Vernieuwde Horizonscan Geneesmiddelen gepubliceerd
jun14

Vernieuwde Horizonscan Geneesmiddelen gepubliceerd

Om de toegang tot nieuwe geneesmiddelen te stimuleren en versnellen bieden partijen in de zorg en het Zorginstituut met de Horizonscan Geneesmiddelen een openbaar overzicht van geneesmiddelen die op de markt worden verwacht, evenals indicatie-uitbreidingen die de komende twee jaar op de markt komen. Ook geeft de scan een overzicht van de biosimilars en generieke middelen die binnenkort worden verwacht. Op 12 juni jl. is de vernieuwde Horizonscan gepubliceerd met een overzicht aan van toekomstige geneesmiddelen en indicatie-uitbreidingen Doel Horizonscan De Horizonscan richt zich op de intramurale en extramurale geneesmiddelen. Doel is dat er onder meer: kennis over het op de markt komen van (innovatieve) geneesmiddelen wordt gebundeld en voor iedereen toegankelijk is;patiënten, behandelaars, ziekenhuizen, zorgverzekeraars en overheidsorganen op de hoogte zijn van verwachte ontwikkelingen en de mogelijke gevolgen daarvan;zorgverzekeraars en ziekenhuizen op basis van deze informatie hun inkoop beter kunnen organiseren en hun onderhandelingspositie kunnen versterken;behandelaren beter kunnen bepalen wat deze ontwikkelingen betekenen voor het behandelaanbod;het Zorginstituut beoordelingen tijdig kan agenderen en voorbereiden. Gentherapie De gentherapieën vinden steeds meer hun weg naar de praktijk. In de Horizonscan bevinden zich nu 8 van deze producten. Daarvan zijn er twee recent geregistreerd, namelijk Luxturna en Zynteglo. De verwachting is dat in de komende jaren het aantal gentherapieën flink toeneemt. Door de vernieuwende techniek zijn de kosten hoger dan van veel andere geneesmiddelen, – mogelijk tussen 0,5 en 3 miljoen per patiënt per jaar. Dit zal mogelijk impact hebben op de wijze van beoordeling voor toelating tot het verzekerde pakket en de wijze van toepassing. Aanleveren vereenvoudigd Voor farmaceutische bedrijven en het Zorginstituut wordt het proces van aanleveren van informatie vereenvoudigd. Sinds 1 juni 2019, wordt alle informatie vanuit de fabrikant aangeleverd via de Horizonscan. De notificaties, waarmee fabrikanten alvast informatie konden aanleveren in afwachting van een besluit tot beoordeling, is daarmee verweven met de aanlevering voor de Horizonscan die al twee maal per jaar plaatsvindt. De Horizonscan richt zich op de intramurale en extramurale geneesmiddelen en kijkt twee jaar vooruit. Op die manier is er ook voldoende zicht op de ontwikkelingen voor het aankomende inkoop-/contractjaar. De eindverantwoordelijkheid van de Horizonscan ligt bij het Zorginstituut. Lees hier meer over de (achtergrond van) de...

Lees Verder
IVM verzoekt medewerking van huisartsen voor invullen enquête
jun12

IVM verzoekt medewerking van huisartsen voor invullen enquête

Het Transparantieregister Zorg is een website waarop iedereen kan zien of een zorgverlener, ziekenhuis of patiëntenorganisatie een relatie heeft met farmaceutische bedrijven voor bijvoorbeeld het geven van nascholingen of deelnemen aan een adviesraad. Het IVM heeft van het ministerie van VWS de opdracht gekregen om het Transparantieregister Zorg te evalueren. Daarvoor verzoekt ze huisartsen om hieraan mee te werken. Onderdeel van deze evaluatie is het bepalen van de effecten van het Transparantieregister Zorg op huisartsen. Voor deze evaluatie zoekt het IVM huisartsen die een online enquête willen invullen. Zowel huisartsen die bekend zijn met het Transparantieregister Zorg, als huisartsen die niet bekend zijn met het Transparantieregister Zorg, kunnen aan de enquête meedoen. Graag zelfs. Het invullen van de vragenlijst neemt 5 tot 10 minuten in beslag. Financiële banden Het Transparantieregister Zorg heeft als doel de financiële relaties van zorgaanbieders met farmaceutische bedrijven inzichtelijk te maken. In het Transparantieregister Zorg (zie www.transparantieregister.nl) kan iedereen de financiële banden opzoeken van farmaceutische bedrijven met individuele zorgverleners, ziekenhuizen (of andere zorginstellingen) en patiëntenorganisaties. Het betreft bedragen van minimaal € 500. Alvast dank Het IVM dankt alvast alle huisartsen die willen meewerken aan deze enquête. Met uw mening wordt duidelijk in hoeverre eventuele financiële banden van organisaties / zorgverleners met farmaceutische bedrijven effect kunnen hebben op het vertrouwen in en/of verwijzingen naar deze organisaties/zorgverleners. Bron:...

Lees Verder
Bewaarplicht medische dossier van 15 naar 20 jaar
jun11

Bewaarplicht medische dossier van 15 naar 20 jaar

De bewaarplicht voor medische dossiers is verlengd. Was het eerst van vijftien jaar, na instemming van de Eerste Kamer met de WGBO begin juni is dit nu voortaan twintig jaar. De Eerste Kamer heeft er ook mee ingestemd dat nabestaanden onder bepaalde voorwaarden inzage kunnen krijgen in een medisch dossier. Het betreft wijzigingen in de Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst (WGBO). De Tweede Kamer was hiermee reeds in april 2019 akkoord gegaan. De Eerste Kamer heeft hier nu ook mee ingestemd, zonder er verdere vragen over te stellen. Het is als hamerstuk afgedaan. Dus dat wordt voortaan de medische dossiers vijf jaar langer bewaren. Inzage voor nabestaanden Wat betreft de inzage voor nabestaanden in het medisch dossier: minister Bruno Bruins (Medische Zorg) wil met de WGBO-wijzigingen duidelijkheid bieden door te omschrijven in de wet wanneer nabestaanden recht hebben op dossierinzage. Dat is het geval als: – een patiënt bij leven toestemming daarvoor heeft vastgelegd – een zorgaanbieder aangeeft dat er sprake was van een incident – als de nabestaande een zwaarwegend, aannemelijk te maken belang heeft. Bezwaar KNMG De KNMG had hiertegen bezwaar aangetekend, omdat ze vindt dat de optie ‘zwaarwegend belang’ te vee is gericht op het belang van de nabestaanden. Dit bezwaar was dus tevergeefs. Bron: Arts in...

Lees Verder
Folder over fabels en feiten van pijnstilling
jun05

Folder over fabels en feiten van pijnstilling

Veel bewoners van verpleeghuizen of maar ook kwetsbare ouderen thuis lijden pijn. Daardoor bewegen ze minder, vallen sneller, hebben minder eetlust en slapen slechter. Terwijl er in veel gevallen wel iets aan te doen is. Een simpel middel als paracetamol kan een uitkomst zijn. Maar soms zijn mensen daar huiverig voor, vaak vanwege de vele fabels over pijnstillers. Dat je er suf van wordt, dat ze verslavend zijn, of nare bijwerkingen geven. De folder ‘Pijn lijden, niet nodig’ zet feiten over pijnstillers op een rij. De folder ‘Pijn lijden? Niet nodig en is bijna altijd iets aan te doen’ is ontwikkeld door het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM) in samenwerking met tal van organisaties en inhoudsdeskundigen. Het is specifiek bedoeld voor bewoners van verpleeghuizen en hun naasten. Maar het kan ook goed worden gebruikt voor (kwetsbare) ouderen en mensen met dementie thuis. Want ook daar speelt een gebrek aan kennis over pijnstilling vaak een belangrijke rol. De generatie van ‘niet zeuren, flink zijn, even doorbijten.’ Terwijl pijn niet nodig is en er iets tegen te doen is. Fabels vervangen door feiten De folder gaat in op hoe de naasten signalen pijn kunnen herkennen bij iemand met dementie die dat zelf niet meer kan aangeven. Het vermeldt hoe pijnbestrijding kan plaatsvinden, zonder en met medicatie of een combinatie daarvan. En het maakt korte metten met talloze fabels die de ronde doen over pijnstilling door deze te weerleggen door de feiten. Bron:...

Lees Verder
Start ‘alliantie medicatieveiligheid’.
jun04

Start ‘alliantie medicatieveiligheid’.

Begin juni is de ‘alliantie medicatieveiligheid gestart in opdracht van minister Bruins. Deze groep komt dit najaar met acties en doelstellingen om het aantal incidenten met foutief medicijngebruik terug te dringen. Dat is hard nodig, want nog steeds overlijden in ons land jaarlijks ongeveer 1.000 mensen en zijn er zo’n 50.000 ziekenhuisopnames als gevolg van verkeerd medicijngebruik van medicijnen. Minister Bruno Bruins noemt het hoge aantal incidenten als gevolg van medicatiefouten een doorn in het oog. ‘De cijfers vormen een schril contrast met het niveau van onze zorg. Medicatieveiligheid staat al jaren hoog op de agenda. Er gebeurt heel veel, maar toch is het aantal vermijdbare opnames en sterfgevallen de laatste jaren helaas niet gedaald. Er is dus meer nodig.’ Drie cruciale zaken Hij noemt drie zaken cruciaal: – er moet altijd een actueel medicatieoverzicht zijn – mensen en zorgverleners moeten zich bewuster zijn van risico’s – er moet te allen tijde een goede overdracht plaatsvinden Daarbij is het uitrollen van succesvolle projecten eveneens van belang. Bruins noemt als voorbeeld de nauwe samenwerking van huisartsen en apothekers in West Friesland om nierschade door medicijngebruik te voorkomen. ‘Zoiets kan in heel Nederland; en dat geldt voor veel meer initiatieven.’ Inzet op drie thema’s De alliantie medicatieveiligheid bestaat uit een groep van ruim 50 organisaties en experts, met vertegenwoordiging van artsen, apothekers, verpleegkundigen, paramedici, assistenten en patiëntenkoepels. De alliantie werkt aan een totaalplan, met inzet op drie thema’s: – goede (elektronische) medicatieoverdracht; – optimaliseren van medicijngebruik – meer samenwerking tussen alle disciplines. Meer informatie Meer informatie over de alliantie medicatieveiligheid vindt u op de site: www.alliantiemedicatieveiligheid.nl. Bron:...

Lees Verder
Inzet apothekers-farmacotherapeut in huisartsenparktijk
jun03

Inzet apothekers-farmacotherapeut in huisartsenparktijk

Leidt een apothekers-farmacotherapeut in huisartsenpraktijken tot beter medicatiegebruik en minder medicijngerelateerde problemen? Deze vraag stond centraal bij Utrechts onderzoekers. De eerste resultaten lijkten gunstig: het aantal ziekenhuisopnames als gevolg van medicijngebruik is lager en patiënten ervaren minder  bijwerkingen. Dus: doen? Nou, zo eenvoudig is dat nog niet. In hoeverre is er winst te behalen door verbetering van de farmacotherapie in de huisartsenpraktijk? Om die vraag draaide de POINT-studie. Het onderzoek voorzag in het aanstellen van een apotheker-farmacotherapeut (AFT) in huisartsenpraktijken. Die situatie werd vergeleken met de situatie in huisartspraktijken die al nauw samenwerken met apotheken, en met praktijken die dit niet doen. Tien AFT’s gingen 15 maanden in een huisartsenpraktijk aan de slag. Tegelijkertijd volgden ze een opleiding van het Julius Centrum, omdat het werk van een apotheker-farmacotherapeut wezenlijk anders is dan dat van een apotheker achter de balie of van een apotheker-onderzoeker. Taken Wat doet een AFT zoal? Hij neemt in ieder geval de huisarts veel werk uit handen. Hij neemt onder andere dossiers door, gaat met patiënten in gesprek over hun medicatiegebruik, biedt begeleiding bij het afbouwen van medicijnen, controleert of door de door een ziekenhuis voorgeschreven medicatie niet botst met die van de huisarts, kijkt naar het effect van geneesmiddelen op bijwerkingen en is een vraagbaak voor collega’s in de praktijk. Positieve resultaten De proef wordt door twee promovendi onderzocht: een apotheker en een huisarts in opleiding. Eind 2019 zijn alle resultaten beschikbaar. De tot dusver beschikbare resultaten laten zien dat in huisartspraktijken met AFT’s het risico op medicijnschade afneemt. Het aantal ziekenhuisopnames door medicijnen ligt er lager, patiënten hebben minder last van bijwerkingen en huisartsen ervaren de zorg als veiliger dan in de andere praktijken. Financieringsproblematiek Naar schatting is een praktijk met zo’n 7.000 à 8.000 patiënten een goede grootte voor één AFT. Vijf van de tien AFT’s die hebben meegedaan aan het experiment werken nog altijd in de huisartspraktijk, ondanks het feit dat het (nog?) geen officiële functie is en er dus ook geen reguliere bekostiging voor is.  Meer lezen Lees meer over de functie en inzet van apothekers-farmacotherapeut in het artikel van Veronique Huijbregts in Mediator, een uitgave van ZonMw: ‘Beter medicijngebruik dankzij nieuwe zorgverlener’ Bron:...

Lees Verder
Burgers hebben veel vertrouwen in medicijnen
jun03

Burgers hebben veel vertrouwen in medicijnen

De vele berichten in de media over tekorten aan medicijnen en wisseling van geneesmiddelen, heeft niet geleid tot wantrouwen bij mensen over geneesmiddelengebruik.  Burgers geven hun vertrouwen in medicijnen met het rapportcijfer 7,1. Dat is weliswaar iets lager dan de 7,5 over hun vertrouwen in de gezondheidszorg in het algemeen, maar altijd nog ruim voldoende. Het grootste vertrouwen hebben mensen in de medicijnen die ze zelf gebruiken. Daarvoor geven ze een 7,9. Het laagst scoort het vertrouwen in medicijnen via internet, met een 4,6. Dat blijkt uit onderzoek ‘Vertrouwen in medicijnen’ van het Nivel. Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) wil dat iedereen die een medicijn gebruikt, daarop kan vertrouwen. Het CBG wil daarom graag weten hoe het gesteld is met het vertrouwen van burgers in medicijnen. Dit is nog niet eerder in kaart gebracht, waarmee dit rapport het eerste onderzoek beschrijft waarin het vertrouwen van burgers in medicijnen centraal stond. Best passende medicijn of niet? Ruim driekwart van de burgers heeft vertrouwen in de medicijnvoorziening en dan met name in het onderzoek naar werkzaamheid en veiligheid van medicijnen, de kwaliteit van medicijnen en de eisen voor toelating tot de markt. Echter, een kwart van de burgers geeft aan weinig vertrouwen te hebben in de controle op en beschikbaarheid van medicijnen. Daarnaast geeft een derde van de burgers aan weinig vertrouwen te hebben in dat het best passende medicijn wordt voorgeschreven. Goede informatievoorziening van arts of apotheker Ook is gekeken naar de factoren die van invloed zijn op het vertrouwen in geneesmiddelen. De werking van geneesmiddelen noemen de mensen als factor die van grote invloed op is hun vertrouwen. Dat lijkt ook logisch: medicijnen worden gebruikt vanuit de veronderstelling en de hoop dat deze werken. Goede informatievoorziening door de specialist, huisarts of apotheker zijn eveneens van invloed op het vertrouwen, zo blijkt uit het onderzoek, en dat vertrouwen is hoog. Ook de bijsluiter ziet 70 procent van de respondenten als betrouwbare informatiebron. De drogist komt er bekaaider vanaf. Hoewel deze de wettelijke taak heeft burgers te informeren over zelfzorgmedicatie, heeft slechts 33 procent van de burgers daar veel vertrouwen in.  Bron:...

Lees Verder