AIS’en gereed voor nieuwe situatie in 2012?

AIS_FarmaMagazineGeneesmiddelen verstrekken zonder daarbij farmaceutische zorg te verlenen, is nauwelijks mogelijk. Dat weet elke apotheker. Tot nu toe wordt die zorg echter niet betaald; de ‘beloning’ voor de apotheker zit min of meer bij de prijs van medicatie en hulpmiddelen inbegrepen. Per 1 januari 2012 komt daar eindelijk verandering in: dan worden geneesmiddel en zorgprestatie losgekoppeld. De vraag is: hoe moet dat straks geregistreerd en gedeclareerd worden? En zijn de Apotheker Informatie Systemen (AIS) daar al op aangepast?

 

Jaap Dik, apotheker én informaticus, juicht deze ontwikkeling toe: “Je zou kunnen zeggen dat de apotheker eindelijk erkenning krijgt. Dat de overheid zich realiseert dat farmacie veel meer is dan alleen ‘doosjes schuiven’.” Jaap is eveneens nauw betrokken bij Microbais, één van de leveranciers van een AIS. Zo heeft hij alle ontwikkelingen van dichtbij gevolgd.
Paul Haarbosch, eveneens apotheker én lid van het hoofdbestuur van KNMP met ICT in zijn portefeuille, vindt het belangrijk dat de nieuwe manier van registreren geen verhoogde administratieve last met zich meebrengt: “De AIS’en moeten erin voorzien dat de apotheker niet minutenlang bezig is met het registeren van de verleende zorg, of dat hij aan het einde van de dag al zijn zorghandelingen moet inventariseren.”

Zorgprestaties
De farmaceutische zorg die apothekers leveren bij de verstrekking van medicijnen, zijn door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beschreven in tien zorgprestaties. Vijf van die prestaties zijn declarabel, maken onderdeel uit van het basiszorgverzekeringspakket, en kunnen dus gecontracteerd worden met de verzekeraar. Dit zijn de terhandstelling, hulpmiddeleninstructie, medicatiereview, opnamebegeleiding en ontslagbegeleiding. Het is overigens niet gezegd dat een verzekeraar deze zorgprestaties per se met de apotheker contracteert. Paul: “Als een verzekeraar de hulpmiddeleninstructie al gecontracteerd heeft bij het ziekenhuis, zal hij die niet ook nog eens bij de apotheker willen inkopen. Dus moet de apotheker ervoor zorgen dat zijn aanbod aantrekkelijk genoeg is ten opzichte van andere zorgaanbieders.”
De overige vijf zorgprestaties zijn niet-declarabel. Dan gaat het bijvoorbeeld om bijzondere begeleiding wanneer iemand die medicijnen slikt een verre reis gaat maken of meedoet aan de ramadan en bijkomende handelingen bij de vrije verkoop van OTC-middelen. Paul: “De prijs die apothekers daarvoor vragen van hun cliënten, kunnen zij zelf bepalen.”
Dan is er nog een elfde, zogenaamde ‘vrije’ zorgprestatie. Jaap: “Die kan naar eigen inzicht door de zorgaanbieder ingevuld worden. Dan moet de NZa die goedkeuren, waarna de nieuwe zorgprestatie gecontracteerd kan worden met de verzekeraar.” Er kunnen dus oneindig veel ‘elfde zorgprestaties’ bestaan.

Huisartsentabel als basis
Deze nieuwe werkwijze heeft gevolgen voor de AIS’en. Jaap: “Tot 1 januari wordt iedere handeling die de apotheker doet, vertaald in een opslag op het doosje pillen. In de nieuwe situatie staat de zorg vaak los van het doosje.” Bovendien moet het ook mogelijk zijn om in het AIS per verzekeraar onderscheid te maken gezien de verschillen in prijzen, maar óók wanneer een bepaalde zorgprestatie met de ene verzekeraar wel, en de andere niet is gecontracteerd.
Aan het begin van 2011 kwamen zorgverzekeraars, softwareleveranciers en apothekers bij elkaar om te praten over welke aanpassingen dit alles vergt van de AIS’en. “De oplossing lag voor de hand: huisartsen zijn al jaren bezig met het declareren van hun zorghandelingen. De tabel die zij daarvoor gebruiken, bleek goed toepasbaar op de AIS’en.” Een basisvorm van die huisartsentabel is nu in de verschillende systemen ingepast. “Dat heeft ervoor gezorgd dat de eisen die aan de declaraties worden gesteld, gewaarborgd zijn. Daarover zijn hele goede afspraken gemaakt met de verzekeraars.” Op 1 januari, zo weet Jaap, zijn de AIS’en in ieder geval in staat om de zorgprestaties volgens de huisartsentabel te declareren. “Maar dat geldt niet voor een eventuele koppeling met de verrichtingentabel.”

