Regeling Falsified Medicine Directive van kracht
feb22

Regeling Falsified Medicine Directive van kracht

Per 9 februari jl. is de Falsified Medicine Directive (FMD) van kracht. Het doel van dit registratiesysteem is om te voorkomen dat vervalste geneesmiddelen in het reguliere proces van geneesmiddelenverstrekking bij patiënten terecht komen. FMD heeft uitsluitend betrekking op door een arts voorgeschreven geneesmiddelen die via een apotheek aan een patiënt worden afgeleverd. Via deze route komen er in ons land nauwelijks tot geen vervalste medicijnen in omloop. Daarom worden er ook vraagtekens geplaatst bij de verplichte FMD. De invoering heeft nogal wat voeten in aarde. Om goed aan de slag te kunnen, heeft de KNMP voor het apotheekteam drie documenten en een poster beschikbaar gesteld. Het betreft een werkinstructie FMD en een begeleidende flyer. Op de flyer staan afbeeldingen van 2D-codes en verzegelingen die het apotheekteam op verpakkingen kan aantreffen. De flyer is ook in postervorm te downloaden. De KNMP-site bevat tevens een publicatie van de Europese Unie waarop uitzonderingen van FMD-plichtige geneesmiddelen staan vermeld. Op basis van de ervaringen in de eerste maanden worden de werkinstructie en de begeleidende flyer bijgewerkt. Telefonische helpdesk Apothekers kunnen de komende maanden gebruik maken van het speciale FMD-telefoonnummer van de KNM. Op alle werkdagen is van 9.00 tot 17.00 uur deze telefonische helpdesk beschikbaar via het speciale FMD-telefoonnummer 070 3737 410 en per mail via fmd@knmp.nl. Wassen neus De Vereniging Generieke Leveranciers Nederland plaatst in haar persbericht kanttekeningen bij FMD. Ze noemt het een wassen neus. Met als argumentatie dat de unieke identificatiecode niet de distributie van vervalste geneesmiddelen beveiligt die veelal via internet of een niet-reguliere weg zijn verkregen. Met de nieuwe regelgeving zullen vervalste geneesmiddelen niet meer via de apotheek bij een patiënt terecht komen. Echter: “In Nederland worden geen vervalste geneesmiddelen via de apotheek aangeboden aan het publiek,” aldus Jan Broeren, voorzitter Generieke Leveranciers Nederland. “Er is ook geen enkele reden om aan te nemen dat ten gevolge van FMD er minder vervalste geneesmiddelen via internet in omloop komen. Wat wel zorgelijk is, is dat de invoering van de FMD grote kosten met zich meebrengt en die worden omgeslagen naar de medicijnkosten.”   Versterking machtspositie Ook Mark van Houdenhoven stelt in een artikel in de NRC dat de invoering van de FMD niet zal voorkomen dat nepmedicijnen de consument bereiken. Hij stelt dat één klap de machtspositie van de farmaceutische industrie enorm wordt versterkt, zonder dat het oorspronkelijke doel wordt bereikt. Terwijl de kosten voor dit regime, met databases, scanners, verzegeling, training en onderhoud voor ons land alleen al zo’n 60 tot 100 miljoen euro zijn. Fabrikanten van (goedkope) generieke geneesmiddelen kunnen of willen de kosten voor dit systeem niet dragen. Een aantal leveranciers stopt wellicht. Dit leidt tot extra tekorten aan geneesmiddelen. Daarbij: de data...

Lees Verder
10e CAHAG conferentie: Shared decision making – van theorie naar huisartspraktijk
feb22

10e CAHAG conferentie: Shared decision making – van theorie naar huisartspraktijk

Dat behandeling van astma of COPD een grotere kans van slagen heeft als betrokken zorgverleners én de patiënt samen tot een passend beleid komen, is alom bekend. Shared decision making is echter slechts het begin, zo werd onlangs benadrukt tijdens de tiende CAHAG conferentie (COPD & Astma Huisartsen Advies Groep); ook nauwlettende monitoring van de zorgverlener is bepalend voor de behandelingsuitkomst. Maar uit reacties van de aanwezige huisartsen kon worden opgemaakt dat dit in de klinische praktijk nog ver van de dagelijkse werkelijkheid is. Een lange dag bomvol presentaties over de laatste ontwikkelingen op het gebied van astma & COPD; de hierin gespecialiseerde onderzoekers, huisartsen en andere zorgverleners halen hun hart zichtbaar op tijdens de jaarlijkse CAHAG conferentie. De reacties op diverse sociale media daags na de bijeenkomst die medio januari in Zeist plaatsvond, zijn louter lovend in superlatieven. Shared decision making was deze keer het thema; voordrachten liepen uiteen van eHealth-applicaties, tot medicatietrouw, zelfhulpprogramma’s, vernieuwde inhalatietechniek-instructies en het gesprek in de palliatieve fase bij COPD-patiënten. Shared decision making Hoewel onderzoek naar betere medicatie en -behandeling onontbeerlijk blijft, is er al veel gewonnen met het realiseren van therapietrouw en correcte medicatie-inhalatie. Veel nieuwe studies richten zich dan ook hier op. Zo hielden Janwillem Kocks en Esther Metting een duo-presentatie over hun onderzoek naar shared decision making rond het kiezen van de juiste inhalator. Een optimale match tussen patiënt en inhalator resulteert namelijk niet alleen in effectievere medicatie-inhalatie, maar ook in meer therapietrouw. Kocks en Metting lieten zien dat de technieken om dit te realiseren, verrassend basaal en eenvoudig zijn; adequate begeleiding door de zorgverlener speelt een cruciale rol. Kocks, onder meer huisarts, hoofd van GPRI (General Practitioners Research Instituut) en sinds kort hoogleraar Inhalatiemedicatie in Singapore, vroeg na het tonen van een filmpje waarin een oudere astmapatiënt loopt te stuntelen met zijn inhalator: “Hoe vaak neem je als huisarts bij een astma- of COPD-patiënt de tijd om nog eens de inhalatie-instructie door te nemen? Hoe vaak check je of de inhalator wel de meest geschikte is voor de patiënt?” De stilte die op Kocks’ vraag volgde, was veelbetekenend. Nog geen procent van de huisartsen doet dit, zo rekende hij snel uit. Kocks: “Ik doe dit nu sinds een jaar of vijf wel en ik heb daarmee veel geleerd over de werkelijkheid rond inhaleren; het gaat heel vaak fout. Waar ik voorheen de dosis zou hebben verhoogd, bereik ik nu met een aanpassing van de inhalator of het doen van een inhalatie-instructie wel mijn doel, namelijk een verbetering van de situatie.” Primen en framen Metting, als onderzoekster verbonden aan GRIAC Primary Care (de eerstelijnspoot van het Groningen Research Institute for...

Lees Verder
Nadrukkelijke inzet NZa op e-health
feb21

Nadrukkelijke inzet NZa op e-health

Eerder dit jaar signaleerde de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) dat innovatieve zorg en e-health nog te vaak blijft steken in kleinschaligheid. Het opschalen door zorgaanbieders gaat moeizaam, ook bij bewezen goede voorbeelden. Er is een brede versnelling nodig, stelt de autoriteit. Daarom blijft ze de komende tijd aandacht vragen voor de mogelijkheden van e-health. Zo gaat de NZa in gesprekken met verzekeraars en zorgkantoren gericht vragen hoe deze bij de zorginkoop e-health en andere innovatieve zorg bevorderen.  In een brief aan VWS heeft de NZa haar plannen op een rijtje gezet. Deze bevatten o.a.: Declaratie thuiszorgtechnologie De NZa wil bij de wijkverpleging en langdurige zorg de mogelijkheden van declaratie van zorg op afstand door thuiszorgtechnologie tegen het licht houden. En daarbij onderzoeken welke aanpassing van de regels in deze sectoren per 2020 het implementeren en opschalen van thuiszorgtechnologie via bekostiging kan stimuleren. Substitutie naar eerste lijn De NZa heeft het kabinet geadviseerd om de tarieven voor eerstelijnsdiagnostiek (waaronder verplaatste zorg, zoals teledermatologie) op korte termijn vrij te gegeven. Dus een vrij tarief in plaats van een maximumtarief. Is dat per 2020 het geval, dan besteedt de NZa daar extra aandacht aan in de communicatie, om zo de substitutie naar de eerste lijn via e-health verder te stimuleren. Zorgplicht Bewezen e-health toepassingen moeten snel landelijk worden gestimuleerd als logisch onderdeel van zorg door alle zorgverzekeraars en zorgkantoren. Zij hebben hier een zorgplicht en kunnen hierop worden aangesproken. De NZa neemt e-health/innovatie als nieuw terugkomend thema mee in haar periodieke gesprekken die door de directie Toezicht en Handhaving worden uitgevoerd. Contractmodellen met gebundelde betaling Met name bij patiënten met chronische ziekten kunnen e-health toepassingen -bijvoorbeeld zorg op afstand- de zorg beter en efficiënter maken. Echter: het toepassen van e-health is voor de zorgaanbieder niet altijd lonend. Contractmodellen waarin gebundelde betaling worden gebruikt, kunnen de implementatie van deze toepassingen faciliteren. De NZa werkt daarom met veldpartijenpartijen aan een kennisbank waarin de pre-concurrentiele ontwerpcriteria van de gebruikte bundelontwerpen centraal beschikbaar worden gesteld. Gezamenlijke inkoop ict  Als zorgaanbieders elkaar meer opzoeken bij de gezamenlijke inkoop van ict staan ze sterker en hebben zij meer mogelijkheden om de specifieke gebruikerswensen af te dwingen. De NZa gaat  daarover in gesprek met het zorgveld voor goede voorbeelden. Transparantie e-health prestaties De NZa verwacht dat meer transparantie over het gebruik van de beschikbare e-health prestaties positieve effecten heeft. Daarom gaat ze o.a. een informatiekaart uitbrengen over het tele-consult dat per 2018 is ingevoerd in de ziekenhuiszorg. De NZa hoopt dat het delen van dergelijke informatie leidt tot vervolgvragen over voorkomen van (duurdere) zorg, verplaatsen van zorg dichterbij mensen thuis en vervangen van zorg door b.v. e-health. Arbeidsbesparende technologie Het personeelstekort in de langdurige zorg is zorgwekkend....

Lees Verder
Congres Goed Gebruik Geneesmiddelen op 4 april a.s.
feb20

Congres Goed Gebruik Geneesmiddelen op 4 april a.s.

Op donderdag 4 april a.s. organiseert ZonMw het jaarlijkse congres Goed Gebruik Geneesmiddelen, met als thema: ‘Geneesmiddelen in de praktijk’. Dit GGG-congres richt zich met dat thema op de actualiteit rondom gepast gebruik van geneesmiddelen. Op deze dag staat het delen van kennis en het opdoen van inspiratie centraal. De diverse aspecten en gebieden rondom geneesmiddelengebruik komen uitgebreid aan bod. Daarbij wordt gekeken op welke wijze geneesmiddelen kunnen worden ingezet om het medicatiegebruik voor de patiënt te optimaliseren. Waar liggen kansen op samenwerking, wat zijn de mogelijkheden voor geïntegreerde aanpak en hoe kunnen ontwikkelingen en innovaties worden gestimuleerd? Plenaire start Het congres start plenair met het thema: ‘Voorkomen beter dan genezen? De waarde van preventieve geneesmiddelen’. Drie sprekers geven ieder vanuit hun eigen aandachtsgebied hun visie hierop. Ab Osterhaus spreekt over het rijksvaccinatieprogramma en de waarde van vaccinatie in de praktijk. Hanneke Schuitemaker richt zich op het ontwikkelen van vaccins voor global health problemen, zoals ZIKA en HIV. Welke uitdagingen zijn er en hoe gaat een bedrijf als Janssen daar mee om? Tenslotte neemt Philip Scheltens de aanwezigen mee in hoe het zorglandschap zich moet voorbereiden op de komst van geneesmiddelen bijvoorbeeld ter preventie van dementie. Hoe gaan we de impact meten en waarderen? Specifiek voor eerstelijnsprofessionals Een deel van de inhoud van het congres, zowel plenair als in de subsessies, is gericht op eerstelijnszorgprofessionals. Er zijn zelfs enkele subsessies specifiek bedoeld voor huisartsen, waaronder ontwikkelingen rondom medicatie in de eerste lijn. Alle geïnteresseerden mogen zich hiervoor inschrijven, maar aanmeldingen van huisartsen krijgen daarbij voorrang. Voor het GGG-congres vormt de aanwezigheid van eerstelijnszorgprofessionals een mooie aanvulling op de reeds bestaande diversiteit van de aanwezigen. Netwerken Het congres biedt volop mogelijkheden en ruimte om te netwerken. Op de aanmeldwebsite is het mogelijk om een afspraak te maken met andere congresbezoekers. Daarvoor is er een speciale netwerkruimte aanwezig. Samenwerkende organisaties Het programma is dit jaar voor het eerst opgesteld in samenwerking met het Nederlands Huisartsengenootschap (NHG), Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM), Bijwerkingencentrum Lareb, College ter Beoordeling Geneesmiddelen (CBG), Zorginstituut Nederland (ZIN) en Geneesmiddelenbulletin (GeBu). Alle informatie Het congres vindt plaats in de Beurs van Berlage te Amsterdam. De dagvoorzitter is Inge Diepman. Deelname aan het congres is kosteloos. Wel dient u zich vooraf in te schrijven. Dat kan t/m 27 maart a.s. Zie het volledige programma, met alle gegevens en het inschrijfformulier.   Bron:...

Lees Verder
Patiëntenfederatie start landelijke actie stop de pillenchaos
feb20

Patiëntenfederatie start landelijke actie stop de pillenchaos

Onder het motto stop de pillenchaos is de Patiëntenfederatie gestart met een landelijke actie die duidelijk maakt dat veel mensen last hebben van de chaos rondom medicijnen. De Patiëntenfederatie roept partijen op gezamenlijk de chaos op te lossen: van grondstoffenleverancier, via fabrikant en groothandel tot de apotheek, evenals VWS, de Inspectie Gezondheid en Jeugd en zorgverzekeraars. Via de website stopdepillenchaos.nl, social media en twitter onder #stopdepillenchaos roept de federatie mensen op de actie te ondersteunen. Daarnaast heeft de federatie een manifest uitgebracht onder dezelfde titel, waarin ze haar actie nader toelicht. Medicatie niet aanwezig Uit onderzoek van Patiëntenfederatie Nederland onder bijna 10.000 zorgpanelleden blijkt dat in 2018 de helft van de mensen bij de apotheek in eerste instantie hoorde dat zijn medicijn er niet was. Soms kwam het een dag later, soms na een week en soms helemaal niet. Dit met alle mogelijke gevolgen van dien, stelt de federatie. Mensen slikken even niets, halveren een dosis of lenen bij anderen. Terwijl het fnuikend is voor de medicatietrouw als het eigen middel niet wordt geleverd. Patiënten krijgen dan weliswaar een ander middel met dezelfde werkzame stof, maar ondervinden daar vaak last van. Vijf voor twaalf Volgens de Patiëntenfederatie voelt niemand zich verantwoordelijk voor deze problematiek. Ze schrijft: ‘Alle partijen – fabrikanten, groothandels en apotheken – wijzen naar elkaar als een medicijn er niet is voor de patiënt’. Patiëntenfederatie Nederland wil dat alle partijen zich verantwoordelijk voelen voor het tijdig en voldoende leveren van de juiste medicijnen voor de individuele patiënt. En tegen een redelijke prijs. Het gaat de patiënt om zijn gezondheid en kwaliteit van leven. Iedere partij moet verantwoordelijkheid nemen. De organisatie roept daarom alle partijen op samen te werken. ‘Help de chaos rondom prijs en beschikbaarheid van medicijnen nu voor eens en voor altijd de wereld uit. Het is voor veel patiënten letterlijk vijf voor twaalf’, aldus de federatie. Bron: Patiëntenfederatie Nederland...

Lees Verder
Blue Monday
feb20

Blue Monday

Blue Monday, de meest depressieve dag van het jaar, bedacht door – zoals Wikipedia vermeldt – een Brits psycholoog met een door hem zelf ontwikkelde formule. Maandag 21 januari jl. was de dag waarop significant meer mensen zich treurig of neerslachtig voelden. Goede voornemens zijn mislukt, vakanties laten nog lang op zich wachten, de dagen zijn donker en maandag is sowieso al niet de beste dag als begin van de werkweek. Een wetenschappelijke onderbouwing, daar houden we als professionals van en al helemaal als die, naast een theorie, ook nog een heuse formule (zie hierboven) kent. Er is, in het geval van Blue Monday, echter echt geen verdere research nodig om te begrijpen dat deze theorie in de gehele wetenschappelijke wereld als absurd wordt weggezet: niet correct onderbouwd, daarom niet waar en dus kunnen we die theorie gewoon weer vergeten. Er bestaat niet zoiets als Blue Monday. En toch was het ook dit jaar weer Blue Monday en werd, zoals ieder jaar, de maandag van de laatste volledige week van januari wederom een media hype en werd er, ondanks het ontbreken van wetenschappelijk bewijs, goed aan dit fenomeen verdiend. Want hoe waardevol én essentieel wetenschappelijke onderbouwing van onze richtlijnen en standaarden voor ons als professionals is, zo waardeloos lijkt deze bewijslast voor de wereld buiten de zorg. Mensen geloven maar al te graag wat de wereld om hen heen hen voorspiegelt en zijn gevoelig voor verhalen die, los van wetenschappelijke onderbouwing en formules, vorm geven aan hun Blue Monday. We herkennen toch allemaal het uitdoven van de goede voornemens, vakanties die nog ver achter de winterse horizon liggen en de grauwe, lange druilerige januaridagen. En zo bestaat Blue Monday dus toch. Die wereld, vormgegeven door verhalen met of zonder wetenschappelijke formules, stuurt ons handelen en wekt verwachtingen bij ons allemaal. En met al die verhalen en verwachtingen komen patiënten bij ons met hun zorgvraag. We kunnen dan natuurlijk uitleggen dat een deel van die verwachtingen voort komt uit, niet wetenschappelijk bewezen, concepten. Maar net als bij Blue Monday gaat het niet om het bewijs, maar om het inspelen op verwachtingen. Bedrijven buiten de zorg hebben dit concept goed begrepen en doen er hun profijt mee. Wetenschap zal altijd de basis moeten zijn voor onze expertise, maar om onze patiënten echt goed te begrijpen, zullen we ook de wereld van verwachtingen en beelden – gevormd buiten onze vakgebieden om – een plek moeten geven in het begeleiden en adviseren van de patiënt. En als Blue Monday echt bestaat dan kan het de rest van het jaar alleen maar beter worden, toch ook wel een fijn...

Lees Verder
Jonge patiënten in actie tegen seroxat
feb19

Jonge patiënten in actie tegen seroxat

Een groep patiënten die in hun jeugd het antidepressivum seroxat hebben gebruikt, komt in actie tegen fabrikant GlaxoSmithKline (GSK). De groep van tussen de 20 en 25 mensen wil dat de farmaceut ook voor hen erkent dat het middel bij jongeren tot ernstige bijwerkingen kan leiden, zoals agressie en een verhoogde kans op zelfdoding. De rechter stelde vorig jaar één patiënt met diezelfde aanklacht in het gelijk. Dat bevestigen advocaat Ron Lensen en Judith Dingemanse van de Stichting SeroxatClaim na berichtgeving in de Volkskrant. Het nieuws over de mogelijke claim tegen fabrikant GlaxoSmithKline heeft zich snel verspreid in de media. De Stichting SeroxatClaim is opgericht door Gerard Eggebeen, gedupeerde van het gebruik van seroxat op jeugdige leeftijd. Hij besloot een rechtszaak aan te spannen tegen GSK en won die. De rechter oordeelde in mei 2018 dat GSK inderdaad onrechtmatig gehandeld heeft door in het verleden niet te waarschuwen voor negatieve bijwerkingen bij gebruik door jongeren. GlaxoSmithKline in hoger beroep gegaan tegen deze uitspraak, die zaak loopt nog. Bijsluiter Volgens advocaat Lensen leidt seroxat in het puberbrein tot blijvende en onherstelbare schade. Het middel ontregelt in de hersenen het centrum dat over stemmingswisselingen gaat, waardoor depressies steeds heftiger worden en steeds moeilijker te behandelen. GSK wist al in 2001 dat het middel dat effect bij jongeren had, maar verzuimde daarvoor te waarschuwen. Volgens de advocaat is de bijsluiter nu wel voorzien van een waarschuwing. Uitnodiging voor gesprek Lensen zegt het bedrijf eerst per brief uit te nodigen voor een gesprek. Gaat GSK daar niet op in, dan volgen eind april of begin mei juridische stappen. Naast erkenning van aansprakelijkheid, wordt dan ook een schadevergoeding geëist.   Bronnen: ANP, Stichting SeroxatClaim, Omroep Zeeland...

Lees Verder
Medicijnjournaal februari 2019
feb19
Lees Verder
Zorgverleners: bereid u voor op een harde Brexit
feb18

Zorgverleners: bereid u voor op een harde Brexit

Komt er wel of geen deal tussen de Europese Unie (EU) en het Verenigd Koninkrijk (VK)? Dé grote vraag voor iedereen en er is nog geenszins duidelijkheid over. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) vraagt zorgverleners om rekening te houden met een no-deal scenario en alvast voorbereidingen te treffen. Want in dat geval kunnen zich direct een aantal problemen voordoen in de beschikbaarheid van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen. Zo kunnen deze producten bijvoorbeeld vast komen te staan bij de grens en kan de geldigheid van door het VK afgegeven certificaten rondom productie en distributie van geneesmiddelen in het geding komen. Verder kunnen er gevolgen zijn voor de diensten in de zorg, zoals onderhoudscontracten voor medische apparatuur. Of (patiënten)data in de ‘cloud’  staan op servers van IT-aanbieders in het VK. Inventarisatie Zorgaanbieders zijn altijd zelf verantwoordelijk voor de continuïteit van goede en veilige zorg. Daarom vraagt IGJ zorgbestuurders zo snel mogelijk een inventarisatie te maken van geneesmiddelen en producten uit het Verenigd Koninkrijk en op zoek te gaan naar alternatieven. Zijn er eventueel geneesmiddelen of medische hulpmiddelen die u gebruikt die uit het VK komen? Heeft u onderhoudscontracten met partijen uit het VK? Vraag het uw leveranciers. Met vragen over de locatie van opgeslagen patiëntgegevens kunt u het beste contact opnemen met uw ICT-leveranciers. Productie- en doorvoerland Het VK heeft een belangrijke positie in de geneesmiddelen- en medisch technologische sector, omdat het een belangrijk productie- en doorvoerland is, een grote rol speelt bij kwaliteitscontrole, als ook op het gebied van markttoelating en toezicht. In het no-deal scenario kunnen er mogelijk leveringsproblemen ontstaan met geneesmiddelen en medische hulpmiddelen. Daarnaast kan een no-deal gevolgen hebben voor producten die al op de Nederlandse markt aanwezig zijn. Zo kan bijvoorbeeld een CE-markering van een medisch hulpmiddel dat in de handel wordt gebracht na 29 maart 2019 niet meer geldig zijn, doordat deze is afgegeven door een Engelse keuringsinstantie. Met betrekking tot geneesmiddelen gaat het bijvoorbeeld over de geldigheid van certificaten rondom productie van geneesmiddelen. Beschikbaarheid geneesmiddelen en medische hulpmiddelen De IGJ zorgt ervoor dat de beschikbaarheid van kritische geneesmiddelen wordt bevorderd door waar nodig, in het kader van een tijdelijk (dreigend) geneesmiddelen tekort, op basis van artikel 3.17a Regeling Geneesmiddelenwet toestemming te geven aan fabrikanten, groothandelaren of apotheekhoudenden om een alternatief vergelijkbaar geneesmiddel uit het buitenland te betrekken, waarvoor in Nederland geen vergunning is verleend en waarvoor geen adequaat medicamenteus alternatief in de handel is. Het CBG inventariseert voor welke van de kritische geneesmiddelen er geen alternatieven beschikbaar zijn. Voor medische hulpmiddelen kan de minister op advies van de IGJ in uitzonderingssituaties ontheffing verlenen voor het in de handel brengen van medische hulpmiddelen en...

Lees Verder
Ruud Coolen van Brakel (IVM): De eerste lijn op de kop
feb18

Ruud Coolen van Brakel (IVM): De eerste lijn op de kop

De farmaceutische zorg kantelt. Nieuwe technologie zet de wereld van de huisarts en apotheker op de kop. “Over tien jaar bestaat de traditionele taakinvulling van de huisarts en van de apotheker niet meer”, voorspelt Ruud Coolen van Brakel, directeur van het Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM). Het interview vindt plaats net voordat de e-health week losbarst. De week waarin de zorg zo graag de ambities laat zien als het gaat om digitale ondersteuning van de patiënt. Met als doel dat patiënten makkelijker toegang krijgen tot zorg en meer inzicht in de eigen gezondheid. Van beeldbellende zorgverleners tot online medicatiereview. Hoewel de laatste e-health monitor van Nictiz wederom laat zien dat het niet echt storm loopt met de impact van nieuwe technologie op huisarts en apotheker voorspelt Ruud Coolen van Brakel grote veranderingen in de farmacotherapeutische zorg. Juist onder invloed van nieuwe technologie als e-health. Ruud Coolen van Brakel is de personificatie van goed, veilig en betaalbaar medicijngebruik in ons land. Als directeur van het Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM) profileert hij zich als dé onafhankelijke instantie die huisarts en apotheker ondersteunt in doelmatige farmaceutische zorg. “De zorg bevindt zich op een kantelpunt. We gaan namelijk enorme stappen zetten op het gebied van artificiële intelligence en medische technologie waardoor over tien jaar het werk en de wereld van de zorgverlener in de farmaceutische zorg er compleet anders uit ziet. Over tien jaar bestaat de traditionele taakinvulling van de huisarts en van de apotheker niet meer. Daarvan ben ik overtuigd.” En dat terwijl alle onderzoeken laten zien dat er maar weinig verandert in de zorg. “Wij overschatten in de zorg wat er in één jaar gebeurt, maar we onderschatten wat er binnen tien jaar daadwerkelijk verandert. De komende tijd gaat er ongelooflijk veel veranderen. Ik hoor de bekende reacties al als ik dit voorspel: ach, dat zal niet zo’n vaart lopen allemaal. Maar deze verandering heeft impact op apothekers, huisartsen én op het gedrag van patiënten. Zo zullen intelligente systemen de primaire taak van de huisarts overnemen: het stellen van een diagnose doet straks niet meer de huisarts maar geautomatiseerde systemen. Een mooi voorbeeld is het Babylon-systeem dat voor Britse dokters diagnoses stelt.” Door de rekenkracht van computers te combineren met medische expertise van ervaren huisartsen en specialisten is in Groot-Brittannië een geautomatiseerd systeem gebouwd dat een deel van het werk van huisartsen overneemt. Babylon koppelt ingevoerde symptomen en risicofactoren aan een diagnose. Britse dokters die het systeem gebruiken scoren gemiddeld 72% goed in de test van het Royal College of General Practitioners (RCGP). En ook de triagescore ligt met 81 procent hoog. Vanaf dit jaar kunnen zorgconsumenten in het bezit van een...

Lees Verder
Pagina 1 van 212