Herken vroegtijdig suïcidaal gedrag
aug31

Herken vroegtijdig suïcidaal gedrag

Op 10 september wordt wereldwijd aandacht gevraagd voor de preventie van zelfdoding. Elke zorgprofessional kan te maken krijgen met patiënten met zelfmoordgedachten of -ideeën. Geneesmiddelen kunnen op diverse manieren een relatie hebben met suïcidaal gedrag. Voor zorgverleners is het van belang om daarin inzicht te hebben. Om suïcidaal gedrag vroegtijdig te signaleren heeft het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM) in opdracht van 113 Zelfmoordpreventie een FTO-module ontwikkeld voor apotheken, huisartsen en praktijkondersteuners. Daarnaast is de bestaande e-learningcursus over dit onderwerp vernieuwd. Geneesmiddelen kunnen op diverse manieren een relatie met suïcidaal gedrag hebben. Enerzijds heeft het gebruik van geneesmiddelen een preventief effect. Denk aan de medicamenteuze behandeling van psychiatrische aandoeningen, zoals depressie, schizofrenie, angststoornissen en bipolaire stoornissen. Maar geneesmiddelen kunnen ook een negatieve invloed hebben doordat zij suïcidaal gedrag opwekken of versterken. Ten slotte kunnen geneesmiddelen in hoge doseringen worden gebruikt bij (pogingen tot) suïcide. FTO-module De FTO-module gaat over geneesmiddelen en suïcide, met aandacht voor de rol van geneesmiddelen bij suïcide en de rol van de huisarts, praktijkondersteuner en apotheker bij het herkennen en monitoren van suïcidaal gedrag. De module is gratis verkrijgbaar, maar om deze te te kunnen downloaden is wel aanmelding vereist. Er is tevens een presentatie voor een FTO over geneesmiddelen en suïcide die u kunt downloaden, eveneens na voorafgaande aanmelding. Geactualiseerde e-learning Daarnaast is de bestaande e-learning ‘medicatie en suïcide’ geactualiseerd. Deze (StiPCO)-cursus is specifiek voor huisartsen, praktijkondersteuners-ggz en apothekers. Deze bespreekt de diverse aspecten van geneesmiddelengebruik in relatie tot suïcidaal gedrag, met als doel ook op dit gebied de mogelijkheden tot preventie van suïcidaal gedrag te bevorderen. De e-learning beoogt daarnaast de zorgverleners handvatten te geven om suïcidaal gedrag te herkennen en hierover te praten met patiënten. Deze cursus is ontwikkeld in opdracht van 113Zelfmoordpreventie (www.113.nl). Voor het volgen van deze cursus worden accreditatiepunten verleend. Bron: IVM Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Inzicht nodig van bijwerkingen medicijnen bij ouderen
aug27

