PrEP: Door wie en hoe moet het  worden gebruikt?
feb20

PrEP: Door wie en hoe moet het worden gebruikt?

De Wereld Gezondheids Organisatie schat dat er wereldwijd ongeveer 37 miljoen mensen met een hiv-infectie zijn, waarvan het grootste deel (26 miljoen) in Afrika. In Europa schat men het aantal op 2,4 miljoen mensen. In Nederland registreert de Stichting HIV Monitoring (www.hiv-monitoring.nl) gegevens over personen met een hiv-infectie en hun behandeling en heel veel andere nuttige gegevens. In december 2016 waren in Nederland ruim 19.000 personen (onder wie ca. 200 kinderen jonger dan 18 jaar) met hiv in zorg bij een van de 26 aangewezen hiv-behandelcentra. Het aantal mensen dat in 2016 de diagnose hiv-infectie kreeg was naar schatting ongeveer 820. Het aantal nieuwe hiv-diagnoses in Nederland blijft in geringe mate dalen. De cijfers die onlangs zijn gepubliceerd laten zien dat vooral onder mannen die seks hebben met mannen (MSM) de diagnose steeds eerder wordt gesteld. In 2016 begon het merendeel van de mensen met hiv binnen enkele weken tot maanden na het stellen van de hiv-diagnose met behandeling. Prof. Peter Reiss, directeur van Stichting HIV Monitoring: “De doorzettende trend waarbij we minder nieuwe hiv-diagnoses zien, de diagnoses bovendien eerder worden gesteld en er sneller met behandeling wordt gestart, is bemoedigend. Er is echter geen ruimte voor zelfgenoegzaamheid, gezien het nog steeds onacceptabel hoge aantal mensen dat pas met een reeds verzwakt immuunsysteem in zorg komt. Er zijn aanvullende inspanningen nodig, goed afgestemd op de behoeftes van iedere groep, om het testen op hiv en het eerder vinden en behandelen van hiv ook te kunnen verbeteren. Samen met andere gerichte vormen van preventie, waaronder het hiv-preventiemiddel PrEP, is dit de enige manier om het aantal nieuwe hiv-infecties verder terug te dringen.” Leefstijl PrEP staat voor ‘Pre-Exposure Prophylaxis’ en is een manier om hiv-negatieve mensen met een leefstijl die de kans op het oplopen van een hiv-infectie in belangrijke mate vergroot, in staat te stellen zich aanvullend tegen hiv te beschermen. Het is van belang dat gebruik van PrEP geen vrijkaart is om ‘maar je gang te gaan’; het dient altijd in combinatie met andere bestaande preventieve maatregelen te worden toegepast, zoals voorlichting en adviezen betreffende: * kans op hiv en soa bij (anale) seks * condoomgebruik * risico’s van druggebruik tijdens seks, en * 
 


de noodzaak om zich frequent te laten testen op soa en op hiv. Vergoeding Tot midden 2017 was PrEP – dat bestaat uit oraal gebruik van de combinatie van de HIV-nucleoside-reverse-transcriptaseremmers tenofovirdisoproxil en emtricitabine – alleen mogelijk met het merkgeneesmiddel Truvada®, dat voor de indicatie pre-expositie profylaxe (ruim € 500 per 30 dagen) niet werd vergoed. De dossierbescherming van Truvada® is midden vorig jaar vervallen. Niet veel later bracht Sandoz een aanmerkelijk goedkopere (ca....

Lees Verder
Column: Fifty shades of grey
feb20

Column: Fifty shades of grey

“Executive seminar: waardevolle zorg voor de patiënt”, “Seminar: Anders… Vasthouden, Organiseren, Leidinggeven, Veranderen, Interveniëren”  “Materclass: eHealth: van digitale strategie naar executie” Zomaar wat voorbeelden van bijeenkomsten, seminars, masterclasses en nascholingen die in de mailbox van zorgprofessionals binnenkomen. Allemaal bedoelt om ons betere zorgverleners te maken en erop gericht de patiënt nog beter te kunnen begrijpen. Als we de tijd ervoor konden vrijmaken dan zouden we ons op ieder facet van ons mooie vakgebied kunnen bij- en nascholen. Ondertussen trainen en leren we en halen we onze registratiepunten zo goed en zo kwaad als het lukt. We worden wijzer en wijzer, gaan onze patiënten beter begrijpen en leveren betere zorg. Hopen we. Om het gehele zorgsysteem te verbeteren verblijven sommigen van ons uren in vergaderzalen en overlegruimtes waar zij het eens trachten te worden over noodzakelijke veranderingen, verbeterde samenwerking en hoe uitkomsten te optimaliseren. Grijze pakken, genderneutraal, wisselen de gang naar het koffieapparaat af met het vaststellen van agenda’s en het afvinken van actielijstjes. Maar terwijl we drukdoende zijn met leren en overleggen hoe de zorg zo te optimaliseren opdat de zorgvrager krijgt wat zij of hij verwacht en nodig heeft, vergeten we vaak echt stil te zijn en te luisteren naar haar of zijn individuele behoeftes. Indrukwekkend was het dan ook toen op 11 januari jl. , een zaal vol met zorgprofessionals, managers en bestuurders oorverdovend stil werd tijdens het optreden van Jaap Bressers. Een stilte die slechts doorbroken werd door gelach uit de zaal. Jaap Bressers, zoals hij zelf zegt, een ‘sit down comedian’, veegde uren aan seminars en overleggen van tafel door op indringende, maar zeker ook ludieke wijze zijn eigen verhaal te doen. Zíjn beleving van dat éne zo noodlottige ongeluk en hoe juist een klein gebaar van een zorgprofessional het verschil voor hem maakte. Hoe simpel kan een verandering soms tot stand komen, niet door rocket science, maar juist door een kleine, bijna instinctieve, menselijke handeling of reactie. Aandacht geven en echt luisteren naar wat de ander, de zorgvrager, van ons verwacht. Soms zelfs zonder woorden. We voelen, we weten allemaal dat het hier om draait in de zorg. Helaas vergeten we dit, terwijl we staande proberen te blijven onder de druk van alle overleggen, actielijsten en leermomenten, vaak te gemakkelijk. ‘Fifty shades of grey’, staat bij mij voor de grijze kleurstellingen van (mantel)pakken tijdens al die vergaderingen, symposia, seminars en masterclasses. Waarschijnlijk niet wat u dacht toen u de titel zag. Maar ik had wel uw aandacht. Maayke Fluitman is apotheker en eigenaar van care2create en de SelfCareFactorY.com. Haar focus ligt op het adviseren en ontwikkelen van diensten en producten op het gebied van...

Lees Verder
Drieluik POCT | Deel 1: De verschillende gezichten van  Point of Care Testing
feb19

Drieluik POCT | Deel 1: De verschillende gezichten van Point of Care Testing

Point of Care Testing (POCT) begint een steeds grotere plaats in te nemen in de gezondheidszorg. In ziekenhuizen worden testen aan het bed van de patiënt al vele jaren onder regie van de klinisch chemici uitgevoerd, maar ook huisartsen zien interessante mogelijkheden voor hun praktijk en ook apothekers roeren zich. FarmaMagazine staat daarom in drie opeenvolgende edities stil bij dit onderwerp. In dit eerste artikel ligt de focus op de vraag of iedereen die de term gebruikt het wel over hetzelfde heeft. Marc Elisen (klinisch chemicus, hoofd klinisch chemisch laboratorium MC Zuiderzee en Trombosedienst Flevoland) is ervan overtuigd dat dit niet het geval is. “POCT is helaas een containerbegrip geworden”, zegt hij. “Iedereen die de term gebruikt, heeft er zijn eigen beeld bij.” Naar zijn mening heeft dit te maken met het feit dat het om testen gaat die in het ziekenhuis, in de huisartspraktijk, in de apotheek of bij de patiënt thuis gebruikt worden. “Het is dus zaak dat discussie wordt gevoerd over die definitiebepaling”, zegt hij, “zeker nu de techniek zo snel voortschrijdt. In het verleden was de techniek nog niet zo ver gevorderd en waren de parameters die konden worden gemeten nog vrij eenvoudig. Maar die techniek heeft zich ontwikkeld en nu is er dus echt wel een verschil tussen de zelftest die de patiënt kan doen, de mogelijkheden voor POCT in het ziekenhuis, de huisartspraktijk en de apotheek en de metingen die in het laboratorium kunnen worden gedaan. In handen van een niet-deskundige moet een POCT of een zelftest een eenduidige conclusie geven. Interpretatie van een getal is dan lastig, zeker wanneer de klinische context ontbreekt. Een zwangerschapstest die een vrouw zelf kan uitvoeren is een goed voorbeeld van een eenvoudig uit te voeren en eenduidig te interpreteren test. De gevoeligheid en specificiteit van zo’n test moet zodanig zijn dat je zowel een zwangerschap kunt uitsluiten als aantonen, want voor beide vragen wordt de test aangeschaft. Dat stelt hoge eisen aan de technologie en daar voldoet het gros van andere zelftesten die te koop zijn niet aan.” Het ligt dus echt genuanceerd, vindt Elisen. En dit geldt bij glucosemeting net zo goed als bij die zwangerschapstest. “Bij glucosemeting wil de patiënt vooral continu op dezelfde manier meten: is de uitslag wat hoger of wat lager dan de vorige keer”, zegt hij. “Net als op een weegschaal staan dus, het absolute getal doet er wat minder toe. In de huisartspraktijk wel, want daar is het doel juist om een ziekte uit te sluiten of om te kunnen bepalen of de patiënt naar de medisch specialist moet worden verwezen.” “We denken al snel in 
termen van tests...

Lees Verder
Leefstijl als medicijn
feb16

Leefstijl als medicijn

Nederland telt miljoenen chronische patiënten waaronder één miljoen type 2 diabeten. Volgens onderzoeker Ben van Ommen kan een groot deel van deze patiënten binnenkort stoppen met medicatie om toch te genezen. Huisartsen en apothekers zijn daarbij cruciaal. Ben van Ommen is van huis uit bioloog. Hij bestudeert als hoofdonderzoeker Leefstijl als Medicijn bij onderzoeksinstituut TNO in Zeist al jaren de mechanismen van stofwisselingsziekten. Uit onderzoek blijkt dat diabetesmuizen niet met pillen, maar wel met voeding te genezen zijn. En toen T2D-patiënten een leefstijlprogramma volgden zag Van Ommen een sterke afname van het medicijngebruik. Dat was een grote verrassing: type 2 diabetes, als prototype van leefstijl gerelateerde ziektes, is omkeerbaar en vaak te genezen. Van Ommen brengt in kaart welke aspecten van de fysiologie omkeerbaar zijn en welke niet. Een eind vorig jaar in de Lancet gepresenteerde studie toonde haarfijn aan dat type 2 diabetes in remissie kan gaan en dat er een lineair verband bestaat tussen afvallen en gezond verklaard worden. Type 2 diabetes is een biologisch omkeerbare ziekte. De vraag is natuurlijk hoe bereik je die omkering. Niet met geneesmiddelen, stelt Van Ommen. “Geneesmiddelen blokkeren receptoren en remmen processen af. Medicatie onderdrukt of maskeert slechts de ziekte maar zal nooit de oorzaak ervan aanpakken. Medicatie is dus niet de oplossing. Voedselverbindingen daarentegen optimaliseren processen daar ze deel uit maken van biochemische routes in het lichaam. Bovendien gaat voeding over optimale gezondheid in plaats van het voorkomen of genezen van ziekten.” Denk nu niet dat Ben van Ommen een verdwaasde foody is. Integendeel, wetenschappelijk onderzoek staat bij hem centraal. En voeding is slechts één aspect in het proces van ziekte naar gezondheid. Het gaat om het hebben en houden van een goede levensstijl. Dus naast goede voeding betekent dat meer bewegen, voldoende slaap en het voorkomen van stress. U gelooft niet in medicatie? “Bij 60 procent van alle ziektes spelen leefstijl en voeding een grote rol. Maar niet alle ziektes zijn ook meteen omkeerbaar. Micro-vasculaire schade is dat bijvoorbeeld niet. Een diabeet met micro-vasculaire schade heeft dan ook blijvend medicatie nodig. Naast een goede levensstijl blijft medicatie dus nodig. Maar er speelt nog iets anders. Onze maatschappij staat toe dat mensen een slecht leven hebben en ziek worden. De maatschappij is dan zo ingericht dat we proberen met medicatie het leven te rekken of de symptomen van de ziekte te onderdrukken. Dat moet en kan anders. We moeten veel meer aandacht besteden aan gezond worden door de oorzaak aan te pakken. Onze gezondheidszorg is echter ingericht om symptomen te bestrijden in plaats van de oorzaken echt aan te pakken. Ik gun de maatschappij dat we naast een systeem voor ziekenzorg...

Lees Verder
Ierland wil aansluiten bij BeNeLuxA
feb15

Ierland wil aansluiten bij BeNeLuxA

BeNeLuxA zal toch een kaar haar naam moeten wijzigen. Dit samenwerkingsverband van (inderdaad) Nederland, België, Luxemburg en Oostenrijk is opgericht voor een gezamenlijk aanpak rond geneesmiddelen op het gebied van geneesmiddelen. Door samenwerking kan er ook worden ingezet op sterke prijsonderhandelingen met farmaceutische bedrijven. Nu wil Ierland zich ook aansluiten bij BeNeLuxA. Simon Harris, de Ierse minister voor Volksgezondheid heeft dit bekend gemaakt. Zijn Nederlandse college, Bruno Bruins, vindt dat goed nieuws. “Met Ierland erbij vertegenwoordigen we straks ruim 40 miljoen burgers. Door onze krachten te bundelen staan we sterker tegenover de macht van de farmaceutische industrie en kunnen we ook op Europees niveau een duidelijkere stem laten horen. Zo zorgen we ervoor dat onze patiënten ook op lange termijn kunnen rekenen op toegang tot betaalbare, innovatieve geneesmiddelen.” Internationale samenwerking
 Door betere internationale samenwerking binnen BeNeLuxA moet de toegang tot dure geneesmiddelen voor de patiënt gewaarborgd blijven. De samenwerking betreft overigens niet alleen gezamenlijke prijsonderhandelingen. De landen onderzoeken ook gezamenlijk welke innovatieve – maar ook vaak ook zeer dure – geneesmiddelen er in de nabije toekomst aan komen, wisselen informatie uit over hun geneesmiddelenbeleid (zoals pakketadviezen) en beoordelen innovatieve zorgtechnologie. Ook meer transparantie over kosten en prijzen staat op de gezamenlijke agenda. Tevens bestaat de samenwerking uit het delen van data en beleid en gezamenlijk doelmatigheids- en evaluatieonderzoek (Health Technology Assessments). Door steeds meer op deze terreinen samen te werken, wordt het gemakkelijker gezamenlijk te onderhandelen met farmaceutische bedrijven over de prijzen van geneesmiddelen. Naamswijziging?
 Even terugkomend op een noodzakelijke naamswijziging: simpel IRL van Ireland toevoegen (dus BeNeLuxAIrl) is niet de oplossing, want, aldus minister Bruno Bruins: “Ik hoop van harte dat de komende jaren nog meer landen aan zullen sluiten en ik blijf me hiervoor inzetten.” Bron: Rijksoverheid Onder redactie van Gerda van Beek...

Lees Verder
Pilot in Rotterdam over uitwisseling medische gegevens
feb13

Pilot in Rotterdam over uitwisseling medische gegevens

VZVZ is een pilot gestart in Rotterdam. Doel van het programma is om moeilijk bereikbare doelgroepen te informeren over het belang van medische gegevensuitwisseling en hoe je dat moet regelen. Dit gebeurt door persoonlijke voorlichting. De pilot wordt uitgevoerd in samenwerking met de Stichting MeSam, een organisatie met veel ervaring op culturele verschillen in Rotterdam. Voor goede zorg is het belangrijk dat zorgverleners de medische gegevens van patiënten kunnen uitwisselen als dat nodig is voor de behandeling. Nog maar al te vaak weten burgers niet toestemming voor zo’n uitwisseling eenvoudig kan worden gegeven via de website  www.volgjezorg.nl. De Vereniging van Zorgaanbieders voor Zorgcommunicatie (VZVZ) heeft deze site ontwikkeld om iedereen in Nederland daarover te informeren. Campagne De VolgJeZorg-website staat centraal in de nieuwe voorlichtingscampagne van VZVZ. Deze vindt plaats in de eerste helft van dit jaar. Vooral in de grote steden is er vaak sprake van een kennisachterstand als gevolg van culturele verschillen of taal- en informatieachterstanden. Ook is men vaak wantrouwig ten opzichte zorgverleners of als het gaat om het uitwisselen van gegevens. In Rotterdam is  MeSam, expertisecentrum voor mens en samenleving al meer dan 35 jaar actief. Zij beschikken over grote kennis en ervaring op het gebied van diversiteit in de samenleving van Rotterdam. Daarom zijn zij een uiterst geschikte partner om het lastig bereikbare deel van de Rotterdamse bevolking te informeren. Uitbreiding Het project voorziet in enkele concrete acties. Vertrouwde personen binnen de doelgroepen geven voorlichting en brengen het gesprek op gang. De juiste informatie en de juiste personen brengen ‘Volg je zorg dicht’ bij de doelgroepen. Het project wordt in de zomer afgesloten met een evaluatie. De uitkomsten zijn voor VZVZ bepalend om deze aanpak verder uit te rollen in heel Rotterdam en andere grote steden van Nederland. Toestemming aan huisarts en/of apotheek 
 Op Volgjezorg kunnen mensen toestemming regelen voor het online uitwisselen van medische gegevens van de huisarts en/of apotheek. Alleen zorgverleners kunnen deze gegevens inzien. Daarbij is het op Volgjezorg ook mogelijk te volgen wat er met de eigen medische gegevens gebeurt: welke gegevens zijn er gedeeld, welke zorgverleners hebben deze ingezien en wanneer. Bron: VZVZ Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Vergoeding vervangende geneesmiddelen uit basisverzekering
feb12

Vergoeding vervangende geneesmiddelen uit basisverzekering

Over het algemeen is het met de beschikbaarheid van geneesmiddelen in Nederland redelijk goed gesteld. Maar niet altijd. Zoals de laatste jaren meerdere malen is voorgekomen, kan er een tekort aan een geneesmiddel ontstaan. In uitzonderlijke gevallen is daarbij ter vervanging een geneesmiddel nodig is dat niet in Nederland is geregistreerd. In die situatie moet het vervangende geneesmiddel ook kunnen worden vergoed kunnen de basisverzekering. De ministerraad heeft hier op voorstel van minister Bruins voor Medische Zorg mee ingestemd. Het aantal geneesmiddelentekorten is de afgelopen jaren toegenomen. Veruit de meeste tekorten zijn op te vangen met een ander geregistreerd geneesmiddel. In uitzonderlijke gevallen heeft een patiënt een geneesmiddel nodig dat niet in Nederland is geregistreerd. Die middelen worden nu echter niet vergoed uit de basisverzekering (tenzij ze zijn bedoeld voor zogeheten weesgeneesmiddelen, die bij minder dan 1 op de 150.000 inwoners voorkomen). Vergoeding uit basisverzekering Zorgverzekeraars vergoeden deze middelen veelal desondanks wel, maar dat is niet verplicht en gebeurt dus nu uit coulance. Als dit niet het geval is, worden de kosten gedragen door de apotheek of door de verzekerde. Minister Bruins vindt het wenselijk dat het vervangende geneesmiddel standaard wordt vergoed als onderdeel van het basispakket van de zorgverzekering. Dit is de manier om de toegankelijkheid van zorg voor de patiënt te waarborgen. De vergoeding van het vervangende geneesmiddel is tijdelijk. Deze stopt op het moment dat het geneesmiddeltekort voorbij is. Bron: Rijksoverheid Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Discussie over verkoop Diclofenac en Naproxen bij Albert Heijn
feb12

Discussie over verkoop Diclofenac en Naproxen bij Albert Heijn

Mag Albert Heijn mag Diclofenac en Naproxen verkopen? Nee, zegt het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM), want UAD-geneesmiddelen horen niet thuis in de schappen van een supermarkt. Ja, zegt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), want Albert Heijn voldoet aan de wettelijke eisen. Middelen als Diclofenac en Naproxen kunnen bij onjuist of onverantwoord gebruik zware bijwerkingen hebben, zoals maagbloedingen. Per jaar sterven 540 mensen door het gebruik van deze middelen, blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Twente. Om die reden zouden deze pillen alleen bij de drogist en de apotheek verkocht mogen worden waar persoonlijke voorlichting aan de klanten kan worden gegeven, stelt het IVM. 
Het instituut is een petitie  gestart om Albert Heijn op te roepen het verkoop van deze risicovolle middelen te staken. Het vraagt artsen, apothekers, andere zorgprofessionals én patiënten om de petitie te tekenen. Beroep op politiek Het IVM doet ook een appèl op de politiek: Als de geneesmiddelen zonder actief toezicht verkrijgbaar blijven bij Albert Heijn moet de regelgeving worden aangepast, zodat dit soort risicovolle praktijken niet meer kunnen plaatsvinden, aldus het Instituut. Toezicht en voorlichting noodzakelijk Het Centraal Bureau Drogisterijbedrijven (CBD) geeft eveneens aan dat de consument vaak risico’s van zelfzorggeneesmiddelen onderschatten. Bij drogisten met het keurmerk Erkend Specialist in Zelfzorg zijn goed opgeleide en nageschoolde (assistent)drogisten aanwezig die de klant persoonlijk adviseren over het juist en veilig gebruik van de middelen. Ook is er actief toezicht zodat bijvoorbeeld de klant niet onopgemerkt veel verpakkingen van pijnstillers meeneemt. Het CBD vindt het belangrijk dat de Inspectie erop toeziet en handhaaft dat alle aanbieders van UAD-geneesmiddelen deze verantwoorde zorg leveren, ongeacht om welk soort winkel het gaat. Een scherm in het schap met UAD-geneesmiddelen staat niet gelijk aan persoonlijk advies, benadrukt het CBD. Reactie CBG Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen zegt in haar reactie dat Albert Heijn beschikt over gediplomeerde (assistent-)drogisten. Het CBG gaat er van uit dat de betrokken Albert Heijn winkels voldoen aan alle eisen die aan een UAD verkooppunt zijn gesteld. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd ziet toe op het naleven van deze vergunningsvoorwaarden. Reactie Albert Heijn
 Albert Heijn weerlegt de kritiek en vindt dat de klanten wel degelijk goed worden voorgelicht over deze middelen. ‘Albert Heijn heeft in 197 winkels in het schap met geneesmiddelen een tablet waarmee de klant meer informatie over de werking en het gebruik van geneesmiddelen kan vinden, of via een audio- of videoverbinding advies op maat van een gediplomeerd assistent drogist kan krijgen.’ Bronnen: EenVandaag, IVM, CBG, CBD Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Andere werkwijze leidt tot opvallende versnelling in genezing complexe wond
feb08

Andere werkwijze leidt tot opvallende versnelling in genezing complexe wond

Goede triage van wonden, monitoring van het verloop van de wond en het vergroten van kennis over wonden bij huisartsen en thuiszorgorganisaties versnelt het genezen van een complexe open beenwond (Ulcus Cruris) aanzienlijk. Vanaf het ontstaan van de wond tot aan genezing kan het proces door deze andere werkwijze met gemiddeld 20 weken (!) worden verkort, zo blijkt uit een pilot van CZ. Stepped care en wondregisseur
 Jaarlijks krijgen zo’n 400.000 mensen wondzorg in de thuissituatie, waarbij de wond slecht of zelfs niet geneest. CZ is in januari 2016 met een aantal thuiszorgorganisaties en andere zorgpartners gestart met een andere manier van wondzorg. Via een stepped care model worden mensen die met een complexe wond bij de huisarts of de thuiszorg komen, doorverwezen naar een wondregisseur: een HBO-verpleegkundige met specialisatie wondzorg/wondconsulent of een verpleegkundig specialist met specialisatie wondzorg. Deze regisseur is in dienst van de thuiszorgorganisatie of werkzaam in een expertisecentrum wondzorg. Op basis van zijn expertise bepaalt de wondregisseur met de huisarts (of een andere hoofdbehandelaar) het behandelplan voor de patiënt. Vergroten van wondkennis
 In de pilot was het vergroten van wondkennis een belangrijk onderdeel. Een groot aantal wijkverpleegkundigen is specialistisch opgeleid tot wondverpleegkundige/wondconsulent of bijgeschoold op het gebied van wondbehandeling. Ditzelfde is gebeurd voor de doorverwijzers, zoals huisartsen, en de verpleegkundigen en verzorgenden in de wijk die belast zijn met de dagelijkse verzorging van patiënten. Deze groep heeft een belangrijke signalerende functie. Snelle signalering van een complexe wond is net zo cruciaal als de goede verzorging. Er valt juist ook winst te behalen in de tijd tussen het ontstaan van de wond en het moment van adequate behandeling door de juiste deskundige op het juiste moment binnen de zorgketen. Registratie in woord en beeld
 Het door de wondregisseur uitgestippelde behandelplan voor een patiënt wordt bijgehouden in een zorgdossier. Dit kan in het eigen systeem of in de nieuw ontwikkelde wondmonitor: de WoundMonitor® Light. De vorderingen van het genezingsproces worden hierin vergeleken met bestaande protocollen en verwachtingen. Er is registratie mogelijk in woord en beeld (foto’s van de wond) zodat de wondregisseur digitaal kennis kan nemen van het herstel en indien nodig het behandelplan kan bijstellen of doorverwijzen naar een medisch specialist. Hoger kennisniveau
 De wondregisseurs hebben het kennisniveau in hun eigen organisatie en bij huisartsen verhoogd. Samen met huisartsen en specialisten worden er protocollen afgesproken, wordt het doorverwijzen afgebakend en het assortiment verbandmiddelen bepaald. Deze werkwijze leidt tot snellere genezing en een overall verbetering van de wondzorg door thuiszorgorganisaties. Snellere genezing en lagere kosten Naast een opvallende verbetering van het welzijn van patiënten (en hun mantelzorgers) met een complexe wond, heeft de snellere sluitingstijd ook tot gevolg...

Lees Verder
Oproep VGZ: stop met bloedverdunners na gebroken been of knie-kijkoperatie
feb07

Oproep VGZ: stop met bloedverdunners na gebroken been of knie-kijkoperatie

Onderzoekers van het LUMC hebben aangetoond dat bloedverdunners na een gebroken been of een kijkoperatie aan de knie geen zin heeft. De patiënten hebben met en zonder prikken evenveel kans op trombose. Maar in de helft van de gevallen worden bloedverdunners nog steeds voorgeschreven. VGZ wil met ziekenhuizen afspraken maken om hiermee te stoppen. Bijna 80.000 patiënten die jaarlijks hun been breken of een kijkoperatie aan hun knie krijgen, moeten wekenlang medicatie tegen trombose spuiten. Stop met die nare prikken, roept zorgverzekeraar VGZ op. Protocollen nog niet aangepast
 De onderzoeksresultaten zijn reeds een jaar oud. Desondanks worden de bloedverdunners in bijna de helft van de gevallen nog altijd voorgeschreven. Patiënten die hun onderbeen in het gips hebben spuiten gemiddeld nog vier tot zes weken de medicatie in hun buik of been, wat leidt tot blauwe plekken en soms tot een bloeding. Na een kijkoperatie moeten ze dit vaak een paar dagen tot een week volhouden. Door niet langer de spuiten voor te schrijven, levert dat een landelijke besparing op van ruim 2 miljoen. VGZ en het LUMC roepen op overal in het land te stoppen met de prikken, met als enige uitzondering bij patiënten die al eerder trombose hebben gehad. Zinloze pijnlijke behandeling
 Onderzoeker en hoogleraar klinische epidemiologie Suzanne Cannegieter van het LUMC pleit voor aanpassing van de ziekenhuisprotocollen. Zij deed onderzoek onder 3.000 patiënten. De helft kreeg bloedverdunners, de andere helft niet. In beide groepen bleef de kans op trombose even groot: bij de patiënten met een gipsbeen was het risico 1,5 procent hoger, na de kijkoperatie was dit 0,5 procent.  Cannegieter:  “De huidige behandeling is dus zinloos. Bovendien vinden veel patiënten de prikken pijnlijk of eng. Anderen kunnen het niet zelf, waardoor thuiszorg nodig is.”  Minister Bruins noemt dit onderzoek zelfs in zijn brief aan de Tweede Kamer over Goed Gebruik Geneesmiddelen als voorbeeld van goede patiëntenuitkomsten. Maar ja: dan moeten de uitkomsten wel worden doorgevoerd. Bron: AD en VWS Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Pagina 1 van 212