Het medicijnjournaal, september 2018
okt15
Lees Verder
Drijfveren: Selecteren, samenwerken en screenen
okt15

Drijfveren: Selecteren, samenwerken en screenen

Judith Borst: cum Laude Gymnasium. Judith Borst: cum laude Farmacie Rijksuniversiteit Groningen. Judith Borst: op haar 31ste beherend apotheker. Ze lacht: “Ik ben gewoon een strebertje. Altijd geweest. Als ik iets doe, doe ik het goed. Verder heb ik niet van die strak omlijnde plannen. Ik rol vaak ergens in en maak het dan af.” Een enthousiast gesprek met een sportieve, nuchtere apotheker die bruist van de ideeën omdat zorg áltijd beter kan. De Vijfhoek is een mooie groene nieuwbouwwijk tegen het buitengebied van Deventer. Apotheek de Vijfhoek heeft de zorg voor 9000 patiënten. De meeste, vooral jonge inwoners zijn hoogopgeleid. Judith: “Ik ben hier in 2011 begonnen, kwam vers van de opleiding. In 2016 werd ik beherend apotheker en geef nu leiding aan elf assistentes en twee ondersteunende medewerkers. Het is een hecht team dat voor elkaar in de bres springt en een tandje bijzet als het nodig is. Het team is grotendeels zelfsturend en heeft veel verantwoordelijkheidsgevoel. Dit is mede te danken aan de koers die mijn voorgangster heeft ingezet.” Waarom koos u voor deze apotheek? “Tijdens mijn studie deed ik onderzoek in het Deventer Ziekenhuis. Ik had regelmatig contact met apothekers in de stad en ik hoorde dat de samenwerking met de huisartsen goed is. De informatiesystemen sluiten op elkaar aan waardoor er veel uitwisseling plaatsvindt. Met een inlogcode kunnen apothekers ook de uitslagen rechtstreeks bij het ziekenhuis opvragen. De FTO’s in Deventer zijn goed georganiseerd en door de ligging van Apotheek de Vijfhoek hebben we nauwelijks te maken met concurrerende apothekers. Geen getouwtrek, wel zo prettig. Een andere reden zit in de samenwerking met een van de grootste zorgverzekeraars in deze regio: Salland Zorgverzekeringen. Apothekers hebben rechtstreeks contact met de zorginkoper en dat is een unieke situatie. Allemaal redenen om de pen te pakken toen er een vacature vrij kwam.” Deze zorgverzekeraar heeft positief bijgedragen aan jullie project: Consult-uur. Op welke manier? “In 2016 zijn we begonnen met de pilot: Consult-uur. De aanleiding was een promotieonderzoek naar betere kwaliteit en veiligheid van medicatie door het integreren van apotheker-farmacotherapeuten in de huisartsenpraktijk. Ze zochten kandidaten die de farmacotherapie-opleiding wilden volgen. Ik heb gesolliciteerd maar werd niet aangenomen. Toen ik dit besprak met mijn collega apotheker, uitte zij haar bedenkingen bij deze opzet. Want als je in dienst bent bij een huisarts, in hoeverre kun je dan nog onafhankelijk en objectief zijn in je controlerende rol als apotheker? We hebben toen besloten om het Consult-uur op te zetten. Onze eigen versie van de apotheker-farmacotherapeut, maar dan met onze eigen spelregels. We hebben overlegd met Salland Zorgverzekeringen. Zij besloten het project financieel te ondersteunen. Aldus geschiedde.” Hoe ziet...

Lees Verder
Houdbaarheidsdatum op zelfzorgmiddelen
okt15

Houdbaarheidsdatum op zelfzorgmiddelen

Op de verpakking van zelfzorgmedicijnen staat tegenwoordig meestal de houdbaarheidsdatum vermeld. Slechts in 8 procent van de gevallen ontbreekt bij medicatie zonder recept een aanwijzing hoelang het aangebroken medicijn kan worden gebruikt. Nog maar een paar jaar geleden was de situatie totaal anders. In 2015 werd naar schatting slechts bij 10% van de zelfzorgmedicijnen met een hersluitbare verpakking, zoals flesjes hoestdrank, deze belangrijke informatie vermeld. En was het dus bij 90% van zelfzorgmiddelen totaal niet duidelijk hoe lang deze na opening nog te gebruiken waren. Oproep CBG Fabrikanten van zelfzorgmedicijnen hebben massaal gehoor gegeven aan de oproep van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) om de houdbaarheid na openen op de verpakking te vermelden. Aanleiding  voor de oproep van het CBG was een eerder onderzoek van de Consumentenbond. Hieruit bleek dat het voor consumenten onduidelijk was tot wanneer ze een geopend zelfzorgmiddel konden gebruiken. “Het CBG is met hulp van de apothekers, artsen en patiëntenorganisaties en dankzij de inspanningen van de fabrikanten tot dit mooie resultaat gekomen. Het geeft consumenten duidelijkheid tot wanneer ze een medicijn verantwoord kunnen gebruiken. En uiteindelijk draagt dit bij aan goed en veilig medicijngebruik”, aldus CBG-voorzitter prof. dr. Ton de Boer. Vermelding niet altijd verplicht Volgens de Europese wetgeving is het niet altijd verplicht om de houdbaarheid na openen op de verpakking en bijsluiter te vermelden. Om te zorgen dat medicijnen goed worden gebruikt, vindt het CBG het belangrijk dat dit wel gebeurt. Daarom heeft het CBG de fabrikanten dan ook gevraagd om bij hersluitbare zelfzorgmedicijnen de houdbaarheid na opening altijd op de verpakking en in de bijsluiter te zetten. Voorraad opmaken Overigens: niet alle zelfzorgmiddelen in de winkels hebben de houdbaarheid na openen al op de verpakking staan. Eerst wordt de voorraad opgemaakt. Bron: CBG Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Prijswinnaars KNMP Studentenprijs
okt12

Prijswinnaars KNMP Studentenprijs

Tijdens het KNMP Najaarscongres op dinsdag 9 oktober jl. zijn de drie winnaars van de KNMP Studentenprijs bekend gemaakt. Adrian Post, Christianne Groeneveldt en Milad Tannazi ontvingen elk een geldprijs van € 1.000 voor hun onderscheidende onderzoeken. Renale regulatie Adrian Post heeft onderzoek gedaan naar de renale regulatie van sulfaat. Namens de hoogleraren van de Rijksuniversiteit Groningen zeggen dr. Lidia Westers en dr. Janneke Dijk-Brouwer over Adrian: ‘Hij weet lastige kwesties op zowel epidemiologisch als analytisch gebied op een creatieve en bovenal wetenschappelijke correcte manier op te lossen en daarmee zowel promovendi als professoren te imponeren. Adrian is een bescheiden, maar een bovenmatig intelligente student.’ Personaliseren immunotherapie Namens de hoogleraren van de Universiteit Leiden spreken dr. Menno Hoekstra en dr. Ilze Bot lovend over Christianne Groeneveldt. Zij deed onderzoek naar het personaliseren van immunotherapie bij kanker. ‘De wijze waarop Christianne grensverleggend farmaceutisch onderzoek kan uitvoeren en kan combineren met diverse onderwijstaken, plaatst haar aan de top van alle stagestudenten. Christianne is een zeer getalenteerde en gedreven onderzoekster.’ Effectiviteit voorspellen Milad Tannazi onderzocht of de effectiviteit van de behandeling van asbestkanker te voorspellen is. ‘Milad is een van de meest veelzijdige, visionaire, ondernemende, gepassioneerde en sociaal vaardige studenten en is daarmee een rolmodel voor velen. Hij heeft zich tijdens zijn studie zeer breed georiënteerd en hij heeft vele initiatieven ontplooid’, aldus prof. dr. Aukje Mantel-Teeuwisse namens de hoogleraren van de Universiteit. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
€ 2,5 miljoen subsidie voor onderzoek nieuwe immuuntherapieën
okt10

€ 2,5 miljoen subsidie voor onderzoek nieuwe immuuntherapieën

Een onderzoeksnetwerk, geleid door onderzoeker Edwin Bremer van de afdeling hematologie van het UMCG, heeft een EU-subsidie gekregen van € 2,5 miljoen. Dit is bedoeld voor onderzoek naar het ontwikkelen van nieuwe immuuntherapieën tegen kanker. Het doel is om nieuwe medicatie te ontwikkelen die alleen op de plek van de tumor actief is. De laatste jaren zijn er op het gebied van immuuntherapie belangrijke doorbraken bereikt, waardoor patiënten vaker ook op lange termijn kanker overleven. Echter, de  huidige geneesmiddelen zijn alleen effectief bij bepaalde typen kanker en dan nog niet bij alle patiënten. Verder  ontstaan er vaak (ernstige) neveneffecten door het gebruik van de geneesmiddelen. Het onderzoeksnetwerk, I-DireCT genaamd, heeft tot doel om nieuwe immuuntherapeutica te maken die alleen op de plek van de tumor actief zijn. De bedoeling is om met deze aanpak het menselijk afweersysteem effectiever te maken, de kanker beter te laten bevechten en niet op andere plekken in het lichaam schade te veroorzaken. Aan de slag met tien onderzoekers Met de subsidie kan het netwerk 10 jonge onderzoekers aantrekken. Het netwerk is een internationaal samenwerkingsverband met de Universiteit van Würzburg (Duitsland) en de biotech bedrijven Inocure (Tsjechië), SurfLay (Duitsland) en Kahr Medical (Israël). EU-subsidie Het subsidiebedrag is door de EU verstrekt in het kader van het Marie Sklodowska-Curie European Industrial Doctorate (EID) programma. Dit programma wil jonge, beginnende onderzoekers de kans geven om hun onderzoeksvaardigheden te verbeteren, samen te werken met gevestigde onderzoeksteams en hun eigen carrièrekansen te verruimen. Voorwaarde voor subsidie is dat bij de projecten meerdere organisaties uit verschillende Europese landen betrokken zijn en dat er een nauwe samenwerking is tussen onderzoeksinstituten en het bedrijfsleven. Meer informatie is binnenkort te vinden op www.i-direct-itn.eu. Bron...

Lees Verder
Huisarts ziet vaker complexe wonden
okt05

Huisarts ziet vaker complexe wonden

Veel huisartsen – en ook hun POH’ers en praktijkassistenten – hebben belangstelling voor de basiscursus wondbehandeling die het Nederlands Huisarts Genootschap aanbiedt. Begrijpelijk, want met de toename van het aantal thuiswonende ouderen melden zich meer patiënten met wonden bij de huisartspraktijk. Daarmee is dit echter nog niet in alle gevallen de beste plek voor behandeling ervan. Als gevolg van het kabinetsbeleid op het gebied van ouderenzorg blijven ouderen steeds langer thuis wonen, ook als hun kwetsbaarheid toeneemt. Dit heeft onder andere gevolgen op het gebied van de wondzorg. Toen de toegang tot verpleeghuiszorg nog eenvoudiger was en bovendien de keuze voor wonen in een verzorgingshuis nog open lag, was vaak de specialist ouderengeneeskunde het eerste aanspreekpunt voor een oudere die een wond opliep. Nu die ouderen langer thuis blijven wonen, wordt hierin de rol van de huisartspraktijk snel groter, want nu is de vaak huisarts degene tot wie een oudere die een wond oploopt zich wendt. Volgens Jolanda Kuijer ligt hier een uitdaging voor de huisartsen. Behalve wondconsulent en verpleegkundig specialist in opleiding bij Santé Partners in Tiel is zij via het Nederlands Huisarts Genootschap (NHG) actief als docent. De huisarts is eindverantwoordelijk voor de zorg aan zijn patiënten, maar weet tegelijkertijd dat hij bij een complexe wond niet per se in het gehele traject van wondgenezing de meest aangewezen behandelaar is. “Als hij een patiënt verwijst, wil hij de regie niet helemaal verliezen”, zegt Kuijer, “maar de angst dat dit toch gebeurt is soms terecht. Ook verwijzing naar de thuiszorg is iets waarbij de huisarts twijfels kan hebben, omdat hij geen zicht heeft op de competentie van degene die de behandeling dan uitvoert. We moeten als behandelaars echt leren om beter samen te werken. Ik betrap mezelf er ook wel eens op dat ik een huisarts vergeet te laten weten dat de wond van een patiënt inmiddels genezen is.” Kwaliteitsstandaard Samenwerking is ook het uitgangspunt van de Kwaliteitsstandaard organisatie van wondzorg die afgelopen juni is gepresenteerd. Die fungeert als uitgangspunt voor zorgaanbieders in een regio om met elkaar in gesprek te gaan over samenwerking op het gebied van wondzorg. Essentieel uitgangspunt hierbij is dat gerichte actie moet worden ondernomen op het moment dat een wond binnen drie weken niet de verwachte genezingstendens vertoont. Het risico dat die genezingstendens uitblijft, ligt altijd op de loer, zeker bij ouderen. Een wond kan ontstaan door vallen of stoten en lijkt dan bij oppervlakkige beschouwing eenvoudig behandelbaar. Maar gelet op het feit dat het om mensen gaat bij wie vaak sprake is van co-morbiditeit, ligt het voor dat hand dat in veel gevallen sprake is van een onderliggend lijden – hart- en...

Lees Verder
IGJ start toetsingskader Medicatieveiligheid verpleegzorg
okt05

IGJ start toetsingskader Medicatieveiligheid verpleegzorg

Nog steeds is medicatieveiligheid in de verpleegzorg een aandachtspunt. Veel calamiteiten in de verpleegzorg worden namelijk veroorzaakt door onzorgvuldigheden rondom medicatieverstrekking. Daarom is de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd gestart met het nieuwe toetsingskader Medicatieveiligheid om veilig gebruik rondom medicatie in de verpleegzorg thematisch te onderzoeken. Zo ziet de inspectie of verbetermaatregelen na een calamiteit ook daadwerkelijk in de organisatie geborgd zijn. In de normen wordt gelet op de betrokkenheid van de cliënt; de deskundigheid van het personeel; en sturen op kwaliteit en veiligheid ten aanzien van medicatieverstrekking. Afgestemd met het veld Daarnaast is er aandacht voor het veilig voorschrijven, medicatiebeoordeling en medicatieoverdracht. Dit zijn namelijk de risico’s die in het inspectierapport ‘Veilig voorschrijven moet beter’ (januari 2017) aan de orde komen. De normen en toetsingscriteria zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en veldnormen die in de verpleegzorg zijn beschreven. De inspectie heeft het toetsingskader met de zorgaanbieders en brancheorganisaties afgestemd. In de praktijk getest De inspectie heeft dit nieuwe toetsingskader Medicatieveiligheid bij zes zorgaanbieders getest. Deze zorgaanbieders zijn positief over het nieuwe toetsingskader. Het instrument geeft hen een goed beeld hoe zij bezig zijn met het thema medicatieveiligheid. Door de invulling van de inspectiedag is het voor zorgverleners en de zorgaanbieders snel duidelijk waar de verbeterpunten zitten. Daarnaast resulteert het toetsingskader tot een rapport dat concrete handvatten biedt om de benodigde verbetermaatregelen in gang te zetten. Zie ook het artikel in FarmaMagazine: Veilig voorschrijven: gaat goed, kan beter. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Inzet van MammaPrint® : gevaarlijk of juist waardevol?
okt03

Inzet van MammaPrint® : gevaarlijk of juist waardevol?

Het Zorginstituut Nederland adviseert minister Bruins voor Medische Zorg en Sport om de genetische test MammaPrint® niet te vergoeden vanuit de basisverzekering. Deze test wordt gebruikt om bij vrouwen met een vroege fase van borstkanker het risico op uitzaaiingen na een operatie te beoordelen. Het weglaten van chemotherapie op basis van de MammaPrint® leidt mogelijk tot een toename in uitzaaiingen en daarmee sterfte, stelt het Zorginstituut. Wetenschappelijke verenigingen en patiëntenorganisaties daarentegen noemen de test een waardevol instrument. Zolang de aanvraag voor opname in de basisverzekering liep, werd deze test door zorgverzekeraars uit coulance vergoed. Daar komt na dit advies dus vermoedelijk een eind aan. Patiëntenorganisaties en wetenschappelijke verenigingen tonen zich zeer teleurgesteld over dit standpunt. Het Zorginstituut geeft als argumentatie: ‘Het toevoegen van de MammaPrint® aan de standaard risico-inschatting bij patiënten met vroeg-stadium borstkanker leidt niet aantoonbaar tot gezondheidswinst in vergelijking met de huidige manier waarop wordt bepaald of een patiënt chemotherapie nodig heeft. De uitkomsten van deze genetische test zijn te onzeker om vrouwen met borstkanker gefundeerd van chemotherapie te laten afzien.’ Gepubliceerde studie in NEJM Patiëntenorganisaties en wetenschappelijke verenigingen reageren verbolgen en teleurgesteld. ‘Patiënten met een vroeg stadium van hormoongevoelige borstkanker en hun artsen missen hierdoor een waardevol instrument om de noodzaak voor aanvullende chemotherapie na een operatie te bepalen.’ Zij wijzen op de in het New England Journal of Medicine (NEJM) gepubliceerde studie, waarin is aangetoond dat vrouwen die op basis van MammaPrint® geen chemotherapie krijgen na hun operatie, een uitstekende kans op genezing hebben. Bovendien blijft die vrouwen de negatieve bijverschijnselen van chemotherapie bespaard. Voorspellende genetische test Jaarlijks krijgen zo’n 2.000 vrouwen een MammaPrint-test. Deze test is 16 jaar geleden ontwikkeld door de Nederlandse moleculair bioloog Laura van ’t Veer. Het betreft een genetische test die kan voorspellen welke vrouwen met borstkanker wél en welke géén baat hebben bij een chemokuur. In de Volkskrant reageert Van ’t Veer, nu hoogleraar aan de Universiteit van Californië, op het advies van het Zorginstituut. “Het Zorginstituut vindt dat ons onderzoek opnieuw had moeten laten zien hoe goed chemotherapie werkt. Maar dat weten we allang uit eerdere studies onder vele honderdduizenden vrouwen.” Ze vermeldt dat het Zorginstituut haar mening baseert op een onderzoek dat minder patiënten omvat. “Onafhankelijke statistici hebben ons voorgerekend dat ze gewoon mochten meetellen voor het eindresultaat. Het Zorginstituut trekt nu toch conclusies op basis van de subgroep. Daarin zitten 1.400 patiënten minder en dat heeft iets grotere betrouwbaarheidsmarges tot gevolg.” Veiligheid voorop of juist niet? Zorginstituut Nederland zegt in haar berichtgeving de veiligheid van patiënten voorop te stellen. De Nederlandse Verenigingen voor Pathologie, Radiotherapie en Oncologie, Chirurgische Oncologie en Medische Oncologie, de Ned. Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties...

Lees Verder
Handvatten voor het afbouwen van antidepressiva
okt02

Handvatten voor het afbouwen van antidepressiva

Afbouwen van antidepressiva is bepaald geen sinecure. Hoe doe je dat op een goede manier? Door gebrek aan wetenschappelijke onderbouwing geven de bestaande richtlijnen daarover weinig houvast. Patiënten, artsen en apothekers hebben behoefte aan handvatten voor het afbouwen van antidepressiva. Het multidisciplinair document ‘Afbouwen SSRI’s & SNRI’s’ biedt deze. Het document benoemt risicofactoren en geeft voorbeelden van afbouwschema’s. Ook bevat het aanbevelingen voor een goede voorbereiding en begeleiding tijdens het afbouwen. Gespreksonderwerp In een behandeling met antidepressiva is het van belang dat het medicijngebruik een regelmatig terugkerend gespreksonderwerp is in het arts/patiënt-contact. Zijn de antidepressiva nog nodig of is het mogelijk om af te bouwen? Maatwerk Het voorschrijven en het weer afbouwen van antidepressiva is maatwerk. Niet iedere patiënt reageert hetzelfde. Wanneer een patiënt mindert of stopt, kunnen er onttrekkingsverschijnselen optreden. Een ander risico van afbouwen van antidepressiva is dat de oorspronkelijke (angst- of depressieve) klachten na verloop van tijd kunnen terugkeren. Bij de wens om antidepressiva af te bouwen, is het dus belangrijk dat arts en patiënt eerst de risico’s en de eventuele eerdere ervaringen met afbouwen of stoppen bespreken. Goede begeleiding Wordt het afbouwtraject gestart, dan spreken arts en patiënt samen het tempo en de doseringsstappen af. Meestal wordt uitgegaan van een afbouwschema van zo’n 8 weken. Uiteraard kunnen de arts en patiënt samen besluiten dit te verruimen of om extra tussenstappen qua dosering te maken. De kans van slagen van afbouwen wordt groter met een goede begeleiding van de arts. Belangrijk hierbij zijn voorlichting over onttrekkingsverschijnselen, afspraken over het afbouwtraject en de mogelijkheid voor regelmatig contact en tussentijds overleg met een arts. Rol apotheker Het aanbieden van de juiste doseereenheden bij het afbouwen is eveneens maatwerk. De apotheker is geneesmiddelexpert en deskundige op het gebied van het begeleiden van goed medicijngebruik, in het bijzonder in het afbouwen van medicatie. In het kader van het afbouwen van medicatie kan de apotheekbereiding een bijdrage leveren aan de zorg van het patiënt. TV-uitzending Nieuwsuur heeft op 26 september jl. een uitzending besteed aan de problematiek van het afbouwen van antidepressiva. Download document en toelichting Download het multidisciplinair document ‘Afbouwen SSRI’s & SNRI’s’, dat is opgesteld door beroepsverenigingen van huisartsen (NHG), apothekers (KNMP) en psychiaters (NVvP) met de patiëntenkoepel MIND Landelijk Platform Psychische Gezondheid. Zie ook de praktische toelichting op het document. Bron: KPMG Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Rookverbod op straat: Groningen heeft de primeur
okt01

Rookverbod op straat: Groningen heeft de primeur

De stad Groningen heeft met haar anti-rookbeleid een landelijke primeur. Sinds 26 september jl. mag er niet meer overal op straat worden gerookt. Openbare ruimten bij publieke gebouwen, zoals theaters, ziekenhuizen en kinderopvang, hebben rookvrije zones. Overigens geldt dat niet alleen voor sigarettenrook: ook andere schadelijke rookgassen, zoals uitlaatgassen van brommers en auto’s of rook van barbecues zijn in deze rookvrije zones niet meer toegestaan. Een grote meerderheid van de gemeenteraad heeft ingestemd met het voorstel van rookvrije zones. Alleen de VVD en de SP stemden tegen deze maatregel. Wie een sigaret opsteekt in zo’n rookvrije zone, begaat een overtreding. Daarop zal weliswaar niet direct een boete volgen, want…. , zo wordt vermeld, er zijn onvoldoende handhavers…. Ach ja. Het is echter wel de bedoeling dat mensen elkaar aanspreken op dat foute gedrag. Veel interesse voor rookvrije zones Instellingen en organisaties in de stad Groningen kunnen voortaan een aanvraag doen voor een rookverbod in en rond hun pand, waarna de gemeente de aanvraag moet goed- (of af)keuren. Zo’n dertig organisaties hebben zich reeds aangemeld om bij de openbare ruimte van hun gebouw een rookvrije zone aan te vragen. (Bijna) landelijk primeur Groningen stelt een landelijke primeur te hebben met een rookverbod op straat. Nu is dat niet helemaal waar. De allereerste rookvrije straat bevindt zich in Amsterdam Noord. Huisarts David Koetsier heeft deze ingesteld in Beverwijkstraat. Daar staat het gezondheidscentrum waar hij werkzaam is. Echter: daar betreft het geen gemeentelijk verbod, maar het gaat om een vriendelijk verzoek, ondersteund met een blauw bord, waarop staat ‘Deze straat is rookvrij. Op weg naar een rookvrije generatie.’ Het verbod is niet opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Wel spreken mensen een roker in die straat erop aan, zo is de ervaring. Al of niet in APV In Groningen betreft het dus wel een officieel verbod, zij het alleen rondom publieke gebouwen. Het wachten is op het eerste proefproces of zo’n verbod rechtsgeldig is. Advocatenkantoor Van Benthem & Keulen uit Utrecht zocht eind vorig jaar de juridische mogelijkheden uit om de roker van straat te verjagen. Via de APV is inderdaad een en ander mogelijk, maar daar zitten grenzen aan. Amsterdam kreeg in 2011 zelfs een plaatselijk blowverbod niet voor elkaar omdat blowen op straat al was geregeld in de Opiumwet. En voor het ‘gewone roken’ kent Nederland sinds 1990 de Tabakswet. Omdat de Tabakswet niets zegt over roken in de buitenlucht, biedt dat wél de mogelijkheid om een en ander in de APV op te nemen. Zeker waar roken tot overlast leidt. Eerste rookvrije dorp Als het juridisch is uitgezocht en het verbieden van roken op straat rechtsgeldig blijkt, zullen andere...

Lees Verder