Zorgverleners lokken patiënten met cadeaus en geld
nov28

Zorgverleners lokken patiënten met cadeaus en geld

Zorgaanbieders die patiënten cadeaus of geld aanbieden als ze bij hen komen voor zorg. Het mag uiteraard niet en eigenlijk is het te gek voor woorden. Maar gebeurt, ontdekte RTL Nieuws. Tot grote ergernis van de politiek en zorgverzekeraars. Verslavingszorgverlener SGGZ kopt op haar site: ’Gratis iPhone XR’. Met als voorwaarden: ‘Kies jij voor volledige keuzevrijheid van zorgaanbieder en 100% vergoeding voor alle zorg? Met een restitutiepolis krijg je als je, na 1 januari een intensieve behandeling voor verslaving gaat volgen bij SGGZ, een fonkelnieuwe iPhone XR cadeau. Stap jij over naar één van deze polissen en kies je voor een behandeling voor jouw verslaving bij SGGZ met een duur van 12 weken en maak je deze ook af? Dan ben jij bij aanvang van een nieuw leven zonder drugs meteen de trotse eigenaar van de allernieuwste iPhone XR. Kies kleur, kies SGGZ.’ Verzekeraars zijn boos Met daarbij een aantal aanbevolen verzekeringen. Verzekeraar VGZ, eigenaar van die verzekeringen, is boos en terecht, want zorggeld is niet bedoeld voor cadeaus. Verzekeraar ONVZ heeft vorig jaar melding gemaakt bij de Nederlandse Zorgautoriteit van een vergelijkbare actie. Een bedrijf dat wijkverpleging levert, bood haar patiënten maandelijks 53 (!) euro korting voor een verzekering bij ONVZ. ONVZ wist van niets, tot een klant zich bij de verzekeraar meldde. Met een beroep op de Wet Financieel Toezicht is die actie toen afgebroken. En nu komt SGGZ dus met hun stunt. VGZ beraadt zich op stappen tegen SGGZ. Restitutiepolis komt zo onder druk te staan Zorgaanbieders kunnen voor patiënten met restitutieverzekeringen meer declareren bij verzekeraars dan een naturaverzekering. Als ze geen contract hebben met de verzekeraar, kunnen ze in theorie bijna onbeperkt blijven declareren voor die patiënten. Maar met deze acties komt het systeem sterk onder druk te staan. De patiënten betalen voor zo’n restitutieverzekering iets meer premie. Met aantrekkelijke deals proberen de zorgverzekeraars hun patiënten te verleiden om over te stappen naar zo’n verzekering. Vervolgens vangen de zorgaanbieders dus meer geld voor dezelfde behandeling. Genoeg kennelijk om zelfs nog een fikse korting op de verzekering te bieden, of zelfs een gloednieuwe iPhone. Premiebetaler is de dupe Maar wel ten koste van het zorggeld dat wij met z’n allen ophoesten, zegt VVD-kamerlid Arno Rutte. “En let wel, die iPhones, en die cash back, die wordt betaald door u, door mij en uw buurman, gewoon door de premiebetaler. Dat kan echt niet.” Arno Rutte wil dat minister De Jonge uitzoekt of dit vaker gebeurt. “Ook moet hij alle aanbieders aanpakken”, zegt Rutte. SGGZ was voor RTLNieuws overigens niet bereikbaar voor commentaar. Bron: RTLNieuws en SGGZ Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Meer opgeloste medicijngerateerde problemen met medicatiebeoordeling
nov28

