder de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg?”  Daarin staat onder meer een zelftest, waarmee elke zorgaanbieder kan beoordelen of hij/zij onder de Wkkgz valt.  Meestal is deze test overbodig, want eigenlijk betreft het iedereen die zorg verleent, vallend onder de zorgverzekeringswet, de wet langdurige zorg of wet publieke gezondheid. Ook het verrichten van cosmetische handelingen zoals laseren en botoxinjecties valt onder de Wkkgz, evenals complementaire of alternatieve geneeswijzen. ZZP in de zorg De verwachting is dat jaarlijks 8.000-10.000 nieuwe zorgaanbieders zich zullen melden. Het betreft dus niet alleen zorginstellingen. Ook iedereen die zich als zelfstandige wil vestigen in de zorg, zoals wijkverpleegkundigen of apothekers die als invaller als medicatiebeoordelaar aan de slag wil, moet zich aanmelden, zodra deze wet officieel is aangenomen. VWS heeft overigens recent een herziene handreiking ZZP’ers uitgebracht, waarin staat waar zzp’ers aan moeten voldoen in het kader van de Wkkgz. Ingangsdatum
 De ingangsdatum van meldplicht laat nog even op zich wachten, want het wetsvoorstel toetreding zorgaanbieders (Wtza) en daarmee samenhangende wetsvoorstel aanpassingswet wet toetreding zorgaanbieders (AWtza) moet eerst door de Koning aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Dat gebeurt volgens het nieuwsbericht van VWS op korte termijn. Zodra deze wetsvoorstellen worden aangenomen, vervalt de huidige toelatingsprocedure uit de Wet toelating zorginstellingen. Onder redactie van: Gerda van Beek...

Lees Verder
Subsidie Longfonds voor COPD-onderzoek
Aug21

Subsidie Longfonds voor COPD-onderzoek

Het Longfonds geeft aan het Maastricht UMC+ en het UMC Groningen anderhalf miljoen euro subsidie voor twee COPD-onderzoeksprojecten. Het betreft onderzoek naar herstel van schade aan het longweefsel en een methode om meer ruimte te geven aan resterend goed functionerend longweefsel.  COPD is een ongeneeslijke longziekte, veelal veroorzaakt door roken. Patiënten met COPD hebben last van kortademigheid, hoesten en vermoeidheid. Dit wordt veroorzaakt door een ontsteking en schade aan luchtwegen en longblaasjes. Deze schade kan niet worden hersteld met de huidige geneesmiddelen. Ook al is men gestopt met roken, toch worden de klachten na verloop van tijd vaak erger. De belangrijkste uitdaging is om verdere beschadiging van luchtwegen en longblaasjes tegen te gaan, en zoveel als mogelijk beschadiging te herstellen. Weefselherstel
 Het menselijk lichaam is normaal gesproken in staat veel schade aan weefsel zelf te herstellen. Om dat herstelvermogen te bevorderen, zijn er veel wetenschappelijke ontwikkelingen in het toepassen van stamcellen en groeifactoren. Deze behandelingen lijken echter in het geval van COPD niet voldoende te functioneren. In internationaal verband wordt dat bijzondere fenomeen onderzocht. Het onderzoek is gebaseerd op aanwijzingen dat de signaaloverdracht in stamcellen van de longen wordt verstoord door ontsteking en zuurstofradicalen, zodat helende groeifactoren geen effect meer hebben. Het doel is om vanuit deze kennis nieuwe aanknopingspunten te vinden om longweefselherstel bij COPD te stimuleren. Voor dit project wordt er samengewerkt in een team van farmacologen, pathologen, (stam)celbiologen en longartsen van het Maastricht UMC+, het UMC Groningen, the University of Vermont en the University of Colorado. Longvolumeverkleining
 Het tweede onderzoek is gericht op een nieuwe behandeloptie die binnenkort als standaardbehandeling beschikbaar zal komen. Voor patiënten met ernstige COPD helpen de huidige behandelmethodes vaak onvoldoende tegen de kortademigheid. Er bestaan wel mogelijkheden zoals een longvolume-verkleinende operatie of zelfs longtransplantatie, maar deze hebben erg veel bijwerkingen en worden niet vaak toegepast. ‘Bronchoscopische longvolumereductie’ met   zogenoemde ‘éénrichtingsventielen’ is een nieuwe behandelmethode voor patiënten met zeer ernstige COPD. Daarbij kan met behulp van een flexibele slang (scoop) via de luchtwegen een ventiel worden aangebracht op de meest aangedane plek in de longen. Daarmee wordt het aangedane weefsel afgesloten, zuigt het geen lucht meer aan met de adembeweging en ontplooit het niet meer. Zo ontstaat er meer ruimte in de borstkas voor het resterende, nog wel functionerende longweefsel. Deze behandeling heeft een zeer goed effect op de longfunctie, inspanningsvermogen en kwaliteit van leven. Omdat de ventielbehandeling nog erg nieuw is, is er nog veel onderzoek nodig. Dit onderzoek is   een samenwerking tussen onderzoeksgroepen in UMC Groningen, Radboudumc,   CIRO+ in Horn en Maastricht UMC+. Bron:  Maastricht...

Lees Verder
ANBO pleit voor periodieke geneesmiddelencontrole bij ouderen
Aug18

ANBO pleit voor periodieke geneesmiddelencontrole bij ouderen

ANBO heeft onder 7.000 ouderen onderzoek gedaan naar het gebruik van medicatie in de thuissituatie. Op basis van de uitkomsten concludeert ANBO dat er beter toezicht zou moeten komen op het gebruik van medicatie door ouderen in de thuissituatie. Met een periodieke controle door de apotheker in afstemming met de huisarts. Ruim de helft van de ondervraagde ouderen gebruikt twee tot vijf verschillende medicijnen en een kwart meer dan vijf geneesmiddelen. Ruim 80 procent van deze medicijngebruikers, in totaal bijna 6.000 respondenten, heeft één of meer chronische aandoeningen. Interacties
 Zo’n 90 procent zegt de medicatie volgens voorschrift te gebruiken. Tegelijk vindt ruim de helft dat een periodieke beoordeling goed is om te controleren of er geen vervelende interacties en bijwerkingen zijn. Ook vinden mensen het belangrijk dat er regelmatig controle plaatsvindt op het gebruik van de medicatie, maar ook op de noodzaak van dat gebruik. Zeker bij chronische aandoeningen, waarbij verschillende artsen medicijnen voorschrijven en dat niet van elkaar weten, is het belangrijk dat er overzicht is. Apotheker en huisarts samen
 ANBO pleit in haar berichtgeving voor een periodieke evaluatie van het medicijngebruik door patiënt, apotheek en (huis)arts(en). Ze ziet daarvoor een rol voor de apotheker in goede afstemming met de huisarts. Toename geneesmiddel-gerelateerde ziekenhuisopnamen ANBO verwijst daarbij naar het eindrapport  Vervolgonderzoek Medicatieveiligheid  dat is opgesteld in opdracht van het ministerie van VWS. Daaruit blijkt dat de afgelopen vijf jaar het aantal patiënten dat door verkeerd medicijngebruik in het ziekenhuis opgenomen is, sterk is toegenomen.  Het  aantal geneesmiddel-gerelateerde ziekenhuisopnamen  steeg van 39.000 in 2008 naar 49.000 in 2013. Zeer waarschijnlijk komt dit door de vergrijzing. De potentiële vermijdbare opnamen lijken de afgelopen jaren redelijk constant en doen zich vooral voor bij 65-plussers (48 procent) tegenover ongeveer 25 procent bij patiënten jonger dan 65 jaar. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
BTW-problematiek rondom geneesmiddelen
Aug14

BTW-problematiek rondom geneesmiddelen

Geneesmiddelen vallen onder het lage btw-tarief. Echter: er bestaat nogal wat onduidelijkheid wat er onder dat begrip moet worden gezien. Volgens de wetgever worden een aantal middelen ten onrechte als geneesmiddel aangemerkt, zoals tandpasta’s en zonnebrandmiddelen. Daarom wil Nederland daarvoor de eis stellen van een handelsvergunning. Het Register Belastingadviseurs (RB) zet bij dit voornemen vraagtekens. In een bericht geeft ze aan begrip te hebben voor het streven om de onduidelijkheid rond het begrip ‘geneesmiddel’ in de btw te voorkomen.  Sylvester Schenk, directeur fiscale zaken van het RB: “De Hoge Raad heeft vorig jaar uitspraak gedaan over wat als een geneesmiddel mag worden gezien om onder het lage btw-tarief te vallen. Door dat arrest is een situatie ontstaan dat volgens de wetgever ten onrechte middelen als geneesmiddelen worden aangemerkt; denk aan tandpasta’s en zonnebrandmiddelen. Nederland wil het begrip ‘geneesmiddel’ daarom weer beperkt uitleggen door voortaan de eis van een handelsvergunning te stellen. Die eis lijkt mij niet de oplossing.” Kostenverhoging  
 Adjay Pahladsingh van Bureau Vaktechniek van het RB: “Straks vallen alleen geneesmiddelen met een handelsvergunning nog onder het lage btw-tarief. Daardoor vallen allerlei middelen straks niet meer onder het lage btw-tarief, zoals middelen tegen blaasontsteking of eczeem. Mensen die deze medicijnen nodig hebben, zullen dus te maken krijgen met een kostenverhoging. Dat is al vervelend, maar het is ook de vraag of deze beperkte definitie van het begrip ‘geneesmiddel’ wel in overeenstemming is met de Europese regels.” Schending fiscale neutraliteit 
 Pahladsingh: “Binnen de omzetbelasting geldt het fiscale neutraliteitsbeginsel: soortgelijke producten moeten op dezelfde manier worden behandeld. Nederland wil het lage btw-tarief alleen toepassen op geneesmiddelen met een handelsvergunning. Maar voor consumenten, die kijken naar het gebruik en de werking van de producten, is er nauwelijks verschil met geneesmiddelen zonder handelsvergunning. Het lijkt er daarom op dat Nederland het fiscale neutraliteitbeginsel schendt. Mijn vrees is dan ook dat er straks bezwaarschriften worden ingediend en dat dit leidt tot de nodige procedures. Een dure exercitie die naar mijn mening nu al voorkomen kan, en moet worden.” Bron: Register Belastingadviseurs Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Call voor farmaceutisch praktijkonderzoek
Aug14

Call voor farmaceutisch praktijkonderzoek

Apothekers zijn voortdurend bezig met innovatie in hun farmaceutische zorgverlening. Een goede zaak: zo bevorderen zij de gezondheid en het veilig gebruik van geneesmiddelen van de patiënten. Het is mogelijk om een budget te ontvangen voor farmaceutisch praktijkonderzoek. De KNMP zet jaarlijks een onderzoekscall uit naar actuele vraagstellingen van de beroepsgroep. De Wetenschappelijke Sectie Openbaar Apothekers (WSO) bevordert praktijkonderzoek naar de resultaten en de kosteneffectiviteit van verschillende vormen van farmaceutische patiëntenzorg. De KNMP stelt hiervoor jaarlijks een onderzoeksbudget beschikbaar dat zich telkens richt op relevante speerpunten binnen het beleid van de beroepsgroep. Vóór 3 september
 Praktijkonderzoekers kunnen vóór 3 september a.s. onderzoeksvoorstellen indienen voor het onderzoeksbudget 2018. Eind oktober maakt de Wetenschappelijke Advies Raad bekend welke projecten een bijdrage krijgen uit het KNMP-onderzoeksbudget 2018. Thema’s
 De thema’s van dit onderzoeksprogramma zijn gekoppeld aan een aantal aanbevelingen in het rapport  ‘Vervolgonderzoek Medicatieveiligheid’. Dit betreft: *  Vallen en syncopes *  Gebruiksproblemen met insuline en sulfonylureum derivaten bij diabetes mellitus type 2 patiënten *  Risicostratificatie – identificatie van patiënten met baat bij interventies door de apotheker. Van aanbeveling naar interventie
 Het gaat erom vragen bij deze aanbevelingen om te zetten in interventies, die in de dagelijkse apotheekpraktijk toepasbaar zijn. Deze moeten ook opschaalbaar zijn. Bij de ontwikkeling van interventies wordt nadrukkelijk opgeroepen dit te doen op basis van het samenwerken van verschillende onderzoeksgroepen en expertises. Elkaar aanvullende groepen kunnen de aangegeven thema’s oppakken en bijvoorbeeld in ‘work packages’ onderling verdelen. Naast het verbreden van de betrokken kennis worden ook de beschikbare populaties en gegevensbronnen hiermee opgeschaald. Naar verwachting zal het door samenwerking bereikte resultaat beter zijn dan dat van een afzonderlijke groep. Het is geen verplichte eis, maar groepen hebben bij de beoordeling een streepje voor t.o.v. individuele aanvragers, die zich slechts op één enkele deelvraag richten. Meer informatie
 Lees meer over de thema’s en de beoordelingscriteria of downlowd het aanvraagformulier. Bron: KNMP Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Facultatieve zorgprestatie medicatiebegeleiding Parkinsonpatiënten
Aug10

Facultatieve zorgprestatie medicatiebegeleiding Parkinsonpatiënten

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft een facultatieve zorgprestatie voor de medicatiebegeleiding bij patiënten met Parkinson goedgekeurd. De prestatie is per 1 augustus 2017 van kracht. Alle aanbieders en verzekeraars die dat willen en hierover afspraken hebben gemaakt, kunnen gebruik maken van de facultatieve prestatie.    De prestatie is aangevraagd door zorgverzekeraar Menzis en ApotheekZorg B.V. Het gaat om de begeleiding van Parkinsonpatiënten die UR-geneesmiddelen gebruiken en hierbij in overleg met de arts ondersteuning krijgen. De begeleiding is gericht op juiste medicatie-inname en daarom afgestemd op de individuele behoeften van de patiënt. Als voorwaarde voor de prestatie geldt dat de patiënt toestemming geeft en vooraf goed is geïnformeerd over wat er komt kijken bij de medicatiebegeleiding en de kosten hiervan. Overeenkomst zorgverzekeraar De zorg kan alleen worden worden gedeclareerd als er een schriftelijke overeenkomst met een ziektekostenverzekeraar is. In deze overeenkomst spreken zorgaanbieder en zorgverzekeraar met elkaar af wat de voorwaarden voor de declaratie van de zorg zijn. De prestatie kan maximaal één keer per twaalf maanden worden gedeclareerd. Zie ook de berichtgeving  op de site van NZa over deze facultatieve zorgprestatie en de bijbehorende tariefbeschikking. Ruimte voor facultatieve prestaties In de huidige prestatiebekostiging is de facultatieve prestatie opgenomen. Deze biedt ruimte om afwijkende zorgprestaties overeen te komen. Het gaat dan om zorg die geen onderdeel uitmaakt van de bestaande set aan prestaties. Hiertoe maken apotheek en zorgverzekeraar een gezamenlijk voorstel, dat zij voorleggen aan de NZa. Sinds de introductie van prestatiebekostiging in 2012 is dit overigens pas de tweede keer dat een facultatieve prestatie is vastgesteld. In 2014 dienden Alphega Apotheek en CZ met succes een prestatie in voor het intensief begeleiden van patiënten bij het chronisch gebruik van UR-geneesmiddelen bij astma/COPD. Met als doel de therapietrouw van de patiënten te verbeteren. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Conflict apotheken en gemeente Tynaarloo over medicijnafval
Aug10

Conflict apotheken en gemeente Tynaarloo over medicijnafval

De apothekers in Tynaarlo hebben ruzie met de gemeente over de afvoer van medicijnafval van particulieren. De apotheken vinden dat ze medicijnenafval van hun patiënten gratis bij de gemeente moeten kunnen brengen. De gemeente beschouwt dit echter als bedrijfsafval en stelt dat ze alleen afval van particulieren mag aannemen. Het conflict tussen apothekers en Tynaarlo over medicijnenafval loopt op. Particulieren kunnen dit niet meer kwijt bij de apotheken in Eelde en Ter Borch. Deze apotheken hebben besloten om met onmiddellijke ingang te stoppen met het innemen van overtollige medicijnen. Lokaal beleid versus rijksbeleid FarmaMagazine heeft al eerder bericht over de problematiek rondom medicijnafval. Minister Schultz wil niet dat apotheken nog betalen voor de afvoer van medicijnafval. Zij wil dit probleem “tot de laatste gemeente van Nederland opgelost krijgen”,   zo ze dat stellig verwoordde in de Tweede Kamer in antwoord op kamervragen. Deze boodschap is bij twee gemeenten in Drenthe kennelijk nog niet doorgedrongen. Eerder stopten in deze provincie apotheken in Vries en Zuidlaren met het innemen van afval. Tynaarlo en Coevorden zijn de enige Drentse gemeenten die geen medicijnenafval van apothekers innemen. Dit staat dus op gespannen voet met het rijksbeleid. Nieuw afvalplan
 Juist dankzij inname van overtallige geneesmiddelen door apothekers wordt voorkomen dat mensen medicijnen door het toilet spoelen of in de vuilnisbak gooien. Voor apotheken is het overigens een bewerkelijke klus. Vanwege de privacy moeten de namen van de verpakking worden verwijderd en tegelijk moeten de geneesmiddelen onherkenbaar worden gemaakt. Ook moeten de pillen uit de blisters worden gedrukt. En vervolgens mogen ze  het in Tynaarloo dus alleen afvoeren via een afvalverwerker als zijnde bedrijfsafval. De gemeente Tynaarlo heeft gemeld dat er volgende maand een nieuw afvalplan komt, waarover de gemeenteraad kan oordelen. Bron: Dagblad van het Noorden Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder