Nu alle geneesmiddelen hepatitis C in basispakket
jun30

Nu alle geneesmiddelen hepatitis C in basispakket

Een nieuwe behandeling tegen chronische hepatitis C met het geneesmiddel Vosevi wordt vanaf 1 juli 2018 vergoed vanuit het basispakket. Dat heeft minister Bruno Bruins (Medische Zorg) besloten nadat hij met de fabrikant onderhandeld heeft over de prijs van het nieuwe middel. Vosevi kan worden ingezet bij alle patiënten met een chronische hepatitis C infectie. Met de opname van Vosevi zijn nu alle geneesmiddelen voor hepatitis C patiënten in Nederland beschikbaar vanuit het basispakket. Chronische hepatitis C is een ziekte die in veel gevallen pas na vele jaren tot klachten leidt, zoals levercirrose en bij een klein percentage ook tot leverkanker. Door de komst van nieuwe medicijnen genezen er vanaf 2014 meer patiënten en zijn bestaande en intensieve therapieën overbodig geworden. Hoog kostenbeslag Gezien het hoge kostenbeslag van de nieuwe hepatitis C geneesmiddelen adviseerde het Zorginstituut Nederland eerder om voor deze groep middelen te gaan onderhandelen met de fabrikant over de prijs. Het is de achtste keer dat met succes is onderhandeld over de vergoeding van een geneesmiddel voor hepatitis C. Resultaat onderhandelingen In totaal zijn er voor 30 geneesmiddelen financiële arrangementen afgesloten. Een behandeling van 12 weken met Vosevi kostte oorspronkelijk €51.000. Door de onderhandelingen ligt deze prijs nu lager. Vanwege de vertrouwelijkheid van de afspraken met de leverancier kan de uitkomst van de onderhandelingen niet openbaar gemaakt worden. Wel kan een totaalbeeld worden gegeven. In 2015 en 2016 hebben prijsonderhandelingen met farmaceuten geleid tot een totale besparing van 155 miljoen euro. De resultaten over 2017 worden later dit jaar bekend. Bron: ministerie...

Lees Verder
Aan de slag met IJslands preventiemodel
jun27

Aan de slag met IJslands preventiemodel

IJslandse jongeren waren 20 jaar geleden nog de grootverbruikers drank, sigaretten en drugs. Nu gebruiken zij het minst van alle jongeren in Europa. Hoe hebben ze dat gedaan, en wat kunnen Nederlandse gemeenten daarvan leren? Zes gemeenten gaan met dit IJslands model aan de slag.  Om het gebruik terug te dringen, introduceerden de IJslanders in 1998 een nieuwe aanpak, die bekend staat als het IJslandse Preventiemodel. Inmiddels gebruiken de IJslandse jongeren het minste van Europa en scoren ze ook goed op andere gezondheidsterreinen, zoals sport. Het Trimbos-instituut en NJi zijn een leertraject gestart waarbij de komende drie jaar samen met zes gemeenten de aanpak nader wordt verkend én toegepast in Nederland. Risico’s terugdringen De basis onder het IJslandse preventiemodel is de uitvoerige, regelmatige monitoring van preventieve en risico-vergrotende factoren die een rol spelen bij middelengebruik. Met de informatie die dit oplevert, krijgen de beleidsmakers handvatten om gericht risico’s terug te dringen, zoals verveling en laat buiten op straat rondhangen én om preventieve factoren juist te versterken, zoals een goede ouder-kind relatie en gestructureerde vrijetijdsbesteding. De aanpak is een vorm van community-based werken waarbij er sprake is van een constante kennisuitwisseling tussen wetenschappers, beleidsmakers en professionals uit de praktijk. Leertraject Om de aanpak verder te verkennen en te kijken hoe deze in ons land kan worden ingevoerd, hebben het Trimbos-instituut en het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) in samenwerking met ICSRA (Icelandic Centre for Social Research and Analysis) een zogeheten ‘beleidsvormend leertraject’ opgezet. Samen met de gemeenten Amersfoort, Hardenberg, samenwerkingsverband Kempengemeenten (Bergeijk, Bladel, Eersel, Reusel-De Mierden), Súdwest-Fryslân, Texel en Urk wordt dit de komende 3 jaar uitgevoerd. De kick-off vond plaats tijdens een werkbezoek aan IJsland. Een delegatie van 27 afgevaardigden volgde workshops in Reykjavik, sprak met lokale experts en bezocht lokale initiatieven om een goed beeld te krijgen van de aanpak. De deelnemende gemeenten zijn nu aan zet om de factoren die middelengebruik verklaren in hun eigen gemeente in kaart brengen en op basis hiervan, samen met lokale partners ,het preventiebeleid (door) te ontwikkelen. Na twee jaar worden de factoren opnieuw in kaart gebracht en wordt het leertraject geëvalueerd. Het Trimbos-instituut en het NJi ondersteunen gemeenten bij het vertalen van de IJslandse aanpak naar hun gemeente. Meer weten? Er is veel interesse voor de IJslandse aanpak en de ervaringen die hiermee in ons land worden opgedaan. Om de kennis die gedurende het leertraject wordt opgedaan te delen, heeft het Trimbos-instituut een informatiepunt opgezet: IJsland@trimbos.nl. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Let bij zwangere vrouwen op juiste hiv-medicatie
jun27

Let bij zwangere vrouwen op juiste hiv-medicatie

Bij zwangere vrouwen werkt hiv-medicatie met darunavir in combinatie met cobicistat in het tweede en derde trimester minder goed. Bij deze vrouwen is het risico groter dat het virus niet goed onderdrukt blijft. Hierdoor kan hun ongeboren kindje besmet raken met het hiv-virus. Dit blijkt uit onderzoek. Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) adviseert artsen daarom vrouwen die zwanger zijn, niet met deze medicijnen te behandelen. Het gaat om de combinatiemiddelen Symtuza en Rezolsta, en Prezista samen met cobicistat (Tybost). Darunavir is een geneesmiddel tegen retrovirussen dat wordt gebruikt bij de behandeling van een infectie met het humaan immunodeficiëntievirus (hiv). Het kan samen gegeven worden met cobicistat, dat de hoeveelheid darunavir in het bloed zou moeten verhogen. Advies aan patiënten Gebruikt u darunavir in combinatie met cobicistat en bent u zwanger of heeft u een kinderwens? Stop niet met uw medicatie maar overleg met uw arts over uw behandeling. Advies aan zorgverleners – Start geen therapie met darunavir/cobicistat tijdens de zwangerschap. – Zet vrouwen die tijdens de behandeling zwanger worden, over op een alternatief regime, bijvoorbeeld darunavir/ritonavir. Alle betrokkenen geïnformeerd De firma Janssen heeft over dit onderwerp een brief verstuurd, een zogenaamde Direct Healthcare Professional Communication (DHPC). De brief met deze belangrijke risico-informatie is in overleg met het Europese geneesmiddelenagentschap (EMA), het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) gestuurd naar internist-infectiologen of hiv-behandelaren (ook die in opleiding), klinisch virologen en/of medisch microbiologen betrokken bij hiv-behandeling, hiv-verpleegkundigen, gynaecologen, huisartsen (alle genoemde zorgverleners ook in opleiding), ziekenhuisapothekers, poli-apotheken en plus-apotheken. Kerntak CBG Het signaleren en analyseren van bijwerkingen gedurende de gehele levenscyclus van een geneesmiddel wordt geneesmiddelenbewaking of farmacovigilantie genoemd. Dit is een kerntaak van het CBG. In geval van urgente en/of belangrijke veiligheidsissues worden medische beroepsbeoefenaren door middel van een DHPC op de hoogte gebracht. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Ierland: vijfde land in Beneluxa
jun25

Ierland: vijfde land in Beneluxa

Ierland heeft zich als vijfde land aangesloten bij het Beneluxa: het initiatief voor Europese samenwerking op geneesmiddelenbeleid. Simon Harris, de Ierse minister van Volksgezondheid heeft hierover een overeenkomst getekend met zijn Nederlandse, Belgische, Luxemburgse en Oostenrijkse collega’s. Dit vond plaats tijdens de Europese Raad van Ministers van Volksgezondheid (EPSCO) in Luxemburg.  Doel van deze samenwerking is dat de nieuwste, meest innovatieve geneesmiddelen tijdig beschikbaar zijn voor alle inwoners van de samenwerkende landen. Deze samenwerking kan ervoor zorgen dat medicijnen betaalbaar kunnen worden ingekocht. Vier jaar geleden was het nog ieder voor zich. Inmiddels hebben dus vijf landen hun krachten gebundeld. Een goede zaak: hoe meer patiënten worden vertegenwoordigd, hoe meer inspraak er zal zijn in de onderhandelingen voor dure innovatieve geneesmiddelen. Samenwerking en informatie-uitwisseling tussen landen is essentieel voor de onderhandelingspositie richting de farmaceutische industrie. Daarnaast is het ook goed voor transparante prijsopbouw. Vergelijkbare vraagstukken Minister Bruins van VWS is verheugd met de aansluiting van Ierland. Hij zegt: “Ierland is een goede toevoeging aan de Beneluxa-familie. Alle vijf de landen hebben namelijk te maken met vergelijkbare vraagstukken rondom betaalbaarheid van innovatieve geneesmiddelen. Door onze krachten te bundelen verbeteren we ook onze onderhandelingspositie richting de farmaceutische industrie. Op deze manier kunnen we ervoor zorgen dat patiënten op de lange termijn toegang hebben tot betaalbare en innovatieve geneesmiddelen.” Benelux-prestaties In 2015 is de Beneluxa-samenwerking begonnen met het oog op langdurige toegang tot geneesmiddelen in de betrokken landen. De landen willen samen de toegang tot betaalbare zorg voor patiënten waarborgen. Dan gaat het niet alleen om de prijsonderhandelingen, maar ook op het gebied van onderzoek naar welke innovatieve en vaak extreem dure geneesmiddelen op de markt gaan komen. Ook worden er evaluaties uitgewisseld op het gebied van gezondheidstechnologie. Beneluxa introduceerde recent nog het internationale horizontale scanning initiatief (IHSI), waar ook samenwerking met andere Europese landen aangegaan gaat worden. Het doel hiervan is een permanent systeem te bouwen dat landen en instellingen gaat ondersteunen bij de vergoeding van nieuwe geneesmiddelen. Vele andere landen willen het IHSI graag verder uitbreiden. Meer info over het Beneluxa initatief is te vinden op www.beneluxa.org Bron: ministerie VWS Onder redactie van: Gerda van Beek      ...

Lees Verder
Samen aan tafel bij de zorgverzekeraar
jun22

Samen aan tafel bij de zorgverzekeraar

Apothekers en huisartsen in Zuid-Oost Brabant werken niet alleen nauw samen in farmacotherapie, ze zitten ook samen aan tafel met zorgverzekeraars. Want perfecte zorg met medicijnen zonder verspilling, is de wens van huisartsen, apothekers en patiënten samen, stellen initiatiefnemers Niels van Elderen (PoZoB) en Marc van Asten (CaZo). Voorschrijven, afleveren en gebruik van medicijnen is niet alleen een zaak van richtlijnen en bijsluiters. Kwaliteit van zorg, doelmatig voorschrijven en hogere therapietrouw begint bij samenwerking tussen apotheker en huisarts. Dat hebben ze in Zuid-Oost Brabant al in 2012 begrepen. Al jaren werken daar apotheker, praktijkondersteuner en huisarts nauw samen. Bij Praktijkondersteuning Zuidoost-Brabant werken 150 huisartspraktijken en ruim 200 praktijkondersteuners in de eerstelijns zorg samen voor patiënten met een chronische of psychische aandoening en voor kwetsbare ouderen. PoZoB is een onafhankelijke vereniging die intensief met andere partijen samenwerkt. Een van die partijen is Zorggroep Categorale Zorg (CaZo), een groep van zo’n 21 regionale apothekers. Het is een van de eerste zorggroepen die al jaren samenwerkt. Dat was in een tijd dat het tussen de diverse bloedgroepen apothekers – zelfstandigen en diverse ketens- lastig was om een vuist te maken en gezamenlijk op te treden in de regio. Visie op farmacie Directeur Niels van Elderen van PoZoB moet even nadenken wanneer het allemaal ook al weer begon. “We zijn al jaren bezig om samen met de apothekers van CaZo de farmaceutische zorg te verbeteren. Voor ons is samenwerken inmiddels heel normaal. Ik verbaas me er dan over dat dat in andere regio’s nog helemaal niet het geval is. De samenwerking hier ging overigens met horten en stoten. We zijn in 2012 begonnen met medicatiereviews voor diabetespatiënten, ondersteund door zorgverzekeraar CZ. Dat leek een eenvoudige vorm van samenwerking. Maar de praktijk was weerbarstiger. De ondersteuning van ICT was onvoldoende, we konden niet aan voldoende patiënten komen en de samenwerking tussen huisartsen en apothekers stond nog in de kinderschoenen. Zo was de rol van de apotheker toen nog niet duidelijk. Uiteindelijk vond CZ de uitkomsten onvoldoende: er werd te weinig bespaard op de kosten. Drie jaar later zijn we gestart met het omzetten van duurdere naar goedkopere statines, het Crestor-project. Uiteindelijk was alleen de zorgverzekeraar blij met de resultaten, want de kosten gingen omlaag. Maar huisarts, apotheker en patiënt werden er niet blij van: het project was veel te smal ingericht, leidde tot frustratie en richtte zich te veel op kostenbesparing. We stopten er 200.000 euro in en het leidde tot een besparing van 50.000 euro. Formularia kunnen zeker helpen om medicatiebeleid te verbeteren als iedereen eenduidig en transparant voorschrijft. Maar het doel moet wel verhogen van de kwaliteit van zorg zijn en niet...

Lees Verder
Inzicht in verwachte markttoetreding innovatieve geneesmiddelen
jun21

Inzicht in verwachte markttoetreding innovatieve geneesmiddelen

Op de website  horizonscangeneesmiddelen is een nieuw overzicht verschenen van innovatieve geneesmiddelen die de komende 2 jaar op de markt komen.  Maar ook een overzicht van de acht geneesmiddelen die door VWS voor de tweede helft van 2018 zijn geselecteerd als sluiskandidaat. De sluis geldt voor nieuwe medicijnen die wel in Nederland op de markt mogen worden gebracht, maar niet meteen opgenomen worden in het basispakket. Op de website horizonscangeneesmiddelen.nl is informatie per geneesmiddel te vinden over zaken als behandelschema, de verwachte patiëntenaantallen en de verwachte kosten. De informatie per geneesmiddel is overzichtelijk weergegeven per rubriek, maar er kan ook op aandoening of datum worden gezocht. Geactualiseerde editie
 Met de recent geactualiseerde editie, biedt de Horizonscan inmiddels: * nog beter onderbouwde prijs- en patiënt-volume-schattingen; * een veld met informatie of een middel nieuw is; * een keuze-menu: Biosimilar, generiek, nieuw middel, nieuwe toedieningsvorm of indicatieuitbreiding; * inzicht per geneesmiddel in welke fase van de ontwikkeling het zich bevindt. Tevens is een overzicht opgenomen van geneesmiddelen die door VWS voor de 2e helft van 2018 als sluiskandidaat zijn geselecteerd. Over Horizonscan Geneesmiddelen
 De Horizonscan Geneesmiddelen is bedoeld om behandelaren, verzekeraars, patiënten, ziekenhuizen en overheidsinstanties optimaal inzicht te geven in middelen die nieuw op de markt komen. Behandelaren, apothekers en ziekenhuizen kunnen hiermee bepalen wat deze ontwikkelingen betekenen voor hun behandelaanbod. Verzekeraars en ziekenhuizen kunnen de Horizonscan gebruiken om goede contractafspraken te maken over tijdige inzet en vergoeding van nieuwe geneesmiddelen. Uit de Monitor Geneesmiddelen in de medisch specialistische zorg van de NZa bleek dat hier een belangrijk verbeterpunt ligt. Bron: Zorginstituut Nederland Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
ZN waarschuwt voor gevolgen maximeren bijbetaling geneesmiddelen
jun20

ZN waarschuwt voor gevolgen maximeren bijbetaling geneesmiddelen

Zorgverzekeraars Nederland (ZN) is niet blij met het voorstel van minister Bruins om de bijbetalingen voor geneesmiddelen te maximeren op 250 euro per verzekerde per jaar. Deze maatregel leidt volgens ZN tot: 1) extra administratieve lasten 2) een extra stimulans voor fabrikanten van geneesmiddelen om hun prijzen te verhogen, 3) het ontstaan van nieuwe bijbetalingen. ZN waarschuwt de Tweede Kamer in een brief voor de gevolgen van het plan van minister Bruins voor Medische Zorg om bijbetalingen voor geneesmiddelen te maximeren op 250 euro per verzekerde per jaar. Het grootste risico is dat fabrikanten door het plan van de minister stoppen met de huidige compensatieregelingen en dat geneesmiddelenprijzen stijgen. Veel patiënten kunnen hierdoor juist met extra kosten te maken krijgen, terwijl slechts 0,2 procent van de mensen profiteert van de maximeringsmaatregel. Het systeem om bijbetalingen te maximeren, is bureaucratisch en duur. Zo krijgen verzekerden naast hun eigen risico straks ook extra rekeningen voor geneesmiddelen. ZN vindt het onbegrijpelijk dat de minister kiest voor een groot bureaucratisch systeem in plaats van maatwerkoplossingen voor de kleine groep patiënten met hoge bijbetalingen. Verouderde vergoedingslimieten
 In Nederland is voor elke groep van vergelijkbare geneesmiddelen een vergoedingslimiet vastgesteld. De overheid bepaalt dus wat een zorgverzekeraar maximaal aan zijn verzekerden mag vergoeden voor geneesmiddelen bij de apotheek. Is de prijs van een geneesmiddel hoger dan de vergoedingslimiet, dan moet de patiënt het verschil zelf bijbetalen. Het idee is dat patiënten altijd kunnen kiezen voor een middel zonder bijbetaling. Echter: VWS heeft de vergoedingslimieten sinds 1999 niet meer geactualiseerd. Sommige bijbetalingen zijn hierdoor onvermijdelijk. Op papier betaalt jaarlijks ruim een miljoen Nederlanders gemiddeld 19 euro bij voor geneesmiddelen. Een paar specifieke patiëntgroepen van zo’n 40.000 patiënten hebben een hoge bijbetaling van gemiddeld 582 euro per jaar. Alleen zijn deze cijfers niet betrouwbaar, omdat veel fabrikanten in de loop der jaren de gebruikers van hun geneesmiddelen een terugbetaalregeling zijn gaan aanbieden. Deze fabrikanten willen namelijk hun internationale prijzen niet verlagen, maar kiezen ervoor om hun Nederlandse klanten te compenseren voor de lage vergoeding. Hoeveel mensen worden gecompenseerd voor bijbetalingen, is niet bekend. Gevolgen niet te voorspellen
 Als de minister de bijbetalingen maximeert op 250 euro, dan is het risico reëel dat veel fabrikanten stoppen met hun terugbetaalregeling. Hierdoor gaan mensen, die nu alleen op papier een bijbetaling hebben, straks daadwerkelijk bijbetalen. Blijven fabrikanten toch compensaties uitkeren, dan is het denkbaar dat dit straks dubbel gebeurt: door de fabrikant én door de zorgverzekeraar, wat fraude in de hand werkt. De maximeringsmaatregel kan ook tot gevolg hebben dat fabrikanten hun prijzen verhogen. Want als een patiënt de eerste 250 euro aan bijbetalingen zelf heeft betaald, zal de zorgverzekeraar straks...

Lees Verder
Themajournaal DOAC’s, juni 2018
jun18
Lees Verder
Beperking uitgavengroei geneesmiddelen
jun15

Beperking uitgavengroei geneesmiddelen

Lagere maximumprijzen, scherper inkopen en beter kijken welke geneesmiddelen tegen welke prijs worden vergoed.  Dat zijn drie belangrijke onderwerpen in een nieuw pakket aan maatregelen van minister Bruno Bruins voor Medische Zorg. Doel is de uitgavengroei aan geneesmiddelen te beheersen. Alle maatregelen tezamen zorgen uiteindelijk voor een besparing van 467 miljoen euro per jaar in 2022, ten opzichte van de uitgaven aan genees- en hulpmiddelen die nu ruim 6 miljard euro bedragen. Overigens stijgen de uitgaven van genees- en hulpmiddelen deze kabinetsperiode nog altijd met ongeveer een miljard euro, maar door de besparing is deze stijging minder hard. Modernisering geneesmiddelvergoedingssysteem Alle geneesmiddelen die vanuit het basispakket worden vergoed, zijn ingedeeld in ongeveer 500 verschillende groepen. Per groep geldt een maximum bedrag dat wordt vergoed. Deze vergoedingslimiet is voor het laatst herijkt in 1999. De minister gaat het Geneesmiddelvergoedingssysteem (GVS) nu moderniseren door met de blik van 2018 te kijken of de groepen en bijbehorende limieten nog toereikend zijn. Bij sommige groepen van geneesmiddelen zijn de vergoedingen op dit moment mogelijk te laag, waardoor patiënten veel moeten bijbetalen. Bij andere groepen zijn de vergoedingen juist te hoog:  omdat er inmiddels veel concurrerende middelen op de markt zijn kan de vergoedingslimiet daar omlaag. Bij deze aanpak wordt ook gekeken naar de mogelijkheid van apothekersbereidingen, bereidingen van geneesmiddelen door de apotheek zelf. Met deze maatregelen wordt 140 miljoen euro per jaar bespaard. Wet geneesmiddelenprijzen Voor geneesmiddelen geldt in Nederland een maximumprijs. Deze prijs wordt sinds 1996 bepaald op basis van de gemiddelde prijs in Duitsland, België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. In Duitsland echter zijn de geneesmiddelenprijzen gemiddeld hoger. De minister gaat de wet aanpassen opdat niet Duitsland, maar een ander – met Nederland vergelijkbaar – land met lagere prijzen, zoals bijvoorbeeld Noorwegen, gebruikt wordt om de maximumprijs in Nederland te bepalen. Deze stap moet zorgvuldig worden gezet. Voorkomen moet worden dat fabrikanten, vanwege een lagere maximumprijs, besluiten hun middel niet meer in Nederland op de markt te brengen. 
De maatregel heeft vooral effect op de prijs van geneesmiddelen waar nog een patent op rust. Geneesmiddelen waarvan het patent verlopen is zijn over het algemeen veel goedkoper dan de maximumprijs, bijvoorbeeld als gevolg van het preferentiebeleid. Deze wijziging levert een besparing op van 160 miljoen euro. Eigen bijbetalingen maximaal €250 In het regeerakkoord is afgesproken dat het kabinet maatregelen neemt om de stapeling van zorgkosten te voorkomen. Eén daarvan is de invoering van een maximum van 250 euro voor eigen betalingen van geneesmiddelen.  Dit voorkomt dat mensen, zoals nu soms het geval is, per jaar veel moeten bijbetalen voor geneesmiddelen die duurder zijn dan de vergoedingslimiet. Scherpere inkoop en meer…. Tenslotte wordt...

Lees Verder
Drijfveren: Het voordeel van klein, aldus Groot
jun14

Drijfveren: Het voordeel van klein, aldus Groot

Midden in de Tilburgse wijk Groeseind-Hoefstraat, tegenover de kerk en de viskraam, is huisartsenpraktijk Groot gevestigd. Groeseind is van oudsher een arbeiderswijk gebouwd rondom de voormalige Textielfabriek. Een multiculturele vooroorlogse buurt met veel kleine huurwoningen. Maar de wijk verandert: minder beton, meer groen, huizen worden opgeknapt. Huur verandert in koop. Studenten en tweeverdieners doen hun intrede. Dick Groot: “Dit buitengewoon gevarieerd gezelschap in deze multiculturele buurt is mijn patiëntenbestand. Een prachtige mix van mensen. Ik ben hun huisarts in de ouderwetse zin van het woord. Een echte een-pitter die de regie voert over zijn eigen praktijk. En dat bevalt me prima.” Ouderwets? Ik ben een huisarts die zich prettig voelt bij integrale gezinsgeneeskunde. Ik wil voor families zorgen tijdens alle fases van hun leven. Vanaf de geboorte tot aan de dood vind ik dat ik er moet zijn. Laagdrempelig en gemakkelijk benaderbaar. Ik ben ouderwets omdat ik fulltime werk. Ik ben het vaste aanspreekpunt voor 2.800 patiënten, alle dagen van de week. Als mensen terminaal zijn, ga ik op huisbezoek. Ook in het weekend en ook ‘s nachts. Dat doe ik allemaal in mijn eentje. In die zin ben ik ouderwets. Hebt u in deze buurt te maken met veel sociale problematiek? Zeker. Ik merk ook dat mijn bordje behoorlijk vol begint te raken. Dat heeft drie redenen: er is een toename van sociale problematiek die men ergens kwijt moet. Tweede reden voor het volle bord is het wegvallen van GGZ-voorzieningen en tot slot is er de substitutie van de tweede naar de eerste lijn. Mensen moeten zo lang mogelijk thuisblijven. Ik heb overleg met de gemeente, met schuldsanering, vervoersbedrijven, dak- en thuislozen en verslavingszorg. Ik hop van casemanager naar casemanager. En ik ben niet de enige. Het wordt tijd dat wij huisartsen ons gaan heroriënteren: zijn we huisarts of maatschappelijk werker of life-coach? We moeten terug naar onze kernwaarden. Nu zijn we een soort vergaarbak van ellende met heel veel administratieve rompslomp. Ik hou echt enorm van mijn vak maar de gezonde balans is zoek. “We moeten ons afvragen: zijn we huisarts of maatschappelijk werker of life-coach? We moeten terug naar onze kernwaarden.” Hoe is de samenwerking met apothekers? De samenwerking met apothekers staat op een hoog niveau. Mijn buurman is apotheker. We overleggen veel en kunnen altijd bij elkaar terecht voor een vraag. Omdat ik huisarts ben van 90 nonnen, heb ik ook te maken met de instellingsapotheker. De zusters worden over het algemeen zeer oud en dat gaat gepaard met polyfarmacie. Of er iets te verbeteren is? Tuurlijk. Apothekers worden tegenwoordig geacht mee te denken. Dat resulteert soms in ongevraagde farmacievoorstellen. Overleg is prima maar een...

Lees Verder
Pagina 1 van 3123