Aanklacht bij het tuchtcollege wordt lang niet altijd maatregel
jul31

Aanklacht bij het tuchtcollege wordt lang niet altijd maatregel

Jenneke Rowel-van der Linde (Centraal Tuchtcollege) en Jeroen Recourt (Regionaal Tuchtcollege) Hoewel een zorgprofessional die voor het Tuchtcollege moet verschijnen het niet zo zal voelen, is het primaire doel van het college de gezondheidszorg te verbeteren. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat de maatregelen van het Tuchtcollege tot defensieve geneeskunde leiden. Juist de discussie over hoe een maatregel de aanzet kan vormen tot verandering is essentieel, stellen rechters Jenneke Rowel-van der Linde en Jeroen Recourt. Van alle wijzigingen in de Wet BIG die per 1 april van kracht zijn geworden, kreeg de verplichting voor BIG-geregistreerde zorgverleners om hun BIG-nummer te vermelden de meeste media-aandacht. Jenneke Rowel-van der Linde, voorzitter van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, en Jeroen Recourt, voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Amsterdam, hadden liever gezien dat meer aandacht naar een andere wijziging was uitgegaan. ‘Wie een klacht wil indienen, moet hiervoor sinds 1 april vijftig euro deponeren’, zegt Rowel. ‘Bij een klacht die geheel of deels gegrond wordt verklaard krijgt de klager dit bedrag terug, maar wij zien het toch als strijdig met ons streven om laagdrempelig toegankelijk te zijn en de zorg beter te maken.’ Recourt voegt hieraan toe dat de Tuchtcolleges hopen de goede klacht bij zich te krijgen, een klacht dus waarvan kan worden geleerd. En dat is nog niet zo eenvoudig, want lang niet iedereen die ontevreden is over een zorgverlener dient een klacht in bij het Tuchtcollege. Het college moet iedere klacht in behandeling nemen die wordt ingediend, ook zaken van heel gering belang. ‘We beoordelen zaken over het handelen van zorgverleners die de kwaliteit van de zorg kunnen raken’, zegt Recourt. ‘Niet alle klachten vallen daaronder. Een klacht kan bijvoorbeeld ook voortkomen uit een psychische stoornis of uit persoonlijke onvrede. Daarnaast zien we nog teveel klachten tegen beroepsbeoefenaren die niet onder het BIG-register vallen. Het Tuchtcollege is niet de route voor een klacht over een apothekersassistente of een verzorgende in een verpleeghuis. Het zou mooi zijn als dergelijke klachten niet meer bij ons komen, omdat de zware procedure van het tuchtrecht daar niet van toepassing is.’ Over twee wijzigingen die per 1 april van kracht zijn geworden in de Wet BIG zijn beiden wel te spreken. Ten eerste de aanstelling van een tuchtklachtfunctionaris bij het ministerie van VWS, die mensen kan helpen om te bepalen of een klacht geschikt is om door het Tuchtcollege te worden behandeld, en die ook kan helpen om de klacht goed te formuleren. Het tweede is een aanpassing van de enkele jaren eerder genomen beslissing om opgelegde maatregelen die zwaarder zijn dan een waarschuwing te laten volgen door een publicatie...

Lees Verder
Rapport Langer thuis wonen
jul31

Rapport Langer thuis wonen

Mensen wonen langer thuis en daar gaat veel goed. Ouderen die zorg krijgen en medicijnen gebruiken, vinden het lastig om in te schatten of zij op termijn nog thuis kunnen blijven wonen. Ze hebben behoefte aan een veilige leefomgeving met veel contact met de buitenwereld. Tegelijk hebben ze meer vertrouwen in de kwaliteit van die zorg dan ouderen die nog geen zorg krijgen. Medicatiebeoordeling bij thuiswonende ouderen die vijf of meer geneesmiddelen gebruiken, kan beter. Dat blijkt uit onderzoek van Patiëntenfederatie Nederland onder het eigen ouderenpanel van ruim zesduizend 65-plussers. Medicatiebeoordeling Het zal niemand verbazen: het overgrote deel van de ruim 3500 oudere deelnemers aan het onderzoek gebruikt medicijnen. Meer dan 3.000 ouderen slikken medicijnen, waarvan bijna de helft vijf of meer medicijnen. Van deze groep heeft 60% recent een medicatiebeoordeling gehad. Daarbij kijkt de huisarts of de apotheker of alle medicijnen nog wel nodig zijn, of dat de medicatie moet veranderen. Bij ongeveer een derde van de deelnemers bleek aanpassing nodig. Ruim tweederde van de mensen die vijf of meer medicijnen gebruiken, vindt medicatiebeoordeling ook zeker zinvol en stellen dit zeer op prijs. Slechts 1 op de 5 zegt het niet nodig te vinden, omdat de huisarts of specialist dit volgens hen volgende controleert. De meeste mensen halen hun medicatie zelf op bij de apotheek en bijna alle deelnemers aan het onderzoek dient zelf de medicatie toe. Het vergeten in te nemen van de medicatie wordt wel een aantal keren genoemd als probleem. De Patiëntenfederatie roept naar aanleiding van deze uitkomst huisartsen en apothekers op om medicatieboordeling bij een gebruik van meer dan vijf medicijnen altijd toe te passen. Thuis wonen Veel respondenten geven aan dat alles (nog) goed gaat en dat ze zich prima thuis kunnen redden. Wat wel moeilijker wordt bij het thuis wonen zijn: ➢ Trappen lopen/op een trap staan ➢ Het onderhoud van de tuin en/of het huis ➢ Huishoudelijke klussen Ten aanzien van verhuizen geven de meeste deelnemers aan dat bij een eventuele noodzaak tot verhuizen zij vooral denken aan een aanleunwoning of passende woning. Een veel kleinere groep deelnemers denkt aan een verpleeghuis. Niet zo gek, want dat wil natuurlijk niemand. Zie het volledige rapport Langer Thuis wonen van de...

Lees Verder
Verbod op gezichtsbedekkende kleding per 1 augustus
jul31

Verbod op gezichtsbedekkende kleding per 1 augustus

Per 1 augustus a.s. gaat de wet ‘Gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding’ in. Zeg maar: het ‘boerkaverbod’ of ‘nikabverbod’. Het geldt overigens ook voor integraalhelmen of bivakmutsen. In ieder geval mag vanaf dat moment geen gezichtsbedekkende kleding meer worden gedragen in het openbaar vervoer, in het onderwijs, in overheidsgebouwen, en in de zorg. Hoewel ons land in principe iedereen het recht heeft om zich naar eigen inzicht te kleden, wordt die vrijheid nu op bepaalde locaties begrensd. Namelijk: waar het noodzakelijk is dat je elkaar kunt herkennen en aankijken. Dat is dus ook in de zorg, zoals bij apotheken, huisartsenpraktijken, fysiotherapeuten, tandartsen en ziekenhuizen. Het verbod geldt ook voor ruimtes waar kinderen inentingen krijgen tegen infectieziekten uit het Rijksvaccinatieprogramma, zoals bijvoorbeeld sporthallen. Identificatieplicht In de zorg geldt een identificatieplicht. De patiënt met een ID kunnen overhandigen als de medewerker van de zorgorganisatie daarom vraagt. Vandaar het verbod op alle kleding die het gezicht onherkenbaar maakt. Residentiele ruimtes zijn uitgezonderd Het verbod geldt ook op het terrein dat bij een overheidsgebouw, onderwijsinstelling of zorginstelling hoort. Gezichtsbedekkende kleding is wel toegestaan in kamers en vertrekken waar patiënten en cliënten langdurig verblijven (residentiële ruimtes). Bijvoorbeeld in een seniorencomplex. De overheid ziet deze ruimtes als privéruimtes van cliënten en patiënten. In de gemeenschappelijke ruimtes die deze patiënten gebruiken, bepaalt de zorginstelling of gezichtsbedekkende kleding verboden is. Bijvoorbeeld de gezamenlijke huiskamers of keukens. Infographic De Rijksoverheid heeft infographic opgesteld die zorgverleners kunnen gebruiken om medewerkers en patiënten te informeren over de nieuwe...

Lees Verder
Maatregelen moeten verspilling in de farmaceutische zorg tegengaan
jul31

Maatregelen moeten verspilling in de farmaceutische zorg tegengaan

Hoewel het programma Verspilling in de Zorg al enige tijd is afgerond, blijft het een aandachtspunt van minister Bruins. Zo streeft hij in zijn beleid actief naar het voorkomen van verspilling van geneesmiddelen. In een brief naar de Tweede Kamer begin juli wijst hij op een aantal activiteiten die dit streven ondersteunen. Zo wordt gekeken naar de mogelijkheid van heruitgifte van medicijnen. Gezien de strenge veiligheidseisen en de daarmee gepaard gaande logistieke kosten is alleen heruitgifte van dure medicijnen interessant. Het Radboudumc, de Maartenskliniek en de Universiteit Utrecht zetten zich in voor een wetenschappelijk project waarbij een heruitgiftesysteem wordt geïmplementeerd in meerdere poliklinische apotheken. Daarnaast wordt ook gekeken naar het implementeren van doorgebruik van thuismedicatie bij ziekenhuisopname. Medicijnverpakkingen In het kader van het ‘Brancheplan Duurzaam Verpakken’ wordt ingezet op minder verspilling van verpakkingen van geneesmiddelen. Zoals een retourbox in apotheken waar medicijnen en lege doordrukstrips kunnen worden gedeponeerd. Ook is het streven om de inzameling van ongebruikte geneesmiddelen te verhogen met 20%. Een ‘breng mij terug’-sticker op alle medicijnverpakkingen noemt Bruins een sympathiek idee. Maar omdat het een extra handeling vereist van de apotheker en mogelijk aanvullende kosten, vindt hij het niet haalbaar. Wel is hij gecharmeerd van het initiatief van Service Apotheek voor aanpassing van de papieren zakken waarin patiënten hun medicijnen meekrijgen. Daarop moedigen ze gebruikers van medicijnen aan om overgebleven medicijnen in te leveren bij de apotheek. Mensen kunnen dan overgebleven medicijnen in dezelfde papieren zak weer bij de apotheek inleveren. Hij pleit ervoor dat andere apotheken dit voorbeeld volgen. Medicijnresten in water Medicijnresten in het water is een ander aandachtspunt. In de ‘Ketenaanpak Medicijnresten uit Water’ lopen er een aantal acties om het probleem bij de bron aan te pakken. Ook zijn vanuit de ketenaanpak gesprekken met de watersector en de zorgsector over de aanpak van contrastvloeistoffen in het water. Daarvan komt jaarlijks ongeveer 30 ton in het oppervlaktewater terecht. Ook hierbij is de inzet om dat zoveel mogelijk terug te dringen. Terhandstellingskosten De terhandstellingskosten leiden tot veel discussies in de apotheek. Bruins wil daar echter niets aan veranderen. Hij wijst op het gegeven dat die kosten niet alleen de fysieke afgifte van het geneesmiddel betreffen. Het gaat ook om de controle op onvolkomenheden, onvolledigheden, onjuistheden of vergissingen ten aanzien van geneesmiddel, dosering, duur van behandeling, interacties, contra-indicaties, dubbelmedicatie en overgevoeligheid, zo schrijft hij in zijn brief. Jammer alleen dat patiënten dat vaak niet weten en er ook weinig begrip voor hebben. Zie de Kamerbrief van minister Bruins over verspilling van...

Lees Verder
Subsidieaanvragen mogelijk in het Goed Gebruik Geneesmiddelen programma
jul11

Subsidieaanvragen mogelijk in het Goed Gebruik Geneesmiddelen programma

Het Goed Gebruik Geneesmiddelen programma van ZonMw (GGG-programma) richt zich op het verbeteren van farmacotherapeutische zorg. Het doel van het programma is het effectiever, veiliger en doelmatiger inzetten van bestaande geneesmiddelen. De Open Ronde 9 is geopend voor subsidieaanvragen. De deadline daarvoor is op 17 september a.s. om 14.00 uur. Bij Open Ronde 9 is er ook dit jaar weer financiering voor projecten waarin complexe interventies centraal staan. Voor subsidieaanvragen binnen deze ronde geldt dat een relevante vraag of probleem uit de praktijk met betrekking tot het goed gebruik van geneesmiddelen het uitgangspunt voor de aanvraag moet zijn. Hierbij gelden geen beperkingen ten aanzien van specifieke thema’s of ziektegebieden. Open ronde 9 bestaat uit twee gedeelten: Onderdeel A en Onderdeel B. Onderdeel A Onderdeel A is bestemd voor reguliere open ronde projecten. Voor dit onderdeel is 5 miljoen euro beschikbaar. Deze projecten hebben tot doel een bijdrage te leveren aan het verbeteren van farmacotherapeutische zorg. Dit kan op het niveau van het geneesmiddel. Het kan bijvoorbeeld gaan om het gebruik van een geneesmiddel voor de indicatie waarvoor het geregistreerd is. Of voor groepen die buiten het kader van de registratie vallen. Of het project heeft tot doel een bijdrage te leveren op het niveau van het gebruik van geneesmiddelen in de dagelijkse zorg. Onderdeel B Onderdeel B betreft projecten die voldoen aan de criteria van onderdeel A, maar waarin complexe interventies centraal staan. Voor dit onderdeel is 2 miljoen euro beschikbaar. Het gaat om interventies die uit meerdere op elkaar ingrijpende componenten bestaat, waarbij het niet noodzakelijkerwijs op voorhand duidelijk is welke van de componenten specifiek voor het gewenste effect zorgen. Denk bijvoorbeeld aan de combinatie van een schriftelijke keuzehulp en een gespreksmethode die uit meerdere stappen bestaat, die samen als doel hebben om tot een gezamenlijke beslissing te komen over gebruik van een specifiek geneesmiddel. Of aan ontslagbegeleiding in het ziekenhuis, gecombineerd met de informatieoverdracht naar de zorgverleners in de eerste lijn, en begeleiding bij het medicatiegebruik na ontslag. Bij de interventie zijn diverse disciplines / zorgverleners betrokken, die bij voorkeur werkzaam zijn in verschillende settingen van het zorglandschap. Dit type onderzoek vindt voornamelijk plaats in diverse settingen, zoals eerste lijn, ziekenhuis en verpleeghuis en deels over settingen heen (ketenzorg). Binnen projecten in onderdeel B is nadrukkelijk ruimte voor zowel kwalitatieve als kwantitatieve onderzoeksmethoden. Daarnaast is er ruimte voor deelprojecten die gericht zijn op de optimalisatie van de interventie. Thema’s die zich lenen voor dergelijke complexe interventies zijn bijvoorbeeld polyfarmacie, therapietrouw, stoppen / afbouwen van medicatie of medicatieoverdracht. Meer informatie Zie alle informatie, voorwaarden, wijze van aanvraag indienen enz. op de site van...

Lees Verder
Campagne over wisselwerking tussen medicijnen en kruidenproducten
jul09

Campagne over wisselwerking tussen medicijnen en kruidenproducten

Kruiden kunnen invloed hebben op de werking van medicijnen. Niet alle medicijngebruikers en zorgverleners zijn zich hiervan voldoende bewust. Daarom is het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) gestart met de campagne ‘Weet wat je slikt’. Daarin vraagt het CBG aandacht voor het gebruik van medicijnen in combinatie met kruidenproducten. Artsen en apothekers kunnen meewerken aan deze campagne, bijvoorbeeld door de animatie te vertonen op het wachtkamerscherm. Het CBG beoordeelt de kwaliteit, werkzaamheid en veiligheid van kruidengeneesmiddelen. Kruidensupplementen worden niet beoordeeld door het CBG.  Deze vallen namelijk onder de warenwet. Informatie op website en animatievideo De risico’s op wisselwerking gelden niet voor de kruiden die in de keuken worden gebruikt bij het bereiden van voedsel, maar voor de kruiden in hoge concentraties, bijvoorbeeld in een capsule. Met onder andere informatie op de website en een animatievideo over de wisselwerking met kruiden, wil het CBG het bewustzijn vergroten over de risico’s. Tien veelgebruikte kruidenproducten De medicijnautoriteit deed, volgend op eerder onderzoek van het RIVM, onderzoek naar de wisselwerking tussen de tien kruiden en diverse medicatie. Variërend van maagzuurremmers tot hartmedicatie. Op basis van de uitkomsten is informatie opgesteld over de 10 veelgebruikte kruidenproducten. Het CBG zal in de toekomst de lijst verder uitbreiden. Niet altijd onschuldig CBG-voorzitter prof. dr. Ton de Boer is blij met de nieuwe campagne: “Kruiden lijken misschien onschuldig, maar zijn dat niet altijd. De combinatie van medicijnen en kruidenproducten is soms gevaarlijk. Het is daarom belangrijk dat medicijngebruikers weten wat de risico’s zijn en dat ze altijd hun zorgverlener informeren. Deze nieuwe campagne moet daarbij helpen.” Zorgverlener: meedoen? Artsen, apothekers en andere betrokkenen kunnen contact opnemen met de communicatieafdeling van het CBG als zij mee willen doen met de campagne en/of de animatie ook in de wachtkamer willen laten zien. Dit is...

Lees Verder
Huisartsen: sta open voor OPEN
jul09

Huisartsen: sta open voor OPEN

Per 1 juli 2020 moeten huisartsen hun patiënten online inzage kunnen geven. Daarbij gaat het om onder andere medicatie, episodes, contra-indicatie en overgevoeligheden. Een wettelijke verplichting met veel gevolgen op het gebied van ICT. Het programma OPEN is in het leven geroepen om huisartsen zoveel mogelijk ondersteunen bij de implementatie van online inzage. Daarbij is het mogelijk om eenmalig een tarief te declareren. De NZa heeft dit tarief vastgesteld op €2,83 per ingeschreven patiënt. Dit wordt verstrekt als opslag op het inschrijftarief. De huisarts hoeft alleen een verklaring van deelname invullen en te verstrekken aan de regionale coalitie. Ook huisartsen met gemoedsbezwaarden kunnen het tarief declareren, maar dan als opslag bij het consulttarief gemoedsbezwaarden. Het tarief wordt jaarlijks geïndexeerd. Voorwaarden Uiteraard zijn aan het eenmalige tarief voorwaarden verbonden. Huisartsen kunnen het tarief declareren als ze aan de volgende punten voldoen: Deelname aan een regionale OPEN-coalitie;Deelname aan de scholing (basismodule) die de regionale coalitie zal aanbieden over het implementeren van online inzage;Patiënten zijn geïnformeerd op welke wijze de eigen gezondheidsgegevens elektronisch kunnen worden ingezien (vanuit OPEN worden hiervoor materialen verstrekt);Het HIS functioneert conform de richtlijn ‘Richtlijn Online inzage in het H-EPD door patiënt’ (vanuit OPEN wordt gezorgd dat de HIS-leveranciers de benodigde aanpassingen doen). Praktische ondersteuning Het programma OPEN maakt afspraken met HIS-leveranciers over het ontsluiten van gegevens, zodat een huisarts niet zelf hoeft met de techniek aan de slag hoeft. Ook biedt OPEN praktische ondersteuning aan  huisartsen(organisaties). Onder andere door scholing en hulp bij het plannen en invoeren van ICT-aanpassingen. SubsidieregelingBegin juni is de subsidieregeling van VWS voor OPEN ingegaan. Dat betekent dat speciale regionale coalities van huisartsen van start kunnen. Meestal bestaan deze uit een samenwerking tussen huisartsenkring, zorggroep en/of koepel van gezondheidscentra. Per regio kan de samenstelling verschillen. De regionale coalities zorgen ervoor dat de huisartsenpraktijken in hun regio online inzage van medische gegevens kunnen bieden aan patiënten. Er is een OPEN-startpakket om de samenwerkingsverbanden op weg te helpen. Daarin staat alle benodigde informatie om aan de sslag te kunnen gaan. Deelname aan coalitie Huisartsen kunnen zich bij zo’n coalitie aansluiten Op dit moment worden de regionale coalities gevormd. Via de LHV en de coalities vernemen huisartsen wanneer ze zich kunt aanmelden voor deelname. Vragen of meer informatie Bij vragen kunt u zich wenden tot het programmabureau, per mail info@open-eerstelijn.nl Bronnen: LHV en...

Lees Verder
Samen met PharmaPartners, privacy goed voor elkaar
jul01

Samen met PharmaPartners, privacy goed voor elkaar

Als zorgverlener legt u medische persoonsgegevens van uw patiënten vast in een dossier en wisselt u deze gegevens uit met andere zorgverleners. De rechten van patiënten en uw plichten als zorgverlener zijn o.a. wettelijk vastgelegd in Europese privacywetgeving. Om hieraan te voldoen is het van groot belang dat u duidelijke afspraken maakt met uw ICT-leverancier en de zorgverleners waarmee u samenwerkt. Samen hebben we privacy goed voor elkaar! Voor PharmaPartners is het voldoen aan wet- en regelgeving onderdeel van de basishygiëne, die hoort bij zowel de software als de communicatie naar onze klanten. Het is een doorlopend proces waar we continu veel tijd en aandacht aan besteden. Met deze informatiecampagnewillen wij de onduidelijkheid wegnemenrond de Algemene Verordening Gegevens-bescherming (AVG), het clustermodel en uw verplichtingen. Ons doel is dat onze klanten voldoen en blijven voldoen aan de nieuwe privacywetgeving. We willen u met deze campagne activeren tot het maken van noodzakelijke afspraken binnen uw samenwerkingsverband. Meer informatie: https://www.pharmapartners.nl/privacygoedvoorelkaar/. Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met...

Lees Verder
Begrijpelijk handboek over COPD
jul01

Begrijpelijk handboek over COPD

Er is een nieuw handboek over COPD uitgebracht , specifiek voor mensen met lage gezondheidsvaardigheden. Voor huisartsen en praktijkondersteuners is dit handboek en de bijbehorende gesprekskaart op verschillende manieren in te zetten. Zowel voor, tijdens als na het consult met de patiënt. Een handreiking biedt voorbeelden van het gebruik. Het handboek: ‘Ik heb COPD, wat kan ik doen?’ is speciaal ontwikkeld voor COPD-patiënten die moeite hebben met het vinden, begrijpen en toepassen van informatie over hun ziekte en gezondheid. Daarom bevat het ook veel illustraties die de tekst helder toelichten. Daarnaast is er ruimte voor eigen aantekeningen van de patiënt. Zelfmanagement Zelfmanagement is ontzettend belangrijk voor longpatiënten, en dat klinkt voor de hand liggend. Maar juist voor mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden is dat een probleem en juist bij deze ziekte gaat het om een aanzienlijke groep. Het handboek biedt een eenvoudige en beeldende uitleg over COPD en hoe om te gaan met de ziekte. Dit boek is bedoeld voor de patiënt zelf. De gesprekskaart is ontworpen voor zorgverleners om met de patiënten in gesprek te gaan over de aandoening in combinatie met het handboek. Ook is er een handleiding voor zorgverleners hoe om te gaan met het handboek en de gesprekskaart. Drie delen De gesprekskaart en het handboek ‘Ik heb COPD, wat kan ik doen?’ zijn speciaal ontwikkeld voor mensen met COPD én beperkte gezondheidsvaardigheden, zoals laaggeletterden, migranten, ouderen en lager opgeleiden. Het boek is ingedeeld in drie delen. Deel 1 Wat is COPD? Alles over deze longziekte. Deel 2 Wat de patiënt zelf kan doen. Deel 3 Informatie over de professionals die zijn betrokken bij COPD-zorg Gratis bestellen of downloaden U kunt het handboek ‘Ik heb COPD, wat kan ik doen?’ gratis bestellen bij Pharos. Bij de bestelling worden de handleiding en de gesprekskaart meegeleverd. Indien gewenst kunt u het geheel ook downloaden. Bronnen: NHG en...

Lees Verder
Monitor Voorschrijfgedrag Huisartsen stopt
jul01

Monitor Voorschrijfgedrag Huisartsen stopt

Vektis en ZN hebben besloten per 1 juli 2019 te stoppen met de Monitor Voorschrijfgedrag Huisartsen. Daarop was sinds 2012 informatie beschikbaar over het voorschrijven van medicatie door huisartsen. Circa 3.500 huisartsen en de zorgverzekeraars maken op dit moment gebruik van de informatie uit deze Monitor Voorschrijfgedrag Huisartsen. De gegevens zijn beschikbaar dankzij een intensieve samenwerking tussen het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM), Vektis, het ministerie van VWS en Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Redenen Er worden twee redenen genoemd voor het beëindigen van de Monitor Voorschrijfgedrag Huisartsen. Deze zijn: De betrokken partijen hebben ervoor gekozen niet te investeren in de huidige infrastructuur waarop de monitor draait. Daardoor kan Vektis een goede werking ervan niet meer garanderen. Vanwege de aangescherpte privacywetgeving is op dit moment niet helder in hoeverre het mogelijk blijft om nieuwe indicatoren te ontwikkelen en bestaande indicatoren te valideren. Dat willen de betrokken partijen eerst onderzoeken. Op zoek naar mogelijk alternatief Het IVM onderzoekt intussen of er een alternatief voor de monitor kan worden ontwikkeld, waarmee inzicht in het voorschrijfgedrag van huisartsen kan worden verkregen. Het IVM wil dat bijvoorbeeld doen voor de verschillen in voorschrijven van nieuwe medicijnen en van opioïden in de eerste lijn en mogelijkheden om hierop te interveniëren. Het IVM wil hierover onder meer rapporteren in zijn FTO-materiaal en in zijn zeswekelijkse audiovisuele medicijnjournaals. Volg voor deze en andere zaken de website van het IVM. Bron:...

Lees Verder