2020: Ziekenhuisopnames door medicatiefouten fors gedaald
Mrt10

2020: Ziekenhuisopnames door medicatiefouten fors gedaald

Als in 2020 weer een onderzoek naar ziekenhuisopnames door medicatiefouten wordt gehouden dan laten de cijfers een radicaal ander beeld zien. Met dank aan de patiënt die zijn medicatiedossier beheert. Lies van Gennip, directeur Nictiz: “Het aantal ziekenhuisopnames door medicatiefouten kan alleen dalen als huisartsen en apothekers de patiënt als partner zien.” En vanaf 2019 mogen artsen alleen medicatie voorschrijven als zij daadwerkelijk beschikken over een actueel medicatiedossier. Nictiz is het landelijk expertisecentrum in standaardisatie en e-health. Door de overheid in het leven geroepen is Nictiz de organisatie die de zorg helpt met standaarden en ICT. Hoe digitaal is de Nederlandse zorg eigenlijk? “Internationaal valt op dat ons land erg hoog scoort met digitalisering in de zorg. Bijna alle huisartsendossier zijn digitaal, bijna alle huisartsen wisselen gegevens uit met apothekers en alle apothekers krijgen digitale signalen bij interacties van geneesmiddelen. Daarin lopen we dus voorop ten opzichte van de rest van de wereld.” Missie geslaagd dus? “Dat is een te snelle conclusie. Er staan twee grote uitdagingen te wachten. De eerste is de uitdaging om de patiënt meer te betrekken bij het digitale zorgproces. Willen we dat de patiënt actief meegaat doen in dat zorgproces, dan moet het voor de patiënt ook mogelijk zijn om informatie in een medicatiedossier te stoppen of informatie eruit te halen. De huidige systemen in de zorg zijn echter verouderd en dateren uit de tijd dat de informatie-uitwisseling uitsluitend nodig was tussen de zorgprofessionals onderling. De patiënt digitaal aansluiten op dit systeem is daarom lastig. Internationaal gezien lopen we hierin zelfs achter, al zijn we bezig met een inhaalslag. De tweede uitdaging ligt in wat ik noem het hergebruik van gegevens. In de zorg is heel veel informatie beschikbaar. En tussen de zorgverleners vindt op patiëntniveau ook veel informatie-uitwisseling plaats. Dat biedt de mogelijkheid om data aan elkaar te koppelen en analyses te maken om zo inzichtelijk te krijgen welke therapie ‘werkt’ en welke zorg beter kan, welke patiënten wel in staat zijn zelf de regie over de gezondheid te nemen en welke patiënten iets extra’s nodig hebben. Zou je denken, want dat hergebruiken en koppelen van data, daar zijn we niet zo goed in. Een goed voorbeeld is de discussie om labdata over de nierfunctie beschikbaar te stellen aan apothekers. Met deze data kan de apotheker de dosering afstemmen op de individuele patiënt. Beschikbaar stellen van dit soort data is echter nog steeds niet goed geregeld.” Wat is de drempel dan? “Technisch is alles mogelijk. Uiteraard moet er dan wel geïnvesteerd worden in de systemen en moeten de werkprocessen worden aangepast, maar er zijn geen technische barrières. In de praktijk lopen we echter...

Lees Verder
Een gesloten farmacotherapeutisch traject
Mrt09

Een gesloten farmacotherapeutisch traject

Compleet dossier in de onderlinge waarneming – Voor huisarts Rob Beumer is de vergaande samenwerking met de drie Pharmacom-apotheken in Best het belangrijkste voordeel van Medicom. Maar ook het complete dossier in de onderlinge waarneming en de altijd actuele ondersteuning van zorg en voorschrijven zijn absoluut pluspunten, vertelt hij. Het Medicom-Pharmacom samenwerkingsverband in Best telt dertien huisartsen en drie apotheken. “Het allergrootste voordeel daarvan is dat het farmacotherapeutisch traject voor de patiënt gesloten is”, vertelt huisarts Rob Beumer. De samenwerking in Medicom en Pharmacom is niet te vergelijken met het receptenverkeer tussen andere systemen, legt hij uit. “Bij ons is het ‘what you see is what you get’. De apotheker en ik kijken naar dezelfde gegevens. Er is een betrouwbaarheid van honderd procent.” En dat is niet het enige, vervolgt Beumer. “Ik krijg in Medicom dezelfde bewakingssignalen als de apotheek en kan daarop anticiperen. Ook kan ik met de apotheek informatie uitwisselen over de context van de patiënt. Compleet dossier in de waarneming In de onderlinge waarneming binnen het cluster beschikken de Medicom-gebruikers over het complete patiëntendossier, inclusief specialistenbrieven en dergelijke. Ideaal, vindt Beumer. “Als ik zelf waarneem én wanneer ik mijn patiënten toevertrouw aan een ander. Weer terug in de praktijk zie ik eenvoudig in het contactverslag wie bij een collega is geweest en waarvoor. Mijn dossiers en declaraties zijn netjes bijgewerkt.” “Het allergrootste voordeel is dat het farmacotherapeutisch traject voor de patiënt gesloten is.” Robuust Medicom is een robuust systeem, verklaart Beumer. “Het is altijd in de lucht. Je kunt meer agenda’s en meer dossiers naast elkaar open zetten, daar leidt de performance niet onder. Ik doe dat zelf bijvoorbeeld om te zien of een patiënt door de assistente of POH-er gezien kan worden.” De actielijst wordt binnen de praktijk veelvuldig gebruikt voor taakdelegatie. “Bijvoorbeeld om de assistente in te plannen voor aanvullend onderzoek of haar een berichtje te sturen over een patiënt die van de spreekkamer naar de balie loopt.” Gestructureerde zorg Om gestructureerde zorg te leveren en deze eenduidig vast te leggen, gebruikt Beumer de protocollen in Medicom. Die worden gemaakt en beheerd door Health Base. “’Meetwaarden eigen praktijk’ is een klein en handig protocol. Als je lengte en gewicht invoert, rekent hij automatisch de BMI uit. Het protocol voor de diabetes kwartaalcontrole zorgt ervoor dat ik niks vergeet te bespreken.” Absoluut fan is Beumer van het Formularium in Medicom. “Ik adviseer alle collega’s om daarvan gebruik te maken. Het is uitstekend gevuld en wordt door Health Base bijgehouden op basis van de laatste standaarden.” Innovatiekracht Belangrijk vindt Beumer de innovatiekracht van Medicom. De huisartsenzorg staat voor uitdagingen waarbij ICT kan helpen. “Bijvoorbeeld door het...

Lees Verder
Zorg voor kwetsbare ouderen wordt landelijk onderzocht
Mrt06

Zorg voor kwetsbare ouderen wordt landelijk onderzocht

Zeventien organisaties, waaronder de KNMP, brengen in een landelijk onderzoek in beeld wat goed gaat en wat beter kan bij de zorg voor kwetsbare ouderen. Professionals en particulieren wordt gevraagd hun kennis, ervaringen en ideeën te delen. Met de uitkomsten hopen de organisaties te bewerkstelligen dat geld en oplossingen op de juiste plek terecht komen. De zorg voor kwetsbare ouderen kan en moet beter. De ouderenzorg is zo complex, dat de problemen nauwelijks kunnen worden opgelost. Met de vergrijzing nemen de problemen verder toe. Thuiswonende ouderen redden het op termijn vaak niet alleen. Veel mantelzorgers zijn overbelast, en het regelen van hulp en hulpmiddelen is voor veel mensen ingewikkeld en kostbaar. Totaalbeeld
 De organisaties streven naar een totaalbeeld van de problemen van thuiswonende ouderen met een kwetsbare gezondheid. Daartoe zijn er twee digitale vragenlijst opgesteld: een voor particulieren en een voor zorgprofessionals. Ook is het mogelijk telefonisch een melding te doen via het nationale zorgnummer: 0900  2356780 (20 cent per gesprek). Tevens betrekken de organisaties zoveel mogelijk partijen die een rol hebben in de zorg voor ouderen met een kwetsbare gezondheid. Ook koepels van ziekenhuizen, verpleeghuizen en thuiszorgorganisaties worden daarvoor benaderd. Zo kunnen de knelpunten in samenhang worden bekeken. Deelnemende organisaties De zeventien deelnemende organisaties zijn: Patiëntenfederatie Nederland, Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN), de Landelijke Huisartsenvereniging (LHV), apothekerskoepel KNMP, Alzheimer Nederland, KBO-PCOB, Verenso, Per Saldo, InEen – vereniging van organisaties voor eerstelijnszorg, Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), Branchevereniging Thuiszorg Nederland (BTN), Osteoporose Vereniging, Mezzo, Parkinson Vereniging, Nederlandse Patiëntenvereniging, ReumaZorg Nederland en Landelijke adviesgroep eerstelijnsgeneeskunde voor ouderen (Laego). Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Aanmoedigingsprijs samenwerking patiënt en onderzoeker
Mrt03

Aanmoedigingsprijs samenwerking patiënt en onderzoeker

De Medische Inspirator is een aanmoedigingsprijs voor het meest inspirerende samenwerkingsverband tussen patiënt en een onderzoeker (en bij voorkeur met zorgverleners en bedrijven). De prijs is bedoeld voor de financiering van een (onderzoeks)project dat aansluit bij een behoefte van de patiënt en gericht is op het gezamenlijk realiseren van een medisch product. 
Het uiteindelijke projectresultaat kan variëren van een proof of concept voor een nieuw medisch product tot een manier om de ingebruikname van een medisch product te versnellen. Voorwaarden De Medische Inspirator wordt beschikbaar gesteld vanuit het ZonMw-programma Medische Producten: Nieuw en Nodig. Om in aanmerking te komen voor de Medische Inspirator kunnen gezamenlijke onderzoeksprojecten worden ingediend voor het ontwikkelen van een medische product. De producten zijn gericht op de behandeling van of op het vergemakkelijken van het leven met een ziekte. Het kan gaan om medicatie of hulpmiddelen, maar ook om diagnostiek of domotica. Het voor de prijs ingediende project is nog niet gestart. Wel mag het project voortvloeien uit een lopend of afgerond project. De prijs is niet van toepassing op projecten die betrekking hebben op organisatie van zorg, zoals vragen met betrekking tot betere samenwerking of afstemming tussen zorgverleners. Thema Het thema is medische technologie. Dit bestaat uit 3 indieningscategorieën: *  E-health toepassingen; * Langer thuis met dementie, preventie van overgewicht of eenzaamheid bij ouderen. *  Innovatieve instrumenten; * Imaging en beeldverwerking, minimaal invasieve chirurgie of revalidatie en thuiszorg *  Hulpmiddelen; * Producten die zelfmanagement en zelfredzaamheid van de patiënt vergroten De procedure De prijs voor de winnaar is € 75.000. De nummers twee en drie krijgen respectievelijk € 50.000 en € 25.000. Een deskundige jury bepaalt welke drie projecten strijden om de prijs. Van deze top-3 projecten wordt een promotiefilmpje gemaakt onder begeleiding van professionele filmmakers. Het algemeen publiek speelt een belangrijke rol bij het bepalen van de uiteindelijke winnaar. Meedingen? Wilt u meedingen? De deadline voor indiening is 16 mei 2017, om 14.00 uur.  Op deze pagina vindt de link naar de pdf met de volledige subsidieoproep met alle specifieke informatie. Onder redactie van: Gerda van Beek      ...

Lees Verder
Problematiek rondom maagzuurremmers
Feb27

Problematiek rondom maagzuurremmers

Gebruik van zware maagzuurremmers kunnen leiden tot ernstige bijwerkingen. Zowel het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) als de Groningse professor Rinse Weersma vinden dat deze middelen te vaak worden gebruikt door patiënten die ook met een minder zwaar middel toe kunnen. In tv-programma Kassa van 18 februari jl. zijn ze bezorgd over het gebruik van de zogeheten protonpompremmers, zoals omeprazol, esomeprazol en pantoprazol. Het staat op nummer 4 van de 10 meest gebruikte medicijnen. Naar schatting gebruikt zo’n twee miljoen Nederlanders (!) deze zware middelen, terwijl ongeveer de helft daarvan ze vermoedelijk helemaal niet nodig heeft. Het gebruik van de zware maagzuurremmers leidt bij langdurig gebruik tot ernstige bijwerkingen,  zoals een verhoogd risico op botontkalking, darminfecties en nierfalen. Professor Weersma vindt dat ook artsen te snel inzetten op dergelijke zware middelen, terwijl met een gezondere leefstijl ook veel winst valt te behalen. Winkels die de zware maagzuurremmers verkopen, moeten kopers goed voorlichten en mogen een klant maar maximaal twee verpakkingen tegelijk verkopen. Een Kassa-verslaggever probeerde dit uit. Een drogisterij gaf heel makkelijk vier doosjes mee. Apotheken daarentegen vermeldden de nadelen van zware maagzuurremmers wel en raadden lichtere middelen aan. NHG
 Voorzitter Rob Dijkstra van het NHG wijst erop dat de protonpompremmers wel effectief zijn, maar hij deelt de conclusie dat men niet te snel deze middelen moet gebruiken. Dat de middelen zonder recept bij  apotheek  en drogist te koop zijn, noemt Dijkstra onwenselijk. Op de site van het NHG wordt extra aandacht besteed aan de uitzending van Kassa en problematiek rondom protonpompremmers (PPI’s). Voor patiënten met maagklachten staat in de  NHG-Standaard Maagklachten  het volgende stappenplan: 1.   Geef leefstijladviezen: niet roken, geen alcohol, voedingsmiddelen die klachten geven vermijden, hoofdeinde omhoog, optimaal lichaamsgewicht en geen gebruik van NSAID’s. 2.  Als dat niet helpt: twee tot vier weken antacidum een uur na iedere maaltijd en voor de nacht. 3.  Als dat onvoldoende helpt: twee tot vier weken een H2-antagonist zoals ranitidine, al dan niet na H.pylori-test. Evalueer elke stap na twee tot vier weken en probeer het gebruik van PPI’s na een maand af te bouwen. Link naar de NHG-Standaard Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Breed gedragen petitie over preferentiebeleid
Feb22

Breed gedragen petitie over preferentiebeleid

Door het strenge medicijnbeleid van zorgverzekeraars moeten patiënten vaak zonder medische reden wisselen van geneesmiddel. Zorgverzekeraars moeten daarom niet één geneesmiddel aanwijzen als preferent middel, maar vier of vijf. Dat stellen apothekersorganisatie KNMP, huisartsenvereniging LHV en ouderenorganisatie KBO-PCOB. Zij willen dat de politiek ingrijpt in het zogeheten ‘preferentiebeleid’ van zorgverzekeraars, waarbij alleen één goedkoop geneesmiddel wordt vergoed. Ze pleiten in een petitie voor een doorontwikkeling van het preferentiebeleid. Niet uit te leggen Nu moeten patiënten op last van de zorgverzekering overstappen van medicijnen van fabrikant A naar fabrikant B als deze komt met een goedkopere variant van hetzelfde geneesmiddel (en soms daarna weer omgekeerd). Dit verplicht wisselen van geneesmiddelen valt voor apothekers nauwelijks uit te leggen en juist zij krijgen bij de balie vaak te maken met patiënten die bepaald niet blij zijn met weer een ander merk. Petitie KNMP, LHV en KBO-PCOB hebben op dinsdag 21 februari jl. een petitie overhandigd aan de leden van de vaste Kamercommissie voor VWS. De petitie heeft de steun van het Longfonds, de Hart & Vaatgroep, het Reumafonds, de Nierpatiënten Vereniging Nederland, de Oogvereniging, de Hypofyse-Stichting en de Schildklier Organisatie Nederland. Het breed gedragen voorstel houdt in om twee jaar na patentverloop een ruimhartiger preferentiebeleid te voeren. Nadelen van wisselen De partijen vragen aandacht voor de patiënten die veelvuldig moeten wisselen tussen generieke geneesmiddelen met eenzelfde werkzame stof. Dit kan negatieve gevolgen voor patiënten hebben, zoals meer bijwerkingen, minder therapietrouw en minder controle over de ziekte. Uit cijfers van de Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK) blijkt dat binnen het preferentiebeleid twee keer vaker wordt gewisseld. De wisselingen kosten apothekers en huisartsen onevenredig veel tijd. Voorts werkt het stringente preferentiebeleid beschikbaarheidsproblemen in de hand. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Congres 6 april: Goed Gebruik Geneesmiddelen
Feb20

Congres 6 april: Goed Gebruik Geneesmiddelen

Op 6 april 2017 is het jaarlijkse ZonMw-congres: Goed Gebruik Geneesmiddelen ‘Kennis van nu = inspiratie voor morgen’. Deze dag belicht de resultaten van GGG-projecten en andere innovatieve onderzoeksprojecten. Daarnaast komen voorbeelden aan bod van nieuwe initiatieven en ontwikkelingen uit de dagelijkse praktijk. De dag start plenair met een presentatie van prof. Jeroen Geurts, sinds 1 januari 2017 voorzitter van ZonMw. Deze sessie heeft als titel: ‘Samen investeren in de behandeling van morgen’. Welke therapieontwikkelingen zijn van belang en welke rol hebben de patiënten, overheid, investeerders en verzekeraars hierbij? Hoe krijgen we de therapieën van de toekomst zo snel mogelijk bij de patiënt? Direct daaropvolgend vindt een discussie plaats over de toekomst van therapieontwikkeling. Vertegenwoordigers van patiënten, de Nationale Wetenschapsagenda, zorgverzekeraars en investeerders geven hun mening en gaan met elkaar en de zaal in debat. Subsessie
 Voorafgaand aan de netwerklunch is er een keuze uit vijf subsessies. Na de lunch is er een plenaire bijeenkomst met drie sprekers die ingaan op concrete ontwikkelingen van therapie-innovaties. Vervolgens zijn er twee rondes met een aantal deelsessies. In totaal heeft u keuze uit 14 deelsessies, voor elck wat wils. De congresdag wordt afgesloten met een netwerkborrel. Praktische informatie Het congres is bedoeld voor iedereen uit het brede veld van geneesmiddelen. Accreditatie wordt aangevraagd voor openbare apothekers, farmaceutisch geneeskundigen, verpleegkundigen, huisartsen, medisch specialisten, ziekenhuisapothekers, farmaceutisch consulenten, apothekersassistenten, verpleegkundig specialisten en hart- en vaatverpleegkundigen. Lokatie: de Grote Zaal in de Beurs van Berlage, Damrak 243, 1012 ZJ Amsterdam. Tijd: van 10.00 – 18.00 uur, inloop vanaf 9.30 uur. Inge Diepman treedt op als dagvoorzitter. Zie hier het volledige programma. Deelname aan het congres is kosteloos. Inschrijving vooraf via het aanmeldformulier is noodzakelijk. Daarop geeft u aan welke sessies u wilt bijwonen.  Aanmelden kan tot en met 29 maart a.s. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Factcheck: hoe betrouwbaar zijn de verkiezingsfeiten?
Feb16

Factcheck: hoe betrouwbaar zijn de verkiezingsfeiten?

Iedereen die iets betekent of wil betekenen in de farmacie was erbij op 11 januari: de traditionele nieuwjaarsreceptie van ASKA en BG Pharma. Tegen de sfeervolle achtergrond van Kasteel de Wittenburg in Wassenaar, trakteerden de organisaties hun gasten op een kritische analyse van verkiezingsfeiten en een geanimeerde netwerkborrel. De take home message kwam van Peter de Jong van Brocacef: “We moeten terug naar de klantbehoefte, naar de serviceverlenende apotheek.” “Je moet een aap niet leren klimmen, want dan krijg je een kokosnoot op je hoofd”, waarschuwde De Jong. Apotheken moeten zuinig zijn op hun domein, vindt hij. “En dat is – hoe vervelend we het ook vinden – nog steeds ziekte. De drogist heeft het domein health & beauty en de supermarkt het domein boodschappen doen. Als je de drogist leert hoe ons domein in elkaar zit, dan krijg je acute problemen.” Het apotheekdomein moet dus bewaakt worden en De Jong weet hoe. “Niet met nog betere medicatiechecks, meer farmaceutische zorg of door het koppelen van labwaarden aan allerlei analyses, maar door terug te gaan naar de klantbehoefte, naar de serviceverlenende apotheek. Om uiteindelijk de klant het gevoel te geven dat de apotheek een gidsfunctie heeft. Dat hij met al zijn vragen en problemen altijd bij de apotheek terecht kan.” Een voorbeeld. Mevrouw Van den Heuvel, 83 jaar en verzekerd bij CZ, komt naar de apotheek met vier recepten. Eén voor een cholesterolverlager, een andere voor incontinentiemateriaal, een derde voor diabetestestmateriaal en de vierde voor een TNF-alfaremmer. Ze loopt alleen met de cholesterolverlager de apotheek uit. Voor de incontinentiematerialen moet ze op de website van CZ kijken, vertelde de apothekersassistente. Voor de diabetesteststrips de CZ-klantenservice bellen en voor de TNF-alfaremmer naar het ziekenhuis. De Jong: “Ik denk niet dat we daarmee ons domein bewaken. Wel door te doen wat we 100 jaar geleden wél deden, namelijk mevrouw Van den Heuvel helpen.” Dus ervoor zorgen dat de incontinentie- en diabetesmaterialen worden thuisbezorgd en dat het  ziekenhuis de TNF-alfaremmer bij haar aflevert. “Wat levert dat op, zullen de meeste apothekers zeggen en daar gaat het volgens mij mis.” Positief Over 2016 is De Jong redelijk positief. Het lukte Brocacef tenslotte toch om de ACM-goedkeuring te krijgen voor de overname van Mediq, de branche heeft stappen gezet om per februari 2019 te kunnen voldoen aan de Falsefied Medicines Directive en de KNMP “heeft weer een goed bestuur”. De Jong complimenteerde de apothekersorganisatie – en in het bijzonder Gerben Klein Nulent – met de resultaten van het afgelopen jaar. “Want de communicatie op het juiste niveau en je kiest de juiste momenten om bepaalde onderwerpen aan het licht te stellen. Je kiest altijd...

Lees Verder
Start register voor medicijnen overactieve blaas
Feb15

Start register voor medicijnen overactieve blaas

Het NIVEL en Bijwerkingencentrum Lareb ontwikkelen een methode om snel informatie te krijgen over de werking en de bijwerkingen van medicijnen. Er wordt gestart met medicijnen die gebruikt worden bij een overactieve blaas. Daarna wordt deze methode inzetbaar voor veel meer aandoeningen. Voordat een medicijn op de markt komt, is weliswaar al redelijk veel bekend over de werking en bijwerkingen van een geneesmiddel, maar beslist nog niet alles. In het kader van de medicatieveiligheid en patiëntveiligheid is het monitoren van bijwerkingen van medicijnen van belang. De keuze van het NIVEL en Lareb in dit project te starten met medicatie voor een overactieve blaas is gelegen in het feit omdat die aandoening veel voorkomt in de eerste lijn, en patiënten hierbij een negatieve kwaliteit van leven ervaren. Lareb en het NIVEL willen op termijn de methode uiteraard gaan inzetten voor veel meer aandoeningen. Patiëntervaringen Via de vijfhonderd huisartsenpraktijken die deelnemen aan NIVEL Zorgregistraties eerste lijn worden in totaal zeshonderd patiënten met een overactieve blaas geïncludeerd. Deze mensen worden gevraagd naar hun ervaringen middels online vragenlijsten via Lareb Intensive Monitoring. Hun ervaringen worden aangevuld met gegevens uit de patiëntendossiers. Deze informatie helpt zorgverleners en patiënten bij de afweging om een medicijn voor te schrijven of te gebruiken. Project Het project wordt gefinancierd door ZonMw en loopt van 1 januari 2017 t/m 31 december 2019. Een begeleidingscommissie van vertegenwoordigers van Stichting Bekkenbodem Patiënten, het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, het Nederlands Huisartsen Genootschap en de Nederlandse Vereniging van Urologen adviseren het project. Daarnaast nemen een gezondheidseconoom en hoogleraar farmacotherapie deel aan de commissie. Zie informatie bij Lareb: www.lareb.nl/Nieuws/2017/Start-register-voor-medicijnen-overactieve-blaas Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Column: Rode inkt
Feb14

Column: Rode inkt

Tatoeages zijn hip en trendy; je hebt er al één, je overweegt het óf je vraagt je af waarom mensen dit in vredesnaam laten doen. Zo’n 1,5 miljoen mensen hebben één of meerdere tatoeages, meestal omdat ze het mooi of artistiek vinden, maar ook om medische redenen, bijvoorbeeld na een borstreconstructie. En waar inkt onderhuids wordt geïnjecteerd gaat het ook weleens fout, met name als er rode inkt wordt gebruikt. Het hartje van de stoere zeeman op zijn biceps wil dan weleens echt gaan kloppen. De dermatologie afdeling van het VUmc wordt geregeld bezocht door mensen die problemen ondervinden met hun tatoeage. En vraag leidt tot aanbod: de tattoopoli werd geopend! Vraag en aanbod, marktwerking in de zorg. De tattoopoli van het VUmc is hier zeker een voorbeeld van. Keuzes die mensen zelf maken hebben consequenties voor hun lichaam en gezondheid, maar scheppen ook de noodzaak voor de zorgaanbieders hierop te anticiperen. Dit ontwikkelt niet alleen hun professie verder, maar schept ook de verplichting voor de zorgprofessional om voorbij de grenzen van zijn eigen domein te kijken om tijdig te kunnen anticiperen. En dan niet eens specifiek naar het domein van een andere professional of andere branche, al kan ook dat bijdragen aan een ruimere en frissere blik op het eigen vakgebied, maar vooral naar het domein van de patiënt of beter nog van het individu. Mensen worden zich meer en meer bewust van hun eigen gezondheid en de keuzes hoe met hun lichaam en leven om te gaan. Veel van die keuzes, zoals meer sporten en gevarieerd eten, zorgen er ook voor dat we gezonder worden en misschien ook wel wat gelukkiger. Maar het met rode inkt getatoeëerde ‘forever my love’ kan zowel het geluk bezegelen als voor gezondheidsproblemen zorgen. En dan komt de vraag: “is er een dokter in de zaal?”. De behoefte van het individu kennen is dan één, maar er op de juiste manier op acteren is twee. En bij twee gaat het nogal eens fout, want hoe makkelijk passen we ons reguliere dagelijkse zorgaanbod aan, aan de wensen van de moderne burger. Zijn we ons voldoende bewust van de hulpvraag over bijvoorbeeld het juist toepassen van een gezondheidsapp, hebben we voldoende kennis in huis om een sporter te adviseren hoe hij zijn diabetes moet combineren met voeding en supplementen. Rode inkt is duidelijk zichtbaar, de veranderende behoeften niet altijd. Openstaan voor wat zowel voor het individu als de samenleving verandert vraagt daarom een pro-actief waarnemen en analyseren om te weten welke zorg- en gezondheidsvragen nu al aanwezig zijn, mogelijk zullen worden en welk zorgaanbod daarbij past en zal gaan passen. Als zorgprofessional is het...

Lees Verder
Pagina 5 van 7« Meest recente...34567