Sluis officieel geregeld via Algemene Maatregel van Bestuur
mei18

Sluis officieel geregeld via Algemene Maatregel van Bestuur

Nieuwe geneesmiddelen die meer dan 50.000 euro per behandeling per jaar of in totaal meer dan 40 miljoen per jaar kosten, komen vanaf 1 juli 2018 standaard in aanmerking voor ‘de sluis.’ Hierdoor krijgt minister Bruno Bruins de mogelijkheid om eerst met de fabrikant te onderhandelen over die zeer hoge prijs, voordat het middel vergoed wordt uit ons basispakket. De Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) die dit regelt, is 15 mei in het staatsblad gepubliceerd. Minister Bruno Bruins zegt hierover:  ‘Nieuwe geneesmiddelen kunnen verschrikkelijk duur zijn. We hebben het soms over meer dan 100 miljoen euro per middel per jaar. Als je bedenkt dat alle ziekenhuizen in totaal ruwweg jaarlijks 2 miljard uitgeven   aan geneesmiddelen, kun je nagaan wat een impact zo’n nieuw middel op ons zorgbudget heeft. We moeten goed op dat budget letten, voor de patiënt van vandaag en voor de patiënt van morgen – wiens ziekte we nog niet kennen-  voor wie we ook een medicijn willen hebben. De sluis, die voorkomt dat zo’n middel zondermeer tegen de hoofdprijs vergoed wordt, is daarom onmisbaar als we onze zorg betaalbaar willen houden.’ Bijzondere (prijs-)afspraken
 Nieuwe geneesmiddelen die in het ziekenhuis worden gebruikt, worden tot op heden zonder bijzondere (prijs-)afspraken toegelaten tot het basispakket van de zorgverzekering. De nieuwe AMvB legt vast in welke gevallen de minister kan besluiten om nieuwe middelen toch tijdelijk uit het pakket te houden. In de tussentijd kan het Zorginstituut een advies uitbrengen en kan de minister met de fabrikant onderhandelen over de prijs.  Deze zogenaamde sluis wordt sinds 2015 toegepast. In totaal zijn sindsdien acht middelen in de sluis geplaatst. Tot nu toe gebeurde dit telkens ad hoc. Vijf van deze middelen zijn na een positief onderhandelingsresultaat toegelaten tot het pakket. Op dit moment zitten nog drie middelen in de sluis. Met de nu vastgelegde regeling is van tevoren duidelijk welke medicijnen voor de regeling in aanmerking komen, welke criteria de minister hierbij hanteert en welke stappen gezet worden in de verdere procedure. Horizonscan  
 Bij de bepaling welke nieuwe medicijnen mogelijk in de sluis worden geplaatst, wordt gebruik gemaakt van de horizonscan. In dit openbare document wordt bijgehouden welke nieuwe dure medicijnen de komende tijd hoogstwaarschijnlijk op de markt komen en wat ze gaan kosten. Deze horizonscan is te vinden op  www.horizonscangeneesmiddelen.nl Bron: VWS Onder redactie van: Gerda van...

Lees Verder
Het medicijnjournaal, mei 2018
mei17
Lees Verder
MedicijnMonitor 2018: alle kengetallen over geneesmiddelen
mei11

MedicijnMonitor 2018: alle kengetallen over geneesmiddelen

Recent is de MedicijnMonitor verschenen van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen. Een fraaie uitgave met zeer veel gegevens, waaruit blijkt dat we het in ons land niet zo slecht doen. Zo toont de monitor aan dat we in Nederland per inwoner veel minder aan geneesmiddelen uitgeven dan gemiddelde in Europa: 376 euro in ons land tegenover gemiddeld 604 euro in vergelijkbare landen. Nieuwe medicijnen zijn in ons land meestal snel beschikbaar, blijkt uit de MedicijnMonitor. Gemiddeld duurt het na de registratie 228 dagen voordat een geneesmiddel wordt vergoed via de zorgverzekering en beschikbaar is. In de meeste Europese landen duurt dat aanzienlijk langer. Het is overigens wel meer dan de het gemiddelde van nog geen 200 dagen twee jaar geleden. Dat heeft een aantal oorzaken, waaronder de beoordeling door het Zorginstituut. Dit zou maximaal negentig dagen moeten duren, maar bij dure medicijnen waarbij de overheid onderhandelt over de prijs, is de wachttijd gemiddeld vijfhonderd dagen. Overigens: maar een klein deel van de patiënten krijgt innovatieve geneesmiddelen: in 2017 was 0,6 procent van de voorgeschreven geneesmiddelen korter dan vijf jaar op de markt. Medicijnen dragen bij aan gezondheidswinst
 In Nederland wordt 71% van alle geregistreerde medicijnen vergoed tegen slechts 50% in veel buurlanden, aldus de monitor. Deze bevat meer positieve berichten. Zoals het feit dat de vijfjaarsoverleving van kanker de afgelopen twintig jaar gestegen van 52 naar 64 procent. En het gegeven dat veel minder mensen aan diabetes overlijden dan vijftien jaar geleden. Aids is inmiddels chronische ziekte. Medicijnen leveren een belangrijke bijdrage aan deze verbeteringen. Gemiddelde prijs is vrijwel constant De monitor toont ook aan dat receptgeneesmiddelen een steeds kleiner deel uitmaken van de totale zorgkosten. De gemiddelde prijs van medicijnen is vrijwel constant gebleven. Dit is o.a. het gevolg van het preferentiebeleid. Nieuwe geneesmiddelen In 2017 liepen er wereldwijd 24.000 klinische onderzoeken naar geneesmiddelen. Er komen veel nieuwe biologische geneesmiddelen en geneesmiddelen op basis van de nieuwste technologieën, zoals immunotherapie en gentherapie. De afgelopen jaren zijn steeds meer nieuwe, hoopgevende medicijnen toegelaten, in 2017 waren dat er 92. Door onnodige regeldruk bij de registratie en vergoeding van een nieuw geneesmiddel te verminderen, kunnen nieuwe geneesmiddelen een jaar eerder op de markt komen. Dit kan een miljoen euro per geneesmiddel besparen, zo stelt de VIG. Nog veel werk te doen
 Gerard Schouw, directeur Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen benadrukt in het voorwoord de positieve berichten en stelt vervolgens: “Toch is er nog veel werk te doen. Daarom geven we niet op totdat we voor ernstige ziektes, zoals Alzheimer of kanker, een effectief medicijn hebben. Ook blijven wij ons inzetten voor de veiligheid van geneesmiddelen. Er worden bijvoorbeeld steeds meer vervalste geneesmiddelen aangeboden,...

Lees Verder
Algoritme kan geneesmiddelenprijs vaststellen
mei09

Algoritme kan geneesmiddelenprijs vaststellen

Farmaceutische bedrijven vragen veel te veel voor hun nieuwe geneesmiddelen tegen kanker, stellen onderzoekers van de Erasmus Universiteit. Zij ontwikkelden een algoritme dat de prijs van innovatieve geneesmiddelen op een zo transparant mogelijke manier vaststelt. Het algoritme neemt de werkelijke kosten van ontwikkeling, productie, verkoop, marketing en een redelijke winstmarge gebaseerd op de klinische meerwaarde van het geneesmiddel mee. Op deze manier komt er een billijke prijs uit voor elk nieuw anti-kanker medicijn. Zo komt dit algoritme bijvoorbeeld tot een aanbevolen prijs van €2.587  per behandeling met het middel enzalutamide tegen prostaatkanker, terwijl de huidige marktprijs in het Verenigd Koninkrijk bijna 12 keer hoger ligt (€30.304), en in de VS zelfs ruim 28 keer hoger (€74.165). Voor het middel Ruxolitnib tegen ziekte myelofibrose vindt het algoritme €14.424 per behandeling een redelijk bedrag. Dit middel kost op dit moment echter €49.965 in het Verenigd Koninkrijk en zelfs €75.249 per behandeling in de Verenigde Staten. Europese wetgeving Voor hoogleraar Carin Uyl-de Groot, een van de onderzoekers, is de conclusie duidelijk: “Door het algoritme te gebruiken weten we nu wat een juiste prijs voor deze medicijnen is. De ontbrekende schakel is echter de wetgeving. Europese overheden zouden door middel van nieuwe EU-wetgeving in staat moeten worden gesteld om dit model toe te kunnen toepassen, want met de huidige wetgeving kan dat nog niet. Hetzelfde geldt overigens voor de Verenigde Staten, ook daar moet wetgeving eerst worden aangepast.” Vrije markt is schadelijk 
 “Het is overduidelijk dat het huidige model van de vrije markt niet geschikt is voor innovatieve geneesmiddelen tegen kanker”, aldus Uyl-de Groot. “Het is zelfs zo dat het schadelijk is voor kankerpatiënten wereldwijd. Met een geschatte groei van 68% in het aantal gevallen van kanker rond 2030 is een revolutie in de prijsstelling van nieuwe kankermedicijnen absolute noodzaak. Door het invoeren van dit nieuwe prijsmodel kunnen we in één klap zowel de toegankelijkheid als de effectiviteit van behandelingen van kanker verbeteren en ook nog eens de economische last van deze ziekte verminderen. En zeker niet alleen in armere landen, ook in West Europa.” Bron: ZN...

Lees Verder
Medicatieveiligheid bij levercirrose
mei02

Medicatieveiligheid bij levercirrose

Stichting Health Base stelt nieuw FTO-materiaal over medicatieveiligheid bij levercirrose gratis beschikbaar voor eerstelijnszorgverleners. Het materiaal is vanuit een subsidie van ZonMw ontwikkeld om de implementatie van de geneesmiddeladviezen bij levercirrose te versterken. Het FTO-materiaal bestaat uit een PowerPoint-presentatie, een document met achtergrondinformatie en een handleiding voor de opschoning van contra-indicaties in het apotheekinformatiesysteem. 
Eerstelijnszorgverleners kunnen het materiaal gratis aanvragen via de website. ZonMw vraagt zorgverleners na afloop een korte evaluatie te geven over het materiaal. Levercirrose leidt tot verminderde uitscheiding van geneesmiddelen met als mogelijk gevolg bijwerkingen. Stichting Health Base, de KNMP en andere partners zetten de ZonMw-subsidie ook in om kennis rondom geneesmiddelen bij levercirrose te vergroten. Dit doen zij door aandacht te besteden aan onderwijs voor studenten farmacie en geneeskunde en door vakbladpublicaties te schrijven. Ook doen de organisaties onderzoek naar de communicatie tussen zorgverleners over de ernst van de cirrose en de ICT-technische implementatie hiervan in de medicatiebewakingssystemen. Let op: de contra-indicaties Leverfunctiestoornis en Levercirrose, gedecompenseerd uit de G-Standaard, zijn per 1 mei 2018 vervallen. Meer informatie over Geneesmiddelen bij levercirrose Bron: ZonMw...

Lees Verder
“Het schrijnende aan dit leed is,  dat het niet nodig is”
mei01

“Het schrijnende aan dit leed is, dat het niet nodig is”

Schrikbarend veel astma- en COPD-patiënten gebruiken hun inhalatiemedicatie verkeerd. Hierdoor heeft het niet de werking die het kan en moet hebben. Tijdens het onlangs gehouden internationale congres over inhalatietechnieken benadrukten diverse inhalatiedeskundigen dat dit onnodig is. Met betere instructies, gedegen training en ehealth-toepassingen zullen patiënten hun inhalator op de juiste gebruiken, waardoor maximaal rendement uit de medicatie wordt gehaald. Meer dan zeventig procent van de ruim één miljoen longpatiënten in Nederland die een pufje gebruikt, puft verkeerd. Met als gevolg onnodige exacerbaties, vaker inzetten van noodmedicatie en ziekenhuisopnames. Het is overigens niet een typisch Nederlandse kwestie; in andere landen is de inhalatieproblematiek minstens zo groot, zo bleek tijdens het tweedagen durende IRW-congres dat midden maart in Groningen plaatsvond. IRW staat voor Inhalation Research Workgroup en bestaat uit een internationaal gezelschap van gerenommeerde inhalatiedeskundigen. “Het schrijnende aan dit leed is, dat het niet nodig is,” vertelt Paul Hagedoorn, inhalatietechnoloog verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. “Het is veelal als gevolg van verkeerd inhaleren, waardoor de medicatie niet op de plek komt waar het zijn werking moet doet. Dat is jammer. Omdat het de kwaliteit van leven van deze longpatiënten bepaalt, maar ook omdat het financieel op de gezondheidszorg drukt én op de samenleving in zijn geheel vanwege arbeidsverzuim. En het is niet nodig. We weten namelijk al heel goed hoe inhalatiemedicatie het beste kan worden gebruikt. Zo weten we hoe optimaal kan worden geïnhaleerd met welk type inhalator. We weten welke inhalator het beste werkt bij welk type patiënt. We krijgen zelfs steeds beter inzichtelijk hoe we patiënten kunnen stimuleren therapietrouw te blijven; ook een serieus probleem rondom inhaleren. En op het gebied van ehealth komen steeds meer toepassingen die ervoor zorgen dat patiënten optimaal inhaleren en therapietrouw blijven. Dat is natuurlijk al heel wat. Zo ver zijn we sinds het gebruik van inhalatoren vijftig jaar geleden nog niet geweest. Maar zolang de slag van weten naar implementatie niet wordt gemaakt, blijft het merendeel van de longpatiënten dat een pufje gebruikt, dit verkeerd doen.” Hagedoorn, die internationaal wordt gezien als een van dé experts in onderzoek, ontwikkeling en toepassing van inhalatietechnologie, was een van de sprekers tijdens het IRW-congres. Aan de rijksuniversiteit van Groningen leidt hij de afdeling inhalatietechnologie; een van de drie toponderzoekscentra wereldwijd op het gebied van inhalatietechnologie. Effectiviteit van inhalatietherapie Tijdens het congres werden diverse onderzoeken naar inhalatieproblematiek besproken. Zo vertelde Mathieu Molimard, hoogleraar farmacologie aan het academisch ziekenhuis in Bordeaux, over een grootschalige Franse observatie-studie uit 2015 naar het gebruik van inhalatoren onder COPD-patiënten; vanwege hoge leeftijd en lage inademingscapaciteit een groep met ernstige inhalatieproblemen. De effectiviteit van inhalatietherapie, zo legde hij uit, wordt bepaald door een...

Lees Verder
Ruim 600 klachten tegen openbare apotheken
mei01

Ruim 600 klachten tegen openbare apotheken

Vorig jaar hebben patiënten 5 geschillen en 609 klachten ingediend tegen openbare apotheken. Tegen de huisartsen waren dit 76 geschillen en 639 klachten. Dit blijkt uit rapportages van de Stichting Klachten en Geschillen Eerstelijnszorg (SKGE) en Quasir. Van de 5 geschillen tussen patiënten en openbare apotheken zijn er 3 in 2017 afgehandeld en 2 waren er eind 2017 nog in behandeling. Bij 2 geschillen werd een verzoek tot schadevergoeding ingediend, maar niet toegewezen. De SKGE heef voor het eerst een claim van een patiënt aan een apotheker deels toegekend. De claim bedroeg ruim € 16.000, waarvan de apotheker € 1.850 moet uitbetalen. Lees het artikel dat wij hierover eerder hebben gepubliceerd. Klachten over diverse onderwerpen
 De binnengekomen klachten hadden vooral betrekking op substitutie, het preferentiebeleid en medische noodzaak (11%). Ook werd veel geklaagd over onbevredigende reacties van apothekers op klachten (10%) en het niet leveren van medicijnen (8,5%). Lessen trekken
 SKGE-directeur Jiske Prinsen is tevreden over de resultaten van het eerste jaar. “We zijn blij dat de meeste openbare apotheken en huisartsen zich bij ons hebben aangesloten en dat de procedures voor klachten en geschillen als gesmeerd lopen. Ons doel is om lessen te trekken uit de klachten en geschillen, zodat apothekers en huisartsen de zorg kunnen verbeteren.” Quasir en SKGE
 Het jaar 2017 was het eerste jaar waarop de verplichtingen vanuit de Wet kwaliteit, klachten en geschillen (Wkkgz) volledig van kracht waren. De KNMP biedt openbare apotheken die zakelijke contributie betalen de mogelijkheid hieraan te voldoen door aan te sluiten bij Quasir en SKGE. Wanneer een patiënt een klacht heeft tegen een openbare apotheek, dan komt deze in eerste instantie terecht bij de KNMP of bij klachtenbemiddelaar Quasir. Mocht de bemiddeling niet slagen en wil de patiënt een schadeclaim indienen, dan wordt de klacht een geschil en kan de patiënt daarvoor terecht bij de SKGE. Bron:...

Lees Verder