Netwerk Patiënteninformatie bundelt betrouwbare digitale medicijninformatie
nov21

Netwerk Patiënteninformatie bundelt betrouwbare digitale medicijninformatie

Patiënten moeten betrouwbare en begrijpelijke medicijninformatie beter kunnen vinden op het internet. Om dat te bereiken is het Netwerk Patiënteninformatie gestart. Zeven organisaties tekenden daartoe een intentieverklaring en gaan aan de slag. De eerste concrete stap die wordt gezet, is het aan elkaar koppelen van vier websites: van de medicijnautoriteit (CBG), het bijwerkingencentrum (Lareb), de huisartsen (NHG, Thuisarts.nl) en de apothekers (KNMP, Apotheek.nl). Informatie over medicijnen is niet altijd gemakkelijk te vinden op internet en is ook niet altijd begrijpelijk. De partners in het Netwerk Patiënteninformatie willen samen een bijdrage leveren om de digitale zoektocht naar betrouwbare medicijninformatie eenvoudiger te maken. Daarnaast wordt de nadruk gelegd op het verbeteren van de begrijpelijkheid van medicijninformatie. Dit kan bijvoorbeeld door helder taalgebruik en gebruik van animaties als aanvulling op de bijsluiter. Versnippering tegengaan Veel Nederlanders gebruiken medicijnen. Het is belangrijk dat zij goed worden geïnformeerd over de werking, de risico’s en het gebruik van deze medicijnen. Op initiatief van het Ministerie van VWS heeft NIVEL in 2016 onderzocht wat de informatiebehoeften van patiënten zijn. Eén van de conclusies van dat onderzoek is dat het aanbod van digitale medicijninformatie enorm groot is en versnipperd. Een duidelijke ordening van de informatie ontbreekt. Ook is het voor mensen niet altijd duidelijk is of een website betrouwbaar is. Het Netwerk Patiënteninformatie wil daar dus verandering in brengen, te beginnen dus met het koppelen van de vier websites. Startschot Minister Bruins van VWS heeft recent het startschot gegeven voor dit Netwerk Patiënteninformatie. Onderzoeksinstituut Nivel, expertisecentrum gezondheidsverschillen Pharos en de Patiëntenfederatie Nederland adviseren de deelnemers in dit Netwerk. Met hun relevante kennis kan het Netwerk rekening houden met wensen en behoeften van medicijngebruikers in Nederland. Bron: Rijksoverheid en Nivel Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Voorlichting en advies over pijnstillers nodig en gewenst
nov20

Voorlichting en advies over pijnstillers nodig en gewenst

Begin november hebben drogisterijen een voorlichtingscampagne gevoerd voor verantwoord gebruik van pijnstillers. Ter input van deze campagne heeft het IVM een peiling gehouden onder de leden van haar Medicijnpanel. Deze groep is over het algemeen bekend met pijnstillers en gaat er bewust mee om. Desondanks weet bijna de helft niet dat ontstekingsremmende pijnstillers (ernstige) bijwerkingen kunnen hebben. Er is dus alle reden voor alertheid bij het geven van voorlichting over pijnstillers. De uitkomsten van de peiling staan in het IVM-rapport ‘Pijnstillers: gebruik, kennis en handelingen’. Diclofenac versus antistollingsmiddelen Dat om de dag paracetamol slikken niet goed is – je kunt hier juist hoofdpijn door krijgen – weet ook de helft van de respondenten niet. Het is voor ruim 60% van de respondenten onbekend dat het onveilig is om diclofenac samen te gebruiken met antistollingsmiddelen. Uit de Gipdatabank blijkt dat er in ons land ruim 1,8 miljoen gebruikers van antistollingsmiddelen zijn. Daaruit blijkt wel hoe belangrijk goede voorlichting is. Deskundig personeel Hoewel de resultaten van de peiling niet representatief zijn voor de algemene bevolking, onderstrepen ze zonder meer het belang van voorlichting en advies over pijnstillers. Advisering door de drogist is niet alleen nodig maar ook gewenst. Bijna 80% van de respondenten vindt het erg belangrijk dat in de drogist deskundig personeel aanwezig is om te adviseren over pijnstillers en gevraagd of ongevraagd een risicowaarschuwing af te geven. Onder deze voorwaarde vindt een meerderheid dat pijnstillers vrij verkrijgbaar mogen zijn. Grotere druk op huisarts Tot slot: als respondenten zich voorstellen nu gebruiker te zijn van paracetamol 1000 mg en deze wordt niet meer vergoed, dan zou een kwart deze pijnstilling niet zelf gaan kopen. In plaats daarvan gaan ze terug naar de arts om te vragen om een andere pijnstiller op recept. Dit kan mogelijk tot gevolg hebben dat er vanaf januari 2019 groeiende druk op huisartsen komt om onnodig zware pijnstillers voor te schrijven. Bron: IVM Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
E-learning problematisch middelengebruik voor poh’s-ggz
nov19

E-learning problematisch middelengebruik voor poh’s-ggz

Praktijkondersteuners-ggz hebben vaak te maken met het gebruik van verslavende middelen bij patiënten. Lang niet elke professional beschikt over voldoende skills om dit aan te kaarten. Daarom hebben Jellinek en Tactus verslavingszorg ter ondersteuning van poh’s-ggz een e-learning ontwikkeld met als titel: ‘POH-GGZ problematisch middelengebruik’. Deze digitale training is officieel geaccrediteerd. De korte, gratis e-learning ‘POH-GGZ problematisch middelengebruik’ is speciaal ontwikkeld om POH-GGZ te ondersteunen bij het signaleren van middelengebruik en dit bespreekbaar te maken bij patiënten. Oefenen met casuïstiek Een patiënt vragen naar zijn of haar middelengebruik kan best lastig zijn. Door te oefenen met casuïstiek ontwikkelt een poh-ggz meer vaardigheden om het bespreekbaar te maken met de patiënt. Met de training krijgt de professional meer kennis over de lichamelijke en psychische klachten die kunnen samenhangen met middelengebruik. Ook leert de cursist risicovol gebruik van verslavende middelen eerder te signaleren. Praktische tools Het volgen van de e-learning biedt tevens toegang tot een aantal praktische tools. Zoals een verdiepende website, een registratie-app voor patiënten en online screeners en zelftests om met de patiënt te doen. Het leertraject is online te volgen op het moment waarop het de praktijkondersteuner zelf uitkomt. Het betreft een tijdsinvestering van ongeveer 1,5 uur en levert de poh-ggz 1 accreditatiepunt op. Reacties Deze relevante basistraining wordt door andere poh-professionals gewaardeerd met een ruime 8. Enkele reacties van deelnemers: In begrijpelijke taal geschreven en sluit goed aan bij de praktijk, fijn dat ik zelf het moment kan bepalen waarop ik er mee aan de slag ga. Veel aanvullende informatie door de verwijzing naar de website pohverslaving.nl en andere websites. Korte, bondige en juiste informatie Sterk punt: feiten en weetjes over overmatig middelengebruik. Fijn vormgegeven, makkelijk te volgen. Interesse? Geïnteresseerd? De e-learning is te vinden op GGZ Ecademy of POHverslaving.nl. Deze is ontwikkeld door Jellinek en Tactus verslavingszorg, in samenwerking met de GGZ Ecademy. Bron: Jellinek Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Inhibin voortaan uitsluitend op recept
nov18

Inhibin voortaan uitsluitend op recept

Uit nieuw onderzoek blijkt dat bij patiënten met een verhoogd risico op hartritmestoornissen, ernstige hartproblemen kunnen optreden als zij Inhibin gebruiken. Daarom heeft het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) besloten dat het medicijn Inhibin voortaan alleen nog maar op recept verkrijgbaar is. Dit Collegebesluit is tot stand gekomen na nieuwe inzichten. Inhibin (hydrokinine) wordt gebruikt voor de behandeling van nachtelijke beenkrampen. Het medicijn werd in 1990 door het CBG goedgekeurd en is sindsdien beschikbaar zonder recept. Tot afgelopen week dus. Nu is het voortaan alleen nog op recept verkrijgbaar. Nieuwe data: verhoogd risico op hartproblemen In de afgelopen tijd zijn er twee wetenschappelijke studies gepubliceerd waar producten met kinine een verhoogde sterfte lieten zien. Het risico op bijwerkingen aan het hart, waaronder overlijden, bleek groter bij langdurig gebruik en bij patiënten die bepaalde hartritmestoornissen hebben of daar een verhoogd risico op hebben. Omdat kinine en hydrokinine een vergelijkbare werking hebben in het lichaam, is het aannemelijk dat hydrokinine ook een risico op hartritmestoornissen geeft. Uit een van de twee recente studies kan worden geschat dat wanneer 100 patiënten 1 jaar lang producten met kinine gebruiken er minimaal 1 patiënt extra overlijdt dan wanneer ze geen producten met kinine zouden gebruiken. Van ‘uitsluitend apotheek’ naar ‘uitsluitend recept’ Door deze nieuwe inzichten heeft het CBG besloten om de zogenaamde afleverstatus van Inhibin te wijzigen van ‘Uitsluitend Apotheek’ naar ‘Uitsluitend Recept’. Vooral mensen met hartritmestoornissen moeten extra voorzichtig zijn. Doordat patiënten Inhibin voortaan op doktersrecept voorgeschreven krijgen, kunnen ze beter worden gecontroleerd op hartritmestoornissen of een verhoogd risico daarop. Bron: CBG Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Diagnose hiv wordt nogal eens over het hoofd gezien
nov15

Diagnose hiv wordt nogal eens over het hoofd gezien

Nu het preventieve hiv-medicijn PrEP vanaf 1 januari 2019 gedeeltelijk zal worden vergoed, is de verwachting dat het aantal hiv-infecties in Nederland verder zal afnemen. Geen reden om achterover te leunen, menen Jan van Bergen, bijzonder hoogleraar hiv en soa in de eerste lijn, en Godelieve de Bree, internist-infectioloog en wetenschappelijk coördinator van het Hiv-Transmissie Eliminatie Amsterdam. “De kans op het krijgen van hiv moet namelijk wel onderkend worden en PrEP geslikt. Bovendien blijft met minder hiv-positieven de kans op infectie nog steeds aanwezig.” Huisartsen en apothekers, zo benadrukken beide deskundigen, spelen een cruciale rol bij betere preventie en vroegtijdige opsporing. Hiv voorkomen en vroegtijdig opsporen, is nog steeds geen sinecure. Niet in de laatste plaats omdat hiv en aids onverminderd stigmatiserend blijken. Ook zorgverleners missen nogal eens de diagnose. In sommige gevallen omdat de mogelijkheid van een hiv-infectie niet bij ze opkomt. Maar ook omdat ze het moeilijk vinden een eventuele infectie te bespreken. “Veel huisartsen schromen bijvoorbeeld om bij een oudere heer met recidiverende pneumonie bij een bloedtest ook een hiv-test aan te vragen. Terwijl ook deze man hiv-geïnfecteerd kan zijn. Sterker, een kwart van de nieuwe hiv-diagnoses is bij mensen ouder dan vijftig jaar,” vertelt Jan van Bergen, bijzonder hoogleraar hiv en soa bij huisartsengeneeskunde aan het UMC Amsterdam. Onderzoeksresultaten, zo somt hij op, bewijzen dat nog veel te winnen valt rond preventie en vroegtijdig opsporen van hiv en andere soa’s. Én dat de huisarts daarbij een belangrijke rol speelt. Zo worden ieder jaar nog altijd bij achthonderd Nederlanders een nieuwe hiv-infectie vastgesteld. Zo’n twaalf procent van alle mensen met een hiv-infectie in Nederland weet niet dat ze hiv-positief zijn. Dat zijn er zo’n twaalfhonderd in heel Nederland. Veertig procent van de mensen met een hiv-infectie wordt te laat gediagnosticeerd, terwijl juist vroeg behandelen erg belangrijk is, zowel voor de individuele gezondheid, alsook voor de publieke gezondheid. Onderzoek toont aan dat iemand die effectief behandeld wordt, de infectie niet meer kan overdragen. Een derde van de hiv-infecties wordt opgespoord door de huisarts. Dertig procent van de huisartsen handelt echter niet altijd conform de richtlijnen over actiever testen op hiv; ook daardoor worden veel mensen met hiv niet tijdig gediagnosticeerd. “Waar het ons om te doen was, blijkt dus uit het onderzoek: het aantal nieuwe hiv-infecties neemt af.” Om huisartsen te stimuleren actiever te testen op hiv en andere soa’s, startte het H-team (Hiv Transmissie Eliminatie Amsterdam) in samenwerking met Elaa (voorheen 1ste Lijn Amsterdam) en Huisartsenkring Amsterdam, drie jaar geleden het ‘Diagnostisch Toets Overleg hiv en soa’ (DTO). Inmiddels hebben zo’n tweehonderd Amsterdamse huisartsen aan deze DTO deelgenomen. Van Bergen: “Uit spiegelinformatie die tijdens deze nascholing...

Lees Verder
Het medicijnjournaal, november 2018
nov15
Lees Verder
Foliumzuur 5 mg ook in 2019 in basisverzekering
nov12

Foliumzuur 5 mg ook in 2019 in basisverzekering

Foliumzuur 5 mg blijft in 2019 vergoed vanuit het basispakket. Het valt toch niet onder de middelen die per 1 januari uitstromen uit het pakket. Dit schrijft minister Bruins van VWS in een brief aan de Tweede Kamer. Foliumzuur 5 mg is uitsluitend op recept verkrijgbaar en mag daarom niet als voedingssupplement in de handel zijn. Een gelijkwaardig alternatief is echter niet beschikbaar in de vrije verkoop. En juist dat is een voorwaarde is voor het Zorginstituut Nederland om een middel uit het basispakket te kunnen halen. Foliumzuur 1 mg daarentegen mag wel vrij verkocht worden als voedingssupplement en daarom valt dit middel per 1 januari a.s. niet meer onder de basisverzekering. Besluit minister Bruins Halverwege dit jaar besloot minister Bruno Bruins van VWS om bepaalde vitaminen, mineralen, paracetamol en dus ook foliumzuur per 1 januari 2019 niet meer te vergoeden vanuit het basispakket. De minister wil hiermee een besparing inboeken van 40 miljoen. Therapieontrouw-bevorderende maatregel De aankondiging viel bij een aantal partijen verkeerd. Zo heeft de KNMP zich hiertegen fel verzet omdat volgens haar het risico bestaat op het voorschrijven van duurdere, risicovollere middelen die wel worden vergoed. Ook verwacht de KNMP dat de maatregel zal leiden tot therapieontrouw bij kwetsbare patiënten. In een brief aan de Tweede Kamer heeft de KNMP haar zorgen geuit en de Kamerleden opgeroepen om de pakketmaatregel niet door te zetten. Helaas tevergeefs. Overzicht uitstroom geneesmiddelen De Rijksoverheid heeft inmiddels de lijst bekend gemaakt van geneesmiddelen, die per 1 januari 2019 het basispakket uitstromen. Zie hier de meest actuele lijst. Lees meer Zie ook het artikel op FarmaMagazine dat ingaat op de wijzigingen in het basisverzekering per 2019: Per 2019 vrij verkrijgbare paracetamol, vitaminen en mineralen uit basispakket. Bron: KNMP Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Deelnemers gezocht voor een enquête over medicijnafval
nov11

Deelnemers gezocht voor een enquête over medicijnafval

Het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik zoekt kwaliteitsmedewerkers, verpleegkundigen en verzorgenden die verantwoordelijk zijn voor het goed omgaan met medicijnafval in hun organisatie. IVM verzoekt deze professionals om mee te doen aan een online enquête. Degenen die reageren maken kans op een cadeaubon ter waarde van 50 euro. Medicijnresten in het water is een groeiend probleem. Medicijnen worden doorgespoeld door het toilet of de gootsteen. Daarnaast worden ze voor een belangrijk deel ook uitgescheiden. Door een betere rioolwaterzuivering, maar vooral ook door het voorkomen dat medicijnen in het water terecht komen, kunnen we ons water zuiver houden. Door verstandig om te gaan met medicijnafval in instellingen wordt het probleem minder. Diversiteit aan vragen Daarom wil het IVM samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) graag meer weten over knelpunten rond medicijnafval en hoe iedere organisatie daarmee omgaat. De enquête bevat diverse vragen, zoals: welke aspecten spelen er rondom medicijnafval in de organisatie, zijn er protocollen over, wat staat niet een protocol, maar wordt ad hoc bevredigend opgelost, hoe wordt omgegaan met niet meer te gebruiken medicatie, welk cijfer geeft u het kennisniveau van zorgmedewerkers met betrekking tot medicijnafval, zijn ze op de hoogte van de risico’s enz. enz. Vertrouwelijk Het IVM verwerkt de gegevens vanzelfsprekend vertrouwelijk en gebruikt deze als basis voor een rapport dat wordt aangeboden aan het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Mede op basis van het rapport besluit het ministerie al dan niet om kennis over het omgaan met medicijnafval verder te doen verspreiden. Doe ook mee Het invullen van de vragenlijst duurt 5 tot 10 minuten. Er zijn geen goede of foute antwoorden. Het IVM is benieuwd naar alle meningen. Uiteraard blijven de deelnemers van de enquête in alle resultaten anoniem. Doe ook mee aan deze korte online enquête en maak kans op een cadeaubon t.w.v. € 50! Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Reclamecode voor medisch cosmetische behandelingen schrijft slogan voor
nov09

Reclamecode voor medisch cosmetische behandelingen schrijft slogan voor

Sinds half oktober geldt een reclamecode op reclame voor medische cosmetische behandelingen, uitgevoerd door artsen. Deze bevat een aantal voorwaarden die ervoor moeten zorgen dat mensen correct worden geïnformeerd. Waaronder een verplichte vaste slogan. De code is onderdeel van de Nederlandse Reclame Code en geldt daarmee voor alle adverteerders in de branche. In de code zijn verschillende regels opgenomen. Zo mag reclame geen tijdsdruk opleggen en mag het niet aanzetten tot het ondergaan van meer behandelingen dan noodzakelijk. Reclame mag zich niet richten op minderjarigen. Ook mag er geen sprake zijn van misleiding. Er mag geen verkeerde voorstelling van zaken worden gegeven over resultaten van een behandeling of over de risico’s die een behandeling met zich meebrengt. Garanties over de werking of het resultaat van een medisch cosmetische behandeling is niet toegestaan. De reclame mag de resultaten van een behandeling niet overdrijven of bagatelliseren. Uitingen als ‘u ziet er gegarandeerd beter uit’ zijn niet toegestaan. Eventuele claims moeten worden onderbouwd met voldoende en toetsbaar (!) bewijs. Verplicht slogan en beeldmerk En…. Bij iedere reclame-uiting is vermelding van een vaste slogan met bijbehorend beeldmerk (een oog) verplicht. Te vergelijken met ‘geld lenen kost geld’. De verplichte slogan voor medisch cosmetische handelingen luidt: “Kijk uit. Jezelf mooier maken kan lelijk uitpakken. Een geslaagde ingreep begint bij een geschikte arts”. Reactie minister Bruins De code is tot stand gekomen met subsidie van het ministerie van VWS en is opgesteld door de Nederlandse Stichting Esthetische Geneeskunde. Minister Bruno Bruins voor Medische Zorg en Sport is tevreden dat partijen uit de branche deze code hebben opgesteld. “Medisch cosmetische behandelingen zijn nooit zonder risico. Het is belangrijk dat mensen daar goed en juist over worden geïnformeerd. Deze code voor reclames kan daar een goede bijdrage aan leveren.” Volledige tekst De Code medische cosmetische behandelingen uitgevoerd door artsen (CCBA) is ingegaan op 15 oktober 2018 en zal na twee jaar worden geëvalueerd. Bron: Rijksoverheid en Stichting Reclame Code Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Visie Patiëntenfederatie Nederland 2030: meer mens, minder patiënt
nov07

Visie Patiëntenfederatie Nederland 2030: meer mens, minder patiënt

Hoe ziet de wereld van zorg en welzijn in Nederland er in 2030 uit? Bestaat het begrip ‘patiënt’ nog? Heeft de technologie de middelen om zonder belemmeringen een goed en betekenisvol leven te kunnen leiden? Zijn ‘ziekenhuizen’ definitief omgedoopt tot ‘gezondheidshuizen’? Niemand die het weet. De Patientenfederatie kijkt in haar visie naar het jaar 2030. De Patiëntenfederatie Nederland heeft een poging gedaan. Samen met haar leden heeft ze een stip op de tijdbalk gezet: 2030. Ver genoeg weg om een beetje te kunnen dromen van een idealistisch toekomstbeeld, dichtbij genoeg om met beide voeten op de grond te blijven. Dé patiënt bestaat niet. De een is kwetsbaar en afhankelijk, de ander is zelfbewust en verheft gemakkelijk zijn stem. Maar één eigenschap is gemeenschappelijk: het streven naar een goed en betekenisvol leven. En dat is precies waar Patiëntenfederatie Nederland zich de komende jaren met hart, ziel en zakelijkheid voor wil inzetten. Met als credo: Weg met de patiënt. Leve de mens met al zijn mogelijkheden! Visie in vijf toekomstbeelden De federatie heeft de visie samengevat in vijf toekomstbeelden. In 2030… 1. … is het voor mij gemakkelijk om gezond te leven Ik word op alle mogelijke manieren geholpen om gezonde keuzes te maken Ik werk bewust aan mijn eigen gezondheid Ik leef in een wereld die solidair is met mensen met een aandoening 2. … is alles voor mijn gezondheid binnen mijn bereik Er is eén plek waar ik zelf mijn zorgzaken online kan overzien en regelen Dankzij digitalisering voelt de zorg voelt dichtbij, al is die niet altijd letterlijk bij mij om de hoek 3. … draait de zorg om de kwaliteit van mijn leven Samen beslissen is de norm Informatie over kwaliteit van zorg is openbaar en begrijpelijk Ik ben me bewust van mijn eigen rol in mijn gezondheid 4. … leef ik zelfstandig én sta ik er niet alleen voor Passende woonvormen stellen mij in staat zelfstandig te functioneren Technologie helpt me om plezierig en zelfstandig te leven 5. … heb ik toegang tot de allerbeste zorg Voor complexe zorgvragen ga ik naar een ervaren specialist Mijn gezondheidsbelang is leidend bij de introductie van succesvolle innovaties Ik profiteer van de nieuwste kennis Zie de volledige tekst van de visie 2030 van de Patiëntenfederatie Nederland. Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder