Administratieve lasten en het zorgstelsel: Kip en ei

Administratieve lastenTijdens de recente voorjaarsbijeenkomst van Clearing House Apothekers was het thema Verminderen van de regeldruk in de farmacie: lastenverlichting of lastenverschuiving? In het debat hierover mocht iedereen alles zeggen, mits met respect, zei gespreksleider Martin Favié, voorzitter van Bogin. Discussie was er inderdaad volop, met actieve inbreng van de pakweg veertig aanwezigen in de zaal.

Het debat over de administratieve lasten in de apotheek, 20 mei bij CHA in Den Haag, werd geïntroduceerd door een kort betoog van de drie gespreksdeelnemers: Jean Hermans (manager beleid en ontwikkeling bij de KNMP), Otto Kampen, (senior zorginkoper bij zorgverzekeraar CZ) en Bart Bruijn (apotheekhoudende huisarts). Hermans verzorgde de aftrap door te stellen dat praten over administratieve lasten altijd leidt tot wij/zij denken. “En dan bedoel ik wij tegen de zorgverzekeraars”, zei hij. “Maar ik vind dat we iets verder moeten kijken: een complexe samenleving vraagt om regels. De burger wil weten of de zorgeuro goed besteed wordt. Dit plaatst niet alleen ons, maar ook de zorgverzekeraars met de rug tegen de muur. Het is een enorm compliment dat 99,85 procent van de declaraties in de apotheek klopt, zoals de Nederlandse Zorgautoriteit enige tijd geleden bekendmaakte, maar de vraag is of dit in verhouding staat tot wat we daarvoor moeten doen. In het antwoord op die vraag is het goed om ons te realiseren dat de uitvraag niet alleen van de zorgverzekeraars komt, maar ook van de overheid, de Inspectie voor de Gezondheidszorg, de NZa en de sector zelf. Iedereen veroorzaakt administratieve lasten en probeert die bij de ander op het bord te schuiven. De pech voor de apotheker is dat die de laatste in de rij is.”

Hermans stelde dat een oplossing voor het probleem van de lastendruk alleen in samenwerking te vinden is. De KNMP heeft hierin stappen gezet door samen met de zorgverzekeraars en het ministerie van VWS te beschrijven wat precies de administratieve lasten zijn en op welke plaatsen ingrijpen mogelijk is. Als voorbeeld worden de bijlage 2 middelen genoemd. “Bij deze geneesmiddelen stelt het ministerie nadere voorwaarden aan de vergoeding. Deze voorwaarden zorgen voor veel administratieve lasten bij huisartsen en in apotheken. Uit de gesprekken tussen de KNMP en ZN bleek dat beiden vinden dat deze lijst dringend door VWS moet worden opgeschoond. Dit overleg zal op korte termijn concrete resultaten opleveren.” Hoe kort is kort?, wilde Favié weten. Het concrete antwoord op die vraag bleef helaas uit. Wel werd een paar dagen later bekendgemaakt dat Zorgverzekeraars Nederland met 24 brancheorganisaties van eerstelijns zorgverleners afspraken heeft gemaakt om de administratieve lasten te beperken. De KNMP is een van die 24 organisaties.

Kampen zei zich goed te kunnen vinden in het verhaal van Hermans en voegde eraan toe: “Wij hebben soms ook last van de regels en de stapels papier. Maar we krijgen soms ook de verzuchting “Wanneer stoppen jullie nou met dat formulier?” terwijl CZ dat al jaren geleden heeft gedaan en andere zorgverzekeraars nog niet. Dit verwijt ik de apothekers niet, maar zoiets straalt wel op de zorgverzekeraars af.”

Het stelsel ter discussie
Met iemand als Bart Bruijn aan tafel is het onontkoombaar dat niet alleen de lastendruk wordt bediscussieerd, maar ook het hele zorgstelsel als zodanig. Bruijn is immers een zeer activistische zorgverlener en steunt al heel lang de beweging die nu ‘Het roer moet om’ is geworden. Een beweging waarover minister Edith Schippers van VWS heel tevreden is, constateerde Bruijn cynisch. “En dat snap ik want er gebeurt bitter weinig”, zei hij. “Het verzandt in eigenbelangen en in een wetgeving die tien jaar geleden tegen de zin van de huisartsen in is ingevoerd. Als huisartsen hebben wij toen al voorspeld dat de zorgverzekeraars er niet in zouden slagen met elkaar te concurreren.” Op de vraag van Favié of hij geen enkele toevoeging ziet in de rol van de zorgverzekeraars, zei hij resoluut “Nee”. Kampen reageerde fijntjes: “Ieder stelsel heeft voor- en nadelen. Het huidige stelsel heeft in de farmacie heel veel geld opgeleverd.”

Hermans vroeg zich af in hoeverre dit iets met de in het huidige stelsel geïntroduceerde marktwerking in de zorg te maken heeft. “Wat is marktwerking als je een contract krijgt waaronder je een handtekening mag zetten?”, vroeg hij zich af. “De apothekers voelen onmacht.” Maar op de vraag of het dan écht marktwerking moet worden reageerde hij negatief. “Nee dat zal nooit gebeuren”, zei hij, “want we kunnen het ons als samenleving niet veroorloven dat de kosten van de zorg nog verder omhoog gaan. Maar apothekers moeten wel meer zicht krijgen op hun financiële positie. Nu kan zeventig procent geen enkele inschatting maken van hoe het bedrijfsresultaat over een jaar zal zijn.”

Hebben we het nu nog over administratieve lasten?, vroeg Favié zich vertwijfeld af. Maar iedereen in de zaal vond van wel. Het huidige zorgstelsel zorgt immers voor heel veel regels.

Stellingen
Daarmee was het tijd voor de stellingen, waar met een smartphone op kon worden gestemd. De eerste: “Al de verschillende vergoedingsregelingen van de zorgverzekeraars zijn in de apotheek niet langer hanteerbaar”. Slechts een paar mensen waren het hier niet mee eens. “Dat zijn de zorgverzekeraars”, grapte iemand meteen. Een van de aanwezigen beklaagde zich over de discussies aan de balie waartoe de verschillende vergoedingsregelingen leiden. Leg maar eens aan een patiënt aan de balie uit dat het door diens eigen poliskeuze komt of hij iets wel of niet vergoed krijgt, luidde de verzuchting. En bel je de zorgverzekeraar om duidelijkheid te krijgen over een vergoeding, dan hangt het antwoord af van degene die je aan de lijn krijgt. Op de vraag of een goed ict-systeem zou helpen – waarmee met een druk op de knop duidelijk is of iemand vergoeding krijgt, luidde het antwoord: nee, want het blijft de apotheker die de boodschap moet overbrengen. Hermans erkende dit en zei: “De politieke fictie is dat het basispakket voor iedereen hetzelfde is. Het zou veel schelen als dat echt zo was. We hebben nu een maatschappelijk probleem dat aan de balie van de apotheek wordt uitgevochten.”

De tweede stelling: “De administratie levert waardevolle informatie: niet leverbare middelen, dure geneesmiddelen, voorschrijvers die opvallend veel middelen voorschrijven. Deze informatie rechtvaardigt de administratie”. Hiermee was veertig procent het eens, zestig procent niet. “Veel informatie zit al in de declaratie en hoeft niet afzonderlijk uitgevraagd te worden”, zei Bruijn. De gedachte dat uit die declaratiegegevens meer data te halen is dan nu gebeurt, werd door de aanwezigen breed gedragen, net als het idee dat het dan niet meer nodig is om apothekers nog op hetzelfde niveau uit te vragen als nu gebeurt.

Centraliseren
Tijd voor een derde stelling: “Zorgverzekeraar houden bij het bedenken van maatregelen onvoldoende rekening met de administratieve lasten die eruit voortkomen. Hiermee bleek 65 procent van de aanwezigen het eens te zijn. In de reactie op deze stelling verlegde de discussie zich al snel naar het eerste terhandstellingsgesprek. De KNMP kreeg van een van de aanwezigen het verwijt niet te hebben geluisterd naar de waarschuwing uit het veld dat aan de balie de hel zou losbarsten als die prestatie afzonderlijk op de rekening voor de patiënt werd vermeld. Een onterecht verwijt, vond Hermans. “De KNMP was tegen, maar heeft het niet gered”, zei hij.

Maar al snel werd dit onderwerp weer verlaten om terug te keren naar de basis van het probleem: de grootste bron van administratieve lasten is het aantal partijen dat gegevens uitvraagt. De uitvraag centraliseren bij één partij dus, stelde Favié voor. Twee derde van de aanwezigen wilde dit wel. En Bruijn zag ook voor zich hoe. “Mijn ideale stelsel zou zijn alles wat tot de basis behoort door een naast de overheid staande organisatie te laten leveren”, zei hij. “Lokaal geregeld maar wel gelijk voor het hele land.” Hermans voegde hieraan toe: “Extra hulp zou vervolgens van de overheid kunnen komen, als die nu eens écht systeemverantwoordelijkheid zou nemen in plaats van alleen maar met de mond te belijden dat ze dit doet.” Maar toen Favié zich afvroeg of het door Bruijn genoemde model ook zou leiden tot minder tekorten aan preferente geneesmiddelen, sloeg bij Hermans meteen de twijfel toe. “Misschien wel meer”, zei hij. “Nu doen individuele apothekers enorm hun best om heel creatieve manieren te verzinnen om geneesmiddelen toch te leveren. Een centraal gestuurd systeem haalt alleen maar de creativiteit eruit.”

Aan het eind van de bijeenkomst bood Jean Hermans namens de KNMP het rapport ‘Minder regels, meer zorg’ aan aan Otto Kampen die aangaf graag hierover nader in gesprek te gaan.

Tekst: Frank van Wijck | Fotografie: Studio Oostrum

 

 

 

Gerelateerde berichten

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *