Column: Samen sterk
jun14

Column: Samen sterk

De eerst verantwoordelijk verzorgende (EVV) vertelt over Mevrouw H die zich te pas en te onpas uitkleedt waar de andere bewoners bij zijn. ’s Nachts jaagt deze vrouw haar medebewoners de stuipen op het lijf door hun slaapkamer binnen te wandelen. Voor mevrouw H zelf is deze onrust ook vervelend. Doordat mevrouw H ‘s nachts slecht slaapt, is zij overdag nog meer verward. Dit zijn voorbeelden van gedragsproblemen die besproken worden tijdens het Multidisciplinair overleg (MDO). De beschreven casus gaat over een 81-jarige vrouw die woonachtig is in een kleinschalige woonvorm met 5 andere dementerende ouderen. Elke zes maanden worden de bewoners besproken tijdens het MDO waar ook familie welkom is. De specialist ouderengeneeskunde (SOG), huisarts, apotheker-farmacotherapeut, psycholoog, fysiotherapeut en EVV zijn veelal aanwezig. Indien nodig, worden de ergotherapeut en dagbestedingscoach ook uitgenodigd. Het multidisciplinair werken naar een gezamenlijk doel voor de patiënt is soms een uitdaging. De bewoners zijn hun eigen regie grotendeels kwijt, waardoor er samen met familie en zorgverleners afwegingen en keuzes gemaakt moeten worden. Er wordt via verschillende wegen geprobeerd om het gedrag van mevrouw H te beïnvloeden. De psycholoog tracht via een levensloopgesprek meer inzicht te krijgen in de oorzaken van het gedrag. Dit gebruikt zij om handvatten aan het begeleidende personeel te geven. Echter, soms moeten we om een patiënt tot rust te krijgen zwaarder geschut inzetten, zoals psychofarmaca. Bij mevrouw H kozen we ervoor om met haloperidol druppels te starten. Ik evalueer regelmatig, samen met de SOG en huisarts, of het middel vervolgens kan worden afgebouwd. Bijwerkingen houd ik ook goed in de gaten. Na het starten en ophogen van de dosis haloperidol is mevrouw H een aantal keer gevallen. Het lopen ging met de dag moeilijker en de sta functie ging achteruit. Ook zat mevrouw H overdag vaak te dutten en was de eetlust verminderd. Dit waren voor mij argumenten om de haloperidol weer wat te verlagen. Uiteindelijk is er met de juiste dosering haloperidol een balans gevonden tussen het effect op de onrust en de bijwerkingen. Dankzij signalering en samenwerking met het begeleidend personeel kunnen we de kwaliteit van leven voor mevrouw H verbeteren. Iedereen heeft een andere kijk op de patiënt. Door elkaars kennis te benutten komen we bij complexe patiënten sneller tot een adequaat beleid. Samen sterk. Sanneke Gertsen volgde bij het UMC Utrecht Julius Centrum de opleiding tot apotheker-farmacotherapeut. 
Nu is ze werkzaam in twee huisartsenpraktijken, De Notekraker en De Boog, onderdeel van Zorggroep Almere. Deze column verscheen eerder in FarmaMagazine mei 2018  ...

Lees Verder
Keuzehulp Bloedglucosemeters
jun12

Keuzehulp Bloedglucosemeters

Onlangs is de Keuzehulp Bloedglucosemeters gelanceerd. Dit is een online tool die mensen met diabetes en hun zorgverleners helpt om samen de bloedglucosemeter te kiezen die het beste past bij de medische en persoonlijke situatie van de patiënt. De Keuzehulp Bloedglucosemeters is bedoeld voor insulineafhankelijke mensen met diabetes die aan zelfcontrole doen. Op www.keuzehulpbloedglucosemeter.nl kan de patiënt thuis de Keuzehulp Bloedglucosemeters invullen en krijgt vervolgens een overzicht van bloedglucosemeters die passen bij de eigen medische en persoonlijke situatie. Samen met de zorgverlener neemt de patiënt de keuzehulp in de spreekkamer nogmaals door, waarna ze samen de meest geschikte meter kiezen en bestellen. De online Keuzehulp Bloedglucosemeters is het resultaat van een samenwerking tussen de Nederlandse Diabetes Federatie (NDF), Vilans en een gemeenschap van behandelaars, patiëntenvereniging, fabrikanten, leveranciers en zorgverzekeraars (o.a. DVN, DiHAG, V&VN Diabeteszorg, KNMP, NVKC, NVD/DNO, NIV, NVK, FHI, Diagned en ZN). De keuzehulp is mede mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van VWS en het Diabetes Fonds. Kwaliteitsstandaard Het maken van de keuzehulp is een implementatiestap van de Kwaliteitsstandaard Bloedglucosemeting. Sinds de zomer van 2017 zijn in het register van het Zorginstituut Nederland de kwaliteitseisen vastgelegd waaraan de hulpmiddelenzorg moet voldoen. Zo zijn er in dit kader ook kwaliteitsstandaarden ontwikkeld voor stoma en continentie hulpmiddelenzorg. Kennisgemeenschap Hulpmiddelenzorg Voor het delen van kennis en ervaring rondom de kwaliteitsstandaarden is de Kennisgemeenschap Hulpmiddelenzorg opgericht. Het ondersteunen en coördineren van deze kennisgemeenschap wordt gedaan door Vilans. Het doel is uitwisseling van kennis, leren van elkaars ervaringen en gedeelde thema’s gezamenlijk aanpakken. Bron: Vilans Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Alternatieven voor Minims Pilocarpinenitraat tijdelijk toegestaan
jun12

Alternatieven voor Minims Pilocarpinenitraat tijdelijk toegestaan

In verband met een tekort van Minims Pilocarpinenitraat 20 mg/ml, oogdruppels, oplossing (RVG 09368), mogen fabrikanten, groothandelaren en apotheekhoudenden alternatieven, afkomstig uit andere EU-lidstaten, tijdelijk afleveren aan artsen. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in oprichting (IGJ) heeft dit besloten. Dit besluit is van kracht t/m 6 juli a.s. Partijen hoeven daardoor geen individuele toestemming vooraf meer te vragen bij de inspectie en ook geen artsenverklaringenadministratie meer bij te houden. Het gaat om alternatieven zonder conserveermiddel met dezelfde stof, sterkte en toedieningsvorm voor: Minims Pilocarpinenitraat 20 mg/ml, oogdruppels, oplossing (RVG 09368). Indicaties
 De toestemming geldt voor de geregistreerde indicaties (mioticum, indien de pupil voor diagnostische doeleinden verwijd is; ter behandeling van nauwe of wijde kamerhoek glaucoom) voor zover er geen geregistreerd adequaat medicamenteus alternatief in Nederland beschikbaar is. Verder is dit besluit tevens van toepassing op buiten de door het CBG geregistreerde indicaties (waaronder vermindering van de oogboldruk tijdens chirurgische ingrepen) voor zover niet kan worden uitgekomen met in Nederland geregistreerde geneesmiddelen. Toestemming is tijdelijk De verwachting is dat Minims Pilocarpinenitraat 20 mg/ml, oogdruppels, oplossing (RVG 09368) in de week van 6 juli 2018 weer voldoende voorradig zal zijn voor groothandelaren of apothekers om in de behoeften van patiënten te kunnen voorzien. De toestemming van de IGJ loopt daarom tot die datum. Zie voor meer informatie en voorwaarden besluit 3.17a  in de Staatscourant. Vragen of bezwaar
 Heeft u vragen over deze beslissing of bent u het er niet mee eens? Kijk eens op www.rijksoverheid.nl/ministeries/vws/bezwaarschriften-vws Daar wordt uitgelegd wat u kunt doen als u het niet eens bent met de beslissing en misschien bezwaar wilt maken. Er staan voorbeelden waarmee u de kans op een succesvol bezwaar kan inschatten. Bron: Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd Onder redactie van: Gerda van Beek      ...

Lees Verder
Stijgende vraag naar medicijntesters
jun11

Stijgende vraag naar medicijntesters

Onderzoekers willen meer medicijnen laten testen in Nederland. De vraag naar medicijntesters in Nederland stijgt daardoor. Grote klinieken zijn hard op zoek naar proefpersonen die tegen betaling daaraan willen meewerken. Het is niet duidelijk om hoeveel proefpersonen het precies gaat, die gegevens worden niet in detail gepubliceerd. De Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek houdt wel bij hoeveel personen de industrie of onderzoekers denken nodig te hebben om medicijnen te ontwikkelen of testen. Dat aantal is vorig jaar opgelopen, maar dat schommelt de laatste jaren vaker. Vooral voor fase-1-onderzoek
 In de grotere onderzoeksklinieken worden proefpersonen meestal ingezet voor zogeheten ‘fase 1-onderzoek’. Daarin testen ze vaak op gezonde personen hoe veilig een medicijn is en wat het eventuele effect is. Daarna worden deze medicijnen nog verder getest in fase 2- en fase 3-studies, voordat ze op de markt toegelaten mogen worden. Praktische plekken
 Drie grotere onderzoeksklinieken in Nederland zien een stijgende vraag vanuit de wetenschap of industrie naar proefpersonen. “We hebben er ieder jaar meer nodig”, zegt de Leidse onderzoekskliniek CHDR. “Vijf jaar geleden bouwden we een nieuw pand en nu al zijn we uit ons jasje gegroeid.” Klinieken openen met het oog op de toekomst keuringscentra op praktische plekken. Daar wordt getest of proefpersonen geschikt zijn voor medicijnonderzoek. CHDR opende zo’n testcentrum dichtbij Leiden Centraal en onderzoekskliniek PRA uit Groningen opende een tweede in Utrecht, in het midden van het land. “Omdat er een steeds grotere vraag naar proefpersonen is, willen we er ook steeds meer werven.” Groei vooral in Nederland
 De groei zit vooral in Nederland, aldus onderzoekskliniek QPS. “We hebben ook klinieken in het buitenland, maar de aantallen daar zijn relatief stabiel. In Nederland zijn we sinds twee jaar geleden juist ieder jaar ongeveer 15 procent gegroeid. We gaan daarom het bedden-aantal in Nederland uitbreiden van 58 tot 75 bedden.” Hoelang proefpersonen in die bedden liggen, kan variëren van dagen tot enkele weken. Bron: NOS Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Aanpak stapeling van de zorgkosten
jun09

Aanpak stapeling van de zorgkosten

Het kabinet pakt de stapeling van zorgkosten aan. Vanaf 2019 kost ondersteuning vanuit de Wet maatschappelijk ondersteuning (Wmo) voor iedereen €17,50 per vier  weken. Daarnaast wordt de vermogensinkomensbijtelling voor de Wet langdurige zorg (Wlz) verlaagd van 8% naar 4%.Tevens is het kabinet voornemens om de bijbetalingen voor bepaalde geneesmiddelen te maximeren op € 250 per jaar. Veel mensen die een eigen bijdrage betalen voor maatschappelijke ondersteuning of langdurige zorg maken ook het eigen risico op en/of moeten bijbetalen voor o.a. geneesmiddelen. Deze stapeling van zorgkosten kan soms oplopen tot honderden euro’s per maand. Het kabinet neemt daarom een reeks van gerichte maatregelen om voor iedereen de benodigde zorg en ondersteuning betaalbaar te houden. Bevriezing eigen risico t/m 2021
 Eerder dit jaar werd al het percentage van het inkomen dat meetelt voor de berekening van de eigen bijdrage in de Wlz verlaagd van 12,5% naar 10%. Ook heeft het kabinet al besloten om het eigen risico voor de zorgverzekering te bevriezen tot en met 2021 en is het kabinet voornemens om de bijbetalingen voor bepaalde geneesmiddelen te maximeren op € 250 per jaar. In de berichtgeving van de Rijksoverheid staat overigens niet vermeld om welke geneesmiddelen het gaat. Abonnementstarief voor Wmo Met de invoering in 2019 van het abonnementstarief voor de Wmo betalen huishoudens die gebruik maken van een Wmo-voorziening een vast tarief van €17,50 per vier weken, ongeacht inkomen, vermogen of gebruik. Halvering vermogensinkomenbijtelling in Wlz Tevens wordt vanaf 2019 de vermogensinkomensbijtelling voor de eigen bijdragen in de Wlz gehalveerd van 8% naar 4% van het vermogen. Door deze maatregel hoeven mensen, waaronder veel ouderen in verpleeghuizen, minder op hun vermogen in te teren. Bron: Rijksoverheid Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Ding mee naar KNMP Zorginnovatieprijs
jun07

Ding mee naar KNMP Zorginnovatieprijs

De KNMP Zorginnovatieprijs ter waarde van € 10.000 wordt eens per jaar uitgereikt tijdens het KNMP Najaarscongres in oktober. Alle KNMP-leden kunnen een initiatief indienen voor deze prijs. Het is een stimulans voor innovatieve apothekers om hun idee te delen en verder te brengen. Tot en met vrijdag 3 augustus is inzending mogelijk. Voortdurende vernieuwing is nodig om de zorg op de steeds veranderende behoeften van de patiënt en maatschappij aan te laten sluiten. Vandaar dat de KNMP deze jaarlijkse Zorginnovatieprijs uitreikt. Leden bepalen de winnaar
 Een jury toetst de inzendingen op een aantal criteria. Uit alle inzendingen selecteert de jury drie initiatieven voor de finale. Vervolgens maakt een professionele filmmaker van deze genomineerden een korte video. Deze drie filmpjes worden geplaatst op de site van de KNMP. KNMP-leden kunnen dan gedurende twee weken online stemmen op hun favoriete inzending. Zo bepalen de leden de uiteindelijke winnaar van de KNMP Zorginnovatieprijs. Omschrijving en pitch
 Een volledige inzending bestaat uit een korte omschrijving en een pitch. In de omschrijving, dat moet gebeuren in een vast format, moet u onder meer vermelden wat het initiatief bijzonder maakt, wat het bijdraagt (bijvoorbeeld aan veilig medicijngebruik, aan zorgverbetering of aan kostenbesparing), de toegevoegde waarde voor de patiënt en/of apotheek, eventuele samenwerking met partners en kan het initiatief elders worden toegepast. De bijgaande pitch moet kort en krachtig zijn. Dit kan in de vorm van een animatie, een filmpje, infographic, powerpoint, prezi… enz. Het dient als ondersteuning van de beschrijving. Uiteraard beoordeelt de jury deze pitch op inhoud, niet op kwaliteit. Meer informatie
 Meer informatie kunt u vinden in de  Handleiding aanmelden  en het  Reglement. Bron: KNMP Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Per 2019 Vrij verkrijgbare  paracetamol, vitaminen en mineralen uit basispakket
jun04

Per 2019 Vrij verkrijgbare paracetamol, vitaminen en mineralen uit basispakket

Vanaf 2019 komen er weer een aantal wijzigingen in het basispakket, waaronder vergoeding van een ‘gecombineerde leefstijlinterventie’ voor mensen met een gezondheidsrisico door overgewicht, verruiming van zittend ziekenvervoer, vergoeding van oefentherapie bij COPD vanaf de eerste behandeling. Dit staat in de pakketbrief die het ministerie van VWS heeft gepubliceerd. De Tweede Kamer neemt op 27 juni a.s. een definitief besluit over de samenstelling van het basispakket en de pakketbrief die vandaag via het ministerie van VWS is gepubliceerd. Reactie KNMP De KNMP is het oneens met de maatregel om vitaminen, mineralen en paracetamol per 1 januari 2019 uit het basispakket te halen, omdat een kwetsbare groep patiënten daarvan de dupe wordt. De KNMP heeft eerder dit jaar in twee brieven aan de Tweede Kamer zorginhoudelijke argumenten op een rij gezet waarom dit ongewenst en onzorgvuldig is. Dit als een reactie op het advies van het Zorginstituut om paracetamol, vitaminen en mineralen die ook in de vrije verkoop verkrijgbaar zijn, bij bijvoorbeeld de drogist of supermarkt, niet langer te vergoeden uit het basispakket. Gecombineerde leefstijlinterventie De gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) is gericht op het tegengaan van overgewicht door onder begeleiding minder te eten, meer te bewegen en met psychologische ondersteuning te werken aan gedragsverandering. Minister Bruins noemt het vergoeden van de gecombineerde leefstijlinterventie een belangrijke stap. “De gezondheid van de gebruikers zal erop vooruit gaan. Daardoor verwachten we tevens dat de kosten voor duurdere vormen van zorg lager zullen uitvallen. Dat is winst voor de patiënt en winst voor de premiebetaler.” Staatssecretaris Blokhuis: “Het kabinet zet in op langer leven in goede gezondheid voor alle Nederlanders. Deze maatregel draagt daar heel concreet aan bij. We gaan er vanuit dat deze mensen vervolgens ook weer beter kunnen meedoen in de samenleving. Het mes snijdt dus aan meerdere kanten.” Zittend vervoer en oefentherapie bij COPD
 De aanspraak op zittend ziekenvervoer wordt per 2019 verruimd. Hierdoor kunnen patiënten gebruik maken van vervoer (anders dan met de ambulance) van en naar consulten, onderzoek en controles als deze samenhangt met de behandeling. Ook wordt vanaf 1 januari 2019 oefentherapie bij COPD vergoed vanaf de eerste behandeling. Nu moeten patiënten de eerste 21 behandelingen nog zelf betalen. Wel komt er een maximum op het aantal vergoede behandelingen. In het eerste behandeljaar zijn dit er maximaal 70. In de jaren daarna is het aantal behandelingen afhankelijk van de ernst van de COPD. Bijbetalingen geneesmiddelen Tot slot worden de bijbetalingen voor bepaalde geneesmiddelen volgens afspraak in het regeerakkoord gemaximeerd op 250 euro per jaar. Dit is een belangrijk onderdeel van het pakket aan maatregelen om de stapeling van zorgkosten te voorkomen. Bronnen: ministerie van VWS en KNMP Onder redactie...

Lees Verder
Kunnen apothekers helpen met  praktijkopvolging huisartsen?
jun04

Kunnen apothekers helpen met praktijkopvolging huisartsen?

Openbare apothekers kunnen door uitbreiding van het aantal eerstelijns gezondheidscentra een sleutelrol vervullen in de problematiek van praktijkopvolging onder huisartsen, stelt adviseur Hans Hof. De beroepsverenigingen van zowel de huisartsen als de apothekers zien potentiële waarde in dit voorstel. Maar ook de overheid (landelijk en regionaal) en de zorgverzekeraars moeten hun rol oppakken. ‘Red de lege praktijken’ kopte het toenmalige tijdschrift De huisarts in praktijk van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) in 2003. In dit artikel vertelde huisarts Rien Steenstra, toen voorzitter van districtshuisartsenvereniging Groningen, dat in die regio al in 1998 onderzoek was gestart naar de opvolgingsproblematiek. Ella Kalsbeek, voorzitter van de LHV, zegt het probleem van praktijkopvolging maar al te goed te kennen. “Tekorten aan huisartsen doen zich in de loop der jaren in allerlei vormen, waaronder tekorten aan praktijkopvolgers, geregeld voor”, zegt ze. “Soms is dat zeer lokaal en/of slechts tijdelijk, en soms is het een langduriger en breder probleem. Zo kan het dus voorkomen dat de problemen van twintig jaar geleden destijds zijn opgelost, maar dat er nu opnieuw tekorten aan huisartsen zijn of dreigen te komen. De Huisartsenkringen – de lokale vertegenwoordigingen van de LHV – zijn op allerlei plekken in het land nauw betrokken bij de aanpak van deze problematiek. De laatste tijd nemen de signalen die we als LHV hierover krijgen echter dermate toe, dat we de indruk hebben dat het probleem groter aan het worden is en het niet puur regionaal meer op te lossen is. Het beperkt zich ook niet tot de krimpregio’s, maar doet zich ook voor in andere gebieden, in steden en in achterstandswijken.” Actieve rol voor de apothekers Regionaal oplosbaar of niet, het is in ieder geval niet op te lossen door de huisartsen of hun beroepsvereniging alléén, stelt Hans Hof van Healthcare
Management Consultancy (advisering en begeleiding van apothekers). Hij poneert de stelling dat apothekers een actieve rol kunnen spelen om bij te dragen aan een oplossing voor het opvolgingsprobleem van huisartsen, specifiek in wat formeel krimp- en participeergebieden heet. “De kern hiervoor is uitbreiding van het aantal eerstelijns zorgcentra”, stelt hij. En de apothekers hebben hier ook een belang bij, stelt hij, want ze zijn afhankelijk van de voorschrijver, de huisarts dus. “Maar het dient uiteindelijk een groter belang”, zegt hij, “namelijk de leefbaarheid in een aantal gebieden in het land. Je kunt wel huisartsenpraktijken proberen te steunen, maar als je ze niet inbedt in een regionaal of lokaal aantrekkelijke leefomgeving, los je het probleem niet op. Dat doe je ook niet door alleen de beschikbaarheid van geneesmiddelen veilig te stellen. Je maakt het dan niet aantrekkelijk om naar die locatie te komen en er te...

Lees Verder
Herken in de apotheek een patiënt met beperkte gezondheidsvaardigheden
jun02

Herken in de apotheek een patiënt met beperkte gezondheidsvaardigheden

Patiënten met beperkte gezondheidsvaardigheden hebben meer kans op problemen door geneesmiddelen. Of iemand beperkte gezondheidsvaardigheden heeft, is echter uiteraard niet altijd direct zichtbaar. Terwijl het tijdig herkennen van patiënten met beperkte gezondheidsvaardigheden van belang is voor correct medicatiegebruik. De RALPH gesprekshandleiding kan hierbij helpen. De RALPH staat voor Recognizing and Addressing Limited Pharmaceutical Literacy. Het is een gesprekshandleiding, ontwikkeld door het Nivel en UPPER Universiteit Utrecht. Tien vragen
 De RALPH gesprekshandleiding brengt met tien vragen, gerelateerd aan de eigen medicatie, de gezondheidsvaardigheden van de patiënt in kaart. Het apotheekteam kan de patiënt dan op maat begeleiden met geneesmiddelgebruik. Niet alleen in de apotheek, maar ook in andere settings kan de RALPH gesprekshandleiding van pas komen. Zo kunnen verpleegkundigen, huisartsen of praktijkondersteuners en andere zorgverleners kunnen de gesprekshandleiding inzetten om de zorg rondom geneesmiddelen beter af te stemmen op de vaardigheden van hun patiënten. De  RALPH gesprekshandleiding met gebruiksinstructies  is te downloaden van de website van de KNMP. Drie domeinen
 De tien vragen in de RALPH gesprekshandleiding gaan in op: 1. Het kunnen lezen en begrijpen van aanwijzingen op het geneesmiddeletiket. 2. Het kunnen vinden van informatie over het geneesmiddel of de aandoening en het kunnen gebruiken van deze informatie in de eigen situatie. Ook het uiten van eventuele zorgen over een geneesmiddel valt hieronder. 3. Het kritisch kunnen analyseren en toepassen van informatie, bijvoorbeeld om een bijwerking van een geneesmiddel te herkennen en actie te ondernemen, zoals contact opnemen met de arts of apotheek. Begrijpen leidt tot beter gebruik
 Patiënten met beperkte gezondheidsvaardigheden hebben meer kans op problemen door geneesmiddelen. Bijvoorbeeld omdat  zij hun geneesmiddelen, zonder dat zelf altijd te weten, op een verkeerde manier gebruiken. Voor het apotheekteam is het daarom belangrijk deze patiënten snel te herkennen. Dan kunnen zij hun informatie en begeleiding aanpassen aan de vaardigheden en behoeften van de patiënten. Zoals het aanbieden van informatie die voor de patiënt makkelijker te begrijpen is, bijvoorbeeld met een illustratie of een animatievideo. Ook kan het apotheekteam de patiënt vragen de informatie in eigen woorden te herhalen (teach-back methode). Wanneer een patiënt de informatie goed begrijpt, is de kans op verkeerd gebruik van de geneesmiddelen kleiner. Over het onderzoek
 De RALPH gesprekshandleiding is ontwikkeld op basis van de literatuur en input van experts en patiënten. Dit onderzoek is gesubsidieerd door de KNMP. Bron: Nivel Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Samen verantwoordelijk  voor recept
jun01

Samen verantwoordelijk voor recept

Huisartsen en apothekers beseffen onvoldoende elkaars meerwaarde. Farmacotherapie kan alleen succesvol zijn als huisarts en apotheker actief samenwerken. “Want huisarts en apotheker zijn sámen verantwoordelijk voor het recept”, stelt Yvet Benthem voorzitter van LOVAH, de Landelijke Organisatie van Aspirant Huisartsen. Maar apothekers moeten niet op de stoel van de huisarts willen zitten. Ze wilde kinderarts worden, maar voelde zich niet thuis tussen de muren van het ziekenhuis. Eenmaal kennisgemaakt met het vak van huisarts wist ze het zeker: de huisarts kan in samenwerking met andere zorgverleners daadwerkelijk iets betekenen voor de patiënt. Huisarts, het mooiste vak ter wereld, vindt Yvet Benthem. “Het persoonlijke contact met patiënten is zo bijzonder. Huisartsen hebben een vertrouwensband, komen bij de patiënten thuis en leren de familie kennen. Samen met de patiënt op zoek gaan naar optimale zorg. Huisartsenzorg is individuele zorg. Natuurlijk, met protocollen en richtlijnen maar een goede huisarts kan die vertalen naar de individuele patiënt.” Nu zit ze in het derde jaar van de opleiding tot huisarts. Sinds vorig jaar is Yvet Benthem voorzitter van de LOVAH, de Landelijke Organisatie van Aspirant Huisartsen. En belangenbehartiger van alle circa 2300 huisartsen in opleiding. De LOVAH kijkt vooruit. Samen met de LHV, NHG en InEen werkt de vereniging aan een nieuwe toekomstvisie op de huisarts. “Natuurlijk praten wij mee over de toekomst van het vak! Onze generatie wordt geconfronteerd met de gevolgen van de substitutie van de tweede naar de eerste lijn. Het werkveld van de huisarts verbreedt, de maatschappij verwacht meer en meer van de huisarts, er komt meer werk op ons af. Hoe gaan we die substitutie in goede banen leiden en houden we toch voldoende tijd over voor de patiënt? Wij moeten nog 40 jaar werken en maken ons zorgen over de gevolgen van die substitutie.” Dat de werkdruk zal toenemen, daar is ze wel van overtuigd. Naast de substitutie, die extra druk zet op de praktijk, speelt immers de dubbele vergrijzing: meer ouderen die ook nog eens ouder worden en vaker een beroep doen op de eerstelijns zorg. “Op de huisartsenpost is er altijd wel iemand aanwezig die kan bijspringen als het nodig is. In de huisartsenpraktijk ontbreekt die mogelijkheid. Meer doen in de zelfde tijd, dat gaat bij huisartsen niet werken. De oplossing ligt in kleinere praktijken en het inzetten van extra handen zoals de verpleegkundig specialist in de huisartsenpraktijk, maar extra personeel betekent weer meer supervisie verlenen.” Farmacogenetica De huisarts is voorschrijver. Weten huisartsen eigenlijk wel voldoende van geneesmiddelen? Onderzoek van klinisch farmacoloog David Brinkman laat namelijk zien dat bijna afgestudeerde artsen in Europa onvoldoende in staat zijn om geneesmiddelen effectief en veilig voor te schrijven. Hij...

Lees Verder
Pagina 2 van 3123