Platform Inkoopkracht Dure Geneesmiddelen per 1 oktober aan de slag
sep25

Platform Inkoopkracht Dure Geneesmiddelen per 1 oktober aan de slag

Per 1 oktober 2017 wordt het Platform Inkoopkracht Dure Geneesmiddelen ingesteld. Het doel is om, in samenwerking met alle betrokken partijen, de inkoop van dure geneesmiddelen te optimaliseren en zo dure geneesmiddelen beter toegankelijk en betaalbaar te maken. Het Platform brengt partijen die betrokken zijn bij de inkoop van dure geneesmiddelen samen. Het bestaat uit vertegenwoordigers van de verschillende betrokken partijen, zoals ziekenhuizen, medische specialisten, apothekers en verzekeraars. Voorzitter van dit Platform is de heer drs. M.J.A.M. (Chiel) Bos. Thema’s
 Het Platform richt zich op de thema’s en bijbehorende knelpunten. Deze zijn de afgelopen periode door de kwartiermaker van het Platform geïdentificeerd in gesprekken met alle bij de inkoop betrokken spelers. Het betreft de volgende thema’s: * vertrouwen tussen spelers * diversiteit in de aanpak van de inkoop van dure geneesmiddelen * omgang met inkoopvoordelen * slagkracht Vanwege de nauwe relatie tussen de inkoop en het gebruik van dure geneesmiddelen, kan het Platform, in het verlengde van het Actieplan gepast gebruik geneesmiddelen, tevens thema’s en knelpunten aanpakken op het gebied van gepast gebruik die binnen organisaties spelen. Samenwerking en informatie-uitwisseling
 Ziekenhuizen en zorgverzekeraars kopen nu vaak afzonderlijk of in kleine samenwerkingsverbanden geneesmiddelen in. Ook is er geen centrale plaats waar kennis en kunde hierover wordt gedeeld. Om de betaalbaarheid en toegankelijkheid van deze onnodig dure geneesmiddelen te waarborgen, moet de inkooppositie van ziekenhuizen en zorgverzekeraars worden versterkt. Daarvoor is betere samenwerking en meer informatie-uitwisseling noodzakelijk. Het Platform Inkoopkracht krijgt daarin een sleutelrol. Optimaliseren inkoop dure geneesmiddelen
 De rol van het Platform is het optimaliseren van de inkoop van dure geneesmiddelen binnen het huidige zorgsysteem. Thema’s en knelpunten die voortkomen uit bestaande initiatieven, zoals de samenwerking op het gebied van de inkoop van dure geneesmiddelen van de Nederlandse Federatie van Universitair medische centra (NFU), de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN), kunnen in het Platform worden geagendeerd en aangepakt. De eerste bijeenkomst van het Platform vindt in het najaar van dit jaar plaats. Zie de Kamerbrief van minister Schippers hierover Bron: Ministerie van VWS Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Column: “Dat staat toch in de computer?”
sep21

Column: “Dat staat toch in de computer?”

Als wijkapotheker-farmacotherapeut in de Utrechtse wijk Overvecht voer ik veel polyfarmaciegesprekken. Het huisartsdossier van deze patiënten kenmerkt zich voornamelijk door vele brieven van een heleboel verschillende zorgverleners met daarin weer een enorme bult medicatiewijzigingen. Ondanks verschillende pogingen om de apotheek en huisarts ICT-systemen met elkaar te laten praten zijn er nog vaak discrepanties in de medicatieoverzichten van huisarts, apotheek en ziekenhuis. Het is tot mijn verbazing (en steeds vaker ook irritatie) bijna onmogelijk om de huisarts- en apotheeksystemen met elkaar te laten communiceren. Dagelijks verbaas ik me over de muren die zelfs tussen verschillende zorgverleners met hetzelfde systeem worden opgetrokken, omdat men niet op hetzelfde ‘cluster’ zit. Bizar! Patiënten weten het zelf vaak ook niet meer. ‘Dat staat toch in de computer?’ is een antwoord dat u waarschijnlijk wel herkend. Helaas is dat vaak niet zo. Dossiers doorspitten, (veel) overleggen met andere zorgverleners en uiteindelijk gezamenlijk met arts en patiënt knopen doorhakken is dan vaak de enige oplossing. Onlangs volgde ik de cursus ‘Interprofessioneel samenwerken in de wijk’ met meerdere professionals uit de wijk (wijkverpleegkundige, POH-ouderen, buurtteam, sociaal makelaar (googlet u dat maar eens) en huisarts). Wat vooral leerzaam was, was dat iedereen een andere kijk heeft op de patiënt. Door elkaars vragen te horen en kennis te gebruiken kwamen we vooral bij complexe casussen sneller tot een adequaat beleid. Als belangrijk hulpmiddel voor samenwerking binnen ‘Overvecht Gezond’ gebruiken we het 4D-model*. Dit is een hulpmiddel om de patiënt in kaart te brengen en problemen te kaderen. Het geeft op een visuele manier inzicht in vier levensgebieden: lichaam, geest, maatschappelijk en sociaal, die allemaal invloed hebben op hoe gezond iemand zich voelt. De persoon zelf staat in het midden: hij/zij staat centraal. Met behulp van het 4D model kunnen we als zorgprofessionals optimaal samenwerken, doordat we doelen opstellen, prioriteren en onze inzet op elkaar kunnen afstemmen om vervolgens in één gezamenlijke taal te gebruiken. Alle deelnemers bij de genoemde cursus waren zich bewust van de noodzaak van goede overdracht van informatie, maar discussie ontstond over hoe we dat kunnen bewerkstelligen. Toch bleek iedereen in de praktijk binnen zijn eigen domein zaken vast te leggen en dit zelden te communiceren aan anderen. Mijzelf incluis. Dus na de cursus ging ik enthousiast aan de slag om ook mijn medezorgverleners op de hoogte te stellen van mijn bemoeienis en acties. Maar hoe doe je dat in een oerwoud van buurtteam-schriftjes, thuiszorg-mappen, (gecodeerde) mails van en naar specialist en apotheek? Het enige wat ik kan bedenken, is dat de leveranciers van de verschillende ICT-systemen ook eens naar het 4D-model gaan kijken en de patiënt centraal stellen. Oftewel: ga nou toch eens samenwerken! Misschien...

Lees Verder
Aanpak medicijnen in riool
sep20

Aanpak medicijnen in riool

Via het toilet belanden duizenden kilo’s resten van medicijnen in het riool. En dit neemt alleen maar toe, vanwege de vergrijzing, zo waarschuwt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Een groot probleem, want slechts 60 tot 70 procent kan door de rioolzuiveringswater worden verwijderd. Het Waterschap Limburg zet zich actief in om deze problematiek aan te pakken. Het Waterschap Limburg heeft  in haar toekomstvisie 2030 het probleem van de medicijnresten een prominente plek gegeven.  De reductie van de medicijnresten wil het waterschap bereiken door een combinatie van maatregelen. Daarbij is overleg met de Belgische en Duitse autoriteiten noodzakelijk. Een aanzienlijk deel van de medicijnresten komt namelijk via Duitsland en België in de Limburgse beken en in de Maas terecht. De gesprekken moeten ertoe leiden dat de buurlanden er voor zorgen dat minder medicijnresten in het water belanden en dat ze tegelijk meer doen om die resten eruit te halen. Innovatieve aanpak Ook heeft het Waterschap een pilot uitgevoerd dat gericht is op het verwijderen van geneesmiddelen. Dit gebeurt via een innovatief technische ontwikkeling door middel van een proces in twee stappen: inonenwisseling gevolgd door geavandeerde oxidatie. Eerst is dat principe uitgetest in een laboratorium. Vervolgens is het op grotere schaal toegepast in een pilot op de rioolwaterzuiveringsinstallatie  Panheel (bekijk de video). En jawel: het blijkt inderdaad technisch mogelijk te zijn om met deze methode een breed scala aan medicijnen effectief te verwijderen. Veel belangstelling
 Dit onderzoek draagt bij aan de kennisopbouw die nodig is om medicijnresten te kunnen verwijderen. Naast deze zogenaamde  end-of-pipe  oplossingen zijn ook maatregelen bij de bron noodzakelijk om de emissie te verminderen, zoals behandeling van ziekenhuisafvalwater en ontwikkeling van voor het milieu minder bezwaarlijke medicijnen. Inmiddels is er veel belangstelling voor de twee-staps verwijderingsaanpak, zowel vanuit Nederland als vanuit  het buitenland. Lees meer over het project  op dewebsite van TKI Watertechnologie. Bron: Waterschapsbedrijf Limburg en De Limburger Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Rechter fluit NZa terug
sep20

Rechter fluit NZa terug

De Nederlandse Zorgautoriteit moet opnieuw beslissen op het  bezwaar  van een aantal diagnostische centra en laboratoria tegen de tarieven die de NZa voor het jaar 2016 heeft vastgesteld voor röntgen- en MRI-onderzoeken en medisch-microbiologische diagnostiek. Dat heeft het  College van  Beroep  voor het bedrijfsleven (CBb) in  beroep besloten. De diagnostische centra en laboratoria zijn het niet eens met de tarieven omdat deze tenminste 15% lager zijn dan de tarieven die over 2015 zijn vastgesteld. De tarieven voor 2016 zijn gebaseerd op kostprijzen die zorgaanbieders hebben gerapporteerd aan de NZa. Volgens de centra en laboratoria mocht NZa deze kostprijzen niet gebruiken voor verlaging van de tarieven omdat de gegevens grote gebreken vertonen. Kostendekkend of niet?
 Het CBb oordeelt dat de NZa de door de diagnostische centra en laboratoria gezaaide twijfel over de vereiste kostendekkendheid van de tarieven niet heeft kunnen wegnemen. Ofwel: “Het College komt tot het oordeel dat niet is komen vast te staan dat de tarieven die de NZa voor de prestaties heeft vastgesteld redelijkerwijs kostendekkend kunnen worden geacht.” Verschillen
 NZa heeft onder andere onvoldoende rekening gehouden met de verschillen tussen kostprijsgegevens en kostenstructuren van met name de ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra. Het gaat hierbij vooral om de invloed van de door ziekenhuizen waarschijnlijk toegepaste naar-rato-toerekening van diverse prestaties op de aangeleverde kostprijsgegeven. Deze toerekening leidt tot minder hoge kostprijzen voor de betreffende onderzoeken dan in werkelijkheid het geval is. Binnen 4 maanden nieuw besluit
 Zie hier de volledige uitspraak van het CBb. De NZa moet binnen vier maanden een nieuw besluit nemen op de bezwaren met inachtneming van deze uitspraak. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Drijfveren: Normaal is het begin van het einde
sep19

Drijfveren: Normaal is het begin van het einde

Zomer 2017. Ik heb een afspraak bij DocMorris; de grootste postorderapotheek van Europa. Met gemengde gevoelens, dat wel. Is dit het voorland voor al die hardwerkende apothekers die ik de afgelopen tien jaar heb gesproken? Van de openbare farmacie in de huidige vorm sowieso? Maar zoals vaker is de werkelijkheid genuanceerder dan mijn platte argwaan. Eenmaal binnen in het gigantisch grote, lichte, moderne pand, lees ik op een digibord dat er om 11 uur al 19000 pakketjes zijn afgeleverd. De NPS* staat op 70 en dat is hoog, heel hoog. De ontvangst door Prof. Dr. Christian Franken is bovendien hartelijk: ‘zeg maar Christian’. DocMorris is een Nederlandse postorderapotheek die zich voornamelijk richt op de Duitse markt. De onderneming werd in het jaar 2000 opgericht door de Nederlandse apotheker Jacques Waterval en de Duitse IT-deskundige Ralf Däinghaus. In 2015 betrok DocMorris een nieuw pand in Heerlen op een terrein van 30.000 m². Ze bedienen jaarlijks 4 miljoen klanten per telefoon, mail, web, videobased live chat of via de DocMorris Apotheken App. DocMorris telt 600 medewerkers en heeft een omzet van 331 miljoen euro (2016). Wie is Christian Franken? Christian: “Ik ben apotheker en Chief Pharmaceutical Officer (CPO)bij Doc Morris. Ik ben hier 10 jaar geleden begonnen. Aanvankelijk als beherend apotheker en de laatste vier jaar als CPO. Ik ben verantwoordelijk voor de farmaceutische processen binnen dit bedrijf. Voordat ik bij DocMorris werkte, was ik ziekenhuisapotheker in het academisch ziekenhuis van Düsseldorf.” Het gaat goed met DocMorris. Hoe verklaart u dit succes? “Onze kernactiviteit is het leveren van receptplichtige medicijnen en OTC’s. Cliënten kunnen overal vandaan bestellen en ze hoeven niet naar ons te komen, wij komen naar hen. We hebben contact met elkaar via de mail, telefoon, per post, app of via een beveiligde live chat. Cliënten krijgen goede, hoogwaardige farmaceutische consulten. In de praktijk blijkt dat we vooral een apotheek zijn voor de chronisch zieken, patiënten met diabetes, hoge bloeddruk en reuma. Dat zijn planbare leveringen. Daarnaast hebben we een noodlijn die 24/7 gebeld kan worden. We zien dat cliënten het comfort dat wij bieden op waarde schatten.” Zijn de geneesmiddelen van DocMorris goedkoper? “Het Duitse systeem is anders dan in Nederland. Hier heb je variabele prijzen terwijl de prijzen in Duitsland vast staan. Receptplichtige geneesmiddelen die bij ons worden besteld, zijn in principe niet goedkoper dan bij de apotheek op de hoek maar we mogen sinds oktober 2016 uit onze eigen marge de bonus aan klanten doorgeven. Daardoor hoeven ze inderdaad minder te betalen.” Wat is het voordeel van postorderapotheek ten opzichte van een traditionele apotheek? “Zoals gezegd, het gemak dat cliënten ons overal vandaan kunnen bereiken en hun geneesmiddelen thuisbezorgd krijgen. Een...

Lees Verder
Handen ineen tegen medicijnvervalsing
sep19

Handen ineen tegen medicijnvervalsing

De Europese Commissie maakt zich zorgen over het risico op medicijnvervalsingen binnen het reguliere distributiekanaal in Europa. Ze heeft daarom een Europese verordening afgekondigd, die inhoudt dat alle EU-landen per 9 februari 2019 een Nationaal Medicijnen Verificatie Systeem (NMVS) moeten inrichten. Producenten, groothandelaren en apothekers moeten de komende anderhalf jaar hun bedrijfsvoering aanpassen aan de nieuwe Europese wet- en regelgeving. Medicijnvervalsingen. Niemand weet hoe vaak het voorkomt, maar dat het gebeurt, dat is zeker. “Er is wel onderzoek gedaan naar de omvang van medicijnvervalsingen,” vertelt Erwin van Malland, projectmanager bij de Stichting Nederlandse Medicijnen Verificatie Organisatie (NMVO), “maar de uitkomsten van die onderzoeken verschillen. Het aantal gevonden vervalste medicijnen in Nederland is overigens beperkt de afgelopen dertig jaar. Men verwijst dan eerder naar andere landen. En ja, daar zien we het vaker.” Vaak of niet, voor de Europese Commissie was het risico op medicijnvervalsingen binnen het reguliere distributiekanaal reden om in 2016 een Europese verordening af te kondigen. “De EU wil met het oog op patiëntveiligheid vervalsingen voorkomen,” legt Van Malland uit. “Als er vervalste medicijnen in omloop zijn, en je weet niet welke bestanddelen er in zitten, dan kunnen patiënten gezondheidsrisico’s lopen. Dat is ongewenst. Ook fabrikant, groothandel en apotheker hebben er belang bij dat we medicijnvervalsingen voorkomen. Een fabrikant wil niet dat er vervalsingen van zijn product op de markt komen. En groothandel en apotheken willen voorkomen dat zij onbedoeld vervalste medicijnen ter hand stellen aan hun patiënten.” 2D-datamatrix Ieder EU-land is volgens de Europese verordening verplicht om per 9 februari 2019 een landelijke database in te richten waarmee medicijnvervalsingen kunnen worden opgespoord en tegengegaan. In Nederland wordt dat straks het Nederlands Medicijnen Verificatie Systeem (NMVS). “Fabrikanten, zowel producenten als handelaren, mogen per 9 februari 2019 alleen nog producten op de markt brengen als er een unieke code op de geneesmiddelenverpakking is afgedrukt, de zogenoemde 2D-datamatrix,” legt Van Malland uit. “Dat is een tweedimensionale barcode, een blokjescode vergelijkbaar met de QR-code die we al kennen. In die 2D-datamatrix staat de productcode, het batchnummer, de houdbaarheidsdatum en een nummer dat uniek is per verpakking van het product. Dat is allemaal verplichte informatie. Daarnaast moet elk doosje verzegeld zijn, zodat duidelijk controleerbaar is dat de verpakking nog niet is aangebroken.” De apotheker is straks wettelijk verplicht om de 2D-datamatrix te scannen bij aflevering aan de patiënt. Die informatie wordt teruggekoppeld aan het NMVS. Van Malland: “Het gaat dan vooral om het unieke nummer. De apotheker vraagt als het ware aan het NMVS: “Ik lees dit unieke nummer af, is dat bekend bij het systeem? En zo ja, is dat nummer actief?” Als het NMVS beide vragen bevestigend beantwoordt, kan...

Lees Verder
Column: Vlinderslag
sep18

Column: Vlinderslag

Soms maakt iets kleins het verschil. Zo kan een, net iets later, vertrek van huis je in een lange file doen stranden, of de trein doen missen, waardoor een belangrijke afspraak niet doorgaat. Als dat een sollicitatiegesprek was, kan je carrièreverloop er heel anders uit gaan zien. Een andere baan kan er voor zorgen dat je andere mensen ontmoet. Die paar minuten verschil op die specifieke ochtend kunnen zomaar niet alleen een totaal andere zakelijke, maar ook sociale wending aan je leven geven. Een kleine variatie in beginvoorwaarden kan resulteren in zeer grote effecten, in de toekomst en/of op een andere plek. Dit fenomeen wordt het ‘vlindereffect’ genoemd: Een vlinder in Brazilië kan met zijn vleugels maanden later een Tornado in Texas veroorzaken (Edward Lorenz, 1961). Iedere stap die in een chaotische reeks voorvallen plaatsvindt, creëert niet een verwachte lineaire, maar een exponentiële afwijking in de reeks volgende gebeurtenissen. In het sterk gereguleerde zorgsysteem wordt iedere vlinderslag, met de daarop volgende creatieve chaos, in de opvolgende stappen weer keurig in het bekend lineaire pad teruggebracht en worden mogelijke, onverwachte, uitkomsten van die vlinderslag in de kiem gesmoord. De zorg, of het nu gaat om bijvoorbeeld medical devices of dienstverlening, kent vele ‘vlinderslagen’: disruptieve ideeën en initiatieven. Het aantal start-ups op het terrein van gezondheid en zorg is enorm. En toch voelt het gefladder nog steeds slechts als een tijdelijke rimpeling in de constante rivier waarop de zorg zijn diensten en expertise aanbiedt. Daar waar zaken in ons dagelijks leven steeds veranderen, digitaler en groter worden, of dit nu gebeurt door onverwachte, chaotische processen of van te voren lineair zo is gepland en uitgestippeld, daar worstelt de zorg nog steeds met de vraag of en hoe zij deze niet te stoppen (chaotische) veranderingen moet omarmen. Vanuit het oogpunt van veiligheid en kwetsbaarheid is de constante, gereguleerde en gecontroleerde ontwikkeling van zorgaanbod belangrijk. Maar stilstand is ook achteruitgang. Complexiteit van aandoeningen, zorgstelsels die onder druk staan, veranderende kennis en behoefte bij individuen vragen misschien juist in de zorg, om disruptieve veranderingen: onze gezondheid is een te waardevol bezit, om kansen en verbeteringen te laten liggen. De ‘digital health wereld’ is een wereld vol vlinders die, wanneer we de mogelijke chaos die kan ontstaan, durven toe te laten, grote effecten kunnen hebben op onze gezondheid en kwaliteit van leven. En of wij dit, als zorgaanbieders, nu wel of niet verstandig vinden, zeker is dat deze vlinders hun vleugels zullen gaan uitslaan en het verschil zullen gaan maken. Ergens, recentelijk of al iets langer geleden, heeft een vlinder zijn vleugels al uitgeslagen en is er een cascade van gebeurtenissen in gang gezet. Remmen...

Lees Verder
Ron van Schaik: Samenwerking bepaalt succes van farmacogenetica
sep18

Ron van Schaik: Samenwerking bepaalt succes van farmacogenetica

Met medicatie afgestemd op het persoonlijke DNA-profiel zijn er minder bijwerkingen, is de therapie effectiever, zijn de patiënten tevreden en de zorgkosten uiteindelijk lager. Het succes van farmacogenetica hangt echter af van de samenwerking tussen huisarts en apotheker, stelt hoogleraar Ron van Schaik: “De huisarts schrijft voor, maar de apotheker is essentieel in het veilig voorschrijven van medicatie. Hieronder valt dus ook het adviseren over en het daadwerkelijk aanvragen van genotyperingen.” Ron van Schaik heeft een droom. De toekomst die de hoogleraar Farmacogenetica schetst is inmiddels heel reëel. “Als het om voorschrijven, afleveren en gebruik van medicatie gaat moeten we eerst denken en dan pas doen. We moeten eerst goed nadenken over de werking van de enzymen in het menselijk lichaam die van invloed zijn op de werking van medicatie. En op basis van die gegevens moeten we pas voorschrijven. In de toekomst doseren we veel meer geneesmiddelen op genotype. Artsen kunnen straks antidepressiva alleen voorschrijven als het genotype van de patiënt vooraf in kaart is gebracht.” De weg naar optimale therapie is nog lang, maar er worden stappen gezet. Dat is ook nodig, want suboptimale therapie en bijwerkingen vormen een van de grootste problemen in de zorg. Van alle ziekenhuisopnames wordt zo’n 5-7% veroorzaakt door bijwerkingen op medicatie. In de regel krijgt namelijk iedere patiënt met dezelfde ziekte of aandoening dezelfde dosering. Met als gevolg hoge bloedspiegels bij patiënten met een lage enzymactiviteit. Mensen verschillen nu eenmaal in de snelheid van metabolisme. Patiënten met een laag metabolisme kunnen dus meer bijwerkingen krijgen. Dit is niet zeldzaam: 5-10% van de patiënten mist een van de belangrijkste enzymen in de lever: het cytochroom 2D6 (CYP2D6). En op het in dit jaar gehouden KNMP-congres bleek dat van de 350 apothekers die voor de gelegenheid een DNA-paspoort hadden laten maken, 90% wel een variant had in één van de zeven enzymen die een belangrijke rol spelen bij alledaagse medicatie. Nu is het al een tijd mogelijk om met DNA-analyse uit het bloed of het speeksel patiënten met een afwijkend metabolisme op te sporen. Als dat gebeurt voor de start van de therapie kan de hoeveelheid medicatie op voorhand worden aangepast op basis van deze gegevens. Een trager metabolisme leidt tot voorschrijven van een lagere dosering. En uiteindelijk tot effectievere therapie, omdat de juiste dosering direct wordt toegepast. Een van de grondleggers van deze personalized medicine is Ron van Schaik. De klinisch chemicus werd in 2013 benoemd tot buitengewoon hoogleraar Farmacogenetica bij de afdeling Klinische Chemie van het Erasmus MC Rotterdam. Hij bestudeert de effectiviteit van farmacotherapie in relatie tot genetische variaties in metaboliserende enzymen en geneesmiddeltransporters. Deze variatie in geneesmiddelrespons is deels...

Lees Verder
Rechter staat overname Mediq door Brocacef toe
sep15

Rechter staat overname Mediq door Brocacef toe

De Rechtbank Rotterdam stelt dat machtsconcentratie op de farmaciemarkt geen belemmering is voor de overname van Mediq door Brocacef. Mosadex en zorgverzekeraars VGZ en CZ hadden hierover een rechtszaak aangespannen. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) had vorig jaar toestemming verleend voor de overname van Mediq Apotheken Nederland door Brocacef, zij het onder bepaalde voorwaarden die al te veel marktmacht van Brocacef moeten voorkomen. Een van de voorwaarden was het afstoten van 89 apotheken in Nederland. Ook mogen deze apotheken gedurende twee jaar geen geneesmiddelen inkopen bij de Brocacef-groothandel. Hiertegen kwam Brocacef in eerste instantie in het verweer met een bodemprocedure, maar heeft zich daar uiteindelijk bij neergelegd. Een andere voorwaarde was dat Brocacef de groothandel Distrimed van Mediq moet verkopen. Argumenten
 Mosadex en zorgverzekeraars VGZ en CZ vinden echter dat Brocacef, ondanks deze voorwaarden, nog steeds te machtig is en stapten naar de rechter. De partijen vinden dat ACM veel strengere voorwaarden had moeten stellen aan de  overname van Mediq. Volgens hen onderschat de kartelwaakhond de gevolgen voor de concurrentieverhoudingen. Ze stellen dat Brocacef door de overname van Mediq nog steeds in te veel gebieden een monopolie of bijna een monopolie heeft. Dat zijn locaties waar er geen of te weinig alternatieven  voor een apotheek van Benu of Mediq zijn. Bovendien is Brocacef nu de enige partij met een landelijk dekkend netwerk van veelal eigen apotheken. Van de 500 apotheken zijn er  ruim 300 in eigendom. De rest zijn franchisers. Daardoor krijgt het bedrijf ‘zoveel onderhandelingsmacht dat zij niet meer te disciplineren is door de zorgverzekeraars’, stelden  VGZ en CZ voor de rechtbank. Uitspraak rechter De Rotterdamse rechter oordeelde  afgelopen donderdag dat de voorwaarden die ACM aan de overname stelde, streng genoeg  zijn om te voorkomen dat de Brocacef-keten te machtig wordt. VGZ en CZ overwegen in hoger beroep te gaan. Verdere groei
 Brocacef en Benu zijn tevreden met de uitspraak. “Wij zijn blij dat er geen extra voorwaarden voor de overname zijn gesteld”, aldus woordvoerster Kim Assink. “Dat betekent dat we nu weer verder kunnen groeien.” Bron: RTZ-Z  ...

Lees Verder
Gebruiksvriendelijkheid van medicatie schiet tekort
sep14

Gebruiksvriendelijkheid van medicatie schiet tekort

De gebruiksvriendelijkheid van geneesmiddelen moet beter, aldus farmaceutisch onderzoeker Kim Notenboom van de Universiteit Utrecht. Zij deed onderzoek naar de problemen die ouderen ervaren bij hun medicijngebruik en  promoveert op 27 september  op dit onderwerp. Oudere medicijngebruikers kunnen problemen hebben met een pil uit de blister  drukken, een tablet doormidden breken of het openen van de verpakking. Kim Notenboom onderzocht 59 zelfstandig wonende ouderen van 70 jaar of ouder. Bijna allemaal, namelijk 95 procent, had minimaal één praktisch probleem bij het gebruik van de medicatie. In tien gevallen zorgden deze problemen mogelijk voor een verslechtering van de gezondheid van de patiënt. “De farmaceutische industrie steekt veel tijd, energie en geld in het toetsen van nieuwe medicatie”, zegt Notenboom. “Maar ze letten hierbij alleen op de veiligheid, werkzaamheid en kwaliteit van de medicijnen. De gebruiksvriendelijkheid wordt vrijwel niet onderzocht, terwijl het zeker effect kan hebben op de werking en de veiligheid. Een voorbeeld: als een patiënt alleen zijn medicatie kan nemen wanneer een buurman hem daarbij helpt, dan levert dat problemen op als de buurman op vakantie gaat.” Breken Notenboom deed specifiek onderzoek naar ouderen omdat zij vaker kampen met beperkingen die medicijngebruik kunnen bemoeilijken, zoals artritis, de ziekte van Parkinson of een verslechterd zicht. Toen Notenboom aan 36 ouderen en aan 36 jongvolwassenen vroeg om twaalf tabletten doormidden te breken, bleek het verschil tussen die groepen groot. De ouderen slaagden erin om 38 procent van de pillen door te breken. Bij de jongeren was dat 78 procent. Toetsingsproces
 In haar proefschrift komt Notenboom met een aantal aanbevelingen om praktische problemen met medicatie te voorkomen. Hierbij gaat het zowel om het voorkomen van problemen met het openen van verpakking en met  het delen en slikken van tabletten, als om voorlichting over het praktisch gebruik van geneesmiddelen door de apotheek . “Medicijnfabrikanten en overheidsinstanties moeten weten dat dit speelt. Wat mij betreft zou de gebruiksvriendelijkheid een onderdeel moeten worden van het toetsingsproces van de overheid en de farmaceuten. Als we dit probleem willen oplossen dan moet niet alleen de farmaceutische industrie zich inzetten, maar ook de regelgevers, zorgverleners, zorgverzekeraars en patiënten.” Bron: Universiteit van Utrecht Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder