IGJ start toetsingskader Medicatieveiligheid verpleegzorg
okt05

IGJ start toetsingskader Medicatieveiligheid verpleegzorg

Nog steeds is medicatieveiligheid in de verpleegzorg een aandachtspunt. Veel calamiteiten in de verpleegzorg worden namelijk veroorzaakt door onzorgvuldigheden rondom medicatieverstrekking. Daarom is de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd gestart met het nieuwe toetsingskader Medicatieveiligheid om veilig gebruik rondom medicatie in de verpleegzorg thematisch te onderzoeken. Zo ziet de inspectie of verbetermaatregelen na een calamiteit ook daadwerkelijk in de organisatie geborgd zijn. In de normen wordt gelet op de betrokkenheid van de cliënt; de deskundigheid van het personeel; en sturen op kwaliteit en veiligheid ten aanzien van medicatieverstrekking. Afgestemd met het veld Daarnaast is er aandacht voor het veilig voorschrijven, medicatiebeoordeling en medicatieoverdracht. Dit zijn namelijk de risico’s die in het inspectierapport ‘Veilig voorschrijven moet beter’ (januari 2017) aan de orde komen. De normen en toetsingscriteria zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en veldnormen die in de verpleegzorg zijn beschreven. De inspectie heeft het toetsingskader met de zorgaanbieders en brancheorganisaties afgestemd. In de praktijk getest De inspectie heeft dit nieuwe toetsingskader Medicatieveiligheid bij zes zorgaanbieders getest. Deze zorgaanbieders zijn positief over het nieuwe toetsingskader. Het instrument geeft hen een goed beeld hoe zij bezig zijn met het thema medicatieveiligheid. Door de invulling van de inspectiedag is het voor zorgverleners en de zorgaanbieders snel duidelijk waar de verbeterpunten zitten. Daarnaast resulteert het toetsingskader tot een rapport dat concrete handvatten biedt om de benodigde verbetermaatregelen in gang te zetten. Zie ook het artikel in FarmaMagazine: Veilig voorschrijven: gaat goed, kan beter. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Inzet van MammaPrint® : gevaarlijk of juist waardevol?
okt03

Inzet van MammaPrint® : gevaarlijk of juist waardevol?

Het Zorginstituut Nederland adviseert minister Bruins voor Medische Zorg en Sport om de genetische test MammaPrint® niet te vergoeden vanuit de basisverzekering. Deze test wordt gebruikt om bij vrouwen met een vroege fase van borstkanker het risico op uitzaaiingen na een operatie te beoordelen. Het weglaten van chemotherapie op basis van de MammaPrint® leidt mogelijk tot een toename in uitzaaiingen en daarmee sterfte, stelt het Zorginstituut. Wetenschappelijke verenigingen en patiëntenorganisaties daarentegen noemen de test een waardevol instrument. Zolang de aanvraag voor opname in de basisverzekering liep, werd deze test door zorgverzekeraars uit coulance vergoed. Daar komt na dit advies dus vermoedelijk een eind aan. Patiëntenorganisaties en wetenschappelijke verenigingen tonen zich zeer teleurgesteld over dit standpunt. Het Zorginstituut geeft als argumentatie: ‘Het toevoegen van de MammaPrint® aan de standaard risico-inschatting bij patiënten met vroeg-stadium borstkanker leidt niet aantoonbaar tot gezondheidswinst in vergelijking met de huidige manier waarop wordt bepaald of een patiënt chemotherapie nodig heeft. De uitkomsten van deze genetische test zijn te onzeker om vrouwen met borstkanker gefundeerd van chemotherapie te laten afzien.’ Gepubliceerde studie in NEJM Patiëntenorganisaties en wetenschappelijke verenigingen reageren verbolgen en teleurgesteld. ‘Patiënten met een vroeg stadium van hormoongevoelige borstkanker en hun artsen missen hierdoor een waardevol instrument om de noodzaak voor aanvullende chemotherapie na een operatie te bepalen.’ Zij wijzen op de in het New England Journal of Medicine (NEJM) gepubliceerde studie, waarin is aangetoond dat vrouwen die op basis van MammaPrint® geen chemotherapie krijgen na hun operatie, een uitstekende kans op genezing hebben. Bovendien blijft die vrouwen de negatieve bijverschijnselen van chemotherapie bespaard. Voorspellende genetische test Jaarlijks krijgen zo’n 2.000 vrouwen een MammaPrint-test. Deze test is 16 jaar geleden ontwikkeld door de Nederlandse moleculair bioloog Laura van ’t Veer. Het betreft een genetische test die kan voorspellen welke vrouwen met borstkanker wél en welke géén baat hebben bij een chemokuur. In de Volkskrant reageert Van ’t Veer, nu hoogleraar aan de Universiteit van Californië, op het advies van het Zorginstituut. “Het Zorginstituut vindt dat ons onderzoek opnieuw had moeten laten zien hoe goed chemotherapie werkt. Maar dat weten we allang uit eerdere studies onder vele honderdduizenden vrouwen.” Ze vermeldt dat het Zorginstituut haar mening baseert op een onderzoek dat minder patiënten omvat. “Onafhankelijke statistici hebben ons voorgerekend dat ze gewoon mochten meetellen voor het eindresultaat. Het Zorginstituut trekt nu toch conclusies op basis van de subgroep. Daarin zitten 1.400 patiënten minder en dat heeft iets grotere betrouwbaarheidsmarges tot gevolg.” Veiligheid voorop of juist niet? Zorginstituut Nederland zegt in haar berichtgeving de veiligheid van patiënten voorop te stellen. De Nederlandse Verenigingen voor Pathologie, Radiotherapie en Oncologie, Chirurgische Oncologie en Medische Oncologie, de Ned. Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties...

