Nieuwe dure geneesmiddelen leiden tot hoge kosten
apr18

Nieuwe dure geneesmiddelen leiden tot hoge kosten

De uitgaven aan geneesmiddelen zullen in 2021 bij ongewijzigd beleid oplopen tot bijna € 5,1 miljard per jaar. Dit komt vooral door de instroom van nieuwe, dure geneesmiddelen in het basispakket en een toename daarvan in het ziekenhuis. Wat betreft de uitgaven van hulpmiddelen: deze zijn gestabiliseerd of zelfs gedaald. Dit staat in GIPeilingen; een uitgavenreeks van het Zorginstituut over de ontwikkelingen in het gebruik en de kosten van geneesmiddelen en hulpmiddelen in Nederland. Kosten per gebruiker gelijk gebleven
 De uitgaven voor geneesmiddelen in 2016 zijn gestegen met 2,7%. Het aantal gebruikers van geneesmiddelen is in 2016 ook gestegen, met 2,2% naar 11,5 miljoen gebruikers.  De totale kosten per gebruiker zijn daarom vrijwel gelijk gebleven. De dagelijkse dosis medicijnen die door een gemiddelde gebruiker in 2016 is gebruikt, is wel gestegen met 2,8% naar 784 DDD per gebruiker. Top tien stijgers
  In 2015 is de nieuwe generatie HVC-middelen in het basispakket. De behandeling voor hepatitis C patiënten is enorm verbeterd, de behandelcombinaties met “direct acting antivirals” (DAA) geven weinig bijwerkingen en 90% van de patiënten geneest binnen een aantal maanden. Het betreft dure middelen. In 2016 gebruikten ruim 6.000 patiënten deze middelen en de uitgaven stegen met 39% naar 139 miljoen euro. Daarnaast staan de antistollingsmiddelen rivaroxaban en apixaban ook in 2016 in de top 10 van grootste stijgers. Rivaroxaban en apixaban zijn directe trombineremmer en factor Xa-remmers en worden ook wel niet-vitamine K antagonist orale anticoagulantia (NOAC’s) genoemd. De uitgaven en het aantal gebruikers van deze NOAC’s zijn opnieuw verdubbeld. Deze NOAC’s zijn in 2009 en 2012 op de markt gekomen en blijven stijgen in prijs en volume. De uitgaven in 2016 voor rivaroxaban zijn 27 miljoen euro voor 57.000 gebruikers, de uitgaven voor apixaban zijn 17 miljoen euro voor 31.000 gebruikers. Het nieuwe geneesmiddel nintedanib uit 2015, staat dit jaar direct in de top 10. Nintedanib is een proteinekinaseremmers voor patiënten met kanker. In 2016 is voor 362 patiënten 5,5 miljoen euro uitgegeven. Inzicht per regio
 Nieuw op de GIPdatabank zijn de regionale kaarten per geneesmiddelgroep. Opvallend is dat het aantal gebruikers van ADHD-middelen in Noord-Holland, Zeeland, ZuidOost Brabant, Twente en Limburg ruim onder gemiddeld is. Terwijl de overige regio’s ruim boven gemiddeld scoren. Het aantal gebruikers van pijnstillers is in het zuiden van het land ruim boven gemiddeld is, in de rest van Nederland wordt juist onder gemiddeld gebruikt. Hulpmiddelen
 Ten opzichte van het voorgaande jaar stabiliseren of dalen de uitgaven voor de meeste hulpmiddelen. De daling wordt met name veroorzaakt door de auditieve hulpmiddelen, van € 203 miljoen in 2015 naar € 140 miljoen in 2016, en de verzorgingsmiddelen, van € 501 miljoen naar €452...

Lees Verder
Help uw patiënt te minderen met zout
apr17

Help uw patiënt te minderen met zout

Verlaging van de zoutconsumptie tot maximaal 6 gram per dag kan naar schatting in 10 jaar bijna 150.000 gevallen van nierschade voorkomen. Dat betekent veel gezondheidswinst en zorgverleners kunnen daarbij een rol spelen. De Nierstichting heeft voor zorgverleners een ‘Zoutpakket’ geïntroduceerd. Dit bestaat uit verschillende nieuwe en vernieuwde tools om patiënten te ondersteunen bij het minderen van hun zoutinname. De ongezouten waarheid is dat 85 procent van Nederland meer zout eet dan de aanbevolen maximum hoeveelheid van 6 gram per dag. Het is ook heel lastig om onder de norm te blijven, want 80 procent van het zout dat men eet, zit in gekochte voedingsmiddelen. Dat is extra vervelend omdat mensen met chronische  nierschade, hart- en vaatziekten en diabetes extra gevoelig zijn voor zout. Belang van goede hulp bij zoutreductie
 Zorgverleners spelen een belangrijke rol in de ondersteuning van hun patiënten om te minderen met zout. Met name voor risicogroepen en voor mensen met lagere gezondheidsvaardigheden is goede begeleiding essentieel. De Nierstichting biedt zorgverleners daarom een Zoutpakket aan. Dit bestaat uit verschillende nieuwe en vernieuwde tools en instrumenten om patiënten te ondersteunen. Inhoud Zoutpakket
 De inhoud van het Zoutpakket bestaat uit: Zoutboek (vernieuwd) Zoutfolder (vernieuwd) Zakkaartje Zoutmeter (nieuw) Zoutposter (nieuw) Kruidenwijzer Keuze met of zonder Zoutboek
 Diëtisten in de nefrologie en cardiologie hebben het Zoutpakket gratis toegestuurd gekregen. Andere zorgverleners (zoals overige diëtisten, huisartsen, praktijkondersteuners, praktijkverpleegkundigen, internisten, nefrologen, verpleegkundig specialisten en  nurse practitioners) kunnen het pakket bestellen. Het Zoutpakket kan met of zonder Zoutboek worden aangevraagd. Zonder Zoutboek is het Zoutpakket kosteloos. Met Zoutboek betaalt men de kostprijs van het Zoutboek (€ 40,- inclusief verzendkosten) en worden de overige materialen gratis meegestuurd. Wie van z’n nieren houdt, helpt zijn patiënten minderen met zout.  Vraag het Zoutpakket van de Nierstichting aan via de website van de Nierstichting  of bel 035 – 697 80 00. Bron: Nierstichting Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Column: Gevoelstemperatuur
apr16

Column: Gevoelstemperatuur

Half maart, Groningen en de gevoelstemperatuur is -10 graden Celsius. Het noorden was dit keer niet alleen ver en hoog, maar ook steen en steenkoud. Niet op de universiteit, maar in de lokalen van het plaatselijk Gymnasium oefenden studenten farmacie in workshops hun soft skills en deden zij kennis op over interne drijfveren en externe presentatie. Tijdens onze studie leren we voornamelijk theoretisch, we leren door het vergaren van nieuwe kennis en naarmate we vorderen in de opleiding leren we ook praktisch. We worden geacht onze kennis toe te passen, zodat de patiënt voordeel kan putten uit onze opgedane kennis. Theorie opgedaan uit lesboeken en college dictaten is toetsbaar en het behaalde tentamen cijfer maakt transparant hoe het met de technische, theoretische bagage van de aankomende zorgprofessional gesteld is. Na diplomering zijn we voldoende toegerust om de opgedane kennis in te zetten in het belang van de patiënt. We weten nu hoe we een correcte diagnose moeten stellen en de juiste medicamenteuze therapie moeten toepassen. Dit móet wel leiden tot optimale zorguitkomsten. Maar is al onze vergaarde kennis ook de kennis die de patiënt als waardevol ervaart? Therapietrouw is zelden tot nooit 100% verzekerd, gestelde diagnoses worden steeds vaker in twijfel getrokken en patiënten toetsen de kennis van de zorgprofessional en zoeken eigen antwoorden op het internet. Net zoals bij de temperatuur schijnt er verschil te zijn tussen de meetbare kennis van de zorgprofessional en de geaccepteerde overgedragen kennis. Zoals wind en luchtvochtigheid ons doen denken dat het buiten kouder is dan het feitelijk op de thermometer is, zo spelen ook meerdere bewuste en onbewuste factoren mee als onze patiënten onze kennis, al of niet met internet, wegen om er hun eigen kennis en handelen op af te stemmen. Terwijl de koude wind om het Gymnasium waait, werden de studenten geconfronteerd met de impact die hun denken en presentatie heeft op hun omgeving. En hoe niet bewuste oordelen de eigen keuzes sturen en daarmee een onvermoede impact hebben op de mensen in de omgeving. En dat, hoe je omgeving over je denkt, juist bepaalt wat men doet met de kennis die je met hen deelt. Kennis is niet alleen wát je overdraagt maar ook hòe de ander dit ervaart. En net als bij de temperatuur kan wat als een positieve waarde wordt gemeten door het vriespunt zakken en als een negatief worden ervaren. Bijna alles is te leren, zelfs deze complexe interactie tussen personen. En hoewel de impact groot is, is het nog steeds geen substantieel onderdeel van onze opleidingen. Een groep studenten is zich hiervan, sinds half maart, in ieder geval iets bewuster. Een eerste stap in de goede...

Lees Verder
Drieluik PoCT | Deel 3:  Het belang van samenwerking in de keten
apr16

Drieluik PoCT | Deel 3: Het belang van samenwerking in de keten

Point Of Care Testing (POCT) begint een steeds grotere plaats in te nemen in de gezondheidszorg. In ziekenhuizen worden testen aan het bed van de patiënt al vele jaren onder regie van de klinisch chemici uitgevoerd, maar ook huisartsen zien interessante mogelijkheden voor hun praktijk en ook apothekers roeren zich. FarmaMagazine staat daarom in drie opeenvolgende edities stil bij dit onderwerp. In dit laatste artikel gaat het om de verantwoordelijkheid die de huisartspraktijk of apotheek neemt voor de interpretatie van de resultaten van een POCT, en de vraag welke ketenafspraken belangrijk zijn om die verantwoordelijkheid correct op zich te kunnen nemen. Vraag een huisarts of hij voldoende ervaring heeft met POCT om hiervan gebruik te maken in zijn patiëntenzorg én om de uitkomst van een meting te analyseren, en de kans is groot dat hij die vraag met ‘Ja’ beantwoordt. “Dit horen we vaak van huisartsen als eerste reactie”, zegt Marc Elisen (klinisch chemicus, hoofd klinisch chemisch laboratorium MC Zuiderzee en Trombosedienst Flevoland). “Maar als we er dan op doorvragen, blijkt de werkelijkheid vaak genuanceerder dan dit antwoord doet vermoeden.” Robbert Slingerland (klinisch chemicus in Isala ziekenhuis Zwolle) erkent dit. “Ik denk dat huisartsen wel nadenken over wat ze moeten doen als ze de juiste waarde hebben bepaald”, zegt hij, “maar de cruciale vraag is of ze altijd zeker weten dat ze de juiste waarde hebben. POCT is niet zonder reden een aandachtsgebied binnen de klinische chemie. De eenvoud van het systeem is vaak misleidend, en suggereert dat de uitkomst ook recht toe-recht aan is. Was het maar zo.” Juist vanwege die onzekerheid raadt Elisen huisartsen aan om samen te werken met klinisch chemische laboratoria, die hierin deskundigheid en ervaring hebben. Niet alleen in de meettechniek maar ook in training en begeleiding zodat de meters goed gebruikt worden en de uitkomst van de meting bruikbaar is. Correcte uitvoering De eerste vraag die moet worden beantwoord is of de meting correct is uitgevoerd. “Dat is niet altijd het geval en daar kunnen wij dus bij helpen”, zegt Elisen. Een advies dat Slingerland graag ondersteunt. Hij zegt: “Bij Isala zijn we sterk geporteerd voor samenwerking. We faciliteren de toepassing van apparatuur in huisartspraktijken en we verzorgen trainingen voor het goede gebruik ervan. Dit doen we voor apotheken ook, maar daar bestaat vaker de behoefte om apparatuur zelf aan te schaffen. Dit heeft te maken met het verschil in vergoedingenstructuur tussen huisartsen en apothekers.” De interpretatie van de meetgegevens dient onder begeleiding van een laboratorium te geschieden, stelt Slingerland. “De manier van werken moet goed geborgd zijn”, zegt hij. “Dit vraagt om implementatie van een kwaliteitssysteem waarin alles wat wordt gedaan wordt...

Lees Verder
Tijdelijk tekort verwacht van Levothyroxinenatrium Teva
apr16

Tijdelijk tekort verwacht van Levothyroxinenatrium Teva

Vanaf 17 april 2018 wordt er een tijdelijk tekort verwacht van het schildkliermedicijn met levothyroxine (Levothyroxinenatrium Teva). Dit heeft het bedrijf via het Meldpunt geneesmiddelentekorten en -defecten laten weten. Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) adviseert apothekers om patiënten tijdelijk minder tabletten mee te geven dan gebruikelijk. Op deze manier kunnen de gevolgen voor patiënten zo veel mogelijk worden beperkt. Het tekort geldt zowel voor 25 microgram als voor 50 microgram. Het tekort van de sterkte 25 microgram speelt volgens het bedrijf vanaf 17 april tot begin mei 2018. Naar verwachting volgt snel daarop het tekort van de 50 microgram tabletten, namelijk vanaf eind april tot eind mei 2018. Voor de andere sterktes van Levothyroxinenatrium Teva is geen tekort gemeld. Het tekort wordt veroorzaakt doordat Teva de nieuwe partijen tabletten bij een kwaliteitscontrole heeft afgekeurd. Het tekort speelt overigens ook in alle andere Europese landen waar Levothyroxinenatrium Teva op de markt is. Advies aan apothekers
 Het CBG adviseert de apothekers om als volgt te handelen: * Beperk de uitgifte aan patiënten tot 1 of anderhalve maand in plaats van de gebruikelijke 3 maanden. * Als de gebruikelijke sterkte niet voorradig is, wijk dan uit naar een halve tablet van de dubbele sterkte. * Probeer substitutie met een ander middel met levothyroxine te voorkomen. Zoals gebruikelijk, overleg in voorkomende gevallen met de arts. Geïnformeerd
 Het CBG heeft de patiëntenorganisaties, de beroepsvereniging van endocrinologen en de apothekersorganisatie KNMP geïnformeerd. Patiënten met vragen wordt geadviseerd om contact op met de eigen arts of apotheker. Bron: CBG...

Lees Verder
Medicatiezorg is vaak solistische zorg
apr13

Medicatiezorg is vaak solistische zorg

Huisarts en apotheker zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor succesvolle medicatiezorg. Patiënten verwachten dat beide zorgverleners meer samenwerken en de patiënt betrekken bij het zorgproces. Volgens Jan Benedictus, programmamanager eerstelijnszorg van Patiëntenfederatie Nederland opereren huisarts en apotheker echter nog te solistisch. “Samenwerken begint ermee dat huisarts en apotheker elkaar kennen en het medicatiebeleid op elkaar afstemmen.” Patiëntenfederatie Nederland bestaat dit jaar precies 25 jaar en heeft in het jubileumjaar een kwalitatief onderzoek gehouden onder stakeholders en patiënten: Zorg bij medicijngebruik dichtbij mensen. Gesproken is met zorgverzekeraars, beroepsorganisaties van apothekers, onderzoekers en patiëntenorganisaties, en met zestien patiënten. En wat blijkt: zorgverleners moeten onderling de zorg beter afstemmen, het zorgproces laten aanhaken op de persoonlijke situatie en voorkeuren van de patiënt. En als naasten een belangrijke rol spelen bij de dagelijkse zorg voor de patiënt, is het belangrijk dat ook zij betrokken worden bij het zorgproces. Kortom, voorschrijven en afleveren van medicijnen moet een integraal zorgproces zijn waarbij het voor de patiënt duidelijk is wat hij of zij kan verwachten van dat proces én van de huisarts en apotheker. Onderdeel van dat integrale zorgproces is dat de patiënt samen met de zorgverleners kan beslissen over wat nu in zijn of haar geval goede en passende zorg bij medicijngebruik is. Wat vinden patiënten nu écht het belangrijkste? “De discussie tussen zorgverleners en stakeholders in de eerste lijn gaat vooral over de kleur van het pilletje, het wisselen van dat pilletje en de beschikbaarheid van het pilletje. Allemaal zaken die belangrijk zijn voor de continuïteit van zorg. Luisteren we echter goed naar wat patiënten nu écht belangrijk vinden als het gaat om medicatie, dan willen patiënten vooral de mogelijkheid hebben om te kunnen kiezen. Natuurlijk zijn er fases in het leven van patiënten waarin er voor de patiënt even niets te kiezen valt, zoals bij acute situaties waarbij snel een besluit genomen moet worden door de zorgverlener, maar in de kern willen patiënten meepraten en meebeslissen met de huisarts en de apotheker over waarom het belangrijk is om juist deze medicijnen te gebruiken, of de medicijnen wel veilig zijn, welke bijwerkingen te verwachten zijn, hoe lang zij de medicijnen moeten gebruiken, over te verwachten positieve en negatieve resultaten op korte en langere termijn, welke opties er zijn en of ik niet gewoon mijn leefstijl kan aanpassen en helemaal geen medicijnen nodig heb?” Therapietrouw De zorg in de eerste lijn betrekt de patiënt echter onvoldoende bij het zorgproces. “Te vaak starten zorgverleners op basis van een klacht of een uitslag van bijvoorbeeld labwaardes meteen met een behandeling met medicatie volgens de richtlijn. In de meeste gevallen is er genoeg tijd om te kijken wat echt passend...

Lees Verder
CZ: verklaring farmacie over omgang mens en mileu
apr12

CZ: verklaring farmacie over omgang mens en mileu

Zorgverzekeraar CZ wil dat bij het toelaten van medicijnen tot de Nederlandse markt ook wordt gekeken naar de invloed op mens en milieu. Dit naar aanleiding van het tv-programma Zembla over de misstanden bij het farmaceutisch bedrijf Aurobindo Pharma. CZ vergoedt voor haar verzekerden meerdere middelen van dit bedrijf. CZ heeft geen zicht op fabricage-omstandigheden van de medicijnen en moet afgaan op de toelatingscontroles van instanties op landelijk en Europees niveau. Zembla heeft CZ geïnformeerd over geconstateerde misstanden, zoals slechte werkomstandigheden en milieuvervuiling. Wederhoor gevraagd CZ heeft bij Aurobindo Pharma Nederland om wederhoor gevraagd en heeft na vele pogingen contact gekregen met de directie van Aurobindo Pharma Nederland. Die zegden een reactie toe, maar kwamen tot twee keer toe de door hen voorgestelde deadlines niet na. Na de opname van Zembla bij CZ is het bedrijf alsnog met een verklaring gekomen, die overigens voor CZ onvoldoende ingaat op de bevindingen van Zembla. Dilemma’s CZ heeft aan Zembla aangegeven de beelden en informatie die zij hebben getoond niet te kunnen negeren. Marie-José van Gardingen van CZ: ‘We krijgen buikpijn van de informatie en de beelden. We hebben er op vertrouwd dat instanties die zicht moeten houden op mens- en milieuomstandigheden hun werk doen. Echter, als afnemer van de middelen voor onze klant voelen wij ook een verantwoordelijkheid. Daarom moeten we kijken hoe we hiermee omgaan. We gaan hier nu sowieso met VWS verder over praten en voor onszelf hebben we een aantal vragen waarover we intern in gesprek zijn. Willen we nog producten van Aurobindo op een preferentielijst, zijn er goede alternatieven, speelt dit voor meer bedrijven en wat doen we dan? We hebben als zorgverzekeraar ook een zorgplicht, onze verzekerden willen de nodige medicatie en het moet ook nog betaalbaar blijven. Over dit soort dilemma’s buigen we ons nu.’ Verklaring Komende maand gaat CZ leveranciers van geneesmiddelen informeren dat ze vanaf 2019 een verklaring vragen dat ze netjes omgaan met mens en milieu. Gedragscodes en verklaringen zullen moreel onacceptabel gedrag niet kunnen voorkomen, maar kunnen in elk geval houvast bieden als bedrijven hun beloftes blijken te schenden. Bron: CZ Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Farmabuddy: farmaceutische zorg op maat in de laatste levensfase
apr11

Farmabuddy: farmaceutische zorg op maat in de laatste levensfase

Na het overlijden van een patiënt blijven er regelmatig ongebruikte genees- en hulpmiddelen over die worden weggegooid. In het project ’ Pilot Farmabuddy: Farmaceutische zorg in de palliatieve en terminale fase’ biedt het apotheekteam zorg op maat aan de patiënt in de laatste levensfase. Dit door een vast aanspreekpunt in de apotheek aan te wijzen, de zogeheten farmabuddy. Doordat de geleverde zorg beter past bij de situatie van de patiënt, ontvangt de patiënt betere farmaceutische zorg en blijven minder ongebruikte medicijnen over na overlijden. Het project is uitgevoerd door SIR Institute for Pharmacy Practice and Policy, academische apotheek Stevenshof en diverse deelnemende apotheken. In de periode van maart 2016 t/m november 2017 hebben 32 apotheekteams trainingen gevolgd en de farmabuddy geïmplementeerd in hun apotheek. De resultaten zijn gebundeld in het eindrapport ‘Farmabuddy project 2016-2017’ Resultaten 
 Uit de eindrapportage van het farmabuddy project blijkt dat de farmabuddy-zorg door patiënten, mantelzorgers, huisartsen, thuiszorgmedewerkers, apothekers en de farmabuddy’s goed wordt gewaardeerd. Door het tijdig stoppen van medicatie, het afleveren van aangepaste hoeveelheden genees- en hulpmiddelen en het optimaliseren van de farmacotherapie wordt verspilling verminderd. Daarnaast ervaren patiënten en mantelzorgers de zorgverlening van de buddy als zeer prettig bij het oplossen van (acute) zorgproblemen. Dankzij het project is op verschillende plekken de samenwerking tussen apothekers, huisartsen en thuiszorgmedewerkers (verder) verbeterd. Financiële tegemoetkomen van VWS
 Minister Bruins geeft in een brief aan de Tweede Kamer aan dat hij de ontwikkeling van apotheker richting farmaceutisch zorgverlener ondersteunt. Hij is erg tevreden met de resultaten van het farmabuddy project. Het werken als farmabuddy noemt hij een mooi voorbeeld van hoe het apotheekteam zijn zorgverlenende functie kan uitbreiden en inzetten voor het verbeteren van de zorg in de eerste lijn. Bruins zie graag dat op meerdere plaatsen in Nederland farmabuddy’s worden opgeleid en ingezet. Hij heeft daarom besloten om apotheekteams die de opleiding tot farmabuddy willen volgen, via de StipCO-financiering (Stimuleringsprogramma Competentieontwikkeling Openbaar apothekers) vanuit het ministerie van VWS een tegemoetkoming te geven. De eerste trainingen zijn reeds gestart. Structurele financiering is punt van aandacht
Daarnaast gaat SIR Institute for Pharmacy Practice and Police verder met onderzoek en projecten op dit thema. De eindrapportage en implementatiemogelijkheden worden in de stuurgroep Nationaal Programma Palliatieve Zorg besproken. Een punt van aandacht in alle vervolgactiviteiten is de financiering van de buddy op het moment dat de trainingen zijn afgelopen. Inzet van een farmabuddy vergt namelijk meer tijd in de apotheek dan bij een gemiddelde patiënt. Bron: Brief minister Bruins en rapport Farmabuddy project 2016-2017 Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Zorgaanbod van apotheken onvoldoende bekend
apr10

Zorgaanbod van apotheken onvoldoende bekend

Een groot deel van de Nederlanders is niet goed op de hoogte van het zorgaanbod van de apotheek. Degenen die dit wel weten, kiezen hun apotheek vaker op basis van diensten en service die de apotheek aanbiedt. Dit blijkt uit onderzoek van het Nivel. Apothekers doen er goed aan meer bekendheid te geven aan hun totale zorgaanbod. Soms zijn mensen niet goed op de hoogte, omdat ze geen behoefte hebben aan de intensievere zorgdiensten die de apotheek biedt, zoals een medicijnkluisje of een herinnering voor het ophalen van medicijnen. Wel vinden burgers het belangrijk dat hun apotheek een breed scala aan zorgactiviteiten ontplooit. Minister Bruno Bruins heeft begin april een brief gestuurd aan de Tweede Kamer met het rapport ‘Farmaceutische zorg in de eerste lijn: ervaringen en meningen van burgers’. Wanneer apothekers meer bekendheid geven aan hun totale zorgaanbod, dan weten burgers voor welke zorg ze terecht kunnen bij de apotheek. Dat is meer dan alleen het ophalen van geneesmiddelen. Keuze apotheek op basis van praktische overwegingen
 Mensen kiezen hun apotheek op basis van praktische overwegingen, zoals de afstand tot de woning of tot de huisartspraktijk. Deze overwegingen zijn belangrijker dan zorggerelateerde overwegingen. Eenmaal gekozen, blijft men de apotheek trouw: 9 van de 10 burgers gaan altijd naar dezelfde apotheek. Voor patiënten met een chronische aandoening moeten apotheken dus continue zorg kunnen leveren. De apotheek weet welke medicijnen de patiënt gebruikt en wanneer deze nieuwe medicijnen nodig heeft. Zo kunnen zij de patiënt begeleiden in het medicatiegebruik. Medicijnen makkelijker ophalen Met name mensen tot 40 jaar zien wel graag meer mogelijkheden om hun geneesmiddelen op te halen. Apotheken kunnen hierop inspelen door het verruimen van de wijze waarop geneesmiddelen aangeboden worden, bijvoorbeeld in de vorm van een kluis, bezorgdiensten of ruimere openingstijden. Apotheek en huisartspraktijk: zorgteam rondom geneesmiddelen
 Er liggen voor apotheken ook kansen in het versterken van de samenwerking met de huisarts. Veel patiënten zien graag dat apotheker en huisarts als team samenwerken in de zorgverlening rondom geneesmiddelen. Ze zien de huisarts als vraagbaak bij problemen over geneesmiddelen en noemen als belangrijke taken van de apotheek: medicatiebewaking en het geven van informatie. Veel mensen willen graag dat apotheek en huisartspraktijk overleggen over de medicatie van hun patiënten. Bron: Nivel Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Onderzoek naar doorgebruik van medicatie in het ziekenhuis
apr09

Onderzoek naar doorgebruik van medicatie in het ziekenhuis

De thuismedicatie blijven gebruiken tijdens een ziekenhuisopname leidt tot hogere patiënttevredenheid en een geschatte kostenbesparing van zo’n 15 miljoen euro per jaar. Het vereist echter wel een verandering in de ziekenhuisorganisatie. Dit blijkt uit het rapport ‘Doorgebruik van medicatie in het ziekenhuis’ dat is verschenen na onderzoek van het Radboudumc met zes andere Nederlandse ziekenhuizen. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van VWS en was onderdeel van het programma ‘Aanpak verspilling in de zorg’. Tevreden patiënten
 Van de ondervraagde patiënten (517 deelnemers uit verschillende ziekenhuizen) bleek 83 procent erg tevreden over deze aanpak. Zij ervaren over het algemeen meer eigen regie en zijn minder bang voor medicatiefouten, zo blijkt uit de onderzoeksresultaten. Verplaatsing van werkzaamheden
 Verpleegkundigen en medisch specialisten zijn door deze werkwijze minder tijd kwijt per patiënt; apothekersassistenten en logistiek medewerkers krijgen het juist drukker. Bij verpleegkundigen zit de tijdswinst vooral in het bestellen van de medicatie. Het uitzetten van de thuismedicatie levert hen een kleine tijdsbesparing op. Het meegeven en regelen van medicijngebruik na ontslag kost hen juist meer tijd. Volgens de onderzoekers komt dit omdat dit voor hen nog geen routinehandeling is. Goede resultaten
 De resultaten laten zien dat implementatie van doorgebruik van thuismedicatie in het ziekenhuis leidt tot een afname in kosten gerelateerd aan spillage, tot een doelmatigere inzet van middelen en capaciteit en het verhoogt patiënttevredenheid. Daarnaast hebben de pilots in de verschillende ziekenhuizen geleid tot een algemene werkwijze met aandachtspunten voor implementatie. Randvoorwaarden ontbreken nog
 Ondanks deze voordelen zijn er belangrijke onderwerpen die geadresseerd dienen te worden alvorens dit initiatief landelijk te implementeren. Het huidige zorgmodel is momenteel niet ingericht om de zorgketen en de transities binnen de keten adequaat te ondersteunen. Dit geldt zowel voor inhoudelijk als financiële aspecten, infrastructuur en beschikbaarheid van ICT systemen. Het rapport bevat aanbevelingen ten aanzien van de inrichting van het proces en de implementatie. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Pagina 1 van 212