Automatische pop-up leidt tot meer gebruikerservaringen
mei16

Automatische pop-up leidt tot meer gebruikerservaringen

Als een geneesmiddel op de markt komt, is nog weinig bekend over bijwerkingen en ervaringen in het dagelijks gebruik. Om deze cruciale informatie sneller beschikbaar te krijgen, is het ‘Lareb Intensive Monitoring’ (LIM) ontwikkeld. Deze speciaal ontwikkelde pop-up in het apotheeksysteem zorgt ervoor dat meer patiënten hun ervaringen daaraan toevoegen. LIM is in 2008 ontwikkeld om systematischer ervaringen van patiënten uit te vragen. Dat levert andere informatie op over bijwerkingen, die relevant is voor beslissingen van patiënt en zorgverlener rond het gebruik van een geneesmiddel. Digitale tool Bij de eerste uitgifte van een medicijn is het de bedoeling dat de patiënt een flyer meekrijgt over LIM, maar in de praktijk gebeurt dat niet altijd. De patiënt krijgt al zoveel informatie over het middel zelf. Maar ook als de patiënt wel een flyer meekrijgt, schiet deelname er vaak bij in. Een digitale uitnodiging past veel beter bij de huidige dagelijkse praktijk. Daarom is een automatische pop-up in het apotheeksysteem ontwikkeld. De pop-up, NAlert, verschijnt op het scherm van de assistent zodra er een eerste uitgifte plaatsvindt van een geneesmiddel dat met wordt gevolgd met LIM. De apotheekmedewerker kan de patiënt een e-mail sturen met een uitnodiging om mee te doen. Eigentijdser en effectiever. Grotere deelname LIM De methode is een half jaar getest in 30 apotheken. Het ging om het LIM-onderzoek naar gebruikservaringen met DOAC’s. De resultaten waren erg positief. De deelname aan LIM steeg aanzienlijk. En pilotapothekers vonden de werkwijze goed aansluiten op de huidige manier van werken in de apotheek. Samenwerkingspartijen Lareb heeft voor dit project samengewerkt Service Apotheek en NControl, het bedrijf dat de software doet voor Service Apotheek. Meer informatie Lees op de site van ZonMw het interview met Anne-Marie van Gorp, apotheker en wetenschappelijk beoordelaar bij Bijwerkingencentrum Lareb. Zij was betrokken bij het ZonMw-project ‘Optimaal benutten van patiëntervaringen met behulp van Lareb Intensive Monitoring’. Bron: ZonMW...

Lees Verder
Vragenlijst over FTO-werkmaterialen
mei13

Vragenlijst over FTO-werkmaterialen

Het Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM) wil de FTO-werkmaterialen vernieuwen en nog beter laten aansluiten op de wensen van bestaande en nieuwe gebruikers. Voorbereiders van en deelnemers aan een FTO worden daarom verzocht hun mening te geven. Daartoe heeft het IVM een vragenlijst opgesteld. Daarmee nodigt ze betrokkenen uit om hun mening te geven over welke innovaties hen aanspreken. Ook wil ze graag weten welke eventuele wensen er leven bij FTO-deelnemers. Digitale werkvormen en hulpmiddelen De vragen gaan over vooral over de mate waarin de respondent geïnteresseerd is in de inzet digitale werkvormen en hulpmiddelen voor gebruik tijdens een FTO-bijeenkomst, welke aspecten hij daar mogelijk belangrijk in vindt en waar de voorkeur naar uitgaat. Vul in Met de uitkomsten wil het IVM de FTO-werkmaterialen in de toekomst nog beter laten aansluiten bij uw FTO. Alle voorbereiders van en deelnemers aan een FTO worden nadrukkelijk uitgenodigd om deel te nemen aan de enquête. Het invullen van de vragenlijst duurt ongeveer 10 minuten. Laat uw mening ook horen en doe mee. Bron: IVM  ...

Lees Verder
Pilot om ‘time to patient’ nieuwe geneesmiddelen te verkorten
mei10

Pilot om ‘time to patient’ nieuwe geneesmiddelen te verkorten

Iedereen wil dat innovatieve geneesmiddelen sneller beschikbaar komen. Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) en Zorginstituut Nederland gaan samenwerken om de tijd vanaf registratie t/m vergoeding van een geneesmiddel te verkorten. Dit gebeurt in de pilot ‘Parallelle Procedures CBG-ZIN’. Inzet is te komen tot een meer parallelle procedure voor de registratie- en vergoedingstrajecten. Naast een meer parallelle procedure voor registratie- en vergoedingstrajecten wordt gestreefd naar meer synergie in de procedures en het voorkomen van dubbel werk in de verschillende trajecten. Dit moet de zogeheten ‘time to patiënt’ verkorten. Verschillende procedures, rollen en taken Het registratietraject en het vergoedingstraject kennen heel verschillende procedures. Ook inhoudelijk zijn de rollen en taken van het CBG en het Zorginstituut verschillend. Zo beoordeelt het CBG de kwaliteit, werking en veiligheid van een geneesmiddel voordat zij een handelsvergunning verleent. Het Zorginstituut beoordeelt of apotheek- en ziekenhuisgeneesmiddelen in aanmerking komen voor vergoeding uit het basispakket. Naast de therapeutische waarde van een geneesmiddel beoordeelt het Zorginstituut de indiening van een budget impact analyse (BIA) en een farmaco-economische analyse. Ze oordeelt hiermee over de onderbouwing van de kosteneffectiviteit van een geneesmiddel. Intensievere samenwerking De verschillen in procedures, rollen en taken tussen beide organisaties en het vervroegen van het vergoedingstraject vereist een intensievere samenwerking tussen het CBG en het Zorginstituut. Maar het vergt ook intensievere samenwerking met het bedrijfsleven om zo’n paralleltraject mogelijk te maken. In afwachting van… Binnen deze pilot verkennen de organisaties, samen met de farmaceutische industrie, de mogelijkheden om een parallelle procedure vorm te geven. In samenwerking met onder andere de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen en HollandBIO wordt nu gezocht naar geneesmiddelen die bij het Europees Medicijnagentschap (EMA) worden ingediend en voor een beoordeling door het Zorginstituut in aanmerking komen. CBG en het Zorginstituut verwachten dat de komende twee jaar een beperkt aantal innovatieve geneesmiddelen de pilot zullen doorlopen. Bron: CBG  ...

Lees Verder
Protest en petitie tegen geneesmiddelenbeleid
mei09

Protest en petitie tegen geneesmiddelenbeleid

Ondanks dat de protestactie van 24 apotheken in het Gooi met weinig tromgeroffel gepaard ging, kreeg het veel aandacht in de media. De Gooise apothekers hielden hun deuren op een woensdag tot het middaguur gesloten uit protest tegen geneesmiddelentekorten en het voorkeursbeleid van zorgverzekeraars. Mogelijk krijgt deze vorm van protest navolging in het hele land. Optima Forma is een petitie gestart. Ze wil dat het gesprek aan de balie van een apotheek weer farmaceutisch inhoudelijk is, in plaats van uitleg over medicatietekort of wijzigingen in de geneesmiddelen. Apothekers krijgen steeds vaker te maken met agressie aan de balie. De apothekers in het Gooi wilden met hun stille protestactie daarvoor aandacht vragen. Deelnemende apotheekteams hebben op deze wijze een signaal willen afgeven dat zij niet verantwoordelijk zijn voor de continue doosjeswisselingen en niet-leverbare geneesmiddelen. Uitleg hierover leidt regelmatig tot verbaal of fysiek geweld in de apotheek. De KNMP heeft aangegeven begrip te hebben voor apotheken die meedoen aan deze actie. Petitie Optima Farma is om dezelfde redenen gestart met een petitie. Ze vindt dat door het huidige beleid de patiëntveiligheid in het gedrang komt en wil dat het gesprek in de apotheek weer farmaceutisch inhoudelijk wordt. Ze stelt dat de diverse maatregelen veel impact hebben op het verstrekken van geneesmiddelen en dat daarmee het vertrouwen in de farmaceutische zorg afneemt. Gesprekken over medicijntekorten, wijzigingen in merken, vergoedingen, machtigingen en andere (financiële) zaken betreffende verstrekkingen van geneesmiddelen behoren plaats te vinden aan het loket bij de overheid/zorgverzekeraar en niet bij de balie van de apotheek. Teken ook Optima Farma hoopt dat zoveel mogelijk mensen zich achter de petitie scharen, waarna ze het aan de Tweede Kamer wil aanbieden. Bent u het eens met de tekst, dan kunt u dat hier aangeven. Bronnen: KNMP en Optima Farma...

Lees Verder
Grillige prijsontwikkeling generieke geneesmiddelen
mei07

Grillige prijsontwikkeling generieke geneesmiddelen

De laatste zes maanden zijn de inkoopprijzen van generieke geneesmiddelen met 5,5 procent gestegen. De kosten van spécialités daalden in dezelfde periode met 1,9 procent. Dat blijkt uit berichtgeving van de Stichting Framaceutische Kengetallen (SFK). Apothekers met contracten met zorgverzekeraars, met een vast bedrag voor een vaste hoeveelheid geneesmiddelen, lopen hierdoor het risico dat de vergoeding achterblijft Jaarlijks stelt de minister van VWS in april en oktober maximumprijzen voor receptgeneesmiddelen voor op basis van de Wet Geneesmiddelenprijzen (WGP). De SFK heeft berekend dat de prijzen van receptgeneesmiddelen per 1 april met gemiddeld 0,2% zijn gedaald en dat ze in de maanden daarvoor ongeveer gelijk zijn gebleven. Goedkoper versus duurder De afzonderlijke prijsindices van spécialités en generieke geneesmiddelen maakten in het afgelopen halfjaar een tegengestelde ontwikkeling door: spécialités werden gemiddeld 1,9% goedkoper en de generieke middelen gemiddeld 5,5% duurder. Het prijsniveau voor de generieke markt is daarmee terug op het niveau van januari 2017. De meest opvallende prijsdaling is die van het combinatiepreparaat Orkambi (200/125), een middel bij taaislijmziekte. De lijstprijs daalde in april van dit jaar met 10,9%. Vanwege geheime prijsafspraken tussen de minister en de fabrikant is de werkelijke prijs onbekend. Andere prijsdalingen betreffen het astmacombinatiemiddel salmeterol met fluticason, met een gemiddelde prijsdaling van 8%, de cholesterolverlager ezetimib (al dan niet in vaste combinatie met simvastatine) (-12,7%) en insuline degludec (-7,8%). Grillig verloop De generieke middelen kennen een grillig verloop  De piek in januari 2018 wordt vooral veroorzaakt door prijsstijgingen van Omecat 20 mg (omeprazol) en Pensa 40 mg (pantoprazol). De prijzen van deze twee middelen, die ondanks hun merknamen tot het generieke segment horen, werden in een maand ruim veertien, respectievelijk acht keer zo duur. Stijgende prijzen Bij de generieke geneesmiddelen is sprake van stijgende prijzen over de hele breedte van een segment. Dat is een nieuw fenomeen. Apothekers met contracten met zorgverzekeraars waarin een vast bedrag wordt vergoed voor een vaste hoeveelheid geneesmiddelen, lopen het risico dat de vergoeding achterblijft bij de inkoopprijzen. Bron: Stichting Framaceutische Kengetallen  ...

Lees Verder
Plan aanpak huisartsentekort leidt tot misverstanden
mei07

Plan aanpak huisartsentekort leidt tot misverstanden

Extra stappen zijn noodzakelijk om de huisartsenzorg goed, toegankelijk en aantrekkelijk te houden. Dat heeft geleid tot een plan van aanpak over balans in vraag en aanbod in de huisartsenzorg. Zoals meer stageplaatsen voor PA’s en VS’en. Mogelijke financiële prikkels voor vestiging in bepaalde regio’s. En het aantrekkelijker maken van het praktijkhouderschap, zodat jonge huisartsen sneller daarvoor kiezen in plaats van waarneming.  Het plan van aanpak  is een vervolgstap op het Nivel-Prismant-rapport over deze problematiek, dat afgelopen december is verschenen. De minister heeft dit recentelijk naar de Tweede Kamer verzonden. Daarin staat per thema aangegeven wat er reeds in gang is gezet en welke extra stappen er nodig zijn. Alle thema’s dragen bij aan het overkoepelend thema, namelijk de aantrekkelijkheid van de huisartsenzorg. Waarnemen versus praktijkhouderschap Echter: de suggesties voor oplossingsrichtingen hebben geleid tot behoorlijke discussies. Over het onderscheid tussen de voorstellen uit het Nivel-Prismant-rapport en de daadwerkelijke plannen van LHV en VWS is onduidelijkheid ontstaan. Vooral over de waarneming. Op dit moment kiezen veel nieuwe huisartsen ervoor om te gaan waarnemen, in plaats van een eigen praktijk te beginnen. Ofwel, zoals er staat: waarnemen lijkt op dit moment te aantrekkelijk in verhouding tot het praktijkhouderschap. Er wordt daarom gekeken naar manieren om de ANW-zorg zodanig in te richten dat er meer ruimte ontstaat in de beschikbaarheid van de huisartsen in de dagzorg. Ook de inzet van waarnemers vormt daar onderdeel van. Dit wordt meegenomen in de evaluatie van de agenda acute zorg. Vanuit LHV, InEen en VPH is een voorlichtingscampagne ontwikkeld over het bezoek aan de huisartsenpost. Regiospreiding Een tekort aan huisartsen is in de ene regio groter dan in een andere. Er lopen reeds diverse campagnes, onder andere in Zeeland, Drenthe, Vechtdal en Friesland. De LHV gaat initiatieven delen en VWS gaat de mogelijkheden onderzoeken voor financiële prikkels om vestiging in bepaalde regio’s te stimuleren. Misverstand Bij sommigen is daardoor het beeld ontstaan dat het plan zou zijn om te willen ingrijpen in de vrije markt waarin waarneemtarieven tot stand komen en om aios of huisartsen te dwingen zich in een bepaalde regio te gaan vestigen. De LHV laat in haar berichtgeving weten dat dat absoluut niet het geval is. Ella Kalsbeek, voorzitter LHV: “Wij zoeken naar oplossingen die aan de kern van het probleem raken, wij willen oplossingen die voor alle huisartsen en voor de hele huisartsenzorg bevorderlijk zijn. De oplossingen waar wij voor kiezen, dienen het huisartsenvak aantrekkelijker te maken. Zodat huisartsen met plezier en voldoende tijd voor de patiënt het vak kunnen uitoefenen en zodat jonge mensen daar ook met overtuiging voor blijven kiezen. Daarom zetten we onder andere in op het opleiden van meer huisartsen, op het verlagen van...

Lees Verder
Veldnormen gewenst voor ziekenhuisgerelateerde zorg thuis
mei02

Veldnormen gewenst voor ziekenhuisgerelateerde zorg thuis

Er vindt steeds meer ziekenhuisgerelateerde zorg plaats in de thuissituatie. Dat past in het beleid van zorg dicht bij huis. Deze verplaatsing van de zorg brengt ook risico’s met zich mee. Zo is niet bekend of de veiligheid van de medische technologieën hemodialyse, infuustechnologie en beademing in de thuissituatie voldoende zijn geborgd. Het Nivel heeft daarna een verkennend kwalitatief vervolgonderzoek verricht. Daaruit blijkt dat er geen aanwijzingen zijn voor ongerustheid, maar er is alleen voor de thuisbeademing een veldnorm. Stel die ook op voor hemodialyse en infuustechnologie, luidt het advies. Het gaat bij deze drie medische technologieën (hemodialyse, infuustechnologie en chronische beademing) om een complexe organisatie van zorg. Er zijn meerdere organisaties met veel verschillende gebruikers. Bij kortdurende zorg thuis voert een thuiszorgverpleegkundige meestal de behandeling volledig uit.  Bij langdurige toepassing van hemodialyse thuis of thuisbeademing doen cliënten en mantelzorgers meer handelingen zelf. Echter: alleen voor thuisbeademing is een landelijke veldnorm opgesteld waarin de training van de cliënt en zijn/haar mantelzorger(s) eenduidig is vastgelegd Rol leverancier Ook hebben, anders dan in het ziekenhuis, leveranciers een belangrijke rol. De fabrikant/leverancier levert en installeert de medische technologie bij de cliënt thuis. Een technische dienst is verantwoordelijk voor het onderhoud van de apparatuur en handelt bij storingen. Soms organiseert de fabrikant/leverancier scholing aan zorgprofessionals die met de apparatuur werken. In andere gevallen leveren zij een gespecialiseerde verpleegkundige zorg aan huis. Bij hemodialyse thuis en bij thuisbeademing is bij onderhoud van apparatuur en storingen direct contact tussen cliënten en leveranciers. Bij infuusbehandeling thuis loopt het contact met de leverancier over de apparatuur via de thuiszorgorganisatie van de cliënt. Toezicht Juist door deze werkwijze beschikt de IGJ niet over een overzicht van incidenten met medische technologie in de thuissituatie. Er vindt vaak geen automatische terugkoppeling plaats naar de zorgverleners over incidenten met bepaalde apparatuur. De Inspectie heeft een aantal projecten lopen over hoe dit toezicht het beste vorm kan krijgen. Veldnorm Hoewel de verdeling van taken en verantwoordelijkheden rondom de thuisbehandeling vaak wel staan beschreven in individuele protocollen, is er behoefte aan meer uniformiteit, bijvoorbeeld in de vorm van een veldnorm. Per casus moet worden besloten of en hoe de medische technologie op een veilige manier thuis kan worden toegepast. Dit op basis van o.a. geschiktheid van de zorgomgeving en afspraken over taken, rollen en bekwaamheidseisen voor alle betrokkenen bij de thuisbehandeling. In de veldnorm kunnen ook afspraken worden gemaakt over het melden van incidenten (wie, wat en waar) en hoe incidenten met elkaar worden gedeeld worden. Het Convenant Medische Technologie en de veldnorm voor thuisbeademing kunnen daarbij als startpunt dienen. Meer lezen Zie het Nivel-rapport: Veilige toepassing van complexe medische technologie thuis: een...

Lees Verder
De vriendelijke glimlach van een doorzetter
mei01

De vriendelijke glimlach van een doorzetter

In ‘Drijfveren’ spreken we met huisartsen en apothekers over hun vak, ambities en keuzes die ze dagelijks maken. Oftewel: ‘Wat bezielt uw collega?’ In deze editie: Shahab Zaim Hekmat van de apotheek Pillen en Praten. Het is maandagmorgen. In apotheek Pillen en Praten in de Haagse wijk Leyenburg zit Shahab Zaim Hekmat achter zijn computer. Zodra hij mij ziet, springt hij enthousiast op. Shahab vertelt graag en zijn ambitie is net zo groot als de behoefte om iets voor een ander te betekenen. “Mijn roepnaam is Shahab en sinds kort volg ik de opleiding tot openbaar apotheker specialist in deze apotheek. Bij Pillen en Praten komen mensen niet alleen om geneesmiddelen op te halen. Ze komen ook om een praatje te maken. In dat opzicht zou het ook Pillen óf Praten kunnen heten. Ik heb bewust gekozen voor deze apotheek omdat ze een uitgesproken visie hebben die mij aanspreekt. Ik ben 27. Vind je jong? Welnee mijn tienerjaren behoren definitief tot het verleden en ik tik de dertig al bijna aan.” Shahab klinkt exotisch. Wil je iets vertellen over je achtergrond? Shahab: “Ik ben geboren in Teheran in Iran. Toen ik drie jaar oud was, ben ik samen met mijn moeder en zus het land ontvlucht. Van die reis herinner ik me maar weinig. Mijn moeder en zus des te meer. Mijn vader was al eerder naar Nederland vertrokken om voor ons een toekomst op te bouwen. Hij was toen net zo oud als ik nu ben, mijn moeder was 23. Dat is best heftig om te bedenken. Mijn ouders vertrokken om politieke maar ook om economische redenen. Ze waren ervan overtuigd dat wij in Nederland meer uit het leven konden halen. Zij wilden betere kansen voor ons maar ook voor henzelf creëren.” Wat kun je je nog herinneren van die eerste jaren in Nederland? “Eenmaal in Nederland werden we ondergebracht in een AZC in Dordrecht. Daar zijn we twee jaar gebleven. Vervolgens verhuisden we naar Rotterdam. Inmiddels wonen we alweer vijf jaar in Den Haag. Mijn ouders hebben hard geknokt. Ze lieten hun familie achter en gingen in een land wonen waar ze niemand kenden. Bovendien spraken ze de taal niet. Dat was zeker in het begin moeilijk. En ook al hadden ze zelf de keuze gemaakt om te vertrekken, ze missen hun familie. Dat is een dilemma tot op de dag van vandaag. Ik heb gezien hoe ze alles van de grond af aan hebben opgebouwd. Beginnen met niks. Daar kwam bij dat ze slecht op de hoogte waren van wet- en regelgeving waardoor ze vooral in financieel opzicht behoorlijk wat tegenslagen hebben gehad.” Wat voor invloed...

Lees Verder
Samenwerking huisartsen en drogisten
mei01

Samenwerking huisartsen en drogisten

Huisartsen gaan patiënten doorverwijzen naar drogisten en omgekeerd. Dat gebeurt in de Proeftuinen Zelfzorg in de regio Brummen en Tiel. Het project is een initiatief van het Centraal Bureau Drogisterijbedrijven (CBD). Doel is de onderzoeken of samenwerking tussen huisartsen en drogisten  bijdraagt aan doelmatige zorg bij kleine kwalen.  De proeftuin onderzoekt of, en zo ja hoe, samenwerking tussen huisarts en drogist leidt tot doelmatige zelfzorg. Het moet onderbouwen hoe de burger betere keuzes kan maken bij kleine kwalen, als het gaat om preventie, afwachten, zorgmedicatie, zelfzorg of bezoek aan reguliere zorg. Huisartsen staan open voor ondersteuning door de drogist bij kleine, veelvoorkomende gezondheidskwalen, zo bleek uit onderzoek van Stichting Pharmacon onder huisartsen en consumenten. Bijna de helft (46 procent) van de huisartsen is positief over ondersteuning door de drogist. Vier op de tien consumenten zien afstemming tussen huisarts en drogist ook zitten. Zelfde adviezen Drogisterijen en huisartsen spreken af om over de verkoudheden, hoofd- of buikpijn dezelfde adviezen te geven. Dat gebeurt via zogeheten advieskaarten: schema’s die aangeven wat te doen bij welke klachten of symptomen. Daar staat ook in wanneer je als drogist moet verwijzen naar de huisarts. Andersom zal ook worden verwezen: van de huisarts naar de drogist dus. Spannend Aan de pilot deelnemende huisarts Marcel Kerkhoven noemt de combinatie tussen gezondheid en de commerciële functie van drogisterijen ‘spannend’. “Er moet toch een bepaalde omzet worden gehaald, dus de klant is koning. Daar zit wat huiver.” Dat geldt ook voor de kwaliteit van het personeel. Iemand die op zaterdag achter de kassa zit, doet dat meestal als bijbaantje. “Van zo iemand kun je niet verwachten dat hij voldoende kennis heeft om medische informatie te verstrekken.” Dat is volgens het CBD ook niet de bedoeling. Voor medische informatie kan de klant terecht bij de drogist zelf. Die volgt een opleiding en moet geregeld zijn kennis bijspijkeren. Bewustzijn over zelfzorgmedicatie Kerkhoven: “Als huisartsen zien we dat steeds meer mensen zelfzorgmedicatie gebruiken. Dat ervaren ze niet als medicijn en ze beseffen daardoor onvoldoende de potentiële risico’s als zij iets gebruiken in combinatie met bijvoorbeeld andere medicijnen. Ik hoop dat we gaandeweg met drogisterijen een manier vinden om het bewustzijn rond zelfzorgmedicatie te vergroten.” Drogist versus apotheek Op sociale media reageren overigens veel huisartsen en apothekers verbaasd. Waarom doorverwijzing naar de drogist en niet naar de apotheek die toch ook zelfzorgmiddelen verkoopt. Daar is ook gedegen kennis aanwezig van zelfzorgmiddelen. Apotheker Sander van den Bogert zegt in een artikel in Trouw “De kwaliteit van advisering en medicatiebewaking is bij de drogist lager dan in een apotheek. Bij de drogist krijg je te maken met de caissière die bij vragen hooguit iemand van niveau mbo-4 kan...

Lees Verder