Samen aan tafel bij de zorgverzekeraar
jun22

Samen aan tafel bij de zorgverzekeraar

Apothekers en huisartsen in Zuid-Oost Brabant werken niet alleen nauw samen in farmacotherapie, ze zitten ook samen aan tafel met zorgverzekeraars. Want perfecte zorg met medicijnen zonder verspilling, is de wens van huisartsen, apothekers en patiënten samen, stellen initiatiefnemers Niels van Elderen (PoZoB) en Marc van Asten (CaZo). Voorschrijven, afleveren en gebruik van medicijnen is niet alleen een zaak van richtlijnen en bijsluiters. Kwaliteit van zorg, doelmatig voorschrijven en hogere therapietrouw begint bij samenwerking tussen apotheker en huisarts. Dat hebben ze in Zuid-Oost Brabant al in 2012 begrepen. Al jaren werken daar apotheker, praktijkondersteuner en huisarts nauw samen. Bij Praktijkondersteuning Zuidoost-Brabant werken 150 huisartspraktijken en ruim 200 praktijkondersteuners in de eerstelijns zorg samen voor patiënten met een chronische of psychische aandoening en voor kwetsbare ouderen. PoZoB is een onafhankelijke vereniging die intensief met andere partijen samenwerkt. Een van die partijen is Zorggroep Categorale Zorg (CaZo), een groep van zo’n 21 regionale apothekers. Het is een van de eerste zorggroepen die al jaren samenwerkt. Dat was in een tijd dat het tussen de diverse bloedgroepen apothekers – zelfstandigen en diverse ketens- lastig was om een vuist te maken en gezamenlijk op te treden in de regio. Visie op farmacie Directeur Niels van Elderen van PoZoB moet even nadenken wanneer het allemaal ook al weer begon. “We zijn al jaren bezig om samen met de apothekers van CaZo de farmaceutische zorg te verbeteren. Voor ons is samenwerken inmiddels heel normaal. Ik verbaas me er dan over dat dat in andere regio’s nog helemaal niet het geval is. De samenwerking hier ging overigens met horten en stoten. We zijn in 2012 begonnen met medicatiereviews voor diabetespatiënten, ondersteund door zorgverzekeraar CZ. Dat leek een eenvoudige vorm van samenwerking. Maar de praktijk was weerbarstiger. De ondersteuning van ICT was onvoldoende, we konden niet aan voldoende patiënten komen en de samenwerking tussen huisartsen en apothekers stond nog in de kinderschoenen. Zo was de rol van de apotheker toen nog niet duidelijk. Uiteindelijk vond CZ de uitkomsten onvoldoende: er werd te weinig bespaard op de kosten. Drie jaar later zijn we gestart met het omzetten van duurdere naar goedkopere statines, het Crestor-project. Uiteindelijk was alleen de zorgverzekeraar blij met de resultaten, want de kosten gingen omlaag. Maar huisarts, apotheker en patiënt werden er niet blij van: het project was veel te smal ingericht, leidde tot frustratie en richtte zich te veel op kostenbesparing. We stopten er 200.000 euro in en het leidde tot een besparing van 50.000 euro. Formularia kunnen zeker helpen om medicatiebeleid te verbeteren als iedereen eenduidig en transparant voorschrijft. Maar het doel moet wel verhogen van de kwaliteit van zorg zijn en niet...

Lees Verder
Inzicht in verwachte markttoetreding innovatieve geneesmiddelen
jun21

Inzicht in verwachte markttoetreding innovatieve geneesmiddelen

Op de website  horizonscangeneesmiddelen is een nieuw overzicht verschenen van innovatieve geneesmiddelen die de komende 2 jaar op de markt komen.  Maar ook een overzicht van de acht geneesmiddelen die door VWS voor de tweede helft van 2018 zijn geselecteerd als sluiskandidaat. De sluis geldt voor nieuwe medicijnen die wel in Nederland op de markt mogen worden gebracht, maar niet meteen opgenomen worden in het basispakket. Op de website horizonscangeneesmiddelen.nl is informatie per geneesmiddel te vinden over zaken als behandelschema, de verwachte patiëntenaantallen en de verwachte kosten. De informatie per geneesmiddel is overzichtelijk weergegeven per rubriek, maar er kan ook op aandoening of datum worden gezocht. Geactualiseerde editie
 Met de recent geactualiseerde editie, biedt de Horizonscan inmiddels: * nog beter onderbouwde prijs- en patiënt-volume-schattingen; * een veld met informatie of een middel nieuw is; * een keuze-menu: Biosimilar, generiek, nieuw middel, nieuwe toedieningsvorm of indicatieuitbreiding; * inzicht per geneesmiddel in welke fase van de ontwikkeling het zich bevindt. Tevens is een overzicht opgenomen van geneesmiddelen die door VWS voor de 2e helft van 2018 als sluiskandidaat zijn geselecteerd. Over Horizonscan Geneesmiddelen
 De Horizonscan Geneesmiddelen is bedoeld om behandelaren, verzekeraars, patiënten, ziekenhuizen en overheidsinstanties optimaal inzicht te geven in middelen die nieuw op de markt komen. Behandelaren, apothekers en ziekenhuizen kunnen hiermee bepalen wat deze ontwikkelingen betekenen voor hun behandelaanbod. Verzekeraars en ziekenhuizen kunnen de Horizonscan gebruiken om goede contractafspraken te maken over tijdige inzet en vergoeding van nieuwe geneesmiddelen. Uit de Monitor Geneesmiddelen in de medisch specialistische zorg van de NZa bleek dat hier een belangrijk verbeterpunt ligt. Bron: Zorginstituut Nederland Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
ZN waarschuwt voor gevolgen maximeren bijbetaling geneesmiddelen
jun20

ZN waarschuwt voor gevolgen maximeren bijbetaling geneesmiddelen

Zorgverzekeraars Nederland (ZN) is niet blij met het voorstel van minister Bruins om de bijbetalingen voor geneesmiddelen te maximeren op 250 euro per verzekerde per jaar. Deze maatregel leidt volgens ZN tot: 1) extra administratieve lasten 2) een extra stimulans voor fabrikanten van geneesmiddelen om hun prijzen te verhogen, 3) het ontstaan van nieuwe bijbetalingen. ZN waarschuwt de Tweede Kamer in een brief voor de gevolgen van het plan van minister Bruins voor Medische Zorg om bijbetalingen voor geneesmiddelen te maximeren op 250 euro per verzekerde per jaar. Het grootste risico is dat fabrikanten door het plan van de minister stoppen met de huidige compensatieregelingen en dat geneesmiddelenprijzen stijgen. Veel patiënten kunnen hierdoor juist met extra kosten te maken krijgen, terwijl slechts 0,2 procent van de mensen profiteert van de maximeringsmaatregel. Het systeem om bijbetalingen te maximeren, is bureaucratisch en duur. Zo krijgen verzekerden naast hun eigen risico straks ook extra rekeningen voor geneesmiddelen. ZN vindt het onbegrijpelijk dat de minister kiest voor een groot bureaucratisch systeem in plaats van maatwerkoplossingen voor de kleine groep patiënten met hoge bijbetalingen. Verouderde vergoedingslimieten
 In Nederland is voor elke groep van vergelijkbare geneesmiddelen een vergoedingslimiet vastgesteld. De overheid bepaalt dus wat een zorgverzekeraar maximaal aan zijn verzekerden mag vergoeden voor geneesmiddelen bij de apotheek. Is de prijs van een geneesmiddel hoger dan de vergoedingslimiet, dan moet de patiënt het verschil zelf bijbetalen. Het idee is dat patiënten altijd kunnen kiezen voor een middel zonder bijbetaling. Echter: VWS heeft de vergoedingslimieten sinds 1999 niet meer geactualiseerd. Sommige bijbetalingen zijn hierdoor onvermijdelijk. Op papier betaalt jaarlijks ruim een miljoen Nederlanders gemiddeld 19 euro bij voor geneesmiddelen. Een paar specifieke patiëntgroepen van zo’n 40.000 patiënten hebben een hoge bijbetaling van gemiddeld 582 euro per jaar. Alleen zijn deze cijfers niet betrouwbaar, omdat veel fabrikanten in de loop der jaren de gebruikers van hun geneesmiddelen een terugbetaalregeling zijn gaan aanbieden. Deze fabrikanten willen namelijk hun internationale prijzen niet verlagen, maar kiezen ervoor om hun Nederlandse klanten te compenseren voor de lage vergoeding. Hoeveel mensen worden gecompenseerd voor bijbetalingen, is niet bekend. Gevolgen niet te voorspellen
 Als de minister de bijbetalingen maximeert op 250 euro, dan is het risico reëel dat veel fabrikanten stoppen met hun terugbetaalregeling. Hierdoor gaan mensen, die nu alleen op papier een bijbetaling hebben, straks daadwerkelijk bijbetalen. Blijven fabrikanten toch compensaties uitkeren, dan is het denkbaar dat dit straks dubbel gebeurt: door de fabrikant én door de zorgverzekeraar, wat fraude in de hand werkt. De maximeringsmaatregel kan ook tot gevolg hebben dat fabrikanten hun prijzen verhogen. Want als een patiënt de eerste 250 euro aan bijbetalingen zelf heeft betaald, zal de zorgverzekeraar straks...

Lees Verder
Themajournaal DOAC’s, juni 2018
jun18
Lees Verder
Beperking uitgavengroei geneesmiddelen
jun15

Beperking uitgavengroei geneesmiddelen

Lagere maximumprijzen, scherper inkopen en beter kijken welke geneesmiddelen tegen welke prijs worden vergoed.  Dat zijn drie belangrijke onderwerpen in een nieuw pakket aan maatregelen van minister Bruno Bruins voor Medische Zorg. Doel is de uitgavengroei aan geneesmiddelen te beheersen. Alle maatregelen tezamen zorgen uiteindelijk voor een besparing van 467 miljoen euro per jaar in 2022, ten opzichte van de uitgaven aan genees- en hulpmiddelen die nu ruim 6 miljard euro bedragen. Overigens stijgen de uitgaven van genees- en hulpmiddelen deze kabinetsperiode nog altijd met ongeveer een miljard euro, maar door de besparing is deze stijging minder hard. Modernisering geneesmiddelvergoedingssysteem Alle geneesmiddelen die vanuit het basispakket worden vergoed, zijn ingedeeld in ongeveer 500 verschillende groepen. Per groep geldt een maximum bedrag dat wordt vergoed. Deze vergoedingslimiet is voor het laatst herijkt in 1999. De minister gaat het Geneesmiddelvergoedingssysteem (GVS) nu moderniseren door met de blik van 2018 te kijken of de groepen en bijbehorende limieten nog toereikend zijn. Bij sommige groepen van geneesmiddelen zijn de vergoedingen op dit moment mogelijk te laag, waardoor patiënten veel moeten bijbetalen. Bij andere groepen zijn de vergoedingen juist te hoog:  omdat er inmiddels veel concurrerende middelen op de markt zijn kan de vergoedingslimiet daar omlaag. Bij deze aanpak wordt ook gekeken naar de mogelijkheid van apothekersbereidingen, bereidingen van geneesmiddelen door de apotheek zelf. Met deze maatregelen wordt 140 miljoen euro per jaar bespaard. Wet geneesmiddelenprijzen Voor geneesmiddelen geldt in Nederland een maximumprijs. Deze prijs wordt sinds 1996 bepaald op basis van de gemiddelde prijs in Duitsland, België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. In Duitsland echter zijn de geneesmiddelenprijzen gemiddeld hoger. De minister gaat de wet aanpassen opdat niet Duitsland, maar een ander – met Nederland vergelijkbaar – land met lagere prijzen, zoals bijvoorbeeld Noorwegen, gebruikt wordt om de maximumprijs in Nederland te bepalen. Deze stap moet zorgvuldig worden gezet. Voorkomen moet worden dat fabrikanten, vanwege een lagere maximumprijs, besluiten hun middel niet meer in Nederland op de markt te brengen. 
De maatregel heeft vooral effect op de prijs van geneesmiddelen waar nog een patent op rust. Geneesmiddelen waarvan het patent verlopen is zijn over het algemeen veel goedkoper dan de maximumprijs, bijvoorbeeld als gevolg van het preferentiebeleid. Deze wijziging levert een besparing op van 160 miljoen euro. Eigen bijbetalingen maximaal €250 In het regeerakkoord is afgesproken dat het kabinet maatregelen neemt om de stapeling van zorgkosten te voorkomen. Eén daarvan is de invoering van een maximum van 250 euro voor eigen betalingen van geneesmiddelen.  Dit voorkomt dat mensen, zoals nu soms het geval is, per jaar veel moeten bijbetalen voor geneesmiddelen die duurder zijn dan de vergoedingslimiet. Scherpere inkoop en meer…. Tenslotte wordt...

Lees Verder
Drijfveren: Het voordeel van klein, aldus Groot
jun14

Drijfveren: Het voordeel van klein, aldus Groot

Midden in de Tilburgse wijk Groeseind-Hoefstraat, tegenover de kerk en de viskraam, is huisartsenpraktijk Groot gevestigd. Groeseind is van oudsher een arbeiderswijk gebouwd rondom de voormalige Textielfabriek. Een multiculturele vooroorlogse buurt met veel kleine huurwoningen. Maar de wijk verandert: minder beton, meer groen, huizen worden opgeknapt. Huur verandert in koop. Studenten en tweeverdieners doen hun intrede. Dick Groot: “Dit buitengewoon gevarieerd gezelschap in deze multiculturele buurt is mijn patiëntenbestand. Een prachtige mix van mensen. Ik ben hun huisarts in de ouderwetse zin van het woord. Een echte een-pitter die de regie voert over zijn eigen praktijk. En dat bevalt me prima.” Ouderwets? Ik ben een huisarts die zich prettig voelt bij integrale gezinsgeneeskunde. Ik wil voor families zorgen tijdens alle fases van hun leven. Vanaf de geboorte tot aan de dood vind ik dat ik er moet zijn. Laagdrempelig en gemakkelijk benaderbaar. Ik ben ouderwets omdat ik fulltime werk. Ik ben het vaste aanspreekpunt voor 2.800 patiënten, alle dagen van de week. Als mensen terminaal zijn, ga ik op huisbezoek. Ook in het weekend en ook ‘s nachts. Dat doe ik allemaal in mijn eentje. In die zin ben ik ouderwets. Hebt u in deze buurt te maken met veel sociale problematiek? Zeker. Ik merk ook dat mijn bordje behoorlijk vol begint te raken. Dat heeft drie redenen: er is een toename van sociale problematiek die men ergens kwijt moet. Tweede reden voor het volle bord is het wegvallen van GGZ-voorzieningen en tot slot is er de substitutie van de tweede naar de eerste lijn. Mensen moeten zo lang mogelijk thuisblijven. Ik heb overleg met de gemeente, met schuldsanering, vervoersbedrijven, dak- en thuislozen en verslavingszorg. Ik hop van casemanager naar casemanager. En ik ben niet de enige. Het wordt tijd dat wij huisartsen ons gaan heroriënteren: zijn we huisarts of maatschappelijk werker of life-coach? We moeten terug naar onze kernwaarden. Nu zijn we een soort vergaarbak van ellende met heel veel administratieve rompslomp. Ik hou echt enorm van mijn vak maar de gezonde balans is zoek. “We moeten ons afvragen: zijn we huisarts of maatschappelijk werker of life-coach? We moeten terug naar onze kernwaarden.” Hoe is de samenwerking met apothekers? De samenwerking met apothekers staat op een hoog niveau. Mijn buurman is apotheker. We overleggen veel en kunnen altijd bij elkaar terecht voor een vraag. Omdat ik huisarts ben van 90 nonnen, heb ik ook te maken met de instellingsapotheker. De zusters worden over het algemeen zeer oud en dat gaat gepaard met polyfarmacie. Of er iets te verbeteren is? Tuurlijk. Apothekers worden tegenwoordig geacht mee te denken. Dat resulteert soms in ongevraagde farmacievoorstellen. Overleg is prima maar een...

Lees Verder
Column: Samen sterk
jun14

Column: Samen sterk

De eerst verantwoordelijk verzorgende (EVV) vertelt over Mevrouw H die zich te pas en te onpas uitkleedt waar de andere bewoners bij zijn. ’s Nachts jaagt deze vrouw haar medebewoners de stuipen op het lijf door hun slaapkamer binnen te wandelen. Voor mevrouw H zelf is deze onrust ook vervelend. Doordat mevrouw H ‘s nachts slecht slaapt, is zij overdag nog meer verward. Dit zijn voorbeelden van gedragsproblemen die besproken worden tijdens het Multidisciplinair overleg (MDO). De beschreven casus gaat over een 81-jarige vrouw die woonachtig is in een kleinschalige woonvorm met 5 andere dementerende ouderen. Elke zes maanden worden de bewoners besproken tijdens het MDO waar ook familie welkom is. De specialist ouderengeneeskunde (SOG), huisarts, apotheker-farmacotherapeut, psycholoog, fysiotherapeut en EVV zijn veelal aanwezig. Indien nodig, worden de ergotherapeut en dagbestedingscoach ook uitgenodigd. Het multidisciplinair werken naar een gezamenlijk doel voor de patiënt is soms een uitdaging. De bewoners zijn hun eigen regie grotendeels kwijt, waardoor er samen met familie en zorgverleners afwegingen en keuzes gemaakt moeten worden. Er wordt via verschillende wegen geprobeerd om het gedrag van mevrouw H te beïnvloeden. De psycholoog tracht via een levensloopgesprek meer inzicht te krijgen in de oorzaken van het gedrag. Dit gebruikt zij om handvatten aan het begeleidende personeel te geven. Echter, soms moeten we om een patiënt tot rust te krijgen zwaarder geschut inzetten, zoals psychofarmaca. Bij mevrouw H kozen we ervoor om met haloperidol druppels te starten. Ik evalueer regelmatig, samen met de SOG en huisarts, of het middel vervolgens kan worden afgebouwd. Bijwerkingen houd ik ook goed in de gaten. Na het starten en ophogen van de dosis haloperidol is mevrouw H een aantal keer gevallen. Het lopen ging met de dag moeilijker en de sta functie ging achteruit. Ook zat mevrouw H overdag vaak te dutten en was de eetlust verminderd. Dit waren voor mij argumenten om de haloperidol weer wat te verlagen. Uiteindelijk is er met de juiste dosering haloperidol een balans gevonden tussen het effect op de onrust en de bijwerkingen. Dankzij signalering en samenwerking met het begeleidend personeel kunnen we de kwaliteit van leven voor mevrouw H verbeteren. Iedereen heeft een andere kijk op de patiënt. Door elkaars kennis te benutten komen we bij complexe patiënten sneller tot een adequaat beleid. Samen sterk. Sanneke Gertsen volgde bij het UMC Utrecht Julius Centrum de opleiding tot apotheker-farmacotherapeut. 
Nu is ze werkzaam in twee huisartsenpraktijken, De Notekraker en De Boog, onderdeel van Zorggroep Almere. Deze column verscheen eerder in FarmaMagazine mei 2018  ...

Lees Verder
Keuzehulp Bloedglucosemeters
jun12

Keuzehulp Bloedglucosemeters

Onlangs is de Keuzehulp Bloedglucosemeters gelanceerd. Dit is een online tool die mensen met diabetes en hun zorgverleners helpt om samen de bloedglucosemeter te kiezen die het beste past bij de medische en persoonlijke situatie van de patiënt. De Keuzehulp Bloedglucosemeters is bedoeld voor insulineafhankelijke mensen met diabetes die aan zelfcontrole doen. Op www.keuzehulpbloedglucosemeter.nl kan de patiënt thuis de Keuzehulp Bloedglucosemeters invullen en krijgt vervolgens een overzicht van bloedglucosemeters die passen bij de eigen medische en persoonlijke situatie. Samen met de zorgverlener neemt de patiënt de keuzehulp in de spreekkamer nogmaals door, waarna ze samen de meest geschikte meter kiezen en bestellen. De online Keuzehulp Bloedglucosemeters is het resultaat van een samenwerking tussen de Nederlandse Diabetes Federatie (NDF), Vilans en een gemeenschap van behandelaars, patiëntenvereniging, fabrikanten, leveranciers en zorgverzekeraars (o.a. DVN, DiHAG, V&VN Diabeteszorg, KNMP, NVKC, NVD/DNO, NIV, NVK, FHI, Diagned en ZN). De keuzehulp is mede mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van VWS en het Diabetes Fonds. Kwaliteitsstandaard Het maken van de keuzehulp is een implementatiestap van de Kwaliteitsstandaard Bloedglucosemeting. Sinds de zomer van 2017 zijn in het register van het Zorginstituut Nederland de kwaliteitseisen vastgelegd waaraan de hulpmiddelenzorg moet voldoen. Zo zijn er in dit kader ook kwaliteitsstandaarden ontwikkeld voor stoma en continentie hulpmiddelenzorg. Kennisgemeenschap Hulpmiddelenzorg Voor het delen van kennis en ervaring rondom de kwaliteitsstandaarden is de Kennisgemeenschap Hulpmiddelenzorg opgericht. Het ondersteunen en coördineren van deze kennisgemeenschap wordt gedaan door Vilans. Het doel is uitwisseling van kennis, leren van elkaars ervaringen en gedeelde thema’s gezamenlijk aanpakken. Bron: Vilans Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Alternatieven voor Minims Pilocarpinenitraat tijdelijk toegestaan
jun12

Alternatieven voor Minims Pilocarpinenitraat tijdelijk toegestaan

In verband met een tekort van Minims Pilocarpinenitraat 20 mg/ml, oogdruppels, oplossing (RVG 09368), mogen fabrikanten, groothandelaren en apotheekhoudenden alternatieven, afkomstig uit andere EU-lidstaten, tijdelijk afleveren aan artsen. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in oprichting (IGJ) heeft dit besloten. Dit besluit is van kracht t/m 6 juli a.s. Partijen hoeven daardoor geen individuele toestemming vooraf meer te vragen bij de inspectie en ook geen artsenverklaringenadministratie meer bij te houden. Het gaat om alternatieven zonder conserveermiddel met dezelfde stof, sterkte en toedieningsvorm voor: Minims Pilocarpinenitraat 20 mg/ml, oogdruppels, oplossing (RVG 09368). Indicaties
 De toestemming geldt voor de geregistreerde indicaties (mioticum, indien de pupil voor diagnostische doeleinden verwijd is; ter behandeling van nauwe of wijde kamerhoek glaucoom) voor zover er geen geregistreerd adequaat medicamenteus alternatief in Nederland beschikbaar is. Verder is dit besluit tevens van toepassing op buiten de door het CBG geregistreerde indicaties (waaronder vermindering van de oogboldruk tijdens chirurgische ingrepen) voor zover niet kan worden uitgekomen met in Nederland geregistreerde geneesmiddelen. Toestemming is tijdelijk De verwachting is dat Minims Pilocarpinenitraat 20 mg/ml, oogdruppels, oplossing (RVG 09368) in de week van 6 juli 2018 weer voldoende voorradig zal zijn voor groothandelaren of apothekers om in de behoeften van patiënten te kunnen voorzien. De toestemming van de IGJ loopt daarom tot die datum. Zie voor meer informatie en voorwaarden besluit 3.17a  in de Staatscourant. Vragen of bezwaar
 Heeft u vragen over deze beslissing of bent u het er niet mee eens? Kijk eens op www.rijksoverheid.nl/ministeries/vws/bezwaarschriften-vws Daar wordt uitgelegd wat u kunt doen als u het niet eens bent met de beslissing en misschien bezwaar wilt maken. Er staan voorbeelden waarmee u de kans op een succesvol bezwaar kan inschatten. Bron: Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd Onder redactie van: Gerda van Beek      ...

Lees Verder
Stijgende vraag naar medicijntesters
jun11

Stijgende vraag naar medicijntesters

Onderzoekers willen meer medicijnen laten testen in Nederland. De vraag naar medicijntesters in Nederland stijgt daardoor. Grote klinieken zijn hard op zoek naar proefpersonen die tegen betaling daaraan willen meewerken. Het is niet duidelijk om hoeveel proefpersonen het precies gaat, die gegevens worden niet in detail gepubliceerd. De Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek houdt wel bij hoeveel personen de industrie of onderzoekers denken nodig te hebben om medicijnen te ontwikkelen of testen. Dat aantal is vorig jaar opgelopen, maar dat schommelt de laatste jaren vaker. Vooral voor fase-1-onderzoek
 In de grotere onderzoeksklinieken worden proefpersonen meestal ingezet voor zogeheten ‘fase 1-onderzoek’. Daarin testen ze vaak op gezonde personen hoe veilig een medicijn is en wat het eventuele effect is. Daarna worden deze medicijnen nog verder getest in fase 2- en fase 3-studies, voordat ze op de markt toegelaten mogen worden. Praktische plekken
 Drie grotere onderzoeksklinieken in Nederland zien een stijgende vraag vanuit de wetenschap of industrie naar proefpersonen. “We hebben er ieder jaar meer nodig”, zegt de Leidse onderzoekskliniek CHDR. “Vijf jaar geleden bouwden we een nieuw pand en nu al zijn we uit ons jasje gegroeid.” Klinieken openen met het oog op de toekomst keuringscentra op praktische plekken. Daar wordt getest of proefpersonen geschikt zijn voor medicijnonderzoek. CHDR opende zo’n testcentrum dichtbij Leiden Centraal en onderzoekskliniek PRA uit Groningen opende een tweede in Utrecht, in het midden van het land. “Omdat er een steeds grotere vraag naar proefpersonen is, willen we er ook steeds meer werven.” Groei vooral in Nederland
 De groei zit vooral in Nederland, aldus onderzoekskliniek QPS. “We hebben ook klinieken in het buitenland, maar de aantallen daar zijn relatief stabiel. In Nederland zijn we sinds twee jaar geleden juist ieder jaar ongeveer 15 procent gegroeid. We gaan daarom het bedden-aantal in Nederland uitbreiden van 58 tot 75 bedden.” Hoelang proefpersonen in die bedden liggen, kan variëren van dagen tot enkele weken. Bron: NOS Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Pagina 1 van 212