Lees Verder
Handvatten voor het afbouwen van antidepressiva
okt02

Handvatten voor het afbouwen van antidepressiva

Afbouwen van antidepressiva is bepaald geen sinecure. Hoe doe je dat op een goede manier? Door gebrek aan wetenschappelijke onderbouwing geven de bestaande richtlijnen daarover weinig houvast. Patiënten, artsen en apothekers hebben behoefte aan handvatten voor het afbouwen van antidepressiva. Het multidisciplinair document ‘Afbouwen SSRI’s & SNRI’s’ biedt deze. Het document benoemt risicofactoren en geeft voorbeelden van afbouwschema’s. Ook bevat het aanbevelingen voor een goede voorbereiding en begeleiding tijdens het afbouwen. Gespreksonderwerp In een behandeling met antidepressiva is het van belang dat het medicijngebruik een regelmatig terugkerend gespreksonderwerp is in het arts/patiënt-contact. Zijn de antidepressiva nog nodig of is het mogelijk om af te bouwen? Maatwerk Het voorschrijven en het weer afbouwen van antidepressiva is maatwerk. Niet iedere patiënt reageert hetzelfde. Wanneer een patiënt mindert of stopt, kunnen er onttrekkingsverschijnselen optreden. Een ander risico van afbouwen van antidepressiva is dat de oorspronkelijke (angst- of depressieve) klachten na verloop van tijd kunnen terugkeren. Bij de wens om antidepressiva af te bouwen, is het dus belangrijk dat arts en patiënt eerst de risico’s en de eventuele eerdere ervaringen met afbouwen of stoppen bespreken. Goede begeleiding Wordt het afbouwtraject gestart, dan spreken arts en patiënt samen het tempo en de doseringsstappen af. Meestal wordt uitgegaan van een afbouwschema van zo’n 8 weken. Uiteraard kunnen de arts en patiënt samen besluiten dit te verruimen of om extra tussenstappen qua dosering te maken. De kans van slagen van afbouwen wordt groter met een goede begeleiding van de arts. Belangrijk hierbij zijn voorlichting over onttrekkingsverschijnselen, afspraken over het afbouwtraject en de mogelijkheid voor regelmatig contact en tussentijds overleg met een arts. Rol apotheker Het aanbieden van de juiste doseereenheden bij het afbouwen is eveneens maatwerk. De apotheker is geneesmiddelexpert en deskundige op het gebied van het begeleiden van goed medicijngebruik, in het bijzonder in het afbouwen van medicatie. In het kader van het afbouwen van medicatie kan de apotheekbereiding een bijdrage leveren aan de zorg van het patiënt. TV-uitzending Nieuwsuur heeft op 26 september jl. een uitzending besteed aan de problematiek van het afbouwen van antidepressiva. Download document en toelichting Download het multidisciplinair document ‘Afbouwen SSRI’s & SNRI’s’, dat is opgesteld door beroepsverenigingen van huisartsen (NHG), apothekers (KNMP) en psychiaters (NVvP) met de patiëntenkoepel MIND Landelijk Platform Psychische Gezondheid. Zie ook de praktische toelichting op het document. Bron: KPMG Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Rookverbod op straat: Groningen heeft de primeur
okt01

Rookverbod op straat: Groningen heeft de primeur

De stad Groningen heeft met haar anti-rookbeleid een landelijke primeur. Sinds 26 september jl. mag er niet meer overal op straat worden gerookt. Openbare ruimten bij publieke gebouwen, zoals theaters, ziekenhuizen en kinderopvang, hebben rookvrije zones. Overigens geldt dat niet alleen voor sigarettenrook: ook andere schadelijke rookgassen, zoals uitlaatgassen van brommers en auto’s of rook van barbecues zijn in deze rookvrije zones niet meer toegestaan. Een grote meerderheid van de gemeenteraad heeft ingestemd met het voorstel van rookvrije zones. Alleen de VVD en de SP stemden tegen deze maatregel. Wie een sigaret opsteekt in zo’n rookvrije zone, begaat een overtreding. Daarop zal weliswaar niet direct een boete volgen, want…. , zo wordt vermeld, er zijn onvoldoende handhavers…. Ach ja. Het is echter wel de bedoeling dat mensen elkaar aanspreken op dat foute gedrag. Veel interesse voor rookvrije zones Instellingen en organisaties in de stad Groningen kunnen voortaan een aanvraag doen voor een rookverbod in en rond hun pand, waarna de gemeente de aanvraag moet goed- (of af)keuren. Zo’n dertig organisaties hebben zich reeds aangemeld om bij de openbare ruimte van hun gebouw een rookvrije zone aan te vragen. (Bijna) landelijk primeur Groningen stelt een landelijke primeur te hebben met een rookverbod op straat. Nu is dat niet helemaal waar. De allereerste rookvrije straat bevindt zich in Amsterdam Noord. Huisarts David Koetsier heeft deze ingesteld in Beverwijkstraat. Daar staat het gezondheidscentrum waar hij werkzaam is. Echter: daar betreft het geen gemeentelijk verbod, maar het gaat om een vriendelijk verzoek, ondersteund met een blauw bord, waarop staat ‘Deze straat is rookvrij. Op weg naar een rookvrije generatie.’ Het verbod is niet opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Wel spreken mensen een roker in die straat erop aan, zo is de ervaring. Al of niet in APV In Groningen betreft het dus wel een officieel verbod, zij het alleen rondom publieke gebouwen. Het wachten is op het eerste proefproces of zo’n verbod rechtsgeldig is. Advocatenkantoor Van Benthem & Keulen uit Utrecht zocht eind vorig jaar de juridische mogelijkheden uit om de roker van straat te verjagen. Via de APV is inderdaad een en ander mogelijk, maar daar zitten grenzen aan. Amsterdam kreeg in 2011 zelfs een plaatselijk blowverbod niet voor elkaar omdat blowen op straat al was geregeld in de Opiumwet. En voor het ‘gewone roken’ kent Nederland sinds 1990 de Tabakswet. Omdat de Tabakswet niets zegt over roken in de buitenlucht, biedt dat wél de mogelijkheid om een en ander in de APV op te nemen. Zeker waar roken tot overlast leidt. Eerste rookvrije dorp Als het juridisch is uitgezocht en het verbieden van roken op straat rechtsgeldig blijkt, zullen andere...

Lees Verder
Komst EMA biedt veel kansen
sep30

Komst EMA biedt veel kansen

De komst van de EMA naar Amsterdam biedt kansen om internationale farmaceutische bedrijven en ondernemingen rondom regelgeving en consultancy van de geneesmiddelontwikkeling naar Nederland te halen. De Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) heeft een aantal Amerikaanse journalisten uitgenodigd voor een bezoek aan Nederlandse innovatieve bedrijven, instituten en science parken. Nederland profileert zich met een hoge concentratie van 420 bedrijven op een klein oppervlak. Naast grote internationale spelers die hier hun Research & Development (R&D) of logistiek hebben, is Nederland een kweekvijver voor interessante jonge, R&D-bedrijven. Ons land onderscheidt zich door het kennisniveau van de universiteiten, het hoogopgeleide personeel, een zeer goed gezondheidszorgsysteem en een overheid die innovatie stimuleert. Succesvolle innovaties In een artikel van journalist Alex Keown in Biospace, dat in de aanloop naar het bezoek verscheen, noemt hij Galapagos en uniQure als voorbeelden van succesvolle innovatieve bedrijven in Nederland. Het Utrechtse Hubrecht Instituut wordt geroemd vanwege onderzoek naar de organoids, miniorganen voor het testen van geneesmiddelen buiten het lichaam. Interessante markt Rob Wright publiceerde onlangs in Life Science Leader een artikel over de Nederlands markt. Europa is na de VS en China de derde biofarmaceutische markt. Nederland valt binnen Europa op door de goede bereikbaarheid, het gunstige zakelijke klimaat en de geneesmiddelensector. Zo loopt ons land internationaal voorop in de ontwikkeling van nieuwe kankertherapieën en immunotherapieën. De science parken met incubators en toonaangevende faciliteiten zoals het Screening Centre in het Pivot Park vormen kweekvijvers voor innovatie. Bovendien profileert Nederland zich als het geneesmiddelendistributiecentrum van de wereld met belangrijke spelers in de logistiek van medicijnen. NFIA praat momenteel met ruim tweehonderd bedrijven uit de levenswetenschappen die geïnteresseerd zijn in Nederland. Bidbook  NFIA, Health~Holland en de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen hebben met meerdere partners in de sector en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat een bidbook ontwikkeld. Daarmee positioneren de partijen Nederland als aantrekkelijk investeringsland voor internationale bedrijven en instellingen in de geneesmiddelenontwikkeling. Bron: Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Kwart van de collectieve uitgaven gaat naar de zorg
sep24

Kwart van de collectieve uitgaven gaat naar de zorg

Het kabinet investeert sterk in de zorg. Komend jaar is daarvoor 71 miljard beschikbaar, 5 miljard meer dan dit jaar. Van iedere euro in de collectieve uitgaven gaat een kwartje naar de zorg. Het kabinet ontziet komend jaar vooral chronisch zieken en mensen met een beperking. Mensen met een modaal inkomen, die voor zorg afhankelijk zijn van hun gemeente, gaan er volgend jaar zelfs behoorlijk op vooruit. Het basispakket wordt ook in 2019 uitgebreid. Er komt 105 miljoen beschikbaar voor veelbelovende behandelingen, medische technologie en geneesmiddelen sneller beschikbaar te krijgen voor de patiënt. Ook komt komend jaar 1 miljard meer voor de ouderenzorg dan in 2018 en dit loopt op tot 3 miljard per jaar vanaf 2021. En er komt 350 miljoen beschikbaar voor het werven van personeel en maatregelen als scholing, loopbaanbegeleiding en loopbaanoriëntatie. Maximum tarief voor Wmo Voor de Wmo gaat per 2019 een maximumtarief gaat gelden van 17,50 euro per vier weken. Vooral mensen met een beperking met een middeninkomen profiteren hiervan. Zij gaan er zo’n 1.000 tot 1.500 euro op vooruit. Dat komt omdat juist de middeninkomens getroffen waren door de stapeling van kosten. Daar komt nu verandering in. Ook wordt de vermogensinkomensbijtelling voor de Wet langdurige zorg (Wlz) gehalveerd. Alle huishoudens met hoge zorguitgaven gaan erop vooruit Een punt van zorg zijn de stijgende premies voor de ziektekostenverzekering, hoewel het nog niet duidelijk is om welk bedrag dit gaat. Daarnaast is er de verhoging van de BTW voor medicijnen en voeding van 6% naar 9%. Echter: uit de koopkrachtberekeningen van het Nibud blijkt dat alle huishoudens erop vooruitgaan, ook huishoudens met hoge zorguitgaven. Het Nibud heeft daarbij rekening gehouden met een stijging van een zorgpremie van 10 euro per maand. Ook de verhoging van het lage BTW-tarief van 6% naar 9% is daarin meegenomen. Bronnen: Nibud, Rijksoverheid en Ieder(in) Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Cybercriminelen actief op zorgverzekeringsmarkt
sep19

Cybercriminelen actief op zorgverzekeringsmarkt

De R is weer in de maand. Dat betekent dat zorgverzekeraars druk bezig zijn met het opstellen van de nieuwe tarieven en voorwaarden en deze binnenkort bekend maken. Vervolgens gaan veel consumenten online zorgverzekeringen vergelijken. Hét moment voor cybercriminelen om toe te slaan. Dat gebeurt massaal. Er zijn een paar honderd phisingsites die misbruik maken van de naam van een zorgverzekeraar. Zorggegevens zijn erg populair. Via domeinnamen die heel erg lijken op de namen van zorgverzekeraars hopen cybercriminelen persoonlijke gegevens te achterhalen, zoals DigiD, polisnummer, geboortedatum, rekeningnummer enz. Onderzoek SIDN Stichting Internet Domeinregistratie Nederland (SIDN) heeft onderzoek gedaan naar de merknamen van de Nederlandse zorgverzekeraars. Er bleven uiteindelijk maar liefst ruim 450 domeinnamen over waarvan er zeer sterke vermoedens zijn dat het om een phishingsite gaat, bijvoorbeeld: univezorgzaam.nl, fbtomail.nl. Een bekende truc is het vervangen van de letter O door het cijfer 0. Bijna niet te zien, dus. Als voorbeeld de sitenaam 0Hhra.nl (deze domeinnaam is overigens inmiddels al offline). Niet alleen de namen, ook de websites zien er vaak bedrieglijk echt en zeer professioneel uit en zijn soms bijna niet van echt te onderscheiden. Reactie Zorgverzekeraars Nederland Zorgverzekeraars Nederland meldt dat naar aanleiding van het SIDN-onderzoek maatregelen zijn genomen. Ze adviseert consumenten om extra alert te zijn en bij twijfel of onduidelijkheid contact op te nemen met de zorgverzekeraar. Vermoedens van fraude raden ze aan te melden bij de fraudehelpdesk. Dat geldt ook als voor degenen die echt slachtoffer zijn geworden van vervalsing. Doe in dat geval ook aangifte bij de politie en stel de (echte!) zorgverzekeraar op de hoogte. Zie de uitzending van Radar over dit onderwerp. Bron: Avrotros Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
VPRO-uitzending over hoge prijzen geneesmiddelen
sep17

VPRO-uitzending over hoge prijzen geneesmiddelen

Op 7 oktober a.s. om 21.05 is er op NPO 2 een uitzending van VPRO Tegenlicht over de prijzen van geneesmiddelen. Het programma volgt vijf professionals die de ondoorzichtige prijsbepaling van medicijnen niet meer accepteren. Zij komen vanuit hun persoonlijke betrokkenheid in actie en experimenteren met nieuwe modellen. Deze gedreven pioniers willen medicijnen voor iedereen beschikbaar en betaalbaar maken en laten zien dat dit kan. De prijsbepaling van nieuwe geneesmiddelen doet menig wenkbrauw fronsen. De productiekosten zijn geheim en alle pogingen van academische ziekenhuizen en apothekers om medicijnen goedkoper te maken, worden tegengehouden door de industrie. Patentrecht botst met recht op gezondheid Medicijnen worden steeds duurder. Met als gevolg dat ook in rijke landen de medische zorg onbetaalbaar dreigt te worden. De farmaceutische industrie bepaalt nu eenzijdig de prijs van nieuwe medicijnen waarvoor patent is verleend. De productiekosten van nieuwe medicijnen zijn geheim, maar de winstmarges zijn wel openbaar en breken keer op keer nieuwe records. De industrie verzet zich tot nu toe met succes tegen alle pogingen om medicijnen goedkoper te maken. Hierdoor lijkt het patentrecht steeds vaker te botsen met het recht op gezondheid, aldus het persbericht van de VPRO. Van kleine start-up naar big farma Voor het bereiden en beschikbaar maken van kwalitatief goede medicijnen is de industrie niet altijd nodig. De meeste medicijnen worden ontwikkeld aan universiteiten of in laboratoria van kleine start-ups. De patenten van succesvolle uitvindingen worden nu door de industrie gekocht en doorontwikkeld. Vervolgens explodeert de prijs. Dat kan ook anders. Een kleine groep professionals neemt vanuit hun persoonlijke betrokkenheid het heft in eigen hand en laat zien hoe het anders kan. Zij ontwikkelen nieuwe visies op het patentrecht en praktische oplossingen om medicijnen ook in de toekomst voor iedereen beschikbaar en betaalbaar te houden. Kijk ook Zijn hun ideeën reëel en kunnen zij de impasse daarmee doorbreken? Oordeel zelf. Kijk 7 oktober a.s. om 21.05 naar deze uitzending van VPRO Tegenlicht die tot stand is gekomen onder regie van Bregtje van der Haak. Bron: VPRO Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Column: Back to school
sep15

Column: Back to school

De voorbije zomer was uitzonderlijk; aanhoudende tropische temperaturen onder een zon die onbarmhartig het groen verdorde en de grond uitdroogde. Heel anders dan die Hollandse zomers die begeleidt met druilerige regens en schrale temperaturen onopgemerkt in de herfst overgaan. Ondanks deze extreme verschillen in zomers is er één verschijnsel dat in de laatste dagen van de zomer, jaar in jaar uit, weer terugkeert: het spandoek: ‘De scholen zijn weer begonnen’. Waar je ook kijkt of gaat en of je nu kinderen hebt of niet, alles en iedereen is in de ban van de start van het nieuwe schooljaar. Flyers, posters, tv en radio reclames stampen het erin en automobilisten worden gewaarschuwd: ‘er zijn weer overstekende scholieren!’. Vrachtwagens krijgen een route advies om scholen te mijden. De jeugd gaat nieuwe kennis opdoen, zich voorbereiden op eindexamens, starten met nieuws studies… maar waarvoor? De jeugd wordt klaargestoomd voor banen die nog niet bestaan. Robotisering en automatisering veranderen ons werk en leven zo razendsnel dat het bijna onmogelijk is om te voorspellen hoe de arbeidsmarkt en de vraag naar kennis er over 5, 10 jaar uitziet. Dit is de uitdaging en vraag voor het onderwijs,: als je niet weet waarvoor wordt opgeleid, welke kennis en vaardigheden geef je dan mee? Met welke verwachting begint een student aan zijn of haar opleiding medicijnen of farmacie? Garandeert het behaalde diploma slechts kennis tot aan de voordeur van de universiteit? Het voordeel van de beginnend student is dat hij of zij nog een aantal jaren heeft om te leren mee te bewegen met de veranderende wereld, voordat er als apotheker of arts zelfstandig geanticipeerd moet worden op de razendsnelle nieuwe ontwikkelingen. Niet weten hoe je vak er over 10 jaar uitziet impliceert echter ook dat ons beroep gedurende de komende jaren continue verandert, evolueert naar iets nieuws en anders. Dat betekent ook dat de nu in het veld actieve generatie in een continu proces zit dat aan het ‘begin van het jaar’ significant anders was dan het aan het ‘einde van het jaar’ zal zijn. Aanpassingsvermogen en flexibiliteit zullen nodig zijn om, als onderdeel van de keten van veranderingen, professioneel te kunnen blijven handelen. Dit vraagt om aanpassingsvermogen en een continue leerproces van iedereen die onderdeel is van dit proces. Flexibiliteit in handelen en nieuwe ontwikkelingen razendsnel inpassen in ons gestructureerde professioneel handelen, zijn uitdagingen waarmee we steeds meer geconfronteerd zullen worden. De ‘back to school’ opdracht voor de huidige zorgprofessional is volgens mij dan ook bij te dragen aan een dusdanige ontwikkeling van het vak zodat een nieuwe generatie artsen en apothekers toekomstig patiënten op een innovatieve manier kunnen blijven helpen. Hebt u uw schoolagenda...

Lees Verder
Van  ‘goedkoop waar het kan’ naar ‘succes met deze rommel!’
sep14

Van ‘goedkoop waar het kan’ naar ‘succes met deze rommel!’

Het roer van het preferentiebeleid moet om. Huisarts Bart Timmers ondervindt de gevolgen van het wisselen van medicatie en de oplopende tekorten dagelijks in zijn praktijk. “Binnen een half jaar moet het probleem opgelost zijn, want zo kan het niet langer. Zorgverzekeraars en VWS: neem je verantwoordelijkheid, verander dat preferentiebeleid, stop de afbraak.” Huisarts Bart Timmers is boos. En gefrustreerd. “En dat is tegen mijn principes, want ik ga altijd constructief om met problemen die anderen veroorzaken, maar nu is het genoeg.” Bart Timmers is meer dan een kwart eeuw huisarts in het Gelderse ’s-Heerenberg, pal tegen de Duitse grens gelegen. Samen met twee maten is hij mede-eigenaar van Groepspraktijk Huisartsen Bergh en huisarts-opleider. Timmers is een actieve huisarts. Zo is hij voorloper in e-health, geeft lezingen over de invloed van nieuwe technologie op de zorg en is regelmatig op televisie te zien in het programma Dokters versus Internet. Maar bovenal is hij huisarts van zijn patiënten. “Aansluiten bij de nood van mensen, de meerwaarde die ik als persoonlijke dokter heb bij terminale patiënten zorgt ervoor dat mijn motortje als huisarts blijft draaien. Ook na 26 jaar.” Timmers is de redelijkheid zelve. Maar nu voelt hij zich “ontzettend genaaid, genomen, gepiepeld, voor schut gezet, in de steek gelaten, voor jan-met-de-korte-achternaam gehouden, als gekke gerritje beschouwd en gesaboteerd. Door zorgverzekeraars en VWS.” Oorzaak van zijn woedde zijn de gevolgen van het preferentiebeleid en het oplopend tekort aan geneesmiddelen. Timmers uitte zijn ongenoegen in zijn column in Medisch Contact: “Het inmiddels volledig verziekte medicijnbeleid in Nederland. De bananenrepubliek die we zijn geworden waar het medicijnen betreft. De uitgeknepen citroen die is overgebleven nadat medicijnen goedkoper moesten worden dan het zoetje in uw koffie. Als ik na vele telefoontjes de verantwoordelijke apotheker bij een zorgverzekeraar hierover spreek, zegt die doodleuk: ‘Ach, we horen er weinig klachten over.’” U bent echt boos. “Zorgverlenen is topsport. Zorgverleners zijn altijd bereid om een extra tandje bij te schakelen want ons werk gaat over kwetsbare mensen. De zorg die we leveren moet dan 100 procent in orde is. Wij, huisartsen en apothekers, gaan iedere dag tot het gaatje, werken meer dan 10 uur per dag. En dan steken VWS en zorgverzekeraars weer een spaak in mijn wiel. Ik word continu gedwarsboomd in mijn werk zo voelt dat. Enkele malen per dag een telefoontje van mijn apotheker die meldt dat dit medicijn voorlopig niet leverbaar is. Hoe bestaat het. Dat zou hetzelfde zijn als ik in de avonduren de HAP sluit: sorry, de dokter is er even niet, zoek het maar uit. Dat zal echter niemand accepteren, maar dat medicijnen niet leverbaar zijn, mijn patiënten telkens van...

Lees Verder