Meer opgeloste medicijngerateerde problemen met medicatiebeoordeling

Het beoordelen van de medicatie door een expertteam bestaande uit een arts en een apotheker leidt tot een afname van het aantal problemen bij het gebruik van geneesmiddelen. De huisartsen waardeerden de adviezen van het expertteam en vinden deze werkwijze goed in te passen in de dagelijkse praktijk. Inzet van een expertteam leidt niet tot betere klinische uitkomsten voor de patiënt. Dit blijkt uit een studie van het Nivel en het VUmc naar het toepassen van medicatiebeoordelingen in de huisartsenpraktijk bij patiënten met recente ouderdomsklachten, zoals vallen, immobiliteit, duizeligheid, incontinentie of verminderde cognitie. Nivel- en VUmc-onderzoekster Floor Willeboordse is hier medio november op gepromoveerd aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Geen betere klinische uitkomsten Medicatiebeoordelingen hebben tot doel om problemen bij het gebruik van geneesmiddelen te verminderen. Echter: het onderzoek toont aan dat medicatiebeoordelingen niet leiden tot betere klinische uitkomsten voor de patiënt. Wel leidt het tot meer opgeloste medicijngerelateerde problemen in vergelijking met de gebruikelijke zorg van de huisarts. Onvoldoende patiëntbetrokkenheid Uit de studie komt naar voren dat patiënten nog weinig betrokken worden bij medicatiebeoordelingen. Terwijl de informatie over problemen met het gebruik van geneesmiddelen die patiënten zelf aangeven van belang is bij de medicatiebeoordeling. Efficiëntie staat ter discussie Gebaseerd op de bevindingen in dit onderzoek zou verdere implementatie van deze uitgebreide systematische medicatiebeoordelingen bij grote groepen patiënten moeten worden heroverwogen. Er wordt bediscussieerd dat een dergelijke uitgebreide medicatiebeoordeling in de huidige praktijk in Nederland een inefficiënt instrument is. Een hoog-risicogroep die daadwerkelijk profiteert van een medicatiebeoordeling zal in de toekomst beter moeten worden geïdentificeerd. Drie aspecten In de Opti-Med studie in 22 huisartsenpraktijken bij ruim 500 patiënten is gekeken naar 3 aspecten: 1. het effect van medicatiebeoordelingen bij patiënten in de huisartsenpraktijk met recente ouderdomsklachten 2. de doeltreffendheid van medicatiebeoordelingen met een vast koppel van een arts en apotheker, die vervolgens de huisarts van de deelnemende patiënt adviseert 3. de patiëntbetrokkenheid over de actuele medicatielijst en ervaren medicatie-gerelateerde problemen Bron: Nivel Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Column: Kretologie
nov27

Column: Kretologie

Praten wij wel genoeg, Bas? Ik bedoel een magazine maken is samenwerken. Samen stappen zetten. Overleggen, luisteren naar elkaar, gesprekken voeren als volwaardige partners over hoe we ons gemeenschappelijke doel samen kunnen halen: samen het beste blad in de farmaceutische zorg maken. Wat is er met jou aan de hand, Niels? Komt dit rechtstreeks uit je cursus mindfullness voor beginners? Die cursus heb ik vorig jaar al gevolgd, Bas. Kan ik je overigens aanraden. Nee, ik werd geïnspireerd door het interview met Petra van Holst, de directeur van ZN, naast André Rouvoet de baas van de zorgverzekeraars en de schrik van de eerste lijn zorgverleners, zeg maar. Nu de harde onderhandelingen zo’n beetje zijn afgerond doet zij een dringende oproep aan zorgverleners om samen met zorgverzekeraars alle problemen in de wereld op te lossen. Om te beginnen die van de farmaceutische zorg. Niets mis mee, samen problemen oplossen, Niels. Het is goed om oog te hebben voor de belangen van de andere kant, ook al verschillen die nog zoveel. Waar de zorgverzekeraar vooral de kosten in de hand wil houden, willen arts en apotheker de beste zorg voor de patiënt tegen een fatsoenlijk tarief. Als de uitgangspunten anders zijn is het goed om over de schutting te kijken, uit je vastgeroeste domein te stappen en op zoek te gaan naar een gemeenschappelijk belang en de weg voorwaarts. Mooi woorden, Bas. Kan ik helemaal niets tegenin brengen. Maar de voorvrouw van ZN heeft makkelijk praten. Zij praat namelijk namens slechts zo’n zes zorgverzekeraars. Terwijl een hele grote groep van huisartsen en apothekers staan te kijken aan de andere kant van de schutting. De grote, machtige zorgverzekeraar tegenover de kleine, versnipperde zorgverlener. Nou, dat zal lekker samen stappen vooruit zetten zijn. Door het verschil in omvang is het al bijkans onmogelijk om te praten van een level playing field waarbij apotheker en huisarts als een gelijkwaardige partner van de zorgverzekeraar acteren, Niels. Het grote collectieve belang van kostenbeheersing vs het belang van een individuele zorgverlener met haar patiënten. Daar komt nog iets anders bij: samenwerking begint intern. Waar huisarts en apotheker al jaren samen werken lijken er wel dikke schotten te zitten tussen de ‘inkoper huisartsenzorg’ en zijn collega ‘inkoper farmacie’. Het gedoe rond Medische Noodzaak is een voorbeeld van hoe de zorginkopers allemaal hun eigen agenda hebben, Bas. Waar huisartsen vanuit hun zorgtaak waarschijnlijk goede redenen hebben om vaker dan gedacht ‘Medische Noodzaak’ op het recept te zetten wordt de apotheker geconfronteerd met de rekening van deze keuze van de huisarts. Iets klopt hier niet… Wil je als zorgverzekeraar een situatie creëren waarin er gemeenschappelijke doelen zijn dan zul je...

Lees Verder
Column: “ Uh… wat bedoel je?”
nov27

Column: “ Uh… wat bedoel je?”

De wijze waarop we met elkaar kunnen communiceren is door de jaren heen onbeschrijfelijk veranderd. Postduiven vliegen nog wel rond, maar spelen geen enkele rol meer in de informatie overdracht. WhatsApp, Instagram, Facebook Messenger, om maar enkele te noemen hebben daarin, naast de telefoon, een volwaardige plaats gekregen. Er wordt zelfs onderzoek gedaan naar de mogelijkheid nog niet uitgesproken woorden te begrijpen door de elektrische hersensignalen te ondervangen voordat deze onze stem kunnen aansturen. Communicatie is net als ademhalen: het hoort bij ons leven. Het is dan ook niet meer dan logisch dat we onze denkkracht en innovatief handelen gebruiken om al die communicatiemethodes steeds maar weer te verbeteren. Zaken waarover we professioneel met elkaar communiceren, proberen we zelfs in protocollen en richtlijnen vast te leggen. Met richtlijnen voor een goed consult en een eerste uitgifte gesprek, proberen we deze gesprekken te standaardiseren en af te vinken. Deze technieken lijken we onder de knie te hebben, het is dan ook op zijn minst verwonderlijk dat, de ander daadwerkelijk begrijpen er door de jaren heen niet echt beter op geworden is. Het vocabulaire dat we tot onze beschikking hebben lijkt minder snel te groeien dan de technieken om de woorden over te brengen. Het jezelf uiten, aangeven hoe je je voelt, over bijvoorbeeld ziek zijn of geneesmiddelgebruik, cruciaal voor een goede diagnose en therapie en basis voor een vertrouwensband is en blijft beperkt en ontoereikend. Met onze huidige, beperkte woordenschat en de individuele verschillen in het uiten van emoties is miscommunicatie zo ontstaan. Wat betekent ‘goed’ voor iemand die net te horen heeft gekregen dat hij chronisch ziek is? En als het ‘niet goed’ gaat maar ook ‘niet slecht’ hoe uit je dan hoe je je voelt? Met alle aandacht voor techniek en vinklijstje lijkt die voor het elkaar echt begrijpen verloren te gaan. Te snel lijken we gedrag en woordkeus vanuit onze eigen referentiekader in te vullen. Protocollen en tijdsdruk geven steeds minder ruimte om door te vragen: wat bedoelt u als u zegt dat het u goed gaat? Wat betekent goed voor u, en onder welke omstandigheden geldt dit dan? Heeft uw goed dan dezelfde betekenis als goed heeft voor uw patiënt? ”Het gaat goed”, heel makkelijk gezegd, maar zo ontzettend moeilijk te interpreteren. ❦ Maayke Fluitman is apotheker en eigenaar van care2create en de SelfCareFactorY.com. Haar focus ligt op het adviseren en ontwikkelen van diensten en producten op het gebied van self care, wellness en healthcare. Deze column verscheen eerder in FarmaMagazine november 2018....

Lees Verder
Petra van Holst (ZN): Samen stappen zetten om de zorg te vernieuwen
nov26

Petra van Holst (ZN): Samen stappen zetten om de zorg te vernieuwen

André Rouvoet, voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland (ZN), was duidelijk in zijn commentaar op de in september door het kabinet gepresenteerde zorgbegroting voor 2019: het is nog niet de trendbreuk die we nodig hebben om de zorg voor iedereen toegankelijk en betaalbaar te houden. Wat nodig is, is vernieuwing van de zorg. Petra van Holst, algemeen directeur van ZN, vertelt hoe zorgverzekeraars samen met huisartsen en apothekers invulling willen geven aan die vernieuwing van zorg. Huisartsen en apothekers willen de vrijheid om hun patiënten optimaal te helpen. Zorgverzekeraars willen de kosten van zorg in de hand houden. Hoe verhouden die twee uitgangspunten zich tot elkaar? ‘Om duidelijk te maken hoe onze leden – de zorgverzekeraars – hier in staan, verwijs ik graag naar de Ambitie 2025 die we vorig jaar hebben gepubliceerd. In de zorg wordt vaak scherp onderhandeld, maar onder de streep hebben we natuurlijk echt wel een gemeenschappelijk doel. We willen dat voor iedereen de zorg op de juiste plek beschikbaar is en we willen dat die zorg betaalbaar is, nu en in de toekomst. Toch hebben we het in de gesprekken vaak niet over wat we gemeenschappelijk hebben. Als we dat wél doen, moeten we toch ook in staat zijn om de belangentegenstellingen – die er natuurlijk ook zijn – om te buigen naar gemeenschappelijke grond. We moeten altijd voor ogen houden waarvoor we de dingen doen die we doen, want alleen van daaruit kunnen we constructief kijken naar wie welke rol heeft. Dan is de juiste basis om ook het gesprek te voeren over kwaliteit, en dan zullen we zien we dat kwaliteitsverbetering en kostenbesparing vaak hand in hand gaan. Het gesprek daarover moeten we met de huisartsen en apothekers gezamenlijk voeren.’ Maar in hoeverre is tussen die twee sprake van gezamenlijkheid? De huisarts zet “medische noodzaak” op het recept, maar de apotheker beslist nogal eens om daarvan af te wijken. ‘Laat ik voorop stellen dat ik niet altijd helder heb waarom dit gebeurt. Misschien heeft die vermelding op het recept voor een deel te maken met de eis die de patiënt stelt. Maar in veel gevallen zal het ook echt de overtuiging van de huisarts zijn dat het nodig is. Misschien heeft het ook te maken met het gegeven dat de huisarts te weinig tijd heeft voor een gesprek met de patiënt over wat écht nodig is. Toch is het natuurlijk beter om dat gesprek wel te voeren, om aan de voorkant de duidelijkheid te bieden die de noodzaak tot reparatie aan de achterkant voorkomt. Hoe dan ook, ik ben ervan overtuigd dat het het best is als de huisarts en de apotheker het gesprek...

Lees Verder
Netwerk Patiënteninformatie bundelt betrouwbare digitale medicijninformatie
nov21

Netwerk Patiënteninformatie bundelt betrouwbare digitale medicijninformatie

Patiënten moeten betrouwbare en begrijpelijke medicijninformatie beter kunnen vinden op het internet. Om dat te bereiken is het Netwerk Patiënteninformatie gestart. Zeven organisaties tekenden daartoe een intentieverklaring en gaan aan de slag. De eerste concrete stap die wordt gezet, is het aan elkaar koppelen van vier websites: van de medicijnautoriteit (CBG), het bijwerkingencentrum (Lareb), de huisartsen (NHG, Thuisarts.nl) en de apothekers (KNMP, Apotheek.nl). Informatie over medicijnen is niet altijd gemakkelijk te vinden op internet en is ook niet altijd begrijpelijk. De partners in het Netwerk Patiënteninformatie willen samen een bijdrage leveren om de digitale zoektocht naar betrouwbare medicijninformatie eenvoudiger te maken. Daarnaast wordt de nadruk gelegd op het verbeteren van de begrijpelijkheid van medicijninformatie. Dit kan bijvoorbeeld door helder taalgebruik en gebruik van animaties als aanvulling op de bijsluiter. Versnippering tegengaan Veel Nederlanders gebruiken medicijnen. Het is belangrijk dat zij goed worden geïnformeerd over de werking, de risico’s en het gebruik van deze medicijnen. Op initiatief van het Ministerie van VWS heeft NIVEL in 2016 onderzocht wat de informatiebehoeften van patiënten zijn. Eén van de conclusies van dat onderzoek is dat het aanbod van digitale medicijninformatie enorm groot is en versnipperd. Een duidelijke ordening van de informatie ontbreekt. Ook is het voor mensen niet altijd duidelijk is of een website betrouwbaar is. Het Netwerk Patiënteninformatie wil daar dus verandering in brengen, te beginnen dus met het koppelen van de vier websites. Startschot Minister Bruins van VWS heeft recent het startschot gegeven voor dit Netwerk Patiënteninformatie. Onderzoeksinstituut Nivel, expertisecentrum gezondheidsverschillen Pharos en de Patiëntenfederatie Nederland adviseren de deelnemers in dit Netwerk. Met hun relevante kennis kan het Netwerk rekening houden met wensen en behoeften van medicijngebruikers in Nederland. Bron: Rijksoverheid en Nivel Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Voorlichting en advies over pijnstillers nodig en gewenst
nov20

Voorlichting en advies over pijnstillers nodig en gewenst

Begin november hebben drogisterijen een voorlichtingscampagne gevoerd voor verantwoord gebruik van pijnstillers. Ter input van deze campagne heeft het IVM een peiling gehouden onder de leden van haar Medicijnpanel. Deze groep is over het algemeen bekend met pijnstillers en gaat er bewust mee om. Desondanks weet bijna de helft niet dat ontstekingsremmende pijnstillers (ernstige) bijwerkingen kunnen hebben. Er is dus alle reden voor alertheid bij het geven van voorlichting over pijnstillers. De uitkomsten van de peiling staan in het IVM-rapport ‘Pijnstillers: gebruik, kennis en handelingen’. Diclofenac versus antistollingsmiddelen Dat om de dag paracetamol slikken niet goed is – je kunt hier juist hoofdpijn door krijgen – weet ook de helft van de respondenten niet. Het is voor ruim 60% van de respondenten onbekend dat het onveilig is om diclofenac samen te gebruiken met antistollingsmiddelen. Uit de Gipdatabank blijkt dat er in ons land ruim 1,8 miljoen gebruikers van antistollingsmiddelen zijn. Daaruit blijkt wel hoe belangrijk goede voorlichting is. Deskundig personeel Hoewel de resultaten van de peiling niet representatief zijn voor de algemene bevolking, onderstrepen ze zonder meer het belang van voorlichting en advies over pijnstillers. Advisering door de drogist is niet alleen nodig maar ook gewenst. Bijna 80% van de respondenten vindt het erg belangrijk dat in de drogist deskundig personeel aanwezig is om te adviseren over pijnstillers en gevraagd of ongevraagd een risicowaarschuwing af te geven. Onder deze voorwaarde vindt een meerderheid dat pijnstillers vrij verkrijgbaar mogen zijn. Grotere druk op huisarts Tot slot: als respondenten zich voorstellen nu gebruiker te zijn van paracetamol 1000 mg en deze wordt niet meer vergoed, dan zou een kwart deze pijnstilling niet zelf gaan kopen. In plaats daarvan gaan ze terug naar de arts om te vragen om een andere pijnstiller op recept. Dit kan mogelijk tot gevolg hebben dat er vanaf januari 2019 groeiende druk op huisartsen komt om onnodig zware pijnstillers voor te schrijven. Bron: IVM Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
E-learning problematisch middelengebruik voor poh’s-ggz
nov19

E-learning problematisch middelengebruik voor poh’s-ggz

Praktijkondersteuners-ggz hebben vaak te maken met het gebruik van verslavende middelen bij patiënten. Lang niet elke professional beschikt over voldoende skills om dit aan te kaarten. Daarom hebben Jellinek en Tactus verslavingszorg ter ondersteuning van poh’s-ggz een e-learning ontwikkeld met als titel: ‘POH-GGZ problematisch middelengebruik’. Deze digitale training is officieel geaccrediteerd. De korte, gratis e-learning ‘POH-GGZ problematisch middelengebruik’ is speciaal ontwikkeld om POH-GGZ te ondersteunen bij het signaleren van middelengebruik en dit bespreekbaar te maken bij patiënten. Oefenen met casuïstiek Een patiënt vragen naar zijn of haar middelengebruik kan best lastig zijn. Door te oefenen met casuïstiek ontwikkelt een poh-ggz meer vaardigheden om het bespreekbaar te maken met de patiënt. Met de training krijgt de professional meer kennis over de lichamelijke en psychische klachten die kunnen samenhangen met middelengebruik. Ook leert de cursist risicovol gebruik van verslavende middelen eerder te signaleren. Praktische tools Het volgen van de e-learning biedt tevens toegang tot een aantal praktische tools. Zoals een verdiepende website, een registratie-app voor patiënten en online screeners en zelftests om met de patiënt te doen. Het leertraject is online te volgen op het moment waarop het de praktijkondersteuner zelf uitkomt. Het betreft een tijdsinvestering van ongeveer 1,5 uur en levert de poh-ggz 1 accreditatiepunt op. Reacties Deze relevante basistraining wordt door andere poh-professionals gewaardeerd met een ruime 8. Enkele reacties van deelnemers: In begrijpelijke taal geschreven en sluit goed aan bij de praktijk, fijn dat ik zelf het moment kan bepalen waarop ik er mee aan de slag ga. Veel aanvullende informatie door de verwijzing naar de website pohverslaving.nl en andere websites. Korte, bondige en juiste informatie Sterk punt: feiten en weetjes over overmatig middelengebruik. Fijn vormgegeven, makkelijk te volgen. Interesse? Geïnteresseerd? De e-learning is te vinden op GGZ Ecademy of POHverslaving.nl. Deze is ontwikkeld door Jellinek en Tactus verslavingszorg, in samenwerking met de GGZ Ecademy. Bron: Jellinek Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Inhibin voortaan uitsluitend op recept
nov18

Inhibin voortaan uitsluitend op recept

Uit nieuw onderzoek blijkt dat bij patiënten met een verhoogd risico op hartritmestoornissen, ernstige hartproblemen kunnen optreden als zij Inhibin gebruiken. Daarom heeft het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) besloten dat het medicijn Inhibin voortaan alleen nog maar op recept verkrijgbaar is. Dit Collegebesluit is tot stand gekomen na nieuwe inzichten. Inhibin (hydrokinine) wordt gebruikt voor de behandeling van nachtelijke beenkrampen. Het medicijn werd in 1990 door het CBG goedgekeurd en is sindsdien beschikbaar zonder recept. Tot afgelopen week dus. Nu is het voortaan alleen nog op recept verkrijgbaar. Nieuwe data: verhoogd risico op hartproblemen In de afgelopen tijd zijn er twee wetenschappelijke studies gepubliceerd waar producten met kinine een verhoogde sterfte lieten zien. Het risico op bijwerkingen aan het hart, waaronder overlijden, bleek groter bij langdurig gebruik en bij patiënten die bepaalde hartritmestoornissen hebben of daar een verhoogd risico op hebben. Omdat kinine en hydrokinine een vergelijkbare werking hebben in het lichaam, is het aannemelijk dat hydrokinine ook een risico op hartritmestoornissen geeft. Uit een van de twee recente studies kan worden geschat dat wanneer 100 patiënten 1 jaar lang producten met kinine gebruiken er minimaal 1 patiënt extra overlijdt dan wanneer ze geen producten met kinine zouden gebruiken. Van ‘uitsluitend apotheek’ naar ‘uitsluitend recept’ Door deze nieuwe inzichten heeft het CBG besloten om de zogenaamde afleverstatus van Inhibin te wijzigen van ‘Uitsluitend Apotheek’ naar ‘Uitsluitend Recept’. Vooral mensen met hartritmestoornissen moeten extra voorzichtig zijn. Doordat patiënten Inhibin voortaan op doktersrecept voorgeschreven krijgen, kunnen ze beter worden gecontroleerd op hartritmestoornissen of een verhoogd risico daarop. Bron: CBG Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Diagnose hiv wordt nogal eens over het hoofd gezien
nov15

Diagnose hiv wordt nogal eens over het hoofd gezien

Nu het preventieve hiv-medicijn PrEP vanaf 1 januari 2019 gedeeltelijk zal worden vergoed, is de verwachting dat het aantal hiv-infecties in Nederland verder zal afnemen. Geen reden om achterover te leunen, menen Jan van Bergen, bijzonder hoogleraar hiv en soa in de eerste lijn, en Godelieve de Bree, internist-infectioloog en wetenschappelijk coördinator van het Hiv-Transmissie Eliminatie Amsterdam. “De kans op het krijgen van hiv moet namelijk wel onderkend worden en PrEP geslikt. Bovendien blijft met minder hiv-positieven de kans op infectie nog steeds aanwezig.” Huisartsen en apothekers, zo benadrukken beide deskundigen, spelen een cruciale rol bij betere preventie en vroegtijdige opsporing. Hiv voorkomen en vroegtijdig opsporen, is nog steeds geen sinecure. Niet in de laatste plaats omdat hiv en aids onverminderd stigmatiserend blijken. Ook zorgverleners missen nogal eens de diagnose. In sommige gevallen omdat de mogelijkheid van een hiv-infectie niet bij ze opkomt. Maar ook omdat ze het moeilijk vinden een eventuele infectie te bespreken. “Veel huisartsen schromen bijvoorbeeld om bij een oudere heer met recidiverende pneumonie bij een bloedtest ook een hiv-test aan te vragen. Terwijl ook deze man hiv-geïnfecteerd kan zijn. Sterker, een kwart van de nieuwe hiv-diagnoses is bij mensen ouder dan vijftig jaar,” vertelt Jan van Bergen, bijzonder hoogleraar hiv en soa bij huisartsengeneeskunde aan het UMC Amsterdam. Onderzoeksresultaten, zo somt hij op, bewijzen dat nog veel te winnen valt rond preventie en vroegtijdig opsporen van hiv en andere soa’s. Én dat de huisarts daarbij een belangrijke rol speelt. Zo worden ieder jaar nog altijd bij achthonderd Nederlanders een nieuwe hiv-infectie vastgesteld. Zo’n twaalf procent van alle mensen met een hiv-infectie in Nederland weet niet dat ze hiv-positief zijn. Dat zijn er zo’n twaalfhonderd in heel Nederland. Veertig procent van de mensen met een hiv-infectie wordt te laat gediagnosticeerd, terwijl juist vroeg behandelen erg belangrijk is, zowel voor de individuele gezondheid, alsook voor de publieke gezondheid. Onderzoek toont aan dat iemand die effectief behandeld wordt, de infectie niet meer kan overdragen. Een derde van de hiv-infecties wordt opgespoord door de huisarts. Dertig procent van de huisartsen handelt echter niet altijd conform de richtlijnen over actiever testen op hiv; ook daardoor worden veel mensen met hiv niet tijdig gediagnosticeerd. “Waar het ons om te doen was, blijkt dus uit het onderzoek: het aantal nieuwe hiv-infecties neemt af.” Om huisartsen te stimuleren actiever te testen op hiv en andere soa’s, startte het H-team (Hiv Transmissie Eliminatie Amsterdam) in samenwerking met Elaa (voorheen 1ste Lijn Amsterdam) en Huisartsenkring Amsterdam, drie jaar geleden het ‘Diagnostisch Toets Overleg hiv en soa’ (DTO). Inmiddels hebben zo’n tweehonderd Amsterdamse huisartsen aan deze DTO deelgenomen. Van Bergen: “Uit spiegelinformatie die tijdens deze nascholing...

Lees Verder
Pagina 1 van 3123