Vergoeding vervangende geneesmiddelen uit basisverzekering
feb12

Vergoeding vervangende geneesmiddelen uit basisverzekering

Over het algemeen is het met de beschikbaarheid van geneesmiddelen in Nederland redelijk goed gesteld. Maar niet altijd. Zoals de laatste jaren meerdere malen is voorgekomen, kan er een tekort aan een geneesmiddel ontstaan. In uitzonderlijke gevallen is daarbij ter vervanging een geneesmiddel nodig is dat niet in Nederland is geregistreerd. In die situatie moet het vervangende geneesmiddel ook kunnen worden vergoed kunnen de basisverzekering. De ministerraad heeft hier op voorstel van minister Bruins voor Medische Zorg mee ingestemd. Het aantal geneesmiddelentekorten is de afgelopen jaren toegenomen. Veruit de meeste tekorten zijn op te vangen met een ander geregistreerd geneesmiddel. In uitzonderlijke gevallen heeft een patiënt een geneesmiddel nodig dat niet in Nederland is geregistreerd. Die middelen worden nu echter niet vergoed uit de basisverzekering (tenzij ze zijn bedoeld voor zogeheten weesgeneesmiddelen, die bij minder dan 1 op de 150.000 inwoners voorkomen). Vergoeding uit basisverzekering Zorgverzekeraars vergoeden deze middelen veelal desondanks wel, maar dat is niet verplicht en gebeurt dus nu uit coulance. Als dit niet het geval is, worden de kosten gedragen door de apotheek of door de verzekerde. Minister Bruins vindt het wenselijk dat het vervangende geneesmiddel standaard wordt vergoed als onderdeel van het basispakket van de zorgverzekering. Dit is de manier om de toegankelijkheid van zorg voor de patiënt te waarborgen. De vergoeding van het vervangende geneesmiddel is tijdelijk. Deze stopt op het moment dat het geneesmiddeltekort voorbij is. Bron: Rijksoverheid Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Discussie over verkoop Diclofenac en Naproxen bij Albert Heijn
feb12

Discussie over verkoop Diclofenac en Naproxen bij Albert Heijn

Mag Albert Heijn mag Diclofenac en Naproxen verkopen? Nee, zegt het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM), want UAD-geneesmiddelen horen niet thuis in de schappen van een supermarkt. Ja, zegt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), want Albert Heijn voldoet aan de wettelijke eisen. Middelen als Diclofenac en Naproxen kunnen bij onjuist of onverantwoord gebruik zware bijwerkingen hebben, zoals maagbloedingen. Per jaar sterven 540 mensen door het gebruik van deze middelen, blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Twente. Om die reden zouden deze pillen alleen bij de drogist en de apotheek verkocht mogen worden waar persoonlijke voorlichting aan de klanten kan worden gegeven, stelt het IVM. 
Het instituut is een petitie  gestart om Albert Heijn op te roepen het verkoop van deze risicovolle middelen te staken. Het vraagt artsen, apothekers, andere zorgprofessionals én patiënten om de petitie te tekenen. Beroep op politiek Het IVM doet ook een appèl op de politiek: Als de geneesmiddelen zonder actief toezicht verkrijgbaar blijven bij Albert Heijn moet de regelgeving worden aangepast, zodat dit soort risicovolle praktijken niet meer kunnen plaatsvinden, aldus het Instituut. Toezicht en voorlichting noodzakelijk Het Centraal Bureau Drogisterijbedrijven (CBD) geeft eveneens aan dat de consument vaak risico’s van zelfzorggeneesmiddelen onderschatten. Bij drogisten met het keurmerk Erkend Specialist in Zelfzorg zijn goed opgeleide en nageschoolde (assistent)drogisten aanwezig die de klant persoonlijk adviseren over het juist en veilig gebruik van de middelen. Ook is er actief toezicht zodat bijvoorbeeld de klant niet onopgemerkt veel verpakkingen van pijnstillers meeneemt. Het CBD vindt het belangrijk dat de Inspectie erop toeziet en handhaaft dat alle aanbieders van UAD-geneesmiddelen deze verantwoorde zorg leveren, ongeacht om welk soort winkel het gaat. Een scherm in het schap met UAD-geneesmiddelen staat niet gelijk aan persoonlijk advies, benadrukt het CBD. Reactie CBG Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen zegt in haar reactie dat Albert Heijn beschikt over gediplomeerde (assistent-)drogisten. Het CBG gaat er van uit dat de betrokken Albert Heijn winkels voldoen aan alle eisen die aan een UAD verkooppunt zijn gesteld. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd ziet toe op het naleven van deze vergunningsvoorwaarden. Reactie Albert Heijn
 Albert Heijn weerlegt de kritiek en vindt dat de klanten wel degelijk goed worden voorgelicht over deze middelen. ‘Albert Heijn heeft in 197 winkels in het schap met geneesmiddelen een tablet waarmee de klant meer informatie over de werking en het gebruik van geneesmiddelen kan vinden, of via een audio- of videoverbinding advies op maat van een gediplomeerd assistent drogist kan krijgen.’ Bronnen: EenVandaag, IVM, CBG, CBD Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Andere werkwijze leidt tot opvallende versnelling in genezing complexe wond
feb08

Andere werkwijze leidt tot opvallende versnelling in genezing complexe wond

Goede triage van wonden, monitoring van het verloop van de wond en het vergroten van kennis over wonden bij huisartsen en thuiszorgorganisaties versnelt het genezen van een complexe open beenwond (Ulcus Cruris) aanzienlijk. Vanaf het ontstaan van de wond tot aan genezing kan het proces door deze andere werkwijze met gemiddeld 20 weken (!) worden verkort, zo blijkt uit een pilot van CZ. Stepped care en wondregisseur
 Jaarlijks krijgen zo’n 400.000 mensen wondzorg in de thuissituatie, waarbij de wond slecht of zelfs niet geneest. CZ is in januari 2016 met een aantal thuiszorgorganisaties en andere zorgpartners gestart met een andere manier van wondzorg. Via een stepped care model worden mensen die met een complexe wond bij de huisarts of de thuiszorg komen, doorverwezen naar een wondregisseur: een HBO-verpleegkundige met specialisatie wondzorg/wondconsulent of een verpleegkundig specialist met specialisatie wondzorg. Deze regisseur is in dienst van de thuiszorgorganisatie of werkzaam in een expertisecentrum wondzorg. Op basis van zijn expertise bepaalt de wondregisseur met de huisarts (of een andere hoofdbehandelaar) het behandelplan voor de patiënt. Vergroten van wondkennis
 In de pilot was het vergroten van wondkennis een belangrijk onderdeel. Een groot aantal wijkverpleegkundigen is specialistisch opgeleid tot wondverpleegkundige/wondconsulent of bijgeschoold op het gebied van wondbehandeling. Ditzelfde is gebeurd voor de doorverwijzers, zoals huisartsen, en de verpleegkundigen en verzorgenden in de wijk die belast zijn met de dagelijkse verzorging van patiënten. Deze groep heeft een belangrijke signalerende functie. Snelle signalering van een complexe wond is net zo cruciaal als de goede verzorging. Er valt juist ook winst te behalen in de tijd tussen het ontstaan van de wond en het moment van adequate behandeling door de juiste deskundige op het juiste moment binnen de zorgketen. Registratie in woord en beeld
 Het door de wondregisseur uitgestippelde behandelplan voor een patiënt wordt bijgehouden in een zorgdossier. Dit kan in het eigen systeem of in de nieuw ontwikkelde wondmonitor: de WoundMonitor® Light. De vorderingen van het genezingsproces worden hierin vergeleken met bestaande protocollen en verwachtingen. Er is registratie mogelijk in woord en beeld (foto’s van de wond) zodat de wondregisseur digitaal kennis kan nemen van het herstel en indien nodig het behandelplan kan bijstellen of doorverwijzen naar een medisch specialist. Hoger kennisniveau
 De wondregisseurs hebben het kennisniveau in hun eigen organisatie en bij huisartsen verhoogd. Samen met huisartsen en specialisten worden er protocollen afgesproken, wordt het doorverwijzen afgebakend en het assortiment verbandmiddelen bepaald. Deze werkwijze leidt tot snellere genezing en een overall verbetering van de wondzorg door thuiszorgorganisaties. Snellere genezing en lagere kosten Naast een opvallende verbetering van het welzijn van patiënten (en hun mantelzorgers) met een complexe wond, heeft de snellere sluitingstijd ook tot gevolg...

Lees Verder
Oproep VGZ: stop met bloedverdunners na gebroken been of knie-kijkoperatie
feb07

Oproep VGZ: stop met bloedverdunners na gebroken been of knie-kijkoperatie

Onderzoekers van het LUMC hebben aangetoond dat bloedverdunners na een gebroken been of een kijkoperatie aan de knie geen zin heeft. De patiënten hebben met en zonder prikken evenveel kans op trombose. Maar in de helft van de gevallen worden bloedverdunners nog steeds voorgeschreven. VGZ wil met ziekenhuizen afspraken maken om hiermee te stoppen. Bijna 80.000 patiënten die jaarlijks hun been breken of een kijkoperatie aan hun knie krijgen, moeten wekenlang medicatie tegen trombose spuiten. Stop met die nare prikken, roept zorgverzekeraar VGZ op. Protocollen nog niet aangepast
 De onderzoeksresultaten zijn reeds een jaar oud. Desondanks worden de bloedverdunners in bijna de helft van de gevallen nog altijd voorgeschreven. Patiënten die hun onderbeen in het gips hebben spuiten gemiddeld nog vier tot zes weken de medicatie in hun buik of been, wat leidt tot blauwe plekken en soms tot een bloeding. Na een kijkoperatie moeten ze dit vaak een paar dagen tot een week volhouden. Door niet langer de spuiten voor te schrijven, levert dat een landelijke besparing op van ruim 2 miljoen. VGZ en het LUMC roepen op overal in het land te stoppen met de prikken, met als enige uitzondering bij patiënten die al eerder trombose hebben gehad. Zinloze pijnlijke behandeling
 Onderzoeker en hoogleraar klinische epidemiologie Suzanne Cannegieter van het LUMC pleit voor aanpassing van de ziekenhuisprotocollen. Zij deed onderzoek onder 3.000 patiënten. De helft kreeg bloedverdunners, de andere helft niet. In beide groepen bleef de kans op trombose even groot: bij de patiënten met een gipsbeen was het risico 1,5 procent hoger, na de kijkoperatie was dit 0,5 procent.  Cannegieter:  “De huidige behandeling is dus zinloos. Bovendien vinden veel patiënten de prikken pijnlijk of eng. Anderen kunnen het niet zelf, waardoor thuiszorg nodig is.”  Minister Bruins noemt dit onderzoek zelfs in zijn brief aan de Tweede Kamer over Goed Gebruik Geneesmiddelen als voorbeeld van goede patiëntenuitkomsten. Maar ja: dan moeten de uitkomsten wel worden doorgevoerd. Bron: AD en VWS Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Het Medicijnjournaal, februari 2018
feb06
Lees Verder
Strengere eisen zelfzorgmiddelen en medische hulpmiddelen per 2021
feb05

Strengere eisen zelfzorgmiddelen en medische hulpmiddelen per 2021

Medische hulpmiddelen, in-vitrodiagnostica en zelfzorgmiddelen moeten aan dezelfde eisen voor transparantie en traceerbaarheid gaan voldoen als geneesmiddelen. Dit heeft de Europese Unie vastgelegd in twee verordeningen. De nieuwe regels gaan vanaf 2021 in. Producten die onder deze regels gaan vallen, zijn bijvoorbeeld hulpmiddelen als pleisters en spiraaltjes; in-vitrodiagnostica zoals bloedglucosemeters; en zelfzorgmiddelen waaronder neusdruppels en keelsprays of huidcrèmes. Beperkte gevolgen voor apothekers
 Voor openbaar apothekers zullen de gevolgen beperkt zijn, omdat ze kunnen worden ingepast in het reguliere proces van voorraadbeheer en distributie in de apotheek, stelt de KNMP in haar berichtgeving. De G-Standaard ondersteunt het proces van aanschrijven, declareren en terhandstellen van medische hulpmiddelen en in-vitrodiagnostica. De zwaarste belasting wordt verwacht van het grote aantal producten dat op een andere manier moet worden geregistreerd. De KNMP bespreekt de mogelijke gevolgen van de verordeningen voor apotheekinformatiesystemen met de softwarehuizen. Gefaseerde invoering
 Uiteindelijk moeten de verordeningen EU 2017|745 en EU 2017|746 in 2021 (klasse III hulpmiddelen, actieve implantaten), in 2023 (klasse II, invasieve hulpmiddelen) en in 2025 (klasse I, niet invasieve hulpmiddelen) geïmplementeerd zijn in de Nederlandse wetgeving. Het ministerie van VWS werkt hierbij nauw samen met alle stakeholders, waaronder de KNMP. Bron KNMP Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Minister Bruins blijft investeren in Goed Gebruik Geneesmiddelen
feb02

Minister Bruins blijft investeren in Goed Gebruik Geneesmiddelen

Met het onderzoeksprogramma Goed Gebruik Geneesmiddelen heeft ZonMw een goede structuur neergezet voor geneesmiddelenonderzoek waar het op verder kan bouwen. Dat schrijft minister Bruins in zijn begeleidende brief aan de Tweede Kamer bij de evaluatie van het programma. Bruins vermeldt dat het programma laat zien dat de uitkomsten van het onderzoek belangrijk zijn voor de kwaliteit en goede inzet van geneesmiddelen in de praktijk. Voor nu en in de toekomst. Daarin wil hij blijven investeren. In zijn brief vermeldt Bruins dat hij met ZonMw gaat bespreken hoe in de volgende onderzoeksronde polyfarmacie en therapietrouw meer aandacht kunnen krijgen. Veel kennis opgedaan
 Het doel van het programma Goed Gebruik Geneesmiddelen (GGG) is dat door middel van onderzoek bestaande geneesmiddelen veiliger en doelmatiger kunnen worden ingezet. GGG richt zich op het verbeteren van geneesmiddelen in de dagelijkse zorg. Uit de evaluatie blijkt dat er in vijf jaar veel klinisch relevante kennis is opgedaan. Ook is de kennisinfrastructuur rondom geneesmiddelengebruik duidelijk verbeterd. Nog geen harde uitkomsten
 De evaluatiecommissie geeft aan dat een evaluatie vijf jaar na start van een programma te snel is om veranderingen en verbeteringen in harde uitkomstmaten te kwantificeren. Wel zijn er verschillende onderzoeksprojecten die, als de opgedane kennis in de praktijk wordt toegepast, mogelijke impact op kostenbesparing hebben. Voordelen voor de patiënt
 Bruins noemt in zijn brief drie voorbeelden ter illustratie wat onderzoek kan betekenen voor de patiënt. Zo wordt standaard antistollingsmiddelen gegeven bij een gebroken onderbeen of bij een kijkoperatie in de knie. Uit het onderzoek bleek dat dit niet altijd nodig is. Er is een model opgesteld en als artsen dit model met informatie van de patiënt invullen, rolt daar een risicoscore uit. Patiënten die geen risico lopen, hoeven geen pijnlijke injecties te ondergaan en ervaren geen bijwerkingen. Bovendien kan er zo miljoenen euro’s worden bespaard aan dure antistollingsmiddelen. Een ander onderzoek betrof goede start- en stopcriteria voor de inzet van het dure weesgeneesmiddel eculizumab. De studie liet zien dat het mogelijk is om eculizumab gerichter in te zetten. Het project is een voorbeeld van hoe zinvol het is om een behandeling te individualiseren. Dat is nuttig voor de patiënt. En zo’n aanpak kan de samenleving ook een kostenbesparing opleveren bij veel andere (dure) medicatie. Tot slot wijst Bruins op één van de onderzoeken naar geneesmiddelen bij vrouwen bij GGG. Veel zwangere patiënten gebruiken geneesmiddelen, maar de effecten en bijwerkingen zijn niet altijd duidelijk. Een structureel monitoringsysteem is noodzakelijk. Vanuit het programma GGG is daarvoor geld beschikbaar gesteld. De gegevens die de vrouwen aanleveren binnen dit systeem, leiden tot waardevolle kennis waarmee verloskundigen, gynaecologen en artsen beter advies aan de zwangere patiënt kunnen geven over medicijnen....

Lees Verder
Apothekers gezocht voor doseringsadviezen obesitas en bariatrische chirurgie
feb01

Apothekers gezocht voor doseringsadviezen obesitas en bariatrische chirurgie

De KNMP is op zoek naar apothekers die suggesties willen aandragen voor de ontwikkeling van doseringsadviezen omtrent morbide obesitas en bariatrische chirurgie. Ook wil de KNMP graag weten of apothekers tegen problemen aanlopen in de farmaceutische zorg van deze patiëntengroep of mogelijk specifieke behoeftes hebben rondom deze zorg. Tevens wordt er een apotheker gevraagd als lid van de multidisciplinaire werkgroep rond dit thema. De KNMP start binnenkort met de ontwikkeling van doseringsadviezen voor patiënten met morbide obesitas, die al dan niet bariatrische chirurgie hebben ondergaan. De verwachting is dat eind 2018 circa honderd geneesmiddelen een doseringsadvies zullen hebben voor de contra-indicatie morbide obesitas en de contra-indicatie gastric bypass. Deze adviezen worden uitgeleverd via de G-Standaard. Aansluiting op de praktijk
 Om de adviezen goed te laten aansluiten op de praktijk wil de KNMP in gesprek met apothekers. Ze is op zoek naar apothekers die praktische tips of suggesties hebben voor de doseringsadviezen. Maar de KNMP verneemt ook graag van apothekers die tegen problemen aanlopen bij de zorg rondom patiënten met obesitas, wat deze problemen zijn. En mogelijk leven er nog specifieke behoeftes bij apotheken in het kader van de farmaceutische zorg van patiënten met morbide obesitas die al of niet bariatrische chirurgie hebben ondergaan. Alle apothekers die zich met deze oproep aangesproken voelen, kunnen contact opnemen met Fong Sodihardjo-Yuen: 070 3737229 /  f.sodihardjo-yuen@knmp.nl of met Mariska van der Ham: 070 3737346 /  m.vanderham@knmp.nl. Lid voor multidisciplinaire werkgroep gezocht Om een stevig draagvlak te creëren voor de doseringsadviezen is het belangrijk dat voorschrijvers en apothekers zowel vanuit de eerste als vanuit de tweede lijn in de werkgroep zijn vertegenwoordigd. De KNMP zoekt daarom nog naar een openbaar apotheker voor deelname aan deze multidisciplinaire werkgroep. Geïnteresseerden kunnen contact opnemen met Marc de Leeuw (070 3737316 / m.de.leeuw@knmp.nl). Bron: KNMP Onder redactie van: Gerda van Beek...

Lees Verder
Pagina 2 van 212