Agnes Kant: Belonen voor het melden van bijwerkingen

Agnes KantBeloon apothekers voor het melden van bijwerkingen zodat het aantal meldingen niet langer daalt. “Het melden kan makkelijker door het te faciliteren via de informatiesystemen. Zorgverzekeraars kunnen de benodigde aanpassing in de software van de apothekers financieren. Ons monitoringssysteem kan in de apotheek worden gebruikt om patiënten te volgen die door het preferentiebeleid een ander product krijgen dan ze gewend zijn,” aldus Agnes Kant, directeur van het Lareb Bijwerkingencentrum.

Vijf jaar werkt Agnes Kant nu bij het Bijwerkingencentrum Lareb, waarvan de laatste drie jaar als directeur. De voormalig politicus en fractievoorzitter in de Tweede Kamer van de SP heeft het zichtbaar naar haar zin in Den Bosch. Tijdens het interview vertelt ze enthousiast over het belang van haar organisatie.

Daar staat een directeur die zich thuis voelt in de zorg. Een terugkeer naar de politiek? Dat boek is gesloten. Hoewel… Als Den Haag haar vraagt voor die ene positie waarvoor ze nog wel openstaat, dan is ze misschien beschikbaar. Minister van VWS, alleen die post. “Alleen voor het ministerschap van VWS mogen ze me bellen. Al zit ik er niet op te wachten hoor, maar zo’n kans zou ik toch niet zo maar voorbij kunnen laten gaan.” Maar gezien de politieke realiteit van vandaag realiseert ze zich heel goed dat die vraag waarschijnlijk niet snel gesteld gaat worden.

25 jaar geleden stonden apothekers en huisartsen aan de basis van het Lareb. Lokale overleggen over bijwerkingen zijn uitgegroeid tot het landelijke Bijwerkingencentrum Lareb.

Wat heeft Lareb in 25 jaar bereikt?
“We zijn de onmisbare schakel in aandacht voor bijwerkingen door uit meldingen en onze monitoring (LIM) continu nieuwe kennis over bijwerkingen te generen. Kennis die we delen met de zorgverleners. Trots zijn we bijvoorbeeld op de ontdekking van de problematiek rond Vioxx destijds. Niet zo zeer vanwege de aard van de signalering, maar omdat we het als één van de eerste gezien en daarover gepubliceerd hebben. Het is belangrijk om ernstige bijwerkingen in een zo vroeg mogelijk stadium te signaleren. Ook als het product langer op de markt is. Zo kan langdurig gebruik van protonpompremmers leiden tot Vitamine B12 deficiëntie. Zorgprofessionals willen ook weten of een bijwerking na een bepaalde tijd weer verdwijnt.”

Wat heeft 5 jaar Agnes Kant opgeleverd?
“Voordat ik directeur werd lag de nadruk op het bouwen van een goed meld- en signaleringssysteem. Ik ben meer gaan bouwen aan de naamsbekendheid van het Lareb. Daarom is de naam veranderd in Bijwerkingencentrum Lareb. Deze nieuwe naam geeft weer wie we zijn en wat we doen. Ook treden we regelmatig op in de media om uitleg te geven over bijwerkingen. Zo was ik onlangs bij het televisieprogramma Radar om te praten over bijwerkingen van vitamines B6. Door het vergroten van de naamsbekendheid stijgt het aantal meldingen van patiënten. Het gaat er vooral om dat mensen weten dat ze bij ons bijwerkingen kunnen melden en wat het nut daarvan is. Communicatie met het veld is belangrijk. Naast melden is het belangrijk dat de sector meer aandacht heeft voor bijwerkingen. Prima, dat meldingen tot meer kennis over bijwerkingen leidt, maar die moet dan wel ook daar terecht komen waar die nodig is, en de zorgverleners moeten vervolgens ook iets met onze bevindingen doen. Daarin is nog een wereld te winnen.”

Hoe gaat u bereiken dat zorgverleners de kennis van het Lareb meer gaan gebruiken?
“Onze website heeft veel informatie over bijwerkingen. Per geneesmiddel kunnen bijwerkingen en de laatste bevindingen opgezocht worden. Dit gaan we de komende jaren verbeteren. Bijvoorbeeld niet alleen de informatie dat spierpijn een bijwerking is van een statine. Maar ook is het bekend of verlagen van de dosering de bijwerking kan verminderen? Kan de bijwerking verdwijnen als er overgestapt wordt naar een ander statine? Blijft de spierpijn meestal, of gaat het vaak weer over? We willen de informatie actueler, toegankelijker en gerichter op de praktijk van de zorgverlener maken. Op termijn zou het mooi zijn als onze vernieuwde kennisbank over bijwerkingen ontsloten kan worden via de informatiesystemen van de zorgverlener. Dat geldt ook voor het melden. Bij huisartsen loopt een proef in NHGDoc met ‘gefaciliteerd melden’. Na een alert kunnen huisartsen via een simpele knop op het computerscherm en een vooraf ingevuld formulier snel en simpel een gesignaleerde bijwerking doorgeven aan het Lareb. Bij apothekers zijn we nog niet zo ver. Voor de implementatie zijn we afhankelijk van de softwarehuizen. Dat duurt lang. De automatiseerders hebben echter geen belang om ons systeem in te bouwen in het AIS.”

Gemiste kans
Een gemiste kans, volgens Kant, want door het melden komt er meer en betere kennis over bijwerkingen. En als we dan gelijk de ontsluiting van onze kennisbank over bijwerkingen via het AIS regelen, vangen we twee vliegen in één klap. “Met onze data kan de apotheker zijn positie als zorgverlener verstevigen. Neem pregabaline dat bij het eerste gebruik kan leiden tot sufheid bij de patiënt. Maar die sufheid gaat vaak na een week voorbij. Voor een apotheker cruciale informatie om zijn patiënt goed te informeren en te begeleiden. Bij hoge doseringen doxycycline kan bij blootstelling aan zonlicht oncholyse (nagelloslating) optreden. Ontdekt uit meldingen, en belangrijk dus om patiënten bij de uitgifte te waarschuwen hiervoor. Als apothekers serieus hun positie als zorgverlener willen verbeteren, dan zouden ze de softwarehuizen onder druk moeten zetten om dit te implementeren.”

Dalend aantal meldingen
Het aantal meldingen van apothekers en huisartsen neemt echter af de laatste jaren. Vorig jaar meldden alle apothekers samen 1600 bijwerkingen. De eerste helft van dit jaar komt de tikker niet eens tot 700. “Die 1600 meldingen betekent minder dan 1 melding per apotheek per jaar. Er zijn veel meer vermoedens van belangrijke bijwerkingen, maar die worden niet gemeld. Dat komt door de werkdruk in de apotheek: gedoe aan de balie, de administratieve druk en het wisselen van medicatie. Apothekers hebben geen tijd meer om bijwerkingen te melden. Ik maak me zorgen om het dalend aantal meldingen van zorgverleners.”

Wellicht helpt het als apothekers betaald worden voor het melden?
“Prima idee, om apothekers financieel te belonen voor het melden. Dat past bij onze wens dat het een normaal onderdeel wordt van het zorgproces. Maar ik ga niet over de manier waarop dat moet. Dat is aan de overheid en zorgverzekeraars. Bijvoorbeeld door het melden standaard op te nemen in de financiering door zorgverzekeraars. In mijn gesprekken met zorgverzekeraars merk ik dat ze daar ook open voor staan. Maar je moet natuurlijk voorkomen dat apothekers productie gaan draaien en massaal alle ‘statinespierpijn’ gaan melden om zo goed betaald te krijgen. Misschien kunnen zorgverzekeraars het invoeren en gebruik van gefaciliteerd melden in hun eisen opnemen, en dan bijvoorbeeld meebetalen aan het tot stand komen hiervan.”

Melden van bijwerkingen is niet alleen het domein van apothekers en huisartsen, en van receptgeneesmiddelen. Ook drogisten hebben een belangrijke rol bij bijwerkingen. In de drogisterij hangen posters en lopen er projecten om zorgconsumenten actief aan te sporen bijwerkingen van zelfzorggeneesmiddelen te melden. Bijvoorbeeld door in de drogisterij de zorgconsumenten te wijzen op de belangrijkste risico’s van zelfzorgmedicatie. “Het aantal meldingen rond zelfzorggeneesmiddelen stijgt dan ook.”

Substitutiebijwerking
Kant ziet een stijgend aantal meldingen over problemen na productwisselingen. Ook het wisselen van producten aan de balie van de apotheek leidt tot het melden van zogenaamde substitutiebijwerkingen. “Wij krijgen meer meldingen van bijwerkingen na het wisselen van een geneesmiddel. Die wisseling gebeurt als een bepaald geneesmiddel niet verkrijgbaar is waardoor de patiënt een ander geneesmiddel krijgt en door het preferentiebeleid. Zoals bijvoorbeeld nu schildklierhormoon Thyrax niet meer verkrijgbaar is. Vorig jaar na de verpakkingswijziging van Thyrax van een glazen potje naar een blister – steeg het aantal meldingen tot 1800 nadat ik bij Radar had opgetreden.”

Moeten de gevolgen van die omzettingen niet beter worden bewaakt?
“Niet alleen de omzettingen, nieuwe, maar ook al langer gebruikte geneesmiddelen willen we intensiever volgen. Met ons Lareb Intensive Monitoring (LIM) kunnen we via online vragenlijsten aan gebruikers het optreden en beloop van bijwerkingen volgen. We starten bijvoorbeeld in ziekenhuisapotheken en poliklinische apotheken een monitoring naar biologische geneesmiddelen. Het is een goed moment, omdat er de komende tijd nieuwe biosimilars op de markt komen. Bovendien kan bij biologische geneesmiddelen in elke batch een kleine variatie in het product zitten. Ons monitoringssysteem kan in de apotheek worden gebruikt om patiënten te volgen die door het preferentiebeleid een ander product krijgen dan ze gewend zijn. Apothekers includeren patiënt voor deelname aan LIM, wij vragen uit of er bijwerkingen optreden met LIM. Ik kan me voorstellen dat dat zowel voor apothekers als zorgverzekeraars interessante informatie oplevert. Mochten zorgverzekeraars en apothekers dit interessant vinden, dan mogen ze me bellen!”  ❦

Wel of niet melden?
Wanneer nu wel of niet een bijwerking melden. Er zijn bewust geen criteria voor. Dat gaat voorbij aan de klinische blik van de zorgprofessional. Agnes Kant: “Het enige criterium is: alles waarvan de zorgverlener vindt dat collega’s en/of patiënten het moeten weten. Bij vermoeden van een potentiële nieuwe bijwerking tot bijzondere aspecten van bekende bijwerkingen als ernst en beloop of het risico op het niet (h)erkennen in de praktijk.”

Tekst: Niels van Haarlem
Fotografie: Frank Groeliken

 

 

Gerelateerde berichten

Auteur: redactie
Categorie: 2016
Tags: , , , ,

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *