Sint-janskruid: minder onschuldig dan het lijkt
jan26

Sint-janskruid: minder onschuldig dan het lijkt

Sint-janskruid kan de werking van geneesmiddelen beïnvloeden. Zo kan een chemokuur daardoor wel tot 40 procent minder werkzaam worden. Consumenten worden hier onvoldoende voor gewaarschuwd, zo heeft het tv-programma Radar aangetoond. Overigens was dit probleem al lang bekend. Sint-janskruid-preparaten zijn vrij verkrijgbaar bij de drogist. Het middel wordt verkocht als natuurlijk alternatief voor antidepressiva. Dat klinkt onschuldig, maar dat is het niet, zo blijkt uit de uitzending van Radar. Beinvloeding op geneesmiddelen al lang bekend 
 Naar aanleiding van de uitzending van Radar over sint-janskruid geeft NPN, de branchevereniging voor voedingssupplementen, in een reactie aan dat het inderdaad bekend is dat sint-janskruid de werking van geneesmiddelen kan beïnvloeden. Al in 2000 hebben vier brancheorganisaties, waaronder NPN en het ministerie van VWS, daarom vrijwillig besloten dat er waarschuwingsteksten op de verpakkingen met sint-janskruid-producten moesten komen. In 2017 is met VWS besproken om deze bindende afspraak in wetgeving vast te leggen. Minister Bruins vermeldt naar aanleiding van de uitzending dat hij een verbod op verkoop van St.-janskruidproducten via de drogist te ver vindt gaan. Wel wil hij inderdaad een waarschuwingstekst op alle producten met sint-janskruid verplicht stellen. Daarvoor het Warenwetbesluit kruidenpreparaten moeten worden aangepast. Hij hoopt dat dit voor het eind van dit jaar is gerealiseerd. Beter toezicht
 De NPN is blij met dat deze afspraak, zodat er beter op kan worden toegezien dat ook producten die bijvoorbeeld vanuit het buitenland in Nederland worden verkocht, die waarschuwing voeren. Consumenten worden op die manier via de verpakking van supplementen met sint-janskruid gewaarschuwd voor interacties met geneesmiddelen. Daarnaast worden ook gebruikers van geneesmiddelen via apotheek en bijsluiter gewaarschuwd voor interactie met sint-janskruid. ‘Maar ook voor andere levensmiddels, zoals grapefruit’, voegt de NPN hier direct aan toe. Suppletie bij geneesmiddelen
 Tevens geeft de NPN aan dat ze in 2017 een project met het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM) is gestart over suppletie bij geneesmiddelengebruik. Daarin denken onder andere apothekers en wetenschappers mee. Een onderdeel van het project is om interacties tussen geneesmiddelen en kruidensupplementen, waaronder sint-janskruid, actief onder de aandacht te brengen bij consumenten, huisartsen en apotheken.’ Bron: Radar en NPN Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Uitbreiding hielprikscreening complex proces
jan24

