Medicinale cannabis niet in basisverzekering
feb28

Medicinale cannabis niet in basisverzekering

VWS heeft Zorginstituut Nederland gevraagd te toetsen of recente wetenschappelijke publicaties aanleiding geven tot een herbeoordeling van medicinale cannabis. Het Zorginstituut concludeert dat Voor de effectiviteit er nog steeds onvoldoende bewijs is. Medicinale cannabis komt dus niet in de basisverzekering. “Op basis van deze uitkomsten zie ik geen aanleiding om het pakketstandpunt te wijzigen”, schrijft minister Bruins aan de Tweede Kamer. Hij hecht wel belang aan kennis omtrent de effectiviteit van medicinale cannabis. Daarom is hij in overleg met het Bureau Medicinale Cannabis (BMC) over aanvullende wetenschappelijke studies. Door de gevoeligheid van het onderwerp is er weinig informatie beschikbaar. Echter: steeds meer landen halen het gebruik van cannabispreparaten uit de illegale sfeer. Prijsverlaging 
 Het BMC is als overheidsorganisatie verantwoordelijk voor de productie van medicinale cannabisproducten voor de Nederlandse markt. Onder voorwaarden kunnen andere landen een verzoek doen voor de levering van medicinale cannabis. De export van medicinale cannabis naar Duitsland is vorig jaar flink gestegen. Sinds maart mag daar via apotheken cannabis als medicijn worden verkocht. Duitsland heeft zelf nog geen kwekerij en koopt daarom drie jaar lang het Nederlandse product. Door de extra inkomsten uit de verkoop aan andere landen is de prijs van medicinale cannabis in ons land per 1 januari 2018 verlaagd van € 6,20 naar € 5,80 per gram. Aanvullend onderzoek 
 Minister Bruins onderzoekt welk aanvullend onderzoek nodig is om de wetenschappelijke onderbouwing ten aanzien van de werkzaamheid van medicinale cannabis te versterken. Hij vindt het belangrijk dat zowel de veiligheid als de effectiviteit van de door BMC op de markt gebrachte producten bewezen is. Op dit moment lopen er verschillende studies naar de werking en de veiligheid van medicinale cannabis bij verschillende patiëntgroepen. 1800 gebruikers
In Nederland zijn circa 1800 gebruikers van de medicinale cannabis, die op recept van een arts bij de apotheek te koop is. Er zijn aanwijzingen dat cannabis goed werkt tegen  spierkrampen en spiertrekkingen bij multiple sclerose, bij kanker en aids en bij chronische pijn. Bronnen: Rijksoverheid en Volkskrant Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Import Ascorbinezuur en Amoxicilline kan tijdelijk zonder vergunning
feb27

Import Ascorbinezuur en Amoxicilline kan tijdelijk zonder vergunning

Er bestaan momenteel tekorten van Ascorbinezuur en Amoxicilline. Daarom heeft de Inspectie besloten dat apothekers tijdelijk producten mogen afleveren uit andere EU-lidstaten zonder vooraf individuele toestemming te vragen bij de inspectie. Deze toestemming wordt gepubliceerd in de Staatscourant en is geldig tot 18 mei a.s. Ook hoeven apothekers voor deze middelen geen artsenverklaringen-administratie bij te houden. Het betreft alternatieve producten met dezelfde stof, sterkte en toedieningsvorm voor: * Ascorbinezuur CF 100 mg/ml, injectievloeistof * Amoxicilline, poeder voor oplossing voor injectie of infusie, in alle sterktes van Centrafarm en Aurobindo. Maatregel tot 18 mei a.s. Het betreft een tijdelijke maatregel van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Voor Ascorbinezuur loopt de toestemming tot 18 mei 2018, aangezien de verwachting is dat dit product dan weer voldoende voorradig is. Voor Amoxicilline loopt de toestemming vooralsnog tot 18 mei 2018; het is nog niet bekend wanneer dit product weer voldoende voorradig is. Wetswijziging
 In de Werkgroep Geneesmiddelentekorten, onder leiding van VWS, zijn twintig maatregelen afgekondigd om de impact voor geneesmiddelentekorten voor patiënten en zorgverleners te verminderen. De KNMP heeft gepleit voor vermindering van administratieve lasten bij geneesmiddelentekorten, zeker bij het importeren van geneesmiddelen. Met een  wetswijziging  is het sinds 1 januari 2018 voor IGJ mogelijk om, in geval van een geneesmiddelentekort, een generieke toestemming voor import af te geven. Deze toestemming wordt dan gepubliceerd in de Staatscourant. Voor de  Amoxicilline  en de  Ascorbinezuur  heeft dit nu voor de eerste keer plaatsgevonden met een publicatie op 23 februari jl. Bron: KNMP Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Aantal formulieren bijlage-2 geneesmiddelen geschrapt
feb26

Aantal formulieren bijlage-2 geneesmiddelen geschrapt

Zorgverzekeraars schrappen per 1 maart a.s. 17 formulieren voor de zogeheten bijlage-2-geneesmiddelen. Op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering staan de geneesmiddelen waar de minister vergoedingsvoorwaarden aan stelt. Deze verandering betekent een reductie van ruim 250.000 door de voorschrijver in te vullen formuleren. De apotheker hoeft deze dus ook niet te controleren. Zorgverzekeraars mogen alleen de kosten van deze geneesmiddelen vergoeden wanneer aan deze voorwaarden wordt voldaan. Zij gebruiken hiervoor formulieren, die de voorschrijvers moeten invullen en die de apotheek controleert en bewaart wanneer de patiënt het geneesmiddel komt ophalen. Administratieve last
 Tijdens de eerste ronde schrapsessies van ‘(Ont)regel de zorg’ in januari jl. werd duidelijk dat apothekers deze formulieren als een administratieve last ervaren. Niet verwonderlijk: van de huisartsen was dat overigens al langer bekend. Van de formulieren die overblijven, hoeven de meeste ook niet meer elk jaar te worden ingevuld. Pas na drie jaar moet de arts evalueren of er nog steeds wordt voldaan aan de vergoedingsvoorwaarden en dan moet hij opnieuw een formulier invullen. Gedurende die drie jaar volstaat alleen een recept van de specialist of huisarts. Reductie van 250.000 – 300.000 formulieren
 In de praktijk betekent de schrapactie een jaarlijkse reductie van minimaal 250.000 tot 300.000 door de voorschrijver in te vullen formulieren, die de apotheek ook niet meer hoeft te controleren. De schrapactie past in de ambitie van de zorgverzekeraars om zorgverleners te ontzorgen, zodat zij zoveel mogelijk tijd kunnen besteden aan het verlenen van goede zorg. Zie hier om welke formulier-nummers en en geneesmiddelen het gaat. Bron: Zorgverzekeraars Nederland Onder redactie van: Gerda van Beek...

Lees Verder
Kostenoverzichten op Farmacotherapeutisch Kompas
feb23

Kostenoverzichten op Farmacotherapeutisch Kompas

Overzichten van geneesmiddelkosten en geneesmiddelprijzen maken voortaan weer deel uit van het vernieuwde Farmacotherapeutisch Kompas (FK). Gebruikers van het FK kunnen dus prijzen vergelijken en dat is mogelijk van geneesmiddelen binnen een werkzame stof, een geneesmiddelgroep óf bij een gekozen indicatie. Tevens wordt de eventuele eigen bijdrage van een middel getoond. Zo kan de voorschrijver op een goede en correcte wijze eventuele vragen van patiënten beantwoorden. De kostenoverzichten in het FK zijn op veler verzoek (weer) opgenomen.
Ze zijn op te zoeken op de naam van het specialité, maar ook op naam van generieke producten. Een generiek geneesmiddel is therapeutische gelijkwaardig aan een origineel farmaceutisch product (specialité) waarvan het patent is verlopen. Voor het goed kunnen vergelijken van geneesmiddelen worden de prijzen uitgedrukt in vergelijkbare eenheden. Gemiddelde bedragen
 De bedragen in de kostenoverzichten zijn gemiddelden, inclusief 6% BTW en exclusief het aflevertarief van de apotheek. De gemiddelden zijn bepaald over geneesmiddelen met gelijke werkzame stof, productnaam, sterkte en toedieningsvorm. De kostengegevens worden maandelijks geactualiseerd. Deze gegevens zijn afkomstig van Z-Index: de intermediair die zorginformatie verzamelt, controleert, verrijkt, koppelt, beheert en verspreidt. Over het Farmacotherapeutisch Kompas
 Het FK biedt onafhankelijke informatie over geneesmiddelen en de behandeling van aandoeningen met geneesmiddelen (farmacotherapie). Het doel van het FK is (aspirant-)artsen en verpleegkundigen te ondersteunen bij gepast voorschrijven van geneesmiddelen. Dit houdt in dat geneesmiddelen waarvan de werking niet is aangetoond, niet moeten worden voorgeschreven, al zijn deze nog zo goedkoop. En dat dure geneesmiddelen waarvan de werking is aangetoond, moeten worden voorgeschreven als er geen ander middel beschikbaar is. Kostenoverzichten op de website Farmacotherapeutisch Kompas Bron: Farmacotherapeutisch Kompas Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
PrEP: Door wie en hoe moet het  worden gebruikt?
feb20

PrEP: Door wie en hoe moet het worden gebruikt?

De Wereld Gezondheids Organisatie schat dat er wereldwijd ongeveer 37 miljoen mensen met een hiv-infectie zijn, waarvan het grootste deel (26 miljoen) in Afrika. In Europa schat men het aantal op 2,4 miljoen mensen. In Nederland registreert de Stichting HIV Monitoring (www.hiv-monitoring.nl) gegevens over personen met een hiv-infectie en hun behandeling en heel veel andere nuttige gegevens. In december 2016 waren in Nederland ruim 19.000 personen (onder wie ca. 200 kinderen jonger dan 18 jaar) met hiv in zorg bij een van de 26 aangewezen hiv-behandelcentra. Het aantal mensen dat in 2016 de diagnose hiv-infectie kreeg was naar schatting ongeveer 820. Het aantal nieuwe hiv-diagnoses in Nederland blijft in geringe mate dalen. De cijfers die onlangs zijn gepubliceerd laten zien dat vooral onder mannen die seks hebben met mannen (MSM) de diagnose steeds eerder wordt gesteld. In 2016 begon het merendeel van de mensen met hiv binnen enkele weken tot maanden na het stellen van de hiv-diagnose met behandeling. Prof. Peter Reiss, directeur van Stichting HIV Monitoring: “De doorzettende trend waarbij we minder nieuwe hiv-diagnoses zien, de diagnoses bovendien eerder worden gesteld en er sneller met behandeling wordt gestart, is bemoedigend. Er is echter geen ruimte voor zelfgenoegzaamheid, gezien het nog steeds onacceptabel hoge aantal mensen dat pas met een reeds verzwakt immuunsysteem in zorg komt. Er zijn aanvullende inspanningen nodig, goed afgestemd op de behoeftes van iedere groep, om het testen op hiv en het eerder vinden en behandelen van hiv ook te kunnen verbeteren. Samen met andere gerichte vormen van preventie, waaronder het hiv-preventiemiddel PrEP, is dit de enige manier om het aantal nieuwe hiv-infecties verder terug te dringen.” Leefstijl PrEP staat voor ‘Pre-Exposure Prophylaxis’ en is een manier om hiv-negatieve mensen met een leefstijl die de kans op het oplopen van een hiv-infectie in belangrijke mate vergroot, in staat te stellen zich aanvullend tegen hiv te beschermen. Het is van belang dat gebruik van PrEP geen vrijkaart is om ‘maar je gang te gaan’; het dient altijd in combinatie met andere bestaande preventieve maatregelen te worden toegepast, zoals voorlichting en adviezen betreffende: * kans op hiv en soa bij (anale) seks * condoomgebruik * risico’s van druggebruik tijdens seks, en * 
 


de noodzaak om zich frequent te laten testen op soa en op hiv. Vergoeding Tot midden 2017 was PrEP – dat bestaat uit oraal gebruik van de combinatie van de HIV-nucleoside-reverse-transcriptaseremmers tenofovirdisoproxil en emtricitabine – alleen mogelijk met het merkgeneesmiddel Truvada®, dat voor de indicatie pre-expositie profylaxe (ruim € 500 per 30 dagen) niet werd vergoed. De dossierbescherming van Truvada® is midden vorig jaar vervallen. Niet veel later bracht Sandoz een aanmerkelijk goedkopere (ca....

Lees Verder
Column: Fifty shades of grey
feb20

Column: Fifty shades of grey

“Executive seminar: waardevolle zorg voor de patiënt”, “Seminar: Anders… Vasthouden, Organiseren, Leidinggeven, Veranderen, Interveniëren”  “Materclass: eHealth: van digitale strategie naar executie” Zomaar wat voorbeelden van bijeenkomsten, seminars, masterclasses en nascholingen die in de mailbox van zorgprofessionals binnenkomen. Allemaal bedoelt om ons betere zorgverleners te maken en erop gericht de patiënt nog beter te kunnen begrijpen. Als we de tijd ervoor konden vrijmaken dan zouden we ons op ieder facet van ons mooie vakgebied kunnen bij- en nascholen. Ondertussen trainen en leren we en halen we onze registratiepunten zo goed en zo kwaad als het lukt. We worden wijzer en wijzer, gaan onze patiënten beter begrijpen en leveren betere zorg. Hopen we. Om het gehele zorgsysteem te verbeteren verblijven sommigen van ons uren in vergaderzalen en overlegruimtes waar zij het eens trachten te worden over noodzakelijke veranderingen, verbeterde samenwerking en hoe uitkomsten te optimaliseren. Grijze pakken, genderneutraal, wisselen de gang naar het koffieapparaat af met het vaststellen van agenda’s en het afvinken van actielijstjes. Maar terwijl we drukdoende zijn met leren en overleggen hoe de zorg zo te optimaliseren opdat de zorgvrager krijgt wat zij of hij verwacht en nodig heeft, vergeten we vaak echt stil te zijn en te luisteren naar haar of zijn individuele behoeftes. Indrukwekkend was het dan ook toen op 11 januari jl. , een zaal vol met zorgprofessionals, managers en bestuurders oorverdovend stil werd tijdens het optreden van Jaap Bressers. Een stilte die slechts doorbroken werd door gelach uit de zaal. Jaap Bressers, zoals hij zelf zegt, een ‘sit down comedian’, veegde uren aan seminars en overleggen van tafel door op indringende, maar zeker ook ludieke wijze zijn eigen verhaal te doen. Zíjn beleving van dat éne zo noodlottige ongeluk en hoe juist een klein gebaar van een zorgprofessional het verschil voor hem maakte. Hoe simpel kan een verandering soms tot stand komen, niet door rocket science, maar juist door een kleine, bijna instinctieve, menselijke handeling of reactie. Aandacht geven en echt luisteren naar wat de ander, de zorgvrager, van ons verwacht. Soms zelfs zonder woorden. We voelen, we weten allemaal dat het hier om draait in de zorg. Helaas vergeten we dit, terwijl we staande proberen te blijven onder de druk van alle overleggen, actielijsten en leermomenten, vaak te gemakkelijk. ‘Fifty shades of grey’, staat bij mij voor de grijze kleurstellingen van (mantel)pakken tijdens al die vergaderingen, symposia, seminars en masterclasses. Waarschijnlijk niet wat u dacht toen u de titel zag. Maar ik had wel uw aandacht. Maayke Fluitman is apotheker en eigenaar van care2create en de SelfCareFactorY.com. Haar focus ligt op het adviseren en ontwikkelen van diensten en producten op het gebied van...

Lees Verder
Drieluik POCT | Deel 1: De verschillende gezichten van  Point of Care Testing
feb19

Drieluik POCT | Deel 1: De verschillende gezichten van Point of Care Testing

Point of Care Testing (POCT) begint een steeds grotere plaats in te nemen in de gezondheidszorg. In ziekenhuizen worden testen aan het bed van de patiënt al vele jaren onder regie van de klinisch chemici uitgevoerd, maar ook huisartsen zien interessante mogelijkheden voor hun praktijk en ook apothekers roeren zich. FarmaMagazine staat daarom in drie opeenvolgende edities stil bij dit onderwerp. In dit eerste artikel ligt de focus op de vraag of iedereen die de term gebruikt het wel over hetzelfde heeft. Marc Elisen (klinisch chemicus, hoofd klinisch chemisch laboratorium MC Zuiderzee en Trombosedienst Flevoland) is ervan overtuigd dat dit niet het geval is. “POCT is helaas een containerbegrip geworden”, zegt hij. “Iedereen die de term gebruikt, heeft er zijn eigen beeld bij.” Naar zijn mening heeft dit te maken met het feit dat het om testen gaat die in het ziekenhuis, in de huisartspraktijk, in de apotheek of bij de patiënt thuis gebruikt worden. “Het is dus zaak dat discussie wordt gevoerd over die definitiebepaling”, zegt hij, “zeker nu de techniek zo snel voortschrijdt. In het verleden was de techniek nog niet zo ver gevorderd en waren de parameters die konden worden gemeten nog vrij eenvoudig. Maar die techniek heeft zich ontwikkeld en nu is er dus echt wel een verschil tussen de zelftest die de patiënt kan doen, de mogelijkheden voor POCT in het ziekenhuis, de huisartspraktijk en de apotheek en de metingen die in het laboratorium kunnen worden gedaan. In handen van een niet-deskundige moet een POCT of een zelftest een eenduidige conclusie geven. Interpretatie van een getal is dan lastig, zeker wanneer de klinische context ontbreekt. Een zwangerschapstest die een vrouw zelf kan uitvoeren is een goed voorbeeld van een eenvoudig uit te voeren en eenduidig te interpreteren test. De gevoeligheid en specificiteit van zo’n test moet zodanig zijn dat je zowel een zwangerschap kunt uitsluiten als aantonen, want voor beide vragen wordt de test aangeschaft. Dat stelt hoge eisen aan de technologie en daar voldoet het gros van andere zelftesten die te koop zijn niet aan.” Het ligt dus echt genuanceerd, vindt Elisen. En dit geldt bij glucosemeting net zo goed als bij die zwangerschapstest. “Bij glucosemeting wil de patiënt vooral continu op dezelfde manier meten: is de uitslag wat hoger of wat lager dan de vorige keer”, zegt hij. “Net als op een weegschaal staan dus, het absolute getal doet er wat minder toe. In de huisartspraktijk wel, want daar is het doel juist om een ziekte uit te sluiten of om te kunnen bepalen of de patiënt naar de medisch specialist moet worden verwezen.” “We denken al snel in 
termen van tests...

Lees Verder
Leefstijl als medicijn
feb16

Leefstijl als medicijn

Nederland telt miljoenen chronische patiënten waaronder één miljoen type 2 diabeten. Volgens onderzoeker Ben van Ommen kan een groot deel van deze patiënten binnenkort stoppen met medicatie om toch te genezen. Huisartsen en apothekers zijn daarbij cruciaal. Ben van Ommen is van huis uit bioloog. Hij bestudeert als hoofdonderzoeker Leefstijl als Medicijn bij onderzoeksinstituut TNO in Zeist al jaren de mechanismen van stofwisselingsziekten. Uit onderzoek blijkt dat diabetesmuizen niet met pillen, maar wel met voeding te genezen zijn. En toen T2D-patiënten een leefstijlprogramma volgden zag Van Ommen een sterke afname van het medicijngebruik. Dat was een grote verrassing: type 2 diabetes, als prototype van leefstijl gerelateerde ziektes, is omkeerbaar en vaak te genezen. Van Ommen brengt in kaart welke aspecten van de fysiologie omkeerbaar zijn en welke niet. Een eind vorig jaar in de Lancet gepresenteerde studie toonde haarfijn aan dat type 2 diabetes in remissie kan gaan en dat er een lineair verband bestaat tussen afvallen en gezond verklaard worden. Type 2 diabetes is een biologisch omkeerbare ziekte. De vraag is natuurlijk hoe bereik je die omkering. Niet met geneesmiddelen, stelt Van Ommen. “Geneesmiddelen blokkeren receptoren en remmen processen af. Medicatie onderdrukt of maskeert slechts de ziekte maar zal nooit de oorzaak ervan aanpakken. Medicatie is dus niet de oplossing. Voedselverbindingen daarentegen optimaliseren processen daar ze deel uit maken van biochemische routes in het lichaam. Bovendien gaat voeding over optimale gezondheid in plaats van het voorkomen of genezen van ziekten.” Denk nu niet dat Ben van Ommen een verdwaasde foody is. Integendeel, wetenschappelijk onderzoek staat bij hem centraal. En voeding is slechts één aspect in het proces van ziekte naar gezondheid. Het gaat om het hebben en houden van een goede levensstijl. Dus naast goede voeding betekent dat meer bewegen, voldoende slaap en het voorkomen van stress. U gelooft niet in medicatie? “Bij 60 procent van alle ziektes spelen leefstijl en voeding een grote rol. Maar niet alle ziektes zijn ook meteen omkeerbaar. Micro-vasculaire schade is dat bijvoorbeeld niet. Een diabeet met micro-vasculaire schade heeft dan ook blijvend medicatie nodig. Naast een goede levensstijl blijft medicatie dus nodig. Maar er speelt nog iets anders. Onze maatschappij staat toe dat mensen een slecht leven hebben en ziek worden. De maatschappij is dan zo ingericht dat we proberen met medicatie het leven te rekken of de symptomen van de ziekte te onderdrukken. Dat moet en kan anders. We moeten veel meer aandacht besteden aan gezond worden door de oorzaak aan te pakken. Onze gezondheidszorg is echter ingericht om symptomen te bestrijden in plaats van de oorzaken echt aan te pakken. Ik gun de maatschappij dat we naast een systeem voor ziekenzorg...

Lees Verder
Ierland wil aansluiten bij BeNeLuxA
feb15

Ierland wil aansluiten bij BeNeLuxA

BeNeLuxA zal toch een kaar haar naam moeten wijzigen. Dit samenwerkingsverband van (inderdaad) Nederland, België, Luxemburg en Oostenrijk is opgericht voor een gezamenlijk aanpak rond geneesmiddelen op het gebied van geneesmiddelen. Door samenwerking kan er ook worden ingezet op sterke prijsonderhandelingen met farmaceutische bedrijven. Nu wil Ierland zich ook aansluiten bij BeNeLuxA. Simon Harris, de Ierse minister voor Volksgezondheid heeft dit bekend gemaakt. Zijn Nederlandse college, Bruno Bruins, vindt dat goed nieuws. “Met Ierland erbij vertegenwoordigen we straks ruim 40 miljoen burgers. Door onze krachten te bundelen staan we sterker tegenover de macht van de farmaceutische industrie en kunnen we ook op Europees niveau een duidelijkere stem laten horen. Zo zorgen we ervoor dat onze patiënten ook op lange termijn kunnen rekenen op toegang tot betaalbare, innovatieve geneesmiddelen.” Internationale samenwerking
 Door betere internationale samenwerking binnen BeNeLuxA moet de toegang tot dure geneesmiddelen voor de patiënt gewaarborgd blijven. De samenwerking betreft overigens niet alleen gezamenlijke prijsonderhandelingen. De landen onderzoeken ook gezamenlijk welke innovatieve – maar ook vaak ook zeer dure – geneesmiddelen er in de nabije toekomst aan komen, wisselen informatie uit over hun geneesmiddelenbeleid (zoals pakketadviezen) en beoordelen innovatieve zorgtechnologie. Ook meer transparantie over kosten en prijzen staat op de gezamenlijke agenda. Tevens bestaat de samenwerking uit het delen van data en beleid en gezamenlijk doelmatigheids- en evaluatieonderzoek (Health Technology Assessments). Door steeds meer op deze terreinen samen te werken, wordt het gemakkelijker gezamenlijk te onderhandelen met farmaceutische bedrijven over de prijzen van geneesmiddelen. Naamswijziging?
 Even terugkomend op een noodzakelijke naamswijziging: simpel IRL van Ireland toevoegen (dus BeNeLuxAIrl) is niet de oplossing, want, aldus minister Bruno Bruins: “Ik hoop van harte dat de komende jaren nog meer landen aan zullen sluiten en ik blijf me hiervoor inzetten.” Bron: Rijksoverheid Onder redactie van Gerda van Beek...

Lees Verder
Pilot in Rotterdam over uitwisseling medische gegevens
feb13

Pilot in Rotterdam over uitwisseling medische gegevens

VZVZ is een pilot gestart in Rotterdam. Doel van het programma is om moeilijk bereikbare doelgroepen te informeren over het belang van medische gegevensuitwisseling en hoe je dat moet regelen. Dit gebeurt door persoonlijke voorlichting. De pilot wordt uitgevoerd in samenwerking met de Stichting MeSam, een organisatie met veel ervaring op culturele verschillen in Rotterdam. Voor goede zorg is het belangrijk dat zorgverleners de medische gegevens van patiënten kunnen uitwisselen als dat nodig is voor de behandeling. Nog maar al te vaak weten burgers niet toestemming voor zo’n uitwisseling eenvoudig kan worden gegeven via de website  www.volgjezorg.nl. De Vereniging van Zorgaanbieders voor Zorgcommunicatie (VZVZ) heeft deze site ontwikkeld om iedereen in Nederland daarover te informeren. Campagne De VolgJeZorg-website staat centraal in de nieuwe voorlichtingscampagne van VZVZ. Deze vindt plaats in de eerste helft van dit jaar. Vooral in de grote steden is er vaak sprake van een kennisachterstand als gevolg van culturele verschillen of taal- en informatieachterstanden. Ook is men vaak wantrouwig ten opzichte zorgverleners of als het gaat om het uitwisselen van gegevens. In Rotterdam is  MeSam, expertisecentrum voor mens en samenleving al meer dan 35 jaar actief. Zij beschikken over grote kennis en ervaring op het gebied van diversiteit in de samenleving van Rotterdam. Daarom zijn zij een uiterst geschikte partner om het lastig bereikbare deel van de Rotterdamse bevolking te informeren. Uitbreiding Het project voorziet in enkele concrete acties. Vertrouwde personen binnen de doelgroepen geven voorlichting en brengen het gesprek op gang. De juiste informatie en de juiste personen brengen ‘Volg je zorg dicht’ bij de doelgroepen. Het project wordt in de zomer afgesloten met een evaluatie. De uitkomsten zijn voor VZVZ bepalend om deze aanpak verder uit te rollen in heel Rotterdam en andere grote steden van Nederland. Toestemming aan huisarts en/of apotheek 
 Op Volgjezorg kunnen mensen toestemming regelen voor het online uitwisselen van medische gegevens van de huisarts en/of apotheek. Alleen zorgverleners kunnen deze gegevens inzien. Daarbij is het op Volgjezorg ook mogelijk te volgen wat er met de eigen medische gegevens gebeurt: welke gegevens zijn er gedeeld, welke zorgverleners hebben deze ingezien en wanneer. Bron: VZVZ Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Pagina 1 van 212