“We zijn er nog niet, maar we boeken stap voor stap vooruitgang”
mei30

“We zijn er nog niet, maar we boeken stap voor stap vooruitgang”

De besparing kan oplopen tot één miljoen euro per dag als alle zorgprofessionals in Nederland zouden overstappen van innovator biologische geneesmiddelen naar biosimilars. Desondanks zijn het juist financiële belangen die een soepele transitie frustreren. Toch zullen biosimilars geaccepteerd worden als een volwaardig alternatief, zo stellen diverse deskundigen tijdens het derde Biosimilar Symposium dat onlangs in Rotterdam plaatsvond. De ontwikkeling van biologische geneesmiddelen heeft de farmaceutische industrie geen windeieren gelegd. Begrijpelijk dus dat deze fabrikanten op z’n zachtst gezegd not amused waren toen concurrenten zo’n vijftien jaar geleden met afgeleide versies op de markt kwamen: geneesmiddelen met dezelfde werking, maar aanzienlijk goedkoper. “Sindsdien trekken deze fabrikanten alle registers open als een biosimilar op de markt dreigt te komen,” vertelt Arnold Vulto, voorzitter van de Stichting Initiatiefgroep Biosimilars Nederland en daarnaast ziekenhuisapotheker, farmacoloog en hoogleraar Farmacie aan de Erasmusuniversiteit van Rotterdam. We zitten in de foyer als hij aan eind van de symposiumdag terugblikt: “Maar we staan sterk, de wetenschappelijke onderbouwing dat biosimilars goede en veilige geneesmiddelen zijn, wordt keer op keer geleverd.” Dat geldt voor de eerste klasse biosimilars, gelijkwaardige versies van de originele substitutieproducten zoals groeihormoon, bloedgroeifactoren en insuline. Maar ook voor de zogenoemde tweede klasse biosimilars, gelijkwaardige versies van de originele monoklonale antilichamen, die qua moleculaire samenstelling beduidend complexer in elkaar steken. En tijdens het symposium in Rotterdam presenteerden de Franse hoogleraar Xavier Pivot en de Poolse hoogleraar Wojciech Jurczak, twee prominente onderzoekers naar de derde klasse biosimilars (de oncologische en hematologische geneesmiddelen), studieresultaten waaruit blijkt dat ook afgeleide versies van trastuzumab en rituximab dezelfde werking hebben als hun originators. Waarbij Pivot overigens benadrukte dat niet weggekeken moet worden van trials die klinisch minder goed zijn onderbouwd en daardoor een onbetrouwbare uitkomst geven. “Dit ontkennen,” zo meende hij, “levert negatieve publiciteit op en dat is funest voor het vertrouwen dat mensen in biosimilars hebben.” Betaalbaarheid van de zorg Om concurrerend te blijven, reageren fabrikanten van biologische geneesmiddelen in sommige gevallen door de prijzen te verlagen, zoals bij de TNF-alfaremmers; de prijs van het biologisch geneesmiddel gaat dan omlaag. “Ik juich die ontwikkeling toe”, vertelt Vulto: “Het is mij niet zozeer om de biosimilar te doen, maar om de betaalbaarheid van de zorg. Als het biologisch geneesmiddel concurrerend ingekocht kan worden en de werking van beide geneesmiddelen is hetzelfde, dan maakt het niet uit welke variant de zorgverlener of zorginstelling kiest.” Een andere prijsconcurrerende strategie van deze fabrikanten, zo liet Lonneke Timmers, adviserend apotheker bij Menzis, tijdens haar presentatie zien, is de ontwikkeling van subcutane versies van biologische geneesmiddelen. Vlak voor het vervallen van de patenten op de intraveneuze toedieningswijzen van rituximab en trasuzumab, kwamen onlangs de subcutane varianten...

Lees Verder
Alternatieven voor Refusal en Antabus tijdelijk toegestaan
mei29

Alternatieven voor Refusal en Antabus tijdelijk toegestaan

Vanwege tekorten van Refusal en Antabus mogen apotheekhoudenden, fabrikanten en groothandelaren tijdelijk alternatieven afleveren. Deze toestemming is vooralsnog geldig tot en met 5 augustus 2018. Voorwaarde is wel dat de vergelijkbare geneesmiddelen met dezelfde werkzame stof afkomstig moeten zijn uit een van de MRA-landen. Dat zijn dus: Australië, Canada, Israël, Japan, Nieuw-Zeeland, Zwitserland of de Verenigde Staten. Dat heeft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd i.o. besloten. Toestemming vooraf niet nodig
 Het gaat om Refusal tabletten 250 mg (RVG 03182), Antabus dispergetten 200 mg bruistabletten (RVG 10920) en Antabus dispergetten 400 mg bruistabletten (RVG 01032). Partijen hoeven vooraf geen individuele toestemming te vragen bij de inspectie. Ook is het bijhouden van artsenverklaringenadministratie in dit geval niet verplicht. Voorraden
 Het is nog niet bekend wanneer er weer voldoende voorraad zal zijn van deze genoemde geneesmiddelen. De toestemming loopt vooralsnog tot en met 5 augustus 2018. Zie voor meer informatie en voorwaarden het besluit over Refusal en Antabus in de  Staatscourant. Bron: VWS Onder redactie van: Gerda van Beek      ...

Lees Verder
Minister Bruins gaat in op het wisselen van medicatie
mei28

Minister Bruins gaat in op het wisselen van medicatie

Minister Bruins reageert in een brief naar de Tweede Kamer op de oproep van14 patiëntenorganisaties om te stoppen met het wisselen van medicijnen om niet-medische redenen. Hij vindt wisseling op zich geen probleem, maar wil dat mensen daarvan zo min mogelijk nadelige gevolgen ondervinden. Daarom gaat hij medio juni met de opstellers van het rapport in gesprek om te bekijken wat er eventueel beter kan. In zijn brief begint Bruins met de opmerking dat het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) na uitvoerig onderzoek heeft bevestigd dat generieke geneesmiddelen en merkgeneesmiddelen in beginsel onderling uitwisselbaar zijn. Ze kunnen er anders uitzien, maar bevatten dezelfde hoeveelheid werkzame stof, in dezelfde dosering en ook de toedieningswijze is gelijk, waardoor de werking hetzelfde is. Bij het gebruik van medicijnen is daarom het uitgangspunt: gebruik een generiek medicijn (goedkoop) waar het kan en een merkmedicijn (duur) als het moet. Dit heeft de afgelopen jaren miljarden euro’s zijn bespaard. Randvoorwaarden
 Bruins vindt het wisselen van medicijnen met dezelfde werkzame stof dan ook geen probleem, maar hij stelt dat daarbij wel een aantal randvoorwaarden in acht moeten worden genomen. Bij omzetting van medicatie moet de patiënt goed worden geïnformeerd en zo nodig worden begeleid door voorschrijver en apotheker. Daarbij dient te worden gekeken naar de ziekte en andere specifieke kenmerken van de patiënt. Bij bepaalde ziektes, geneesmiddelen en patiëntgroepen kan het wisselen van geneesmiddel namelijk leiden tot verminderde effectiviteit of bijeffecten, al dan niet veroorzaakt door het ‘nocebo-effect’: het ontstaan of verergeren van klachten bij een patiënt door negatieve verwachtingen van een nieuw geneesmiddel. Dat kan ook de therapietrouw beïnvloeden. Artikel 2.8
 Indien het gebruik van een preferent middel voor een patiënt medisch niet verantwoord is, moet de zorgverzekeraar een niet-preferent middel vergoeden. Dit is vastgelegd in artikel 2.8 van het Besluit Zorgverzekering. Voorschrijvers, apothekers en zorgverzekeraars maken afspraken met elkaar over hoe hiermee wordt omgegaan. Bruins zal met betrokken partijen bespreken welke maatregelen er eventueel kunnen worden genomen om de uitwerking van artikel 2.8 te verbeteren. Breed agenderen
 Tot slot wil Bruins het wisselen van medicatie breed agenderen in overleggen met partijen die daarin een rol spelen, zoals in het Strategisch Farmacie Overleg en de werkgroep Geneesmiddelentekorten. Zie ook het artikel in FarmaMagazine over de brief van de patiëntenorganisaties, inclusief de reactie van ZN en KNMP. Bron: ministerie VWS Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Fonds moet nieuwe zorg sneller beschikbaar maken
mei23

Fonds moet nieuwe zorg sneller beschikbaar maken

Er is een fonds in het leven geroepen met 105 miljoen euro in kas. Dit heeft minister Bruno Bruins onlangs bekend gemaakt. Met dit fonds moeten geneesmiddelen, medische technologie en veelbelovende behandelingen sneller beschikbaar komen voor de patiënt. De minister wil zo voorkomen dat goede zorg blijft steken in de ontwikkelfase. Het bedrag is bedoeld als subsidieregeling voor nieuwe behandelingen, hulpmiddelen en medische technologie  die  over het algemeen  al tot de markt zijn toegelaten,  maar nog niet worden vergoed.  Voordat een nieuwe vorm van zorg  kan worden vergoed vanuit de basiszorg moet het aantoonbaar meerwaarde hebben ten opzichte van bestaande behandelingen. Om dat te kunnen aantonen, is tijd, geld en expertise nodig. Met het geld uit het fonds, kunnen ontwikkelaars zoals MKB’ers, ziekenhuizen  en  onderzoekers dit onderzoek betalen en worden de gemaakte zorgkosten tijdens het onderzoek gedekt. Ook krijgen zij professionele hulp bij de opzet van het onderzoek. Laagdrempelig
 Deze regeling gaat in op 1 januari 2019 en komt in de plaats van de huidige regeling van voorwaardelijke toelating. De regels daarvoor zijn in de praktijk te lastig, waardoor er weinig gebruik van wordt gemaakt. De nieuwe regeling is laagdrempeliger, waardoor er naar verwachting vier tot vijf keer meer gebruik van gemaakt zal worden. Omdat de regeling eenvoudiger is, wordt de totale  voorbereidings- en onderzoektijd teruggebracht van ongeveer zes   naar ongeveer vier jaar. Regeling voor geneesmiddelen
 Bruins werkt aan een vergelijkbare regeling voor geneesmiddelen. Vanwege de verschillen in geldende regelgeving voor geneesmiddelen wordt hiervoor een aparte regeling in het leven geroepen. Deze regeling wordt de komende periode uitgewerkt en zal voor het einde van het jaar worden gepresenteerd worden. Actieve evaluatie van de zorg
 Datzelfde geldt voor de regeling om bestaande zorgvormen te evalueren om te kijken of ze echt goed werken. Ook in  het onderhandelaarsakkoord  medisch specialistische zorg is afgesproken om bestaande zorg  actiever  te evalueren, om zo onnodige zorg of zorg die niet werkt, te weren uit het basispakket. Onder redactie van: Gerda van...

Lees Verder
Zonder wrijving geen glans
mei23

Zonder wrijving geen glans

Apothekers saai? Praat eens met Paul Harder en je bent zo van dit vooroordeel verlost. Paul is eigenaar van zeven Regenboogapotheken en noemt zich de Don Quichot van de lage landen. Gezegend met een scherpe geest en een gepeperde mening is hij de rebel die van transparantie en duidelijkheid houdt en van een stevig potje discussiëren. En net als het allemaal iets te serieus dreigt te worden is tie daar: zijn lach, zo luid als een scheepshoorn. Paul: “Er zijn heel veel manieren om de zorg op farmaceutisch gebied te verbeteren. Op dat vlak ben ik bevoegd en wil ik van toegevoegde waarde zijn voor patiënten.” Zeven apotheken is niet niks. Is een vijfdaagse werkweek voldoende? Paul: “In historisch perspectief begon de ‘victorie’ in 1988 met de oprichting van de eerste Regenboogapotheek in Alkmaar. Dezelfde formule heb ik nog zes keer herhaald. Toen dacht ik: ‘zeven is een mooi getal, nu is het genoeg’. Vervolgens hebben we ons gericht op speciale klanten. De Regenboog Scheepvaart Apotheek levert genees- en verbandmiddelen aan scheepvaart en offshore-industrie terwijl een andere apotheek zich richt op de uitgifte van medicatie voor de verslavingszorg. Verder hebben we ons gespecialiseerd in het leveren van apotheekbereide ADHD-medicatie en we ondersteunen patiënten bij het afbouwen van medicatie middels onze taperingservice. En nee, ik tel mijn uren niet. Voor mij voelt mijn werk als vakantie. Ik heb er lol in. Als je het zo ervaart, hoef je zelden te werken.” Vanwaar de naam Regenboog? “Drie redenen: mijn vrouw heet Iris. Iris is de boodschapper van de goden en de personificatie van de regenboog. Tweede reden: toen ik begon als apotheker dacht ik: ‘het moet anders’. We moeten ons niet alleen richten op ziek zijn maar op gezondheid. Dus naast geneesmiddelen zitten er in ons veelkleurige assortiment ook producten die te maken hebben met gezondheid en verzorging. En de derde reden: aan het eind van de regenboog staat een pot met gouden munten. Die krijg ik als ik met pensioen ga.” Als je jouw naam opzoekt op internet, verschijnt er een recent artikel met de titel: ‘Paul Harder, charlatan of verlosser’ Hoe zit dat? “De patiënten die ik met de taperingstrips afhelp van hun medicatie, noemen mij een verlosser. Voor de zorgverzekeraars ben ik een charlatan omdat ik zorg lever die haaks staat op hun verdienmodel. Zij hebben twee taken: premies incasseren en zorg vergoeden. That’s it. Zij hebben geen opleiding in de zorg, geen bevoegdheden en uitsluitend financieel belang. Toch bepalen zij hoe de zorg er in Nederland uitziet. Dat is zo fundamenteel verkeerd dat het systeem vanzelf een keer implodeert.” Je zegt dat je één hersencel hebt die nooit...

Lees Verder
Sluis officieel geregeld via Algemene Maatregel van Bestuur
mei18

Sluis officieel geregeld via Algemene Maatregel van Bestuur

Nieuwe geneesmiddelen die meer dan 50.000 euro per behandeling per jaar of in totaal meer dan 40 miljoen per jaar kosten, komen vanaf 1 juli 2018 standaard in aanmerking voor ‘de sluis.’ Hierdoor krijgt minister Bruno Bruins de mogelijkheid om eerst met de fabrikant te onderhandelen over die zeer hoge prijs, voordat het middel vergoed wordt uit ons basispakket. De Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) die dit regelt, is 15 mei in het staatsblad gepubliceerd. Minister Bruno Bruins zegt hierover:  ‘Nieuwe geneesmiddelen kunnen verschrikkelijk duur zijn. We hebben het soms over meer dan 100 miljoen euro per middel per jaar. Als je bedenkt dat alle ziekenhuizen in totaal ruwweg jaarlijks 2 miljard uitgeven   aan geneesmiddelen, kun je nagaan wat een impact zo’n nieuw middel op ons zorgbudget heeft. We moeten goed op dat budget letten, voor de patiënt van vandaag en voor de patiënt van morgen – wiens ziekte we nog niet kennen-  voor wie we ook een medicijn willen hebben. De sluis, die voorkomt dat zo’n middel zondermeer tegen de hoofdprijs vergoed wordt, is daarom onmisbaar als we onze zorg betaalbaar willen houden.’ Bijzondere (prijs-)afspraken
 Nieuwe geneesmiddelen die in het ziekenhuis worden gebruikt, worden tot op heden zonder bijzondere (prijs-)afspraken toegelaten tot het basispakket van de zorgverzekering. De nieuwe AMvB legt vast in welke gevallen de minister kan besluiten om nieuwe middelen toch tijdelijk uit het pakket te houden. In de tussentijd kan het Zorginstituut een advies uitbrengen en kan de minister met de fabrikant onderhandelen over de prijs.  Deze zogenaamde sluis wordt sinds 2015 toegepast. In totaal zijn sindsdien acht middelen in de sluis geplaatst. Tot nu toe gebeurde dit telkens ad hoc. Vijf van deze middelen zijn na een positief onderhandelingsresultaat toegelaten tot het pakket. Op dit moment zitten nog drie middelen in de sluis. Met de nu vastgelegde regeling is van tevoren duidelijk welke medicijnen voor de regeling in aanmerking komen, welke criteria de minister hierbij hanteert en welke stappen gezet worden in de verdere procedure. Horizonscan  
 Bij de bepaling welke nieuwe medicijnen mogelijk in de sluis worden geplaatst, wordt gebruik gemaakt van de horizonscan. In dit openbare document wordt bijgehouden welke nieuwe dure medicijnen de komende tijd hoogstwaarschijnlijk op de markt komen en wat ze gaan kosten. Deze horizonscan is te vinden op  www.horizonscangeneesmiddelen.nl Bron: VWS Onder redactie van: Gerda van...

Lees Verder
Het medicijnjournaal, mei 2018
mei17
Lees Verder
Leidraad voor opstelling van formularium inhalatiemedicatie
mei15

Leidraad voor opstelling van formularium inhalatiemedicatie

Vanuit de gedachte dat het gezamenlijk opstellen van een formularium zeker zo belangrijk is als het uiteindelijke resultaat is in maart 2018 het Landelijk kader regionale formularia inhalatiemedicatie verschenen. Dit landelijk kader – met de ondertitel Leidraad voor het opstellen van een regionaal formularium – is opgesteld als uitvloeisel van een Invitational Conference die de patiëntenorganisatie Longfonds in 2016 organiseerde. In de werkgroep die deze leidraad heeft samengesteld waren alle betrokken organisaties zoals o.a. het Longfonds, de Longalliantie Nederland, CAHAG, de KNMP, de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde, de Beroepsvereniging Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland vertegenwoordigd; dit Landelijk kader kan dus bogen op brede steun. Deze leidraad is nadrukkelijk niet een gebruiksklaar sjabloon dat men alleen nog maar even samen hoeft in te vullen. Het is een hulpmiddel om met alle betrokkenen een regionaal, transmuraal, op de dagelijkse praktijk gestoeld en door alle betrokkenen gedragen formularium voor inhalatiemedicatie op te stellen. Behoeftepeiling Indien bij een of meer zorgverleners de gedachte is ontstaan om een formularium op te gaan stellen is het – voordat men verdere plannen gaat maken – van groot belang om een behoeftepeiling te verrichten om na te gaan of er wel een breed gevoelde behoefte aan een dergelijk formularium bestaat. Men moet daarbij niet alleen denken aan voorschrijvers en apothekers maar vooral ook aan patiënten (Longfonds!) en aan praktijk- en longverpleegkundigen. Is die behoefte aanwezig dan is de volgende stap om te bezien wie er mogelijk ook nog behoefte aan zouden kunnen hebben en in kaart te brengen welke mensen en organisaties een rol spelen bij inhalatiemedicatie en wiens mening wellicht een grotere invloed heeft dan die van anderen. Regionale bijeenkomst Als startpunt wordt aanbevolen een regionale bijeenkomst te organiseren waarvoor alle betrokkenen worden uitgenodigd. Tijdens deze bijeenkomst worden de mogelijk bestaande knelpunten in kaart gebracht en tevens bezien welke oplossingen er kunnen worden gevonden. De opstelling van een regionaal formularium is een mogelijke oplossing maar uiteraard kunnen er ook andere oplossingen zijn. Indien wordt besloten tot de opstelling van een formularium dan moeten vastgesteld wie de ‘trekker’ van dit project wordt, wie erbij moeten worden betrokken en ook dat elke deelnemer aan dit project kan spreken en besluiten kan nemen namens zijn of haar achterban. Ook moet er antwoord komen op vragen als wie beheert en onderhoudt het formularium? Is het formularium bindend? Wanneer en door wie moet het worden herzien? Hoe zorgen we dat het formularium een geslaagd project wordt en dus wordt toegepast – en bij wie? Alleen nieuwe patiënten? Of ook ‘bestaande’ patiënten die al inhalatiemedicatie gebruiken? Inventarisatie van mogelijke belangenverstrengeling van elk van de deelnemers wordt ten zeerste aanbevolen. Keuze voor richtlijnen Na...

Lees Verder
MedicijnMonitor 2018: alle kengetallen over geneesmiddelen
mei11

MedicijnMonitor 2018: alle kengetallen over geneesmiddelen

Recent is de MedicijnMonitor verschenen van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen. Een fraaie uitgave met zeer veel gegevens, waaruit blijkt dat we het in ons land niet zo slecht doen. Zo toont de monitor aan dat we in Nederland per inwoner veel minder aan geneesmiddelen uitgeven dan gemiddelde in Europa: 376 euro in ons land tegenover gemiddeld 604 euro in vergelijkbare landen. Nieuwe medicijnen zijn in ons land meestal snel beschikbaar, blijkt uit de MedicijnMonitor. Gemiddeld duurt het na de registratie 228 dagen voordat een geneesmiddel wordt vergoed via de zorgverzekering en beschikbaar is. In de meeste Europese landen duurt dat aanzienlijk langer. Het is overigens wel meer dan de het gemiddelde van nog geen 200 dagen twee jaar geleden. Dat heeft een aantal oorzaken, waaronder de beoordeling door het Zorginstituut. Dit zou maximaal negentig dagen moeten duren, maar bij dure medicijnen waarbij de overheid onderhandelt over de prijs, is de wachttijd gemiddeld vijfhonderd dagen. Overigens: maar een klein deel van de patiënten krijgt innovatieve geneesmiddelen: in 2017 was 0,6 procent van de voorgeschreven geneesmiddelen korter dan vijf jaar op de markt. Medicijnen dragen bij aan gezondheidswinst
 In Nederland wordt 71% van alle geregistreerde medicijnen vergoed tegen slechts 50% in veel buurlanden, aldus de monitor. Deze bevat meer positieve berichten. Zoals het feit dat de vijfjaarsoverleving van kanker de afgelopen twintig jaar gestegen van 52 naar 64 procent. En het gegeven dat veel minder mensen aan diabetes overlijden dan vijftien jaar geleden. Aids is inmiddels chronische ziekte. Medicijnen leveren een belangrijke bijdrage aan deze verbeteringen. Gemiddelde prijs is vrijwel constant De monitor toont ook aan dat receptgeneesmiddelen een steeds kleiner deel uitmaken van de totale zorgkosten. De gemiddelde prijs van medicijnen is vrijwel constant gebleven. Dit is o.a. het gevolg van het preferentiebeleid. Nieuwe geneesmiddelen In 2017 liepen er wereldwijd 24.000 klinische onderzoeken naar geneesmiddelen. Er komen veel nieuwe biologische geneesmiddelen en geneesmiddelen op basis van de nieuwste technologieën, zoals immunotherapie en gentherapie. De afgelopen jaren zijn steeds meer nieuwe, hoopgevende medicijnen toegelaten, in 2017 waren dat er 92. Door onnodige regeldruk bij de registratie en vergoeding van een nieuw geneesmiddel te verminderen, kunnen nieuwe geneesmiddelen een jaar eerder op de markt komen. Dit kan een miljoen euro per geneesmiddel besparen, zo stelt de VIG. Nog veel werk te doen
 Gerard Schouw, directeur Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen benadrukt in het voorwoord de positieve berichten en stelt vervolgens: “Toch is er nog veel werk te doen. Daarom geven we niet op totdat we voor ernstige ziektes, zoals Alzheimer of kanker, een effectief medicijn hebben. Ook blijven wij ons inzetten voor de veiligheid van geneesmiddelen. Er worden bijvoorbeeld steeds meer vervalste geneesmiddelen aangeboden,...

Lees Verder
Algoritme kan geneesmiddelenprijs vaststellen
mei09

Algoritme kan geneesmiddelenprijs vaststellen

Farmaceutische bedrijven vragen veel te veel voor hun nieuwe geneesmiddelen tegen kanker, stellen onderzoekers van de Erasmus Universiteit. Zij ontwikkelden een algoritme dat de prijs van innovatieve geneesmiddelen op een zo transparant mogelijke manier vaststelt. Het algoritme neemt de werkelijke kosten van ontwikkeling, productie, verkoop, marketing en een redelijke winstmarge gebaseerd op de klinische meerwaarde van het geneesmiddel mee. Op deze manier komt er een billijke prijs uit voor elk nieuw anti-kanker medicijn. Zo komt dit algoritme bijvoorbeeld tot een aanbevolen prijs van €2.587  per behandeling met het middel enzalutamide tegen prostaatkanker, terwijl de huidige marktprijs in het Verenigd Koninkrijk bijna 12 keer hoger ligt (€30.304), en in de VS zelfs ruim 28 keer hoger (€74.165). Voor het middel Ruxolitnib tegen ziekte myelofibrose vindt het algoritme €14.424 per behandeling een redelijk bedrag. Dit middel kost op dit moment echter €49.965 in het Verenigd Koninkrijk en zelfs €75.249 per behandeling in de Verenigde Staten. Europese wetgeving Voor hoogleraar Carin Uyl-de Groot, een van de onderzoekers, is de conclusie duidelijk: “Door het algoritme te gebruiken weten we nu wat een juiste prijs voor deze medicijnen is. De ontbrekende schakel is echter de wetgeving. Europese overheden zouden door middel van nieuwe EU-wetgeving in staat moeten worden gesteld om dit model toe te kunnen toepassen, want met de huidige wetgeving kan dat nog niet. Hetzelfde geldt overigens voor de Verenigde Staten, ook daar moet wetgeving eerst worden aangepast.” Vrije markt is schadelijk 
 “Het is overduidelijk dat het huidige model van de vrije markt niet geschikt is voor innovatieve geneesmiddelen tegen kanker”, aldus Uyl-de Groot. “Het is zelfs zo dat het schadelijk is voor kankerpatiënten wereldwijd. Met een geschatte groei van 68% in het aantal gevallen van kanker rond 2030 is een revolutie in de prijsstelling van nieuwe kankermedicijnen absolute noodzaak. Door het invoeren van dit nieuwe prijsmodel kunnen we in één klap zowel de toegankelijkheid als de effectiviteit van behandelingen van kanker verbeteren en ook nog eens de economische last van deze ziekte verminderen. En zeker niet alleen in armere landen, ook in West Europa.” Bron: ZN...

Lees Verder
Pagina 1 van 212