Immunotherapie als effectieve behandelvorm in de 1e lijn
mrt23

Immunotherapie als effectieve behandelvorm in de 1e lijn

In de nieuwe NHG-Standaard over allergische en niet-allergische rhinitis wordt te weinig aandacht besteed aan immunotherapie als effectieve behandelvorm, zo menen KNO-artsen en allergologen. Juist deze behandeling zorgt er namelijk voor dat patiënten voor langere tijd geen of slechts milde klachten hebben. Momenteel wordt er gewerkt aan de richtlijn ‘Immunotherapie bij rhinitis’, die huisartsen het vertrouwen moet geven dat deze behandeling ook in de eerste lijn succesvol en veilig kan worden gegeven. Ernstige, maar ook mildere vormen van allergische rhinitis kunnen de kwaliteit van leven aanzienlijk bepalen. Ziekteverzuim, achterblijvende schoolprestaties, niet kunnen meedraaien in het sociale verkeer: gevolgen waar veel patiënten met een allergische reactie op huismijt, pollen of een ander allergeen mee kampen. Onnodig, menen zowel de Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde als ook de Nederlandse Vereniging voor Allergologie (NVvA). Want, als deze patiënten op de juiste wijze worden behandeld, veelal is dat met immunotherapie, dan hebben ze voor langere tijd geen of beperkte klachten. Immunotherapie zorgt er namelijk voor dat het immuunsysteem wordt gemodificeerd, waardoor het lichaam niet of nauwelijks meer reageert op het allergeen waarvoor de patiënt allergisch is. Het is de enige behandeling die allergische rhinitis bij de wortel aanpakt en ervoor zorgt dat dit ‘ziekte-modificerend’ effect optreedt. Behandelen met immunotherapie gebeurt al in de tweede lijn, maar zou ook al in de eerste lijn moeten worden gedaan, zo stellen de NVvA en KNO-vereniging. Simpelweg omdat de meeste patiënten met allergische rhinitis in de eerste lijn worden behandeld. Huisartsen lijken echter huiverig om immunotherapie te geven. Daarin worden ze bevestigd door de NHG-standaard ‘Allergische en niet-allergische rhinitis’ uit 2018. Hoewel het wel wordt genoemd als behandelmogelijkheid, wordt slechts subcutane immunotherapie als optie gegeven. Sublinguale immunotherapie (SLIT) wordt afgeraden op basis van een negatief uitvallende meta-analyse. De NVvA en de KNO-vereniging zijn kritisch over deze conclusie: ze stellen dat de data die in deze analyse zijn gebruikt, discutabel zijn. Immunotherapie met tabletten, zo stellen beide verenigingen, is wetenschappelijk namelijk goed onderbouwd, minder belastend voor de patiënt en geeft minder kans op complicaties. Werkdruk Als de voordelen van immunotherapie zo evident zijn, waarom wordt deze therapie dan niet als voorkeursbehandeling vermeld in de richtlijn? Waarom behandelt slechts een handvol huisartsen met deze therapie? “Het is natuurlijk altijd gissen,” vertelt Bas Op de Coul, KNO-arts in het Jeroen Bosch Ziekenhuis, “maar werkdruk kan een reden zijn; het bordje van de huisartsen zit vol.“ De KNO-arts, die regelmatig bijscholing in immunotherapie aan huisartsen geeft, noemt nog een reden: “Rondom immunotherapie is in het verleden gedoe geweest. In het begin, toen er nog relatief weinig onderzoek naar was gedaan, zijn er sublinguale vormen gebruikt die achteraf niet altijd even effectief bleken...

Lees Verder
De multidisciplinaire communicatielijnen zijn essentieel
mrt22

De multidisciplinaire communicatielijnen zijn essentieel

Toenemende ervaring met het voorschrijven van DOACs heeft er paradoxaal genoeg toe geleid dat er nieuwe vragen zijn ontstaan rond de behandeling met deze medicatie. Wat zijn bijvoorbeeld de afwegingen bij een behandelkeuze? Welke patiënt krijgt levenslang antistolling geadviseerd? Wie neemt hier het besluit over en op welke gronden? Tijdens het transmuraal farmacotherapeutisch gesprek, dat onlangs in UMC Utrecht plaatsvond, bleken de daar aanwezige zorgprofessionals ook geen oplossingen te hebben. “Het enige wat echt duidelijk is rond antistolling, is dat zorgverleners met elkaar heldere afspraken moeten maken.” Aan de telefoon, daags na deze multidisciplinaire bijeenkomst, benadrukt de moderator van de avond, Karin Kaasjager, hoogleraar interne geneeskunde aan het UMC Utrecht, het belang van het voeren van transmuraal farmacotherapeutische gesprekken. Zorgverleners uit verschillende disciplines laten dan hun licht schijnen over een actueel thema. “Wat betreft communicatie tussen zorgverleners hapert het nog wel eens, terwijl veel aandoeningen een multidisciplinaire aanpak vereisen, vertelt de hoogleraar en vervolgt: “Vaak weten we elkaar niet goed te vinden, waardoor de patiënt tussen wal en schip dreigt te raken. Dat is niet vanwege onwil, maar onder meer omdat onze patiëntendossiers niet aan elkaar zijn gelinkt en omdat in de uitvoering van richtlijnen de afstemming niet altijd goed is geregeld. Dit soort avonden maakt dat we, door te brainstormen hoe we beleid beter op elkaar kunnen afstemmen, meer te weten komen over elkaars dagelijkse klinische werkelijkheid. Opvallend genoeg blijk je dan regionaal vrij eenvoudig tot heel werkbare afspraken te kunnen komen.” Goede afstemming Een grote groep huisartsen, apothekers, verpleegkundig specialisten en specialisten besprak tijdens Valentijnsdag diverse vraagstukken rond antistolling. Met de komst van de direct werkende orale anticoagulantia (DOACs), ook wel de non vitamine K afhankelijke orale anticoagulantia (NOACs), zijn er verschillende keuzemogelijkheden om een belangrijk behandeldoel van atriumfibrilleren en veneuze trombo-embolie te bewerkstelligen: het voorkomen van ischemisch herseninfarct enerzijds en terugkeer van diep veneuze trombose of embolie anderzijds. Mede door de vergrijzing zijn dit veelvoorkomende ziektebeelden die zowel in de eerste als tweede lijn behandeld worden. Goede afstemming tussen de betrokken behandelend zorgverleners is dan ook essentieel. Aangestuurd door Kaasjager, vond er aan de hand van een aantal casus een dialoog plaats tussen aanwezigen in de zaal en een panel van vier deskundigen. Later zou Kaasjager vertellen waarom het bespreken van casus zo belangrijk is: “Je krijgt dan goed zicht op de overwegingen van de arts in een specifiek geval. Vanuit allerlei onderzoeken weten we op groepsniveau hoe we patiënten moeten behandelen, maar wat doet de huisarts met de individuele patiënt die in zijn spreekkamer voor hem zit en nooit precies in het plaatje past?” Eerst kwam een jonge dame van 18 jaar aan bod: ze...

Lees Verder
CRP point-of-care testing bij kinderen met een luchtweginfectie: mag dat?
mrt21

CRP point-of-care testing bij kinderen met een luchtweginfectie: mag dat?

Het gebruik van C-reactief proteïne (CRP) point-of-care testing (POCT) bij volwassenen die de huisarts bezoeken is in Nederland sinds 2011 gemeengoed. Steeds vaker wordt dit in samenwerking met POCT experts uit een geaccrediteerd diagnostisch centrum of laboratorium georganiseerd, conform de nationale richtlijn die hiervoor is ontwikkeld. Lees...

