Oproep 14 patiëntenorganisaties: niet wisselen van medicatie!
apr26

Oproep 14 patiëntenorganisaties: niet wisselen van medicatie!

Bijna een miljoen mensen met een chronische aandoening wordt jaarlijks zonder medische reden op een ander merk medicijn omgezet. Medicijnwisselingen zorgen voor onnodige gezondheidsklachten en onrust bij patiënten. Een derde van de gebruikers van geneesmiddelen voelt zich zieker of ongezonder na omzetting naar een ander merk. Dat blijkt uit  onderzoek  onder bijna 2.000 patiënten door 14 patiëntenorganisaties, waaronder het Reumafonds, Longfonds, Harteraad en SON. Deze organisaties doen een dringende oproep aan VWS, zorgverzekeraars en apothekers om een einde te maken aan medicijnwisselingen bij bepaalde medicijnen en patiëntengroepen. 
Bijna een miljoen mensen met een chronische aandoening wordt jaarlijks zonder medische reden op een ander merk medicijn omgezet. Het onderzoek wijst uit dat hiervan ongeveer 60% een of meer keer per jaar moet wisselen. Bij bijna 40% is dit 3 keer of vaker per jaar. Grote gevolgen Het wisselen van verschillende merken medicatie is het gevolg van het preferentie- en inkoopbeleid. Daardoor zijn de totale kosten aan medicijnen de afgelopen jaren sterk gedaald. De laatste jaren zijn bij veel medicijnen de prijsverschillen echter zo klein, dat de besparing minimaal is, aldus de patiëntenorganisaties. De gevolgen van deze medicatiewisselingen zijn voor patiënten echter groot. Zij hebben na wisselen meer last van bijwerkingen (40%). Bij bijna driekwart van de respondenten hadden deze bijwerkingen een negatieve invloed op hun emoties en bij 80% op lichamelijke activiteiten. Medische noodzaak Bij het preferentiebeleid is de enige mogelijkheid voor patiënten om toch het oorspronkelijk voorgeschreven merkmedicijn te behouden de vermelding van ‘medische noodzaak’ op het recept. Uit het onderzoek komt naar voren dat dit in de helft van de gevallen niet wordt gehonoreerd door de apotheek. Oproep 14 patiëntenorganisaties Naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek willen de 14 patiëntenorganisaties dat bij bepaalde medicijnen en patiëntengroepen niet mag worden gewisseld van medicatie, omdat het risico op schade aan de gezondheid te groot is. Bij alle andere medicijnen mag er slechts één keer onder strenge voorwaarden worden gewisseld. Daarnaast moeten apothekers en zorgverzekeraars de vermelding ‘medische noodzaak’ op een recept honoreren. De organisaties willen hierover met het ministerie van VWS en alle betrokken partijen bindende afspraken maken. Een arts kan, als hij wil dat alleen het voorgeschreven medicijn wordt geleverd, ‘medische noodzaak’ op het recept zetten; wisselen mag dan niet. Gebeurt dat toch, dan kunnen mensen daartegen bezwaar maken. Het Longfonds heeft hiervoor een  stappenplan  met een  voorbeeldbrief. Reactie ZN
 Zorgverzekeraars Nederland wijst in een reactie op deze brief op het feit dat er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan geneesmiddelenwisselingen. Ze pleit voor een aanpak van de echte oorzaken, waaronder het toenemende geneesmiddelentekort. Als voorbeeld noemt ZN het tekort aan een schildkliergeneesmiddel door productieproblemen bij de...

Lees Verder
Voorkoming en behandeling van obstipatie door gebruik van opioïden
apr20

Voorkoming en behandeling van obstipatie door gebruik van opioïden

Hoewel een goede behandeling van pijn zeker niet alleen uit toediening van pijnstillende middelen bestaat is de toepassing van deze middelen vaak wel een belangrijk onderdeel daarvan – vroeger of later. Idealiter begint een goede pijnbehandeling met voorlichting, het verstrekken van informatie en het maken van – altijd herroepbare – afspraken over wat wel en wat niet. Daarnaast is natuurlijk een goede op vertrouwen gegronde verstandhouding met de patiënt van het grootste belang. Bij de pijnbehandeling komt uiteindelijk vaak de toepassing van opioïden aan de orde. Het is belangrijk om de patiënt en zijn of haar naasten goed te informeren wat er van deze middelen kan worden verwacht. De verschillen tussen de beschikbare opioïden zijn niet groot en als voorbeeld voor deze hele groep gebruiken we hier morfine. Werkingen en bijwerkingen Morfine heeft een hele reeks werkingen en bijwerkingen. In het centrale zenuwstelsel ontstaan analgesie, stemmingsveranderingen, sedatie, depressie van de ademhaling, misselijkheid en braken, hypothermie, miosis en bij langdurig gebruik endocriene effecten als menstruatiestoornissen; tot de perifere werkingen behoren afname van de motiliteit van de darmen, verhoging van de tonus van de urinewegen, afname van de tonus van de sympathicus met bloeddrukdaling en mogelijk ook bronchoconstrictie. De bijwerkingen liggen vaak, maar niet altijd, in het verlengde van de werkingen. Zo kan vooral in het begin van de behandeling door vrijmaking van histamine pruritus optreden en tot slot is er natuurlijk de tolerantie en afhankelijkheid. Gelukkig vallen de bijwerkingen bij zorgvuldige en langzame verhoging van de dosering in het algemeen wel mee doordat voor de meeste ongewenste werkingen tolerantie ontstaat. Obstipatie Er ontstaat echter geen tolerantie voor een bijwerking die aanleiding kan zijn voor veel narigheid en ongemak bij de toepassing van morfine: de verhoogde tonus en verminderde motiliteit van het maagdarmkanaal met obstipatie als gevolg. Dit kan vooral bij patiënten met veel pijn die zich niet veel bewegen of bedlegerig zijn dan wel adjuvante middelen met anticholinerge bijwerkingen (zoals bijvoorbeeld amitriptyline) gebruiken het geval zijn. En zoals zo vaak geldt ook hier dat voorkomen veel beter is dan genezen. De oorzaak van de verhoogde gladdespiertonus en verminderde motiliteit is de aanwezigheid van opioïdreceptoren in de zenuwplexus van de darmwand. Bij stimulering van deze µ-receptoren treedt remming van de prikkelgeleiding op door hyperpolarisatie. Gedeeltelijk komt de remming van de motiliteit echter ook door een centrale werking tot stand. Symptomen en klachten Obstipatie door gebruik van opioïden kan een veelheid aan symptomen en klachten veroorzaken. Het is niet voldoende alleen de defecatiefrequentie daarbij in de gaten te houden. Er kan ook sprake zijn van pijn in de (onder)buik, verminderde eetlust, opgezette buik, misselijkheid, braken, flatulentie, vol gevoel, moeilijke/pijnlijke of incomplete defecatie,...

Lees Verder
Ideale patiëntenreis bij medicatiegebruik
apr19

Ideale patiëntenreis bij medicatiegebruik

Wat vinden patiënten belangrijk in de zorg en begeleiding van medicijngebruik? Patiëntenfederatie Nederland onderzocht dit. Het belangrijkste uitgangspunt  is een integraal zorgproces. De wensen en voorkeuren van de patiënt moeten centraal staan en de zorg bij medicijngebruik moet zijn aangepast op de persoonlijke situatie. De patiënt wil dat zorgverleners er rekening mee houden dat hij meerdere aandoeningen kan hebben en verschillende medicijnen gebruikt.  In het rapport Zorg bij medicijngebruik dichtbij mensen staan aanbevelingen hoe de zorg bij medicijngebruik persoonsgerichter kan worden georganiseerd. Het bevat een infographic met het basismodel en de te nemen stappen waaruit de ideale ‘patiëntenreis’, zo men dat noemt, moet bestaan. Op basis van die ideale patiëntreis komt de Patiëntenfederatie tot een aantal aanbevelingen ten aanzien van het persoonsgerichter organiseren van het zorgproces bij medicijngebruik. Deze zijn ondergebracht in zes aandachtspunten. 1. Samen beslissen 
 De patiënt moet betrokken worden bij de keuzes en afspraken in het zorgproces. 2. Persoonsgerichter gebruik van medicijnen organiseren 
 Organiseer het goede gesprek voordat een patiënt start met medicijnen. Neem de tijd voor het gesprek over diagnose, de keuzemomenten voor de behandeling en de uitleg over de behandeling. Neem hierin de wensen en behoeftes van de patiënt mee. 3. Ontwikkel keuzemogelijkheden voor de manier waarop patiënten de medicijnen ontvangen. 4. Ontwikkel keuze in de informatie en instructie over het gebruik van medicijnen 
 Zorg dat er verschillende momenten en manieren zijn, waarop patiënten informatie en instructie kunnen ontvangen over het juist gebruiken van hun medicijnen. 5. Evalueer het medicijngebruik na een afgesproken periode 
 Bespreek met de patiënt hoe hij het gebruik van de medicijnen heeft ervaren, de resultaten, ervaren bijwerkingen en mogelijke problemen. En maak afspraken over het stoppen met medicijnen, het afronden van de behandeling of over het vervolg van de behandeling. 6. Verbeter de samenwerking tussen de verschillende zorgverleners 
 Patiënten verwachten dat alle kennis, die nodig is wanneer zij medicijnen gebruiken, wordt ingezet. Dat vraagt van de betrokken zorgverleners dat zij samenwerken en afspraken maken over wanneer zij elkaars kennis benutten en inzetten. Bron: Patiëntenfederatie Nederland Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Nieuwe dure geneesmiddelen leiden tot hoge kosten
apr18

Nieuwe dure geneesmiddelen leiden tot hoge kosten

De uitgaven aan geneesmiddelen zullen in 2021 bij ongewijzigd beleid oplopen tot bijna € 5,1 miljard per jaar. Dit komt vooral door de instroom van nieuwe, dure geneesmiddelen in het basispakket en een toename daarvan in het ziekenhuis. Wat betreft de uitgaven van hulpmiddelen: deze zijn gestabiliseerd of zelfs gedaald. Dit staat in GIPeilingen; een uitgavenreeks van het Zorginstituut over de ontwikkelingen in het gebruik en de kosten van geneesmiddelen en hulpmiddelen in Nederland. Kosten per gebruiker gelijk gebleven
 De uitgaven voor geneesmiddelen in 2016 zijn gestegen met 2,7%. Het aantal gebruikers van geneesmiddelen is in 2016 ook gestegen, met 2,2% naar 11,5 miljoen gebruikers.  De totale kosten per gebruiker zijn daarom vrijwel gelijk gebleven. De dagelijkse dosis medicijnen die door een gemiddelde gebruiker in 2016 is gebruikt, is wel gestegen met 2,8% naar 784 DDD per gebruiker. Top tien stijgers
  In 2015 is de nieuwe generatie HVC-middelen in het basispakket. De behandeling voor hepatitis C patiënten is enorm verbeterd, de behandelcombinaties met “direct acting antivirals” (DAA) geven weinig bijwerkingen en 90% van de patiënten geneest binnen een aantal maanden. Het betreft dure middelen. In 2016 gebruikten ruim 6.000 patiënten deze middelen en de uitgaven stegen met 39% naar 139 miljoen euro. Daarnaast staan de antistollingsmiddelen rivaroxaban en apixaban ook in 2016 in de top 10 van grootste stijgers. Rivaroxaban en apixaban zijn directe trombineremmer en factor Xa-remmers en worden ook wel niet-vitamine K antagonist orale anticoagulantia (NOAC’s) genoemd. De uitgaven en het aantal gebruikers van deze NOAC’s zijn opnieuw verdubbeld. Deze NOAC’s zijn in 2009 en 2012 op de markt gekomen en blijven stijgen in prijs en volume. De uitgaven in 2016 voor rivaroxaban zijn 27 miljoen euro voor 57.000 gebruikers, de uitgaven voor apixaban zijn 17 miljoen euro voor 31.000 gebruikers. Het nieuwe geneesmiddel nintedanib uit 2015, staat dit jaar direct in de top 10. Nintedanib is een proteinekinaseremmers voor patiënten met kanker. In 2016 is voor 362 patiënten 5,5 miljoen euro uitgegeven. Inzicht per regio
 Nieuw op de GIPdatabank zijn de regionale kaarten per geneesmiddelgroep. Opvallend is dat het aantal gebruikers van ADHD-middelen in Noord-Holland, Zeeland, ZuidOost Brabant, Twente en Limburg ruim onder gemiddeld is. Terwijl de overige regio’s ruim boven gemiddeld scoren. Het aantal gebruikers van pijnstillers is in het zuiden van het land ruim boven gemiddeld is, in de rest van Nederland wordt juist onder gemiddeld gebruikt. Hulpmiddelen
 Ten opzichte van het voorgaande jaar stabiliseren of dalen de uitgaven voor de meeste hulpmiddelen. De daling wordt met name veroorzaakt door de auditieve hulpmiddelen, van € 203 miljoen in 2015 naar € 140 miljoen in 2016, en de verzorgingsmiddelen, van € 501 miljoen naar €452...

Lees Verder
Help uw patiënt te minderen met zout
apr17

Help uw patiënt te minderen met zout

Verlaging van de zoutconsumptie tot maximaal 6 gram per dag kan naar schatting in 10 jaar bijna 150.000 gevallen van nierschade voorkomen. Dat betekent veel gezondheidswinst en zorgverleners kunnen daarbij een rol spelen. De Nierstichting heeft voor zorgverleners een ‘Zoutpakket’ geïntroduceerd. Dit bestaat uit verschillende nieuwe en vernieuwde tools om patiënten te ondersteunen bij het minderen van hun zoutinname. De ongezouten waarheid is dat 85 procent van Nederland meer zout eet dan de aanbevolen maximum hoeveelheid van 6 gram per dag. Het is ook heel lastig om onder de norm te blijven, want 80 procent van het zout dat men eet, zit in gekochte voedingsmiddelen. Dat is extra vervelend omdat mensen met chronische  nierschade, hart- en vaatziekten en diabetes extra gevoelig zijn voor zout. Belang van goede hulp bij zoutreductie
 Zorgverleners spelen een belangrijke rol in de ondersteuning van hun patiënten om te minderen met zout. Met name voor risicogroepen en voor mensen met lagere gezondheidsvaardigheden is goede begeleiding essentieel. De Nierstichting biedt zorgverleners daarom een Zoutpakket aan. Dit bestaat uit verschillende nieuwe en vernieuwde tools en instrumenten om patiënten te ondersteunen. Inhoud Zoutpakket
 De inhoud van het Zoutpakket bestaat uit: Zoutboek (vernieuwd) Zoutfolder (vernieuwd) Zakkaartje Zoutmeter (nieuw) Zoutposter (nieuw) Kruidenwijzer Keuze met of zonder Zoutboek
 Diëtisten in de nefrologie en cardiologie hebben het Zoutpakket gratis toegestuurd gekregen. Andere zorgverleners (zoals overige diëtisten, huisartsen, praktijkondersteuners, praktijkverpleegkundigen, internisten, nefrologen, verpleegkundig specialisten en  nurse practitioners) kunnen het pakket bestellen. Het Zoutpakket kan met of zonder Zoutboek worden aangevraagd. Zonder Zoutboek is het Zoutpakket kosteloos. Met Zoutboek betaalt men de kostprijs van het Zoutboek (€ 40,- inclusief verzendkosten) en worden de overige materialen gratis meegestuurd. Wie van z’n nieren houdt, helpt zijn patiënten minderen met zout.  Vraag het Zoutpakket van de Nierstichting aan via de website van de Nierstichting  of bel 035 – 697 80 00. Bron: Nierstichting Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Column: Gevoelstemperatuur
apr16

Column: Gevoelstemperatuur

Half maart, Groningen en de gevoelstemperatuur is -10 graden Celsius. Het noorden was dit keer niet alleen ver en hoog, maar ook steen en steenkoud. Niet op de universiteit, maar in de lokalen van het plaatselijk Gymnasium oefenden studenten farmacie in workshops hun soft skills en deden zij kennis op over interne drijfveren en externe presentatie. Tijdens onze studie leren we voornamelijk theoretisch, we leren door het vergaren van nieuwe kennis en naarmate we vorderen in de opleiding leren we ook praktisch. We worden geacht onze kennis toe te passen, zodat de patiënt voordeel kan putten uit onze opgedane kennis. Theorie opgedaan uit lesboeken en college dictaten is toetsbaar en het behaalde tentamen cijfer maakt transparant hoe het met de technische, theoretische bagage van de aankomende zorgprofessional gesteld is. Na diplomering zijn we voldoende toegerust om de opgedane kennis in te zetten in het belang van de patiënt. We weten nu hoe we een correcte diagnose moeten stellen en de juiste medicamenteuze therapie moeten toepassen. Dit móet wel leiden tot optimale zorguitkomsten. Maar is al onze vergaarde kennis ook de kennis die de patiënt als waardevol ervaart? Therapietrouw is zelden tot nooit 100% verzekerd, gestelde diagnoses worden steeds vaker in twijfel getrokken en patiënten toetsen de kennis van de zorgprofessional en zoeken eigen antwoorden op het internet. Net zoals bij de temperatuur schijnt er verschil te zijn tussen de meetbare kennis van de zorgprofessional en de geaccepteerde overgedragen kennis. Zoals wind en luchtvochtigheid ons doen denken dat het buiten kouder is dan het feitelijk op de thermometer is, zo spelen ook meerdere bewuste en onbewuste factoren mee als onze patiënten onze kennis, al of niet met internet, wegen om er hun eigen kennis en handelen op af te stemmen. Terwijl de koude wind om het Gymnasium waait, werden de studenten geconfronteerd met de impact die hun denken en presentatie heeft op hun omgeving. En hoe niet bewuste oordelen de eigen keuzes sturen en daarmee een onvermoede impact hebben op de mensen in de omgeving. En dat, hoe je omgeving over je denkt, juist bepaalt wat men doet met de kennis die je met hen deelt. Kennis is niet alleen wát je overdraagt maar ook hòe de ander dit ervaart. En net als bij de temperatuur kan wat als een positieve waarde wordt gemeten door het vriespunt zakken en als een negatief worden ervaren. Bijna alles is te leren, zelfs deze complexe interactie tussen personen. En hoewel de impact groot is, is het nog steeds geen substantieel onderdeel van onze opleidingen. Een groep studenten is zich hiervan, sinds half maart, in ieder geval iets bewuster. Een eerste stap in de goede...

Lees Verder
Drieluik PoCT | Deel 3:  Het belang van samenwerking in de keten
apr16

Drieluik PoCT | Deel 3: Het belang van samenwerking in de keten

Point Of Care Testing (POCT) begint een steeds grotere plaats in te nemen in de gezondheidszorg. In ziekenhuizen worden testen aan het bed van de patiënt al vele jaren onder regie van de klinisch chemici uitgevoerd, maar ook huisartsen zien interessante mogelijkheden voor hun praktijk en ook apothekers roeren zich. FarmaMagazine staat daarom in drie opeenvolgende edities stil bij dit onderwerp. In dit laatste artikel gaat het om de verantwoordelijkheid die de huisartspraktijk of apotheek neemt voor de interpretatie van de resultaten van een POCT, en de vraag welke ketenafspraken belangrijk zijn om die verantwoordelijkheid correct op zich te kunnen nemen. Vraag een huisarts of hij voldoende ervaring heeft met POCT om hiervan gebruik te maken in zijn patiëntenzorg én om de uitkomst van een meting te analyseren, en de kans is groot dat hij die vraag met ‘Ja’ beantwoordt. “Dit horen we vaak van huisartsen als eerste reactie”, zegt Marc Elisen (klinisch chemicus, hoofd klinisch chemisch laboratorium MC Zuiderzee en Trombosedienst Flevoland). “Maar als we er dan op doorvragen, blijkt de werkelijkheid vaak genuanceerder dan dit antwoord doet vermoeden.” Robbert Slingerland (klinisch chemicus in Isala ziekenhuis Zwolle) erkent dit. “Ik denk dat huisartsen wel nadenken over wat ze moeten doen als ze de juiste waarde hebben bepaald”, zegt hij, “maar de cruciale vraag is of ze altijd zeker weten dat ze de juiste waarde hebben. POCT is niet zonder reden een aandachtsgebied binnen de klinische chemie. De eenvoud van het systeem is vaak misleidend, en suggereert dat de uitkomst ook recht toe-recht aan is. Was het maar zo.” Juist vanwege die onzekerheid raadt Elisen huisartsen aan om samen te werken met klinisch chemische laboratoria, die hierin deskundigheid en ervaring hebben. Niet alleen in de meettechniek maar ook in training en begeleiding zodat de meters goed gebruikt worden en de uitkomst van de meting bruikbaar is. Correcte uitvoering De eerste vraag die moet worden beantwoord is of de meting correct is uitgevoerd. “Dat is niet altijd het geval en daar kunnen wij dus bij helpen”, zegt Elisen. Een advies dat Slingerland graag ondersteunt. Hij zegt: “Bij Isala zijn we sterk geporteerd voor samenwerking. We faciliteren de toepassing van apparatuur in huisartspraktijken en we verzorgen trainingen voor het goede gebruik ervan. Dit doen we voor apotheken ook, maar daar bestaat vaker de behoefte om apparatuur zelf aan te schaffen. Dit heeft te maken met het verschil in vergoedingenstructuur tussen huisartsen en apothekers.” De interpretatie van de meetgegevens dient onder begeleiding van een laboratorium te geschieden, stelt Slingerland. “De manier van werken moet goed geborgd zijn”, zegt hij. “Dit vraagt om implementatie van een kwaliteitssysteem waarin alles wat wordt gedaan wordt...

Lees Verder
Tijdelijk tekort verwacht van Levothyroxinenatrium Teva
apr16

Tijdelijk tekort verwacht van Levothyroxinenatrium Teva

Vanaf 17 april 2018 wordt er een tijdelijk tekort verwacht van het schildkliermedicijn met levothyroxine (Levothyroxinenatrium Teva). Dit heeft het bedrijf via het Meldpunt geneesmiddelentekorten en -defecten laten weten. Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) adviseert apothekers om patiënten tijdelijk minder tabletten mee te geven dan gebruikelijk. Op deze manier kunnen de gevolgen voor patiënten zo veel mogelijk worden beperkt. Het tekort geldt zowel voor 25 microgram als voor 50 microgram. Het tekort van de sterkte 25 microgram speelt volgens het bedrijf vanaf 17 april tot begin mei 2018. Naar verwachting volgt snel daarop het tekort van de 50 microgram tabletten, namelijk vanaf eind april tot eind mei 2018. Voor de andere sterktes van Levothyroxinenatrium Teva is geen tekort gemeld. Het tekort wordt veroorzaakt doordat Teva de nieuwe partijen tabletten bij een kwaliteitscontrole heeft afgekeurd. Het tekort speelt overigens ook in alle andere Europese landen waar Levothyroxinenatrium Teva op de markt is. Advies aan apothekers
 Het CBG adviseert de apothekers om als volgt te handelen: * Beperk de uitgifte aan patiënten tot 1 of anderhalve maand in plaats van de gebruikelijke 3 maanden. * Als de gebruikelijke sterkte niet voorradig is, wijk dan uit naar een halve tablet van de dubbele sterkte. * Probeer substitutie met een ander middel met levothyroxine te voorkomen. Zoals gebruikelijk, overleg in voorkomende gevallen met de arts. Geïnformeerd
 Het CBG heeft de patiëntenorganisaties, de beroepsvereniging van endocrinologen en de apothekersorganisatie KNMP geïnformeerd. Patiënten met vragen wordt geadviseerd om contact op met de eigen arts of apotheker. Bron: CBG...

Lees Verder
Medicatiezorg is vaak solistische zorg
apr13

Medicatiezorg is vaak solistische zorg

Huisarts en apotheker zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor succesvolle medicatiezorg. Patiënten verwachten dat beide zorgverleners meer samenwerken en de patiënt betrekken bij het zorgproces. Volgens Jan Benedictus, programmamanager eerstelijnszorg van Patiëntenfederatie Nederland opereren huisarts en apotheker echter nog te solistisch. “Samenwerken begint ermee dat huisarts en apotheker elkaar kennen en het medicatiebeleid op elkaar afstemmen.” Patiëntenfederatie Nederland bestaat dit jaar precies 25 jaar en heeft in het jubileumjaar een kwalitatief onderzoek gehouden onder stakeholders en patiënten: Zorg bij medicijngebruik dichtbij mensen. Gesproken is met zorgverzekeraars, beroepsorganisaties van apothekers, onderzoekers en patiëntenorganisaties, en met zestien patiënten. En wat blijkt: zorgverleners moeten onderling de zorg beter afstemmen, het zorgproces laten aanhaken op de persoonlijke situatie en voorkeuren van de patiënt. En als naasten een belangrijke rol spelen bij de dagelijkse zorg voor de patiënt, is het belangrijk dat ook zij betrokken worden bij het zorgproces. Kortom, voorschrijven en afleveren van medicijnen moet een integraal zorgproces zijn waarbij het voor de patiënt duidelijk is wat hij of zij kan verwachten van dat proces én van de huisarts en apotheker. Onderdeel van dat integrale zorgproces is dat de patiënt samen met de zorgverleners kan beslissen over wat nu in zijn of haar geval goede en passende zorg bij medicijngebruik is. Wat vinden patiënten nu écht het belangrijkste? “De discussie tussen zorgverleners en stakeholders in de eerste lijn gaat vooral over de kleur van het pilletje, het wisselen van dat pilletje en de beschikbaarheid van het pilletje. Allemaal zaken die belangrijk zijn voor de continuïteit van zorg. Luisteren we echter goed naar wat patiënten nu écht belangrijk vinden als het gaat om medicatie, dan willen patiënten vooral de mogelijkheid hebben om te kunnen kiezen. Natuurlijk zijn er fases in het leven van patiënten waarin er voor de patiënt even niets te kiezen valt, zoals bij acute situaties waarbij snel een besluit genomen moet worden door de zorgverlener, maar in de kern willen patiënten meepraten en meebeslissen met de huisarts en de apotheker over waarom het belangrijk is om juist deze medicijnen te gebruiken, of de medicijnen wel veilig zijn, welke bijwerkingen te verwachten zijn, hoe lang zij de medicijnen moeten gebruiken, over te verwachten positieve en negatieve resultaten op korte en langere termijn, welke opties er zijn en of ik niet gewoon mijn leefstijl kan aanpassen en helemaal geen medicijnen nodig heb?” Therapietrouw De zorg in de eerste lijn betrekt de patiënt echter onvoldoende bij het zorgproces. “Te vaak starten zorgverleners op basis van een klacht of een uitslag van bijvoorbeeld labwaardes meteen met een behandeling met medicatie volgens de richtlijn. In de meeste gevallen is er genoeg tijd om te kijken wat echt passend...

Lees Verder
CZ: verklaring farmacie over omgang mens en mileu
apr12

CZ: verklaring farmacie over omgang mens en mileu

Zorgverzekeraar CZ wil dat bij het toelaten van medicijnen tot de Nederlandse markt ook wordt gekeken naar de invloed op mens en milieu. Dit naar aanleiding van het tv-programma Zembla over de misstanden bij het farmaceutisch bedrijf Aurobindo Pharma. CZ vergoedt voor haar verzekerden meerdere middelen van dit bedrijf. CZ heeft geen zicht op fabricage-omstandigheden van de medicijnen en moet afgaan op de toelatingscontroles van instanties op landelijk en Europees niveau. Zembla heeft CZ geïnformeerd over geconstateerde misstanden, zoals slechte werkomstandigheden en milieuvervuiling. Wederhoor gevraagd CZ heeft bij Aurobindo Pharma Nederland om wederhoor gevraagd en heeft na vele pogingen contact gekregen met de directie van Aurobindo Pharma Nederland. Die zegden een reactie toe, maar kwamen tot twee keer toe de door hen voorgestelde deadlines niet na. Na de opname van Zembla bij CZ is het bedrijf alsnog met een verklaring gekomen, die overigens voor CZ onvoldoende ingaat op de bevindingen van Zembla. Dilemma’s CZ heeft aan Zembla aangegeven de beelden en informatie die zij hebben getoond niet te kunnen negeren. Marie-José van Gardingen van CZ: ‘We krijgen buikpijn van de informatie en de beelden. We hebben er op vertrouwd dat instanties die zicht moeten houden op mens- en milieuomstandigheden hun werk doen. Echter, als afnemer van de middelen voor onze klant voelen wij ook een verantwoordelijkheid. Daarom moeten we kijken hoe we hiermee omgaan. We gaan hier nu sowieso met VWS verder over praten en voor onszelf hebben we een aantal vragen waarover we intern in gesprek zijn. Willen we nog producten van Aurobindo op een preferentielijst, zijn er goede alternatieven, speelt dit voor meer bedrijven en wat doen we dan? We hebben als zorgverzekeraar ook een zorgplicht, onze verzekerden willen de nodige medicatie en het moet ook nog betaalbaar blijven. Over dit soort dilemma’s buigen we ons nu.’ Verklaring Komende maand gaat CZ leveranciers van geneesmiddelen informeren dat ze vanaf 2019 een verklaring vragen dat ze netjes omgaan met mens en milieu. Gedragscodes en verklaringen zullen moreel onacceptabel gedrag niet kunnen voorkomen, maar kunnen in elk geval houvast bieden als bedrijven hun beloftes blijken te schenden. Bron: CZ Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Pagina 1 van 212