Uitbreiding hielprikscreening complex proces

De neonatale hielprikscreening zal worden uitgebreid met 12 aandoeningen. De uitbreiding gebeurt in fases in de periode 2018 – 2022. Voordat deze aandoeningen definitief kunnen worden toegevoegd aan de hielprik is er aanvullend onderzoek nodig. In april start het eerste onderzoek: de SONNET-studie. In de zogeheten SONNET-studie wordt onderzocht hoe SCID kan worden toegevoegd aan de hielprik. SCID staat voor Severe Combined Immunodeficiency. Dit is een ernstige, zeldzame immuundeficiëntie. In Nederland komt deze aandoening voor bij ongeveer 1 op de 40.000 pasgeborenen. Wanneer SCID vroegtijdig wordt ontdekt en behandeld, is er een grote kans op genezing. Behandeling bestaat uit stamceltransplantatie of enzymtherapie en/of gentherapie. Hielprik eerste week na geboorte Elk pasgeboren kind ondergaat in de eerste week na de geboorte de hielprik. Enkele druppels bloed uit de hiel van het kind worden onderzocht op een aantal zelfzame, ernstige aangeboren ziektes. Een snelle opsporing van deze ziektes kan schade aan de ontwikkeling van het kind voorkomen of beperken. De meeste ziektes zijn niet te genezen maar wel te behandelen, bijvoorbeeld met medicijnen of een dieet. Uitbreiding leidt tot gezondheidswinst
Uitbreiding van de hielprik levert gezondheidswinst op. Er worden bij meer kinderen ziektes opgespoord, die gericht kunnen worden behandeld. Sinds januari 2017 is de hielprikscreening al uitgebreid met twee ernstige, erfelijke bloedaandoeningen (alfa- en bètathalassemie). Gefaseerde aanpak
 Begin juli 2017 heeft het  RIVM  de minister van  VWS  geadviseerd over de wijze van uitbreiding van de de hielprikscreening. Het is een complex proces, onder meer vanwege het grote aantal aandoeningen, de logistiek in de laboratoria, de beschikbaarheid van testmethodes, de aanvullende onderzoeken die nog moeten plaatsvinden, en de aansluiting op de zorg. Het betreft bovendien zeldzame aandoeningen die nog niet door veel landen zijn opgenomen in het screeningspakket. Hierdoor is ook op internationaal niveau slechts beperkte kennis beschikbaar. Na elk onderzoek is sprake van een go/no go-moment. Dan moet de minister besluiten of de aandoening de implementatiefase kan ingaan of dat eerst verder onderzoek nodig is. Bron: RIVM Onder redactie van: Gerda van Beek      ...

Lees Verder
Verlaging zoutconsumptie voorkomt veel nierschade
jan22

Verlaging zoutconsumptie voorkomt veel nierschade

Een verlaging van de zoutconsumptie tot 6 gram per dag kan naar schatting bijna 150.000 gevallen van chronische nierschade voorkomen over een periode van 10 jaar. Daarnaast voorkomt het bij 250 mensen nierfalen, waarbij dialyse of transplantatie nodig is. Dat blijkt uit recent wetenschappelijk onderzoek van het RIVM, uitgevoerd in opdracht van de Nierstichting. Nierschade ontstaat ongemerkt, maar de impact is zeer groot. Het vermindert de levensverwachting. Zo hebben mensen van 55 jaar met een matig verlaagde nierfunctie een verminderde levensverwachting van ongeveer 7 jaar. Voor mensen van 55 jaar met ernstig verlaagde nierfunctie is de levensverwachting zelfs met ruim 12 jaar verminderd. Daarbij is nierschade onomkeerbaar. Wanneer nieren voor minder dan 15 procent werken, is er sprake van nierfalen. Dan is dialyse nodig om in leven te blijven, tot eventueel een niertransplantatie mogelijk is. Kortom: het is van belang om nierschade te voorkomen. Dat kan door het zoutgebruik te verminderen. Grote impact
 Niet eerder is de impact van een lagere zoutinname op nierschade berekend, zo staat er in het persbericht van de Nierstichting. Te veel zout kan de nieren onherstelbaar beschadigen. RIVM heeft wetenschappelijk onderzoek gedaan op verzoek van de Nierstichting. Aan de hand van modellen hebben de onderzoekers berekend dat er gezondheidsvoordelen kunnen worden bereikt wanneer Nederlanders hun gemiddelde zoutconsumptie verlagen van 9 gram zout per dag, naar de aanbevolen maximale 6 gram zout per dag. Bijna 150.000 gevallen van nierschade kunnen over een periode van 10 jaar worden voorkomen worden en ook bijna 250 gevallen van nierfalen, waarbij dialyse of transplantatie nodig is. De ongezouten waarheid
 De Nierstichting is gestart met de campagne ‘De ongezouten waarheid’. Bijna iedereen krijgt teveel zout binnen, vaak ongemerkt want 80% zit verwerkt in alledaagse producten. Rookworst, mosterd, kant-en-klare pastasaus, enzovoort. ‘De ongezouten waarheid’ moet mensen bewust maken van de gevaren van zout, inzicht geven in hun eigen zoutinname en ondersteuning bieden bij het verminderen van de zoutinname. Bron: Nierstichting Onder redactie van: Gerda van Beek      ...

Lees Verder
RIVM: off-labeltoepassingen kunnen beter
jan22

RIVM: off-labeltoepassingen kunnen beter

De kennis over  off-labeltoepassingen moet toegankelijker zijn voor artsen en apothekers. Deze kennis is nu versnipperd en niet altijd volledig beschikbaar. Om kennis te vergroten is het ook van belang beter bij te houden wat de werking en eventuele bijwerkingen van  off-labelgebruik zijn. Dit concludeert het RIVM in haar rapport naar off-labelgebruik: ‘off-labelgebruik van geneesmiddelen. Verkenning van de complexiteit en problematiek.’
Zo moeten voorschrijvers hun patiënt toestemming vragen voor het off-label geneesmiddel, hen daarover informeren en wijzen op mogelijke risico’s. Hoewel dat een wettelijke verplichting is, gebeurt dat lang niet altijd. Soms zijn artsen zich zelfs niet bewust van het feit dat het een off-label verstrekking betreft. Verschil per ziektebeeld
 Off-labelgebruik komt bijvoorbeeld vaak voor bij aandoeningen bij kinderen of bij ernstige ziekten waarvoor nog geen goedgekeurde therapie bestaat. De mate waarin dit voorkomt verschilt per aandoening en geneesmiddelgroep, maar kan omvangrijk zijn. Van sommige antipsychotica wordt maar liefst tussen de 52 en 60%  off-label  gebruikt. Aanpassen bijsluiter
 Om off-labelgebruik van een medicijn  on-label  te maken, moet de geneesmiddelfabrikant het initiatief nemen om het bewijs voor de effectiviteit en veiligheid van het gebruik aan te leveren bij de overheid. Als een fabrikant dit niet doet, wordt het  off-labelgebruik niet genoemd in de bijsluiter. Dit kan uiteraard tot verwarring leiden bij de patiënt. Advies RIVM
 Het RIVM vindt onder meer dat het voor zorgverleners duidelijk moet zijn wanneer er sprake is van een off-labeltoepassing. Dat kan bijvoorbeeld door dit nadrukkelijk te vermelden in protocollen en standaarden, zoals al wordt gedaan in het Kinderformularium en diverse dermatologische en oncologische behandelrichtlijnen. Ook nascholingen en FTO-modules kunnen bijdragen aan bewustzijn en kennis. Verder zegt het RIVM dat de Patiëntenfederatie Nederland zou kunnen nagaan aan wat voor soort informatie patiënten behoefte hebben ten aanzien van off-label toepassingen. Op basis daarvan kan een algemene voorlichtingstekst worden opgesteld en breed beschikbaar gesteld. Verplicht overleg huisarts-apotheker 
 Recentelijk is het NHG-standpunt off-label voorschrijven herzien. Daarin staat onder meer dat bij offlabel-voorschriften die niet in NHG-Standaarden, NHG-Behandelrichtlijnen of NHG-Formularium staan, de huisarts wettelijk verplicht om te overleggen met de apotheker.  Ook benadrukt het NHG-standpunt het advies om de patiënt altijd uitleg te geven over het offlabel karakter als de indicatie niet in de bijsluitertekst staat. Bron: RIVM en NHG Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Samenwerking CBG en Hartstichting
jan17

Samenwerking CBG en Hartstichting

Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) en de Hartstichting gaan samenwerken. Gezamenlijke inzet kan de ontwikkeling van medicijnen bevorderen en ervoor zorgen dan nieuwe medicijnen sneller beschikbaar zijn voor de patiënt. Soms verlopen de vertaling en ontwikkeling van onderzoek naar medicijnen onnodig traag. Dit heeft te maken met onbekendheid met de regels voor vergunningverlening van medicijnen. Het CBG kan vanuit haar expertise reeds in een vroeg stadium de onderzoekers van de Hartstichting advies geven over optimale toepasbaarheid en haalbaarheid van het onderzoek. Nieuwe medicijnen worden vaak bedacht in academische centra of kleine farmaceutische bedrijven. Deze zijn niet altijd goed op de hoogte van de complexe regelgeving van de vergunningverlening van medicijnen. Met als gevolg dat geneesmiddelenonderzoek soms opnieuw moet worden uitgevoerd. Of de medicijnen komen zelfs helemaal niet beschikbaar. Samenwerking met het CBG kan dit voorkomen. Beste behandeling voor hart- en vaatpatiënten
 Floris Italianer, directeur van de Hartstichting: “De financiering van excellent wetenschappelijk onderzoek is een van onze belangrijkste activiteiten om hart- en vaatziekten eerder op te sporen en beter te behandelen. Het zo snel mogelijk vertalen van onderzoeksresultaten naar de kliniek of zorgpraktijk heeft onze aandacht: we willen dat hart- en vaatpatiënten de beste behandeling krijgen. Sinds 2016 werken onze onderzoekers daarom verplicht samen met een commissie van gebruikers. Deze adviseert hoe de uitkomsten zo snel mogelijk praktisch toepasbaar worden voor de patiënt. De samenwerking met het CBG is hierin een volgende stap. Met advies van het CBG kunnen onze onderzoekers hun onderzoek nog doelgerichter en efficiënter opzetten.” CBS biedt advies op maat
 Om vernieuwing en snelle toegang tot medicijnen te bevorderen, is het CBG in 2015 gestart met een pilot met het geven van advies op maat. Dit betreft een laagdrempelige adviesvorm voor start-ups: kleine bedrijven en academische groepen die werken aan de ontwikkeling van medicijnen. 
Het CBG biedt tevens advies bij innovatieve geneesmiddelontwikkeling, markttoelating van geneesmiddelen die off-label worden gebruikt en registratie van een nieuwe toepassing van een bestaand geneesmiddel (Drug Rediscovery). Over het algemeen heeft het advies primair betrekking op de vroege fase van ontwikkeling (farmaceutische of preklinische aspecten, fase I klinisch onderzoek). Het CBG biedt daarbij ook de mogelijkheid van een ketenbreed advies met Zorginstituut Nederland en/of de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO). Daardoor krijgen partijen de mogelijkheid om aan tafel te zitten met alle bij geneesmiddelenontwikkeling betrokken overheidspartners. Bron: CBG Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Voorkeur voor nortriptyline bij kwetsbare ouderen
jan16

Voorkeur voor nortriptyline bij kwetsbare ouderen

Bij het voorschrijven van een tricyclisch antidepressivum voor kwetsbare ouderen, verdient nortriptyline de voorkeur. Deze actieve metaboliet van amitriptyline heeft namelijk de minste anticholinergische en cardiologische bijwerkingen. Vooral ouderen zijn gevoelig voor deze bijwerkingen. In 2017 hebben apotheken in ons land aan 300.000 mensen minstens één keer een tricyclisch antidepressivum verstrekt. Bijna 40% van hen is 65 jaar of ouder. De NHG-Standaard Depressie adviseert om bij een medicamenteuze behandeling van een depressie te beginnen met een antidepressivum uit de groep serotonineheropname-remmers (SSRI) of uit de groep tricyclische antidepressiva (TCA). De effectiviteit van beide groepen is gelijkwaardig. SSRI’s hebben een lichte voorkeur, omdat zij een iets gunstiger bijwerkingenprofiel hebben. Als toch wordt gekozen voor een TCA, gaat bij kwetsbare ouderen de voorkeur uit naar nortriptyline boven andere TCA’s zoals amitriptyline en imipramine. Van de TCA’s heeft nortriptyline de minste anticholinergische en cardiologische bijwerkingen. Vooral ouderen zijn voor deze bijwerkingen gevoelig. TCA’s worden overigens niet alleen ingezet bij depressies, maar ook bij onder meer neuropatische pijnen. Amitirptyline op kop
 Van de 300.000 personen aan wie de apotheken in 2017 een TCA hebben verstrekt, gebruikt 70% amitriptyline, op verre afstand gevolgd door nortriptyline met 17%. Deze percentages zijn gemiddeld en gelden dus voor alle gebruikers, ongeacht de leeftijd. Situatie bij 65-plussers In de landelijke uitvraag voor de kwaliteitsindicatoren is in 2016 voor het eerst een indicator opgenomen voor de behandeling van 65-plussers met nortriptyline of amitriptyline. De overige TCA’s zijn buiten beschouwing gelaten. Per apotheek zijn alle gebruikers van 65 jaar of ouder geselecteerd met twee of meer verstrekkingen van nortriptyline of amitriptyline in 2016. Uit de uitkomsten blijkt dat in de gemiddelde openbare apotheek 20% van deze geselecteerden ouderen eind 2016 nortriptyline gebruikte en 80% amitriptyline. Tussen de apotheken zit nogal wat verschil. Bij de 10% hoogst scorende apotheken bedroeg het aandeel gebruikers van nortriptyline gemiddeld 36%. Bij de 10% laagst scorende apotheken was dat gemiddeld 9%. SFK heeft op basis van de reeds bekende cijfers over 2017 de gemiddelde score voor alle apotheken uitkomt op 23% nortriptyline-gebruikers en 77% amitriptyline. SFK verwacht voor 2018 ruimte voor verdere verbetering. Bron: Stichting Farmaceutische Kengetallen Onder redactie van: Gerda van Beek...

Lees Verder
Herzien NHG-standpunt offlabel voorschrijven
jan15

Herzien NHG-standpunt offlabel voorschrijven

Offlabel voorschrijven is wettelijk toegestaan als dit de best mogelijke behandeling voor de patiënt oplevert. Bij offlabel voorschriften die niet in de NHG-richtlijnen zijn beschreven, moet de huisarts altijd overleggen met de apotheek. Ook geldt verzwaarde informatieplicht. Voor offlabel voorschriften conform NHG-Standaarden, NHG-Behandelrichtlijnen en NHG-Formularium gelden minder regels. In het NHG-Standpunt  Offlabel voorschrijven in de huisartsenpraktijk  staat beschreven dat offlabel voorschrijven voortvloeit uit de professionele verantwoordelijkheid om de patiënt de beste behandeling te geven. Het gaat om het voorschrijven van een geneesmiddel voor een andere indicatie, bij een andere patiëntencategorie of in een andere dosering dan in de officiële productinformatie is beschreven. In de praktijk komt verantwoord offlabel gebruik vaak voor, zoals amitriptyline bij neuropatische pijn, bètablokkers bij examenvrees, orale anticonceptiva bij ernstige acne en nortriptyline als hulpmiddel bij stoppen met roken. Overleg met de apotheker 
 Bij offlabel-voorschriften die niet in NHG-Standaarden, NHG-Behandelrichtlijnen of NHG-Formularium staan, is de huisarts wettelijk verplicht om te overleggen met de apotheker. Ook moet hij de patiënt informeren. Dit geldt ook als de huisarts offlabel medicatie die door de specialist is gestart, herhaalt. Dit wordt ook wel een verzwaarde informatieplicht genoemd. Het is dan zeker raadzaam om de informed consent te vermelden in het dossier. Dit is niet nodig bij offlabel voorschriften conform een NHG-Standaard of NHG-Behandelrichtlijn (en volgens het NHG-Formularium). In dat geval is de huisarts dus niet verplicht om de patiënt over het offlabel karakter te informeren en hoeft geen statusvermelding in het dossier plaats te vinden. Let op bijwerkingen en meld deze Echter: het advies luidt om de patiënt altijd uitleg te geven over het offlabel karakter als de indicatie niet in de bijsluitertekst staat. De huisarts is verplicht om extra alert te zijn op eventuele bijwerkingen bij offlabel gebruik. Daarbij is het van belang dat de huisarts of de patiënt vermoede bijwerkingen bij offlabel gebruik meldt bij het Bijwerkingencentrum Lareb. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Pfizer stopt met onderzoek Alzheimer en Parkinson
jan11

Pfizer stopt met onderzoek Alzheimer en Parkinson

Medicijnengigant Pfizer stopt met onderzoek naar nieuwe medicatie voor de ziekte van Alzheimer en Parkinson. De vrijgekomen financiën worden volgens het bedrijf verplaatst naar onderzoek naar andere aandoeningen. Door deze beslissing is een discussie op gang gekomen of onderzoek naar hersenaandoeningen wel zinvol is, als de resultaten zo slecht zijn. Het antwoord daarop is een volmondig “ja”. Er wordt al ruim 30 jaar wereldwijd uitvoerig onderzoek gedaan naar de hersenaandoeningen, maar er bestaat nog altijd geen effectief middel tegen parkinson en alzheimer. Grote doorbraken zijn nog steeds niet voorgekomen en veel onderzoek is noodgedwongen gestopt, waaronder met de pil intepirdine door Axovant. Andere farmaceuten, waaronder Roche en Eli Lilly investeren nog steeds in onderzoek naar deze ziekten. De belangen zijn ook groot. Medicijnonderzoek in Nederland Medicijnonderzoek in Nederland concentreert zich vooral in het Brain Research Centre. Directeur Niels Prins van dit Centre denkt dat onderzoekers steeds dichter bij een oplossing komen. Maar hij kijkt ook naar andere aspecten.”Behalve financiële overwegingen, zijn er ook maatschappelijke motivaties voor dit soort onderzoek. Steeds meer mensen lijden aan de ziektes en dat worden er de komende jaren alleen maar meer “, zegt Prins. Lange adem
 Alzheimer Nederland noemt het teleurstellend dat Pfizer stopt met het onderzoeksprogramma. Marco Blom, directeur Alzheimer Nederland, stelt dat onderzoek zeker zinvol is en al veel heeft opgeleverd. “Waar vroeger pas een diagnose kon worden gesteld na de dood, kan dat nu ‘bij leven’. Wereldwijde investeringen in onderzoek blijven nodig om oplossingen te bieden voor dementie. Maar hersenonderzoek is complex en heeft een lange adem nodig. Inmiddels weten we dat medicijnen vooral zullen werken in een vroeg stadium – mogelijk zelfs in een voorstadium – van de ziekte.” Hij verwacht dat er pas voor de volgende generatie een medicijn beschikbaar komt en dan waarschijnlijk maar voor één van de vormen van dementie. Puzzel
 Blom benadrukt dat het ook noodzakelijk is om onderzoek te doen naar betere zorg voor mensen met dementie. “Dankzij onderzoek daarnaar is de zorg de afgelopen jaren sterk verbeterd. We weten steeds beter welke hulp en zorg nodig en effectief is. Mensen met dementie kunnen langer en zelfstandiger meedoen in de maatschappij. Maar komen tot genezing van alzheimer is een puzzel en het is belangrijk dat we samen aan deze puzzel werken. Daarvoor is juist meer onderzoek nodig op verschillende gebieden.” Actief blijven
 Professor Marcel Olde Rikkert van het Radboud UMC erkent eveneens dat honderden studies tot nu toe geen werkzame medicijnen hebben opgeleverd. Wel zijn enkele risicofactoren inmiddels bekend. “Het is van belang dat mensen zo lang mogelijk actief blijven”, stelt hij. “Sociale isolatie verhoogt het risico op dementie. Een gezonde leefstijl en contact houden...

Lees Verder
Informatie over geneesmiddelen: huisartsen en apothekers gezocht
jan10

Informatie over geneesmiddelen: huisartsen en apothekers gezocht

Verschillende organisaties communiceren afzonderlijk met zorgverleners over ontwikkelingen rondom geneesmiddelen. Heel Nederlands dus, maar niet erg handig. Daarom is in een pilot gekeken of de informatie beter gezamenlijk kan worden aangeleverd. Voor het vervolg van deze pilot worden apothekers, huisartsen en medisch specialisten gevraagd die belangrijke actuele informatie over geneesmiddelen per e-mail willen ontvangen. Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG), de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en het Bijwerkingencentrum Lareb verzorgen nu ieder apart over geneesmiddelen. Ook vragen zij soms aan fabrikanten om zorgverleners per brief te informeren, bijvoorbeeld over een recall of belangrijke nieuwe risico-informatie. CBG, IGJ en Lareb willen deze informatie aan zorgverleners mogelijk op een andere manier gaan aanbieden. Daarvoor heeft het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM) in 2017 een pilot begeleid, die nu een vervolg krijgt. Huisartsen, apothekers en medisch specialisten die per e-mail informatie over geneesmiddelen willen ontvangen, kunnen zich aanmelden voor deze vervolgpilot. Deelnemers ontvangen van maart tot en met augustus 2018 alle belangrijke actuele geneesmiddeleninformatie van CBG, IGJ en Lareb via e-mail. Bij elke e-mail is het mogelijk om feedback te geven. Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden via aanmeldingpilot@medicijngebruik.nl, met vermelding van hun functie. Achtergrond pilot
 Deze pilot is een initiatief vanuit het samenwerkingsverband dat bestaat uit het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, het GeneesmiddelenBulletin, het Bijwerkingencentrum Lareb, het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik en Zorginstituut Nederland met als doel de communicatie over geneesmiddelen te optimaliseren. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd werkt mee aan deze pilot. Voldoende deelname is uiteraard noodzakelijk. Alle partijen nodigen huisartsen, apothekers en medisch specialisten van harte uit om mee te werken aan deze pilot! Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Tweede Kamer niet akkoord met vergoeding hiv-preventiepil
jan09

Tweede Kamer niet akkoord met vergoeding hiv-preventiepil

PrEP, de pil om hiv te voorkomen, wordt voorlopig niet in Nederland ingezet. GroenLinks en D66 hadden een voorstel ingediend om te komen tot een overbruggingsregeling, die PrEP bechikbaar stelt an mensen met een verhoogd risico op hiv. Aidsfonds-Soa Aids Nederland en COC hebben campagne gevoerd voor deze invoering. Echter: een meerderheid in de Tweede Kamer heeft niet ingestemd met het voorstel. De regering wacht op een advies van de Gezondheidsraad. Tijdens de behandeling in de Tweede Kamer van de begroting voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor 2018, kwamen Kamerleden Corinne Ellemeet van GroenLinks en Pia Dijkstra van D66 met een voorstel voor een tijdelijke financiering van PrEP.  In een groot aantal landen wordt PrEP al vergoed. De regering laat de inzet van PrEP nog onderzoeken en wacht op een advies van de Gezondheidsraad, voor ze een besluit neemt. Het advies zal pas in de loop van 2018 worden uitgebracht en dat betekent dat het tot 2019 kan duren voordat PrEP in Nederland wordt vergoed. Effectief middel Internationaal is aangetoond dat PrEP zeer effectief is om hiv te voorkomen. Daarom hebben GroenLinks en D66 het voorstel afgelopen december in stemming gebracht. VVD, PVV, CDA, ChristenUnie en SGP stemden tegen het voorstel. Reactie
 Directeur Aidsfonds-Soa Aids Nederland Louise van Deth reageert teleurgesteld. “Zo laten we een kans liggen om een einde te maken aan hiv in Nederland. Het is vooral een enorme tegenslag voor al die mensen die hoogst dringend zitten te wachten op PrEP, mensen die zich willen beschermen tegen een hiv-infectie. Het is bovenal onverantwoord. De pil voorkomt hiv-infecties, bespaart kosten van levenslange hiv-zorg en leidt bovendien tot een betere seksuele gezondheid. Uit onderzoek van GGD Amsterdam blijkt dat het gebruik van PrEP niet betekent dat het aantal soa’s toeneemt.  Er is dus geen enkele reden om deze preventiepil niet onmiddellijk beschikbaar te stellen voor mensen met een verhoogd risico op hiv”. Bron: Soa Aids Nederland Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder