Animatie over medicijngebruik voor nierpatiënten
jan31

Animatie over medicijngebruik voor nierpatiënten

De NVN, Nierstichting het Catharina ziekenhuis Eindhoven en de KNMP hebben een nieuwe animatie over medicijngebruik voor nierpatiënten gepresenteerd. Deze animatie is speciaal ontwikkeld voor mensen met lagere gezondheidsvaardigheden. De ontwikkeling van deze animatie is gefinancierd door ZonMw, de Nierstichting en de KNMP. Mensen met nierfalen en dialyseren of een donornier hebben ontvangen, hebben vaak meerdere chronische aandoeningen. Zij gebruiken daarvoor vaak veel medicijnen. Oorzaken voor verkeerd medicatiegebruik Veel patiënten nemen hun medicatie echter niet (helemaal) zoals voorgeschreven. Daar zijn verschillende oorzaken voor. Sommige medicijnen moeten bijvoorbeeld met veel water worden ingenomen, terwijl dialysepatiënten vaak zeer weinig mogen drinken. En de afweeronderdrukkende medicijnen die transplantatiepatiënten moeten gebruiken tegen afstoting van de donornier, kunnen veel bijwerkingen veroorzaken. Daarbij weet een groot deel van de patiënten niet waarom het belangrijk is om hun medicijnen op een bepaalde manier te gebruiken. Extra ingewikkeld Voor mensen met lagere gezondheidsvaardigheden is het extra ingewikkeld om de juiste medicijnen op de juiste wijze te gebruiken. De nieuwe animatie over medicijngebruik geeft de laaggeletterde nierpatiënt zelf meer regie en bevordert goed en veilig medicijngebruik. In acht tips wordt de gebruiker goed voorgelicht over het goed gebruik van medicatie. Bijvoorbeeld dat de patiënt de apotheker moet vertellen dat zijn nieren niet goed werken. En dat hij de apotheker moet informeren over elders gekochte zelfzorgmiddelen die hij gebruikt.     Brochure Medicijnen voor nierpatiënten 
 De animatie is gebaseerd op de brochure ‘Medicijnen voor nierpatiënten. Zo gebruikt u ze.’ 
Deze brochure maakt duidelijk waarom het belangrijk is om medicijnen op de juiste wijze te gebruiken. En ondersteunt optimale respons op specifieke situaties, zoals bij diarree of het vergeten van een dosis. Ook bevat de brochure een medicijnlijst die de patiënt zelf in kan vullen. De brochure is te bestellen via:  Medicijnen voor nierpatiënten. Zorgverleners kunnen hun patiënten wijzen op deze brochure of zelf deze voor hen bestellen. Bron: Nierpatiënten Vereniging Nederland Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Voortgang voorbereidingen komst EMA
jan31

Voortgang voorbereidingen komst EMA

Het Europees Geneesmiddelen Agentschap (EMA) verhuist per 30 maart 2019 van Londen naar Amsterdam. Totdat het permanente gebouw aan de Zuidas klaar is, wordt het EMA gehuisvest in het Spark-gebouw in Sloterdijk. Die tijdelijke huisvesting is voor Italië reden om hartstochtelijk te pleiten voor Milaan als vestigingsplaats. Daar staat namelijk al een definitief gebouw gereed. Niemand verwacht overigens dat Italië alsnog de toewijzing voor Milaan voor elkaar krijgt. Nederland doet er alles aan om de verhuizing zo soepel mogelijk te laten verlopen. De keuze voor het Spark-gebouw is weloverwogen. Dit ligt pal naast station Amsterdam Sloterdijk en op 10 minuten treintijd vanaf Schiphol. Het beschikt ook over conferentiefaciliteiten. Dit zal niet altijd voldoende zijn, zodat in overleg met het EMA is geregeld dat waar nodig in hotels en vergadercentra in de omgeving extra vergadercapaciteit kan worden gehuurd. Met de keuze voor het Spark-gebouw kan het EMA  op één locatie kan functioneren. Het definitieve gebouw hoeft daardoor niet meer in verschillende fases te worden opgeleverd, zoals eerder het plan was. De bouw start in juni a.s. en de oplevering daarvan staat gepland voor november 2019. Projectteam
 Nederland legt de nadruk op een goede persoonlijke begeleiding voor de EMA-medewerkers bij het vinden van woonruimte, scholen en ondersteuning en bij alle administratieve procedures die nodig zijn bij een verhuizing naar een ander land. Hiertoe is bij het EMA in Londen een helpdesk geopend. Sinds de opening van de helpdesk wordt deze frequent door medewerkers bezocht. De Europese scholen in Den Haag en Bergen hebben zich daar al gepresenteerd. Grootste deel medewerkers verhuist mee
 De bijna 900 medewerkers staan voor de keuze: meeverhuizen of een andere baan zoeken. Ruim 80 procent kiest voor meeverhuizen. Naar verwachting start medio februari 2018 de persoonlijke begeleiding van EMA-medewerkers en hun huishoudens. Hiervoor is een openbare aanbesteding gestart die in februari tot een besluit zal leiden. De gemeente Amsterdam ontvangt hiervoor een bijdrage van twee en een half miljoen euro van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Verwacht wordt dat al in de tweede helft van 2018 de eerste huishoudens naar Nederland zullen verhuizen. Bron:...

Lees Verder
Huisartsen: wees terughoudend met herhalen gespecialiseerde ggz-medicatie
jan31

Huisartsen: wees terughoudend met herhalen gespecialiseerde ggz-medicatie

Het NHG-standpunt ‘Herhalen gespecialiseerde ggz-medicatie’ bevat aanbevelingen voor de huisarts als hij op zijn spreekuur patiënten ziet die door de psychiater behandeld worden met gespecialiseerde ggz-medicatie. Het standpunt adviseert om terughoudend om te gaan met het herhalen van gespecialiseerde ggz-medicatie. De huisarts is niet verplicht om recepten vanuit de gespecialiseerde ggz te herhalen. Huisartsen die deze recepten herhalen zijn verantwoordelijk voor de noodzakelijke controles en de medicamenteuze behandeling. Het NHG-standpunt Herhalen gespecialiseerde ggz-medicatie komt er in het kort op neer dat de huisarts geen gespecialiseerde ggz-medicatie voor patiënten met een chronisch psychiatrische aandoening herhaalt, tenzij hij zich daartoe bekwaam acht. Dat zou dan kunnen in het geval van stabiele patiënten. Dat wil zeggen: wilsbekwame patiënten bij wie de aandoening minimaal twee jaar stabiel is en bij wie sprake is van een stabiele leefomgeving. De patiënt moet in dat geval voldoende ziekte-inzicht hebben, gemotiveerd zijn om laboratoriumcontroles uit te laten voeren en chronisch ingesteld zijn op eventuele comedicatie. Bovendien moet de samenwerkingsrelatie tussen de patiënt en de huisarts zodanig zijn dat zij betrouwbare afspraken kunnen maken die in de praktijk worden nageleefd. De psychiater moet de huisarts bij terugverwijzing van stabiele patiënten informeren over het te verwachten beloop en het omgaan met de medicatie, met daarbij het signalerings- en crisisplan met een behandeladvies voor situaties waarin de patiënt niet stabiel is. De huisarts hoort expliciet, op grond van voldoende bekwaamheid, akkoord te gaan met de overname van een patiënt die gespecialiseerde ggz-medicatie gebruikt. Hij is dit niet verplicht. Alertheid belangrijk Ook voor huisartsen die zelf geen medicatie uit de gespecialiseerde ggz herhalen, is dit NHG-standpunt belangrijk. Alertheid bij eventuele complicaties is namelijk belangrijk. Tijdig overleg met de psychiater is dan raadzaam. Kernboodschappen
 De kernboodschappen uit het standpunt zijn: • De huisarts herhaalt geen gespecialiseerde ggz-medicatie voor patiënten met een chronische psychiatrische aandoening, tenzij hij zich daartoe voldoende bekwaam acht, een overdracht met (controle)instructie van de behandelend psychiater ontvangt en de mogelijkheid heeft om op korte termijn laagdrempelig te overleggen en terug te verwijzen. • De huisarts is niet verplicht om recepten vanuit de gespecialiseerde ggz te herhalen. • Huisartsen die recepten uit de gespecialiseerde ggz herhalen zijn verantwoordelijk voor de noodzakelijke controles en zijn verantwoordelijk voor de medicamenteuze behandeling. • Ook voor huisartsen die geen medicatie uit de gespecialiseerde ggz herhalen is alertheid op complicaties en zo nodig overleg met de psychiater raadzaam. Bron: NHG Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Heldere informatie over reuma-medicatie
jan30

Heldere informatie over reuma-medicatie

Onderzoek heeft aangetoond dat veel bijsluiters van geneesmiddelen niet altijd begrijpelijk zijn voor de patiënt. Terwijl het van belang is dat patiënten goed geïnformeerd zijn over de werking van de medicatie en wat het betekent voor hun dagelijks leven. Daarom bieden de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie (NVR) en het Reumafonds begrijpelijke medicatiefolders over zo’n 40 soorten reumamedicijnen.  Veel genoemde verbeterpunten zijn: korter, beter leesbaar en duidelijker vormgegeven. Deze wensen waren het uitgangspunt bij de ontwikkeling van de medicatiefolders voor mensen met reuma. Daarbij zijn ze zijn opgesteld vanuit het perspectief van de patiënt. Zo vormen ze een nuttige aanvulling op de bestaande bijsluiter. Patiëntenperspectief
 De medicatiefolders zijn speciaal geschreven voor geneesmiddelengebruik bij reuma. In begrijpelijk taal staat vermeld hoe het medicijn werkt, voor welke aandoeningen het kan worden gebruikt, welke bijwerkingen er zijn. Ook bevatten de folder praktische tips. Het geheel is overzichtelijk vormgegeven. De folders zijn online toegankelijk  via de website van het Reumafonds en vandaar te downloaden. Ervaringsdeskundige Yvonne Balvers juicht het initiatief van de NVR en het Reumafonds toe:  “Deze medicatiefolders vind ik een waardevolle aanvulling op de informatie die vanuit de apotheek wordt gegeven. Als je snapt hoe een medicijn inwerkt op je lichaam met reuma, ben je geneigd om je medicatie trouwer te gebruiken. Dat zal de werking van je medicatie zeker bevorderen zodat je bijvoorbeeld reumaontstekingen en beschadigingen beter kunt bestrijden.” Vragen over medicijn?
 De NVR en het Reumafonds zijn van mening dat deze medicatiefolders bijdragen aan begrijpelijke informatievoorziening. Daardoor dragen ze tevens bij aan beter medicijngebruik, is de overtuiging. Want als mensen met reuma goed zijn geïnformeerd over de werking van de medicijnen die zij gebruiken, zijn ze zich ook meer bewust van het belang van de medicatie en van therapietrouw. Onder redactie van: Gerda van Beek...

Lees Verder
Verbod op gunstbetoon in medische hulpmiddelensector
jan27

Verbod op gunstbetoon in medische hulpmiddelensector

In de medische hulpmiddelensector zijn vanaf 1 januari 2018 de nieuwe regels over gunstbetoon van kracht. Het doel van de wet is om ongewenste beïnvloeding te voorkomen. De keuze voor een specifiek hulpmiddel moet altijd zijn gebaseerd op behoefte van de patiënt. Het persoonlijk profijt van de zorgprofessional mag nooit het uitgangspunt zijn. “Gunstbetoon” gaat om het aanbieden van geld, diensten of goederen met het kennelijke doel de verkoop van een medisch hulpmiddel te bevorderen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het geven van cadeaus of het vergoeden van diners, (dienst)reizen en dergelijke. Gunstbetoon in de medische hulpmiddelensector is per 1 januari 2018 wettelijk verboden. Verbod en uitzonderingen
 De wet verbiedt het aanbieden van geld, geschenken of diensten door makers van medische hulpmiddelen aan hun afnemers. Dit verbod geldt zowel voor de verstrekker (fabrikanten / leveranciers) als voor de ontvanger (o.a. artsen, verpleegkundigen, zorgverzekeraars). Wat een verstrekker niet mag aanbieden of geven, mag een ontvanger dus ook niet vragen of aannemen. De wet bevat ook een paar uitzonderingen. Deze zijn echter gebonden aan strikte voorwaarden. Zo is bijvoorbeeld vergoeding van deelnamekosten voor congressen, productgerelateerde bijeenkomsten en nascholingen toegestaan. Maar dit moet beperkt blijven tot wat strikt noodzakelijk is om aan de bijeenkomst deel te nemen. Gedragscode Medische Hulpmiddelen 
 Overigens zijn veel van de regels niet nieuw. Het wettelijke verbod is een aanvulling op regels die in 2012 door veldpartijen zijn opgesteld en zijn opgenomen in de Gedragscode Medische Hulpmiddelen. Deze gedragscode geeft normen voor verantwoorde contacten tussen leveranciers van medische hulpmiddelen en zorgprofessionals. Ook de Geneesmiddelenwet kent sinds 2007 een verbod op gunstbetoon. Daar gaat het om financiële relaties van farmaceutische bedrijven met bijvoorbeeld zorgprofessionals en patiëntenorganisaties. Toezicht
 De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in oprichting houdt toezicht op naleving van het verbod op gunstbetoon. Iedereen die een overtreding van de regels rondom gunstbetoon vermoedt, kan dit bij de inspectie melden. Daarnaast doet de inspectie zelf onderzoek naar de naleving van de regels. Meer informatie
 Meer informatie over de nieuwe regels is te vinden op de  website van de inspectie. Bron: ministerie van VWS  ...

Lees Verder
Sint-janskruid: minder onschuldig dan het lijkt
jan26

Sint-janskruid: minder onschuldig dan het lijkt

Sint-janskruid kan de werking van geneesmiddelen beïnvloeden. Zo kan een chemokuur daardoor wel tot 40 procent minder werkzaam worden. Consumenten worden hier onvoldoende voor gewaarschuwd, zo heeft het tv-programma Radar aangetoond. Overigens was dit probleem al lang bekend. Sint-janskruid-preparaten zijn vrij verkrijgbaar bij de drogist. Het middel wordt verkocht als natuurlijk alternatief voor antidepressiva. Dat klinkt onschuldig, maar dat is het niet, zo blijkt uit de uitzending van Radar. Beinvloeding op geneesmiddelen al lang bekend 
 Naar aanleiding van de uitzending van Radar over sint-janskruid geeft NPN, de branchevereniging voor voedingssupplementen, in een reactie aan dat het inderdaad bekend is dat sint-janskruid de werking van geneesmiddelen kan beïnvloeden. Al in 2000 hebben vier brancheorganisaties, waaronder NPN en het ministerie van VWS, daarom vrijwillig besloten dat er waarschuwingsteksten op de verpakkingen met sint-janskruid-producten moesten komen. In 2017 is met VWS besproken om deze bindende afspraak in wetgeving vast te leggen. Minister Bruins vermeldt naar aanleiding van de uitzending dat hij een verbod op verkoop van St.-janskruidproducten via de drogist te ver vindt gaan. Wel wil hij inderdaad een waarschuwingstekst op alle producten met sint-janskruid verplicht stellen. Daarvoor het Warenwetbesluit kruidenpreparaten moeten worden aangepast. Hij hoopt dat dit voor het eind van dit jaar is gerealiseerd. Beter toezicht
 De NPN is blij met dat deze afspraak, zodat er beter op kan worden toegezien dat ook producten die bijvoorbeeld vanuit het buitenland in Nederland worden verkocht, die waarschuwing voeren. Consumenten worden op die manier via de verpakking van supplementen met sint-janskruid gewaarschuwd voor interacties met geneesmiddelen. Daarnaast worden ook gebruikers van geneesmiddelen via apotheek en bijsluiter gewaarschuwd voor interactie met sint-janskruid. ‘Maar ook voor andere levensmiddels, zoals grapefruit’, voegt de NPN hier direct aan toe. Suppletie bij geneesmiddelen
 Tevens geeft de NPN aan dat ze in 2017 een project met het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM) is gestart over suppletie bij geneesmiddelengebruik. Daarin denken onder andere apothekers en wetenschappers mee. Een onderdeel van het project is om interacties tussen geneesmiddelen en kruidensupplementen, waaronder sint-janskruid, actief onder de aandacht te brengen bij consumenten, huisartsen en apotheken.’ Bron: Radar en NPN Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Uitbreiding hielprikscreening complex proces
jan24

Uitbreiding hielprikscreening complex proces

De neonatale hielprikscreening zal worden uitgebreid met 12 aandoeningen. De uitbreiding gebeurt in fases in de periode 2018 – 2022. Voordat deze aandoeningen definitief kunnen worden toegevoegd aan de hielprik is er aanvullend onderzoek nodig. In april start het eerste onderzoek: de SONNET-studie. In de zogeheten SONNET-studie wordt onderzocht hoe SCID kan worden toegevoegd aan de hielprik. SCID staat voor Severe Combined Immunodeficiency. Dit is een ernstige, zeldzame immuundeficiëntie. In Nederland komt deze aandoening voor bij ongeveer 1 op de 40.000 pasgeborenen. Wanneer SCID vroegtijdig wordt ontdekt en behandeld, is er een grote kans op genezing. Behandeling bestaat uit stamceltransplantatie of enzymtherapie en/of gentherapie. Hielprik eerste week na geboorte Elk pasgeboren kind ondergaat in de eerste week na de geboorte de hielprik. Enkele druppels bloed uit de hiel van het kind worden onderzocht op een aantal zelfzame, ernstige aangeboren ziektes. Een snelle opsporing van deze ziektes kan schade aan de ontwikkeling van het kind voorkomen of beperken. De meeste ziektes zijn niet te genezen maar wel te behandelen, bijvoorbeeld met medicijnen of een dieet. Uitbreiding leidt tot gezondheidswinst
Uitbreiding van de hielprik levert gezondheidswinst op. Er worden bij meer kinderen ziektes opgespoord, die gericht kunnen worden behandeld. Sinds januari 2017 is de hielprikscreening al uitgebreid met twee ernstige, erfelijke bloedaandoeningen (alfa- en bètathalassemie). Gefaseerde aanpak
 Begin juli 2017 heeft het  RIVM  de minister van  VWS  geadviseerd over de wijze van uitbreiding van de de hielprikscreening. Het is een complex proces, onder meer vanwege het grote aantal aandoeningen, de logistiek in de laboratoria, de beschikbaarheid van testmethodes, de aanvullende onderzoeken die nog moeten plaatsvinden, en de aansluiting op de zorg. Het betreft bovendien zeldzame aandoeningen die nog niet door veel landen zijn opgenomen in het screeningspakket. Hierdoor is ook op internationaal niveau slechts beperkte kennis beschikbaar. Na elk onderzoek is sprake van een go/no go-moment. Dan moet de minister besluiten of de aandoening de implementatiefase kan ingaan of dat eerst verder onderzoek nodig is. Bron: RIVM Onder redactie van: Gerda van Beek      ...

Lees Verder
Verlaging zoutconsumptie voorkomt veel nierschade
jan22

Verlaging zoutconsumptie voorkomt veel nierschade

Een verlaging van de zoutconsumptie tot 6 gram per dag kan naar schatting bijna 150.000 gevallen van chronische nierschade voorkomen over een periode van 10 jaar. Daarnaast voorkomt het bij 250 mensen nierfalen, waarbij dialyse of transplantatie nodig is. Dat blijkt uit recent wetenschappelijk onderzoek van het RIVM, uitgevoerd in opdracht van de Nierstichting. Nierschade ontstaat ongemerkt, maar de impact is zeer groot. Het vermindert de levensverwachting. Zo hebben mensen van 55 jaar met een matig verlaagde nierfunctie een verminderde levensverwachting van ongeveer 7 jaar. Voor mensen van 55 jaar met ernstig verlaagde nierfunctie is de levensverwachting zelfs met ruim 12 jaar verminderd. Daarbij is nierschade onomkeerbaar. Wanneer nieren voor minder dan 15 procent werken, is er sprake van nierfalen. Dan is dialyse nodig om in leven te blijven, tot eventueel een niertransplantatie mogelijk is. Kortom: het is van belang om nierschade te voorkomen. Dat kan door het zoutgebruik te verminderen. Grote impact
 Niet eerder is de impact van een lagere zoutinname op nierschade berekend, zo staat er in het persbericht van de Nierstichting. Te veel zout kan de nieren onherstelbaar beschadigen. RIVM heeft wetenschappelijk onderzoek gedaan op verzoek van de Nierstichting. Aan de hand van modellen hebben de onderzoekers berekend dat er gezondheidsvoordelen kunnen worden bereikt wanneer Nederlanders hun gemiddelde zoutconsumptie verlagen van 9 gram zout per dag, naar de aanbevolen maximale 6 gram zout per dag. Bijna 150.000 gevallen van nierschade kunnen over een periode van 10 jaar worden voorkomen worden en ook bijna 250 gevallen van nierfalen, waarbij dialyse of transplantatie nodig is. De ongezouten waarheid
 De Nierstichting is gestart met de campagne ‘De ongezouten waarheid’. Bijna iedereen krijgt teveel zout binnen, vaak ongemerkt want 80% zit verwerkt in alledaagse producten. Rookworst, mosterd, kant-en-klare pastasaus, enzovoort. ‘De ongezouten waarheid’ moet mensen bewust maken van de gevaren van zout, inzicht geven in hun eigen zoutinname en ondersteuning bieden bij het verminderen van de zoutinname. Bron: Nierstichting Onder redactie van: Gerda van Beek      ...

Lees Verder
RIVM: off-labeltoepassingen kunnen beter
jan22

RIVM: off-labeltoepassingen kunnen beter

De kennis over  off-labeltoepassingen moet toegankelijker zijn voor artsen en apothekers. Deze kennis is nu versnipperd en niet altijd volledig beschikbaar. Om kennis te vergroten is het ook van belang beter bij te houden wat de werking en eventuele bijwerkingen van  off-labelgebruik zijn. Dit concludeert het RIVM in haar rapport naar off-labelgebruik: ‘off-labelgebruik van geneesmiddelen. Verkenning van de complexiteit en problematiek.’
Zo moeten voorschrijvers hun patiënt toestemming vragen voor het off-label geneesmiddel, hen daarover informeren en wijzen op mogelijke risico’s. Hoewel dat een wettelijke verplichting is, gebeurt dat lang niet altijd. Soms zijn artsen zich zelfs niet bewust van het feit dat het een off-label verstrekking betreft. Verschil per ziektebeeld
 Off-labelgebruik komt bijvoorbeeld vaak voor bij aandoeningen bij kinderen of bij ernstige ziekten waarvoor nog geen goedgekeurde therapie bestaat. De mate waarin dit voorkomt verschilt per aandoening en geneesmiddelgroep, maar kan omvangrijk zijn. Van sommige antipsychotica wordt maar liefst tussen de 52 en 60%  off-label  gebruikt. Aanpassen bijsluiter
 Om off-labelgebruik van een medicijn  on-label  te maken, moet de geneesmiddelfabrikant het initiatief nemen om het bewijs voor de effectiviteit en veiligheid van het gebruik aan te leveren bij de overheid. Als een fabrikant dit niet doet, wordt het  off-labelgebruik niet genoemd in de bijsluiter. Dit kan uiteraard tot verwarring leiden bij de patiënt. Advies RIVM
 Het RIVM vindt onder meer dat het voor zorgverleners duidelijk moet zijn wanneer er sprake is van een off-labeltoepassing. Dat kan bijvoorbeeld door dit nadrukkelijk te vermelden in protocollen en standaarden, zoals al wordt gedaan in het Kinderformularium en diverse dermatologische en oncologische behandelrichtlijnen. Ook nascholingen en FTO-modules kunnen bijdragen aan bewustzijn en kennis. Verder zegt het RIVM dat de Patiëntenfederatie Nederland zou kunnen nagaan aan wat voor soort informatie patiënten behoefte hebben ten aanzien van off-label toepassingen. Op basis daarvan kan een algemene voorlichtingstekst worden opgesteld en breed beschikbaar gesteld. Verplicht overleg huisarts-apotheker 
 Recentelijk is het NHG-standpunt off-label voorschrijven herzien. Daarin staat onder meer dat bij offlabel-voorschriften die niet in NHG-Standaarden, NHG-Behandelrichtlijnen of NHG-Formularium staan, de huisarts wettelijk verplicht om te overleggen met de apotheker.  Ook benadrukt het NHG-standpunt het advies om de patiënt altijd uitleg te geven over het offlabel karakter als de indicatie niet in de bijsluitertekst staat. Bron: RIVM en NHG Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Samenwerking CBG en Hartstichting
jan17

Samenwerking CBG en Hartstichting

Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) en de Hartstichting gaan samenwerken. Gezamenlijke inzet kan de ontwikkeling van medicijnen bevorderen en ervoor zorgen dan nieuwe medicijnen sneller beschikbaar zijn voor de patiënt. Soms verlopen de vertaling en ontwikkeling van onderzoek naar medicijnen onnodig traag. Dit heeft te maken met onbekendheid met de regels voor vergunningverlening van medicijnen. Het CBG kan vanuit haar expertise reeds in een vroeg stadium de onderzoekers van de Hartstichting advies geven over optimale toepasbaarheid en haalbaarheid van het onderzoek. Nieuwe medicijnen worden vaak bedacht in academische centra of kleine farmaceutische bedrijven. Deze zijn niet altijd goed op de hoogte van de complexe regelgeving van de vergunningverlening van medicijnen. Met als gevolg dat geneesmiddelenonderzoek soms opnieuw moet worden uitgevoerd. Of de medicijnen komen zelfs helemaal niet beschikbaar. Samenwerking met het CBG kan dit voorkomen. Beste behandeling voor hart- en vaatpatiënten
 Floris Italianer, directeur van de Hartstichting: “De financiering van excellent wetenschappelijk onderzoek is een van onze belangrijkste activiteiten om hart- en vaatziekten eerder op te sporen en beter te behandelen. Het zo snel mogelijk vertalen van onderzoeksresultaten naar de kliniek of zorgpraktijk heeft onze aandacht: we willen dat hart- en vaatpatiënten de beste behandeling krijgen. Sinds 2016 werken onze onderzoekers daarom verplicht samen met een commissie van gebruikers. Deze adviseert hoe de uitkomsten zo snel mogelijk praktisch toepasbaar worden voor de patiënt. De samenwerking met het CBG is hierin een volgende stap. Met advies van het CBG kunnen onze onderzoekers hun onderzoek nog doelgerichter en efficiënter opzetten.” CBS biedt advies op maat
 Om vernieuwing en snelle toegang tot medicijnen te bevorderen, is het CBG in 2015 gestart met een pilot met het geven van advies op maat. Dit betreft een laagdrempelige adviesvorm voor start-ups: kleine bedrijven en academische groepen die werken aan de ontwikkeling van medicijnen. 
Het CBG biedt tevens advies bij innovatieve geneesmiddelontwikkeling, markttoelating van geneesmiddelen die off-label worden gebruikt en registratie van een nieuwe toepassing van een bestaand geneesmiddel (Drug Rediscovery). Over het algemeen heeft het advies primair betrekking op de vroege fase van ontwikkeling (farmaceutische of preklinische aspecten, fase I klinisch onderzoek). Het CBG biedt daarbij ook de mogelijkheid van een ketenbreed advies met Zorginstituut Nederland en/of de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO). Daardoor krijgen partijen de mogelijkheid om aan tafel te zitten met alle bij geneesmiddelenontwikkeling betrokken overheidspartners. Bron: CBG Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Pagina 1 van 212