Verrichtingentabel
Houten’s Implementatie Platform (HIP) is bezig met de ontwikkeling van een zogenaamde verrichtingentabel, met ondersteuning van het KNMP. Paul: “In de verrichtingentabel kan de apotheker de dagelijkse gang van zaken nauwgezet vastleggen. Voor een deel zijn die verrichtingen gerelateerd aan de zorgprestaties.” Die verrichtingen zijn echter moeilijk in een computerprogramma te vatten, volgens Jaap: “Daarvoor zijn de beschrijvingen niet exact en uniform genoeg.” De vraag is of de verzekeraar, naast de geleverde zorgprestaties, wel zit te wachten op specificering uit de verrichtingentabel. Nee, zegt Paul: “Verzekeraars doen wel eens steekproefsgewijze controles of een bepaald recept daadwerkelijk is geleverd. Dankzij de verrichtingentabel kan de apotheker dan makkelijk bewijzen dat dat inderdaad het geval is. Meer belang hebben verzekeraars er niet bij. De tabel is dus puur ter ondersteuning van de apotheker.” Wel degelijk, zegt Jaap: “Die willen zo precies mogelijk weten wat apothekers precies doen, en daar op sturen.” Over dit onderwerp zijn de diverse betrokken partijen het nog niet eens. Hoe dan ook is een koppeling met de AIS’en, in welke vorm dan ook, nog niet gereed per 1 januari.
Z-index
Tot slot is er nog de Z-index, waarin over ieder geneesmiddel allerlei gegevens opgenomen zijn, waaronder de inkoop- en declaratieprijs. Per 1 januari verliezen die prijzen hun wettelijke status. Paul: “Nu is het wettelijk vastgelegd dat je niet boven de gestelde prijs mag gaan zitten. Straks mag dat wel. Oftewel: de prijzen zijn straks geheel vrij.“ Jaap: “De prijzen worden losgeweekt uit de Z-index, en opgenomen in het zogenaamde ‘bestand 180’. Dit bestand kan door bijvoorbeeld verzekeraars gevuld worden met eigen prijzen. Zo ontstaan er straks dus verschillende bestanden van verschillende partijen. De apotheker kan elk bestand inspoelen in zijn AIS. De verschillende prijslijsten kunnen zo heel makkelijk naast elkaar bestaan. De apotheker hoeft straks alleen maar aan te geven wie de verzekeraar is van cliënt x, waarna de juiste prijs berekend wordt. En mocht er geen eigen lijst zijn van een bepaalde verzekeraar, valt het systeem automatisch terug op de Z-index.” De AIS’en zijn ook daar inmiddels klaar voor, maar de verzekeraars nog niet, volgens Jaap: “Ze zijn er wel mee bezig. Het is ook een hele nieuwe werkwijze. Bovendien kan geen verzekeraar straks nog een laagste prijsgarantie van de apotheker vragen; eigen prijslijsten van verzekeraars zijn in principe niet openbaar, dus de concurrentverzekeraar hoort niet te weten wat er in staat.”

Doorontwikkeling
De AIS’en zijn dus minimaal gereed voor de nieuwe situatie, maar er ligt nog veel te ontwikkelen. Jaap: “In de ideale situatie worden de declaraties van de zorgprestaties aangestuurd vanuit het zorgregistratiesysteem, dus met een koppeling naar het patiëntendossier. Daarin registreert de apotheker immers alles wat hij voor een bepaalde cliënt doet. Als dat voor elkaar is, kan de apotheker gewoon zijn zorg leveren zonder zich zorgen te maken of die wel beloond wordt.” Zo zitten er nog wel meer hiaten in de AIS’en, en dus zullen er in de loop der jaren steeds dingen bijkomen om het administratieve leven van de apotheker te vergemakkelijken, want dat moet wel steeds het doel blijven, vinden zowel Jaap als Paul.

Regie
De regie van de doorontwikkeling van de AIS’en op de nieuwe situatie ligt bij de betrokken partijen gezamenlijk, aldus Paul: “KNMP, ORIA, HIP, Zorgverzekeraars Nederland en de ontwikkelaars van de AIS’en; alle partijen blijven daarover in gesprek.”

 

Tekst: Arjan Jonker

 

Zie ook: http://www.knmp.nl/organisatie-regelgeving/kwaliteitsprogramma-ict/aanpassingen-van-uw-ais-in-2012
http://www.nza.nl/zorgonderwerpen/dossiers/innovatie/regelgeving/beleidsregels/138561/toelichting-beleidsregel-innovatie/
www.microbais.nl
www.cgmnederland.nl
www.pharmapartners.nl
www.caresoft.nl

CompuGroup Medical Nederland gereed voor zover er duidelijkheid is
Theo Peters, directeur van CompuGroup Medical Ne­der­land (voorheen Euroned), zegt dat MIRA gereed is voor 1 januari 2012: “Met de kanttekening dat we klaar zijn voor zover dingen duidelijk zijn. In de automatisering ga je uit van specificaties waar je de softwareapplicatie op bouwt. Meer details over de nieuwe situatie op de apothekersmarkt kwam in een laat stadium. Tijd was dus kort, en over de contractering bestonden ook nog onduidelijkheden. Daarom weten we niet voor honderd procent zeker wat ons precies te wachten staat. Bijvoorbeeld bij het invoeren van contracten en prijsmethodieken. Biedt het sy­steem alles wat de apotheker straks nodig heeft? Dat moet nog blijken.
We hebben ons gericht op de drie componenten: de vrije prijzen en tarieven, de aparte declaratie van zorgprestaties en een webservice waarmee partijen binnen de apothekerswereld hun prijzen kwijt kunnen, die dan ingespoeld kunnen worden in het AIS. De verwachting is dat we het komende jaar bezig zullen zijn die componenten verder bij te stellen zodat de apotheker er goed mee kan werken.
Ook is ons systeem klaar voor het inzetten van de verrichtingentabel. Nu is daar nog te veel onduidelijkheid omheen, maar we zijn erop voorbereid.
De apothekers zullen zeker ook moeten wennen aan de nieuwe werkwijze. Totdat het systeem verder doorontwikkeld is, zullen ze heel goed zelf moeten nadenken over wat voor zorghandeling ze doen, en of die al dan niet gekoppeld is aan medicatie of een hulpmiddel. Elke handeling is declarabel in het systeem, maar de apotheker zal in het begin scherp moeten zijn zodat ze hun beloning ook krijgen. Uiteraard ondersteunen wij daarbij.”

Gerelateerde berichten

Auteur: redactie
Categorie: Praktijkvoering
Tags: , ,

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *