Ziekenhuisbestuurder Wouter Bos over dure geneesmiddelen
Aug09

Ziekenhuisbestuurder Wouter Bos over dure geneesmiddelen

Wouter Bos zegt in de loop der jaren pessimistischer te zijn geworden over de mogelijkheid een oplossing te vinden voor het dossier dure geneesmiddelen. De farmaceutische bedrijven in ons land voeren uit wat ze van hun buitenlandse hoofdkantoren opgedragen krijgen en Nederland is een kleine markt voor ze. Het meest verwacht hij van een aanpak langs zoveel mogelijk lijnen tegelijk. En ook de patiënten zouden zich meer mogen roeren. Bij hiv-medicatie heeft dat heel goed gewerkt. Als bestuurder van een academisch ziekenhuis dat een steeds groter deel van zijn totale budget voor patiëntenzorg uitgeeft aan dure geneesmiddelen, maakt Bos zich terecht druk over de manier waarop het dossier dure geneesmiddelen steeds meer de discussie over de kosten van de gezondheidszorg begint te domineren. “De kosten stijgen razendsnel”, zegt hij. “Ik kan de uitgaven aan dure geneesmiddelen niet substitueren door een paar verpleegkundigen te ontslaan, dus dit is echt wel een dossier waarmee ik dagelijks te maken heb. Als academisch ziekenhuis ondervinden we het verdringings-effect van dure geneesmiddelen steeds nadrukkelijker. We sluiten als ziekenhuizen hoofdlijnenakkoorden met het ministerie van VWS en met de zorgverzekeraars, waarin we aangeven dat ons budget met één procent of iets meer mag stijgen, en de kosten van die dure geneesmiddelen stijgen met meer dan tien procent per jaar. Natuurlijk zijn er dingen die we als ziekenhuizen kunnen doen om dat een beetje te compenseren, maar dat is geen echte oplossing. Dus zien we in de media steeds vaker berichten van artsen die zich beklagen dat ze een middel niet aan een patiënt kunnen voorschrijven. En patiënten die aangeven dat ze een middel desnoods wel zelf willen betalen omdat ze het nu eenmaal nodig hebben om te overleven of een aanvaardbare kwaliteit van leven te hebben. Zulke berichten zijn artsen een gruwel en dat begrijp ik heel goed.” Samenwerken Het is een probleem dat één UMC afzonderlijk niet kan oplossen. Wat UMC’s wel kunnen doen is in samenwerking met zorgverzekeraars gezamenlijk inkopen. “Dat gebeurt gelukkig ook steeds vaker en daarmee dragen we een steentje bij aan het betaalbaar houden van dure geneesmiddelen”, zegt Bos. “Maar het is wel een heel klein steentje. Het heeft er in ieder geval wel voor gezorgd dat ik de zorgverzekeraars meer als partners ben gaan zien, al weet ik dat ik hier in huis nog steeds een barrière moet overwinnen om dat te zeggen. We hebben hetzelfde belang de zorg betaalbaar te houden. Dat wordt bemoeilijkt omdat we met een budgetplafond te maken hebben, omdat er steeds nieuwe geneesmiddelen bijkomen en omdat veel van die middelen in de categorie dure geneesmiddelen vallen. We zullen dus steeds vaker zien gebeuren dat de...

Lees Verder
Snelle antibioticatest AMC winnaar Britse wetenschapsprijs
Aug07

Snelle antibioticatest AMC winnaar Britse wetenschapsprijs

AMC-onderzoeksgroep parasitologie en medische microbologie heeft een test ontwikkeld die snel kan bepalen of een bacterie de oorzaak is van koorts. ZonMw heeft hieraan financieel meegedragen. Nu heeft deze test Longitude Price Discovery Award gewonnen van ruim 13.000 euro. Dit is een Britse wetenschapsprijs. De test is bedoeld voor inzet in derdewereldlanden. Tot voor kort kreeg een kind met koorts in veel landen in Afrika standaard een anti-malariakuur, omdat malaria de meest voorkomende infectie bij kinderen was. Door goede behandel- en preventieprojecten is het aantal malariapatiënten gedaald. Maar nog steeds komen veel kinderen met koorts bij een arts. Overbodig gebruik antibiotica
 Een groot aantal van deze kinderen heeft mogelijk een bacteriële infectie. Daarom wordt er in veel gevallen naast anti-malariatabletten inmiddels standaard antibiotica voorgeschreven. Sommige kinderen hebben echter geen bacteriële infectie en worden dus onnodig behandeld. Een bijkomend gevaar is dat veelvuldig gebruik van antibiotica kan leiden tot resistentie. Eenvoudige test “Een eenvoudige test om bij die kinderen snel vast te stellen of er sprake is van een bacteriële infectie kan veel schelen”, zegt projectleider Henk Schalling van het AMC.   “In ons land kun je dat goed vaststellen, maar in veel Afrikaanse landen is het niet zo eenvoudig om bij een patiënt de diagnose te stellen. Onze promovendus Kiemde heeft een snelle test ontwikkeld en met het geld van de Longitude Prijs gaan we een handzaam simpel apparaatje op batterijen of zonnecellen maken, dat overal kan worden gebruikt, ook in gebieden zonder elektriciteit.” Eén druppeltje bloed
 Eén druppeltje bloed is voldoende. Het apparaatje levert een stripje met streepjes erop. Hieraan ziet een ervaren arts of er sprake is van een bacteriële infectie en of het voorschrijven van een antibioticum zin heeft. Meer over deze Britse wetenschapsprijs kunt u lezen op: longitude.org. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Autorijden en medicinale cannabis gaan niet samen
Aug04

Autorijden en medicinale cannabis gaan niet samen

Per 1 juli jl. is er een nieuwe wet ingevoerd ten aanzien van het gebruik van drugs in het verkeer. Dit valt onder het strafrecht. Daarbij maakt de nieuwe wetgeving geen uitzondering voor morfine of medicinale cannabis dat op recept door een arts is voorgeschreven. Het is zinvol als huisartsen en apotheken hun patiënten hierover informeren, zodat ze hiervan op de hoogte zijn. De nieuwe wetgeving geldt alleen voor morfine en niet voor andere opiaten zoals oxycodon of hydromorfon. De reden daarvoor is dat morfine ook als meetbare stof na gebruik van heroïne in speeksel kan worden aangetoond. Als de grenswaarde overschreden wordt, is er sprake van overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Er is altijd sprake van overtreding, ongeacht dus of de bestuurder morfine op doktersrecept als geneesmiddel heeft gebruikt of dat morfine in het bloed is aangetroffen als gevolg van het gebruik van heroïne. Afwijkend van de LESA
 De nieuwe wet wijkt af van de aanbevelingen in de LESA Geneesmiddelen en verkeersveiligheid van NHG en KNMP en de adviezen op rijveiligmetmedicijnen.nl. Daarin staat dat na 2 weken gebruik van morfine of medicinale cannabis verkeersdeelname als veilig wordt beschouwd, tenzij er sprake is van bijwerkingen die de rijvaardigheid beïnvloeden. De adviezen in de LESA zijn inhoudelijk nog steeds correct en in overeenstemming met de adviezen van het CBR, stelt het NHG. Patiënten informeren
 De KNMP gaat met betrokken ministeries overleg voeren over deze problematiek. Totdat er een oplossing is gevonden, is het belangrijk dat huisartsen zich bewust zijn van deze veranderde wetgeving. Ze moeten bij het voorschrijven van morfine of medicinale cannabis hun patiënten die aan het verkeer deelnemen hierover informeren. Mogelijk dat patiënten die deelnemen aan het verkeer door deze wetgeving de voorkeur geven aan een ander opiaat, zoals oxycodon of hydromorfon. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Uitstel STIP-subsidieronde
Jul31

Uitstel STIP-subsidieronde

De GGG Raad (Goed Gebruik Geneesmiddelen) heeft op advies van de STIP-commissie besloten het openen van een nieuwe STIP-subsidieronde maximaal een jaar uit te stellen. ZonMw heeft reeds drie STIP-subsidierondes uitgezet, waarin waardevolle projecten zijn gehonoreerd. Maar er moet meer aandacht komen voor de implementatie. STIP staat voor Stroomlijning Indicatie Processen, maar de afkorting wordt nooit voluit gebruikt. Een STIP-ronde is specifiek bedoeld voor farmacotherapeutische projecten gericht op een breed onderkend probleem uit de praktijk. Bijvoorbeeld projecten met betrekking tot het toegankelijk maken en toepassen van kennis in de praktijk, praktijkverbeterprojecten of verbetering van de organisatie en/of kwaliteit van de (farmacotherapeutische) zorg. Het is nadrukkelijk van belang dat dergelijke projecten kennis oplevert die bijdraagt aan de landelijke implementatie van oplossingen voor de betreffende knelpunten in de zorg. Implementatie beter vormgeven De commissie is van mening dat in de afgelopen drie subsidierondes waardevolle projecten zijn gehonoreerd, gericht op het toegankelijk maken en toepassen van kennis in de praktijk. Desondanks is de commissie van opvatting dat implementatie in de projecten beter moet worden vormgegeven. Het uitstel van de volgende STIP-ronde noemt de commissie nodig om inzicht te krijgen hoe het toewerken naar daadwerkelijke implementatie prominenter kan terugkomen in de voorstellen en dus in de projecten. Per aanvraag is een probleemanalyse nodig: waarom lukt implementatie wel of juist niet? Wie kunnen implementatie vormgeven, wie moet minstens worden betrokken? En wat is daarvoor nodig? Antwoorden op aantal vragen
 De commissie wil graag analyseren waardoor dit onvoldoende in de aanvragen terugkomt. Hierin zouden in ieder geval de volgende vragen moeten worden beantwoord: Kunnen de gewenste projecten via een bottom-up procedure worden verkregen of moet dit gerichter worden uitgezet? Hoe kunnen aanvragers worden bereikt die ervaring hebben met implementatie? Wat moet in de kaders en voorwaarden van de ronde worden aangepast om passende voorstellen te krijgen? Hoe kunnen we aanvragers begeleiden in het opzetten van praktijkgerichte projecten en implementatieplannen en begeleiden gedurende de trajecten? Vervolg in zomer 2018
 De komende periode wordt gebruikt om deze informatie te verkrijgen. Dit vormt input voor een volgende STIP-ronde die uiterlijk in de zomer van 2018 wordt opengesteld. Onder redactie van: Gerda van Beek...

Lees Verder
Advies RIVM over uitbreiding hielprikscreening met 14 aandoeningen
Jul19

Advies RIVM over uitbreiding hielprikscreening met 14 aandoeningen

In 2015 heeft de Gezondheidsraad de minister van VWS geadviseerd om de hielprik uit te breiden met veertien aandoeningen. Maar is een dergelijke uitbreiding haalbaar? Het RIVM heeft dat in een uitvoeringstoets onderzocht. Ze concludeert dat uitbreiding van de neonatale hielprikscreening  zeker mogelijk is, mits dit in fasen gebeurt. In de uitvoeringstoets gaat het RIVM uitgebreid in op de wijze waarop de uitbreiding kan worden ingericht. Ze stelt dat uitbreiding van deze screening een complex proces is. Dit niet alleen vanwege het grotere aantal aandoeningen waarnaar moet worden gekeken, maar ook het personeel, de financiering, de ICT, de logistiek en de organisatie, de beschikbaarheid van de testmethodes, de kwaliteit daarvan en de aansluiting op de zorg. Dit alles hangt met elkaar samen. Bovendien betreft het zeldzame aandoeningen die in veel landen nog niet zijn opgenomen in het screeningspakket. Hierdoor is op internationaal niveau slechts beperkte kennis beschikbaar. Periode 2017-2022
 Het RIVM adviseert daarom een gefaseerde invoering in een periode tot en met 2022. Overigens zijn er begin 2017 al twee aandoeningen toegevoegd, namelijk alfa- en bèta-thalassemie. Dit zijn erfelijke afwijkingen van hemoglobine, een eiwit in het bloed dat belangrijk is bij het transport van zuurstof. Deze afwijkingen veroorzaken bloedarmoede. De ernst van de ziekte kan sterk variëren. Bij de hielprikscreening wordt vooral gekeken naar ernstige vormen. Het aantal op te sporen aandoeningen komt daarmee op 31. Breed draagvlak
 Het Centrum voor Bevolkingsonderzoek van het  RIVM  heeft voor de uitvoeringstoets samengewerkt met kinderartsen, patiëntenorganisaties, screeningslaboratoria en screeningsorganisaties. Onder de betrokken beroepsgroepen, patiëntenorganisaties en andere stakeholders bestaat voldoende draagvlak voor de verdere uitbreiding. In overleg met  VWS  en de Gezondheidsraad is wel besloten voor een andere aanpak om in de toekomst nieuwe aandoeningen snel te kunnen toevoegen aan de hielprikscreening. Hierbij wordt gekozen voor toevoeging van één of een paar aandoeningen, in plaats van een groot aantal tegelijk. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Geen zevenmijlslaarzen maar bedachtzame stappen
Jul18

Geen zevenmijlslaarzen maar bedachtzame stappen

Met Gerben Klein Nulent heeft de KNMP een voorzitter getroffen die een enorme nuchterheid uitstraalt. Iemand die durft toe te geven in de discussie over dure geneesmiddelen nauwelijks een rol te kunnen spelen. Maar ook iemand die zich hard maakt voor de erkenning van de apotheker als zorgverlener én die zich ervoor inzet om hieraan inhoud te geven. Graag nog drie jaar. Gerben Klein Nulent is geen man van de sweeping statements. Gevraagd naar de toekomst die hij voor zich ziet nu zijn eerste voorzitterstermijn van de KNMP zijn einde nadert (nog een half jaar), pakt hij niet breed uit met een activistische oproep aan de leden om hem te herkiezen, maar zegt hij bescheiden: ‘Als de leden het willen, ga ik door’. En die tweede termijn wil hij dan vooral om een aantal al eerder geformuleerde doelstellingen voor de langere termijn verder te kunnen vormgeven. De positionering van de apotheker als zorgverlener is hierbij het eerste dat hij noemt. Maar ook ‘fundamenteel nadenken over het nieuwe bekostigingsmodel voor de openbare farmacie en daarover tot overeenstemming komen met de zorgverzekeraars’. En de samenwerking met andere zorgprofessionals in de eerste en tweede lijn optimaliseren. ‘Maar dan wel zo dat de patiënt er beter van wordt’, voegt hij aan dit laatste toe. ‘Aan samenwerken op zich heb je niets.’ Verbinding, erkenning en verruiming Bij uw aantreden gaf u aan een voorzitter te willen zijn voor alle apothekers, van openbare en ziekenhuisapothekers tot apothekers werkzaam in de industrie of bij de overheid. Merkt u in de praktijk dat er voldoende verbinding is tussen die verschillende groepen om ze als voorzitter gezamenlijk te kunnen dienen? “De relatie met de industrie- en overheidsapothekers is duidelijk verbeterd. Zij wilden geen sectie zijn binnen de KNMP dus dat hebben we losgelaten. Met de NVZA voeren we vijfmaal per jaar inhoudelijk overleg en met de NIA doen we dit ook regelmatig. Naar beider tevredenheid, denk ik te weten. We hebben altijd een goed gevulde agenda, waarin zaken als de invulling van de specialismen, de apotheekbereidingen, de poliklinische apotheken en de visie over de langere termijn aan bod komen.” En wat vindt u de belangrijkste zaken die u tot nu toe in uw twee en een half jaar als voorzitter hebt bereikt? “We hebben het specialisme openbare apotheker gerealiseerd. Dat was natuurlijk al door mijn voorgangers in gang gezet, maar hebben dat goed kunnen afronden. Er is nu dus wettelijke erkenning voor de rol van de apotheker als zorgverlener, en we zijn nu bezig in dat kader de financiering te regelen. We verwachten dat de minister hierover in de loop van 2018 uitsluitsel zal geven. Wat ook bereikt...

Lees Verder
E-healthtoepassingen apotheek onvoldoende bekend bij Nederlanders
Jul18

E-healthtoepassingen apotheek onvoldoende bekend bij Nederlanders

40% van de Nederlanders heeft geen idee welke e-healthmogelijkheden zijn of haar apotheek biedt. Van de 25- tot 34-jarigen weet zelfs meer dan de helft niet dat zij online medicatie kunnen bestellen of via een e-consult vragen kunnen stellen aan de apotheker. Het is dan ook geen verrassing dat slechts 5% ervaring heeft met een e-consult bij de apotheek en 17% online medicatie heeft besteld. Dat blijkt uit onderzoek van PharmaPartners, onder ruim 1.000 Nederlanders. Het aantal gebruikers van e-healthtoepassingen is laag, hoewel uit onderzoek blijkt dat patiënten hier wél behoefte aan hebben. Echter mist de kennis over de mogelijkheden die er zijn. Op dit moment maken vooral 55+’ers gebruik van de e-healthtoepassingen van de apotheek; zo bestelt een kwart van hen de medicijnen online. Dit in tegenstelling tot de 25- tot 34-jarigen; slechts 13% bestelt medicijnen via het internet. Toch staan de meesten van hen hier wel voor open, zeker voor eenvoudige klachten lijkt het hen ideaal. Apothekers: maak keuzes, begin met simpele toepassingen
 Sander de Jong, Managing Director Farmacie bij PharmaPartners: “De werkdruk in de eerstelijnszorg is enorm hoog. Door gebruik te maken van e-healthtoepassingen kunnen zorgverleners hun tijd efficiënter indelen. Ook voor de patiënt biedt het voordelen als hij een vraag kan indienen door middel van een e-consult of herhaalmedicatie online kan bestellen.” De Jong heeft een belangrijke tip voor apothekers die e-healthtoepassingen willen implementeren. “Maak keuzes. Begin bijvoorbeeld met simpele toepassingen, zoals het online bestellen van medicijnen. Zowel patiënten als medewerkers moeten wennen aan nieuwe systemen of manieren van werken en dit kost tijd. Al doende komt u erachter wat voor uw apotheek en uw patiënten het beste werkt.” Communiceer over de online mogelijkheden 
 Van de patiënten die bekend zijn met de online mogelijkheden is 1 op de 5 hierop gewezen door de zorgverlener. 19% van deze groep heeft erover gelezen op de website en slechts 7% is geïnformeerd via een e-mail. Uit het onderzoek blijkt dat zorgverleners nog weinig actief communiceren over de online mogelijkheden. “Het apothekersteam speelt een belangrijke rol in het creëren van bekendheid onder patiënten. Een assistent kan de patiënt tijdens een bezoek aan de apotheek attenderen op de mogelijkheid om medicatie online te bestellen of een e-consult in te plannen. Of stuur een nieuwsbericht naar alle patiënten waarin de voordelen van e-healthtoepassingen worden toegelicht”, aldus de Jong. Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met PharmaPartners  ...

Lees Verder
Meer meldingen over rode gist supplementen
Jul17

Meer meldingen over rode gist supplementen

Er is een toename van de meldingen van bijwerkingen na het gebruik van rode gist supplementen. Dit meldt het bijwerkingencentrum Lareb. Ze stelt dat consumenten onvoldoende op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren van deze supplementen. In Nederland wordt rode gist rijst verkocht als voedingssupplement. Dit product neemt op dit moment sterk in populariteit toe. Rode gist rijst wordt aanbevolen voor “de instandhouding van normale cholesterolgehalte in het bloed” en als alternatief voor mensen die om het cholesterol te verlagen geen statines  willen innemen of deze niet verdragen. Rode gist rijst is een traditioneel Chinees voedingsmiddel dat ontstaat door fermentatie van rijst. Tijdens dit fermentatieproces wordt de stof Monacoline K gevormd. Andere naam voor Monacoline K is lovastatine. Deze is verkrijgbaar als geneesmiddel in een groot aantal landen, maar niet in Nederland. De samenstelling
 Om  het gewenste effect te bereiken luidt de aanbeveling om dagelijks 10 mg Monacoline K in te nemen. Het probleem is echter dat supplementen op basis van gefermenteerde rode rijst niet zijn gestandaardiseerd. De hoeveelheid Monacoline K in verschillende preparaten kan variëren. Bovendien kunnen deze producten door  het gistingsproces ook de giftige stof citrinine bevatten. Meldingen
 Bijwerkingencentrum Lareb heeft zestien meldingen ontvangen van bijwerkingen na gebruik van rode gist rijst. De klachten komen overeen met de bijwerkingen van statines. De meeste klachten betreffen spierpijn, maag- en darmklachten. Maar er zijn ook ernstige klachten gemeld, zoals spierafbraak, alvleesklierontsteking en ontregeling van de stollingstijd. Lareb heeft een analyse opgesteld van deze meldingen. IGZ geïnformeerd Lareb heeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en Inspectie voor Volksgezondheid (IGZ) geïnformeerd over de ontvangen meldingen. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Sterke lobby voor vestiging Europees Medicijnen Agentschap in Nederland
Jul14

Sterke lobby voor vestiging Europees Medicijnen Agentschap in Nederland

Nederland zet een stevige lobby in op de herlocatie van de EMA. Wouter Bos, voormalig vice-premier en voorzitter van de Raad van Bestuur van VU medisch centrum in Amsterdam, wordt ambassadeur voor het Nederlandse kandidaatschap voor de EMA. De Brexit biedt kansen, zoals het vertrek van een aantal agentschappen, waaronder de EMA van Londen naar een ander EU-land. Nederland ziet dit agentschap graag gevestigd in Amsterdam. Aantrekkelijk vestigingsklimaat
 Het Nederlandse bid voor herlocatie van de EMA geeft aan hoe aantrekkelijk het is om de EMA te vestigen in ons land. Het garandeert een efficiënte en snelle verhuizing van de EMA en voortgang van de taken.   Nederland heeft veel te bieden: een eerste klas nationaal medicijnenagentschap, prima werkethiek, toegewijde expat centers en één van hoogste concentraties van Life Sciences and Health activiteiten in Europa. Ons land zal ook zorg dragen voor een op maat gemaakt gebouw in het Amsterdamse zakendistrict. Het EMA gebouw in Amsterdam ligt op slechts 10 minuten per trein vanaf Schiphol, zodat medewerkers er zelfs voor kunnen kiezen om vanuit Londen heen en weer te reizen in de eerste periode na de verhuizing. Geen enkele andere stad kan deze uitstekende bereikbaarheid bieden, zo wordt nadrukkelijk vermeld. En er is meer. De hele regio beschikt over een dekkend 4G netwerk, en 5G pilots starten nog dit jaar. Deze unieke eigenschappen zijn cruciaal om de meer dan 36000 bezoekers van binnen en buiten Europa goede toegang te geven tot de EMA-faciliteiten Internationale gemeenschap Met meer dan 180 nationaliteiten is de regio Amsterdam een echte internationale gemeenschap. De regio biedt hoog gekwalificeerde internationale professionals, vele werkmogelijkheden voor partners van EMA medewerkers, 16 internationale scholen, 2 Europese scholen, uitstekende kinderopvang en voorschoolse faciliteiten, uitstekende gezondheidszorg en een prima variëteit aan goede betaalbare woningen. Uitbreiding wetenschappelijke capaciteit
Bert Leufkens, voorzitter van het Nederlandse College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG), meldt dat het CBG  zijn wetenschappelijke capaciteit zal uitbreiden om zo het toegenomen werk na de Brexit te kunnen verwerken. Nederland investeert 10 miljoen euro in deze uitbreiding en in het versterken van andere Europese geneesmiddelenautoriteiten. Zie de fraaie website met aansprekend videofilmpje met teksten waarom Nederland de beste keus is voor EMA: www.netherlandsforema.eu. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Column: Piep
Jul12

Column: Piep

Wat is dat voor een irritant piepje, Bas? Slaat je pacemaker weer eens op hol? Of zit je onder werktijd weer te appen met je vriendin. Stop toch eens met je morbide grappen, Niels. Ik ben kerngezond. En dat wil ik ook zo houden. Dat piepje komt dan ook niet van een pacemaker, maar van mijn Apple Watch. Die geeft aan dat ik eigenlijk weer eens moet bewegen wil ik mijn BMI en gewicht op orde houden. E-health heet dat. En e-health laat de zorg kantelen! En daar wil ik natuurlijk wel getuige van zijn! Wat een onzin, Bas. Om gezond te leven heb je helemaal geen e-health nodig. Gewoon de koelkast en mond dicht houden en braaf iedere dag na het eten een klein rondje met de hond of vrouw lopen. Dat houdt lichaam en geest gezond. Onder welke steen heb jij geleefd, Niels. Dan hoor jij vast tot de groep mensen die gelooft dat mensen met diabetes type 2 en obesitas slappelingen zijn en moeten boeten omdat ze hun hele leven uit de ban zijn gesprongen, of dat rokers door een zwakke wil sterven aan longkanker. Gezondheid zit iets ingewikkelder in elkaar. Daarom moeten we data van patiënten verzamelen, analyseren en leren. Want meten is weten! Meten is inderdaad weten, Bas. Maar e-health staat nog in de kinderschoenen. Uit de laatste E-health monitoring van Nictiz blijkt dat zorgconsumenten amper gebruikmaken van de digitale mogelijkheden van data-verzamelen en zorg op afstand. En als ze dat al wel zouden doen: wat gebeurt er met al die data? Wie gaat al die gigabyte aan gegevens verzamelen, ontleden, analyseren en ombuigen tot een advies als: piep, u moet nu de medicatie aanpassen. Of in jouw geval: piep, u moet nu de trap op- en aflopen. Dat is precies de uitdaging, Niels! Een kans voor huisarts en apotheker. E-health goeroe Daan Dohmen zegt het zo mooi in het interview in deze editie: de zorg loopt vast, de eerste lijn valt om en doelmatige farmacotherapie vraagt om een zorgcoach. Een regisseur op het medicatiedossier, die met moderne technologie als zorg op afstand de medicatie bewaakt en de patiënt begeleidt. Dat is meer dan een piepje versturen. Dat is persoonlijk begeleiden, dat is chatten met je zorgverlener, dat is… nou, je begrijpt het wel. Bas, je moet volgens mij weer een rondje gaan rennen, hoor ik aan het piepje van je horloge 2.0.  Als je op de terugweg langs de koelkast komt, neem je dan een lekker ijsje voor mij mee? Bastiaan Witvliet, hoofdredacteur FarmaMagazine Niels van Haarlem, redacteur FarmaMagazine  ...

Lees Verder