RA anno 2017: Snellere diagnose en betere  behandeling
sep10

RA anno 2017: Snellere diagnose en betere behandeling

De mogelijkheden om bij patiënten met reumatoïde artritis (RA) door vroegtijdige behandeling ernstige misvormingen van gewrichten en verwante problemen te voorkomen nemen nog steeds toe. Het is daarom van groot belang dat – indien er aanwijzingen zijn dat iemand mogelijk RA heeft – de diagnose zo snel mogelijk wordt bevestigd (of – beter nog – uitgesloten!) en de behandeling zo snel mogelijk wordt begonnen. RA is een auto-immuunziekte met in Nederland een incidentie van ongeveer 0,3/1000 inwoners per jaar en een prevalentie van ongeveer 5/1000 per jaar. Bij patiënten jonger dan 45 jaar komt deze aandoening ongeveer driemaal vaker voor bij vrouwen dan bij mannen; op hogere leeftijd neemt dit verschil tussen mannen en vrouwen af. Deze cijfers betekenen dat elke huisarts en elke apotheker zorg levert aan patiënten met RA. In 2015 waren ruim 234.000 mensen met reumatoïde artritis bekend bij de huisarts (86.200 mannen en 148.200 vrouwen). In dat jaar kwamen er ongeveer 17.000 mensen met de diagnose reumatoïde artritis bij. Niet alleen veroorzaakt RA een hoop leed bij de betrokken patiënten en hun naasten maar RA brengt ook hoge kosten met zich mee: al in 2011 werd ruim 250 miljoen euro besteed aan genees- en hulpmiddelen en een ongeveer even groot bedrag aan de overige zorg in eerste en tweede lijn. Oorzaak en symtomen De oorzaak van RA is nog steeds niet bekend. Waarschijnlijk gaat het om een uitlokkende factor in de omgeving (bijv. roken, maar er zijn recent aanwijzingen verkregen dat ook iemands beroep met blootstelling aan bepaalde stoffen van invloed is) bij een genetisch bepaalde predispositie. Er ontstaat een systemische inflammatoire gewrichtsaandoening. Een chronische steriele ontsteking van de synovia veroorzaakt pijn in en zwelling van de gewrichten, beïnvloedt de hoeveelheid en samenstelling van de synoviale vloeistof in het gewricht en een verdikking van de synoviale membraan en schade aan het gewrichtskraakbeen en het onderliggende bot. Na verloop van tijd ontstaan erosies. De gewrichtsontsteking gaat bijna altijd gepaard met de klassieke symptomen van ontsteking, de roodheid ontbreekt echter vaak. Naast de gewrichten zijn vaak ook structuren rondom de gewrichten aangetast, zoals peesscheden en ‑aanhechtingen en slijmbeurzen. RA is een systemische aandoening waarbij ook organen betrokken kunnen zijn zoals de huid (reumaknobbels), het hart, de longen en de ogen. Verder kunnen symptomen als koorts, malaise, gewichtsverlies en normocytaire anemie voorkomen. RA gaat vaak samen met cardiovasculaire aandoeningen; om deze reden is voldoende aandacht voor cardiovasculaire risico’s, zoals hypertensie, noodzakelijk en onderdeel van het cardiovasculair risicomanagement van deze patiënten. Niet alleen de huisarts maar ook de apotheker hebben daarvoor verantwoordelijkheid. RA begint in het algemeen met een symmetrische ontsteking van de kleine gewrichten, meestal de metacarpofalangeale, proximale...

Lees Verder
Data en feiten over farmaceutische zorg in basispakket
sep07

Data en feiten over farmaceutische zorg in basispakket

Openbare apotheken leverden vorig jaar voor € 4335 miljoen aan geneesmiddelen en farmaceutische zorg in het basispakket van de zorgverzekering. Dit is € 69 miljoen meer dan in 2015 en komt neer op een stijging van 1,6%. Dat blijkt uit cijfers van de Stichting Farmaceutische Kengetallen. De SFK publiceert jaarlijks de uitgave Data en feiten. Daarin staan alle ontwikkelingen binnen de openbare farmacie. De uitgave kost € 26,00, exclusief BTW, inclusief verzendkosten. U kunt deze bestellen via mail aan cijfers@sfk.nl.  De digitale versie van Data en feiten 2017 is gratis te downloaden. De uitgave bevat overigens geen gegevens over het gebruik van geneesmiddelen via apotheekhoudende huisartsen. Begrip geneesmiddelenkosten
 Ter informatie: Onder de geneesmiddelenkosten verstaat de SFK de kosten tegen de gedeclareerde apotheekvergoedingsprijs (WMG-geneesmiddelen) respectievelijk de kosten tegen apotheekinkoopprijs (buiten-WMG geneesmiddelen). De geneesmiddelenuitgaven betreffen het totaal van de gedeclareerde geneesmiddelenkosten en de apotheekvergoeding, inclusief eigen bijdragen door patiënten in het kader van het GVS. Alle cijfers in de publicatie hebben betrekking op het wettelijk verzekerde geneesmiddelenpakket en de vermelde bedragen zijn exclusief BTW. De BTW op receptgeneesmiddelen is 6%. Beperkte stijging In 2016 was er sprake van een stijging van de farmaceutische zorg met € 69 miljoen tot € 4335 miljoen. Dat is een stijging van 1,6%. In 2015 was er nog sprake van een stijging van 3,3%. De beperkte stijging een meevaller voor de overheid, omdat zij voor 2016 met een toename van 3,3% rekening had gehouden. Feiten en weetjes
 Daarnaast vermeldt het rapport nog meer noemenswaardige feiten. Zoals: • Het totaal aantal verstrekkingen binnen het basispakket bedroeg 240 miljoen. • Brexit leidt tot lagere prijzen, vanwege koersdaling van het Britse pond • Driekwart van medicijnen worden generiek verstrekt • Aantal formule-apotheken is in 2016 afgenomen van 77% naar 71% • Nieuwe cholesterolverlagers drijven medicijnkosten op • In 2016 was er een toename van 75% van DOAC-gebruik (antistollingsmiddelen) • Voor het eerst is antidepressivagebruik gedaald, zij het met slechts 1,2% Onder redactie van: Gerda van Beek      ...

Lees Verder
BeNeLuxA: samenwerking op het gebied van geneesmiddelen
sep06

BeNeLuxA: samenwerking op het gebied van geneesmiddelen

België, Nederland, Luxemburg en Oostenrijk werken onder de naam BeNeLuxA samen om nieuwe geneesmiddelen sneller en tegen een aanvaardbare prijs beschikbaar te maken voor patiënten. Ook willen zij gezamenlijk de toegang tot belangrijke innovatieve geneesmiddelen en  betaalbare behandelingen verbeteren. Een nieuwe stap in deze samenwerking is de lancering van een website. Betrof het eerst Nederlands – Belgisch project op het gebied van geneesmiddelen, in 2015 sloot Luxemburg zich aan en in 2016 Oostenrijk. Sindsdien is de officiële naam: BeNeLuxA, als een duidelijke verwijzing naar de deelnemende landen, namelijk BElgië, NEderland, LUXemburg en Austria. De site die deze week is live gegaan, heeft eveneens deze naam: www.beneluxa.org. Veel informatie
 De website dient als centraal informatiepunt voor farmaceutische bedrijven die geïnteresseerd zijn in gezamenlijke onderhandelingen. Ook bevat de site algemene informatie over het samenwerkingsproject, behaalde resultaten, (wetenschappelijke) rapporten gemaakt in opdracht van BeNeLuxA en beleidsdocumenten, zoals de door de landen getekende samenwerkingsafspraken. Samenwerking BeNeLuxA bestaat niet alleen uit gezamenlijke prijsonderhandelingen. Zo wordt er bijvoorbeeld ook nauw samengewerkt op het gebied van  horizon scanning  in de geneesmiddelensector. Daarbij worden potentieel belangrijke farmaceutische innovaties – vaak zijn dit bijzonder dure geneesmiddelen – in kaart gebracht nog vóór ze op de markt komen. Met die informatie staan de landen sterker bijvoorbeeld bij de inkoop daarvan door zorgaanbieders.  Daarnaast bestaat de samenwerking uit het delen van data en beleid en gezamenlijk doelmatigheids- en evaluatieonderzoek (Health Technology Assessments). Mogelijk willen andere landen zich aansluiten bij dit samenwerkingsverband. De website toont laat duidelijk de voordelen zien van dit samenwerkingsverband. Bron: ministerie van VWS Onder redactie van Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Overzicht ‘aanstaande’ geneesmiddelen
sep01

Overzicht ‘aanstaande’ geneesmiddelen

Welke innovatieve geneesmiddelen komen in twee tijd jaar tijd op de markt? Dat is te lezen op de website horizonscangeneesmiddelen.nl. Het betreft zowel nieuwe middelen als indicatie-uitbreidingen van bestaande middelen. Het overzicht geeft tevens een indicatie van het verwachte gebruik en de geraamde kosten.  De Horizonscan Geneesmiddelen biedt een integraal, openbaar en zo objectief mogelijk overzicht van welke geneesmiddelen op de markt verwacht worden. Er zijn een aantal redenen waarom deze worden gepubliceerd, namelijk: * kennis over het op de markt komen van (innovatieve) geneesmiddelen bundelen en de toegang tot deze informatie optimaliseren; * patiënten, behandelaars, ziekenhuizen, zorgverzekeraars en overheidsorganen vroegtijdig op de hoogte brengen van welke ontwikkelingen spelen op het gebied van geneesmiddelen en wat de mogelijke effecten hiervan zijn; * zorgverzekeraars en ziekenhuizen hun inkoop beter laten organiseren op basis van deze informatie en hun onderhandelingspositie als inkoper van geneesmiddelen versterken; * behandelaren beter laten bepalen wat deze ontwikkelingen betekenen voor het behandelaanbod; * het Zorginstituut beoordelingen van geneesmiddelen tijdig laten agenderen en voorbereiden. Samenwerkingsverband De NVZ (Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen) en een aantal andere partijen betrokken bij het bestuurlijk akkoord medisch specialistische zorg, hebben met het ministerie van VWS afgesproken om gezamenlijk één integrale horizonscan te maken die voor alle betrokkenen bruikbaar is en in diverse behoeften voorziet. Deze horizonscan is tot stand gekomen onder regie van het Zorginstituut en in samenwerking met werkgroepen met deskundigen op het betreffende gebied. Web-werkzaamheden Zorginstituut Nederland ondersteunt de totstandkoming van de Horizonscan, zodat betrokken partijen zich primair kunnen richten op het signaleren en analyseren van de ontwikkelingen op het betreffende deelgebied. Het Zorginstituut beheert de website en werkt hierin samen met andere overheidsorganen en branchepartijen. Ze zorgt er voor dat er minimaal halfjaarlijks een ‘marktscan’ wordt gemaakt. In de komende maanden wordt gewerkt aan een interactieve database en een nieuwe website. De volgende publicatie van de Horizonscan zal begin 2018 plaatsvinden in deze nieuwe digitale omgeving. Bron: Zorginstituut Onder redactie van: Gerda van Beek      ...

Lees Verder
Gevolgen van nieuwe verordening voor de apotheek
aug28

Gevolgen van nieuwe verordening voor de apotheek

Per 28 mei 2018 treedt voor Europa de Algemene Verordening Gegevensbescherming in werking. De gevolgen hiervan voor de apotheek heeft de KNMP samengevat in een brochure. Zodra de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van kracht is, geldt de Wet Bescherming Persoonsgegevens niet meer. In essentie zijn de nieuwe verplichtingen er vooral op gericht om: • gegevens beter te beveiligen • patiënten meer controle te geven over hun gegevens • zorgverleners te stimuleren gericht beleid te maken op het gebruik en de verwerking van persoonsgegevens. Functionaris Gegevensbescherming Een van de belangrijkste veranderingen is het aanstellen van een Functionaris voor de Gegevensbescherming (FG). De invulling van deze rol vraagt specifieke kennis. De KNMP onderzoekt hoe apotheken gezamenlijk een FG kunnen aanstellen. Daarnaast wordt het ondernemen van een Privacy Impact Assessment (PIA) verplicht. Met een PIA worden vooraf de privacyrisico’s van gegevensverwerking (bijvoorbeeld het opnemen van medische dossiers in een informatiesysteem) in kaart gebracht. Om vervolgens maatregelen te kunnen nemen om de risico’s te verkleinen. De apotheek is verplicht om een PIA uit te voeren bij wijzigingen in gegevensverwerking als dit waarschijnlijk een verhoogd risico met zich meebrengt. Dit is met name bij het gebruik van nieuwe technologieën. De apotheek hoeft dit overigens niet zelf uit te voeren, maar mag het ook uitbesteden. Ook is de apotheek is verantwoordelijk voor de naleving van de AVG en behoort dit aan te kunnen tonen door het bijhouden van een register van de verwerking van patiëntgegevens. Met de AVG krijgt de patiënt meer rechten. Grijze gebieden
 De AVG kent nog veel onduidelijkheden en grijze gebieden. De KNMP-brochure “De Algemene Verordening Gegevensbescherming: de gevolgen daarvan voor de apotheek” is daarom eerste versie over dit onderwerp. In de komende periode zal o.a. de Autoriteit Persoonsgegevens onduidelijkheden van de nieuwe wet verhelderen. De KNMP brengt daarna een volgende versie uit. Ook ontwikkeld ze praktische hulpmiddelen. De KNMP is benieuwd naar feedback en tips en is goed bereikbaar voor vragen:  informatiebeleid@knmp.nl. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Apothekers: steun ook Stoptober
aug28

Apothekers: steun ook Stoptober

Ongeveer een kwart van de Nederlanders rookt wel eens, en 80% daarvan zegt te willen stoppen. Stoptober wil hen daarbij helpen door hen aan te moedigen 28 dagen niet te roken in de maand oktober. Deze campagne duurt van 8 september t/m 31 oktober. Apothekers kunnen gratis materiaal krijgen om Stoptober onder de aandacht te brengen. Mensen die roken, worden uitgedaagd om 28 dagen lang niet te roken. Rokers kunnen zich opgeven voor Stoptober en krijgen positieve, motiverende feedback via de app. Ook kunnen ze onderling ervaringen uitwisselen via de Facebookpagina. Gratis materiaal Apothekers die willen meedoen aan Stoptober kunnen gratis materialen opvragen in de webshop van het Trimbos Instituut. De Toolkit Stoptober 2017 bestaat uit posters en flyers die in de apotheek kunnen worden gebruikt. De Stoptober toolkit  bestaat uit twee posters, 100 flyers en een toelichting. Dit alles is gratis te bestellen in de webwinkel van het Trimbos-instituut. Op 8 september 13.00 uur gaat Stoptober van start. U kunt vanaf deze datum meedoen door posters op te hangen in de apotheek. Tijdens bezoek aan de apotheek kunt u Stoptober kort benoemen bij rokende patiënten en een flyer meegeven. Zij kunnen op  www.stoptober.nl  alle informatie vinden en zich inschrijven. Positieve resultaten Stoptober wordt dit jaar voor de vierde maal georganiseerd. De ervaringen uit de voorgaande jaren zijn positief. De uitdaging om 28 dagen niet te roken, is laagdrempelig. Het spreekt ook de laagopgeleide doelgroep aan, juist de groep waar het percentage rokers het hoogste is. En meest belangrijk: 67% van de deelnemers was voorgaande jaren twee maanden na Stoptober nog steeds gestopt. En degenen die toch weer zijn gaan roken, daalde het aantal sigaretten van 17 naar 10 per dag. Organisatoren
 De vierde editie van de campagne duurt van 8 september tot 31 oktober en wordt georganiseerd door onder andere het ministerie van VWS, Trimbos-instituut, KWF Kankerbestrijding, Alliantie Nederland Rookvrij, Hartstichting, GGD en Longfonds. Lees hier meer over Stoptober Bron: Trimbos-instituut Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Halvelijnszorg tussen 0 en 1
aug24

Halvelijnszorg tussen 0 en 1

Het is juni in Noord-Limburg. Land aan de Maas. Land van heel veel varkens en kippen, prachtige rozen, verse asperges en heerlijke aardbeien. En niet te vergeten: land van één van de beste bands van Nederland: Rowwen Hèze. Te midden van al dit moois ligt Meerlo met in het centrum een gezondheidscentrum met Apotheek Maasdorpen. Linda Jonkers is beherend apotheker en heeft haar hart verpand aan deze regio. “Ik ben behoorlijk gedreven en hou er niet van om problemen af te schuiven. Ik ga voor kwaliteit en voor de beste zorg. Punt. Net als de rest van het team overigens. Wij luisteren naar patiënten, denken mee en regelen wat nodig is. Ook als dat betekent dat we een stapje extra moeten zetten. En dat wordt gezien en gewaardeerd. We krijgen regelmatig een brief, vlaai, asperges of een zak appels als dank.” Apotheek Maasdorpen bestaat sinds 2000 en is voortgekomen uit drie voormalige apotheekhoudende huisartsenpraktijken. Linda: “Meerlo telt 1800 inwoners maar ons verzorgingsgebied beslaat acht dorpen met veel lintbebouwing. De populatie van onze apotheek bestaat voornamelijk uit een vergrijzende plattelandsbevolking die veel zorg nodig heeft en woont in een uitgestrekt bezorggebied. In deze apotheek werkt een hecht team. Wij kennen de patiënten goed. Het is inderdaad ‘ons kent ons’. Sinds vier jaar zitten we in een gezondheidscentrum. Samen met de huisartsen proberen we de voorzieningen in dit gebied op peil te houden. De samenwerking met de huisartsen en de andere disciplines in het centrum is hartstikke goed. Dat geldt ook voor de samenwerking met de huisartsen in Lottum. We hebben geregeld gezamenlijk overleg en er is ruimte om zelfstandig beslissingen te nemen.” Andere accenten Linda: “Of ik niks te mopperen heb? Jawel hoor. Neem het beleid van de zorgverzekeraars, daar kan ik me best boos over maken. Ze kopen in op prijs maar ik vind dat ze veel meer naar kwaliteit moeten kijken. Ze hebben hun beweegredenen om het zo te doen en daar ben ik het niet mee eens. Goede kwaliteit levert volgens mij op termijn altijd geld op. Dat is echt mijn overtuiging. Vanmorgen zaten we met een zorginkoper om tafel en dan probeer ik ze dat in te laten zien. Maar veranderingen gaan langzaam, daar word ik niet vrolijk van. Zo geven de medewerkers van de klantenservice van de zorgkostenverzekeraar bijvoorbeeld vaak onvolledige informatie. Het is namelijk het beleid dat iedere helpdeskmedewerker óveral vanaf moet weten. Maar je kunt als individuele medewerker niet alles weten over de regelingen voor het ziekenhuis, de tandarts of de apotheek. Dat kan niet. In mijn ogen moet je specialiseren. Als ik het ergens niet mee eens ben dan leun ik niet...

Lees Verder
Nieuwe richtlijn Pijn bij Kanker nog onvoldoende bekend
aug24

Nieuwe richtlijn Pijn bij Kanker nog onvoldoende bekend

Nog steeds weten veel zorgverleners niet goed om te gaan met pijn bij patiënten met kanker. Vooral doorbraakpijn wordt in het algemeen slecht gemeten en behandeld. De nieuwe richtlijn Pijn bij Kanker die in 2015 werd uitgebracht, besteedt hier speciaal aandacht aan. De komende maanden wordt tijdens acht bijeenkomsten in de regio’s, georganiseerd door bureau-prevents, de nieuwe richtlijn aan de hand van diverse casus toegelicht. Zodat betrokken artsen, verpleegkundigen en andere zorgverleners handvatten hebben om kankerpatiënten met pijn beter te behandelen. Voor patiënten die de diagnose kanker gesteld krijgen, is de angst voor pijn vaak een belangrijke bron van zorg. Dat is niet onterecht. Pijn en kanker zijn vaak met elkaar verbonden. Meer dan de helft van alle oncologische patiënten met pijn houdt, zelfs na behandeling hiertegen, pijn. Terwijl, als gehandeld wordt volgens de huidige kennis over pijnbehandeling, negentig procent van deze patiënten slechts hoeft te kampen met aanvaardbare pijn. Zelfs pijnvrij kan zijn. Er is echter een groot gebrek aan kennis over diagnostiek en behandeling van pijn bij patiënten met kanker. Zo weten veel medisch professionals onvoldoende de mate en soort van pijn vast te stellen en zijn ze terughoudend bij het voorschrijven van opioïden uit angst voor bijwerkingen, tolerantie en verslaving. Dit is een gemiste kans en onnodig, stelt Kris Vissers, hoogleraar Pijn en Palliatieve Geneeskunde aan het Radboud UMC en voorzitter van de Stichting Pijn bij Kanker. De hoogleraar stuurde de werkgroep aan die in 2008 de eerste richtlijn Pijn bij Kanker uitbracht en deed dit ook bij de herziene versie in 2015. Vissers: “Als wordt gehandeld naar de nieuwe richtlijn Pijn bij Kanker, dan hoeven patiënten met kanker niet onnodig pijn te hebben. Het probleem is echter dat er onvoldoende bekendheid is met deze nieuwe richtlijn. Vandaar dat de komende maanden door het hele land Pijn Spreekuren gehouden worden om medisch professionals te leren hoe om te gaan met pijn bij kanker. We weten dat deze werkwijze haar vruchten aflevert; medisch professionals die de richtlijn krijgen uitgelegd, handelen er in de praktijk vervolgens naar.” Pijn Spreekuur Het eerste Pijn Spreekuur vond midden juni in Eindhoven plaats. Tijdens de drukbezochte avond ging moderator Raymond Frederiks, anesthesioloog-pijnspecialist in het Laurentius Ziekenhuis in Roermond, samen met een panel van drie deskundigen aan de hand van drie casus in op het belang van vroege palliatieve zorg, de praktische problemen van doorbraakpijn en neuropathische pijn in een oncologische behandeling. Voor casusbespreking werd gekozen om de aspecten rond pijnbehandeling zo concreet mogelijk te maken. Zo kwam de heer S. aan de orde, een brandweerman van 56 jaar. Nadat hij wordt behandeld voor rectumcarcinoom met doorgroei naar de prostaat ontstaan bij hem...

Lees Verder
Er komt een meldplicht voor alle nieuwe zorgaanbieders
aug21

Er komt een meldplicht voor alle nieuwe zorgaanbieders

Nieuwe zorgaanbieders worden verplicht zich te melden voordat zij kunnen starten met het verlenen van zorg. Dat staat in het wetsvoorstel Wet toelating zorgaanbieders waarmee de ministerraad op voorstel van minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft ingestemd. Deze meldplicht geldt niet voor al bestaande zorgaanbieders. Bij het doen van de melding worden nieuwe zorgaanbieders direct gewezen op de   kwaliteitseisen waaraan zij moeten voldoen. Door de meldplicht   is de Inspectie voor de Gezondheidszorg beter in staat om de kwaliteit van nieuwe zorgaanbieders in een vroeg stadium te beoordelen.  Sommige zorgaanbieders (zoals instellingen voor medisch specialistische zorg) hebben bovenop de meldingsplicht nog steeds een toelatingsvergunning nodig. Zelftest
 Het wetsvoorstel geldt voor alle nieuwe zorgaanbieders die vallen onder de Wet klachten en geschillen gezondheidszorg. Deze wet geldt voor het overgrote deel van de zorgaanbieders. VWS heeft een brochure uitgebracht met als titel: “Val ik onder de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg?”  Daarin staat onder meer een zelftest, waarmee elke zorgaanbieder kan beoordelen of hij/zij onder de Wkkgz valt.  Meestal is deze test overbodig, want eigenlijk betreft het iedereen die zorg verleent, vallend onder de zorgverzekeringswet, de wet langdurige zorg of wet publieke gezondheid. Ook het verrichten van cosmetische handelingen zoals laseren en botoxinjecties valt onder de Wkkgz, evenals complementaire of alternatieve geneeswijzen. ZZP in de zorg De verwachting is dat jaarlijks 8.000-10.000 nieuwe zorgaanbieders zich zullen melden. Het betreft dus niet alleen zorginstellingen. Ook iedereen die zich als zelfstandige wil vestigen in de zorg, zoals wijkverpleegkundigen of apothekers die als invaller als medicatiebeoordelaar aan de slag wil, moet zich aanmelden, zodra deze wet officieel is aangenomen. VWS heeft overigens recent een herziene handreiking ZZP’ers uitgebracht, waarin staat waar zzp’ers aan moeten voldoen in het kader van de Wkkgz. Ingangsdatum
 De ingangsdatum van meldplicht laat nog even op zich wachten, want het wetsvoorstel toetreding zorgaanbieders (Wtza) en daarmee samenhangende wetsvoorstel aanpassingswet wet toetreding zorgaanbieders (AWtza) moet eerst door de Koning aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Dat gebeurt volgens het nieuwsbericht van VWS op korte termijn. Zodra deze wetsvoorstellen worden aangenomen, vervalt de huidige toelatingsprocedure uit de Wet toelating zorginstellingen. Onder redactie van: Gerda van Beek...

Lees Verder
Subsidie Longfonds voor COPD-onderzoek
aug21

Subsidie Longfonds voor COPD-onderzoek

Het Longfonds geeft aan het Maastricht UMC+ en het UMC Groningen anderhalf miljoen euro subsidie voor twee COPD-onderzoeksprojecten. Het betreft onderzoek naar herstel van schade aan het longweefsel en een methode om meer ruimte te geven aan resterend goed functionerend longweefsel.  COPD is een ongeneeslijke longziekte, veelal veroorzaakt door roken. Patiënten met COPD hebben last van kortademigheid, hoesten en vermoeidheid. Dit wordt veroorzaakt door een ontsteking en schade aan luchtwegen en longblaasjes. Deze schade kan niet worden hersteld met de huidige geneesmiddelen. Ook al is men gestopt met roken, toch worden de klachten na verloop van tijd vaak erger. De belangrijkste uitdaging is om verdere beschadiging van luchtwegen en longblaasjes tegen te gaan, en zoveel als mogelijk beschadiging te herstellen. Weefselherstel
 Het menselijk lichaam is normaal gesproken in staat veel schade aan weefsel zelf te herstellen. Om dat herstelvermogen te bevorderen, zijn er veel wetenschappelijke ontwikkelingen in het toepassen van stamcellen en groeifactoren. Deze behandelingen lijken echter in het geval van COPD niet voldoende te functioneren. In internationaal verband wordt dat bijzondere fenomeen onderzocht. Het onderzoek is gebaseerd op aanwijzingen dat de signaaloverdracht in stamcellen van de longen wordt verstoord door ontsteking en zuurstofradicalen, zodat helende groeifactoren geen effect meer hebben. Het doel is om vanuit deze kennis nieuwe aanknopingspunten te vinden om longweefselherstel bij COPD te stimuleren. Voor dit project wordt er samengewerkt in een team van farmacologen, pathologen, (stam)celbiologen en longartsen van het Maastricht UMC+, het UMC Groningen, the University of Vermont en the University of Colorado. Longvolumeverkleining
 Het tweede onderzoek is gericht op een nieuwe behandeloptie die binnenkort als standaardbehandeling beschikbaar zal komen. Voor patiënten met ernstige COPD helpen de huidige behandelmethodes vaak onvoldoende tegen de kortademigheid. Er bestaan wel mogelijkheden zoals een longvolume-verkleinende operatie of zelfs longtransplantatie, maar deze hebben erg veel bijwerkingen en worden niet vaak toegepast. ‘Bronchoscopische longvolumereductie’ met   zogenoemde ‘éénrichtingsventielen’ is een nieuwe behandelmethode voor patiënten met zeer ernstige COPD. Daarbij kan met behulp van een flexibele slang (scoop) via de luchtwegen een ventiel worden aangebracht op de meest aangedane plek in de longen. Daarmee wordt het aangedane weefsel afgesloten, zuigt het geen lucht meer aan met de adembeweging en ontplooit het niet meer. Zo ontstaat er meer ruimte in de borstkas voor het resterende, nog wel functionerende longweefsel. Deze behandeling heeft een zeer goed effect op de longfunctie, inspanningsvermogen en kwaliteit van leven. Omdat de ventielbehandeling nog erg nieuw is, is er nog veel onderzoek nodig. Dit onderzoek is   een samenwerking tussen onderzoeksgroepen in UMC Groningen, Radboudumc,   CIRO+ in Horn en Maastricht UMC+. Bron:  Maastricht...

Lees Verder