Inzicht nodig van bijwerkingen medicijnen bij ouderen

Ouderen zijn grootgebruikers van geneesmiddelen. Ruim een miljoen mensen van 65 jaar en ouder gebruikt vijf of meer medicijnen. Polyfarmacie is dus troef bij de meeste ouderen. Polyfarmacie in combinatie met een hogere leeftijd, leidt mogelijk tot andere bijwerkingen van geneesmiddelen dan bij jongere mensen. Er komen echter maar weinig meldingen binnen over bijwerkingen vanuit ouderen over medicijngebruik. Het RIVM en Bijwerkingencentrum Lareb hebben een methode ontwikkeld om bijwerkingen bij ouderen in het verpleeghuis systematisch in kaart te brengen. Specialisten in ouderengeneeskunde vinden het belangrijk dat kennis wordt verzameld over bijwerkingen van medicijnen bij ouderen. Deze kennis kan worden gebruikt om deze kwetsbare groep mensen optimaal te behandelen, en daarmee de kwaliteit van hun leven te verbeteren. Bij het Bijwerkingencentrum Lareb worden echter maar weinig bijwerkingen door het gebruik van medicijnen bij ouderen gemeld. Hierdoor blijft de kennis over bijwerkingen bij ouderen beperkt. Dit blijkt uit onderzoek van het RIVM en het Bijwerkingencentrum Lareb. Onderzoek bij jonge, gezonde volwassenen Ruim een miljoen mensen van 65 jaar of ouder gebruikt vijf of meer medicijnen. Als mensen ouder worden, treden allerlei veranderingen op in het lichaam die invloed kunnen hebben op de werking en bijwerkingen van medicijnen. Voordat medicijnen op de markt mogen worden gebracht, worden ze uitgebreid onderzocht op werking en bijwerkingen. Dit wordt echter vaak onderzocht bij relatief jonge en gezonde volwassenen, en in veel mindere mate met oudere personen. Meldingen stimuleren Na de markttoelating worden bijwerkingen maar in zeer beperkte mate gemeld door (of voor) ouderen. Het aantal verpleeghuizen en specialisten in ouderengeneeskunde dat meedeed aan de ontwikkelde methode van RIVM en Lareb was helaas te laag om een uitspraak te kunnen doen over de haalbaarheid. Wel werd duidelijk dat het melden van bijwerkingen bij verpleeghuisbewoners moet worden gestimuleerd. Dat kan bijvoorbeeld door het bewustzijn hierover te vergroten en het melden beter in te passen in het werkproces van de zorgverleners in verpleeghuizen. Aanpassen voorschrijfbeleid Dat geldt natuurlijk evenzeer voor thuiswonende ouderen. Dat aantal neemt zeer sterk toe en ook vanuit deze groep komen weinig meldingen van bijwerkingen binnen. Zijn die er niet, zijn de ouderen niet mondig genoeg om de problemen te melden of weten ze gewoonweg niet dat ze kunnen melden en waar dat mogelijk is? Dan zal daar verandering in moeten komen. Want zolang niet duidelijk is om welke bijwerkingen het gaat en wat de gevolgen daarvan zijn, is het niet goed mogelijk om voorschrijfbeleid aan te passen en aanbevelingen voor zorgverlener en patiënt te formuleren. Zie het rapport Melden bijwerkingen geneesmiddelen bij ouderen in verpleeghuizen Mogelijkheden en beperkingen Tekst: Gerda van Beek Bron: Lareb  ...

Lees Verder
Heeft u de privacywetgeving tussen de oren?
aug24

Heeft u de privacywetgeving tussen de oren?

Tussen juli 2017 en juli 2020 treden nieuwe wetten en besluiten in werking, met betrekking tot het elektronisch verwerken van (medische) persoonsgegevens en de privacy van de patiënt. Dit brengt forse veranderingen en een verzwaring van de eisen omtrent privacy en informatiebeveiliging met zich mee. De wetgeving zet de patiënt centraal en bevat onder andere nieuwe verplichtingen voor zorgaanbieders op het gebied van registratie, transparantie en informatiebeveiliging. Heeft u de privacywetgeving tussen de oren? Voor een goede implementatie van deze wetgeving stelt PharmaPartners graag de infographic ‘Heeft u de privacywetgeving tussen de oren’ beschikbaar. In deze visuele weergave is de wetgeving aangaande het verwerken van persoonsgegevens in de zorg tussen 2001 en 2020 uiteengezet. Waar staan we op dit moment en welke veranderingen staan gepland? Wat moet u al geregeld hebben? En wat zijn de risico’s als u niet aan de wetgeving voldoet? De infographic vindt u op www.privacywetgevingtussendeoren.nl. Iedere organisatie moet eigenlijk al concrete stappen hebben gezet op het gebied van privacy, de rechten van cliënten en de bescherming van persoonsgegevens. Nog niet begonnen? Of al in het proces maar behoefte aan een checklist? PharmaPartners helpt u graag op weg met het stappenplan: The Road to… Algemene Verordening Gegevensbescherming. LHV, KNMP en PharmaPartners stellen checklist informatiebeveiliging beschikbaar De Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP) en PharmaPartners stellen de checklist informatiebeveiliging beschikbaar aan alle zorgprofessionals in de huisartsenzorg en openbare farmacie binnen de eerste lijn. Doel is om informatiebeveiliging binnen de eerstelijnszorg verder te verbeteren. Meer info: www.pharmapartners.nl/wetgeving/ Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met PharmaPartners    ...

Lees Verder
Maak medicatie gebruiksvriendelijker voor ouderen
aug24

Maak medicatie gebruiksvriendelijker voor ouderen

Medicatie kan zeker nog veel gebruiksvriendelijker voor senioren. Ouderen hebben vooral problemen met geneesmiddelen uit de doordrukstrips krijgen. Ook het breken van pillen vindt men lastig, evenals het openen van verpakkingen. Daarnaast hebben ouderen soms moeite met het gebrekkige onderscheid tussen medicatie. Als mensen veel verschillende medicijnen gebruiken, kunnen ze daardoor in de war raken. Dat concludeert ANBO na eigen onderzoek onder bijna 7.700 senioren. Van hen gebruiken bijna 6.400 dagelijks medicatie, waarvan 86 procent dagelijks zelfs meerdere soorten. In bijna de helft van de gevallen vallen de gebruikte medicijnen onder het preferentiebeleid. Het feit dat de verpakking vaak wijzigt, ervaart bijna de helft van de respondenten als een probleem. Goede verpakkingen en slimme hulpjes Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) kan hierin een belangrijke rol spelen, zegt ANBO-bestuurder Liane den Haan, “maar het zou ook goed zijn als farmaceuten zelf meer investeren in goede verpakkingen en slimme hulpjes. Dat vergroot het gebruiksgemak en uiteindelijk de werking”, zo zegt ANBO-bestuurder Liane den Haan. Gezondheidsrisico’s De uitkomsten zijn niet verrassend. Eerder waarschuwde toenmalige RIVM-onderzoeker Kim Notenboom in haar promotieonderzoek al voor de gebruiksonvriendelijkheid en de daarmee gepaard gaande gezondheidsrisico’s. Ze toonde aan dat mensen vaak scherpe voorwerpen gebruiken bij moeilijke verpakkingen, waardoor gebruikers gewond kunnen raken. En dat gebruikers oplossingen verzinnen die de werkzaamheid van medicatie aantasten. Rol apotheker Ook de apotheker kan een rol spelen, en doet dat al in veel gevallen. Want maar liefst 68 procent van de ondervraagden is tevreden over de informatie die de apotheker of apothekersassistent verstrekt, waarvan 44 procent zelfs heel tevreden. In de helft van de gevallen benadert de apotheker de gebruiker actief met informatie. Een derde van de ondervraagden zegt wel dat een medicatiebeoordeling gewenst is, maar onvoldoende plaatsvindt. Tegelijk zegt ook 40 procent van de ondervraagden geen prijs te stellen op een korte medicatiecheck. Tekst: Gerda van Beek Bron: ANBO  ...

Lees Verder
Turbulentie rondom preferentiebeleid
aug21

Turbulentie rondom preferentiebeleid

“Ik voel me ontzettend genaaid, genomen, gepiepeld, voor schut gezet, in de steek gelaten, voor jan-met-de-korte-achternaam gehouden, als gekke gerritje beschouwd en gesaboteerd. Door zorgverzekeraars en VWS. Maar ik meen dit echt. Ik kan hier niet meer tegen. Zorgverzekeraars, VWS: mede namens onze patiënten, luister eens naar ons. Neem je verantwoordelijkheid. Verander dat preferentiebeleid. Stop deze verdomde afbraak.” Huisarts Bart Timmers windt er in zijn blog in Medisch Contact geen doekjes om. Hij is het meer dan zat. En met zijn noodkreet trekt hij de aandacht van de landelijke media. Een huisarts die zo onomwonden zijn frustratie uit, dan moet er wat serieus aan de hand zijn, dacht de redactie van het actualiteitenprogramma Nieuwsuur en wilde er meer van weten. De uitkomst was interessant genoeg om er een deel van de uitzending aan te wijden. Medicijnen niet meer leverbaar Terecht, want het gaat om een probleem, waarmee artsen en apothekers al lange tijd veel last van hebben: de gevolgen van het preferentiebeleid. Bart Timmers verwoordt het helder in zijn blog: “Heel veel medicijnen zijn inmiddels zo goedkoop geworden dat fabrikanten doodleuk melden dat ze niet meer leverbaar zijn. Medicijnen uit alle uithoeken van de wereld worden geïmporteerd, met onleesbare doosjes, onuitspreekbare namen en af en toe een kankerverwekkend foutje bij de productie. Maar wél lekker goedkoop! Tien jaar geleden was ik nog gemotiveerd om generiek (op stofnaam) voor te schrijven, en legde ik ook nog wel uit dat het echt hetzelfde middel was. Nu geloof ik er zelf niet meer in. Wat moet ik tegen de persoon zeggen die toch écht bijwerkingen ervaart van het zoveelste veranderde pilletje? ‘Dat kan niet’? ‘U beeldt u dat in’? Of vooral: ‘Zoek ’t maar uit?’” Reactie KNMP In de uitzending van Nieuwsuur valt KNMP-voorzitter Gerben Klein Nulent hem bij. Ook hij gebruikt daarbij ferme taal. “De maat is vol. Het preferentiebeleid leidt tot lagere therapietrouw en tot onaanvaardbare werkdruk voor apothekers en artsen. Iedereen wordt er gek van!” Oninteressante afzetmarkt Het preferentiebeleid bestaat nu bijna tien jaar. Het lijkt een goed middel om de zorgkosten in de hand te houden: met het preferentiebeleid wordt jaarlijks zo’n 600 miljoen euro bespaard. Klein Nulent erkent dat het beleid veel geld heeft bespaard. Maar nu draagt het sterk bij aan de geneesmiddelentekorten. Nederland is voor fabrikanten steeds minder interessant, waardoor ze kiezen voor levering aan andere landen. “De geneesmiddelen zijn hier te goedkoop geworden. Daardoor is ons land een oninteressante afzetmarkt geworden.” Reactie ZN Directeur Petra van Holst van Zorgverzekeraars Nederland wijst in de uitzending op de vele miljarden die zijn bespaard dankzij het preferentiebeleid. Ze verklaart dat zorgverzekeraars met leveranciers afspraken maken over de...

Lees Verder
Geneesmiddel tegen Kahler in basispakket
aug20

Geneesmiddel tegen Kahler in basispakket

Vanaf 1 september a.s. wordt daratumumab vergoed voor patiënten die dit middel gebruiken in combinatie met andere middelen. Daratumumab was al beschikbaar als zogenaamde monotherapie voor patiënten die al eerder zijn behandeld. Het betreft een therapie voor de vervolgbehandeling van de ziekte van Kahler (multipel myeloom). Bij deze ziekte is er sprake van kwaadaardige woekering van plasmacellen in het beenmerg. Minister Bruno Bruins van Medische Zorg heeft met succes onderhandeld over de prijs van daratumumab in twee verschillende combinatietherapieën voor de vervolgbehandeling van de ziekte van Kahler. Dankzij de prijsafspraken wordt het middel vanaf 1 september a.s. ook vergoed uit het basispakket als het wordt gebruikt in combinatie met andere middelen. Vertrouwelijke korting De afspraak met de leverancier bestaat uit een vertrouwelijke korting. Daarnaast verlaagt de leverancier de openbare prijs met 7,7%. De afspraken gelden tot en met 2021. Vanwege de vertrouwelijkheid van de afspraken met de leverancier kan de uitkomst van de onderhandelingen niet openbaar worden gemaakt. Het onderhandelen is gebeurd op advies van het Zorginstituut Nederland. Zij hebben becijferd dat de totale kosten voor daratumumab in de twee betreffende combinatiebehandelingen kan oplopen tot 57 miljoen euro per jaar als er geen prijsafspraken zouden worden gemaakt. Sluis Daratumumab werd vanwege de hoge kosten in de ‘sluis’ geplaatst. Dat houdt in dat het middel niet vergoed werd om zo eerst een lagere prijs uit te kunnen onderhandelen met de leverancier. In de prijsafspraken die nu zijn gemaakt, is ook rekening gehouden met de combinatietherapie waarmee daratumumab ingezet kan worden als startbehandeling voor patiënten met multipel myeloom die niet in aanmerking komen voor stamceltransplantatie. De Committee for Medicinal Products for Human Use van de European Medicines Agency heeft op 26 juli 2018 heeft een positieve opinie afgegeven voor gebruik bij deze patiënten. Besparing dankzij prijsonderhandelingen Als totaalbeeld: in 2015 en 2016 hebben prijsonderhandelingen met farmaceuten geleid tot een totale besparing van 155 miljoen euro. De resultaten over 2017 worden later dit jaar bekend. Bron: Rijksoverheid  ...

Lees Verder
Het medicijnjournaal, augustus 2018
aug18
Lees Verder
Is uw apotheek ingesteld op laaggeletterden?
aug17

Is uw apotheek ingesteld op laaggeletterden?

Van 3 tot en met 9 september is het de ‘week van de alfabetisering’. Tijdens deze week wordt aandacht gevraagd voor laaggeletterdheid. In Nederland zijn er naar schatting zo’n 2,5 miljoen volwassenen laaggeletterd. Zij hebben moeite met lezen en schrijven en/of rekenen en ze zijn in veel gevallen ook niet heel erg digitaal vaardig. Het is zo’n grote groep dat elke apotheek wel farmaceutische zorg biedt aan laaggeletterde patiënten. Maar is iedere apotheek ook ingesteld op laaggeletterden? Er is een checklist om deze vraag te beantwoorden. KNMP en Pharos hebben de checklist ‘observaties in de apotheek’ ontwikkeld. Gebruik van deze checklist stimuleert de zorgverleners om de apotheek te bekijken vanuit het perspectief van de laaggeletterde patiënt. Maar het advies is ook om zelf eens naar de apotheek te bellen, de website te bezoeken en de entree kritisch te beoordelen. En vraag eens een laaggeletterde om dat gezamenlijk te beoordelen. Algemene tips Naast de aandachtspunten telefonische en digitale communicatie en de entree/inrichting van de apotheek bevat de checklist ook een aantal algemene tips voor aandachtspunten. Het lijken misschien open deuren, maar toch is het zinvol hier eens goed naar te kijken. Gebruik eenvoudige woorden Maak korte zinnen Zorg voor goed contrast en gebruik grote letters bij de bewegwijzering Gebruik geen schematische pictogrammen, maar duidelijke tekeningen Schrijf de openingstijden per dag uit en niet ‘van maandag t/m vrijdag van 8.00 – 17.00 uur Is het beeldmateriaal dat u gebruik getest bij laaggeletterden? Haal overbodige informatie, folders en reclame weg. Uitkomsten bespreken Het is verstandig om de uitkomsten van de checklist te bespreken in het team. En probeer laaggeletterde patiënten te betrekken bij de aanpassingen om te controleren of het daadwerkelijk tot verbetering leidt. Bron: KNMP Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Kritiek op de voorgestelde wijzigingen wet op bevolkingsonderzoek
aug13

Kritiek op de voorgestelde wijzigingen wet op bevolkingsonderzoek

Minister Schippers overwoog vanwege de toenemende health checks af te stappen van een vergunningsplicht voor onderzoeken zoals bodyscans. In het recente voorstel tot wetswijziging staat echter dat er wordt vastgehouden aan de vergunningsplicht voor met ioniserende straling. Tegelijk wil minister De Jonge af van de bestaande vergunningsplicht voor bevolkingsonderzoeken van het rijk. De internetconsultatie leverde enkele kritische reacties op. De digitale consultatieronde over deze wetswijziging is per 8 augustus jl. gesloten. Minister Hugo de Jonge van VWS stelt voor om bevolkingsonderzoeken in te delen in drie categorieën, met elk eigen regels. Categorie 1: Onderzoeken zonder medisch risico, waarvoor geen nadere regels komen. Categorie 2: Onderzoeken waarvan de uitvoering een medisch risico met zich meebrengt, vanwege voorbehouden handelingen die moeten worden uitgevoerd. Deze mogen alleen verricht als ze voldoen aan professionele standaarden en normen. Categorie 3: Onderzoeken waarbij (risico-indicatoren voor) ernstige ziekten of aandoeningen kunnen worden aangetroffen waarvoor geen behandeling of preventie mogelijk is, onderzoeken waarbij ioniserende straling wordt toegepast én onderzoeken die zich richten op dezelfde ziekten en aandoeningen als de bevolkingsonderzoeken die de rijksoverheid aanbiedt. Voor deze gehele categorie wil de minister een vergunningsplicht. De vergunning wordt alleen verleend na een advies van de Gezondheidsraad. Uitbreiding handhavingsmogelijkheden IGJ De Jonge wil af van de bestaande vergunningsplicht voor bevolkingsonderzoeken die de rijksoverheid zelf aanbied, dus borst-, darm- en baarmoederhalskanker. In het conceptvoorstel worden ook de handhavingsmogelijkheden voor de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd uitgebreid. Niet alleen het verrichten, maar ook het aanbieden van bevolkingsonderzoeken moet onder de Wbo komen te vallen, dus ook als de uitvoering in het buitenland plaatsvindt. Kritiek KNMG De KNMG heeft enkele kritische kanttekeningen geplaatst bij het concept. De federatie vindt het niet goed dat er geen eisen aan de eerste categorie testen worden gesteld. Ook doet de voorgestelde indeling niet aan de werkelijkheid, aldus de KNMG. Zo kunnen er op de eerste categorie vervolgonderzoeken volgen die wel medische risico’s met zich mee kunnen brengen. Tevens vindt de KNMG dat de informatievoorziening aan gebruikers niet alleen aan aanbieders kan worden overgelaten. Ze maakt zich daarnaast zorgen over de werkdruk en kosten die preventieve onderzoeken met zich meebrengen voor eerste- en tweedelijnszorgaanbieders, vanwege mensen die zich daar melden met zorgen over of behoefte aan interpretatie van uitslagen. ZKN: maak onderscheid in zwaarte van straling Zelfstandige Klinieken Nederland (ZKN) vreest door de vergunningsplicht vooral een inperking van de keuzemogelijkheden voor mensen die preventieve onderzoeken willen laten verrichten. ‘Mensen die graag een betere test en hiervoor willen betalen, zouden deze mogelijkheid moeten hebben.’ ZKN pleit ervoor om in ieder geval onderscheid te maken in de mate van ioniserende stralingsbelasting. ‘Sommige diagnostische apparatuur is zo weinig belastend dat de vergunningsplicht...

Lees Verder
Per 2020 wordt TPV vergoed uit de geneeskundige zorg
aug10

Per 2020 wordt TPV vergoed uit de geneeskundige zorg

Totale parenterale voeding (TPV) moet vanaf 1 januari 2020 voor alle TPV-patiënten alleen nog worden vergoed uit de geneeskundige zorg, aldus het Zorginstituut Nederland. Met dit standpunt komt er een einde aan de onduidelijkheid of de vergoeding van deze zorg valt onder de farmaceutische zorg, hulpmiddelenzorg of geneeskundige zorg. Totale parenterale voeding wordt altijd vergoed vanuit het basispakket. Maar er bleek veel onduidelijkheid te bestaan over de vergoeding van TPV voor chronische patiënten, zowel volwassenen als kinderen, die thuis verblijven. Voor deze groep patiënten worden de voeding en de hulpmiddelen die nodig zijn om de voeding toe te dienen, zoals infuuspomp met toebehoren, momenteel vergoed op twee manieren. Namelijk vanuit een combinatie van farmaceutische zorg (voeding) en hulpmiddelenzorg (infuuspomp met toebehoren). En vanuit de geneeskundige zorg. Dit zorgt in de praktijk voor verwarring. Medisch specialist altijd eindverantwoordelijk Het Zorginstituut is met alle betrokken partijen tot de conclusie gekomen dat de TPV-zorg vanaf 1 januari 2020 alleen vanuit de geneeskundige zorg moet worden vergoed. Dit betreft dus zowel de voeding als de hulpmiddelen. De voorschrijvende medisch specialist is en blijft namelijk eindverantwoordelijk voor TPV-zorg, zowel in het ziekenhuis als thuis. Ook zal altijd een achterwachtfunctie vanuit het ziekenhuis nodig zijn voor deze patiënten. Wijziging regelgeving Het Zorginstituut heeft de minister van VWS verzocht de regelgeving zodanig aan te passen, dat TPV en de bijbehorende hulpmiddelen per 1 januari 2020 alleen kunnen worden bekostigd via de geneeskundige zorg. Verder is het belangrijk dat voor de nieuwe situatie de bekostigingsstructuur per 1 januari 2020 wordt geregeld, zodat vergoeding vanuit geneeskundige zorg mogelijk wordt. Hiervoor hebben de betrokken partijen onlangs een wijzigingsverzoek bij de NZa ingediend. Richtlijn TPV-zorg De Stichting Darmfalen Nederland gaat in samenwerking met de zorgverleners en de patiëntenvereniging aan de slag met een richtlijn. Hierin wordt aangegeven hoe de TPV-zorg het beste kan worden georganiseerd. Bron: Zorginstituut Nederland Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Pagina 1 van 212