Lees Verder
Rob Dijkstra: Van scheiding naar verbinding
mrt21

Rob Dijkstra: Van scheiding naar verbinding

Huisartsen en apothekers kunnen meer samenwerken. “De huisarts is de coördinator van het farmacotherapeutisch dossier, maar kan zich beter laten ondersteunen door de apotheker”, stelt Rob Dijkstra, scheidend voorzitter van het NHG. Over het volle bordje van de huisarts, de nieuwe focus, het einde van de domeinen en het doorslaan van het preferentiebeleid. 60 jaar na de eerste Woudschotenconferentie kwamen begin dit jaar huisartsen bijeen om de nieuwe kernwaarden en kerntaken vast te stellen. Wat 60 jaar terug begon met een stelletje enthousiaste huisartsen die de inhoud van het vak beschreven op basis van wetenschappelijke inzichten is uitgegroeid tot het wetenschappelijk geweten van de huisartsenzorg: het NHG. En na 12 jaar NHG, waarvan de laatste zes jaar als voorzitter, neemt Rob Dijkstra afscheid van ‘zijn’ Nederlands Huisartsen Genootschap. Onder zijn leiding kwam er meer aandacht voor persoonsgerichte zorg en groeide Thuisarts.nl tot de bron van informatie voor patiënt en zorgverlener. Dijkstra staat nog steeds een dag in de week in zijn huisartsenpraktijk in Amsterdam. Wat hij na 1 juni gaat doen als hij de voorzittershamer overdraagt, weet hij nog niet. Waarom zijn nieuwe kernwaarden en kerntaken nodig? “In 2012 hebben we de nieuwe toekomstvisie op de huisarts in 2022 gemaakt. Zeven jaar later blijkt de toekomstvisie op verschillende punten achterhaald. Toen was er geen POH ggz, de ontwikkelingen in ouderenzorg en jeugdzorg konden we niet voorspellen. Ook de huisarts is de afgelopen jaren veranderd: meer vrouwen, meer parttimers en naar verhouding minder praktijkhouders. Al mijn collega’s vragen: hoe staan we in het vak, hoe moeten we omgaan met al deze veranderingen? Een nieuwe toekomstvisie was onnodig, een herijking wel.” Het afgelopen jaar hebben het NHG, de LHV, InEen en tal van organisaties in de huisartsenwereld de nieuwe kernwaarden en kerntaken van de huisarts ontwikkeld. De nieuwe kernwaarde Gezamenlijk betekent dat de huisarts samen met de patiënt, het praktijkteam, de eerste-, tweede- en derde lijn en met overige zorginstellingen samenwerkt om goede, persoonsgerichte zorg te realiseren. De kernwaarde Generalistisch is aangescherpt tot Medisch-generalistisch, want huisartsen zijn vooral dokters die het eerste aanspreekpunt zijn voor lichamelijke en psychische klachten. Gebleven is de kernwaarde Persoonsgericht met de toevoeging dat de huisarts vooral samen met de patiënt optrekt. Gebleven is ook de kernwaarde Continu, want de huisarts is de constante factor voor de patiënt, continuïteit in de zorg en in de arts-patiëntrelatie blijven belangrijke uitgangspunten voor goede huisartsenzorg. Ook hebben de huisartsen geformuleerd wat een huisarts doet en wat elke patiënt van zijn of haar huisarts mag verwachten. En dus ook welke taken niet van de huisarts zijn. Het werkveld van de huisarts draait om medisch-generalistische zorg en het beschikbaar stellen van spoedeisende...

