Ton de Boer (CBG): “Tekorten verdwijnen nooit  helemaal”
jan21

Ton de Boer (CBG): “Tekorten verdwijnen nooit helemaal”

De bijsluiter verbeteren, en gunstige effecten met alleen de relevante bijwerkingen van geneesmiddelen op één toegankelijke A4. Ton de Boer, voorzitter van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG), over het winnen van het vertrouwen van de patiënt en over de tekorten aan geneesmiddelen. “Ik ben bang dat de tekorten nooit helemaal zullen verdwijnen.” Hij voelt zich na een jaar helemaal thuis als voorzitter van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen. “Het was de juiste stap om de universiteit te verruilen voor het CBG. En het is veel spannender dan ik had gedacht! Hier heerst een andere dynamiek dan op de universiteit: zeer afwisselend werk en altijd spannend want iedere dag kan er iets gebeuren. Als arts én onderzoeker kom ik hier goed tot mijn recht. Ik lees stukken, overleg met tal van mensen over heel verschillende onderwerpen en doe uitspraken. En ik word er nog voor betaald ook”, vertelt de Boer met een lichte glimlach. “Dit is mijn eerste termijn, maar ik blijf graag nog wat langer.” Ton de Boer zet het beleid van zijn voorganger Bert Leufkens voort en zet de luiken van het CBG verder open. Want als het aan De Boer ligt moet zijn organisatie de patiënt meer betrekken bij de regulatoire processen. “Vorig jaar is het CBG gestart met het programma Goed Gebruik om goed medicijngebruik te stimuleren. Zo heeft het CBG samen met andere partijen het startschot gegeven om te komen tot online betrouwbare informatie over geneesmiddelen. Maar we gaan verder: het CBG gaat de informatie aan de patiënt verbeteren. De bijsluiter moet in begrijpelijke taal zijn geschreven. Daarnaast komt er beknopte informatie op één A4 met gunstige effecten van het geneesmiddel: ‘Dit geneesmiddel verlengt uw levensduur’ in plaats van ‘verlaagt uw bloeddruk’. De bijwerkingen willen we beperken tot de meest relevante. Nu bevat de bijsluiter van bijvoorbeeld statines zo’n 50 bijwerkingen, terwijl vooral spierklachten en verhoogde leverenzymen voorkomen. Het format voor de beknopte, nieuwe bijsluiter bestaat uit een enkele A4, op een visueel aantrekkelijke manier gepresenteerd met betrouwbare informatie die eenvoudig te begrijpen is. Het CBG test de beknopte bijsluiter bij groepen patiënten en gaat in gesprek met de industrie om de bijsluiters volgens dit nieuwe format te maken.” Ondertussen neemt het vertrouwen van de patiënt in geneesmiddelen, industrie en overheid verder af. “Vertrouwen in alle medicijnen zit in de missie van het CBG! Onze uitdaging is om nog beter te communiceren over waarom er tekorten zijn, of waarom generieke medicijnen ook goed zijn. Het CBG wil meer zichtbaar zijn, is aanwezig op Twitter en wellicht binnenkort ook op Facebook. Verschijnen er onwaarheden in de pers dan zullen we dat rechtzetten.” Huisarts...

Lees Verder
CGRP-remmers: Nieuwe middelen voor de behandeling van migraine
jan18

CGRP-remmers: Nieuwe middelen voor de behandeling van migraine

Migraine is een aandoening die veel voorkomt en veel belemmering van de dagelijkse bezigheden en arbeidsverzuim veroorzaakt. Het kan al beginnen op kinderleeftijd maar de prevalentie neemt toe in de leeftijd van 10 tot 14 jaar en blijft toenemen tot de leeftijd van 35 tot 39 jaar waarna de prevalentie geleidelijk afneemt, vooral bij vrouwen na de menopauze. Migraine komt bij vrouwen tweemaal zo vaak voor als bij mannen en de peilprevalentie bij vrouwen is hoger dan 25%.  Zowel de frequentie als de ernst van aanvallen van migraine lopen heel sterk uiteen. Voor de een is het een aandoening die zich af en toe voordoet en goed kan worden behandeld, voor de ander is het een aandoening die soms op meer dan de helft van de dagen aanwezig is, veel narigheid veroorzaakt en niet voldoende verbetering toont met gebruik van de thans beschikbare middelen. Etiologie Wat is migraine en wat weten we over de etiologie ervan? De NHG-Standaard Hoofdpijn zegt er het volgende over. Migraine is een neurovasculaire aandoening met heftige aanvalsgewijze hoofdpijn. Migraineaanvallen kunnen wisselen in ernst en duur. Bij ongeveer 60% van de vrouwen met migraine houdt het optreden van de aanvallen verband met de menstruele cyclus. Meestal treden deze op voor of tijdens de menstruatie. Onderzoeken wijzen in de richting van oestrogeenonttrekking als uitlokkende factor. Eerstegraadsfamilieleden van een patiënt die migraine met aura heeft, hebben een bijna viermaal verhoogd risico op het krijgen van migraine met aura. Migraine met aura geeft, waarschijnlijk alleen bij vrouwen, een tweemaal verhoogd risico op een ischemische beroerte. Bij migraine zonder aura is dit niet het geval. Recent zijn echter gegevens gepubliceerd (Adelborg et al., 2018) die wijzen op een verhoogd risico op cardiovasculaire aandoeningen bij alle patiënten met migraine. Bij 15 tot 25% van de mensen met migraine wordt een aanval voorafgegaan door een aura. Dit is een focaal neurologisch symptoom dat zich kan uiten in één of meer reversibele symptomen zoals visusstoornissen (bijvoorbeeld flikkerscotomen), tintelingen of doof gevoel in lippen, gelaat of hand (eenzijdig). Van deze symptomen ontstaat ten minste één symptoom geleidelijk in ten minste 5 minuten. Een aura duurt meestal ten hoogste 60 minuten, maar indien meer dan één aurasymptoom optreedt kunnen deze langer duren. Binnen een uur na het ontstaan van de aurasymptomen volgt de hoofdpijnfase. Een aura is niet hetzelfde als prodromale verschijnselen. Deze laatste ontstaan enige uren tot een dag voorafgaand aan de migraineaanval en kunnen bestaan uit hyper- of hypoactiviteit, depressieve gevoelens of hypomane stemming, trek in bepaalde voedingsmiddelen of geeuwen. Vormen van hoofdpijn Migraine moet worden onderscheiden van spanningshoofdpijn, medicatieovergebruikshoofdpijn en clusterhoofdpijn. Voor de beschrijving van deze vormen van hoofdpijn wordt verwezen...

Lees Verder
Voorstel Minister Bruins: medicijnvoorraad van vier maanden
jan16

Voorstel Minister Bruins: medicijnvoorraad van vier maanden

Minister Bruins wil dat groothandelaren en apothekers een medicijnenvoorraad van vier maanden gaan aanleggen. Hij wil daarover in overleg met de groothandels en apotheken. Als partijen er samen niet uitkomen, overweegt hij om over te gaan tot een wettelijke verplichting. Medicijntekort wordt een nijpend probleem. De minister wil met de betrokken partijen het tij keren. Uit cijfers van de apothekersorganisatie KNMP bleek dat het medicijnentekort in 2018 opnieuw is toegenomen. Het aantal keren dat een medicijn tijdelijk – en soms langdurig – niet leverbaar was, is gestegen. Ook zijn er meer medicijnen definitief uit de handel genomen. Gesprek over oorzaak en aanpak Groothandelaren en apothekers zijn weliswaar op dit moment ook verplicht een voorraad aan te leggen, maar in de wet staat niet hoe groot die moet zijn. Volgens minister Bruins kan een voorraad van drie tot vier maanden meer dan de helft van de tekorten oplossen. “De meeste tekorten duren enkele weken”, aldus Bruins. “Het moet worden aangepakt en opgelost.” Hij heeft de betreffende partijen uitgenodigd op het ministerie voor een overleg over de oorzaak en de aanpak van het medicijnentekort. Volgens hem leidt een grotere voorraad niet tot een prijsverhoging. Uiteraard met uitzondering van bederfelijke medicijnen. Politieke druk Vanuit de Tweede Kamer wordt druk uitgeoefend op een strenge aanpak. Dat gebeurt met ferme bewoordingen. GroenLinks-Kamerlid Ellemeet vindt dat fabrikanten voldoende voorraad moeten hebben, “ook als dit extra geld kost”. De vraag is of het prijsbeleid niet is doorgeschoten, zegt Ellemeet. “Sommige geneesmiddelen zijn zo goedkoop geworden dat wij qua inkoop achteraan in de rij aansluiten als er een tekort is.” De inspectie moet strenger zijn, stelt CDA-Kamerlid Van den Berg. “Forse boetes voor fabrikanten en groothandels als zij niet leveren en maak voorraden transparant”, stelt ze voor. VVD-Kamerlid Rutte pleit ook voor grotere voorraden. Hij noemt het medicijnentekort een hardnekkig probleem. “Maar het is ook een internationaal probleem. Je moet ook kijken hoe je dit internationaal kan aanpakken.” Bron: NOS Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Het medicijnjournaal, december 2018
jan15
Lees Verder
Bericht voor huisartsen over valproïnezuur
jan11

Bericht voor huisartsen over valproïnezuur

Huisartsen mogen geen valproïnezuur meer voorschrijven aan vrouwen in de vruchtbare leeftijd, dus meisjes en vrouwen tussen de 12 en de 55 jaar. Het advies is om geen herhaalrecepten meer uit te schrijven. Dit komt voort uit het zwangerschapspreventieprogramma voor valproïnezuur. De reden voor dit besluit is vat valproïnezuur tijdens de zwangerschap meer kans geeft op een kind met lichamelijke afwijkingen of ontwikkelingsstoornissen. Andere namen zijn: natriumvalproaat en Depakine. Dit besluit heeft uiteraard consequenties voor het handelen van de huisarts. Daarom is voor de huisarts een lijst opgesteld met adviezen hoe te handelen. Deze luiden als volgt: • Verwijs meisjes en vrouwen in de vruchtbare leeftijd (12-55 jaar) die valproïnezuur gebruiken  afhankelijk van de indicatie naar de neuroloog of psychiater. De specialist zal de indicatie van valproïnezuur (her)beoordelen, eventueel een zwangerschapstest uitvoeren en de patiënt middels een checklist voorlichten. • Maak afspraken met de assistente om deze patiënten actief op te roepen of om bij het aanvragen van een herhaalrecept de patiënt te informeren over doorverwijzing naar een specialist. Voor degene die actief wil oproepen is de ATC-code van valproïnezuur N03AG01. • Schrijf geen (herhaal)recepten voor valproïnezuur voor aan meisjes en vrouwen in de vruchtbare leeftijd. Recepten voor mannen en vrouwen buiten de vruchtbare leeftijd kunnen wel door de huisarts voorgeschreven worden. Ook kan er eenmalig een uitzondering gemaakt worden voor vrouwen in de vruchtbare leeftijd bij een lange wachtlijst bij de specialist en een tekort aan valproïnezuurtabletten. • Leg aan de patiënt de reden voor het doorverwijzen uit. Zie hiervoor het nieuwsbericht op Thuisarts.nl. • De specialist is verantwoordelijk voor adequate anticonceptie. De huisarts mag de anticonceptie ook voorschrijven (ten minste één effectieve anticonceptiemethode, bij voorkeur intra-uteriene methode (IUD) of implantaat, of twee aanvullende vormen van anticonceptie, waaronder een barrièremethode, bijvoorbeeld pil en condoom). Anticonceptie is nodig vanaf minimaal een maand voor tot minimaal een maand na de behandeling. • Wees alert bij contact met de patiënt over het vergeten van een pil of onveilige seks. Handel conform de NHG-Standaard Anticonceptie kader Noodanticonceptie en adviseer de patiënt (de eerstvolgende werkdag) contact op te nemen met de behandelend specialist. Bron: NHG Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Minister Bruins over geneesmiddelenbeleid
jan09

Minister Bruins over geneesmiddelenbeleid

Het beleid van minister Bruno Bruins is gericht op betaalbare en toegankelijke medicijnen. Hij wil dat patiënten optimaal toegang hebben tot veilige, effectieve en betaalbare geneesmiddelen. In sommige segmenten zijn de prijzen laag. Daar is beschikbaarheid een aandachtspunt. In andere segmenten zijn juist maatregelen nodig om de prijzen te drukken. In wéér andere segmenten is onderzoek, innovatie, en snelle toelating van geneesmiddelen tot de markt van belang. Dat schrijft minister Bruins in zijn ‘Voortgangsbrief geneesmiddelenbeleid’. Dit brede scala aan uitdagingen vraagt om heel verschillende interventies. In zijn brief gaat hij in op de belangrijkste interventies en ontwikkelingen met betrekking tot mijn geneesmiddelenbeleid. Dat doet hij aan de hand van vijf thema’s: Prijsvorming en toelating tot het verzekerde pakket Inkoopkracht en gepast gebruik Farmaceutische zorg Regelgeving rondom markttoelating Ontwikkeling en innovatie Modernisering GVS Een uitgebreide brief dus, van 27 pagina’s, met een keur aan onderwerpen. Daarin gaat Bruins onder andere in op de modernisering van het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS), dat hij deze kabinetsperiode tot stand wil brengen. Dit vereist een grondige analyse en zorgvuldige afweging omdat de gevolgen van wijzigingen niet altijd goed voorspelbaar zijn, maar wel grote impact kunnen hebben op patiënten en verzekerden. In het vierde kwartaal van 2019 informeert hij de Kamer over de keuzes voor de modernisering van het GVS. Van openbare apotheek naar ziekenhuis In ieder geval gaat de overheveling door van groepen specialistische geneesmiddelen van de openbare apotheek naar het ziekenhuis, waaronder per 2021 de groep immunoglobulinen. Met de veldpartijen wordt momenteel onderzocht welke andere groepen in aanmerking komen. Laag, maar niet te laag prijsniveau De wijzigingen van de Wet Geneesmiddelenprijzen (WGP) treden naar verwachting per 1 januari 2020 in werking. Duitsland als referentieland wordt vervangen door Noorwegen dat een lager gemiddeld prijsniveau heeft. Hierdoor zullen de maximumprijzen van de geneesmiddelen dalen, waarbij tegelijk moet worden voorkomen dat het prijsniveau zo laag wordt, dat nieuwe geneesmiddelen later (of niet) in Nederland op de markt worden gebracht en/of geneesmiddelen in ons land van de markt worden gehaald. De sluis en voorwaardelijke toelating De sluiscriteria zijn medio 2018 aangescherpt. Daardoor komen er meer geneesmiddelen met een groot financieel risico, een hoog kostenbeslag of een ongunstige kosteneffectiviteit in aanmerking voor plaatsing in de sluis. Dat biedt de minister de mogelijkheid om met de fabrikanten te onderhandelen over de prijs. Bruins werkt aan een nieuwe regeling voor voorwaardelijke toelating tot het verzekerde pakket van weesgeneesmiddelen en ‘conditionals’. Hij wil het mogelijk maken dat veelbelovende geneesmiddelen sneller bij de patiënt komen, waarbij gelijktijdig wordt gewerkt aan het verzamelen van de vereiste gegevens. Ook komt er meer verduidelijking over de regelgeving rondom magistrale bereidingen. Gepast gebruik geneesmiddelen Minister Bruins vermeldt veel...

Lees Verder
Farmaceutisch zorgsysteem Apro:  een ‘pro’ voor het werk in de apotheek
jan08

Farmaceutisch zorgsysteem Apro: een ‘pro’ voor het werk in de apotheek

Anderhalf jaar geleden is Apotheek Ter Borch gestart, een nieuwe vestiging die samen met Apotheek Eelde-Paterswolde en Apotheek Medisch Centrum Peize onder één organisatie valt. Een nieuwe apotheek biedt nieuwe kansen, waaronder een ander apotheekinformatiesysteem. De keuze viel op Apro, omdat dit AIS daadwerkelijk compleet digitaal is. “Hierdoor kan werk ook vanaf een andere locatie worden gedaan, nergens slingeren meer losse papieren en je hoeft nooit meer te zoeken naar een recept of medicatie.” Beherend apotheker Imma Boiten is blij met de keuze voor Apro. “We waren niet tevreden over de bestaande AIS’en. In de zoektocht kwamen we al snel uit bij Apro, omdat dat echt een papierloos web-based systeem is. Veel werk kan ook vanuit een van de andere vestigingen worden gedaan, wat je flexibiliteit biedt.” Alles verloopt digitaal “Bij traditionele AIS’en komt het recept digitaal binnen, wordt het geprint, er worden notities op gemaakt, etc. om het aan het eind van het rondje weer digitaal op te slaan. Dat kan veel efficiënter. Alles, maar dan ook alles verloopt bij Apro digitaal: het aanschrijven, verwerken, controleren, autoriseren, herhaalservice, noem maar op.” Stellig: “Zo hoort dat toch in dit digitale tijdperk. Het is 2018.” Voordelen Ingewikkeld? Imma schudt het hoofd. “Welnee, het is uiterst gebruikersvriendelijk. Bij de start van de apotheek hebben het team van Apro ons in twee uur alle ins en outs van dit systeem uitgelegd. Daarnaast is de helpdesk goed bereikbaar.” Ze vervolgt: “Elke vier weken komt er een nieuwe release uit. We hebben wekelijks contact met de productontwikkelaars. Zo worden door ons voorgestelde veranderingen snel doorgevoerd. Dat is echt prettig.” “Veel werk kan ook vanuit een van de andere vestigingen worden gedaan, wat je flexibiliteit biedt.” Andere voordelen van Apro? “Heb je even?”, reageert Imma. ”Het feit dat het systeem duidelijk verschillen tussen het voorgeschreven recept en de afgeleverde medicatie aangeeft. Het switchen tussen labels. Het automatisch laten synchroniseren van herhaalservicemedicatie. De mogelijkheid bijsluiters desgewenst naar de patiënt te mailen. En nog veel meer.” Overstap Zijn er nog nadelen? “We zien niet meer aan dikte van de stapel uitgeprinte recepten hoe druk het is”, zegt ze glimlachend. “En het is jammer dat de koppeling met sommige andere systemen nog in ontwikkeling is, zoals bijvoorbeeld met het track&trace systeem of de afhaalkluis. Je hebt daarvoor natuurlijk ook medewerking van die andere partij nodig.” Trees van der Veen, eigenaar van de drie apotheken vult haar aan: “Zodra die koppelingen allemaal gereed zijn, stappen we ook met de andere twee vestigingen over naar Apro. Naar verwachting is dit begin 2019 afgerond.” Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Promedico Tekst: Gerda van Beek Fotografie: Jan Vonk...

Lees Verder
Apothekers: doe mee met onderzoek samenwerking kwetsbare ouderen
jan07

Apothekers: doe mee met onderzoek samenwerking kwetsbare ouderen

In opdracht van het Ministerie van VWS is ARGO een onderzoek gestart naar samenwerking rond kwetsbare ouderen thuis. Het doel is om samenwerkingsverbanden letterlijk ‘in kaart’ te brengen: de resultaten worden gepresenteerd op een kaart van Nederland. Daarmee worden ervaringen van samenwerkingsverbanden rond kwetsbare ouderen voor iedereen toegankelijk. Voor dit onderzoek is ARGO op zoek naar apothekers die werken in een samenwerkingsverband voor kwetsbare ouderen.  Peter van Linschoten, directeur van ARGO: ‘In 2016 hebben we een landelijke inventarisatie gemaakt van samenwerkingsinitiatieven rond kwetsbare ouderen thuis. Er bleek in de praktijk ontzettend veel te gebeuren, maar er waren ook veel knelpunten. Daarom is het ‘Plan van Aanpak Zorg voor Kwetsbare Ouderen’ opgesteld, dat we momenteel uitvoeren met 13 koepelorganisaties in zorg en welzijn. Voor het Ministerie van VWS sluit dit Plan van Aanpak aan op het Programma Langer Thuis en toen was het een kleine stap om de verbinding leggen.’ Doe ook mee Het onderzoek vindt in januari 2019 plaats. Ter voorbereiding heeft ARGO alle contactpersonen van de inventarisatie uit 2016 opnieuw benaderd per mail. De KNMP is aangesloten bij dit deel uit van het ‘Plan van Aanpak Zorg voor Kwetsbare Ouderen’ en ‘Programma Langer Thuis’. De KNMP vindt het belangrijk om inzicht te krijgen in de deelname van apothekers in samenwerkingsvormen rondom kwetsbare ouderen zodat zij mogelijke beleidsstappen kan nemen. Geïnteresseerde apothekers kunnen zich aanmelden via a.w.de.groot@rug.nl o.v.v. ‘onderzoek samenwerking kwetsbare ouderen’. Deelnemers krijgen een enquête toegestuurd die zij tot en met 31 januari kunnen invullen. Over ARGO ARGO heeft een ondersteunende rol bij de uitvoering van het Plan van Aanpak Zorg voor Kwetsbare Ouderen. Twee medewerkers van ARGO begeleiden een werkgroep op het terrein van het geïntegreerde zorg- en dienstenaanbod. Ook vervult ARGO het voorzitterschap van een projectgroep waarin alle partijen zijn vertegenwoordigd. Bronnen: ARGO en KNMP Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Meldplicht huisartsen chronische hepatitis C
jan05

Meldplicht huisartsen chronische hepatitis C

Het is van belang dat patiënten met chronische hepatitis C tijdig worden behandeld. Huisartsen moeten daarom vanaf 1 januari jl. chronische infectie en herinfectie met het hepatitisvirus binnen één werkdag melden. Hiermee wordt de meldplicht voor hepatitis C uitgebreid. Acute hepatitis C moesten artsen reeds verplicht melden. Het kader ‘Aangifteplicht en bronopsporing’ in de NHG-Standaard Virushepatitis en andere leveraandoeningen is recent aangepast aan de uitgebreide meldplicht. Melding binnen één werkdag De behandeld arts en het hoofd van het laboratorium moeten binnen één werkdag een melding doen bij de arts infectiebestrijding van de GGD in zijn/haar werkgebied. De nieuwe meldingsplicht is ingevoerd omdat er nu een effectievere behandelmethode voor chronische hepatitis C bestaat. Deze methode draagt bij aan de genezing en het voorkomen van chronische hepatitis C. Daarom is het belangrijk geworden om alle geïnfecteerde personen tijdig te behandelen om verdere verspreiding van het virus te voorkomen. Nieuwe meldingscriteria hepatitis C De nieuwe meldingscriteria zijn: • Alle personen bij wie voor het eerst een anti-HCV seroconversie en/of HCV-RNA en/of HCV-core antigeen is aangetoond (een recente HCV-infectie of een chronische HCV-infectie/infectie met onbekende duur) Óf • Alle personen bij wie >12 weken na afronding van eerdere succesvolle behandeling voor een HCV-infectie opnieuw HCV-RNA en/of HCV-core antigeen is aangetoond (een HCV-herinfectie). Voor personen met een positieve HCV-antistoftest, van wie HCV-RNA en HCV-core antigeen onbekend zijn, geldt het advies om HCV-RNA of HCV-core antigeen te laten bepalen. Personen met een positieve HCV-antistoftest, die recent negatief getest zijn op HCV-RNA en/of HCV-core-antigeen, hebben de infectie geklaard en worden daarom niet gemeld. Meer informatie Over deze meldplicht zijn diverse documenten uitgebracht. Zie: Brief RIVM aan (huis)artsen Stroomdiagram meldingsplicht LCI-Richtlijn Hepatitis C Bronnen: NHG en RIVM Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Veel farmaceutische bedrijven in slipstream van EMA naar Amsterdam
jan04

Veel farmaceutische bedrijven in slipstream van EMA naar Amsterdam

De komst van de Europese geneesmiddelenautoriteit EMA in 2019 naar Amsterdam, betekent tegelijk de vestiging van een aantal andere geneesmiddelen- en biotechbedrijven in Amsterdam. Zo heeft deze maand Sanofi de deuren geopend van haar nieuwe kantoor in het Health & Technology Center. Ook het Europese hoofdkantoor van de Amerikaanse geneesmiddelen toezichthouder, de Food and Drugs Agency (FDA), gaat Londen verlaten voor Amsterdam. Sinds bekend werd dat vanwege de Brexit de AMA zal verhuizen naar Amsterdam, volgen steeds meer bedrijven dit voorbeeld. ‘Het innovatieve karakter van Amsterdam sluit uitstekend aan bij Sanofi als internationale ontwikkelaar van baanbrekende geneesmiddelen en vaccins’, aldus Bert de Jong, Managing Director van Sanofi. Niet alleen Sanofi is naar Amsterdam verhuisd, andere organisaties binnen de geneesmiddelensector gingen het bedrijf al voor. Zoals het Amerikaanse Alnylam, zij openden afgelopen november een nieuwe vestiging in Amsterdam. En er volgen er nog meer Goed voorbeeld doet goed volgen. Novartis verhuist komende zomer van Arnhem naar Amsterdam. KitePharma, onderdeel van Gilead, bouwt in Hoofddorp een Europese productiefaciliteit voor immuuntherapieën En ook het Europese hoofdkantoor van de Amerikaanse geneesmiddelen toezichthouder, de Food and Drugs Agency (FDA), verruilt Londen voor Amsterdam. Naar verwachting zullen ook een aantal dienstverlenende bedrijven, toeleveranciers, investeerders en adviesbedrijven in de farmaceutische sector naar Amsterdam komen. PharmInvestHolland Nederlandse partijen in de geneesmiddelenontwikkeling werken samen in PharmInvestHolland, een initiatief gericht op het versterken van het investeringklimaat voor biofarmaceutische bedrijven in Nederland. Onlangs bood PharmInvest aan leden van de Tweede Kamerleden een bidbook aan met de propositie van Nederland als aantrekkelijk land voor geneesmiddelen bedrijven. Radio-interview Beluister ook het BNR-fragment met de Amsterdamse wethouder Udo Kock over de komst van meer geneesmiddelen bedrijven naar Amsterdam. Bronnen: BNR en Telegraaf Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Pagina 1 van 212