Drijfveren: Goede zorg heeft tijd nodig
feb27

Drijfveren: Goede zorg heeft tijd nodig

In ‘Drijfveren’ spreken we met huisartsen en apothekers over hun vak, ambities en keuzes die ze dagelijks maken. Oftewel: ‘Wat bezielt uw collega?’ In deze editie: Sietse Crop, huisarts in Leidschenda. Ik zit in de wachtkamer van Huisartsenpraktijk Crop in Leidschendam. Een mevrouw naast me begint een gesprek. ‘Bent u ook patiënt bij dokter Crop? Nee? Nou dat is jammer. Het is een hele fijne dokter. Hij zit hier nog niet zo lang, ik geloof bijna vier jaar. Jonge vent, jong gezin met vijf kinderen. Het is heel belangrijk dat je een huisarts hebt waarop je kunt vertrouwen. Niet dan? Ja toch!’ Sietse Crop is inderdaad jong maar ondanks zijn leeftijd heeft hij iets wijs, iets geruststellends over zich. Hij neemt de tijd, vertelt graag en zet zich met ziel en zaligheid in voor patiënten. Sietse: “In de loop van de jaren ben ik erachter gekomen dat ik niet alleen het medisch gedeelte van het vak interessant vind juist de sociale kant. Ik spreek liever niet over patiënten maar over mensen van wie ik de huisarts ben.” Sietse Crop is zeven jaar huisarts. Hij begon als waarnemer, later als praktijkhoudend huisarts van een praktijk met 2015 patiënten. Sietse: “De periode waarin ik waarnam was erg leerzaam. Ik kreeg een kijkje in de keuken van verschillende huisartsen en dacht: ‘wat zijn goede dingen en wat zou ik zelf anders doen?’ Ik heb mijn opleiding geneeskunde in Rotterdam gevolgd en zou zo weer dezelfde studiekeuze maken. Tijdens mijn coschappen in Goes kreeg ik de aanbieding om, zodra ik mijn diploma op zak had, een tijdje als poortarts op de spoedeisende hulp te komen werken. Dat heb ik twee jaar gedaan en ik heb er veel geleerd. Het heeft me gevormd in hoe ik nu op eigen-wijze en zelfstandig mijn praktijk run. Het belangrijkste wat ik in die periode heb geleerd, is het besef dat je als arts een bijzonder vak hebt, waarbij je je moet realiseren dat je het meest waarde­volle van iemand in handen krijgt: gezondheid. Je kunt veel geld hebben maar als je ziek bent is het niets waard. Gezondheid is ons grootste goed.” Hoe vertaalt dit besef zich in de dagelijkse praktijk? “Met persoonsgerichte zorg met oog voor de individuele patiënt en ‘patient-centered care’. Door continuïteit van zorg te leveren en bereikbaar te zijn. Door mensen te betrekken bij gezondheidsvraagstukken en keuzes in hun ziekteproces. Ik ga op zoek naar oplossingen en mogelijkheden die passen bij die specifieke persoon. Uiteraard hou ik me aan de wetenschappelijke standaarden, maar ik hou wel ruimte voor nuances. Een therapie die voor de een werkt, hoeft voor de ander niet te werken.”...

Lees Verder
Opnieuw formulieren bijlage 2-geneesmiddelen geschrapt
feb25

Opnieuw formulieren bijlage 2-geneesmiddelen geschrapt

Zorgverzekeraars hebben besloten om per 1 maart aanstaande opnieuw formulieren voor bijlage 2-geneesmiddelen te schrappen. Het gaat in totaal om 10 middelen. Vorig jaar werden al formulieren voor 17 geneesmiddelen geschrapt. De schrapactie past in de ambitie van zorgverzekeraars om zorgverleners te ontzorgen, zodat zij zoveel mogelijk tijd kunnen besteden aan het verlenen van goede zorg. In de praktijk betekent deze schrapactie dat er voor ongeveer 11.000 verzekerden geen formulier meer hoeft te worden ingevuld. Geneesmiddelen waar de minister vergoedingsvoorwaarden aan stelt, staan op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering. Zorgverzekeraars mogen de kosten alleen vergoeden wanneer aan deze voorwaarden wordt voldaan. Zij gebruiken voor de controle formulieren, die de voorschrijvers moeten invullen en die de apotheek controleert en bewaart wanneer de patiënt het geneesmiddel komt ophalen. De volgende formulieren worden per 1 maart a.s. geschrapt: Nr. Bijlage 2 geneesmiddel 28 bosentan 28 ambrisentan 28 macitentan 28 riociguat 28 selexipag 90 pirfenidon 98 febuxostat (alleen nog apotheekcontrole) 102 linaclotide 109 sacubutril/valsartan 113 tolvaptan   Bron: Zorgverzekeraars...