Lees Verder
IVM zoekt deelnemers voor brainstormsessies
mrt20

IVM zoekt deelnemers voor brainstormsessies

Wat zijn knelpunten van apothekers, verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten, anesthesie- en operatieassistenten en verzorgenden bij het “Voor Toediening Gereed Maken” (VTGM) van medicatie in de praktijk? Welke praktische oplossingen zijn er reeds die het delen waard zijn? Het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM) nodigt betrokkenen uit om input te leveren over de kwaliteitsstandaard VTGM. Ze organiseert daartoe drie brainstormsessies. Deze vinden plaats op maandag 8 april, donderdag 11 april en dinsdag 16 april a.s. Deze brainstormsessies zijn bedoeld voor apothekers, verpleegkundig specialisten, verpleegkundigen en verzorgenden die in de praktijk te maken hebben met VTGM (bv. in het ziekenhuis, het verpleeghuis, de thuiszorg, op de ambulance, in de gehandicaptenzorg of ggz). Deel kennis en ideeën Loop je tegen knelpunten aan en/of heb je mogelijk ideeën om het VTGM-proces te verbeteren? Meld je dan nu aan voor één van de brainstormsessies. Dat kan door een e-mail te sturen naar: m.nelissen@medicijngebruik.nl. Een goede gelegenheid om je kennis en ideeën te delen met collega’s uit het veld. Brainstormsessies De brainstormsessies nemen anderhalf uur in beslag. Op alle drie de data zijn deze van 15.00 tot 16.30 uur – bij het IVM, Churchilllaan 11 te Utrecht. Deelnemers krijgen een vergoeding van €75,-  en is inclusief reiskosten. Bij meerdere deelnemers uit één organisatie of samenwerkingsverband bestaat de mogelijkheid dat het IVM naar u toekomt, ook op een andere dag en ander...

Lees Verder
PerfectSamen: goede samenwerking tussen huisarts en apotheek
mrt19

PerfectSamen: goede samenwerking tussen huisarts en apotheek

Juist, tijdig en consequent gebruik van medicijnen verbetert met goede voorlichting aan de patiënt en in overleg met de patiënt. In het project PerfectSamen werken huisartsen en apothekers in Zuidoost-Brabant nauw samen. Er zijn duidelijke afspraken wie wat doet. Apothekers, huisartsen en praktijkondersteuners houden gezamenlijk ‘persoonlijke driekhoeksgesprekken’, o.a. over adviezen aan de patiënt. Daarbij is het PerfectSamen-bordspel ontwikkeld. Dit alles met als doel om de kwaliteit van de farmaceutische zorg rondom de patiënt te verbeteren. De rolverdeling tussen huisarts en apotheker is aan het verschuiven. Nieuwe vormen van receptaanvragen, zoals via mail, app, politheek en  de 24-uurs automaat, vereisen andere afspraken tussen zorgprofessionals. De patiënt wordt mondiger: waarom dit geneesmidde l, waarom wisselen mijn medicijnen vaak? Van belang is dat de patiënt eensluidende antwoorden, adviezen en voorlichting krijgt. Toelichting in You-tube filmpje Huisartsenzorggroep PoZoB en apothekers-zorggroep CaZo hebben zich ingezet voor betere samenwerking in de farmaceutische zorg in de regio. Daarbij zijn ook de specialisten van de regionale ziekenhuizen betrokken. Dit project moet de samenwerking verbeteren en tegelijkertijd de voorlichting over medicijnen aan de patiënt. De apotheek, huisarts en praktijkondersteuner kunnen direct de gegevens van de patiënt inzien in het keteninformatiesysteem. Over de project ‘PerfectSamen’ is een video samengesteld, waarin de werkwijze kort wordt toegelicht. Medicatiebeoordeling Zo zijn er formularia ontwikkeld voor verschillende chronische aandoeningen. Onderdeel van voorschrijven volgens de formularia is ook de therapeutische substitutie van geneesmiddelen. Bij chronisch gebruik van 6 of meer geneesmiddelen bij de oudere patiënt, vaak door meerdere voorschrijvers, vindt medicatiebeoordeling plaats door huisarts en apotheker. Zij kijken samen naar doseringen, nierfunctie van de patiënt en interacties tussen geneesmiddelen. PerfectSamen bordspel In de Farmacotherapeutische Overleggen (FTO) die apothekers en huisartsen met elkaar hebben, wordt het PerfectSamen spel gespeeld, een handig hulpmiddel om de samenwerking bespreekbaar te maken. Benieuwd naar de ervaringen van FTO’s in de regio Zuidoost-Brabant?  Of wil je meer informatie en het spel zelf gaan spelen? Neem dan contact op met apotheker Marjo Toemen, mtoemen@benuapotheek.nl of 040-2432750....

Lees Verder
Milieurisico’s door medicijnresten in zoet water
mrt17

Milieurisico’s door medicijnresten in zoet water

De concentratie medicijnen in zoetwater is wereldwijd in twintig jaar tijd fors toegenomen. De hoeveelheid antibioticum ciprofloxacine in water is zelfs zo hoog, dat er risico bestaat op schadelijke ecologische effecten. Dit blijkt uit onderzoek door milieukundigen van de Radboud Universiteit. De onderzoekers brachten voor het eerst de risico’s van twee medicijnen in zoetwater wereldwijd in kaart. Er zijn twee middelen in de studie onderzocht – carbamazepine, een medicijn tegen o.a. epilepsie, en ciprofloxacine, een antibioticum. Daarvan waren de milieurisico’s in 2015 wel 10 tot 20 keer hoger dan in 1995. Vooral de toename van menselijk gebruik van ciprofloxacine verhoogt de risico’s wereldwijd. De concentraties van dit antibioticum zijn schadelijk voor de bacteriën in het water, die op hun beurt een belangrijke rol spelen in allerlei voedselkringlopen. Daarnaast kunnen antibiotica ook een negatieve invloed hebben op de effectiviteit van bacteriënkolonies die gebruikt worden in waterzuivering. Antibioticaresistentie Antibioticaresistentie heeft de volle aandacht. De onderzoekers: ‘Resistente bacteriën kunnen verspreid worden binnen ziekenhuizen of via de veehouderij. Maar nog weinig bekend is de rol die het milieu in dit probleem speelt, hoewel deze wel van essentieel belang is. Mensen worden immers ook blootgesteld aan bacteriën via afvalwaterzuivering, rivieren en meren.’ Meer meetgegevens in risicovolle gebieden ‘Vooral in ecoregio’s in dichtbevolkte en droge gebieden zoals in het Midden-Oosten voorspellen we in ons model een hoog milieurisico, hoewel dat juist de plekken zijn waar weinig data beschikbaar zijn over medicijnconsumptie en concentraties in het water’, zegt Rik Oldenkamp, eerste auteur van de publicatie. De onderzoekers voorspelden in deze gebieden de menselijke medicijnconsumptie met behulp van regressiemodellen op basis van consumptie in andere landen en socio-economische en demografische informatie, en koppelden dit aan informatie over onder andere waterstromen en hoeveel mensen er aangesloten zijn op waterzuivering. Oldenkamp: ‘Dat juist in dit soort gebieden nieuwe meetgegevens nodig zijn, laat ons model zien. Uiteindelijk geeft dit model een eerste aangrijpingspunt waarmee we meer inzicht kunnen krijgen in de risico’s van allerlei medicijnen in het milieu wereldwijd.’ Publicatie Aquatic risks from human pharmaceuticals – modelling temporal trends of carbamazepine and ciprofloxacin at the global scale. 2019. Environmental Research Letters. Bron: Radboud Universiteit...

Lees Verder
Zonder recept toch eenvoudig medicatie kopen via internet
mrt16

Zonder recept toch eenvoudig medicatie kopen via internet

Iedereen kan, zonder controle van een arts, receptmedicijnen via internet kopen. Dat blijkt uit onderzoek van de Consumentenbond. Malafide websites zijn soms nauwelijks te onderscheiden zijn van legale internetapotheken. De Consumentenbond roept minister Bruins op om te zorgen voor meer gerichtere voorlichting aan het publiek over het fenomeen internetfarmacie. Bij het bestellen van receptmedicijnen, zonder tussenkomst van een arts, is de kwaliteit niet gegarandeerd. Pillen kunnen in het bestelproces beschadigen en dan de werkzame stof te snel afgeven. Of medicijnen zijn niet op de juiste manier bewaard. Ook kunnen ze nep zijn, of onzuiverheden bevatten. Een behandelrelatie met een arts is ook essentieel, omdat deze kan beoordelen of een bepaald geneesmiddel geschikt is voor een patiënt en of het veilig gebruikt kan worden in combinatie met andere medicijnen. Illegale webwinkels In Nederland is het niet toegestaan om receptgeneesmiddelen te kopen zonder doktersvoorschrift. Sommige van de onderzochte webwinkels zijn dan ook duidelijk illegaal, en vragen betaling in cash of met cryptovaluta. Ook drukken ze de klant op het hart de naam van het bedrijf niet te gebruiken bij de bestelling. Olof King, directeur belangenbehartiging Consumentenbond: ‘Zorgwekkender zijn de professioneel ogende websites die nauwelijks te onderscheiden zijn van legale internetapotheken. Zij ontduiken de Nederlandse regelgeving via buitenlandse artsen en apotheken. Zo kreeg een mysteryshopper na het invullen van een medische vragenlijst een antibioticakuur van een Britse apotheek, op voorschrift van een arts in Roemenië.’ Het ministerie van VWS noemt deze constructies ‘absoluut ongewenst’. Analyse RIVM De Consumentenbond bestelde bij 12 aanbieders in binnen- en buitenland 20 receptmedicijnen zonder doktersvoorschrift, zoals antibiotica, slaap- en kalmeringsmiddelen en kankermedicijnen. 16 medicijnen werden bezorgd, vanuit Nederland, Groot-Brittannië, Zwitserland, India en Singapore. Uit analyse van het RIVM bleek dat in bijna alle geleverde medicijnen meer of minder werkzame stof zat dan op de verpakking staat. Een kleine afwijking kan ook bij reguliere medicijnen voorkomen, maar in bepaalde antibioticumpillen zat veel te veel werkzame stof: 625 mg in plaats van 500 mg. Oproep Consumentenbond De Consumentenbond roept de minister voor Medische Zorg in een brief op actiever te waarschuwen voor de gevaren van het eigenhandig bestellen van zware medicijnen. ‘Daarbij moet vooral gemikt worden op informatie op het moment dat het ertoe doet: het moment dat de consument surft op internet. Een inspanning op dit terrein van gezamenlijke partijen is daarbij nodig. Met de bestaande inspanningen worden consumenten nog onvoldoende bereikt’, aldus de Consumentenbond. Reactie Kamerlid Arno Rutte, Tweede Kamerlid voor de VVD, gaf op Radio 1 aan dat het niet eenvoudig is om deze webwinkels wereldwijd aan te pakken, vanwege het grote aantal en de vaak onduidelijke herkomst van deze aanbieders. Rutte zocht wel meteen steun...

Lees Verder
Actie Patiëntenfederatie Nederland: ‘Stop de pillenchaos’
mrt15

Actie Patiëntenfederatie Nederland: ‘Stop de pillenchaos’

Patiëntenfederatie Nederland is gestart met de actie ‘Stop de pillenchaos’. Ze wil dat alle partijen zich verantwoordelijk voelen voor het tijdig en voldoende leveren van de juiste medicijnen voor de patiënt. En tegen een redelijke prijs. In een manifest spreekt ze alle partijen aan: van grondstoffenleverancier, via fabrikant en groothandel tot de apotheek. Evenals VWS, de Inspectie Gezondheid en Jeugd en naar zorgverzekeraars. De federatie roept alle partijen op samen te werken. Daarnaast verzoekt ze mensen om de actie te steunen. Dat kan via de actiepagina. Daar staat ook een videofilmpje over het onderwerp. Steunbetuiging kan via een simpele druk op de knop ‘mee eens’ op de stelling: Ja, ik vind ook dat er een eind moet komen aan de chaos rond medicijnen. Een stelling waar niemand tegen zal zijn, dus is het niet verwonderlijk dat de teller momenteel op zo’n 25.000 instemmingen staat. Manifest In een manifest staat wat elke partij volgens de Patiëntenfederatie moet doen om een einde te maken aan de pillenchaos. De federatie vindt dat alle betrokken partijen – fabrikanten, groothandels en apotheken –  naar elkaar wijzen als een medicijn er niet is voor de patiënt. Wij horen te vaak dat de groothandel niet levert, dat de fabrikant te laat levert of dat de distributie binnen Nederland niet goed werkt. Ze roept alle partijen op samen te werken. ‘Help de chaos rondom prijs en beschikbaarheid van medicijnen nu voor eens en voor altijd de wereld uit. Het is voor veel patiënten letterlijk vijf voor twaalf.’ Apotheek Zo staat er vermeld dat de apotheek zijn inkoopbeleid moet afstemmen op zijn populatie. Daarbij moet hij zorgen voor een kleine huisvoorraad om pieken snel te kunnen opvangen. ‘En als een arts op het recept schrijft dat er Medische Noodzaak is, dan moet de apotheker dit navolgen’, is daar nog aan toegevoegd. Overige partijen Ook de fabrikant, de groothandel, VWS, de inspectie en de zorgverzekeraars worden in dit manifest aangesproken. Bijvoorbeeld dat de overheid zich sterk moet maken dat we voor grondstoffen niet langer afhankelijk zijn van één land. En de groothandel moet zorgen dat medicijnen tijdig en in voldoende mate bij de apotheek terechtkomen, met daarbij een adequate spreiding over het land. Tja. Auteur: Gerda van Beek Bron: Patiëntenfederatie Nederland  ...

Lees Verder
Geavanceerde chronisch hartfalen voorwaardelijk in basispakket
mrt14

Geavanceerde chronisch hartfalen voorwaardelijk in basispakket

Minister Bruno Bruins (Medische Zorg) laat een nieuwe behandeling bij chronisch hartfalen voorwaardelijk toe tot het basispakket van de zorgverzekering.  Het betreft zorg op afstand via een sensor. De vergoeding gaat in op 1 april 2019. Voorwaarde is wel dat patiënten meedoen aan onderzoek, waarmee de (kosten)effectiviteit kan worden bepaald. Het gaat om een behandeling, waarbij een sensor (CardioMEMS) wordt geïmplanteerd in de longslagader bij de patiënt. De patiënt stuurt via de sensor informatie over de status van hartfalen aan zijn behandelaar. Hierdoor krijgen de hartfalenverpleegkundige en cardioloog informatie. Zij kunnen daardoor de behandeling op afstand aanpassen en zo proberen de kans op een ziekenhuisopname te verkleinen. Vergoeding De vergoeding van de behandeling geldt voor de duur van vier jaar. CardioMEMS wordt alleen vergoed uit het basispakket bij patiënten met een gevorderd stadium van chronisch hartfalen met herhaaldelijke ziekenhuisopnamen. De patiënten dienen daarnaast deel te nemen aan onderzoek, waardoor de effectiviteit en kosteneffectiviteit van CardioMEMS kan worden bepaald. Voor deze voorwaardelijke toelating is een budget van 3,8 miljoen euro beschikbaar. Voorwaardelijke toelating In 2012 werd voor het eerst een behandeling voorwaardelijk toegelaten. Door behandelingen en medicijnen voorwaardelijk tot het verzekerde pakket toe te laten, krijgen patiënten in onderzoeksverband toegang tot deze potentieel veelbelovende vormen van zorg én komt er inzicht in de effectiviteit en kosteneffectiviteit van deze zorg. Na afloop van de periode van voorwaardelijke toelating wordt besloten over daadwerkelijke toelating tot het verzekerde pakket. Sinds januari 2019 is gestart met de subsidieregeling ‘veelbelovende zorg’. Deze vervangt de regeling voorwaardelijke toelating, met uitzondering van de onderzoekstrajecten die in 2020 gaan starten of die al gestart zijn....

Lees Verder
Pagina 1 van 512345