Lees Verder
Jos van Bemmel, huisarts: Pammetje zonder bijwerking? Laat maar doorkomen
feb25

Jos van Bemmel, huisarts: Pammetje zonder bijwerking? Laat maar doorkomen

Column ‘Hello medicijn / Goodbye medicijn’ Van welk medicijn kunnen we ongestraft afscheid nemen en voor welke aandoening of klacht zouden we graag een medicijn hebben dat nog niet voorhanden is? Een eenvoudige vraag met een eenvoudig antwoord. Onwerkzame en gevaarlijke medicijnen kunnen de prullenbak in en nieuwe middelen tegen ernstige aandoeningen zijn welkom. Zo kunnen we afscheid nemen van de homeopathie. En ook van de opiaten omdat die gevaarlijk zijn. We willen wel een panacee tegen kanker. En tegen zielenpijn, eenzaamheid, ongerustheid en veroudering. Helaas is het antwoord toch niet zo eenvoudig. Want als we homeopathie verbieden dan nemen we ook afscheid van geaccepteerde placebo medicijnen. En dat zou jammer zijn, want de gele, rode en blauwe placebopillen van vroeger mogen op ethische gronden niet meer. En opiaten hebben weliswaar ernstige bijwerkingen en je moet ze, zoals bij oxycodon gebeurt, niet rücksichtslos voorschrijven bij rug- en schouderpijn. Maar het is wel een zegen voor terminale patiënten met erge pijn of benauwdheid. Een medicijn tegen ernstige pijn zonder bijwerkingen is dan ook erg welkom. Net als een pil tegen kanker. Als jongen droomde ik ervan om dokter te worden en een pil tegen kanker (toen nog ‘K.’ genoemd) uit te vinden. Helaas… de genese van de verschillende kankersoorten is zo divers dat we een panacee kunnen vergeten. Een pil tegen ouderdom dan? Eeuwige jeugd moet ondraaglijk zijn. Tegen ontluistering? Vergeet het maar. Zonder lijden geen leven. Een pil tegen ongerustheid, de belangrijkste klacht in de spreekkamer van de huisarts? Pammetjes zonder bijwerkingen? Laat maar doorkomen. Een goed middel tegen hongergevoel zou ook een uitkomst zijn, bijvoorbeeld als additief aan zout, zoals jodium indertijd. Of toch maar niet? Zo’n middel zou namelijk niets veranderen aan de onderliggende ongezonde leefstijl. Een goede pil zonder bijwerkingen tegen artrose, ALS of tegen Alzheimer dan maar? De meeste van deze wensen zijn voorlopig een utopie. Laten we eerst duidelijk krijgen welke pillen – de nieuwe zijn vrijwel allemaal oude wijn in nieuwe zakken – zinvol c.q. werkzaam zijn. Onderzoek ernaar vertoont zo veel mankementen en leugens dat we nauwelijks weten of pillen doen waarvoor ze aangeprezen worden. Volgens epidemioloog Ioannidis is het meeste medische onderzoek vertekend, niet relevant, slecht uitgevoerd en weggegooid geld. Laten we beginnen met uitgebreider onafhankelijk onderzoek naar bestaande medicatie. Veel zal placebo blijken of gevaarlijker dan voorgesteld. Onderzoek naar en beoordeling van nieuwe medicijnen moet door onafhankelijke instituten gebeuren, vrij van winstoogmerk en vrij van belangenverstrengeling. Met meer handelingssnelheid, daadkracht en invloed dan de huidige controleurs als het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen ( CBG) en Europees Geneesmiddelen Agentschap (EMA). De farmaceutische miljardenindustrie – de slager die maar al te...

Lees Verder
Regeling Falsified Medicine Directive van kracht
feb22

Regeling Falsified Medicine Directive van kracht

Per 9 februari jl. is de Falsified Medicine Directive (FMD) van kracht. Het doel van dit registratiesysteem is om te voorkomen dat vervalste geneesmiddelen in het reguliere proces van geneesmiddelenverstrekking bij patiënten terecht komen. FMD heeft uitsluitend betrekking op door een arts voorgeschreven geneesmiddelen die via een apotheek aan een patiënt worden afgeleverd. Via deze route komen er in ons land nauwelijks tot geen vervalste medicijnen in omloop. Daarom worden er ook vraagtekens geplaatst bij de verplichte FMD. De invoering heeft nogal wat voeten in aarde. Om goed aan de slag te kunnen, heeft de KNMP voor het apotheekteam drie documenten en een poster beschikbaar gesteld. Het betreft een werkinstructie FMD en een begeleidende flyer. Op de flyer staan afbeeldingen van 2D-codes en verzegelingen die het apotheekteam op verpakkingen kan aantreffen. De flyer is ook in postervorm te downloaden. De KNMP-site bevat tevens een publicatie van de Europese Unie waarop uitzonderingen van FMD-plichtige geneesmiddelen staan vermeld. Op basis van de ervaringen in de eerste maanden worden de werkinstructie en de begeleidende flyer bijgewerkt. Telefonische helpdesk Apothekers kunnen de komende maanden gebruik maken van het speciale FMD-telefoonnummer van de KNM. Op alle werkdagen is van 9.00 tot 17.00 uur deze telefonische helpdesk beschikbaar via het speciale FMD-telefoonnummer 070 3737 410 en per mail via fmd@knmp.nl. Wassen neus De Vereniging Generieke Leveranciers Nederland plaatst in haar persbericht kanttekeningen bij FMD. Ze noemt het een wassen neus. Met als argumentatie dat de unieke identificatiecode niet de distributie van vervalste geneesmiddelen beveiligt die veelal via internet of een niet-reguliere weg zijn verkregen. Met de nieuwe regelgeving zullen vervalste geneesmiddelen niet meer via de apotheek bij een patiënt terecht komen. Echter: “In Nederland worden geen vervalste geneesmiddelen via de apotheek aangeboden aan het publiek,” aldus Jan Broeren, voorzitter Generieke Leveranciers Nederland. “Er is ook geen enkele reden om aan te nemen dat ten gevolge van FMD er minder vervalste geneesmiddelen via internet in omloop komen. Wat wel zorgelijk is, is dat de invoering van de FMD grote kosten met zich meebrengt en die worden omgeslagen naar de medicijnkosten.”   Versterking machtspositie Ook Mark van Houdenhoven stelt in een artikel in de NRC dat de invoering van de FMD niet zal voorkomen dat nepmedicijnen de consument bereiken. Hij stelt dat één klap de machtspositie van de farmaceutische industrie enorm wordt versterkt, zonder dat het oorspronkelijke doel wordt bereikt. Terwijl de kosten voor dit regime, met databases, scanners, verzegeling, training en onderhoud voor ons land alleen al zo’n 60 tot 100 miljoen euro zijn. Fabrikanten van (goedkope) generieke geneesmiddelen kunnen of willen de kosten voor dit systeem niet dragen. Een aantal leveranciers stopt wellicht. Dit leidt tot extra tekorten aan geneesmiddelen. Daarbij: de data...

Lees Verder
10e CAHAG conferentie: Shared decision making – van theorie naar huisartspraktijk
feb22

10e CAHAG conferentie: Shared decision making – van theorie naar huisartspraktijk

Dat behandeling van astma of COPD een grotere kans van slagen heeft als betrokken zorgverleners én de patiënt samen tot een passend beleid komen, is alom bekend. Shared decision making is echter slechts het begin, zo werd onlangs benadrukt tijdens de tiende CAHAG conferentie (COPD & Astma Huisartsen Advies Groep); ook nauwlettende monitoring van de zorgverlener is bepalend voor de behandelingsuitkomst. Maar uit reacties van de aanwezige huisartsen kon worden opgemaakt dat dit in de klinische praktijk nog ver van de dagelijkse werkelijkheid is. Een lange dag bomvol presentaties over de laatste ontwikkelingen op het gebied van astma & COPD; de hierin gespecialiseerde onderzoekers, huisartsen en andere zorgverleners halen hun hart zichtbaar op tijdens de jaarlijkse CAHAG conferentie. De reacties op diverse sociale media daags na de bijeenkomst die medio januari in Zeist plaatsvond, zijn louter lovend in superlatieven. Shared decision making was deze keer het thema; voordrachten liepen uiteen van eHealth-applicaties, tot medicatietrouw, zelfhulpprogramma’s, vernieuwde inhalatietechniek-instructies en het gesprek in de palliatieve fase bij COPD-patiënten. Shared decision making Hoewel onderzoek naar betere medicatie en -behandeling onontbeerlijk blijft, is er al veel gewonnen met het realiseren van therapietrouw en correcte medicatie-inhalatie. Veel nieuwe studies richten zich dan ook hier op. Zo hielden Janwillem Kocks en Esther Metting een duo-presentatie over hun onderzoek naar shared decision making rond het kiezen van de juiste inhalator. Een optimale match tussen patiënt en inhalator resulteert namelijk niet alleen in effectievere medicatie-inhalatie, maar ook in meer therapietrouw. Kocks en Metting lieten zien dat de technieken om dit te realiseren, verrassend basaal en eenvoudig zijn; adequate begeleiding door de zorgverlener speelt een cruciale rol. Kocks, onder meer huisarts, hoofd van GPRI (General Practitioners Research Instituut) en sinds kort hoogleraar Inhalatiemedicatie in Singapore, vroeg na het tonen van een filmpje waarin een oudere astmapatiënt loopt te stuntelen met zijn inhalator: “Hoe vaak neem je als huisarts bij een astma- of COPD-patiënt de tijd om nog eens de inhalatie-instructie door te nemen? Hoe vaak check je of de inhalator wel de meest geschikte is voor de patiënt?” De stilte die op Kocks’ vraag volgde, was veelbetekenend. Nog geen procent van de huisartsen doet dit, zo rekende hij snel uit. Kocks: “Ik doe dit nu sinds een jaar of vijf wel en ik heb daarmee veel geleerd over de werkelijkheid rond inhaleren; het gaat heel vaak fout. Waar ik voorheen de dosis zou hebben verhoogd, bereik ik nu met een aanpassing van de inhalator of het doen van een inhalatie-instructie wel mijn doel, namelijk een verbetering van de situatie.” Primen en framen Metting, als onderzoekster verbonden aan GRIAC Primary Care (de eerstelijnspoot van het Groningen Research Institute for...

Lees Verder
Nadrukkelijke inzet NZa op e-health
feb21

Nadrukkelijke inzet NZa op e-health

Eerder dit jaar signaleerde de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) dat innovatieve zorg en e-health nog te vaak blijft steken in kleinschaligheid. Het opschalen door zorgaanbieders gaat moeizaam, ook bij bewezen goede voorbeelden. Er is een brede versnelling nodig, stelt de autoriteit. Daarom blijft ze de komende tijd aandacht vragen voor de mogelijkheden van e-health. Zo gaat de NZa in gesprekken met verzekeraars en zorgkantoren gericht vragen hoe deze bij de zorginkoop e-health en andere innovatieve zorg bevorderen.  In een brief aan VWS heeft de NZa haar plannen op een rijtje gezet. Deze bevatten o.a.: Declaratie thuiszorgtechnologie De NZa wil bij de wijkverpleging en langdurige zorg de mogelijkheden van declaratie van zorg op afstand door thuiszorgtechnologie tegen het licht houden. En daarbij onderzoeken welke aanpassing van de regels in deze sectoren per 2020 het implementeren en opschalen van thuiszorgtechnologie via bekostiging kan stimuleren. Substitutie naar eerste lijn De NZa heeft het kabinet geadviseerd om de tarieven voor eerstelijnsdiagnostiek (waaronder verplaatste zorg, zoals teledermatologie) op korte termijn vrij te gegeven. Dus een vrij tarief in plaats van een maximumtarief. Is dat per 2020 het geval, dan besteedt de NZa daar extra aandacht aan in de communicatie, om zo de substitutie naar de eerste lijn via e-health verder te stimuleren. Zorgplicht Bewezen e-health toepassingen moeten snel landelijk worden gestimuleerd als logisch onderdeel van zorg door alle zorgverzekeraars en zorgkantoren. Zij hebben hier een zorgplicht en kunnen hierop worden aangesproken. De NZa neemt e-health/innovatie als nieuw terugkomend thema mee in haar periodieke gesprekken die door de directie Toezicht en Handhaving worden uitgevoerd. Contractmodellen met gebundelde betaling Met name bij patiënten met chronische ziekten kunnen e-health toepassingen -bijvoorbeeld zorg op afstand- de zorg beter en efficiënter maken. Echter: het toepassen van e-health is voor de zorgaanbieder niet altijd lonend. Contractmodellen waarin gebundelde betaling worden gebruikt, kunnen de implementatie van deze toepassingen faciliteren. De NZa werkt daarom met veldpartijenpartijen aan een kennisbank waarin de pre-concurrentiele ontwerpcriteria van de gebruikte bundelontwerpen centraal beschikbaar worden gesteld. Gezamenlijke inkoop ict  Als zorgaanbieders elkaar meer opzoeken bij de gezamenlijke inkoop van ict staan ze sterker en hebben zij meer mogelijkheden om de specifieke gebruikerswensen af te dwingen. De NZa gaat  daarover in gesprek met het zorgveld voor goede voorbeelden. Transparantie e-health prestaties De NZa verwacht dat meer transparantie over het gebruik van de beschikbare e-health prestaties positieve effecten heeft. Daarom gaat ze o.a. een informatiekaart uitbrengen over het tele-consult dat per 2018 is ingevoerd in de ziekenhuiszorg. De NZa hoopt dat het delen van dergelijke informatie leidt tot vervolgvragen over voorkomen van (duurdere) zorg, verplaatsen van zorg dichterbij mensen thuis en vervangen van zorg door b.v. e-health. Arbeidsbesparende technologie Het personeelstekort in de langdurige zorg is zorgwekkend....

Lees Verder
Congres Goed Gebruik Geneesmiddelen op 4 april a.s.
feb20

Congres Goed Gebruik Geneesmiddelen op 4 april a.s.

Op donderdag 4 april a.s. organiseert ZonMw het jaarlijkse congres Goed Gebruik Geneesmiddelen, met als thema: ‘Geneesmiddelen in de praktijk’. Dit GGG-congres richt zich met dat thema op de actualiteit rondom gepast gebruik van geneesmiddelen. Op deze dag staat het delen van kennis en het opdoen van inspiratie centraal. De diverse aspecten en gebieden rondom geneesmiddelengebruik komen uitgebreid aan bod. Daarbij wordt gekeken op welke wijze geneesmiddelen kunnen worden ingezet om het medicatiegebruik voor de patiënt te optimaliseren. Waar liggen kansen op samenwerking, wat zijn de mogelijkheden voor geïntegreerde aanpak en hoe kunnen ontwikkelingen en innovaties worden gestimuleerd? Plenaire start Het congres start plenair met het thema: ‘Voorkomen beter dan genezen? De waarde van preventieve geneesmiddelen’. Drie sprekers geven ieder vanuit hun eigen aandachtsgebied hun visie hierop. Ab Osterhaus spreekt over het rijksvaccinatieprogramma en de waarde van vaccinatie in de praktijk. Hanneke Schuitemaker richt zich op het ontwikkelen van vaccins voor global health problemen, zoals ZIKA en HIV. Welke uitdagingen zijn er en hoe gaat een bedrijf als Janssen daar mee om? Tenslotte neemt Philip Scheltens de aanwezigen mee in hoe het zorglandschap zich moet voorbereiden op de komst van geneesmiddelen bijvoorbeeld ter preventie van dementie. Hoe gaan we de impact meten en waarderen? Specifiek voor eerstelijnsprofessionals Een deel van de inhoud van het congres, zowel plenair als in de subsessies, is gericht op eerstelijnszorgprofessionals. Er zijn zelfs enkele subsessies specifiek bedoeld voor huisartsen, waaronder ontwikkelingen rondom medicatie in de eerste lijn. Alle geïnteresseerden mogen zich hiervoor inschrijven, maar aanmeldingen van huisartsen krijgen daarbij voorrang. Voor het GGG-congres vormt de aanwezigheid van eerstelijnszorgprofessionals een mooie aanvulling op de reeds bestaande diversiteit van de aanwezigen. Netwerken Het congres biedt volop mogelijkheden en ruimte om te netwerken. Op de aanmeldwebsite is het mogelijk om een afspraak te maken met andere congresbezoekers. Daarvoor is er een speciale netwerkruimte aanwezig. Samenwerkende organisaties Het programma is dit jaar voor het eerst opgesteld in samenwerking met het Nederlands Huisartsengenootschap (NHG), Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM), Bijwerkingencentrum Lareb, College ter Beoordeling Geneesmiddelen (CBG), Zorginstituut Nederland (ZIN) en Geneesmiddelenbulletin (GeBu). Alle informatie Het congres vindt plaats in de Beurs van Berlage te Amsterdam. De dagvoorzitter is Inge Diepman. Deelname aan het congres is kosteloos. Wel dient u zich vooraf in te schrijven. Dat kan t/m 27 maart a.s. Zie het volledige programma, met alle gegevens en het inschrijfformulier.   Bron:...

Lees Verder
Patiëntenfederatie start landelijke actie stop de pillenchaos
feb20

Patiëntenfederatie start landelijke actie stop de pillenchaos

Onder het motto stop de pillenchaos is de Patiëntenfederatie gestart met een landelijke actie die duidelijk maakt dat veel mensen last hebben van de chaos rondom medicijnen. De Patiëntenfederatie roept partijen op gezamenlijk de chaos op te lossen: van grondstoffenleverancier, via fabrikant en groothandel tot de apotheek, evenals VWS, de Inspectie Gezondheid en Jeugd en zorgverzekeraars. Via de website stopdepillenchaos.nl, social media en twitter onder #stopdepillenchaos roept de federatie mensen op de actie te ondersteunen. Daarnaast heeft de federatie een manifest uitgebracht onder dezelfde titel, waarin ze haar actie nader toelicht. Medicatie niet aanwezig Uit onderzoek van Patiëntenfederatie Nederland onder bijna 10.000 zorgpanelleden blijkt dat in 2018 de helft van de mensen bij de apotheek in eerste instantie hoorde dat zijn medicijn er niet was. Soms kwam het een dag later, soms na een week en soms helemaal niet. Dit met alle mogelijke gevolgen van dien, stelt de federatie. Mensen slikken even niets, halveren een dosis of lenen bij anderen. Terwijl het fnuikend is voor de medicatietrouw als het eigen middel niet wordt geleverd. Patiënten krijgen dan weliswaar een ander middel met dezelfde werkzame stof, maar ondervinden daar vaak last van. Vijf voor twaalf Volgens de Patiëntenfederatie voelt niemand zich verantwoordelijk voor deze problematiek. Ze schrijft: ‘Alle partijen – fabrikanten, groothandels en apotheken – wijzen naar elkaar als een medicijn er niet is voor de patiënt’. Patiëntenfederatie Nederland wil dat alle partijen zich verantwoordelijk voelen voor het tijdig en voldoende leveren van de juiste medicijnen voor de individuele patiënt. En tegen een redelijke prijs. Het gaat de patiënt om zijn gezondheid en kwaliteit van leven. Iedere partij moet verantwoordelijkheid nemen. De organisatie roept daarom alle partijen op samen te werken. ‘Help de chaos rondom prijs en beschikbaarheid van medicijnen nu voor eens en voor altijd de wereld uit. Het is voor veel patiënten letterlijk vijf voor twaalf’, aldus de federatie. Bron: Patiëntenfederatie Nederland...

Lees Verder
Blue Monday
feb20

Blue Monday

Blue Monday, de meest depressieve dag van het jaar, bedacht door – zoals Wikipedia vermeldt – een Brits psycholoog met een door hem zelf ontwikkelde formule. Maandag 21 januari jl. was de dag waarop significant meer mensen zich treurig of neerslachtig voelden. Goede voornemens zijn mislukt, vakanties laten nog lang op zich wachten, de dagen zijn donker en maandag is sowieso al niet de beste dag als begin van de werkweek. Een wetenschappelijke onderbouwing, daar houden we als professionals van en al helemaal als die, naast een theorie, ook nog een heuse formule (zie hierboven) kent. Er is, in het geval van Blue Monday, echter echt geen verdere research nodig om te begrijpen dat deze theorie in de gehele wetenschappelijke wereld als absurd wordt weggezet: niet correct onderbouwd, daarom niet waar en dus kunnen we die theorie gewoon weer vergeten. Er bestaat niet zoiets als Blue Monday. En toch was het ook dit jaar weer Blue Monday en werd, zoals ieder jaar, de maandag van de laatste volledige week van januari wederom een media hype en werd er, ondanks het ontbreken van wetenschappelijk bewijs, goed aan dit fenomeen verdiend. Want hoe waardevol én essentieel wetenschappelijke onderbouwing van onze richtlijnen en standaarden voor ons als professionals is, zo waardeloos lijkt deze bewijslast voor de wereld buiten de zorg. Mensen geloven maar al te graag wat de wereld om hen heen hen voorspiegelt en zijn gevoelig voor verhalen die, los van wetenschappelijke onderbouwing en formules, vorm geven aan hun Blue Monday. We herkennen toch allemaal het uitdoven van de goede voornemens, vakanties die nog ver achter de winterse horizon liggen en de grauwe, lange druilerige januaridagen. En zo bestaat Blue Monday dus toch. Die wereld, vormgegeven door verhalen met of zonder wetenschappelijke formules, stuurt ons handelen en wekt verwachtingen bij ons allemaal. En met al die verhalen en verwachtingen komen patiënten bij ons met hun zorgvraag. We kunnen dan natuurlijk uitleggen dat een deel van die verwachtingen voort komt uit, niet wetenschappelijk bewezen, concepten. Maar net als bij Blue Monday gaat het niet om het bewijs, maar om het inspelen op verwachtingen. Bedrijven buiten de zorg hebben dit concept goed begrepen en doen er hun profijt mee. Wetenschap zal altijd de basis moeten zijn voor onze expertise, maar om onze patiënten echt goed te begrijpen, zullen we ook de wereld van verwachtingen en beelden – gevormd buiten onze vakgebieden om – een plek moeten geven in het begeleiden en adviseren van de patiënt. En als Blue Monday echt bestaat dan kan het de rest van het jaar alleen maar beter worden, toch ook wel een fijn...

Lees Verder
Jonge patiënten in actie tegen seroxat
feb19

Jonge patiënten in actie tegen seroxat

Een groep patiënten die in hun jeugd het antidepressivum seroxat hebben gebruikt, komt in actie tegen fabrikant GlaxoSmithKline (GSK). De groep van tussen de 20 en 25 mensen wil dat de farmaceut ook voor hen erkent dat het middel bij jongeren tot ernstige bijwerkingen kan leiden, zoals agressie en een verhoogde kans op zelfdoding. De rechter stelde vorig jaar één patiënt met diezelfde aanklacht in het gelijk. Dat bevestigen advocaat Ron Lensen en Judith Dingemanse van de Stichting SeroxatClaim na berichtgeving in de Volkskrant. Het nieuws over de mogelijke claim tegen fabrikant GlaxoSmithKline heeft zich snel verspreid in de media. De Stichting SeroxatClaim is opgericht door Gerard Eggebeen, gedupeerde van het gebruik van seroxat op jeugdige leeftijd. Hij besloot een rechtszaak aan te spannen tegen GSK en won die. De rechter oordeelde in mei 2018 dat GSK inderdaad onrechtmatig gehandeld heeft door in het verleden niet te waarschuwen voor negatieve bijwerkingen bij gebruik door jongeren. GlaxoSmithKline in hoger beroep gegaan tegen deze uitspraak, die zaak loopt nog. Bijsluiter Volgens advocaat Lensen leidt seroxat in het puberbrein tot blijvende en onherstelbare schade. Het middel ontregelt in de hersenen het centrum dat over stemmingswisselingen gaat, waardoor depressies steeds heftiger worden en steeds moeilijker te behandelen. GSK wist al in 2001 dat het middel dat effect bij jongeren had, maar verzuimde daarvoor te waarschuwen. Volgens de advocaat is de bijsluiter nu wel voorzien van een waarschuwing. Uitnodiging voor gesprek Lensen zegt het bedrijf eerst per brief uit te nodigen voor een gesprek. Gaat GSK daar niet op in, dan volgen eind april of begin mei juridische stappen. Naast erkenning van aansprakelijkheid, wordt dan ook een schadevergoeding geëist.   Bronnen: ANP, Stichting SeroxatClaim, Omroep Zeeland...

Lees Verder
Pagina 1 van 212